Kunnen AI-agents aansprakelijk zijn?
De afgelopen tijd was in het nieuws dat AI agents kunnen 'samenzweren' tegen hun makers. Vooral nu steeds vaker gebruik wordt gemaakt van AI agents is het van belang om de risico's hiervan te onderzoeken. Tijdens het Nationaal AI & Data congres gaan we in op hoe die AI agents overeenkomsten kunnen sluiten en wat er gebeurt als ze iets doen dat de gebruiker ervan niet wilde. Tycho de Graaf (Universiteit Leiden) bespreekt de laatste ontwikkelingen.
Tijdens het congres zijn ook Menno Weij, Astrid Sixma, Eliëtte Vaal, Ot van Daalen, Elgar Weijtmans, Marc Boom en Peter Backx aanwezig.
HvJ EU: oneerlijke boetebedingen in telecomcontracten mogen niet worden gematigd
HvJ EU 8 oktober 2026, IT 5592; ECLI:EU:C:2026:843 (Digi România). Het Hof heeft in twee gevoegde zaken, C-872/24 en C-909/24, prejudiciële vragen beantwoord over de toetsing van boete- en schadevergoedingsbedingen in consumentenovereenkomsten voor mobiele telefonie en internettoegang. In de eerste zaak vorderde telecomaanbieder Digi România betaling van achterstallige facturen, vermeerderd met een contractuele boete van 0,2% per dag betalingsachterstand. In de tweede zaak vorderde Investcapital, na overname van een vordering van Orange România, onder meer een boete van 0,5% per dag en een schadevergoeding wegens voortijdige beëindiging van overeenkomsten met een minimale looptijd van 24 maanden. De Roemeense rechter had de betrokken bedingen oneerlijk verklaard en stelde prejudiciële vragen over de toepassing van Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten. Het Hof oordeelt dat boetebedingen in overeenkomsten voor elektronische-communicatiediensten onder deze richtlijn vallen, ook wanneer de nationale sectorspecifieke wetgeving geen maximum voor dergelijke boetes stelt. Wanneer het nationale recht een beding dat een consument verplicht tot betaling van een onevenredig hoge schadevergoeding uitdrukkelijk als oneerlijk aanmerkt, kunnen materieel vergelijkbare bedingen zonder aanvullende toetsing aan artikel 3, lid 1, van de richtlijn oneerlijk worden verklaard. Die vergelijkbaarheid moet worden vastgesteld in een procedure op tegenspraak, waarin de verkoper zich daartegen kan verweren. Een nationale rechter die een boetebeding oneerlijk verklaart, moet dit beding buiten toepassing laten en mag de boete niet tot een lager bedrag matigen.
Geen betaling verschuldigd na ontbinding wegens voortijdige livegang gebrekkige webshop
Rb. Noord-Holland 12 maart 2026, IT 5586; ECLI:NL:RBNHO:2026:2486 ([eisers] tegen [gedaagde]). Een onderneming gespecialiseerd in marketing- en IT-diensten heeft met een webshopeigenaar een overeenkomst gesloten voor het herontwerpen van de homepage en productpagina van haar webshop en het ontwerpen en drukken van autostickers. De vernieuwde website is op 18 december 2024 zonder voorafgaande goedkeuring van de opdrachtgever live gegaan. Volgens de opdrachtgever bevatte de website onjuiste informatie over prijzen en bezorgmogelijkheden en werden verkeerde foto's getoond. Zij heeft daarom per WhatsApp laten weten de samenwerking te willen beëindigen en de oorspronkelijke situatie te willen herstellen. De kantonrechter van de Rechtbank Noord-Holland vat dit bericht op als een beroep op ontbinding van de overeenkomst voor de webshopwerkzaamheden. De opdrachtgever heeft voldoende onderbouwd dat het was afgesproken dat zij de website voorafgaand aan de livegang mocht bekijken en goedkeuren. De opdrachtnemer heeft deze afspraak niet nageleefd. Door een softwarefout bleef de vernieuwde website na een test online en kon de livegang niet volledig worden teruggedraaid. De opdrachtnemer heeft bovendien onvoldoende onderbouwd dat de oorspronkelijke situatie was hersteld. Volgens de kantonrechter rechtvaardigen deze omstandigheden, met name de onjuiste informatie en foto's op de website, de ontbinding van de overeenkomst. De opdrachtnemer verkeerde daarnaast in verzuim, omdat zij ondanks herhaalde verzoeken de oude situatie niet heeft hersteld.
Publicatie De Telegraaf over strafzaak niet onrechtmatig
Rb. Amsterdam 20 oktober 2025, IEF 23941; IT 5611; ECLI:NL:RBAMS:2025:11555 ([eiser] tegen De Telegraaf). De Telegraaf publiceert een artikel over een man waarin onder meer wordt gesteld dat hij langdurig een kat-en-muisspel met politie en justitie heeft gespeeld, over veel geld beschikt, slim en manipulatief is en contacten op hoog niveau heeft op Malta. De man stelt dat de publicatie meerdere feitelijke onjuistheden bevat, subjectief en suggestief is en in strijd is met de onschuldpresumptie. Volgens hem heeft het artikel bovendien mede geleid tot zijn plaatsing op een Afdeling Intensief Toezicht (AIT) en op de lijst van gedetineerden met een vlucht- of maatschappelijk risico (GVM-lijst), met de status 'hoog'. Hij vordert primair verwijdering van de publicatie en subsidiair rectificatie, op straffe van een dwangsom. Daarnaast vordert hij een verklaring voor recht dat De Telegraaf onrechtmatig jegens hem heeft gehandeld. De Telegraaf voert verweer en stelt onder meer dat zij zonder voorafgaande waarschuwing is gedagvaard.
