DOSSIERS
Alle dossiers

Internet  

IT 5393

Artikel geschreven door Stefaan Meuwissen, Knowledge Lawyer I.P. bij Hogan Lovells International LLP.

AI roept nieuwe vragen op in domeinnaamgeschillen

Stefaan Meuwissen, 21 juli 2026

Generatieve AI kan binnen enkele seconden een professioneel ogende UDRP-klacht of reactie opstellen, compleet met ogenschijnlijk relevante rechtsleer, gestructureerde juridische argumenten en verwijzingen naar zaken. Dat heeft een voordeel: het kan de praktische drempels voor deelname verlagen en ertoe leiden dat meer verweerders inhoudelijk reageren in plaats van verstek te laten gaan, en door AI ondersteunde reacties zouden uiteindelijk eerder regel dan uitzondering kunnen worden. Er is echter ook een keerzijde. De vloeiendheid en schijnbare autoriteit van door AI gegenereerde tekst kunnen ernstige zwaktes verhullen,waaronder verzonnen gezaghebbende bronnen, onjuiste citaten, irrelevante juridische analyses en feitelijke stellingen waarvoor geen gelijktijdig bestaand bewijs beschikbaar is. AI verandert ook het bewijs waarop partijen zich beroepen. Zoekresultaten, website-inhoud, bedrijfsplannen en waarderingen van domeinnamen kunnen inmiddels allemaal door AI worden gegenereerd. In sommige gevallen maakt het door AI gegenereerde materiaal zelf deel uit van het betwiste gedrag, bijvoorbeeld een website die vrijwel volledig door een geautomatiseerd hulpmiddel is gebouwd en die volgens een partij kwade trouw zou aantonen. Voor advocaten en panelleden is de praktische vraag voortaan zelden of AI is gebruikt. De vraag is of het resulterende stuk of bewijs nauwkeurig, relevant, verifieerbaar en voldoende is om vast te stellen wat de UDRP daadwerkelijk vereist.

IT 5388

Kunstenaar is geen consument en moet overeengekomen opzegvergoeding aan kunstbemiddelaar betalen

Rechtbank Amsterdam 3 mei 2019,, IT 5388; ECLI:NL:RBAMS:2019:3022 (Vision tegen [gedaagde]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/kunstenaar-is-geen-consument-en-moet-overeengekomen-opzegvergoeding-aan-kunstbemiddelaar-betalen

Rb. Amsterdam 3 mei 2019, IT 5388; ECLI:NL:RBAMS:2019:3022 (Vision tegen [gedaagde]). Een kunstenares sloot in november 2016 een consignatieovereenkomst met Vision on Art, een Belgische onderneming die bemiddelt bij de verkoop van kunstwerken. Vision zou haar werken via elektronische veilingen en professionele kunstwebsites aanbieden en promoten en ontving bij verkoop een commissie. In de overeenkomst stond dat de kunstenares bij opzegging 10% van de waarde van de nog niet verkochte werken moest betalen wanneer minder dan de helft van de werken was verkocht. Ook Vision kon onder bepaalde omstandigheden een vergelijkbare vergoeding verschuldigd worden wanneer zij de overeenkomst binnen twaalf maanden opzegde. Nadat Vision de aangeleverde foto’s van de kunstwerken online had geplaatst, zegde de kunstenares de overeenkomst in augustus 2017 op. Vision bracht daarop € 4.452,80 aan opzegvergoeding in rekening. De kantonrechter oordeelt dat de kunstenares bij het aangaan van de overeenkomst niet als consument handelde. Beslissend is het doel waarvoor zij de overeenkomst sloot: zij wilde met de verkoop van haar kunstwerken inkomsten verwerven om daarmee uiteindelijk in haar levensonderhoud te voorzien. Daarmee gaat het om een beroepsactiviteit. Dat zij daarmee op dat moment nog onvoldoende verdiende, een bijstandsuitkering ontving of het schilderen een hobbymatig karakter had, maakt dat niet anders.

