Uitspraak ingezonden door Veerle van Druenen, Kennedy van der Laan.
ICT-dienstverlener Hallo NL niet aansprakelijk voor ontbrekende back-ups na servercrash
Hof Amsterdam 3 februari 2026, IT 5105; 200.350.343/01 (Hallo NL tegen Blok). Tussen partijen is een overeenkomst van opdracht gesloten over het beheer van ICT-infrastructuur van de vestigingen van Blok. In het kader van die opdracht is aan Hallo NL opdracht geven regelmatig cloud back-ups te maken van de servers. In 2022 is een overeenkomst gesloten voor een upgrade van de server waarop een essentiële applicatie draait, omdat de nieuwe versie van die applicatie, die door een derde partij geleverd en geïnstalleerd zou worden, meer ruimte nodig had en daarom niet op de oude server kon draaien. In 2024 is de nieuwe server gecrasht, waarna bleek dat na 2022 geen cloud back-ups meer waren gemaakt van de nieuwe server. Blok stelt dat Hallo NL daarmee toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst en houdt haar aansprakelijk voor de schade die zij als gevolg van het ontbreken van die cloud back-ups heeft geleden en nog zal lijden. Zij vordert in kort geding vergoeding van die schade bij wijze van een voorschot, en zegt daarbij een spoedeisend belang te hebben [IT 4694]. Volgens Hallo NL is de vordering onvoldoende aannemelijk, omdat zij niet is tekortgeschoten en bovendien een beroep kan doen op een aantal exoneraties in de algemene voorwaarden.
Terugblik op het Nationaal AI & Data Congres: de AI Act in actie, AI-training op persoonsgegevens, contractvorming in het AI-tijdperk en meer!
Tijdens het Nationaal AI & Data Congres op donderdag 5 februari 2026 hebben juridische experts de laatste ontwikkelingen op het snijvlak van AI en recht belicht. Arnoud Engelfriet (ICTRecht) besprak compliance onder de AI Act, terwijl Laura Poolman (Kennedy van der Laan) zich boog over de juridische kwalificatie van AI-training op persoonsgegevens, mede gezien het Digital Omnibus-pakket van de Europese Commissie. Louis Jonker en Merel Hazes (beiden Van Doorne) gingen in op de uitdagingen van contractvorming bij de inkoop van AI. Het congres is in goede banen geleid door dagvoorzitters Astrid Sixma (Kennedy van der Laan) en Menno Weij (The Data Lawyers). De middag werd geopend met een presentatie van Jolanda ter Maten (ter Maten) over de kansen en risico's van AI. We sloten af met een paneldiscussie tussen juridische sleutelspelers Douwe Groenevelt (Viridea), Wouter Seinen (Pinsent Masons) en Jeroen Zweers (Dutch Legal Tech).
Voor de geïnteresseerde lezer volgt hieronder op hoofdlijnen een weergave van de inhoudelijke bespreking die plaatsvond tijdens het congres.
