DOSSIERS
Alle dossiers

Contracten  

IT 5509

Hof Amsterdam: blokkering softwaresystemen levert voorshands wanprestatie en persoonlijke onrechtmatige daad op

Gerechtshof Amsterdam 4 sep 2026, IT 5509; ECLI:NL:GHAMS:2026:2557 ([appellant 1] en [appellant 2] tegen [geïntimeerde]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/hof-amsterdam-blokkering-softwaresystemen-levert-voorshands-wanprestatie-en-persoonlijke-onrechtmatige-daad-op

Hof Amsterdam 4 augustus 2026, IEF 23808; 5509; ECLI:NL:GHAMS:2026:2557 ([appellant 1] en [appellant 2] tegen [geïntimeerde]). Na verwijzing door de Hoge Raad beoordeelt het Hof Amsterdam in kort geding een geschil over een samenwerking voor de distributie en verdere ontwikkeling van software voor identiteitsbeveiliging van e-mailadressen. Het hof acht de Nederlandse rechter internationaal bevoegd en gaat voor de contractuele vordering tegen [appellant 1] uit van Nederlands recht, omdat de rechtsverhouding voorshands als distributieovereenkomst moet worden gekwalificeerd; een gestelde rechtskeuze voor Amerikaans recht is onvoldoende aannemelijk. Ook op de vordering uit onrechtmatige daad tegen [appellant 2] is Nederlands recht van toepassing. Het hof gaat bovendien uit van het vereiste spoedeisend belang. Voldoende aannemelijk is dat partijen een langdurige duurovereenkomst waren aangegaan en dat [appellant 1] haar contractuele verplichtingen schond door de overeenkomst met slechts een termijn van een week te beëindigen en [geïntimeerde] de toegang tot haar systemen te ontzeggen. De blokkades belemmerden [geïntimeerde] ernstig in haar bedrijfsvoering. Het hof acht daarom voorshands sprake van wanprestatie door [appellant 1]. Gelet op de persoonlijke betrokkenheid van [appellant 2] bij de blokkades en zijn feitelijke invloed op de bedrijfsvoering van [appellant 1], acht het hof tevens voldoende aannemelijk dat hij persoonlijk onrechtmatig jegens [geïntimeerde] heeft gehandeld. Het geschil over het auteursrecht op de verder ontwikkelde “+software” geeft onvoldoende aanleiding voor een ander oordeel.

IT 5504

Zuyderland kon softwarelicentie niet per 29 oktober 2025 beëindigen

Rechtbank Limburg 12 aug 2026, IT 5504; ECLI:NL:RBLIM:2026:8059 (Logis.P tegen Zuyderland), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/zuyderland-kon-softwarelicentie-niet-per-29-oktober-2025-beeindigen

Rb. Limburg 12 augustus 2026, IT 5504; ECLI:NL:RBLIM:2026:8059 (Logis.P tegen Zuyderland). Logis.P en Zuyderland sloten in oktober 2020 een overeenkomst voor de gefaseerde implementatie van een digitaal aanmeld- en registratiesysteem voor patiënten, bestaande uit onder meer hardware, softwarelicenties, koppelingen met het EPD en aanvullende diensten. Tussen partijen stond vast dat voor de software een minimale contractduur van vijf jaar gold, maar zij verschilden van mening over de aanvang daarvan. Zuyderland meende dat de looptijd op 29 oktober 2020, de datum van ondertekening, was begonnen en zegde de overeenkomst daarom op tegen 29 oktober 2025. Logis.P stelde dat de licentietermijn pas op 1 april 2021 was aangevangen. De rechtbank kwalificeert de overeenkomst veeleer als een raamovereenkomst dan als één integrale duurovereenkomst. Voor verschillende onderdelen waren nadere overeenkomsten voorzien en ook voor de softwarelicentie was oorspronkelijk een afzonderlijke licentie- en onderhoudsovereenkomst beoogd, die uiteindelijk niet afzonderlijk is ondertekend. Uit de tekst van de overeenkomst, waarin staat dat het softwareabonnement na installatie en vervolgens maandelijks vooruit wordt gefactureerd, in samenhang met de feitelijke uitvoering, volgt volgens de rechtbank dat partijen de aanvang van de minimale contractduur hebben gekoppeld aan de installatie van de software en de daaropvolgende facturering. Nu de eerste licentiekosten per 1 april 2021 in rekening zijn gebracht, is de minimale looptijd op die datum aangevangen.

