OM handelt onrechtmatig door herleidbaar persbericht over zedenverdenking zonder vereiste toestemming
Rb. Den Haag 24 juni 2026, IT 5409; ECLI:NL:RBDHA:2026:19054 ([eiser] tegen de Staat). De politie publiceerde op 31 maart 2023, in afstemming met het Openbaar Ministerie, een persbericht waarin stond dat de eigenaar van een nachtclub in een bepaalde plaats werd verdacht van aanranding en verkrachting van twee minderjarige meisjes en dat eerder vergelijkbare meldingen over hem waren binnengekomen. De rechtbank stelt op basis van de verklaringen van de betrokken politie- en OM-functionarissen vast dat het primaire doel van het bericht het vergroten van de meldingsbereidheid van mogelijke andere slachtoffers was. Het bericht was dus gericht op waarheidsvinding en moest als opsporingsberichtgeving worden beoordeeld, niet uitsluitend als algemene publieksvoorlichting. Het OM had met de aanduiding “eigenaar van een nachtclub” bewust beoogd de verdachte herkenbaar te maken voor potentiële slachtoffers. Daarmee was zijn identiteit in ieder geval voor deze groep derden herleidbaar en was in die zin sprake van het vrijgeven van zijn identiteit. Hiervoor was volgens de toepasselijke Aanwijzing opsporingsberichtgeving toestemming van de hoofdofficier van justitie vereist. Omdat vaststond dat deze toestemming niet was verleend, ontbrak van meet af aan een rechtvaardiging voor de inzet van dit opsporingsmiddel en handelde het OM onrechtmatig jegens eiser in de zin van artikel 6:162 BW. De vordering, voor zover gebaseerd op het handelen van de politie, wordt afgewezen, omdat de politie een van de Staat te onderscheiden rechtspersoon is. De rechtbank beoordeelt niet meer afzonderlijk of de mededeling over eerdere meldingen zelfstandig onrechtmatig was of dat de verwerking in strijd was met de AVG, omdat eiser geen afzonderlijke schade als gevolg daarvan had gesteld.