DOSSIERS
Alle dossiers

Internet  

IT 5493

Rechtbank: voormalig vrijwilligster moet beheerdersrechten Facebookpagina overdragen

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 10 jul 2026, IT 5493; ECLI:NL:RBZWB:2026:7232 ([eiser] tegen [gedaagde]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/rechtbank-voormalig-vrijwilligster-moet-beheerdersrechten-facebookpagina-overdragen

Rb. Zeeland-West-Brabant 10 juli 2026, IT 5493; ECLI:NL:RBZWB:2026:7232 ([eiser] tegen [gedaagde]). De voorzieningenrechter oordeelt dat een voormalig vrijwilligster de beheerdersrechten van een Facebookpagina aan de eisende organisatie moet overdragen. De vrijwilligster beheerde de pagina tijdens de samenwerking, maar weigerde na beëindiging daarvan de beheerdersrechten, waaronder de inlogcodes, te verstrekken omdat zij zich op het standpunt stelde rechthebbende op de Facebookpagina te zijn. De voorzieningenrechter acht voldoende spoedeisend belang aanwezig. De betreffende pagina heeft ongeveer 41.000 volgers en de organisatie heeft met verklaringen van donateurs voldoende onderbouwd dat het ontbreken van toegang tot de pagina gevolgen heeft voor de donaties. Voor de beantwoording van de vraag aan wie de beheerdersrechten toekomen, is volgens de voorzieningenrechter niet doorslaggevend wie volgens Facebook over die beheerdersrechten beschikt.

IT 5482

Onderzoek aan telefoons zonder toestemming rechter-commissaris levert vormverzuim op zonder strafvermindering

Rechtbank Den Haag 28 jul 2026, IT 5482; ECLI:NL:RBDHA:2026:2127 (het Openbaar Ministerie tegen [verdachte]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/onderzoek-aan-telefoons-zonder-toestemming-rechter-commissaris-levert-vormverzuim-op-zonder-strafvermindering

Rb. Den Haag 28 juli 2026, IT 5482; ECLI:NL:RBDHA:2026:2127 (het Openbaar Ministerie tegen [verdachte]). In deze strafzaak wordt [verdachte] vervolgd voor zijn betrokkenheid bij twaalf gevallen van bankhelpdeskfraude, ten laste gelegd als medeplegen van oplichting, computervredebreuk en gekwalificeerde diefstal, en voor witwassen. De slachtoffers, veelal personen op leeftijd, werden gebeld door iemand die zich voordeed als bankmedewerker. Zij werden onder meer bewogen om het programma AnyDesk te installeren, inloggegevens voor hun internetbankieren af te geven en bankpassen en pincodes aan koeriers mee te geven. [verdachte] vervulde binnen het samenwerkingsverband verschillende rollen als koerier, pinner en chauffeur. 

IT 5476

Contractuele klachttermijn van 30 dagen staat beroep op gebreken in fitnessapp in de weg

Rechtbank Amsterdam 8 jul 2026, IT 5476; ECLI:NL:RBAMS:2026:7178 ([eiser] tegen [gedaagde]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/contractuele-klachttermijn-van-30-dagen-staat-beroep-op-gebreken-in-fitnessapp-in-de-weg

Rb. Amsterdam 8 juli 2026, IT 5476; ECLI:NL:RBAMS:2026:7178 ([eiser] tegen [gedaagde]). De vraag die in deze zaak centraal staat, is of [gedaagde] de openstaande facturen voor de ontwikkeling van een fitnessapp moet betalen, ondanks zijn stelling dat de app gebrekkig is en [eiser] hem bij het sluiten van de overeenkomst heeft misleid over zijn expertise. Partijen sloten op 22 juni 2024 een overeenkomst van opdracht voor de ontwikkeling van de app. De overeengekomen prijs bedroeg € 40.000 exclusief btw, waarop [eiser] een korting van € 10.000 gaf in ruil voor 10% van de aandelen in de onderneming van [gedaagde]. De helft van de prijs werd vooraf betaald en de andere helft was bij oplevering verschuldigd. De overeenkomst bevatte daarnaast een klachttermijn van 30 dagen. De app werd in december 2024 in gebruik genomen en [gedaagde] liet op 14 januari 2025 weten dat [eiser] de tweede factuur kon sturen. Die factuur bleef onbetaald. Nadat de aandelenoverdracht uitbleef, bracht [eiser] ook het eerder verleende kortingsbedrag in rekening en vorderde hij in totaal € 30.250. [gedaagde] stelde daartegenover dat de app niet aan de afgesproken functionaliteiten voldeed en dat [eiser] zich ten onrechte als specialist in generatieve kunstmatige intelligentie en ervaren softwareontwikkelaar had gepresenteerd. Hij vorderde daarom ontbinding of vernietiging van de overeenkomst, terugbetaling van € 18.150 en schadevergoeding. 

