DOSSIERS
Alle dossiers

Contracten  

IT 5378

Consumenten ontbinden overeenkomst voor internet, televisie en mobiele telefonie rechtsgeldig; geen waardevergoeding wegens oneerlijke handelspraktijk

Rechtbank Amsterdam 28 mei 2026,, IT 5378; ECLI:NL:RBAMS:2026:5546 ([eisers] tegen [gedaagde]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/consumenten-ontbinden-overeenkomst-voor-internet-televisie-en-mobiele-telefonie-rechtsgeldig-geen-waardevergoeding-wegens-oneerlijke-handelspraktijk

Rb. Amsterdam 28 mei 2026, IT 5378; ECLI:NL:RBAMS:2026:5546 ([eisers] tegen [gedaagde]). Twee consumenten sloten tijdens een huisbezoek met een ICT-dienstverlener een overeenkomst voor een pakket bestaande uit internet, televisie en twee mobiele aansluitingen. Omdat de overeenkomst buiten de verkoopruimte was gesloten, moest de handelaar vóór het sluiten daarvan op duidelijke en begrijpelijke wijze informatie verstrekken over onder meer het recht van ontbinding, de voorwaarden en termijn daarvoor en de wijze waarop dit recht kon worden uitgeoefend. In de overeenkomst was hierover niets opgenomen. De handelaar kon bovendien niet aantonen dat hij deze informatie mondeling had verstrekt of dat de consumenten vóór het sluiten van de overeenkomst de algemene voorwaarden hadden kunnen raadplegen. De wettelijke ontbindingstermijn van veertien dagen werd daarom op grond van artikel 6:230o lid 2 BW met twaalf maanden verlengd. De consumenten hadden de overeenkomst op 22 november 2022, achttien dagen nadat zij was gesloten, rechtsgeldig ontbonden. De kantonrechter kwam daardoor niet meer toe aan hun beroep op vernietiging van de overeenkomst.

IT 5369

Nederlandse rechter bevoegd in geschil over aankoop en beheer van bitcoins

Rechtbank Gelderland 1 jul 2026,, IT 5369; ECLI:NL:RBGEL:2026:5452 (Deck Holding tegen [de gedaagde in de hoofdzaak]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/nederlandse-rechter-bevoegd-in-geschil-over-aankoop-en-beheer-van-bitcoins

Rb. Gelderland 1 juli 2026, IT 5369; ECLI:NL:RBGEL:2026:5452 (Deck Holding tegen [de gedaagde in de hoofdzaak]). Deck Holding vordert in de hoofdzaak betaling van een bedrag ter waarde van 7,80 bitcoins en verlangt dat de gedaagde rekening en verantwoording aflegt over de wijze waarop hij deze bitcoins voor haar zou hebben aangekocht, belegd en beheerd. Deck Holding stelt dat zij tussen 31 januari en 6 februari 2023 in totaal € 230.000 aan de gedaagde heeft overgemaakt om voor haar in bitcoins te beleggen. Toen zij later om overdracht van de bitcoins vroeg, zou de gedaagde daaraan geen gehoor hebben gegeven. Volgens Deck Holding bleken bovendien door hem verstrekte financiële overzichten vervalst en bestaat de mogelijkheid dat de bitcoins nooit zijn aangekocht, zijn verduisterd of zijn verkocht waarna de opbrengst is behouden. De gedaagde vordert in een bevoegdheidsincident dat de rechtbank zich internationaal onbevoegd verklaart. Hij stelt dat de rechter in Dubai of Zwitserland bevoegd is en beroept zich onder meer op een forumkeuzebeding in zijn arbeidsovereenkomst met een in Dubai gevestigde onderneming.

IT 5370

CBOX mocht overeenkomst niet op grond van opt-outregeling beëindigen

Rechtbank Amsterdam 24 jun 2026,, IT 5370; ECLI:NL:RBAMS:2026:6649 (DNZ tegen CBOX), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/cbox-mocht-overeenkomst-niet-op-grond-van-opt-outregeling-beeindigen

