DOSSIERS
Alle dossiers

Internet  

IT 5433

Aanwijzing Messenger als kernplatformdienst blijft in stand, Marketplace-aanwijzing nietig

Overige instanties 3 aug 2026,, IT 5433; ECLI:EU:T:2026:357 (Meta Platforms tegen de Europese Commissie), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/aanwijzing-messenger-als-kernplatformdienst-blijft-in-stand-marketplace-aanwijzing-nietig

Gerecht EU 3 juni 2026, IT 5433; ECLI:EU:T:2026:357 (Meta Platforms tegen de Europese Commissie). In deze zaak verzoekt Meta Platforms om gedeeltelijke nietigverklaring van het besluit van de Europese Commissie van 5 september 2023 waarbij zij op grond van artikel 3 van Verordening (EU) 2022/1925, de Digital Markets Act (DMA), als poortwachter is aangewezen. De Commissie merkt onder meer Facebook aan als onlinesocialenetwerkdienst met Messenger als daarvan onderscheiden nummeronafhankelijke interpersoonlijke communicatiedienst en Marketplace als afzonderlijke onlinetussenhandelsdienst. Volgens de Commissie vormen Messenger en Marketplace zelfstandige kernplatformdiensten en zijn de kwantitatieve drempels van artikel 3 lid 2 DMA bereikt, zodat wordt vermoed dat deze diensten voor zakelijke gebruikers een belangrijke toegangspoort tot eindgebruikers vormen. Meta bestrijdt de aanwijzing voor Messenger en Marketplace. Ten aanzien van Messenger stelt zij onder meer dat deze dienst slechts een geïntegreerde functionaliteit van Facebook vormt en dat de Commissie ten onrechte heeft aangenomen dat Messenger afzonderlijk de gebruikersdrempel bereikt en een belangrijke toegangspoort vormt. 

IT 5429

Taakstraf voor computervredebreuk, gebruik gestolen inloggegevens en bezit van cybercrimehulpmiddelen

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 26 jun 2026,, IT 5429; ECLI:NL:RBZWB:2026:5595 (Openbaar Ministerie tegen [verdachte]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/taakstraf-voor-computervredebreuk-gebruik-gestolen-inloggegevens-en-bezit-van-cybercrimehulpmiddelen

Rb. Zeeland-West-Brabant 26 juni 2026, IT 5429; ECLI:NL:RBZWB:2026:5595 (Openbaar Ministerie tegen [verdachte]). In twee gevoegde strafzaken werd verdachte vervolgd voor meerdere cyberdelicten. Hij had onder meer 41 zip-bestanden met niet-openbare inloggegevens en systeeminformatie van derden verworven en voorhanden gehad, terwijl hij wist dat deze door misdrijf waren verkregen. Ook had hij via Genesis Marketplace ongeveer 71 bots aangeschaft: met malware geïnfecteerde computers of servers met onder meer gebruikersnamen, wachtwoorden, browsercookies en browser fingerprints waarmee toegang tot geautomatiseerde werken kon worden verkregen. Daarnaast drong hij met onrechtmatig verkregen inloggegevens binnen in een Videoland-account en in de internetbankieromgeving van een klant van Argenta Bank. Bij die bankrekening probeerde hij geldbedragen weg te nemen en veranderde hij gegevens in de internetbankieromgeving, onder meer door een telefoonnummer te verwijderen en een ander telefoonnummer te vermelden. Verder had hij APK-bestanden die als kwaadaardige software waren geclassificeerd en een phishingwebsite voorhanden met het oogmerk daarmee cyberdelicten te plegen. Verdachte bekende deze feiten. De rechtbank acht onder meer het verwerven en voorhanden hebben van door misdrijf verkregen niet-openbare gegevens, het verwerven van cybercrimehulpmiddelen en toegangscodes, computervredebreuk, poging tot diefstal door middel van een valse sleutel en het opzettelijk en wederrechtelijk veranderen van gegevens wettig en overtuigend bewezen. Van het ten laste gelegde wapenbezit wordt hij vrijgesproken.