IT 5476

Contractuele klachttermijn van 30 dagen staat beroep op gebreken in fitnessapp in de weg

Rechtbank Amsterdam 8 jul 2026, IT 5476; ECLI:NL:RBAMS:2026:7178 ([eiser] tegen [gedaagde]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/contractuele-klachttermijn-van-30-dagen-staat-beroep-op-gebreken-in-fitnessapp-in-de-weg

Rb. Amsterdam 8 juli 2026, IT 5476; ECLI:NL:RBAMS:2026:7178 ([eiser] tegen [gedaagde]). De vraag die in deze zaak centraal staat, is of [gedaagde] de openstaande facturen voor de ontwikkeling van een fitnessapp moet betalen, ondanks zijn stelling dat de app gebrekkig is en [eiser] hem bij het sluiten van de overeenkomst heeft misleid over zijn expertise. Partijen sloten op 22 juni 2024 een overeenkomst van opdracht voor de ontwikkeling van de app. De overeengekomen prijs bedroeg € 40.000 exclusief btw, waarop [eiser] een korting van € 10.000 gaf in ruil voor 10% van de aandelen in de onderneming van [gedaagde]. De helft van de prijs werd vooraf betaald en de andere helft was bij oplevering verschuldigd. De overeenkomst bevatte daarnaast een klachttermijn van 30 dagen. De app werd in december 2024 in gebruik genomen en [gedaagde] liet op 14 januari 2025 weten dat [eiser] de tweede factuur kon sturen. Die factuur bleef onbetaald. Nadat de aandelenoverdracht uitbleef, bracht [eiser] ook het eerder verleende kortingsbedrag in rekening en vorderde hij in totaal € 30.250. [gedaagde] stelde daartegenover dat de app niet aan de afgesproken functionaliteiten voldeed en dat [eiser] zich ten onrechte als specialist in generatieve kunstmatige intelligentie en ervaren softwareontwikkelaar had gepresenteerd. Hij vorderde daarom ontbinding of vernietiging van de overeenkomst, terugbetaling van € 18.150 en schadevergoeding. 

IT 5470

Voorschot schadevergoeding na servercrash afgewezen door beroep op exoneratiebeding

Gerechtshof Amsterdam 3 feb 2026, IT 5470; ECLI:NL:GHAMS:2026:275 (Hallo NL tegen Blok), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/voorschot-schadevergoeding-na-servercrash-afgewezen-door-beroep-op-exoneratiebeding

Gerechtshof Amsterdam 3 februari 2026, IT 5470; ECLI:NL:GHAMS:2026:275 (Hallo NL tegen Blok). Blok heeft Hallo NL ingeschakeld voor het beheer van haar ICT-infrastructuur, waaronder het maken van cloudback-ups van een aantal servers. In 2022 werd de server waarop het voor de bedrijfsvoering essentiële ERP-systeem Bemet draaide vervangen door een nieuwe server. Toen deze server in oktober 2024 crashte, bleek dat daarvan sinds 2022 geen cloudback-ups waren gemaakt. Blok stelt dat Hallo NL daarmee toerekenbaar is tekortgeschoten en vordert in kort geding een voorschot op haar schadevergoeding. De voorzieningenrechter nam voorlopig aan dat Hallo NL tekort was geschoten en wees een groot deel van het gevorderde voorschot toe. Hallo NL gaat daartegen in hoger beroep. Zij betwist dat zij verplicht was de nieuwe server uit eigen beweging aan het back-upsysteem toe te voegen en beroept zich daarnaast op de exoneratiebedingen in art. 16 van de toepasselijke NL ICT-voorwaarden. 