IT 5377

Vijf Apple App Stores vormen één kernplatformdienst onder DMA

Overige instanties 8 jul 2026,, IT 5377; ECLI:EU:T:2026:451 (Apple tegen Europese Commissie), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/vijf-apple-app-stores-vormen-een-kernplatformdienst-onder-dma

Gerecht EU 8 juli 2026, IT 5377; ECLI:EU:T:2026:451 (Apple tegen Europese Commissie). Het Gerecht behandelt drie voor het arrest gevoegde beroepen van Apple tegen besluiten van de Europese Commissie op grond van de Digital Markets Act (DMA). Apple meldt de Commissie op 3 juli 2023 dat zij de kwantitatieve drempels van art. 3 lid 2 DMA bereikt voor de iOS App Store, het besturingssysteem iOS, de webbrowser Safari en de chatdienst iMessage. Ten aanzien van iMessage betoogt Apple dat deze dienst niet kan worden gekwalificeerd als een nummeronafhankelijke interpersoonlijke communicatiedienst (NI-ICS) en daarmee evenmin als een kernplatformdienst in de zin van de DMA. Subsidiair voert Apple aan dat de omstandigheden waarin iMessage wordt gebruikt meebrengen dat deze dienst geen belangrijke toegangspoort voor zakelijke gebruikers tot eindgebruikers vormt. De Commissie opent daarop een marktonderzoek naar iMessage en wijst Apple bij afzonderlijk besluit aan als poortwachter voor drie kernplatformdiensten: de App Store, iOS en Safari. Na afloop van het marktonderzoek besluit de Commissie Apple niet als poortwachter voor iMessage aan te wijzen, maar kwalificeert zij iMessage wel als NI-ICS en daarmee als kernplatformdienst. Apple stelt tegen deze besluiten drie beroepen tot nietigverklaring in. In zaak T-1079/23 vordert zij nietigverklaring van het besluit tot inleiding van het marktonderzoek en bestrijdt zij de daaraan ten grondslag liggende kwalificatie van iMessage als NI-ICS. In zaak T-1080/23 komt Apple op tegen het aanwijzingsbesluit. Zij voert ten eerste bij wege van exceptie van onwettigheid op grond van art. 277 VWEU aan dat art. 6 lid 7 DMA geen adequate toepassing van het in art. 52 lid 1 Handvest neergelegde evenredigheidsbeginsel waarborgt en onvoldoende bescherming biedt aan grondrechten, in het bijzonder het eigendomsrecht. Volgens Apple moet de bepaling daarom buiten toepassing worden gelaten en moet het aanwijzingsbesluit worden vernietigd voor zover de aanwijzing van iOS haar aan de daarin neergelegde interoperabiliteitsverplichtingen onderwerpt. Ten tweede bestrijdt Apple de beoordeling dat de iOS, iPadOS, watchOS, macOS en tvOS App Stores gezamenlijk één onlinetussenhandelsdienst en één kernplatformdienst vormen. Volgens Apple hebben deze App Stores verschillende doeleinden, worden zij op verschillende apparaten en door zakelijke gebruikers en eindgebruikers op verschillende wijzen gebruikt en moeten zij daarom afzonderlijk worden beoordeeld. In dat geval overschrijdt alleen de iOS App Store de drempels van art. 3 lid 2 DMA. Ten derde stelt Apple dat de Commissie iMessage ten onrechte als NI-ICS heeft gekwalificeerd. In zaak T-214/24 vorderen Apple Inc. en Apple Distribution International Ltd ten slotte nietigverklaring van het besluit tot sluiting van het marktonderzoek, voor zover de Commissie daarin vasthoudt aan de kwalificatie van iMessage als NI-ICS.

IT 5365

Geen hostingvrijstelling bij inhoudelijke beoordeling van YouTube-partnerkanaal met gokreclame

HvJ EU 16 jul 2026,, IT 5365; ECLI:EU:C:2026:592 (AGCOM tegen Google Ireland Ltd), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/geen-hostingvrijstelling-bij-inhoudelijke-beoordeling-van-youtube-partnerkanaal-met-gokreclame

HvJ EU 16 juli 2026, RB 4060; IT 5365; ECLI:EU:C:2026:592 (AGCOM tegen Google Ireland). De Italiaanse toezichthouder AGCOM legt Google een bestuurlijke boete van € 750.000 op wegens video’s op vijf YouTube-kanalen waarin gokwebsites werden gepromoot. Ook beveelt AGCOM Google om 630 video’s en soortgelijke content te verwijderen. De betrokken contentmaker nam deel aan het YouTube Partner Programme, waarbij Google en de maker reclame-inkomsten delen. Het Hof maakt bij de beoordeling van de Richtlijn elektronische handel onderscheid tussen het online maken van reclame voor gokactiviteiten en het hosten van video’s waarin dergelijke reclame voorkomt. De activiteit die bestaat in het online maken van gokreclame is intrinsiek met gokactiviteiten verbonden en valt buiten het toepassingsgebied van de richtlijn. Het online hosten van video’s met gokreclame valt daarentegen wel binnen dat toepassingsgebied, omdat hosting als zodanig niet intrinsiek met gokken is verbonden en in beginsel niet verschilt naargelang de aard van de opgeslagen content.

