DOSSIERS
Alle dossiers

Telecomrecht  

IT 5320

Gerecht BES: IT-dienstverlener moet dienstverlening voortzetten tijdens overstap naar nieuwe leverancier

Overige instanties 24 feb 2026,, IT 5320; ECLI:NL:OGEABES:2026:39 ((Telbo tegen Netpro) ), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/gerecht-bes-it-dienstverlener-moet-dienstverlening-voortzetten-tijdens-overstap-naar-nieuwe-leverancier

Gerecht Bonaire, Sint Eustatius en Saba 24 februari 2026, IT&Recht 5320; ECLI:NL:OGEABES:2026:39 (Telbo tegen Netpro). In deze zaak tussen Telbo en Netpro staat de afwikkeling centraal van een overeenkomst op grond waarvan Netpro IT-diensten verleent aan telecommunicatieprovider Telbo op Bonaire. Nadat de overeenkomst was opgezegd, ontstond een geschil over de wijze waarop de dienstverlening moest worden beëindigd en overgezet naar een nieuwe IT-dienstverlener. Het Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba oordeelt in kort geding dat beide partijen onvoldoende voortvarend hebben gehandeld bij de afwikkeling van de overeenkomst. Netpro moet haar dienstverlening daarom voorlopig voortzetten, terwijl Telbo binnen tien dagen de benodigde nieuwe apparatuur moet bestellen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Telbo en Netpro sloten in 2019 een zogenoemde Managed Services Agreement (MSA), op grond waarvan Netpro verschillende IT-diensten aan Telbo leverde. In de overeenkomst waren onder meer bepalingen opgenomen over de beëindiging van de samenwerking, waaronder een exitregeling en afspraken over de overdracht van de dienstverlening aan een andere leverancier. Partijen verschillen van mening over het moment waarop de overeenkomst precies is geëindigd, maar zijn het erover eens dat de MSA inmiddels is beëindigd en moet worden afgewikkeld. Daarbij moeten de door Netpro beheerde systemen worden overgezet naar een nieuwe IT-dienstverlener van Telbo. Voor dat migratietraject is medewerking van beide partijen vereist. In de MSA is bepaald dat het migratietraject als project onder verantwoordelijkheid van Telbo moet worden georganiseerd. Volgens Telbo werkt Netpro onvoldoende mee aan de afwikkeling en bestaat het risico dat Netpro haar dienstverlening voortijdig staakt. Telbo vreest dat daardoor haar eigen dienstverlening en facturatie aan inwoners van Bonaire in gevaar komen. Netpro wijst er juist op dat Telbo zelf verantwoordelijk is voor de vertraging van het migratietraject en stelt dat zij niet onbeperkt verantwoordelijk wil blijven voor dienstverlening op verouderde apparatuur. Netpro verlangt daarom onder meer een vrijwaring voor eventuele aansprakelijkheid en heeft daarnaast een voorschotvergoeding voor haar dienstverlening gevorderd. Het Gerecht stelt voorop dat beide partijen een gemeenschappelijk belang hebben bij een spoedige afwikkeling van de overeenkomst. Vervolgens oordeelt het dat zowel Netpro als Telbo steken hebben laten vallen. Netpro had op grond van de MSA al binnen drie maanden na het sluiten van de overeenkomst een concept-exitplan moeten opstellen. Dat gebeurde niet. Ook nadat Telbo de overeenkomst had opgezegd, verstrekte Netpro lange tijd geen exitplan en werden technische gegevens pas in januari 2026 gedeeld. Op vragen van het Gerecht over deze vertraging kon Netpro geen duidelijke verklaring geven. Ook Telbo treft volgens het Gerecht een verwijt.

IT 5303

Criteo handelde onrechtmatig door tracking cookies zonder toestemming te plaatsen

Rechtbank Rotterdam 19 nov 2025,, IT 5303; ECLI:NL:RBROT:2025:14138 (Criteo tegen [persoon A]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/criteo-handelde-onrechtmatig-door-tracking-cookies-zonder-toestemming-te-plaatsen