IT 5434

Werkelijke advocaatkosten toegewezen na overdracht domeinnaam tijdens kort geding

Rechtbank Limburg 14 jul 2026,, IT 5434; ECLI:NL:RBLIM:2026:6960 ([eiseres] tegen [gedaagde]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/werkelijke-advocaatkosten-toegewezen-na-overdracht-domeinnaam-tijdens-kort-geding

Rb. Limburg 14 juli 2026, IEF 23747; IT 5434; ECLI:NL:RBLIM:2026:6960 ([eiseres] tegen [gedaagde]). In deze zaak oordeelt de voorzieningenrechter over de proceskosten nadat [eiseres] haar oorspronkelijke inhoudelijke vorderingen heeft ingetrokken. [gedaagde] is de voormalige partner van [eiseres] en heeft in het verleden werkzaamheden verricht ten behoeve van de onderneming van [eiseres], waaronder het bouwen en beheren van haar website. [gedaagde] heeft op enig moment de feitelijke controle over de domeinnaam, website, hostingomgeving en zakelijke e-mailomgeving van [eiseres] naar zich toe getrokken, [eiseres] de toegang daartoe ontzegd en vervolgens haar website offline gehaald. [eiseres] vordert oorspronkelijk, naast vergoeding van de werkelijk gemaakte proceskosten, onder meer dat [gedaagde] wordt bevolen de controle over en toegang tot de domeinnaam, website, hostingomgeving en zakelijke e-mailomgeving aan haar terug te geven en de daarvoor noodzakelijke medewerking te verlenen, op straffe van een dwangsom. Nadat de procedure aanhangig is gemaakt, herstelt [gedaagde] op 28 juni 2026 de toegang tot de zakelijke mailbox en zet hij de website weer online. Op 29 juni 2026 draagt hij ook de domeinnaam aan [eiseres] over. [eiseres] trekt daarop haar inhoudelijke vorderingen in, zodat uitsluitend haar vordering tot vergoeding van de werkelijk gemaakte proceskosten resteert. [gedaagde] verschijnt niet in de procedure.

IT 5423

Voorzieningenrechter verbiedt fake Google-recensies en beschuldigingen van seksueel grensoverschrijdend gedrag

Rechtbank Amsterdam 10 aug 2020,, IT 5423; ECLI:NL:RBAMS:2020:4894 ([eiseres] tegen [gedaagde 1] en [gedaagde 2]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/voorzieningenrechter-verbiedt-fake-google-recensies-en-beschuldigingen-van-seksueel-grensoverschrijdend-gedrag

Rb. Amsterdam 8 oktober 2020, IT 5423; ECLI:NL:RBAMS:2020:4894 ([eiseres] tegen [gedaagde 1] en [gedaagde 2]). Eiseres exploiteert een praktijk voor colonhydrotherapie en kreeg in maart 2020 een relatie met een man die zij eerder als cliënt had behandeld. Nadat diens echtgenote achter de relatie kwam en de man de relatie beëindigde, dienden gedaagden klachten tegen eiseres in bij de BATC en de IGJ. In juni en juli 2020 verschenen vervolgens negen negatieve éénsterrenrecensies over haar praktijk op Google. Gedaagden erkenden dat één recensie van de echtgenote afkomstig was en stelden dat de overige recensies door familie en vrienden waren geplaatst. De voorzieningenrechter acht van belang dat deze familieleden en vrienden zelf niet bij eiseres onder behandeling waren geweest en kwalificeert de recensies daarom als fake-recensies. Als gedaagden de overige recensies niet zelf hebben geplaatst, hebben zij er volgens de voorzieningenrechter in ieder geval de hand in gehad dat familie en vrienden deze ongeveer gelijktijdig plaatsten en later in twee tranches weer verwijderden. Daarmee hadden zij voldoende regie over de recensies om hun te kunnen gebieden dergelijke uitingen in de toekomst achterwege te laten. De voorzieningenrechter acht bovendien voldoende aannemelijk dat gedaagden eerder bij de praktijk van eiseres waren verschenen, waarbij was gedreigd haar praktijk via internet “helemaal kapot” te maken, en dat de man later onder valse voorwendselen opnieuw bij haar praktijk verscheen om haar te bewegen het kort geding in te trekken.

IT 5430

CWO en HISWA maken onrechtmatig gebruik van software en databank door KNWV onvoldoende aannemelijk

Rechtbank Midden-Nederland 30 jun 2026,, IT 5430; ECLI:NL:RBMNE:2026:4185 (CWO en Hiswa tegen KNWV en [handelsnaam]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/cwo-en-hiswa-maken-onrechtmatig-gebruik-van-software-en-databank-door-knwv-onvoldoende-aannemelijk