IT 5378

Consumenten ontbinden overeenkomst voor internet, televisie en mobiele telefonie rechtsgeldig; geen waardevergoeding wegens oneerlijke handelspraktijk

Rechtbank Amsterdam 28 mei 2026,, IT 5378; ECLI:NL:RBAMS:2026:5546 ([eisers] tegen [gedaagde]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/consumenten-ontbinden-overeenkomst-voor-internet-televisie-en-mobiele-telefonie-rechtsgeldig-geen-waardevergoeding-wegens-oneerlijke-handelspraktijk

Rb. Amsterdam 28 mei 2026, IT 5378; ECLI:NL:RBAMS:2026:5546 ([eisers] tegen [gedaagde]). Twee consumenten sloten tijdens een huisbezoek met een ICT-dienstverlener een overeenkomst voor een pakket bestaande uit internet, televisie en twee mobiele aansluitingen. Omdat de overeenkomst buiten de verkoopruimte was gesloten, moest de handelaar vóór het sluiten daarvan op duidelijke en begrijpelijke wijze informatie verstrekken over onder meer het recht van ontbinding, de voorwaarden en termijn daarvoor en de wijze waarop dit recht kon worden uitgeoefend. In de overeenkomst was hierover niets opgenomen. De handelaar kon bovendien niet aantonen dat hij deze informatie mondeling had verstrekt of dat de consumenten vóór het sluiten van de overeenkomst de algemene voorwaarden hadden kunnen raadplegen. De wettelijke ontbindingstermijn van veertien dagen werd daarom op grond van artikel 6:230o lid 2 BW met twaalf maanden verlengd. De consumenten hadden de overeenkomst op 22 november 2022, achttien dagen nadat zij was gesloten, rechtsgeldig ontbonden. De kantonrechter kwam daardoor niet meer toe aan hun beroep op vernietiging van de overeenkomst.

IT 5366

Dynamisch streamingaanbod kwalificeert als digitale dienst

HvJ EU 9 jul 2026,, IT 5366; ECLI:EU:C:2026:556 (Sky Österreich Fernsehen GmbH tegen Verein für Konsumenteninformation), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/dynamisch-streamingaanbod-kwalificeert-als-digitale-dienst

HvJ EU 9 juli 2026, RB 4061; IT 5366; ECLI:EU:C:2026:556 (Sky Österreich tegen Verein für Konsumenteninformation). Sky Österreich biedt streamingabonnementen aan waarmee consumenten via een hyperlink of applicatie televisieprogramma’s live, op aanvraag en in bepaalde gevallen na download offline kunnen bekijken. Bij het online afsluiten van een abonnement moeten consumenten ermee instemmen dat Sky al tijdens de herroepingstermijn met de uitvoering begint en erkennen dat zij daardoor hun herroepingsrecht verliezen. De Oostenrijkse consumentenorganisatie VKI bestrijdt dit beding. Volgens VKI is het streamingabonnement geen levering van digitale inhoud, maar een digitale dienst. De uitzondering op het herroepingsrecht voor niet op een materiële drager geleverde digitale inhoud uit artikel 16, eerste alinea, onder m), van Richtlijn 2011/83 zou daarom niet van toepassing zijn.

IT 5373

Dertig maanden gevangenisstraf voor openen bankrekeningen met deepfakes

Rechtbank Amsterdam 17 jun 2026,, IT 5373; ECLI:NL:RBAMS:2026:6093 (Openbaar Ministerie tegen [verdachte]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/dertig-maanden-gevangenisstraf-voor-openen-bankrekeningen-met-deepfakes