EHRM over vrijheid van meningsuiting van rechters op sociale media
EHRM 25 december 2025, IEF 23266; IT 5103; IEFbe 4100; 16915/21 (DANILEŢ tegen Roemenië). Deze zaak gaat over een klacht op grond van artikel 10 EVRM, ingediend door een Roemeense rechter, naar aanleiding van een disciplinaire sanctie wegens twee berichten die hij in januari 2019 op zijn openbare Facebookpagina had geplaatst. De verzoeker was op dat moment rechter bij het gerechtshof Cluj en genoot aanzienlijke publieke bekendheid, mede door eerdere functies binnen de rechterlijke macht en zijn actieve deelname aan maatschappelijke debatten over democratie, rechtsstaat en justitie. Op zijn Facebookpagina, die ongeveer 50.000 volgers telde, publiceerde hij twee berichten. Het eerste bericht ging over vermeende pogingen om kerninstituties van de staat (waaronder justitie, politie en leger) te ondermijnen en bevatte een retorische passage over de constitutionele rol van het leger bij het beschermen van de democratie. Het tweede bericht bestond uit een link naar een persartikel waarin een officier van justitie kritiek uitte op hervormingen binnen het strafrecht, met daarbij de tekst: “Now here’s a prosecutor with some blood in his veins (sânge în instalaţie), speaking his mind about dangerous prisoners being freed, our leaders’ bad ideas on legislative reform, and judges and prosecutors being ‘lynched’!” (Vertaald). De Judicial Inspection Board startte ambtshalve een onderzoek wegens mogelijk gedrag dat de eer en het imago van de rechterlijke macht zou aantasten, zoals bedoeld in artikel 99(a) van Wet nr. 303/2004. Na onderzoek werd de zaak voorgelegd aan de disciplinaire kamer van de Nationale Raad voor de Magistratuur, die oordeelde dat de verzoeker zijn plicht tot terughoudendheid had geschonden. Daarbij werd benadrukt dat zijn uitlatingen, mede gelet op hun vorm en publieke verspreiding, het vertrouwen in staatsinstellingen en de rechterlijke macht konden ondermijnen. Als sanctie werd een tijdelijke salarisverlaging van 5% voor twee maanden opgelegd. Het door de verzoeker ingestelde beroep werd door het Hoog Gerechtshof van Cassatie en Justitie verworpen. Dat hof oordeelde dat de beperking van zijn uitingsvrijheid wettelijk was voorzien, een legitiem doel diende (het beschermen van het gezag en de onpartijdigheid van de rechterlijke macht) en proportioneel was.
Prejudiciële vragen gesteld in zaak tussen ACM en Samsung
CBb 3 februari 2026, IT 5102; ECLI:NL:CBB:2026:34 (Samsung tegen ACM). Het geschil betreft de vraag of de ACM terecht aan Samsung een boete van €39.875.500 heeft opgelegd wegens het vaststellen van online wederverkoopprijzen van Samsung-televisies door zeven detailhandelaren in de periode van 9 januari 2013 tot en met 7 december 2018. De ACM startte haar onderzoek naar aanleiding van signalen en verklaringen van detailhandelaren en concludeerde dat Samsung artikel 6 van de Mededingingswet en artikel 101 VWEU had overtreden. Volgens de ACM heeft Samsung door diverse gedragingen structureel invloed uitgeoefend op de online verkoopprijzen, met als doel de prijsconcurrentie tussen detailhandelaren te beperken. De ACM kwalificeerde deze gedragingen als een enkele voortdurende inbreuk met een mededingingsbeperkende strekking, zodat onderzoek naar daadwerkelijke mededingingsgevolgen niet nodig werd geacht. De rechtbank heeft het beroep van Samsung ongegrond verklaard (ECLI:NL:RBROT:2023:10490). Er was sprake van verticale prijsafstemming in de vorm van een overeenkomst en/of onderling afgestemde feitelijke gedraging, die naar haar aard de mededinging beperkte. Dat geen sprake was van contractuele dwang of financiële prikkels, stond volgens de rechtbank niet in de weg aan deze kwalificatie. De opgelegde boete werd passend en geboden geacht.
Wpg biedt geen grond voor verwijdering politiegegevens na sepotbeslissing
Rb. 28 januari 2026, IT 5101; ECLI:NL:RBNHO:2026:810 ([eiseres] tegen de korpschef van de politie, de politiechef van eenheid Noord-Holland) [eiseres] verzocht om verwijdering van haar politiegegevens op grond van artikel 28 lid 2 Wpg, nadat haar strafzaak was geseponeerd en zij als “onterecht verdachte” was aangemerkt. Volgens haar moest de registratie volledig worden gewist.
Recht op inzage transactiegegevens Unibet-gebruiker toegewezen
Rb. Noord-Holland 10 december 2025, IT 5099; ECLI:NL:RBNHO:2025:14165 ([eiser] tegen Risepoint). [eiser], een oud gebruiker van het online casino Unibet, wenst inzage in zijn transactiegegevens bij gedaagde Risepoint, gevestigd in Malta, op grond van artikel 15 AVG. [eiser] stelt dat hij herhaaldelijk heeft verzocht om een overzicht van zijn stortingen en opnames, maar dat Risepoint dit niet heeft verstrekt. Daarnaast vordert hij een verbod op vernietiging van zijn persoonsgegevens en een dwangsom. Het verweer van Risepoint dat sprake zou zijn van misbruik van recht, omdat [eiser] mogelijk een civiele procedure wil starten over gokverliezen, wordt verworpen. Volgens vaste rechtspraak mag een inzageverzoek ook andere doelen dienen dan enkel het controleren van de gegevensverwerking.