Rb. Amsterdam 24 juni 2026, IT 5370; ECLI:NL:RBAMS:2026:6649 (DNZ tegen CBOX). De Nieuwe Zaak Ecommerce (DNZ) en CBOX sluiten een overeenkomst van opdracht voor de implementatie van een BigCommerce-platform. De offerte vermeldt een totale projectinvestering van € 144.500 exclusief btw. Op verzoek van CBOX nemen partijen een opt-outregeling op. Wanneer tijdens de Discoveryfase blijkt dat de investering voor de realisatiefase meer dan 20% afwijkt van het voorstel, moeten partijen overleggen over het vervolg. Alleen wanneer zij geen passende oplossing vinden, behoort beëindiging van de samenwerking tot de mogelijkheden. Na de Discoveryfase presenteert DNZ een geraamde projectinvestering van € 162.500. CBOX deelt vervolgens mee de samenwerking niet te willen voortzetten. DNZ stelt dat CBOX daardoor tekortschiet, ontbindt de overeenkomst buitengerechtelijk en vordert schadevergoeding. CBOX betoogt dat partijen na de Discoveryfase een algemeen go/no-go-moment waren overeengekomen en vordert in reconventie vergoeding van haar eigen schade.

IT 5355

Geen aansprakelijkheid van bestuurders en groepsvennootschappen voor onverhaalbare boetevordering

Rechtbank Den Haag 27 mei 2026,, IT 5355; ECLI:NL:RBDHA:2026:14022 (Talisman tegen Lemontree c.s.), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/geen-aansprakelijkheid-van-bestuurders-en-groepsvennootschappen-voor-onverhaalbare-boetevordering

Rb. Den Haag 27 mei 2026, IT 5355; ECLI:NL:RBDHA:2026:14022 (Talisman tegen Lemontree c.s.). Talisman Software B.V. en Lemontree Interim Solutions B.V. (LIS) hadden een mantelovereenkomst gesloten voor het ter beschikking stellen van arbeidskrachten voor ICT-diensten. In strijd met het daarin opgenomen exclusiviteitsbeding leende LIS een via Talisman ingezette arbeidskracht zonder toestemming rechtstreeks uit aan een klant. LIS werd daarom bij vonnis van 14 februari 2024 veroordeeld tot betaling van € 193.000 aan contractuele boetes, vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten. Nadat de bedrijfsactiviteiten van LIS waren beëindigd en tot liquidatie was besloten, stelde Talisman Lemontree Holding B.V., Lemontree B.V., de indirect bestuurder en een gevolmachtigde aansprakelijk voor het niet kunnen verhalen van haar vordering. Volgens Talisman hadden zij toegelaten dat LIS haar contractuele verplichtingen schond, LIS bewust leeggehaald of betalingsonmacht gecreëerd, een op Lemontree Holding als moedervennootschap rustende zorgplicht geschonden en misbruik gemaakt van het identiteitsverschil tussen LIS en Lemontree B.V.

IT 5357

Online kansspelovereenkomst zonder vergunning niet nietig op grond van art. 3:40 BW

Hoge Raad 3 jul 2026,, IT 5357; ECLI:NL:HR:2026:1159 (Prejudiciële vragen aan de Hoge Raad), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/online-kansspelovereenkomst-zonder-vergunning-niet-nietig-op-grond-van-art-3-40-bw

Prejudiciële vragen aan de Hoge Raad 3 juli 2026, IT 5357; ECLI:NL:HR:2026:1159 ([deelnemers] tegen TSG en Electraworks). De Hoge Raad beantwoordt prejudiciële vragen van de rechtbank Amsterdam en de rechtbank Noord-Holland over de civiele geldigheid van overeenkomsten met aanbieders van online kansspelen zonder Nederlandse vergunning. In de onderliggende procedures vorderen twee deelnemers terugbetaling van hun gokverliezen van respectievelijk TSG, aanbieder van PokerStars, en Electraworks, exploitant van onder meer partycasino.com. Beide aanbieders beschikten niet over een vergunning op grond van de Wet op de kansspelen (Wok) om in Nederland online kansspelen aan te bieden. De deelnemers stellen dat de kansspelovereenkomsten nietig of vernietigbaar zijn wegens strijd met art. 1 lid 1 onder a Wok en art. 3:40 BW. De prejudiciële vragen zien in de kern op de vraag of het zonder vergunning aanbieden van online kansspelen meebrengt dat de met deelnemers gesloten overeenkomsten civielrechtelijk nietig of vernietigbaar zijn, en of deelnemers hun verloren inzetten daarom als onverschuldigd betaald kunnen terugvorderen.