Rb. Amsterdam 17 juni 2026, IEF 23705; IT 5373; ECLI:NL:RBAMS:2026:6093 (Openbaar Ministerie tegen [verdachte]). De verdachte opent tussen 20 maart en 13 november 2025 op frauduleuze wijze 47 bankrekeningen bij ABN AMRO. Tijdens het digitale identificatie- en verificatieproces gebruikt hij gemanipuleerde selfies en identiteitsdocumenten om de controles van de bank te omzeilen. Daarbij worden onder meer met deepfaketechnologie gezichtskenmerken van de verdachte en van slachtoffers gecombineerd. Op zijn telefoon worden identiteitsgegevens van slachtoffers aangetroffen, evenals informatie, zoekopdrachten en aankopen die verband houden met het omzeilen van digitale identiteitscontroles. De rechtbank acht zijn verklaring dat hij vóór 28 september 2025 niet wist waarvoor zijn beeldmateriaal en de gegevens werden gebruikt ongeloofwaardig. De oplichting is voltooid doordat ABN AMRO de rekeningen heeft geopend en daarmee een dienst heeft verleend; dat enkele betaalpassen niet zijn geactiveerd, doet daaraan niet af. De verdachte wordt als alleenpleger veroordeeld voor oplichting, het vervalsen van meerdere identiteitsbewijzen en het verschaffen en voorhanden hebben van afbeeldingen van identiteitsdocumenten waarvan hij wist dat zij voor oplichting waren bestemd. Van het ten laste gelegde medeplegen wordt hij vrijgesproken, omdat geen voldoende nauwe en bewuste samenwerking met een ander is bewezen.

IT 5359

Kantonrechter toetst ambtshalve bestelknop, informatieplichten en mogelijk oneerlijke ontbindingsbedingen bij fietslease

Rechtbank Noord-Holland 2 jul 2026,, IT 5359; ECLI:NL:RBNHO:2026:8051 (Friesland Lease B.V. tegen [gedaagde]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/kantonrechter-toetst-ambtshalve-bestelknop-informatieplichten-en-mogelijk-oneerlijke-ontbindingsbedingen-bij-fietslease

Rb. Noord-Holland 2 juli 2026, IT 5359; ECLI:NL:RBNHO:2026:8051 (Friesland Lease B.V. tegen [gedaagde]). Friesland Lease vordert in een verstekprocedure betaling van € 3.626,39 van een consument, vermeerderd met buitengerechtelijke incassokosten, wettelijke rente en proceskosten, op grond van een op afstand gesloten leaseovereenkomst. Ook wanneer de consument niet verschijnt, moet de kantonrechter ambtshalve onderzoeken of de handelaar heeft voldaan aan de consumentenrechtelijke informatieplichten van de artikelen 6:230m en 6:230v BW. Uit de stukken blijkt niet of de consument de overeenkomst heeft gesloten via een bestelknop of een soortgelijke functie en, zo ja, welke tekst daarop stond. Voor de beoordeling of aan artikel 6:230v lid 3 BW is voldaan, mag uitsluitend worden gekeken naar de woorden op de knop waarmee het bestelproces wordt afgerond. Uit die woorden moet ondubbelzinnig blijken dat het aanklikken een betalingsverplichting meebrengt. Friesland Lease krijgt daarom de gelegenheid hierover nadere informatie te verstrekken. Daarnaast heeft zij onvoldoende aangetoond dat de consument vóór het sluiten van de overeenkomst duidelijk en begrijpelijk is geïnformeerd over de wijze van levering, het herroepingsrecht en de verplichting om bij uitoefening daarvan redelijke kosten te vergoeden. Het opnemen van die informatie in de algemene voorwaarden is onvoldoende wanneer de consument er vooraf niet ten minste uitdrukkelijk op is gewezen dat de informatie daarin staat. Ook het na het sluiten van de overeenkomst verstrekte contractuele afschrift bevatte deze informatie niet volledig. De kantonrechter kondigt aan dat aan deze schendingen een sanctie zal worden verbonden, maar bepaalt in dit tussenvonnis nog niet welke sanctie dat zal zijn.

IT 5353

Rechtbank Amsterdam beveelt verstrekking van klant- en transactiegegevens in verband met gestelde cryptofraude

Rechtbank Amsterdam 18 jun 2026,, IT 5353; ECLI:NL:RBAMS:2026:6092 ([eiser] tegen Kyrrex Ltd en Rex Ltd), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/rechtbank-amsterdam-beveelt-verstrekking-van-klant-en-transactiegegevens-in-verband-met-gestelde-cryptofraude