Rb. Rotterdam 19 november 2025, IT 5303; ECLI:NL:RBROT:2025:14138 (Criteo tegen [persoon A]). De rechtbank Rotterdam heeft geoordeeld dat advertentietechnologiebedrijf Criteo onrechtmatig heeft gehandeld door zonder geldige toestemming tracking cookies te plaatsen op de apparaten van een individuele internetgebruiker. De rechtbank wijst de vordering van Criteo af om een eerder door het gerechtshof Amsterdam opgelegd verbod op te heffen en verklaart voor recht dat Criteo jegens de gebruiker onrechtmatig heeft gehandeld. Een gevorderde immateriële schadevergoeding wordt echter afgewezen omdat onvoldoende is onderbouwd dat daadwerkelijk schade is geleden. De zaak volgt op eerdere procedures tussen Criteo en een particuliere gebruiker over het plaatsen van tracking cookies via websites van partners van Criteo. Deze cookies worden gebruikt voor gepersonaliseerde advertenties en real-time advertentieveilingen. De gebruiker stelde dat Criteo via partnerwebsites tracking cookies plaatste zonder rechtsgeldige toestemming, in strijd met de AVG en artikel 11.7a Telecommunicatiewet. Eerder had het gerechtshof Amsterdam Criteo al verboden tracking cookies op de apparaten van de gebruiker te (laten) plaatsen zonder voorafgaande geldige toestemming. In de bodemprocedure voerde Criteo aan dat zij inmiddels uitgebreide technische, organisatorische en contractuele maatregelen had getroffen om naleving van de privacyregels te waarborgen. Volgens Criteo kon zij echter niet volledig uitsluiten dat partners fouten maken of regels overtreden. De rechtbank volgt dat verweer niet. Zij benadrukt dat de bescherming van persoonsgegevens een grondrecht is en dat de verantwoordelijkheid van Criteo als verwerkingsverantwoordelijke zich mede uitstrekt tot werkzaamheden die zij aan partners heeft uitbesteed. Dat volledige naleving praktisch lastig is, doet volgens de rechtbank niet af aan die verantwoordelijkheid. Daarom blijft het eerder opgelegde verbod in stand.

IT 5274

Feitelijke uitvoering prevaleert boven administratieve afwikkeling bij verrekening

Rechtbank Noord-Holland 31 mrt 2026,, IT 5274; ECLI:NL:RBNHO:2026:3318 (MDF tegen ARTEMIS), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/feitelijke-uitvoering-prevaleert-boven-administratieve-afwikkeling-bij-verrekening

Rb. Noord-Holland 31 maart 2026, IT 5274; ECLI:NL:RBNHO:2026:3318 (MDF tegen ARTEMIS). Partijen werkten sinds 2021 samen aan glasvezelprojecten, waarbij Artemis als hoofdaannemer opdrachten verwierf en MDF deze als onderaannemer uitvoerde. In de praktijk werden werkzaamheden niet voorafgegaan door formele inkooporders (ook wel Purchase Order of PO), maar uitgevoerd op basis van planningen en instructies. Pas na administratieve verwerking verstrekte Artemis een PO, waarna facturatie volgde. Tussen partijen ontstond een geschil over openstaande facturen, waaronder werkzaamheden waarvoor geen PO’s waren afgegeven.

IT 5270

Rb Den Haag: de term “glasvezel-kabel(netwerk)’ in de zaak tussen KPN en Ziggo is niet misleidend

Rechtbank Den Haag 15 apr 2026,, IT 5270; ECLI:NL:RBDHA:2026:8997 ((KPN tegen Ziggo)), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/rb-den-haag-de-term-glasvezel-kabel-netwerk-in-de-zaak-tussen-kpn-en-ziggo-is-niet-misleidend

Rb. Den Haag 15 april 2026, RB 4009; IT5270; ECLI:NL:RBDHA:2026:8997 (KPN tegen Ziggo). In deze procedure bij de Rechtbank Den Haag staat de vraag centraal of de wijze waarop Ziggo haar netwerk aanduidt als “glasvezel‑kabel(netwerk)” en haar diensten promoot, misleidend is in de zin van de regels inzake oneerlijke handelspraktijken en vergelijkende reclame. KPN stelt dat Ziggo ten onrechte de indruk wekt dat sprake is van een volledig glasvezelnetwerk en dat consumenten daardoor worden misleid bij de keuze voor een internetabonnement. Daarnaast verwijt KPN Ziggo dat zij haar netwerk en diensten op onjuiste wijze vergelijkt met die van KPN. De rechtbank wijst de vorderingen van KPN af. Zij stelt voorop dat de beoordeling van misleiding plaatsvindt vanuit het perspectief van de gemiddeld geïnformeerde, omzichtige en oplettende consument. Tegen die achtergrond oordeelt de rechtbank dat de aanduiding “glasvezel‑kabel(netwerk)” op zichzelf niet misleidend is. Van belang is dat Ziggo in haar communicatie duidelijk maakt dat het gaat om een hybride netwerk, waarbij glasvezel wordt gecombineerd met een kabelverbinding tot aan de woning. De enkele omstandigheid dat KPN een volledig glasvezelnetwerk aanbiedt, betekent niet dat Ziggo deze terminologie niet mag gebruiken. Ook de door KPN bestreden 97%-claim van Ziggo, inhoudende dat 97% van het internetsignaal via glasvezel en 3% via coax loopt, houdt stand.

