DOSSIERS
Alle dossiers

Contracten  

IT 5258

Uitspraak ingezonden door Remi van Mansfeld, Kennedy van der Laan.

Geen fatale termijn in agile-ontwikkeling: geen verzuim bij vertraagde oplevering app

Rechtbank Amsterdam 22 apr 2026, IT 5258; ECLI:NL:RBAMS:2026:3930 ([eiser] tegen DTT), https://itenrecht.nl/artikelen/geen-fatale-termijn-in-agile-ontwikkeling-geen-verzuim-bij-vertraagde-oplevering-app

Rb. Amsterdam 22 april 2026, IT5258; ECLI:NL:RBAMS:2026:3930 ([eiser] tegen DTT). In deze zaak stond een conflict centraal tussen [eiser], opdrachtgever en een softwareontwikkelaar (DTT) over de ontwikkeling van een nieuwe mobiele app en het onderhoud van bestaande native apps. De opdrachtgever stelde dat de ontwikkelaar toerekenbaar tekort was geschoten door het niet tijdig opleveren van de app, het overschrijden van de begrote kosten en het niet nakomen van een toezegging om de app kosteloos af te maken. Daarnaast werd gesteld dat ook het onderhoud van de bestaande apps ondeugdelijk was uitgevoerd.

IT 5242

Geen aandelen, wel loon: opdrachtnemer krijgt €302.500 voor softwarewerkzaamheden

Rechtbank Amsterdam 12 mrt 2026, IT 5242; ECLI:NL:RBAMS:2025:1620 (Cimico tegen GLT), https://itenrecht.nl/artikelen/geen-aandelen-wel-loon-opdrachtnemer-krijgt-302-500-voor-softwarewerkzaamheden

Rb. Amsterdam 12 maart 2026, IT 5242; ECLI:NL:RBAMS:2025:1620 (Cimico tegen GLT). In deze zaak vordert Cimico betaling voor werkzaamheden die zij gedurende ruim drie jaar heeft verricht voor softwarebedrijf GLT. Partijen hadden gesproken over beloning in de vorm van een aandelenbelang, maar daarover is nooit overeenstemming bereikt. Cimico stelt daarom recht te hebben op een redelijk loon.

IT 5240

Ook zonder contract aansprakelijk: echtgenoot moet energierekening betalen ondanks echtscheiding

Rechtbank Rotterdam 12 mrt 2026, IT 5240; ECLI:NL:RBROT:2026:2522 (e-Energy Europe B.V. tegen [gedaagde]), https://itenrecht.nl/artikelen/ook-zonder-contract-aansprakelijk-echtgenoot-moet-energierekening-betalen-ondanks-echtscheiding

Rb. Rotterdam 12 maart 2026, IT 5240; ECLI:NL:RBROT:2026:2522 (e-Energy tegen [gedaagde]). In deze zaak vordert energieleverancier e-Energy betaling van een openstaande energierekening. De overeenkomst was alleen gesloten door de (aanstaande) ex-vrouw van gedaagde. Gedaagde stelt dat hij niet aansprakelijk is, omdat de huwelijksgemeenschap al was ontbonden door het indienen van een echtscheidingsverzoek.

IT 5239

Gedaagde geen eigenaar dus niet ongerechtvaardigd verrijkt

Rechtbank Amsterdam 27 mrt 2026, IT 5239; ECLI:NL:RBAMS:2026:3313 (Stedin tegen Rebo vastgoed), https://itenrecht.nl/artikelen/gedaagde-geen-eigenaar-dus-niet-ongerechtvaardigd-verrijkt

In deze zaak vordert netbeheerder Stedin betaling van energiekosten die zonder contract zouden zijn geleverd aan een pand. Volgens Stedin is Rebo Vastgoed ongerechtvaardigd verrijkt doordat energie is afgenomen zonder daarvoor te betalen. De kantonrechter wijst de vordering af. Rebo Vastgoed is geen eigenaar van het pand en heeft slechts bemiddelingswerkzaamheden verricht. Het eigendom ligt bij een derde partij, zodat niet kan worden aangenomen dat Rebo Vastgoed is verrijkt door de energieleveranties. Daarmee ontbreekt een grondslag voor aansprakelijkheid uit ongerechtvaardigde verrijking. Stedin wordt als in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten.

