IT 5222
22 april 2026
Uitspraak

Hof van Justitie EU verduidelijkt consumentenbegrip bij gemengde energiecontracten

 
IT 5221
21 april 2026
Uitspraak

CBb bevestigt marktanalysebesluit ACM: toezeggingen KPN en Glaspoort maken regulering overbodig

 
IT 5220
21 april 2026
Uitspraak

Leemte in energiecontract: redelijkheid en billijkheid bepalen verdeling WKK-opbrengsten

 
IT 5222

Hof van Justitie EU verduidelijkt consumentenbegrip bij gemengde energiecontracten

HvJ EU 8 mei 2025, IT 5222; ECLI:EU:C:2025:325 (I. SA tegen S. J.), https://itenrecht.nl/artikelen/hof-van-justitie-eu-verduidelijkt-consumentenbegrip-bij-gemengde-energiecontracten

Hof van Justitie EU 8 mei 2026, RB 4002; IT 5222; ECLI:EU:C:2025:325 (I. SA tegen S. J.). In deze zaak stond de vraag centraal of een landbouwer, die een elektriciteitscontract met vaste looptijd had gesloten voor zowel zijn boerderij als zijn privéwoning, als 'consument' kon worden aangemerkt onder Richtlijn 93/13. De landbouwer had het contract voortijdig opgezegd, waarna de leverancier een contractuele boete van ruim € 1.100 vorderde. De nationale rechter twijfelde over de status van de landbouwer bij deze 'gemengde overeenkomst', mede omdat het contract expliciet vermeldde dat het voor niet-consumenten bestemd was. Daarnaast rees de vraag of de Poolse energiewet, die boetes bij voortijdige opzegging toestaat, wel verenigbaar is met de Europese regels voor de elektriciteitsmarkt (Richtlijn 2009/72), die een hoog niveau van consumentenbescherming en het recht op kosteloze leverancierswisseling voorschrijven.

IT 5221

CBb bevestigt marktanalysebesluit ACM: toezeggingen KPN en Glaspoort maken regulering overbodig

Overige instanties 10 feb 2026, IT 5221; ECLI:NL:CBB:2026:45 (Youca tegen ACM), https://itenrecht.nl/artikelen/cbb-bevestigt-marktanalysebesluit-acm-toezeggingen-kpn-en-glaspoort-maken-regulering-overbodig

CBb 10 februari 2026, IT 5221; ECLI:NL:CBB:2026:45 (Youca tegen ACM). In deze zaak stond het marktanalysebesluit van de Autoriteit Consument en Markt (ACM) centraal betreffende lokale wholesaletoegang op telecommunicatienetwerken. De ACM concludeerde dat de geografische retailmarkten voldoende concurrerend zijn, mede door de vrijwillige toezeggingen van KPN en Glaspoort om hun glasvezelnetwerken open te stellen voor andere aanbieders. Op basis hiervan stelde de ACM vast dat er geen risico is op aanmerkelijke marktmacht (AMM) en dat verdere regulering van de wholesalemarkt daarom niet noodzakelijk is. Telecomaanbieder Youca vocht dit besluit aan en stelde dat de ACM ten onrechte doorslaggevende betekenis had toegekend aan deze toezeggingen en dat de analyse van de retailmarkt gebrekkig en onvolledig was, met name wat betreft de positie van kabel- en glasvezelnetwerken.

IT 5220

Leemte in energiecontract: redelijkheid en billijkheid bepalen verdeling WKK-opbrengsten

Rechtbank Den Haag 4 mrt 2026, IT 5220; ECLI:NL:RBDHA:2026:5904 ([eiseres] tegen [gedaagden]), https://itenrecht.nl/artikelen/leemte-in-energiecontract-redelijkheid-en-billijkheid-bepalen-verdeling-wkk-opbrengsten

