Rechtbank Amsterdam 20 aug 2025, IT 5308; ECLI:NL:RBAMS:2025:11465 ((CF Holdings tegen Frontyrion en [gedaagde 2])), https://itenrecht.nl/artikelen/fraudeverlies-van-ruim-een-miljoen-euro-blijft-voor-rekening-van-onderneming-tussenpersoon-niet-aansprakelijk
Rb. Amsterdam 20 augustus 2025, IT&Recht 5308; ECLI:NLRBAMS:2025:11465 (CF Holdings tegen Frontyrion en [gedaagde 2]). De Rechtbank Amsterdam heeft geoordeeld dat betalingsbemiddelaar Frontyrion niet aansprakelijk is voor de schade die CF Holdings heeft geleden als gevolg van factuurfraude via een gehackt e-mailaccount. Volgens de rechtbank trad Frontyrion uitsluitend op als tussenpersoon tussen CF Holdings en betaaldienstverlener Currencycloud en rustte op haar geen verplichting om betaalopdrachten inhoudelijk te controleren of frauduleuze transacties te detecteren. Ook de bestuurder van Frontyrion kan geen persoonlijk ernstig verwijt worden gemaakt. Alle vorderingen van CF Holdings worden afgewezen. CF Holdings, een dochtermaatschappij van een Indiase producent van verpakkings- en industriële folies, maakte sinds 2021 gebruik van de diensten van Frontyrion voor betalingen aan haar Duitse logistieke partner Soli-Trans. Frontyrion hield zich volgens het handelsregister bezig met het aanbieden van online platformen en aanverwante diensten en werkte daarbij samen met betaaldienstverlener Currencycloud, die het daadwerkelijke betaalplatform exploiteerde. In augustus en september 2023 werd een e-mailaccount van een medewerker van administratiekantoor Valuecent gehackt. Vanuit dat account werden aan CF Holdings meerdere valse betaalinstructies gestuurd. Eerst werd een Pools bankrekeningnummer doorgegeven dat zogenaamd aan Soli-Trans toebehoorde. Nadat twee betalingen naar dat rekeningnummer door de Poolse bank waren teruggestort, volgde een nieuw bericht met een Portugees bankrekeningnummer. Vervolgens voerde CF Holdings meerdere betalingen uit op basis van deels bestaande en deels verzonnen facturen. Uiteindelijk werd in totaal € 1.063.762,91 overgemaakt naar een rekening van een onbekende derde. De fraude kwam pas op 28 september 2023 aan het licht. Nadat de fraude was ontdekt, verzocht CF Holdings Frontyrion om de betalingen terug te halen en de ontvangende bank te laten overgaan tot bevriezing van de rekening. Frontyrion schakelde daarop Currencycloud in, die via het SWIFT-netwerk zogenoemde recall-verzoeken deed. Deze pogingen om de gelden terug te halen hadden echter geen succes. CF Holdings stelde daarop Frontyrion en een van haar bestuurders aansprakelijk. Primair werd schadevergoeding gevorderd op grond van onrechtmatige daad en subsidiair wegens wanprestatie. Volgens CF Holdings was Frontyrion feitelijk een betaaldienstverlener die haar werkzaamheden had uitbesteed aan Currencycloud. Frontyrion zou verschillende waarschuwingssignalen hebben gemist, onvoldoende onderzoek hebben verricht naar mislukte betalingen en zich na ontdekking van de fraude onvoldoende hebben ingespannen om de gelden terug te halen. Daarnaast vorderde CF Holdings vergoeding van de kosten van een forensisch onderzoek. De rechtbank stelt voorop dat voor de beoordeling bepalend is welke taken Frontyrion op grond van de tussen partijen gesloten overeenkomst had en welke rol zij daadwerkelijk vervulde. Daarbij gaat de rechtbank uit van de zogenoemde Frontyrion Service Agreement. Dat deze overeenkomst niet was ondertekend, doet daar volgens de rechtbank niet aan af, omdat CF Holdings niet heeft toegelicht welke andere afspraken partijen zouden hebben gemaakt. Uit die overeenkomst volgt volgens de rechtbank dat Frontyrion uitsluitend optrad als business introducer voor betaaldienstverleners. Cliënten moesten afzonderlijk een overeenkomst sluiten met de betaaldienstverlener zelf. Frontyrion verrichtte geen betaaldiensten in eigen naam, maar hield zich bezig met onboarding, eerstelijns klantenservice en ondersteuning van de dienstverlening door de betaaldienstverlener. Vaststaat dat Currencycloud de betaaldiensten uitvoerde en over de vereiste vergunning beschikte. De stelling van CF Holdings dat Frontyrion zelf als betaaldienstverlener moet worden aangemerkt, wordt daarom verworpen. Ook het beroep op verplichtingen uit de Wet op het financieel toezicht en de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme slaagt niet. Volgens de rechtbank strekken deze toezichtsnormen niet tot bescherming van een individuele rekeninghouder tegen schade als gevolg van factuurfraude zoals hier aan de orde. Verder overweegt de rechtbank dat de dienstverlening van Frontyrion zich beperkte tot onboarding en communicatie tussen CF Holdings en Currencycloud.