IT 5235

Geen toerekenbare tekortkoming bij oplevering webshop; openstaande factuur moet wel worden betaald

Rechtbank Midden-Nederland 29 okt 2025, IT 5235; ECLI:NL:RBMNE:2025:6381 (NAILBAR B.V. tegen [onderneming]), https://itenrecht.nl/artikelen/geen-toerekenbare-tekortkoming-bij-oplevering-webshop-openstaande-factuur-moet-wel-worden-betaald

Rb. Midden-Nederland 29 oktober 2025, IT 5235; ECLI:NL:RBMNE:2025:6381 (Nailbar tegen [onderneming]). De rechtbank oordeelt dat [onderneming] niet toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst met Nailbar B.V. over de bouw van een nieuwe Shopify-webshop. Nailbar voerde aan dat de webshop te laat was opgeleverd, dat data onvolledig waren overgezet, dat prijzen niet juist werden weergegeven, dat een B2B-functie ontbrak en dat de Google-positie van de oude webshop niet was behouden. De rechtbank maakt daarbij een belangrijk onderscheid. Alleen ten aanzien van de opleverdatum staat een tekortkoming vast: partijen hadden afgesproken dat de webshop op 14 december 2023 live zou gaan, maar dat gebeurde pas in april 2024. Die tekortkoming kan [onderneming] echter volgens de rechtbank niet worden toegerekend, omdat het geautomatiseerd overzetten van de data onmogelijk bleek door fouten in de oude webshop van Nailbar. Gelet op de overeengekomen prijs van € 2.999 exclusief btw, de omvang van de oude webshop met ruim 4.000 artikelen, het bericht van TNA dat dit soort Shopify-sets normaliter grotendeels standaardwerk betrof, en het feit dat Nailbar vervolgens zelf is begonnen met het controleren en corrigeren van data in een Excelbestand, mocht Nailbar redelijkerwijs niet verwachten dat [onderneming] alle foutieve data handmatig zou controleren, corrigeren en binnen enkele weken zou overzetten. Ook bestond volgens de rechtbank geen onderzoeksplicht voor [onderneming] om vóór het sluiten van de overeenkomst de oude webshop op zulke fouten te onderzoeken.

IT 5234

Aanbestedingen softwarelicenties en dienstverlening moeten worden gestaakt wegens disproportionele voorwaarden

Rechtbank Den Haag 23 dec 2025, IT 5234; ECLI:NL:RBDHA:2025:27115 (Protinus tegen de Staat, met SoftwareONE als tussenkomende partij en Dustin aan de kant van Protinus), https://itenrecht.nl/artikelen/aanbestedingen-softwarelicenties-en-dienstverlening-moeten-worden-gestaakt-wegens-disproportionele-voorwaarden

Rb. Den Haag 23 december 2025, IT 5234; ECLI:NL:RBDHA:2025:27115 (Protinus tegen de Staat). De voorzieningenrechter van de rechtbank oordeelt dat de Staat de aanbestedingsprocedures EAP2025 MJenV en EAP2025 MinDef moet staken en gestaakt houden totdat de aanbestedingsvoorwaarden zodanig zijn gewijzigd dat niet langer sprake is van disproportionele voorwaarden en de procedures ook overigens aan de geldende wet- en regelgeving voldoen. Het geschil speelde in het bijzonder rond perceel 2, waarop Protinus, Dustin, SoftwareONE en Computacenter hadden ingeschreven en dat ziet op standaardprogrammatuur van andere vendoren dan Microsoft en daaraan gerelateerde dienstverlening. De voorzieningenrechter stelt voorop dat de aanbestedende dienst weliswaar vrijheid heeft bij het inrichten van de aanbesteding, maar dat die vrijheid wordt begrensd door onder meer artikel 1.10 Aw 2012, de Gids Proportionaliteit en de algemene beginselen van het aanbestedingsrecht. Vervolgens volgt de voorzieningenrechter de resellers in hun uitleg van de aanbestedingsstukken: de Staat vraagt in wezen een sublicentiemodel uit, waarbij de reseller zelf een licentie van de vendor moet verkrijgen en vervolgens aan de deelnemer een sublicentie verstrekt. De Staat heeft echter onvoldoende met deugdelijk marktonderzoek onderbouwd dat vendoren bereid zijn aan dat model mee te werken. Daartegenover hebben Protinus en SoftwareONE verklaringen van tientallen vendoren overgelegd waaruit juist blijkt dat veel vendoren niet bereid zijn sublicentiëring toe te staan. Daarom moet er voorshands van worden uitgegaan dat een aanzienlijk deel van de vendoren niet aan het uitgevraagde model wil meewerken, zodat resellers na inschrijving in beginsel mogelijk niet kunnen leveren waartoe zij gehouden zullen zijn. Dat maakt de uitvraag in haar huidige vorm disproportioneel.