Rb. Den Haag 4 maart 2026, IT 5220; ECLI:NL:RBDHA:2026:5904 ([eiseres] tegen [gedaagden]) In dit geschil stond de vraag centraal hoe de opbrengsten van een warmtekrachtkoppeling-installatie (WKK) verdeeld moesten worden tussen glastuinbouwbedrijf [eiseres] en de eigenaren van de netaansluiting ([gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2]). Partijen waren oorspronkelijk overeengekomen de inkomsten uit de zogenaamde 'noodvermogen-markt' op 50/50-basis te delen. Toen [eiseres] de WKK echter primair ging inzetten voor de onbalansmarkt om haar kassen te verwarmen, claimde zij de volledige netto-opbrengst hiervan omdat hierover geen expliciete afspraken waren gemaakt. [gedaagen] weigerden betaling van de facturen (totaal ruim € 240.000), stellende dat zij door dit gewijzigde gebruik inkomsten uit de noodvermogen-pool misliepen en dat [eiseres] wanprestatie pleegde.

IT 5079

Volg deLex op LinkedIn

Volg onze LinkedIn-pagina’s om volledig op de hoogte te blijven van alles wat binnen ons vakgebied én bij onze activiteiten speelt.

Via de LinkedIn-pagina Uitgeverij deLex blijft u op de hoogte van de belangrijkste ontwikkelingen op het gebied van IE-, IT- en privacyrecht. Via deze pagina ontvangt u vakinhoudelijke updates over onder meer IE-, IT-, privacy- en mediarecht, inclusief nieuws rond publicaties, jurisprudentie en relevante ontwikkelingen voor de praktijk.

Via de LinkedIn-pagina IE-Forum volgt u actuele ontwikkelingen binnen het intellectuele-eigendomsrecht, waaronder rechtspraak, wetgeving, beleidsontwikkelingen en relevante signaleringen uit de IE-praktijk. Daarnaast vindt u hier bijdragen, nieuwsberichten en updates die van direct belang zijn voor professionals die het IE-recht op de voet volgen.

Op de LinkedIn-pagina deLex Media informeren wij u over nieuwe en actuele cursussen en congressen, recente en aankomende publicaties, en overige vakinhoudelijke activiteiten die voor uw praktijk van belang kunnen zijn. Daarnaast bieden wij een professioneel overzicht van onze evenementen en initiatieven, met tijdige aankondigingen zodat u relevante opleidings- en netwerkgelegenheden niet mist.

Bezoek onze pagina’s en kies voor ‘Volgen’ om onze berichten rechtstreeks in uw tijdlijn te ontvangen en onderdeel te worden van ons netwerk.

IT 5218

Exploitant datacenter moet nutscontracten op eigen naam zetten

Rechtbank Amsterdam 26 feb 2026, IT 5218; ECLI:NL:RBAMS:2026:3686 (Onyx tegen Carrier 2), https://itenrecht.nl/artikelen/exploitant-datacenter-moet-nutscontracten-op-eigen-naam-zetten

Rb. Amsterdam 26 februari 2026, IT 5218; ECLI:NL:RBAMS:2026:3686 (Onyx tegen Carrier 2). In dit kort geding vordert verhuurder Onyx dat huurder Carrier 2, die een datacenter exploiteert, de contracten voor elektriciteit, water en de transformator direct op eigen naam zet. De huurovereenkomst bepaalde dat dit moest gebeuren "zodra dit mogelijk is", maar de huurder stelde dat dit pas het geval zou zijn nadat Onyx alle overeengekomen werkzaamheden, zoals de stroomverzwaring naar 2 MW, volledig had afgerond. De voorzieningenrechter verwierp dit standpunt en oordeelde dat de tekst van de overeenkomst geen enkel aanknopingspunt biedt voor een koppeling tussen de voltooiing van deze werkzaamheden en de overname van de nutscontracten. Bovendien achtte de rechter de huidige situatie onredelijk: de huurder maakt gebruik van het pand en de elektriciteit voor haar datacenter, terwijl de verhuurder maandelijks tussen de €13.000 en €18.000 aan verbruikskosten moet voorfinancieren.

IT 5219

Algemene thema's zijn niet auteursrechtelijk beschermd, óók niet als AI het nabootst, aldus het Duitse Hof


Het Gerechtshof Düsseldorf oordeelde dat een met AI gegenereerde afbeelding van een hond onder water geen inbreuk maakt op het auteursrecht op de foto waar de afbeelding op is gebaseerd. Volgens het hof is alleen het onbeschermde motief van de foto overgenomen, en niet de beschermde creatieve keuzes van de fotograaf. In het auteursrecht geldt: niet stijl, idee of motief worden beschermd, maar alleen de concrete creatieve uitwerking.