Rb. Amsterdam 18 juni 2026, IT 5353; ECLI:NL:RBAMS:2026:6092 ([eiser] tegen Kyrrex Ltd en Rex Ltd). Een belegger stelde dat hij tussen juni en augustus 2025 slachtoffer was geworden van online beleggingsfraude via het platform Horizons28. Personen die zich voordeden als medewerkers van dat platform zouden hem ertoe hebben bewogen meer dan € 650.000 over te maken voor de aankoop van cryptovaluta, die vervolgens naar door hen opgegeven blockchainadressen werden verzonden. Toen de belegger zijn vermeende belegging wilde opnemen, bleek dit niet mogelijk en deed hij aangifte van fraude. Volgens door hem verricht blockchainonderzoek was een aanzienlijk deel van de cryptovaluta via een zogenoemde nested-serviceconstructie terechtgekomen op depositadressen die konden worden herleid tot het Kyrrex-platform, dat volgens hem door Kyrrex Ltd en Rex Ltd werd geëxploiteerd. De belegger verzocht daarom op grond van artikel 196 Rv om verstrekking van de bij deze ondernemingen bekende identificerende gegevens van de aan de depositadressen en transactiecodes gekoppelde accounthouder(s), waaronder naam, geboortedatum, adres, identiteitsbewijs, foto of gezichtsscan, IP-adres, telefoonnummer en e-mailadres. Daarnaast verzocht hij om de mutatieoverzichten vanaf 26 juni 2025, zodat hij zijn rechtspositie kon bepalen en kon beoordelen of hij een vordering uit onrechtmatige daad kon instellen tegen de ontvangers van de cryptovaluta of tegen Kyrrex Ltd en Rex Ltd zelf.

IT 5343

Rechtbank verwerpt vrijwel alle ontvankelijkheidsverweren in collectieve DSA-procedure tegen X Corp c.s.

Rechtbank Amsterdam 7 jul 2026,, IT 5343; ECLI:NL:RBAMS:2026:6440 (SOMI tegen X Corp c.s), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/rechtbank-verwerpt-vrijwel-alle-ontvankelijkheidsverweren-in-collectieve-dsa-procedure-tegen-x-corp-c-s

Rb. Amsterdam 27 mei 2026, IT 5343; ECLI:NL:RBAMS:2026:6440 (SOMI tegen X Corp c.s). In deze zaak tussen belangenorganisatie SOMI (Stichting Onderzoek Marktinformatie) en X Corp c.s. (X Corp, XIUC en Twitter Netherlands) draait het om de ontvankelijkheid van een collectieve actie over onder meer gestelde AVG-schendingen, datalekken, ongeoorloofde microtargeting en schending van verplichtingen uit de Digital Services Act (DSA). SOMI vertegenwoordigt ruim 51.000 deelnemers en zegt op te komen voor ongeveer acht miljoen Nederlandse gebruikers van het X-platform. De rechtbank verklaart zich internationaal en relatief bevoegd, ook ten aanzien van de buitenlandse vennootschappen binnen het X-concern. Volgens X Corp c.s. voldoet SOMI niet aan de ontvankelijkheidseisen van de WAMCA. Ook stellen zij dat verschillende onderdelen van de vorderingen op voorhand geen kans van slagen hebben. De rechtbank volgt die verweren vrijwel niet en wijst ook de verzoeken om de procedure aan te houden af. Alleen over het waarborgvereiste wil de rechtbank meer informatie, in het bijzonder over de financiering van de procedure en de vraag of de zeggenschap daarover daadwerkelijk bij SOMI ligt. De rechtbank kent daarbij veel gewicht toe aan het feit dat SOMI eerder is aangewezen als representatieve organisatie voor grensoverschrijdende collectieve vorderingen. Daarom gaat zij ervan uit dat SOMI aan de eisen voldoet waarop die aanwijzing is gebaseerd, tenzij nieuwe feiten of omstandigheden aanleiding geven daar anders over te oordelen. Volgens de rechtbank hebben X Corp c.s. daarvoor op de meeste punten onvoldoende aangevoerd. Dat geldt ook voor de bezwaren tegen de governance van SOMI. De rechtbank twijfelt niet aan het ontbreken van een winstoogmerk bij de bestuurders, de inspraakmogelijkheden voor deelnemers, de transparantie van de website, de onafhankelijkheid van de financiering of de deskundigheid van het bestuur en de raad van toezicht. Ook het feit dat SOMI gebruikmaakt van diensten van ondernemingen die zijn gelieerd aan haar bestuurder betekent volgens de rechtbank niet dat de belangen van de achterban onvoldoende zijn gewaarborgd. De resterende twijfel gaat vooral over de complexe financieringsstructuur met schenkingen en certificaten en de vraag of SOMI daarin de zeggenschap over de procedure behoudt. Daarom moet SOMI alsnog onderbouwen dat zij over voldoende financiële middelen beschikt en dat de zeggenschap over de procedure daadwerkelijk bij haar ligt. Pas daarna beslist de rechtbank of ook aan het waarborgvereiste van artikel 3:305a BW is voldaan.