IT 5356

Ziggo-overeenkomst rechtsgeldig vernietigd wegens schending informatieplichten en misleidende omissie

Rechtbank Midden-Nederland 17 jun 2026,, IT 5356; ECLI:NL:RBMNE:2026:3796 ([eiser] tegen [gedaagde]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/ziggo-overeenkomst-rechtsgeldig-vernietigd-wegens-schending-informatieplichten-en-misleidende-omissie

Rb. Midden-Nederland 17 juni 2026, RB 4050; IT 5356; ECLI:NL:RBMNE:2026:3796 ([eiser] tegen [gedaagde]). Een bewoner sprak met zijn buurman af dat deze een Ziggo-abonnement voor internet en televisie voor hem zou afsluiten, waarvoor hij maandelijks € 92,50 betaalde. De kantonrechter merkt de buurman aan als handelaar, omdat het zakelijke abonnement was afgesloten op naam van zijn eenmanszaak, waarvan de activiteiten mede bestonden uit IT-dienstverlening, en hij naast de abonnementskosten kosten voor het inboeken en btw doorberekende. Dat de afspraak tussen buren was gemaakt, doet daaraan niet af. Omdat de overeenkomst buiten de verkoopruimte tot stand was gekomen, moest de handelaar vooraf duidelijke en begrijpelijke informatie verstrekken over onder meer de prijs en de wijze van betaling en de overeenkomst vervolgens op papier of, met toestemming, op een andere duurzame gegevensdrager bevestigen. Hij kon niet bewijzen dat hij aan deze verplichtingen had voldaan. Ook had hij onvoldoende duidelijk gemaakt dat het abonnement een looptijd van 36 maanden had, hoe het maandbedrag was samengesteld en dat hij een commercieel oogmerk had. Het weglaten of onduidelijk verstrekken van deze essentiële informatie vormt volgens de kantonrechter een misleidende omissie en daarmee een oneerlijke handelspraktijk.

IT 5342

Rb. Zeeland-West-Brabant: inspanningsverplichting online marketing leidt niet tot garantie op betere vindbaarheid

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 7 jul 2026,, IT 5342; ECLI:NL:RBZWB:2026:5145 (PlantBezorgd tegen RB-Media), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/rb-zeeland-west-brabant-inspanningsverplichting-online-marketing-leidt-niet-tot-garantie-op-betere-vindbaarheid

Rb. Zeeland-West-Brabant 3 juni 2026, IT 5342; ECLI:NL:RBZWB:2026:5145 (PlantBezorgd tegen RB-Media). In deze zaak tussen PlantBezorgd en RB-Media staat de vraag centraal of RB-Media bij de uitvoering van een overeenkomst van opdracht voor online marketingwerkzaamheden is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen en haar zorg- en informatieplicht heeft geschonden. PlantBezorgd stelt dat RB-Media gedurende langere tijd nauwelijks werkzaamheden heeft verricht, waardoor de online vindbaarheid van haar webshop sterk is afgenomen en schade is ontstaan. De rechtbank oordeelt dat PlantBezorgd haar verwijten onvoldoende heeft onderbouwd en wijst alle vorderingen af. PlantBezorgd exploiteert een webshop voor planten en aanverwante artikelen en heeft RB-Media in 2022 ingeschakeld om haar online vindbaarheid te verbeteren. Partijen kwamen overeen dat RB-Media vanaf 2023 maandelijks 24 uur zou besteden aan online marketingwerkzaamheden, verdeeld over Google Ads (SEA), zoekmachineoptimalisatie (SEO), conversieoptimalisatie (CRO) en werkzaamheden voor een specifieke campagne. Daarbij was uitdrukkelijk afgesproken dat de uren flexibel konden worden ingezet wanneer ontwikkelingen in de markt daartoe aanleiding gaven. Nadat PlantBezorgd begin 2025 door een derde was gewezen op een volgens haar sterk afgenomen SEO-vindbaarheid, zegde zij de overeenkomst op en stelde zij RB-Media aansprakelijk voor de gestelde schade. Volgens PlantBezorgd had RB-Media de overeengekomen werkzaamheden feitelijk niet uitgevoerd. Zij voerde aan dat uit de wijzigingsgeschiedenis van het Google Ads-account bleek dat nauwelijks SEA-werkzaamheden waren verricht, dat via de Wayback Machine nauwelijks SEO-aanpassingen aan de website zichtbaar waren en dat vrijwel geen CRO-werkzaamheden waren uitgevoerd. Daarnaast stelde PlantBezorgd dat RB-Media haar onvoldoende had geïnformeerd over de teruglopende online vindbaarheid en haar als deskundige had moeten waarschuwen voor de tegenvallende resultaten. Zij vorderde onder meer terugbetaling van betaalde facturen, vergoeding van gederfde winst, extra marketingkosten en onderzoekskosten. RB-Media betwistte dat zij haar verplichtingen niet was nagekomen. Volgens haar gold slechts een inspanningsverplichting en niet een resultaatverplichting, omdat de online vindbaarheid afhankelijk is van talrijke factoren die grotendeels buiten haar invloedssfeer liggen, zoals algoritme-updates van Google en de technische prestaties van de website. Verder stelde RB-Media dat de overeengekomen uren wel degelijk waren besteed, onder meer aan werkzaamheden die niet zichtbaar worden in de wijzigingsgeschiedenis van Google Ads, zoals data-analyses, feedmanagement, strategieontwikkeling en werkzaamheden met externe tools.

