DOSSIERS
Alle dossiers

Privacy  

IT 5491

Geen verhoging dwangsom voor onrechtmatig plaatsen tracking cookies na oordeel bodemrechter

Gerechtshof Amsterdam 3 mrt 2026, IT 5491; ECLI:NL:GHAMS:2026:584 ([appellant] tegen [geïntimeerde]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/geen-verhoging-dwangsom-voor-onrechtmatig-plaatsen-tracking-cookies-na-oordeel-bodemrechter

Hof Amsterdam 3 maart 2026, IT 5491; ECLI:NL:GHAMS:2026:584 ([appellant] tegen [geïntimeerde]). Het Gerechtshof oordeelt in kort geding over de vraag of de eerder aan [appellant] opgelegde dwangsom wegens het zonder toestemming plaatsen van tracking cookies op de apparaten van [geïntimeerde] moet worden verhoogd. In een eerder arrest van 5 december 2023 was [appellant] al geboden dit handelen te staken, op straffe van € 250 per dag of dagdeel tot maximaal € 25.000. In dat eerdere arrest was onder meer voldoende aannemelijk geacht dat tracking cookies zonder toestemming waren geplaatst en persoonsgegevens in strijd met de AVG waren verwerkt. Nadat [appellant] het maximum van € 25.000 had betaald, verhoogde de voorzieningenrechter de dwangsom tot € 500 per dag of dagdeel met een maximum van € 50.000. Ook in dit hoger beroep acht het hof voldoende aannemelijk dat het gebod nog niet volledig wordt nageleefd en dat het onrechtmatige gedrag zonder verdere maatregelen ook in de toekomst kan voortduren. Omdat het oorspronkelijke maximum al was betaald, ging van die dwangsom bovendien geen verdere prikkel tot nakoming meer uit.

IT 5492

Hof Amsterdam: LinkedIn verbeurt maximale dwangsom wegens plaatsing li_gc-cookie

Gerechtshof Amsterdam 4 aug 2026, IT 5492; ECLI:NL:GHAMS:2026:2154 (LinkedIn tegen [geïntimeerde]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/hof-amsterdam-linkedin-verbeurt-maximale-dwangsom-wegens-plaatsing-li-gc-cookie

Hof Amsterdam 4 augustus 2026, IT 5492; ECLI:NL:GHAMS:2026:2154 (LinkedIn tegen [geïntimeerde]. Het hof bekrachtigt het vonnis in een executiegeschil tussen LinkedIn en een gebruiker over het plaatsen van cookies. In een kortgedingvonnis uit 2024 was LinkedIn geboden om het zonder toestemming (doen) plaatsen of uitlezen van trackingcookies of andere cookies waarvoor toestemming is vereist op de apparaten van de gebruiker te staken, op straffe van dwangsommen. Volgens de gebruiker heeft LinkedIn dit gebod overtreden door onder meer de cookies bcookie en li_gc te plaatsen. Het hof oordeelt dat het gebod niet is beperkt tot één specifieke cookie, maar in beginsel iedere trackingcookie of andere toestemmingsplichtige cookie omvat. De bcookie valt echter niet onder het gebod, omdat in het vonnis uit 2024 onvoldoende aannemelijk was geacht dat voor deze cookie toestemming was vereist. De li_gc-cookie kan wel onder het gebod vallen.

IT 5484

Skytree gebonden aan opdracht voor eerste set camera’s door schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid

Rechtbank Amsterdam 26 aug 2026, IT 5484; ECLI:NL:RBAMS:2026:8428 ([eiser] tegen Skytree), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/skytree-gebonden-aan-opdracht-voor-eerste-set-camera-s-door-schijn-van-vertegenwoordigingsbevoegdheid