Rb. Midden-Nederland 30 juni 2026, IEF 23744; IT 5430; ECLI:NL:RBMNE:2026:4185 (CWO en Hiswa tegen KNWV en [handelsnaam]). CWO, HISWA en KNWV werkten jarenlang samen aan een uniform systeem voor watersportopleidingen en -diploma’s. Nadat binnen CWO een impasse was ontstaan, beëindigde KNWV in 2025 de samenwerking en bracht zij haar opleidingen onder bij de Watersport Academy, waarbij gebruik werd gemaakt van de door NWD ontwikkelde diplomalijn. CWO en HISWA stelden dat KNWV en de ontwikkelaar [handelsnaam] daarbij onrechtmatig handelden, onder meer door gebruik te maken van het voor CWO ontwikkelde softwareprogramma en de CWO-database. Zij beriepen zich op een exclusief gebruiksrecht en een non-concurrentiebeding uit overeenkomsten met [handelsnaam]. De voorzieningenrechter acht echter onvoldoende aannemelijk dat die bedingen daadwerkelijk tussen partijen zijn overeengekomen. De overgelegde overeenkomsten waren concepten, waren niet ondertekend en uit latere correspondentie bleek dat partijen daarover nog onderhandelden. CWO en HISWA kunnen nakoming daarvan daarom niet afdwingen. Ook het beroep op het databankenrecht leidt niet tot een verbod. KNWV betwistte niet dat zij de CWO-database eenmalig had gekopieerd, maar voor een verboden opvraging of hergebruik is volgens de voorzieningenrechter van belang of daardoor schade kan ontstaan aan de investering van de producent in de databank. CWO en HISWA maakten onvoldoende aannemelijk dat deze eenmalige kopie hun financiële terugverdiencapaciteit aantastte. Daardoor kan in het midden blijven of sprake is van een beschermde databank en of KNWV, gelet op haar investering van € 150.000, daarvan mogelijk medeproducent is.

IT 5422

Schadeclaim na cryptoverlies strandt omdat contractspartij Green Sky niet is gedagvaard

Rechtbank Den Haag 8 jul 2026,, IT 5422; ECLI:NL:RBDHA:2026:19080 ([eiser] tegen gedaagden), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/schadeclaim-na-cryptoverlies-strandt-omdat-contractspartij-green-sky-niet-is-gedagvaard

Rb. Den Haag 8 juli 2026, IT 5422; ECLI:NL:RBDHA:2026:19080 ([eiser] tegen gedaagden). Eiser opende twee Bybit-accounts en sloot op 29 december 2024 een Software as a Service Agreement met Green Sky Capital SRL, een vennootschap naar Costa Ricaans recht. Op grond van die overeenkomst werd software voor algoritmische cryptohandel gebruikt die via API-keys met de handelsaccounts van eiser was verbonden. Eiser stortte 5 Bitcoin en ontving na beëindiging van de dienstverlening 4,35992294 Bitcoin terug. Hij vorderde vervolgens van Oxido, gelieerde vennootschappen en bestuurders vergoeding van 0,64007706 Bitcoin, door hem begroot op € 60.272,77. Volgens eiser was feitelijk sprake van vergunningplichtig individueel vermogensbeheer, was de SaaS-overeenkomst nietig of vernietigbaar wegens strijd met de Wft, dwaling en oneerlijke handelspraktijken en hadden Oxido en haar bestuurders onrechtmatig gehandeld.

IT 5428

Booking moet inzicht geven in eerdere kennis van onjuiste locatiegegevens bij accommodatie

Rechtbank Amsterdam 3 aug 2026,, IT 5428; ECLI:NL:RBAMS:2026:7389 ([verzoeker] tegen Booking), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/booking-moet-inzicht-geven-in-eerdere-kennis-van-onjuiste-locatiegegevens-bij-accommodatie

Rb. Amsterdam 10 juli 2026, RB 4069; ECLI:NL:RBAMS:2026:7389 ([verzoeker] tegen Booking). Via Booking.com werd voor € 2.540 een accommodatie in Griekenland geboekt. In de advertentie stond dat de accommodatie op slechts enkele tientallen meters van Komi Beach lag en op de kaart werd zij direct aan zee weergegeven. Bij aankomst bleek de accommodatie volgens de boekers op aanzienlijke afstand van het strand en in een afgelegen gebied te liggen. Na annulering werd slechts € 132 terugbetaald. De aanspraken van de boeker en de betaler zijn vervolgens gecedeerd aan de verzoeker, die in de Europese procedure voor geringe vorderingen betaling van het resterende bedrag van € 2.408 vordert. Hij stelt dat de advertentie misleidend was en beroept zich op een oneerlijke handelspraktijk, dwaling en non-conformiteit. De kantonrechter acht de Nederlandse rechter bevoegd omdat Booking in Amsterdam is gevestigd. Op grond van de rechtskeuze in de algemene voorwaarden is Nederlands recht van toepassing, zonder dat de consument de bescherming verliest die hij aan dwingend Spaans recht ontleent.
 