IT 5454

Betalingsverplichting consument 20% verminderd wegens niet-naleven afsluitregeling

Rechtbank Midden-Nederland 4 mrt 2026, IT 5454; ECLI:NL:RBMNE:2026:658 (Engie Nederland Retail B.V. tegen [gedaagde]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/betalingsverplichting-consument-20-verminderd-wegens-niet-naleven-afsluitregeling

Rb. Midden-Nederland 4 maart 2026, IT 5454; ECLI:NL:RBMNE:2026:658 (Engie Nederland Retail B.V. tegen [gedaagde]). Engie vordert in een verstekprocedure betaling van openstaande bedragen uit een op afstand gesloten energieovereenkomst met een consument, die voor onbepaalde tijd is aangegaan en inmiddels is beëindigd. De kantonrechter toetst ambtshalve of Engie de toepasselijke consumentenbeschermende regels heeft nageleefd. Naar aanleiding van een tussenvonnis legt Engie onder meer herinneringsbrieven over en blijkt dat zij de consument heeft aangemeld bij een schuldhulpverleningsinstantie. Uit de dagvaarding en de nadere akte blijkt echter niet dat Engie een redelijke en passende betalingsregeling heeft aangeboden met een voorstel voor de betaling en afwikkeling van de openstaande vorderingen. Dat is op grond van artikel 4Aa van de Regeling afsluitbeleid voor kleinverbruikers van elektriciteit en gas vereist voordat de levering van elektriciteit en gas mag worden beëindigd. De kantonrechter acht daarom een sanctie passend en vermindert de betalingsverplichting van de consument met 20%.

IT 5452

Dubbel ondertekend targetformulier leidt niet tot jaarklik voor elektriciteitsprijs 2023

Gerechtshof Den Haag 4 aug 2026, IT 5452; ECLI:NL:GHDHA:2026:2466 (BES tegen Greenchoice), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/dubbel-ondertekend-targetformulier-leidt-niet-tot-jaarklik-voor-elektriciteitsprijs-2023

Hof Den Haag 4 augustus 2026, IT 5452; ECLI:NL:GHDHA:2026:2466 (BES tegen Greenchoice). Bio-Energie Stadskanaal (BES) en Greenchoice sluiten voor 2023 een overeenkomst voor de levering van duurzame elektriciteit. Uitgangspunt is een variabele prijs, maar BES kan via een klikprocedure de prijs voor bepaalde volumes per kwartaal of voor het gehele jaar vastzetten. Het belangrijkste geschilpunt is of in september 2022 een jaarklik voor 2023 tot stand komt nadat BES een formulier indient met een targetprijs van € 600 per MWh en Greenchoice dit formulier vervolgens medeondertekent en retourneert. Het hof oordeelt, evenals de rechtbank, dat dit niet het geval is en dat BES daarop ook niet gerechtvaardigd mocht vertrouwen. Zelfs als veronderstellenderwijs wordt aangenomen dat voor de totstandkoming van een prijsklik de bevestiging door Greenchoice beslissend is, kan het dubbel ondertekende formulier redelijkerwijs niet als zo’n bevestiging worden uitgelegd. Daaruit volgt juist dat Greenchoice zich inspant om het volume tegen de targetprijs vast te leggen en dat de prijs pas definitief en bindend wordt zodra Greenchoice deze daadwerkelijk kan vastleggen. Het formulier wijkt bovendien duidelijk af van formulieren uit eerdere jaren waarin expliciet werd bevestigd dat een prijs al was vastgezet. Ook de begeleidende e-mails van 6 en 7 september 2022 laten geen ruimte voor een ander oordeel: Greenchoice schrijft dat de marktprijs op dat moment rond € 350-360 ligt, ver verwijderd van de gevraagde € 600, en dat zij de ontwikkeling in de gaten houdt. Het hof ziet daarom onvoldoende aanknopingspunten voor het standpunt dat BES redelijkerwijs mocht menen dat de jaarklik al was uitgevoerd.