IT 5474

Uploadpoging van bedrijfsbestanden naar Gemini rechtvaardigt ontslag op staande voet

Rechtbank Amsterdam 9 jun 2026, IT 5474; ECLI:NL:RBAMS:2026:8257 ([verzoeker] tegen FMC Separation Systems), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/uploadpoging-van-bedrijfsbestanden-naar-gemini-rechtvaardigt-ontslag-op-staande-voet

Rb. Amsterdam 9 juni 2026, IT 5474; ECLI:NL:RBAMS:2026:8257 ([verzoeker] tegen FMC Separation Systems). Deze zaak gaat over de vraag of FMC [verzoeker], een senior directeur binnen de organisatie, rechtsgeldig op staande voet heeft ontslagen nadat uit intern onderzoek bleek dat hij meerdere bedrijfsbestanden naar zijn privé-e-mailadres had gestuurd en had geprobeerd de inhoud van zijn zakelijke computer naar Gemini, de AI-dienst van Google, te uploaden. De arbeidsovereenkomst en de Code of Business Conduct Policy van FMC verboden dit. De gedragingen vonden plaats terwijl partijen onderhandelden over beëindiging van het dienstverband. [verzoeker] verzoekt de kantonrechter het ontslag op staande voet te vernietigen en maakt daarnaast aanspraak op vergoedingen. 

IT 5475

Geen herstel van Meta-accounts in kort geding vanwege gebrek aan spoedeisend belang en noodzaak tot nader onderzoek

Rechtbank Oost-Brabant 14 jul 2026, IT 5475; ECLI:NL:RBOBR:2026:5057 ([eiser] tegen Meta), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/geen-herstel-van-meta-accounts-in-kort-geding-vanwege-gebrek-aan-spoedeisend-belang-en-noodzaak-tot-nader-onderzoek

Rb. Oost-Brabant 14 juli 2026, IT 5475; ECLI:NL:RBOBR:2026:5057 ([eiser] tegen Meta). In deze zaak vordert [eiser] in kort geding dat Meta hem opnieuw toegang geeft tot zijn accounts op Instagram, Facebook, Messenger en Threads, op straffe van een dwangsom, en een voorschot van € 1.263,50 op zijn schade betaalt. Meta schakelde zijn Instagram-account op 9 juni 2025 uit omdat het account of de activiteiten daarop volgens Meta in strijd waren met haar beleid tegen seksuele uitbuiting, seksueel misbruik en naaktbeelden van kinderen, het CSEAN-beleid. Meta schakelde daarna ook zijn andere accounts uit. [eiser] betwist dat hij kinderpornografisch materiaal bezat of publiceerde en stelt dat Meta de gebruikersovereenkomst onterecht heeft beëindigd, onzorgvuldig heeft gehandeld en hem schade heeft toegebracht. Meta stelt dat [eiser] met haar gebruiksvoorwaarden en beleidsregels heeft ingestemd en dat de uitschakeling van de accounts gerechtvaardigd was om overtredingen van het CSEAN-beleid te sanctioneren en verplaatsing van het gedrag naar andere Meta-platforms te voorkomen. De Nederlandse rechter is bevoegd en past Nederlands recht toe. 

IT 5471

IT-dienstverlener moet 80% terugbetalen na vernietiging overeenkomst wegens schending informatieplichten

Rechtbank Amsterdam 6 aug 2026, IT 5471; ECLI:NL:RBAMS:2026:8215 ([eisers] tegen [gedaagde]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/it-dienstverlener-moet-80-terugbetalen-na-vernietiging-overeenkomst-wegens-schending-informatieplichten