Rijschool mag betaling softwareabonnement niet opschorten wegens gestelde tekortkomingen en prijsverhoging
Rb. Gelderland 23 januari 2026, IT 5585; ECLI:NL:RBGEL:2026:1011 (PlanGo tegen Sodrive). Softwareleverancier PlanGo heeft met Sodrive Rijopleidingen een overeenkomst gesloten voor het gebruik van software voor rijschooladministratie en afsprakenbeheer. Sodrive heeft vanaf mei 2024 de maandelijkse facturen niet meer betaald, omdat de software volgens haar niet beschikte over vooraf toegezegde functionaliteiten en PlanGo een buitensporige prijsverhoging had doorgevoerd. PlanGo vordert betaling van de openstaande abonnementskosten, vermeerderd met wettelijke handelsrente en buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter van de Rechtbank Gelderland oordeelt dat Sodrive haar betalingsverplichtingen ten onrechte heeft opgeschort. In artikel 17.1 van de toepasselijke algemene voorwaarden is het opschortingsrecht voor zakelijke klanten uitgesloten. Sodrive heeft niet gesteld dat dit beding onredelijk bezwarend is en heeft evenmin een beroep gedaan op vernietiging ervan. Ook zonder dit beding zou het beroep op opschorting niet slagen. Sodrive heeft onvoldoende onderbouwd dat partijen specifieke functionaliteiten, waaronder een blokkering bij openstaande facturen en een mogelijkheid tot administratieve export of koppeling, waren overeengekomen en dat PlanGo deze niet heeft geleverd. Een tekortkoming van PlanGo is daarmee onvoldoende feitelijk onderbouwd.
Facebookbericht met herleidbare beschuldiging van seksueel misbruik terecht verwijderd
Rb. Midden-Nederland 30 september 2026, IEF 23940; IT 5610; ECLI:NL:RBMNE:2026:6971 ([eiser] tegen [gedaagden]). Twee personen plaatsen op 12 juni 2025 een bericht op Facebook waarin zij een man beschuldigen van het herhaaldelijk verkrachten van een destijds negenjarig meisje. Het bericht wordt geplaatst op een persoonlijke Facebookpagina en in een openbare Facebookgroep. Hoewel de man niet bij naam wordt genoemd, is de beschuldiging door de specifieke combinatie van genoemde verenigingen tot hem herleidbaar. De man ontkent de beschuldiging en stelt dat het bericht zijn eer en goede naam aantast. In juli 2026 volgen twee nieuwe publicaties: een Facebookbericht over de aangifte van de dochter van gedaagden wegens seksueel misbruik in haar jeugd en een gedicht op een persoonlijke website. De man vordert verwijdering van de berichten, rectificatie, een verbod op toekomstige soortgelijke uitlatingen en een voorschot van € 3.000 op immateriële schadevergoeding. Ongeveer een week voor de mondelinge behandeling verwijderen gedaagden het oorspronkelijke Facebookbericht en plaatsen zij een rectificatie op de persoonlijke Facebookpagina van een van hen.
Overeenkomst voor gebrekkige webshop ontbonden, maar geen terugbetaling van reeds betaalde bedragen
Rb. Amsterdam 9 januari 2026, IT 5584; ECLI:NL:RBAMS:2026:1349 ([eiseres] tegen Italindo). Een webontwikkelaar heeft in opdracht van horecagroothandel Italindo International een webshop gebouwd, die in november 2020 online is gegaan. Italindo heeft een deel van de facturen voor de bouw, het onderhoud en de hosting onbetaald gelaten, omdat de webshop volgens haar niet aan de gemaakte afspraken voldeed. De webontwikkelaar vordert betaling van de openstaande facturen, terwijl Italindo terugbetaling van reeds betaalde bedragen en schadevergoeding wegens misgelopen winst verlangt. De kantonrechter van de Rechtbank Amsterdam oordeelt dat de webontwikkelaar is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst. Italindo mocht verwachten dat een professionele webshop voor zakelijke klanten automatisch een orderbevestiging met factuur zou versturen. Hoewel deze functionaliteit niet afzonderlijk was overeengekomen, behoort zij volgens de kantonrechter tot de basale vereisten van een zakelijke webshop. De webontwikkelaar heeft aangegeven dat deze functionaliteit afzonderlijk moest worden aangeschaft. Daaruit mocht Italindo afleiden dat de webontwikkelaar haar verplichting op dit punt niet zou nakomen, waardoor sprake was van verzuim. De kantonrechter honoreert daarom het beroep op ontbinding en ontbindt de overeenkomst voor de bouw van de webshop. Italindo hoeft het resterende bedrag van € 2.236 niet te betalen.