De uitspraak is ook voor Nederland relevant. Het hof baseert zijn beoordeling op het Unierechtelijke werkbegrip en verwijst naar recente rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie.

In deze blog lichten we toe hoe het hof tot zijn oordeel komt, en welke belangrijke vraag het juist onbeantwoord laat.

IT 5217

Prijswijziging Vattenfall oneerlijk; ruime wijzigingsbevoegdheid onvoldoende transparant

Rechtbank Amsterdam 10 apr 2026, IT 5217; ECLI:NL:RBAMS:2026:3660 (([eiser ] tegen VATTENFALL)), https://itenrecht.nl/artikelen/prijswijziging-vattenfall-oneerlijk-ruime-wijzigingsbevoegdheid-onvoldoende-transparant

Rb. Amsterdam 10 april 2026, IT5217, ECLI:NL:RBAMS:2026:3660 ([eiser ] tegen VATTENFALL). In deze zaak staat de vraag centraal of een prijswijzigingsbeding in de algemene voorwaarden van een energieleverancier als oneerlijk moet worden aangemerkt. De consument ([eiser]) die na afloop van een vaste contractperiode automatisch is overgezet naar een variabel contract voor onbepaalde tijd, overeenkomstig de toepasselijke productvoorwaarden. Op de overeenkomst zijn de Algemene Voorwaarden 2017 van toepassing, waarin Vattenfall een ruime bevoegdheid is toegekend om leveringstarieven gedurende de looptijd te wijzigen op basis van onder meer marktomstandigheden en kostenontwikkelingen. [eiser] vordert vernietiging van de per 1 april en 1 juli 2022 doorgevoerde prijswijzingen, stellende dat daaraan ten grondslag liggende prijswijzigingsbeding oneerlijk is. De kantonrechter leest deze vordering als mede gericht tegen het beding zelf en toetst de (on)eerlijkheid daarvan ambtshalve. Het beroep van Vattenfall op verjaring wordt verworpen. Onder verwijzing naar het arrest van het Hof van Justitie in de gevoegde zaken C-776/19–C-782/19 (BNP Paribas Personal Finance) overweegt de kantonrechter dat een vordering tot vernietiging van een oneerlijk beding niet kan verjaren. Voor eventuele restitutievorderingen geldt dat de verjaringstermijn pas aanvangt wanneer de consument bekend is met het mogelijk oneerlijke karakter van het beding. Vaststaat dat sprake is van een consumentenovereenkomst waarin gebruik wordt gemaakt van niet-onderhandelde algemene voorwaarden, zodat Richtlijn 93/13/EG van toepassing is. Het verweer dat het prijswijzigingsbeding een kernbeding betreft, faalt. Hoewel het beding grammaticaal begrijpelijk is, is het inhoudelijk zodanig ruim geformuleerd dat de consument geen reële inschatting kan maken van de economische gevolgen. Daarmee wordt niet voldaan aan de transparantie-eis, zodat toetsing aan de Richtlijn openstaat.

IT 5216

Cassatieberoep in software-auteursrechtzaak verworpen; proceskosten gematigd tot indicatietarief

Hoge Raad 17 apr 2026, IT 5216; ECLI:NL:HR:2026:668 (Payingit c.s. tegen Workrate), https://itenrecht.nl/artikelen/cassatieberoep-in-software-auteursrechtzaak-verworpen-proceskosten-gematigd-tot-indicatietarief

HR 17 april 2026, IEF 23485; IT 5216; ECLI:NL:HR:2026:668 (Payingit c.s. tegen Workrate). De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van Payingit c.s. in een geschil met Workrate over de omvang van de overdracht van auteursrechten op software en de bevoegdheid van de verkoper, die tevens licentienemer was, om exploitatiehandelingen te verrichten. Het arrest zelf bevat slechts een beperkte inhoudelijke motivering. De Hoge Raad vermeldt expliciet dat onderdeel 1.5 van het cassatiemiddel klaagt over schending van het Unierecht, in het bijzonder artikel 5, lid 5, van richtlijn 2001/29/EG (Auteursrechtrichtlijn), maar oordeelt dat die klacht niet tot cassatie kan leiden op de gronden uiteengezet in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 3.32 en 3.34. De overige klachten worden verworpen met toepassing van artikel 81, lid 1, RO, zodat de Hoge Raad niet motiveert waarom zij falen, omdat beantwoording daarvan niet nodig is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Het arrest is daarom vooral van belang als bevestiging van de uitkomst in hoger beroep, en niet wegens een uitgebreid inhoudelijk oordeel van de Hoge Raad over de auteursrechtelijke hoofdvragen.