Rb. Amsterdam 6 augustus 2026, RB 4114; IT 5471; ECLI:NL:RBAMS:2026:8215 ([eisers] tegen [gedaagde]). In deze zaak vorderen [eisers] terugbetaling van bedragen die zij betaalden voor een IT-dienstverleningsovereenkomst met [gedaagde]. Partijen sloten de overeenkomst in februari 2022 bij [eisers] thuis. Het ging om een abonnement voor 36 maanden van € 99,99 per maand voor IT-gerelateerde diensten. In april 2025 ontvingen [eisers] een brief van Ziggo waaruit bleek dat Ziggo-diensten op hun adres via een onderneming van [gedaagde] werden geleverd, terwijl het die onderneming niet was toegestaan deze diensten door te verkopen of commercieel te exploiteren. [eisers] vernietigden daarop de overeenkomst wegens schending van de precontractuele informatieplichten en misleiding. [gedaagde] betwist de vernietiging en stelt onder meer dat de vordering is verjaard en dat hij bij vernietiging recht heeft op vergoeding voor de IT-diensten die hij gedurende drie jaar heeft geleverd. 

IT 5467

Geen bindende overeenkomst over HPC-systeem ondanks akkoord over BAFO en prijs

Rechtbank Amsterdam 1 mei 2026, IT 5467; ECLI:NL:RBAMS:2026:7754 (Marin tegen Lenovo), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/geen-bindende-overeenkomst-over-hpc-systeem-ondanks-akkoord-over-bafo-en-prijs

Rb. Amsterdam 1 mei 2026, IT 5467; ECLI:NL:RBAMS:2026:7754 (Marin tegen Lenovo). In dit kort geding vordert Marin nakoming van een volgens haar met Lenovo gesloten overeenkomst voor de levering en bouw van een High Performance Computing-systeem (HPC-systeem). Partijen onderhandelden over een systeem dat naast hardware en software ook constructieve werkzaamheden, implementatie en meerjarige dienstverlening en onderhoud omvatte. Volgens Marin bereikten partijen in januari 2026 overeenstemming over de technische specificaties in de BAFO en over de prijs. Daarmee was volgens haar op 21 of 23 januari 2026 een overeenkomst tot stand gekomen, of had zij in ieder geval vóór het verstrijken van de geldigheidsduur van de prijs op 31 januari 2026 een aanbod van Lenovo aanvaard. Subsidiair stelt Marin dat partijen ten minste overeenstemming hadden over de hoofdlijnen en daarom verder moesten onderhandelen over de resterende voorwaarden. Lenovo betwist dat een overeenkomst tot stand kwam. Volgens haar bestond nog geen overeenstemming over onder meer betalingsvoorwaarden, garanties, aansprakelijkheid en de dienstverlening voor de komende jaren.

IT 5451

Google hoeft negatieve reviews over incassobureau niet te verwijderen

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 4 aug 2026, IT 5451; ECLI:NL:GHARL:2026:5138 (Debtt c.s. tegen Google), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/google-hoeft-negatieve-reviews-over-incassobureau-niet-te-verwijderen

Hof Arnhem-Leeuwarden 4 augustus 2026, IT 5451; ECLI:NL:GHARL:2026:5138 (Debtt c.s. tegen Google). Debtt B.V., een incassobureau, en Credit Management B.V., haar enig bestuurder en aandeelhouder, verzoeken Google tien negatieve reviews bij de bedrijfsvermelding van Debtt op Google Search en Google Maps te verwijderen. Google verwijdert vóór de procedure zeven reviews en na de dagvaarding nog één, zodat in hoger beroep nog twee reviews overblijven. Debtt c.s. stellen onder meer dat deze reviews niet echt zijn, onderdeel vormen van een georganiseerde lastercampagne, ongefundeerde strafrechtelijk getinte beschuldigingen bevatten en in strijd zijn met Googles eigen contentmoderatiebeleid. Het hof stelt voorop dat een internetplatform als Google kan worden verplicht door derden geplaatste informatie te verwijderen wanneer de inhoud en bewoordingen daarvan kennelijk onrechtmatig zijn jegens degene die om verwijdering verzoekt. Daarvan kan sprake zijn wanneer een review niet op daadwerkelijke ervaringen berust en/of feitelijk onjuist dan wel onnodig grievend is. Partijen zijn het er bovendien over eens dat het onrechtmatige karakter voor het platform op eenvoudige wijze moet kunnen worden vastgesteld, zonder aanvullend onderzoek naar de feitelijke achtergrond van de review of de relatie tussen recensent en degene over wie wordt geschreven. Bij de beoordeling komt tevens gewicht toe aan het zakelijke en maatschappelijke belang van Google om gebruikers kritische en betrouwbare reviews te laten plaatsen, welk belang nauw samenhangt met de uitingsvrijheid van art. 10 EVRM en art. 7 Grondwet.