Binnenkort verkrijgbaar: Rechtsvorming door het HvJ in het Europese merkenrecht – Marjolein Bronneman
Binnenkort verschijnt bij uitgeverij deLex het boek Rechtsvorming door het HvJ in het Europese merkenrecht – Een onderzoek naar de rechten van de merkhouder van Marjolein Bronneman. In dit proefschrift onderzoekt Bronneman hoe het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ) de rechten van de merkhouder heeft gevormd en verder ontwikkeld, en hoe de door het Hof ontwikkelde normen zich verhouden tot het wettelijke systeem van het Europese merkenrecht.
Het boek biedt inzicht in de rechtsvormende rol van het HvJ en behandelt onder meer de functieleer, de door het Hof ontwikkelde rechten van de merkhouder en de beperkingen daarop. Daarnaast komen actuele vraagstukken aan bod, zoals de mogelijkheden voor merkhouders om op te treden tegen de verhandeling van refurbished en upcycled merkproducten. Bronneman laat zien waar de rechtspraak en het wettelijke systeem met elkaar wringen en doet concrete voorstellen voor een begrijpelijker, evenwichtiger en toekomstbestendiger Europees merkenrecht. Daarmee biedt het boek zowel een analyse van de rechtspraak als praktische aanknopingspunten voor iedereen die zich met het merkenrecht bezighoudt.
Binnenkort verkrijgbaar bij uitgeverij deLex.
Ziekenhuis moet loggegevens medisch dossier nader toelichten op grond van AVG
Rb. Midden-Nederland 30 september 2026, IT 5583; ECLI:NL:RBMNE:2026:7063 ([verzoeker] tegen Diakonessenhuis). Verzoekster heeft na een videocapsule-endoscopie bij het Diakonessenhuis meerdere verzoeken ingediend om inzage te krijgen in haar persoonsgegevens op grond van artikel 15 AVG. Zij verzoekt onder meer om volledige logoverzichten van haar medisch dossier, een afschrift van dat dossier, loggegevens uit de MiroView-software en informatie over de medewerkers die haar gegevens hebben geraadpleegd. De Rechtbank Midden-Nederland oordeelt dat het Diakonessenhuis niet volledig aan zijn inzageverplichting heeft voldaan. Hoewel artikel 15 AVG geen recht geeft op logoverzichten die voldoen aan de NEN 7513, moet de verwerkingsverantwoordelijke op grond van artikel 15 lid 3 AVG wel een getrouwe en begrijpelijke reproductie van de verwerkte persoonsgegevens verstrekken. De verstrekte logoverzichten vermelden slechts welke schermen door medewerkers zijn geraadpleegd, maar niet welke persoonsgegevens daadwerkelijk zijn ingezien. Ook ontbreekt informatie over de doeleinden van de raadplegingen, waarop verzoekster op grond van artikel 15 lid 1 onder a AVG recht heeft. Het ziekenhuis moet daarom binnen een maand de verstrekte logoverzichten nader toelichten door te specificeren welke persoonsgegevens door de betrokken medewerkers zijn geraadpleegd en met welk doel.
Gerecht EU: Commissie mocht Stripchat op basis van bezoekersgegevens aanwijzen als zeer groot onlineplatform onder de DSA
Gerecht EU 14 oktober 2026, IT 5591; ECLI:EU:T:2026:670 (Technius tegen Commissie). Technius, de exploitant van het onlineplatform Stripchat, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Europese Commissie van 20 december 2023 om Stripchat op grond van artikel 33 van de Digital Services Act (DSA) aan te wijzen als zeer groot onlineplatform. Technius had het gemiddelde aantal maandelijks actieve afnemers in de Europese Unie vastgesteld op ongeveer 31,8 miljoen, terwijl de Commissie uitging van ruim 62 miljoen. Beide berekeningen waren gebaseerd op gegevens van marktonderzoeksbureau Similarweb. Technius had het aantal unieke bezoekers na correctie voor dubbeltellingen echter met ongeveer 49% verminderd om zogenoemde bouncebezoeken uit te sluiten. Dit zijn bezoeken waarbij een gebruiker de website verlaat zonder aan de aangeboden inhoud te zijn blootgesteld. De Commissie verwierp deze aanvullende correctie, omdat Similarweb bij het vaststellen van het aantal unieke bezoekers al een groot deel van dergelijke bezoeken uitsloot. Het Gerecht oordeelt dat de Commissie de methode van Technius op dit punt terecht onbetrouwbaar heeft geacht. De Commissie mocht zich baseren op de beschikbare bezoekersgegevens en hoefde bij gebrek aan nauwkeurigere gegevens niet zelf een alternatieve berekening van het aantal bouncebezoeken te maken. Daarmee mocht zij ervan uitgaan dat Stripchat de DSA-drempel van gemiddeld 45 miljoen maandelijks actieve afnemers in de Unie overschreed.






