Rb. Amsterdam 26 augustus 2026, IT 5484; ECLI:NL:RBAMS:2026:8428 ([eiser] tegen Skytree). De rechtbank oordeelt dat tussen [eiser] en Skytree een overeenkomst tot stand is gekomen voor de eerste set van vier camera’s, hoewel de medewerker die de opdracht gaf formeel niet bevoegd was Skytree te vertegenwoordigen. Op grond van artikel 3:61 lid 2 BW mocht [eiser] onder de gegeven omstandigheden redelijkerwijs vertrouwen op diens vertegenwoordigingsbevoegdheid. Daarbij acht de rechtbank van belang dat sprake was van een urgente opdracht, dat verschillende relevante medewerkers van Skytree bij de e-mailwisseling waren betrokken, dat [eiser] overeenkomstig de gebruikelijke werkwijze een offerte aan de inkoper had gestuurd en dat hij bij eerdere urgente opdrachten vaker al met werkzaamheden was begonnen voordat het interne PR-traject volledig was afgerond, waarna Skytree zijn facturen betaalde. Voor de tweede set camera’s geldt dit niet. De urgentie was toen verminderd, de opdracht was gewijzigd en omvangrijker geworden en kwam van een medewerker van wie [eiser] niet eerder opdrachten had gekregen. Omdat [eiser] bovendien bekend was met het formele PR-traject, had hij vóór aanvang van deze tweede opdracht moeten controleren of deze door Skytree was goedgekeurd. Skytree is daarom alleen gehouden de werkzaamheden voor de eerste set te betalen.

IT 5474

Uploadpoging van bedrijfsbestanden naar Gemini rechtvaardigt ontslag op staande voet

Rechtbank Amsterdam 9 jun 2026, IT 5474; ECLI:NL:RBAMS:2026:8257 ([verzoeker] tegen FMC Separation Systems), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/uploadpoging-van-bedrijfsbestanden-naar-gemini-rechtvaardigt-ontslag-op-staande-voet

Rb. Amsterdam 9 juni 2026, IT 5474; ECLI:NL:RBAMS:2026:8257 ([verzoeker] tegen FMC Separation Systems). Deze zaak gaat over de vraag of FMC [verzoeker], een senior directeur binnen de organisatie, rechtsgeldig op staande voet heeft ontslagen nadat uit intern onderzoek bleek dat hij meerdere bedrijfsbestanden naar zijn privé-e-mailadres had gestuurd en had geprobeerd de inhoud van zijn zakelijke computer naar Gemini, de AI-dienst van Google, te uploaden. De arbeidsovereenkomst en de Code of Business Conduct Policy van FMC verboden dit. De gedragingen vonden plaats terwijl partijen onderhandelden over beëindiging van het dienstverband. [verzoeker] verzoekt de kantonrechter het ontslag op staande voet te vernietigen en maakt daarnaast aanspraak op vergoedingen. 

IT 5465

Vordering tot afschrift onderzoeksdossier na observatie door NN afgewezen

Rechtbank Rotterdam 24 aug 2026, IT 5465; ECLI:NL:RBROT:2026:9386 ([eiser] tegen Nationale Nederlanden), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/vordering-tot-afschrift-onderzoeksdossier-na-observatie-door-nn-afgewezen

Rb. Rotterdam 20 juli 2026, IT 5465; ECLI:NL:RBROT:2026:9386 ([eiser] tegen Nationale Nederlanden). In deze zaak vordert [eiser] in kort geding afschrift van diverse gegevens en documenten uit een onderzoek dat Nationale-Nederlanden Schadeverzekering Maatschappij N.V. (hierna: NN) naar hem liet uitvoeren. [eiser] liep in 2021 bij een bedrijfsongeval letsel aan zijn linkervoet op. NN, de aansprakelijkheidsverzekeraar van zijn werkgever, erkende in 2022 de aansprakelijkheid voor de gevolgen van het ongeval. Naar aanleiding van een later ontvangen video en een interne fraudemelding startte NN een onderzoek naar de feiten en de persoon van [eiser]. Onderzoeksbureau I-TEK voerde daarbij onder meer een vijfdaagse observatie uit. NN sloot het onderzoek uiteindelijk zonder een maatregel tegen [eiser] te nemen. [eiser] vraagt onder meer om stukken over de interne fraudemelding, de beoordeling van de aanleiding voor het onderzoek, de proportionaliteits- en subsidiariteitsafweging, het waarnemingsonderzoek, interne communicatie en de betrokkenheid van de advocaat van NN. Hij wil daarmee kunnen beoordelen of NN het onderzoek rechtmatig heeft uitgevoerd en of zij de verkregen informatie als bewijs tegen hem mag gebruiken. [eiser] baseert zijn vorderingen op art. 194 en 195 Rv en beroept zich daarnaast op art. 15 AVG. 