IT 5432

Elektronische handtekening voldoende betrouwbaar: taxatieovereenkomst heeft dwingende bewijskracht

Rechtbank Overijssel 28 jul 2026, IT 5432; ECLI:NL:RBOVE:2026:4805 (Fitrex tegen [gedaagde]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/elektronische-handtekening-voldoende-betrouwbaar-taxatieovereenkomst-heeft-dwingende-bewijskracht

Rb. Overijssel 28 juli 2026, IT 5432; ECLI:NL:RBOVE:2026:4805 (Fitrex tegen [gedaagde]). Tussen Fitrex en een consument is in geschil of een overeenkomst tot stand is gekomen voor de taxatie van diens woning. De consument betwist dat hij de overeenkomst digitaal heeft ondertekend en stelt dat de taxatiekosten al waren inbegrepen in het bedrag dat hij aan zijn hypotheekadviseur had betaald. De kantonrechter overweegt dat een elektronisch ondertekend geschrift als onderhandse akte dwingende bewijskracht kan hebben wanneer de gebruikte methode van ondertekening, gelet op het doel waarvoor zij is gebruikt en alle overige omstandigheden van het geval, voldoende betrouwbaar is. Fitrex had de contactgegevens van de consument via een bij haar bekende tussenpersoon ontvangen, de overeenkomst naar diens e-mailadres gestuurd en bij de ondertekening onder meer het gebruikte e-mailadres, IP-adres, de datum en het tijdstip geregistreerd. Gelet op deze werkwijze en het doel van de overeenkomst – een eenmalige taxatie tegen een vooraf bepaalde vaste prijs – acht de kantonrechter de ondertekenmethode voldoende betrouwbaar. De overeenkomst heeft daarom tussen partijen dwingende bewijskracht van hetgeen daarin is vastgelegd, behoudens tegenbewijs. De consument heeft geen tegenbewijs geleverd of aangeboden en heeft bovendien bevestigd dat het geregistreerde e-mailadres bij hem in gebruik is. De kantonrechter concludeert dat een overeenkomst tussen Fitrex en de consument tot stand is gekomen en dat de consument € 645 voor de taxatie moet betalen. Dat hij mogelijk met zijn hypotheekadviseur had afgesproken dat de taxatiekosten in diens vergoeding waren inbegrepen, maakt dit niet anders, omdat Fitrex juridisch buiten die afspraak staat.

IT 5426

Onjuiste kosteninschatting softwareproject leidt tot vernietiging wegens dwaling

Rechtbank Gelderland 15 apr 2026, IT 5426; ECLI:NL:RBGEL:2026:2973 (Growrs tegen Rhodos), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/onjuiste-kosteninschatting-softwareproject-leidt-tot-vernietiging-wegens-dwaling

Rb. Gelderland 15 april 2026, IT 5426; ECLI:NL:RBGEL:2026:2973 (Growrs tegen Rhodos). Rhodos schakelde softwarebedrijf Growrs in om een eerder door het failliete Addaptive begonnen webshop- en ERP-project voort te zetten. De overeenkomst zag aanvankelijk op de webshop en op de onderdelen van het ERP-systeem die daarvoor nodig waren. Growrs gaf vooraf twee concrete kosteninschattingen: eerst € 35.000 tot € 50.000 en vervolgens in de overeenkomst € 39.000 met een marge van ± 25%. Daarbij was bepaald dat de uren op nacalculatie zouden worden afgerekend en dat de oplevertermijn een best effort-karakter had. Tijdens de uitvoering bleek dat het door Addaptive verrichte werk veel minder bruikbaar was dan Growrs bij het sluiten van de overeenkomst had aangenomen. Het project werd daardoor aanzienlijk duurder: Growrs declareerde uiteindelijk € 185.843,75 exclusief btw, waarvan Rhodos € 93.875 exclusief btw betaalde. De rechtbank oordeelt dat Rhodos bij het sluiten van de overeenkomst heeft gedwaald. Growrs ging toen zelf uit van de onjuiste feitelijke veronderstelling dat op het bestaande werk kon worden voortgebouwd en dat de werkzaamheden binnen de genoemde kostenbandbreedte konden worden uitgevoerd, en heeft die veronderstelling door haar concrete prijsindicaties aan Rhodos overgebracht. Achteraf verklaarde Growrs dat volledig opnieuw beginnen ongeveer € 80.000 tot € 100.000 zou hebben gekost en nog steeds aanzienlijk goedkoper zou zijn geweest dan de daadwerkelijk gevolgde werkwijze.