IT 5314

Opzegvergoeding energiecontract blijft in stand: digitale overdracht algemene voorwaarden voldoende

Rechtbank Oost-Brabant 27 mei 2026,, IT 5314; ECLI:N:RBOBR:2026:3623 (Clean Energy tegen [gedaagde]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/opzegvergoeding-energiecontract-blijft-in-stand-digitale-overdracht-algemene-voorwaarden-voldoende

Rb. Oost-Brabant 27 mei 2026, IT&Recht 5314; ECLI:N:RBOBR:2026:3623 (Clean Energy tegen [gedaagde]). In deze zaak staat de vraag centraal of [gedaagde] een opzegvergoeding verschuldigd is wegens het voortijdig beëindigen van een driejarig zakelijk energiecontract met Clean Energy. Daarnaast is de vraag of de op de overeenkomst toepasselijke algemene voorwaarden en contractvoorwaarden rechtsgeldig van toepassing zijn verklaard en of het daarin opgenomen opzegbeding vernietigbaar is op grond van artikel 6:233 BW en artikel 6:234 BW. Nu [gedaagde] als kleinzakelijke partij optreedt, beoordeelt de rechtbank zijn beroep op vernietiging van de algemene voorwaarden inhoudelijk. Tussen Clean Energy en [gedaagde] is op 14 november 2022 een zakelijke overeenkomst gesloten voor de levering van gas en elektriciteit aan het bedrijfsadres van [gedaagde]. De overeenkomst heeft een looptijd van drie jaar, van 1 december 2022 tot 1 januari 2026, tegen vaste tarieven. [gedaagde] kampt vrijwel vanaf het begin met betalingsachterstanden. Op 16 januari 2024 stelt Clean Energy een eindafrekening over 2023 op van € 14.358,20, die onbetaald blijft. Vervolgens stapt [gedaagde] per 15 april 2024 over naar een andere energieleverancier, waardoor de overeenkomst voortijdig eindigt. De eindafrekening over 2024 bedraagt uiteindelijk € 19.335,16, waarvan € 13.465,36 ziet op een opzegvergoeding. Ook deze factuur blijft onbetaald. De rechtbank stelt vast dat [gedaagde] tijdens de looptijd van de overeenkomst is overgestapt naar een andere energieleverancier. Daarmee is de overeenkomst met Clean Energy voortijdig beëindigd. Het standpunt van [gedaagde] dat een overstap niet automatisch tot beëindiging van de overeenkomst leidt, volgt de rechtbank niet. [gedaagde] heeft immers niet weersproken dat hij niet gelijktijdig meerdere energieleveranciers op dezelfde aansluiting kon hebben. Vervolgens beoordeelt de rechtbank of de algemene voorwaarden en contractvoorwaarden van toepassing zijn. Clean Energy heeft uitvoerig toegelicht dat de overeenkomst tot stand is gekomen via het digitale verkoopsysteem Salesdock, waarbij [gedaagde] tijdens het offerteproces expliciet akkoord moest gaan met de toepasselijkheid van de voorwaarden voordat de offerte kon worden geaccepteerd. De voorwaarden waren gedurende het proces via hyperlinks beschikbaar, konden worden opgeslagen als pdf en werden na acceptatie nogmaals per e-mail toegezonden. Ter ondersteuning heeft Clean Energy een verklaring overgelegd van de betrokken tussenpersoon en schermafbeeldingen van het systeem.