IT 5458

Geen recht op verwijdering of verdere rectificatie van KMar-mutatie op grond van artikel 28 Wpg

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 9 jul 2026, IT 5458; ECLI:NL:RBZWB:2026:6670 ([eiser] tegen de minister van Defensie), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/geen-recht-op-verwijdering-of-verdere-rectificatie-van-kmar-mutatie-op-grond-van-artikel-28-wpg

Rb. Zeeland-West-Brabant 9 juli 2026, IT 5458; ECLI:NL:RBZWB:2026:6670 ([eiser] tegen de minister van Defensie). Deze uitspraak gaat over twee verzoeken van eiser om verwijdering dan wel rectificatie van de verwerking van zijn persoonsgegevens door de Koninklijke Marechaussee (KMar) op grond van artikel 28 van de Wet politiegegevens (Wpg). Naar aanleiding van een staandehouding op 31 juli 2019 had de KMar een mutatierapport opgesteld. Eiser verzocht in 2024 primair om volledige verwijdering van die mutatie, omdat volgens hem een wettelijke grondslag voor de verwerking ontbrak en de klachtencommissie van de KMar eerder had geoordeeld dat geen gegronde reden bestond om hem om legitimatie te vragen. Subsidiair verzocht hij om rectificatie van verschillende passages, onder meer over zijn kijkgedrag naar passerende voertuigen, het lopen dan wel oversteken van de weg, een vermeende voorbijganger en de omschrijving dat hij ‘verbaal agressief’ zou hebben gereageerd. Ter onderbouwing verwees eiser onder meer naar een geluidsopname van de staandehouding. De minister wees de verzoeken grotendeels af, omdat de gegevens rechtmatig in het kader van de dagelijkse politietaak waren verwerkt en de betwiste passages volgens hem grotendeels indrukken en waarnemingen van KMar-ambtenaren betroffen.

IT 5464

Technische mogelijkheid van cameratoezicht kan onrechtmatige privacy-inbreuk opleveren

Rechtbank Noord-Holland 20 jul 2026, IT 5464; ECLI:NL:RBNNE:2026:3083 ([eiser] tegen [gedaagden]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/technische-mogelijkheid-van-cameratoezicht-kan-onrechtmatige-privacy-inbreuk-opleveren

Rb. Noord-Nederland 20 juli 2026, IT 5464; ECLI:NL:RBNNE:2026:3083 ([eiser] tegen [gedaagden]). In deze zaak vordert [eiser] in kort geding dat zijn buren, [gedaagden], twee beveiligingscamera’s verwijderen dan wel zodanig aanpassen dat deze niet op zijn woning en tuin kunnen worden gericht en geen geluid van zijn perceel kunnen opnemen. De camera’s hangen in de tuin van [gedaagden] op een hoogte van ten minste 2,40 meter, steken boven de schutting uit en zijn vanuit de tuin van [eiser] zichtbaar; de beweegbare camera is ook vanuit zijn slaapkamer te zien. [eiser] stelt dat hij hierdoor niet onbespied van zijn tuin kan gebruikmaken en dat sprake is van een onrechtmatige inbreuk op zijn persoonlijke levenssfeer. [gedaagden] voeren aan dat de camera’s vanwege eerdere conflicten tussen partijen ter beveiliging zijn geplaatst, uitsluitend hun eigen woning en tuin filmen en geen geluid opnemen. Uit door hen verstrekte screenshots zou bovendien blijken dat de tuin van [eiser] niet in beeld komt. 