IT 5422

Schadeclaim na cryptoverlies strandt omdat contractspartij Green Sky niet is gedagvaard

Rechtbank Den Haag 8 jul 2026, IT 5422; ECLI:NL:RBDHA:2026:19080 ([eiser] tegen gedaagden), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/schadeclaim-na-cryptoverlies-strandt-omdat-contractspartij-green-sky-niet-is-gedagvaard

Rb. Den Haag 8 juli 2026, IT 5422; ECLI:NL:RBDHA:2026:19080 ([eiser] tegen gedaagden). Eiser opende twee Bybit-accounts en sloot op 29 december 2024 een Software as a Service Agreement met Green Sky Capital SRL, een vennootschap naar Costa Ricaans recht. Op grond van die overeenkomst werd software voor algoritmische cryptohandel gebruikt die via API-keys met de handelsaccounts van eiser was verbonden. Eiser stortte 5 Bitcoin en ontving na beëindiging van de dienstverlening 4,35992294 Bitcoin terug. Hij vorderde vervolgens van Oxido, gelieerde vennootschappen en bestuurders vergoeding van 0,64007706 Bitcoin, door hem begroot op € 60.272,77. Volgens eiser was feitelijk sprake van vergunningplichtig individueel vermogensbeheer, was de SaaS-overeenkomst nietig of vernietigbaar wegens strijd met de Wft, dwaling en oneerlijke handelspraktijken en hadden Oxido en haar bestuurders onrechtmatig gehandeld.

IT 5425

SaaS-overeenkomst niet rechtsgeldig vernietigd, ontbonden of opgezegd na vastgelopen softwareproject

Rechtbank Amsterdam 4 mrt 2026, IT 5425; ECLI:NL:RBAMS:2026:7528 (RB tegen [gedaagde]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/saas-overeenkomst-niet-rechtsgeldig-vernietigd-ontbonden-of-opgezegd-na-vastgelopen-softwareproject

Rb. Amsterdam 4 maart 2026, IT 5425; ECLI:NL:RBAMS:2026:7528 (RB tegen [gedaagde]). RB B.V., een parfumonderneming, sloot met [gedaagde] B.V. een overeenkomst voor minimaal twaalf maanden. Hoewel de overeenkomst was aangeduid als een SaaS Agreement, ging het volgens de rechtbank om een combinatie van het beschikbaar stellen van een bestaand SaaS-platform en het ontwikkelen van maatwerkapplicaties, waaronder een website, marketplace, metaverse, NFT-designs en tokenoplossingen. RB zou daarvoor € 9.990 exclusief btw per maand betalen. De samenwerking liep na ongeveer vijf maanden vast. RB stopte uiteindelijk met betalen en stelde dat zij de overeenkomst wegens bedrog en dwaling kon vernietigen. De rechtbank volgt dat niet. De gedragingen waarop RB haar beroep op bedrog grotendeels baseerde, hadden plaatsgevonden ná het sluiten van de overeenkomst en konden haar dus niet tot het aangaan daarvan hebben bewogen. Ook het beroep op vermeende nepreviews slaagt niet, omdat de reviews onder de eigen namen van de oprichters en bestuurders van [gedaagde] waren geplaatst en RB wist wie zij waren. Van dwaling is evenmin sprake. Latere interne WhatsApp-berichten, waarin onder meer over het “maximaal melken” van maandelijkse inkomsten werd gesproken, tonen volgens de rechtbank niet aan dat [gedaagde] bij het sluiten van de overeenkomst al die intentie had. Ook is niet gebleken dat [gedaagde] destijds onvoldoende expertise had om het project uit te voeren. De overeenkomst is daarom niet rechtsgeldig wegens bedrog of dwaling vernietigd.