Niet-ontvankelijkheid inzageverzoek ex art. 35 UAVG en afwijzing overige verzoeken tegen hostingprovider
Rb. Midden-Nederland 11 maart 2026, IT 5178; ECLI:NL:RBMNE:2026:1115 ([verzoeker] tegen Mijndomein). In deze beschikking staat een geschil centraal tussen een particuliere gebruiker en webhostingprovider Mijndomein over een tweede account dat niet op naam van verzoeker zelf, maar op naam en met de NAW-gegevens van een derde, [B], was geregistreerd. Aan dat tweede account waren domeinnamen gekoppeld, waaronder een domeinnaam die eerder ook aan het eerste account van verzoeker gekoppeld was. Nadat verzoeker Mijndomein had gevraagd om dat tweede account op te heffen, heeft Mijndomein dat geweigerd, omdat volgens haar alleen de geregistreerde accounthouder een dergelijk verzoek kon doen. Nadat [B] had gemeld dat het account zonder haar toestemming met haar persoonsgegevens was aangemaakt en zij Mijndomein een kopie van haar aangifte had toegestuurd, heeft Mijndomein het tweede account met de daaraan gekoppelde domeinen op 26 mei 2025 opgeheven. In de procedure verzocht verzoeker vervolgens onder meer te bepalen dat Mijndomein zijn persoonsgegevens niet zonder rechtsgeldige grondslag mocht verwerken, voor recht te verklaren dat Mijndomein onrechtmatig jegens hem had gehandeld, opheffing en bevestiging van opheffing van het tweede account te bevelen, inzage in persoonsgegevens te geven op grond van de AVG, en Mijndomein te veroordelen tot betaling van € 160 materiële schade en € 2.000 immateriële schade. De rechtbank stelt eerst procesrechtelijk vast dat een deel van deze verzoeken materieel gezien thuishoort in een dagvaardingsprocedure, maar ziet af van verwijzing op de voet van art. 69 Rv, omdat de verzoeken nauw met elkaar samenhangen, het debat tussen partijen voldoende is uitgekristalliseerd en Mijndomein daardoor niet in haar belangen is geschaad.