IT 5455

Korpschef moet bij Wpg-inzageverzoek onderscheid tussen gerichte en automatische BRP-bevragingen inzichtelijk maken

Overige instanties 15 jul 2026, IT 5455; ECLI:NL:RVS:2026:4141 (korpschef van politie tegen [wederpartij]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/korpschef-moet-bij-wpg-inzageverzoek-onderscheid-tussen-gerichte-en-automatische-brp-bevragingen-inzichtelijk-maken

ABRvS 15 juli 2026, IT 5455; ECLI:NL:RVS:2026:4141 (korpschef van politie tegen [wederpartij]). [wederpartij] verzocht op grond van art. 25 Wpg om inzage in de verwerking van zijn persoonsgegevens nadat hij had vastgesteld dat de politie zijn gegevens in de Basisregistratie Personen (BRP) tussen 2018 en 19 mei 2022 meer dan achthonderd keer had geraadpleegd. Hij wilde weten waarom op zijn naam en op de namen van onder meer zijn dochters, ouders en ex-partner was gezocht, wie binnen de politie de BRP had geraadpleegd, wat de redenen voor die raadplegingen waren en waarvoor de verkregen gegevens werden gebruikt en verwerkt. Ook ging hij ervan uit dat in verband met die raadplegingen documenten, zoals processen-verbaal, waren opgesteld en verzocht hij daarvan inzage. De korpschef wees het verzoek af en stelde dat BRP-bevragingen bij verwerking in de politiesystemen grotendeels automatisch plaatsvinden, dat niet inzichtelijk was welke raadplegingen gericht en welke automatisch waren verricht en dat daarvan geen afzonderlijke documenten werden aangemaakt. De rechtbank Midden-Nederland vernietigde dat besluit, omdat de korpschef onvoldoende had onderbouwd dat ook van gerichte BRP-bevragingen geen gegevens beschikbaar waren en het inzageverzoek te beperkt had opgevat. 

IT 5446

Inbeslagname zakelijke e-mails door mededingingsautoriteit vereist niet steeds voorafgaande rechterlijke toestemming

HvJ EU 16 jul 2026, IT 5446; ECLI:EU:C:2026:585 (Imagens Médicas Integradas e.a. tegen Autoridade da Concorrência), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/inbeslagname-zakelijke-e-mails-door-mededingingsautoriteit-vereist-niet-steeds-voorafgaande-rechterlijke-toestemming

HvJ EU 16 juli 2026, IT 5446; ECLI:EU:C:2026:585 (Imagens Médicas Integradas e.a. tegen Autoridade da Concorrência). In deze gevoegde zaken C-258/23 tot en met C-260/23 verrichtte de Portugese mededingingsautoriteit onderzoeken naar mogelijke inbreuken op de artikelen 101 en 102 VWEU. Met voorafgaande toestemming van het Portugese Openbaar Ministerie werden inspecties uitgevoerd in de bedrijfsruimten van de betrokken ondernemingen, waarbij zakelijke e-mails tussen werknemers en leidinggevenden werden onderzocht en bestanden die relevant werden geacht voor de mededingingsonderzoeken in beslag werden genomen. De ondernemingen bestreden de rechtmatigheid daarvan en voerden aan dat de inbeslagname van e-mailcorrespondentie, gelet op het recht op eerbiediging van communicatie, vooraf door een rechter had moeten worden toegestaan en dat toestemming van het Openbaar Ministerie onvoldoende was. De Portugese rechter vroeg het Hof van Justitie daarom in wezen of zakelijke e-mails onder de bescherming van artikel 7 Handvest vallen en of de artikelen 7 en 8 Handvest zich verzetten tegen nationale regelgeving die een mededingingsautoriteit toestaat dergelijke e-mails tijdens een bedrijfsinspectie zonder voorafgaande rechterlijke toestemming in beslag te nemen.

IT 5436

Geen recht op inzage in politiebeelden van derde

Rechtbank Den Haag 26 jan 2026, IT 5436; ECLI:NL:RBDHA:2026:16953 ([eiser] tegen de Politie), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/geen-recht-op-inzage-in-politiebeelden-van-derde

Rb. Den Haag 26 januari 2026, IT 5436; ECLI:NL:RBDHA:2026:16953 ([eiser] tegen de Politie). In dit kort geding bepaalt de voorzieningenrechter dat [eiser] geen aanspraak kan maken op inzage in camerabeelden die door de Politie zijn veiliggesteld en waarop mogelijk te zien is wie een politiepenning in zijn brievenbus heeft gedeponeerd. [eiser], die stelt al langere tijd te worden gestalkt door [naam 1], wilde de beelden gebruiken om de identiteit van de betrokkene vast te stellen en zo nodig een civiele procedure tot verkrijging van een straat- en contactverbod te beginnen.