IT 5457

Veroordeling voor computervredebreuk en diefstal van Bitcoin en Bitcoin Cash via RDP-toegang

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 3 jul 2026, IT 5457; ECLI:NL:GHARL:2026:4367 (Hoger beroep computervredebreuk), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/veroordeling-voor-computervredebreuk-en-diefstal-van-bitcoin-en-bitcoin-cash-via-rdp-toegang

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 3 juli 2026, IT 5457; ECLI:NL:GHARL:2026:4367 (Hoger beroep computervredebreuk). Deze strafzaak gaat over computervredebreuk en de diefstal van 30 Bitcoin en 30 Bitcoin Cash door een systeembeheerder die op afstand toegang had tot de computer van zijn klant. [verdachte] verrichtte vanuit zijn eenmanszaak gedurende langere tijd systeembeheer voor [benadeelde] en wist uit hoofde daarvan dat deze cryptomunten bezat. In september en oktober 2017 werd via Remote Desktop Protocol (RDP) meermalen op afstand ingelogd op de werkcomputer van [benadeelde], waarna met onrechtmatig verkregen inloggegevens toegang werd verkregen tot diens cryptowallet. Op 2 september 2017 werden 30 Bitcoins ter waarde van € 115.380 weggenomen en op 20 en 23 oktober 2017 in totaal 30 Bitcoin Cash ter waarde van € 4.922. Een gespecialiseerd cybersecuritybedrijf onderzocht de diefstal en legde onder meer verdachte RDP-sessies en blockchaintransacties bloot. Tijdens een gesprek met medewerkers van dit bedrijf bekende [verdachte] verantwoordelijk te zijn voor het wegnemen van de cryptomunten en verklaarde hij hoe hij het wachtwoord van [benadeelde] had achterhaald; diezelfde dag maakte hij € 77.950 en 2,94 Bitcoin aan [benadeelde] over. Ook uit een latere Chainalysis-analyse bleek dat vijf transacties via het cryptowisselplatform Shapeshift.io konden worden herleid van de wallet van [benadeelde] naar accounts van [verdachte], waarna de ontvangen Bitcoins werden omgezet en op zijn bankrekeningen werden uitbetaald. De verdediging verzocht om vrijspraak en betoogde onder meer dat de bekentenis onder druk was afgelegd, niet kon worden vastgesteld dat [verdachte] over de private key beschikte of achter de relevante RDP-sessies zat en dat derden mogelijk door een hack toegang tot de wallet hadden verkregen.

IT 5433

Aanwijzing Messenger als kernplatformdienst blijft in stand, Marketplace-aanwijzing nietig

Overige instanties 3 aug 2026, IT 5433; ECLI:EU:T:2026:357 (Meta Platforms tegen de Europese Commissie), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/aanwijzing-messenger-als-kernplatformdienst-blijft-in-stand-marketplace-aanwijzing-nietig

Gerecht EU 3 juni 2026, IT 5433; ECLI:EU:T:2026:357 (Meta Platforms tegen de Europese Commissie). In deze zaak verzoekt Meta Platforms om gedeeltelijke nietigverklaring van het besluit van de Europese Commissie van 5 september 2023 waarbij zij op grond van artikel 3 van Verordening (EU) 2022/1925, de Digital Markets Act (DMA), als poortwachter is aangewezen. De Commissie merkt onder meer Facebook aan als onlinesocialenetwerkdienst met Messenger als daarvan onderscheiden nummeronafhankelijke interpersoonlijke communicatiedienst en Marketplace als afzonderlijke onlinetussenhandelsdienst. Volgens de Commissie vormen Messenger en Marketplace zelfstandige kernplatformdiensten en zijn de kwantitatieve drempels van artikel 3 lid 2 DMA bereikt, zodat wordt vermoed dat deze diensten voor zakelijke gebruikers een belangrijke toegangspoort tot eindgebruikers vormen. Meta bestrijdt de aanwijzing voor Messenger en Marketplace. Ten aanzien van Messenger stelt zij onder meer dat deze dienst slechts een geïntegreerde functionaliteit van Facebook vormt en dat de Commissie ten onrechte heeft aangenomen dat Messenger afzonderlijk de gebruikersdrempel bereikt en een belangrijke toegangspoort vormt.