IT 5248

HvJEU: Vaste staatsinkomsten uit frequentievergoedingen toegestaan, mits niet boven marktwaarde

HvJ EU 5 mrt 2026,, IT 5248; ECLI:EU:C:2026:156 (Elettronica Industriale SpA tegen Ministero delle Imprese e del Made in Italy,), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/hvjeu-vaste-staatsinkomsten-uit-frequentievergoedingen-toegestaan-mits-niet-boven-marktwaarde

HvJ EU 5 maart 2026, IT 5248; IEFbe 4210; ECLI:EU:C:2026:156 ( Elettronica Industriale SpA tegen Ministero delle Imprese e del Made in Italy). In deze prejudiciële zaak staat de vraag centraal of lidstaten bij het vaststellen van vergoedingen voor het gebruik van digitale televisiefrequenties rekening mogen houden met vooraf vastgestelde begrotingsdoelstellingen. Aanleiding vormt een Italiaans stelsel waarbij de hoogte van de vergoedingen mede wordt bepaald door een wettelijk vastgelegd minimum aan jaarlijkse inkomsten voor de staatsbegroting. Een netwerkexploitant betwistte de geldigheid van deze regeling, omdat zij zou neerkomen op een zuiver fiscale heffing die niet verenigbaar is met het Unierechtelijke kader voor elektronische communicatie.

IT 5239

Gedaagde geen eigenaar dus niet ongerechtvaardigd verrijkt

Rechtbank Amsterdam 27 mrt 2026,, IT 5239; ECLI:NL:RBAMS:2026:3313 (Stedin tegen Rebo vastgoed), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/gedaagde-geen-eigenaar-dus-niet-ongerechtvaardigd-verrijkt

In deze zaak vordert netbeheerder Stedin betaling van energiekosten die zonder contract zouden zijn geleverd aan een pand. Volgens Stedin is Rebo Vastgoed ongerechtvaardigd verrijkt doordat energie is afgenomen zonder daarvoor te betalen. De kantonrechter wijst de vordering af. Rebo Vastgoed is geen eigenaar van het pand en heeft slechts bemiddelingswerkzaamheden verricht. Het eigendom ligt bij een derde partij, zodat niet kan worden aangenomen dat Rebo Vastgoed is verrijkt door de energieleveranties. Daarmee ontbreekt een grondslag voor aansprakelijkheid uit ongerechtvaardigde verrijking. Stedin wordt als in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten.

IT 5231

Kosteloos opzegrecht bij contractwijzigingen na zero-ratingrechtspraak

HvJ EU 12 mrt 2026,, IT 5231; ECLI:EU:C:2026:184 (Magyar Telekom Nyrt. tegen Nemzeti Média- és Hírközlési Hatóság Elnöke), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/kosteloos-opzegrecht-bij-contractwijzigingen-na-zero-ratingrechtspraak

HvJ EU 12 maart 2026, IT 5231; ECLI:EU:C:2026:184 (Magyar Telekom Nyrt. tegen Nemzeti Média- és Hírközlési Hatóság Elnöke). In Magyar Telekom (C-514/24) verduidelijkt het Hof van Justitie de betekenis van artikel 105, lid 4, eerste alinea, van richtlijn 2018/1972 (het Europees wetboek voor elektronische communicatie). De zaak ontstond nadat de Hongaarse telecomtoezichthouder Magyar Telekom had verplicht haar abonnementen met een zero-ratingoptie aan te passen, omdat die optie volgens de rechtspraak van het Hof onverenigbaar was met artikel 3, lid 3, van verordening 2015/2120 inzake open-internettoegang. De prejudiciële vraag was of eindgebruikers in zo’n situatie hun contract zonder extra kosten mogen beëindigen, of dat de uitzondering geldt voor wijzigingen die “rechtstreeks worden opgelegd door het Unie- of het nationale recht”. Het Hof stelt voorop dat artikel 105, lid 4, een algemene regel van kosteloos opzegrecht bevat en dat de drie uitzonderingen daarop strikt moeten worden uitgelegd. In samenhang met overweging 275 oordeelt het Hof dat de derde uitzondering alleen geldt wanneer de wijziging van de contractvoorwaarden rechtstreeks en noodzakelijkerwijs voortvloeit uit de inwerkingtreding of wijziging van een wetgevende of regelgevende handeling van Unierecht of nationaal recht. Die uitleg sluit aan bij de doelstelling van de richtlijn om een hoog gemeenschappelijk niveau van bescherming van eindgebruikers te waarborgen.