Artikel geschreven door Elgar Weijtmans.
Waarom je straks geen dure juridische AI meer nodig hebt (behalve voor juridisch onderzoek)
Artikel geschreven door Elgar Weijtmans.
Stel je voor: je reviewt een contract met ChatGPT, maar in plaats van een lap tekst met verbetersuggesties krijg je het document te zien met gemarkeerde clausules. Je klikt op een passage om die goed te keuren, de AI ziet wat je doet en reageert. Geen eindeloos kopiëren en plakken tussen chatvenster en Word, maar samenwerken in een interactieve interface. En dat alles in een generieke AI als Claude of ChatGPT. Deze week werden MCP Apps gelanceerd. ChatGPT en Claude ondersteunen het binnenkort. De implicaties voor de juridische markt zijn groter dan je op het eerste gezicht zou denken.
Voor dit verhaal zijn ChatGPT en Claude uitwisselbaar. Ik gebruik Claude als voorbeeld, simpelweg omdat dat mijn favoriet is.
Oud-werknemer krijgt deels inzage in gegevens
Rb. Den Haag 18 december 2025, IT 5098; ECLI:NL:RBDHA:2025:24938 ([verzoeker] tegen Interparking). [verzoeker] is oud-werknemer van Interparking en verzoekt inzage op grond van artikel 15 en 16 AVG. [verzoeker] eist volledige inzage in zijn verwerkte persoonsgegevens en rectificatie van een beoordeling in zijn personeelsdossier. Volgens hem ontbreken nog interne e-mails, metadata en communicatie over zijn functioneren, meldingen over een collega, uitdiensttreding en klachten over werkapparatuur. Ook zou de beoordeling feitelijke onjuistheden bevatten. Interparking betoogt dat alle relevante persoonsgegevens zijn verstrekt en dat verdere communicatie over de genoemde onderwerpen alleen mondeling heeft plaatsgevonden of niet bestaat.
Rb: BKR-registratie moet worden verwijderd
Rb. Amsterdam 16 oktober 2026, IT 5097; ECLI:NL:RBAMS:2025:10765 ([verzoeker] tegen Hoist). [verzoeker] verzoekt de rechtbank Hoist te bevelen om de registratie in het Centraal Krediet Informatiesysteem (CKI) van het BKR te verwijderen. De registratie betrof een doorlopend krediet waarbij achterstanden ontstonden nadat de ex-partner van [verzoeker] haar betalingsverplichtingen niet nakwam. [verzoeker] heeft sindsdien volledig afgelost en bevindt zich al jaren in een stabiele financiële situatie. De registratie belemmert hem nu bij het verkrijgen van financiering voor de aankoop van een woning.
Rechtbank past spoorwissel van art. 69 Rv toe
Rb. Den Haag 24 december 2025, IT 5096; ECLI:NL:RBDHA:2025:26804 ([verzoekende partijen] c.s. tegen Kindred, Risepoint). [verzoekende partijen] c.s. zijn Nederlandse consumenten die in de periode van 1 januari 1997 tot en met 30 september 2021 via de websites van Unibet hebben deelgenomen aan online kansspelen. Kindred is de moedervennootschap van het Unibet-concern. Risepoint (voorheen Trannel international Limited) was een dochtervennootschap van Kindred. Risepoint exploiteerde websites van Unibet, die vanuit Nederland toegankelijk waren. [verzoekende partijen] c.s. hebben in hun verzoekschrift om inzage in hun (persoons)gegevens verzocht. Zij baseerde dit verzoek op grond van art. 15 AVG jo. art. 35 UAVG en op art. 195 en 195a Rv. De vordering op grond van art. 195 en 195a Rv is inmiddels ingetrokken.





