IT 5307

Reclameovereenkomst kansspelpromotie: voorinvesteringen zonder terugbetalingsplicht, maar geen aanspraak op resterende termijnen

Rechtbank Amsterdam 27 mei 2026,, IT 5307; ECLI:NL:RBAMS:2026:5703 (Sagevas tegen FC Afkicken), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/reclameovereenkomst-kansspelpromotie-voorinvesteringen-zonder-terugbetalingsplicht-maar-geen-aanspraak-op-resterende-termijnen

Rb. Amsterdam 27 mei 2026, IEF 23618; RB 4022; IT 5307; ECLI:NL:RBAMS:2026:5703 (Sagevas tegen FC Afkicken). De Rechtbank Amsterdam oordeelt in deze zaak over de afwikkeling van een exclusieve samenwerkingsovereenkomst tussen Sagevas, exploitant van kansspelaanbieder betFIRST, en sportmediaproducent FC Afkicken. Op grond van die overeenkomst zou FC Afkicken betFIRST exclusief promoten in haar sportmedia, maar de samenwerking is feitelijk niet uitgevoerd nadat gewijzigde wet- en regelgeving voor kansspelreclame de beoogde promotie bemoeilijkte. Sagevas had inmiddels € 420.000 aan FC Afkicken betaald en vorderde terugbetaling, primair omdat de overeenkomst volgens haar rechtsgeldig was ontbonden en de betalingen slechts voorschotten waren op nog te verrichten diensten. Daarnaast stelde Sagevas dat FC Afkicken de exclusiviteitsverplichting had geschonden en daarom een contractuele vergoeding van € 25.000 verschuldigd was. FC Afkicken voerde daartegen aan dat de betalingen geen voorschotten waren, maar voorinvesteringen in de groei van haar kanalen en onderneming, en vorderde in reconventie nog € 150.000 op basis van een niet-ondertekend addendum waarin de totale pre-payment zou zijn verhoogd naar € 570.000. De rechtbank acht zich bevoegd op grond van de forumkeuze voor de Rechtbank Amsterdam en past Nederlands recht toe op basis van de rechtskeuze in de overeenkomst; ook de subsidiaire grondslag van ongerechtvaardigde verrijking wordt wegens nauwe samenhang met de overeenkomst naar Nederlands recht beoordeeld.

IT 5305

Geen ontbinding van softwarelicentieovereenkomst: licentiegever niet verantwoordelijk voor mislukte implementatie door derde

Rechtbank Midden-Nederland 29 apr 2026,, IT 5305; ECLI:NL:RBMNE:2026:3082 ([eiseres] tegen [gedaagde sub 1] en [handelsnaam]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/geen-ontbinding-van-softwarelicentieovereenkomst-licentiegever-niet-verantwoordelijk-voor-mislukte-implementatie-door-derde

Rb. Midden-Nederland 29 april 2026, IT&R 5305; ECLI:NL:RBMNE:2026:3082 ([eiseres] tegen [gedaagde sub 1] en [handelsnaam]). De Rechtbank Midden-Nederland wijst de vorderingen van een zakelijke afnemer van softwarelicenties af, omdat de licentiegever niet is tekortgeschoten in de nakoming van de licentieovereenkomst. Partijen hadden op 22 december 2023 een overeenkomst gesloten voor de afname van twintig softwarelicenties voor een looptijd van vijf jaar, van 1 februari 2024 tot en met 31 januari 2029. Voor de implementatie van de software had de afnemer daarnaast een afzonderlijke overeenkomst gesloten met een implementatiepartner. Die implementatie duurde lang en mislukte uiteindelijk, waarna de afnemer nooit met de software is gaan werken en de licentieovereenkomst buitengerechtelijk ontbond. De rechtbank oordeelt echter uitsluitend over de verhouding tussen de afnemer en de licentiegever, omdat zij zich eerder onbevoegd had verklaard ten aanzien van het geschil met de implementatiepartner. Uit de licentieovereenkomst volgde volgens de rechtbank alleen dat de licentiegever toegang tot de software moest verschaffen. Onvoldoende was onderbouwd dat de licentiegever daarnaast verantwoordelijk was voor de implementatie, voor het handelen van de implementatiepartner of voor een functionerend eindresultaat binnen de bedrijfsprocessen van de afnemer. Dat de licentiegever de implementatiepartner had aangedragen, maakt dat niet anders, omdat de afnemer twee afzonderlijke overeenkomsten met twee verschillende partijen had gesloten en als zakelijke partij, bijgestaan door een ervaren projectmanager, het verschil tussen licentieverlening en implementatie had moeten begrijpen.