Streamingabonnement als dienst: herroepingsrecht en vergoeding bij video‑on‑demand
Conclusie A-G 26 februari 2026, IT&R 5130; ECLI:EU:C:2026:115 (Sky Österreich Fernsehen GmbH tegen Verein für Konsumenteninformation). De zaak C‑234/25 betreft een geschil tussen een Oostenrijkse aanbieder van een streamingdienst (Sky Österreich Fernsehen) en een consument over de vraag of een abonnement op een video‑on‑demand‑/streamingdienst moet worden gekwalificeerd als “digitale inhoud” of als een “dienst” in de zin van de Richtlijn consumentenrechten 2011/83/EU, en wat daarvan de gevolgen zijn voor het herroepingsrecht en de eventuele vergoeding bij uitoefening daarvan. Feitelijk gaat het om een consument die een streamingabonnement heeft afgesloten voor toegang tot audiovisuele content, waarbij hij binnen de herroepingstermijn gebruik heeft gemaakt van zijn herroepingsrecht, terwijl de dienst al (volledig en doorlopend) beschikbaar was gesteld; de handelaar stelde zich op het standpunt dat sprake was van “digitale inhoud” en dat, gelet op de aanvang en (nagenoeg) volledige uitvoering van de prestatie, het herroepingsrecht was komen te vervallen en/of dat de consument een vergoeding verschuldigd was voor de reeds genoten toegang. Het Oberste Gerichtshof heeft de behandeling geschorst en een prejudiciële vraag aan het Hof van Justitie gesteld over de kwalificatie van een dergelijke streamingdienst en over de wijze waarop artikel 14, lid 3, en artikel 16, onder m), van Richtlijn 2011/83 moeten worden uitgelegd in dit soort situaties. In de kern is de vordering van de consument erop gericht om kosteloze ontbinding (herroeping) en terugbetaling van de gedane betalingen te verkrijgen, terwijl de handelaar juist vergoeding voor de reeds verleende prestatie en/of bevestiging van het verval van het herroepingsrecht nastreeft.