IT 5233

Geen ontbinding van licentie- en implementatieovereenkomsten, wel rechtsgeldige opzegging

Rechtbank Overijssel 16 apr 2026, IT 5233; ECLI:NL:RBOVE:2025:2459 (MST tegen Solix), https://itenrecht.nl/artikelen/geen-ontbinding-van-licentie-en-implementatieovereenkomsten-wel-rechtsgeldige-opzegging

Rb. Overijssel 16 april 2025, IT 5233; ECLI:NL:RBOVE:2025:2459 (MST tegen Solix). De rechtbank oordeelt dat MST de drie met Solix gesloten overeenkomsten, een softwarelicentieovereenkomst, SOW I voor installatie en configuratie en SOW II voor inrichting en datamigratie, niet rechtsgeldig buitengerechtelijk heeft ontbonden per 1 februari 2022. Volgens de rechtbank zijn in SOW I en SOW II geen fatale termijnen overeengekomen: de in SOW I genoemde “2 Weeks Remote QuickStart Services” is daarvoor onvoldoende, terwijl in SOW II juist uitdrukkelijk is vermeld dat de genoemde data slechts illustratief zijn en geen bindende einddata vormen. Ook de in de offerteaanvraag genoemde Go-Live-datum van 3 december 2021 is niet als contractuele fatale termijn overeengekomen. De overige door MST gestelde tekortkomingen leiden evenmin tot ontbinding. Dat Solix vertraging en gebrekkige communicatie deels heeft erkend, betekent volgens de rechtbank niet dat sprake is van een tekortkoming van voldoende gewicht om ontbinding te rechtvaardigen, mede omdat sprake was van een gezamenlijk project, MST de door Solix genoemde oorzaken van vertraging aan haar zijde niet afdoende heeft weerlegd, de door MST gestelde extra kosten en technische onkunde onvoldoende zijn onderbouwd en Solix bovendien een plan van aanpak had gepresenteerd om het project af te ronden. Ook ontbreekt verzuim, omdat geen ingebrekestelling is verzonden en uit de omstandigheden niet volgt dat Solix niet meer zou nakomen of dat nakoming blijvend of tijdelijk onmogelijk was. De rechtbank wijst daarom zowel de primaire als de subsidiaire ontbindingsvorderingen af.

IT 5232

Softwareontwikkelopdracht tussentijds geëindigd: geen tekortkoming, wel nadere beoordeling redelijk loon ex art. 7:411 BW

Rechtbank Midden-Nederland 15 jan 2025, IT 5232; ECLI:NL:RBMNE:2025:84 ([eiseres] tegen [gedaagde]), https://itenrecht.nl/artikelen/softwareontwikkelopdracht-tussentijds-geeindigd-geen-tekortkoming-wel-nadere-beoordeling-redelijk-loon-ex-art-7-411-bw