IT 5221

CBb bevestigt marktanalysebesluit ACM: toezeggingen KPN en Glaspoort maken regulering overbodig

Overige instanties 10 feb 2026,, IT 5221; ECLI:NL:CBB:2026:45 (Youca tegen ACM), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/cbb-bevestigt-marktanalysebesluit-acm-toezeggingen-kpn-en-glaspoort-maken-regulering-overbodig

CBb 10 februari 2026, IT 5221; ECLI:NL:CBB:2026:45 (Youca tegen ACM). In deze zaak stond het marktanalysebesluit van de Autoriteit Consument en Markt (ACM) centraal betreffende lokale wholesaletoegang op telecommunicatienetwerken. De ACM concludeerde dat de geografische retailmarkten voldoende concurrerend zijn, mede door de vrijwillige toezeggingen van KPN en Glaspoort om hun glasvezelnetwerken open te stellen voor andere aanbieders. Op basis hiervan stelde de ACM vast dat er geen risico is op aanmerkelijke marktmacht (AMM) en dat verdere regulering van de wholesalemarkt daarom niet noodzakelijk is. Telecomaanbieder Youca vocht dit besluit aan en stelde dat de ACM ten onrechte doorslaggevende betekenis had toegekend aan deze toezeggingen en dat de analyse van de retailmarkt gebrekkig en onvolledig was, met name wat betreft de positie van kabel- en glasvezelnetwerken.

IT 5205

EFTA-Hof: IJsland schendt EER-verplichtingen door Richtlijn 2016/2102 niet tijdig te implementeren

Overige instanties 9 dec 2025,, IT 5205; E-10/25 ((EFTA Surveillance Authority tegen IJsland)), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/efta-hof-ijsland-schendt-eer-verplichtingen-door-richtlijn-2016-2102-niet-tijdig-te-implementeren

EFTA-Hof 9 december 2025, IT 5205; E-10/25 (EFTA Surveillance Authority tegen IJsland). De EFTA Surveillance Authority (ESA) heeft op grond van artikel 31 SCA een inbreukprocedure ingesteld tegen IJsland wegens het niet tijdig implementeren van Richtlijn (EU) 2016/2102 inzake de toegankelijkheid van websites en mobiele applicaties van overheidsinstanties. Deze richtlijn is via EEA Joint Committee Decision No 59/2021 als punt 5oc opgenomen in Bijlage XI (Electronic communications; audiovisual services and information society) bij de EER-overeenkomst. Het besluit trad voor IJsland op 1 april 2024 in werking, waarmee tevens de implementatietermijn verstreek. Bij gebreke van een kennisgeving van nationale implementatiemaatregelen zond ESA op 12 juli 2024 een letter of formal notice. In zijn antwoord van 10 oktober 2024 erkende IJsland dat omzetting nog niet had plaatsgevonden, maar wees het op lopende wetgevingsvoorbereidingen en een verwacht wetsvoorstel in november 2024. Dit leidde op 13 november 2024 tot een reasoned opinion, waarin ESA IJsland tot 13 januari 2025 de gelegenheid gaf om alsnog de noodzakelijke maatregelen te nemen. Een reactie bleef uit en ook binnen deze termijn werden er geen implementatiemaatregelen vastgesteld.

IT 5129

Mediavrijheid en radiospectrum: Hongarije schendt Unierecht door uitsluiting van Klubrádió

HvJ EU 26 feb 2026,, IT 5129; ECLI:EU:C:2026:108 (Europese Commissie tegen Hongarije), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/mediavrijheid-en-radiospectrum-hongarije-schendt-unierecht-door-uitsluiting-van-klubradio

HvJ EU 26 februari 2026, IT&R 5129; ECLI:EU:C:2026:108 (Europese Commissie tegen Hongarije). In deze niet-nakomingsprocedure oordeelt het Hof van Justitie dat Hongarije het Unierecht heeft geschonden door Klubrádió op onevenredige wijze de voortzetting van uitzendingen op de FM-frequentie 92.9 MHz te beletten. Het Hof stelt eerst vast dat de betrokken Hongaarse regeling en besluiten weliswaar raken aan media-inhoud, maar tegelijk rechtstreeks betrekking hebben op de toewijzing en verlenging van gebruiksrechten voor radiospectrum, zodat het Unierechtelijke kader voor elektronische communicatie van toepassing is. Tegen die achtergrond acht het Hof § 48, lid 7, van de Hongaarse mediawet onverenigbaar met de eisen van evenredigheid, omdat die bepaling de verlenging van gebruiksrechten automatisch uitsluit zodra sprake is van een herhaalde inbreuk, ook als die inbreuk louter formeel en gering is en al met een geldboete is bestraft. Daardoor is ook het besluit van de mediaraad van 8 september 2020 onrechtmatig, waarbij de verlenging van Klubrádió’s rechten wordt geweigerd wegens herhaalde tekortkomingen bij het aanleveren van gegevens over uitzendquota. Daarnaast stelt het Hof vast dat dit weigeringsbesluit veel te laat is genomen, namelijk niet binnen de in de machtigingsrichtlijn voorgeschreven termijn van zes weken, zodat ook artikel 5, lid 3, van die richtlijn en het beginsel van behoorlijk bestuur zijn geschonden.