IT 5421

Gebruik van ChatGPT kan vertrouwelijkheid van verschoningsgerechtigde informatie doorbreken

Rechtbank Rotterdam 11 aug 2026,, IT 5421; ECLI:NL:RBROT:2026:9319 (rechter-commissaris tegen [verdachte]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/gebruik-van-chatgpt-kan-vertrouwelijkheid-van-verschoningsgerechtigde-informatie-doorbreken

Rb. Rotterdam 12 juni 2026, IT 5421; ECLI:NL:RBROT:2026:9319 (rechter-commissaris tegen [verdachte]). In een strafrechtelijk onderzoek waren meerdere digitale gegevensdragers in beslag genomen. Omdat daarop mogelijk informatie stond die onder het verschoningsrecht viel, liet de rechter-commissaris de gegevens voorafgaand aan vrijgave aan het onderzoeksteam filteren. Tijdens die controle werd een ChatGPT-gesprek aangetroffen waarin de beslagene via een prompt een reactie liet opstellen die kennelijk was bestemd voor een verschoningsgerechtigde. In de door ChatGPT gegenereerde tekst werd ook de naam van een verschoningsgerechtigde genoemd. De rechter-commissaris stelt voorop dat aan het verschoningsrecht het belang ten grondslag ligt dat iemand zich vrijelijk en zonder vrees voor openbaarmaking van vertrouwelijke informatie tot bepaalde beroepsbeoefenaren moet kunnen wenden voor bijstand en advies.

IT 5415

Uitspraak ingezonden door Hans Bousie, &bousie.

Geen auteursrecht op functionele websiteteksten, wel verbod op nep reviews

Gerechtshof Amsterdam 4 aug 2026,, IT 5415; 200.343.772/01 (Fixiq Legal tegen Bonnetje c.s.), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/geen-auteursrecht-op-functionele-websiteteksten-wel-verbod-op-nep-reviews

Hof Amsterdam 4 augustus 2026, IEF 23738; RB 4075; IT 5415; 200.343.772/01 (Fixiq Legal tegen Bonnetje c.s.). In deze zaak tussen Fixiq Legal en Bonnetje c.s. staat een geschil over websites en apps voor het aanvechten van verkeersboetes centraal. Nadat gesprekken over een mogelijke samenwerking waren stukgelopen, lanceerde Bonnetje een eigen website en app. Fixiq Legal stelde dat Bonnetje auteursrechtelijk beschermde teksten had overgenomen en misleidende handelspraktijken toepaste door onder meer nep reviews te plaatsen. Anders dan de kantonrechter oordeelt het hof dat de teksten op de testwebsite van Bonnetje openbaar waren gemaakt. De URL was via sociale media gedeeld en de website was, zij het met enige moeite, toegankelijk voor derden. Dat de openbaarmaking mogelijk niet was beoogd, maakt dat niet anders. Van auteursrechtinbreuk is volgens het hof echter geen sprake. Het format en de opbouw van de website zijn te zeer door functionaliteit bepaald. Ook de teksten van de Q&A, het doorloopproces en het machtigingsformulier zijn overwegend functioneel, technisch en juridisch van aard. Zij dragen geen waarneembaar persoonlijk stempel en voldoen daarom niet aan de werktoets.

IT 5393

Artikel geschreven door Stefaan Meuwissen, Knowledge Lawyer I.P. bij Hogan Lovells International LLP.

AI roept nieuwe vragen op in domeinnaamgeschillen

Stefaan Meuwissen, 21 juli 2026

Generatieve AI kan binnen enkele seconden een professioneel ogende UDRP-klacht of reactie opstellen, compleet met ogenschijnlijk relevante rechtsleer, gestructureerde juridische argumenten en verwijzingen naar zaken. Dat heeft een voordeel: het kan de praktische drempels voor deelname verlagen en ertoe leiden dat meer verweerders inhoudelijk reageren in plaats van verstek te laten gaan, en door AI ondersteunde reacties zouden uiteindelijk eerder regel dan uitzondering kunnen worden. Er is echter ook een keerzijde. De vloeiendheid en schijnbare autoriteit van door AI gegenereerde tekst kunnen ernstige zwaktes verhullen,waaronder verzonnen gezaghebbende bronnen, onjuiste citaten, irrelevante juridische analyses en feitelijke stellingen waarvoor geen gelijktijdig bestaand bewijs beschikbaar is. AI verandert ook het bewijs waarop partijen zich beroepen. Zoekresultaten, website-inhoud, bedrijfsplannen en waarderingen van domeinnamen kunnen inmiddels allemaal door AI worden gegenereerd. In sommige gevallen maakt het door AI gegenereerde materiaal zelf deel uit van het betwiste gedrag, bijvoorbeeld een website die vrijwel volledig door een geautomatiseerd hulpmiddel is gebouwd en die volgens een partij kwade trouw zou aantonen. Voor advocaten en panelleden is de praktische vraag voortaan zelden of AI is gebruikt. De vraag is of het resulterende stuk of bewijs nauwkeurig, relevant, verifieerbaar en voldoende is om vast te stellen wat de UDRP daadwerkelijk vereist.