Rb. Midden-Nederland 15 januari 2025, IT 5232; ECLI:NL:RBMNE:2025:84 ([eiseres] tegen [gedaagde]). De rechtbank stelt voorop dat tussen partijen een overeenkomst van opdracht gold voor de ontwikkeling van de applicatie One Invoice, en dat niet is komen vast te staan dat de later toegezonden aangepaste offerte van 19 oktober 2022 door [eiseres] is aanvaard; daarom blijft de oorspronkelijke opdrachtbevestiging maatgevend. De rechtbank verwerpt vervolgens de primaire grondslag van [eiseres] dat [gedaagde] toerekenbaar is tekortgeschoten. Niet is bewezen dat een betaversie in januari 2022 moest zijn opgeleverd, en voor zover van vertraging sprake was, hing die samen met de ziekte van ontwikkelaar [A], waarvoor [eiseres] destijds begrip had getoond. Ook het door [eiseres] ingebrachte ICT-rapport levert geen bewijs van tekortkoming op: de daarin gestelde vragen zien op wat is opgeleverd, de bruikbaarheid daarvan voor een derde en de economische waarde ervan, maar niet op de juridisch beslissende maatstaf of [gedaagde] heeft gehandeld zoals van een redelijk bekwaam en redelijk handelend opdrachtnemer mag worden verwacht. Verder geldt dat partijen een vaste prijs waren overeengekomen en géén afspraken hadden gemaakt over concrete tussenstadia van het werk of de opeisbaarheid van delen van die prijs; daarom kan een eventuele discrepantie tussen de economische waarde van het tussenresultaat en het reeds betaalde bedrag op zichzelf geen tekortkoming opleveren. De door [eiseres] ingeroepen buitengerechtelijke ontbinding is dus ten onrechte ingeroepen, en ook haar omzettingsverklaring ex art. 6:87 BW blijft zonder rechtsgevolg.

IT 5227

Rb. Oost-Brabant zet een streep door ChatGPT-analyse als bewijs in een civiele procedure

Rechtbank Oost-Brabant 8 apr 2026, IT 5227; ECLI:NLRBOBR:2026:2232 ((AIH tegen UMS)), https://itenrecht.nl/artikelen/rb-oost-brabant-zet-een-streep-door-chatgpt-analyse-als-bewijs-in-een-civiele-procedure

Rb. Oost-Brabant 8 april 2026, IT 5227; ECLI:NLRBOBR:2026:2232 (AIH tegen UMS). De rechtbank Oost-Brabant heeft zich in een betalingsgeschil expliciet uitgesproken over de rol van ChatGPT als onderbouwing van juridische stellingen. In de procedure beriep gedaagde UMS zich in belangrijke mate op een door ChatGPT gegenereerde analyse om te betogen dat een door eiseres AIH opgesteld businessplan inhoudelijk tekortschiet en betaling daarom mocht worden opgeschort. De rechtbank kent aan deze analyse echter geen waarde toe. Doorslaggevend is dat de totstandkoming van de ChatGPT-output onvoldoende inzichtelijk is gemaakt. Zo kon de gebruikte prompt niet worden gereconstrueerd en was onduidelijk welke instellingen zijn gebruikt. Daarnaast bleek dat ChatGPT niet was gevoed met de definitieve versie van het businessplan, maar met een eerdere conceptversie zonder bijlagen. Ook was niet uitgesloten dat processtukken in de input waren verwerkt, terwijl de output wel stellige juridische conclusies bevatte over de rechtmatigheid van opschorting en betalingsweigering.

IT 5222

Hof van Justitie EU verduidelijkt consumentenbegrip bij gemengde energiecontracten

HvJ EU 8 mei 2025, IT 5222; ECLI:EU:C:2025:325 (I. SA tegen S. J.), https://itenrecht.nl/artikelen/hof-van-justitie-eu-verduidelijkt-consumentenbegrip-bij-gemengde-energiecontracten

Hof van Justitie EU 8 mei 2026, RB 4002; IT 5222; ECLI:EU:C:2025:325 (I. SA tegen S. J.). In deze zaak stond de vraag centraal of een landbouwer, die een elektriciteitscontract met vaste looptijd had gesloten voor zowel zijn boerderij als zijn privéwoning, als 'consument' kon worden aangemerkt onder Richtlijn 93/13. De landbouwer had het contract voortijdig opgezegd, waarna de leverancier een contractuele boete van ruim € 1.100 vorderde. De nationale rechter twijfelde over de status van de landbouwer bij deze 'gemengde overeenkomst', mede omdat het contract expliciet vermeldde dat het voor niet-consumenten bestemd was. Daarnaast rees de vraag of de Poolse energiewet, die boetes bij voortijdige opzegging toestaat, wel verenigbaar is met de Europese regels voor de elektriciteitsmarkt (Richtlijn 2009/72), die een hoog niveau van consumentenbescherming en het recht op kosteloze leverancierswisseling voorschrijven.