IT 5214

Inzage in X onder de AVG: beperkte ruimte voor beroep op bedrijfsgeheimen

Hof 14 apr 2026, IT 5214; ECLI:NL:GHAMS:2026:961 ((X International Unlimited Company tegen [geïntimeerde])), https://itenrecht.nl/artikelen/inzage-in-x-onder-de-avg-beperkte-ruimte-voor-beroep-op-bedrijfsgeheimen

Hof Amsterdam 14 april 2026, IEF23484, ECLI:NL:GHAMS:2026:961(X International Unlimited Company tegen [geïntimeerde]). In deze zaak staat de reikwijdte van het inzagerecht van artikel 15 AVG centraal in de context van interne moderatie- en logsysteemgegevens van X (voorheen Twitter). [geïntimeerde], een gebruiker van het platform X, werd in oktober 2023 geconfronteerd met een tijdelijke beperking van zijn account naar aanleiding van een tweet waarin het woord “kinderporno” voorkwam met een link naar een NOS-artikel. Deze beperking bleek achteraf onterecht en werd door X opgeheven zonder dat de verzoeker daarvan op de hoogte werd gesteld. Als reactie hierop heeft de [geïntimeerde] een inzageverzoek ingediend op grond van artikel 15 AVG. Daarbij vroeg hij onder meer om toegang tot interne registraties van het platform, waaronder het systeem dat binnen X bekend staat als [Y] (ook aangeduid als “Guano Notes”), waarin moderatiehandelingen, labels en andere account gerelateerde acties worden vastgelegd. De Rechtbank Amsterdam wees dit verzoek grotendeels toe en verplichtte X tot volledige inzage, op straffe van een doorlopende dwangsom. In hoger beroep lagen echter nog slechts twee geschilpunten voor: de vraag of ook inzage moest worden verleend in de [Y]/Guano Notes en de vraag of de opgelegde dwangsommen moesten worden gemaximeerd dan wel verhoogd. X kwam in dat kader op tegen het vonnis en beriep zich op de bescherming van bedrijfsgeheimen en de rechten en vrijheden van derden als grond om de inzage te beperken. Het gerechtshof stelt voorop dat gegevens die zijn opgenomen in interne systemen zoals [Y], voor zover zij betrekking hebben op handelingen rond het account van de betrokkene, moeten worden aangemerkt als persoonsgegevens in de zin van de AVG. Dit betekent dat zij in beginsel onder het bereik van het inzagerecht vallen. Daarmee sluit het hof aan bij de lijn van het C-487/21 (FF/CRIF), waarin is benadrukt dat het inzagerecht ertoe strekt de betrokkene in staat te stellen de rechtmatigheid van de verwerking daadwerkelijk te controleren. Tegelijkertijd onderkent het hof dat het inzagerecht niet absoluut is. Op grond van artikel 15 lid 4 AVG, gelezen in samenhang met artikel 23 AVG en artikel 41 UAVG, kan de verstrekking van gegevens worden beperkt ter bescherming van onder meer de rechten en vrijheden van anderen, waaronder bedrijfsgeheimen. In dat verband verwijst het hof mede naar de rechtspraak van het C-203/22 (Dun & Bradstreet Austria), waarin is benadrukt dat een dergelijke beperking steeds het resultaat moet zijn van een concrete en zorgvuldige belangenafweging.

IT 5213

Offline streaming copy valt niet onder de thuiskopie-exceptie

HvJ EU 16 apr 2026, IT 5213; ECLI:EU:C:2026:296 (Stichting Onderhandelingen Thuiskopievergoeding, Stichting de Thuiskopie tegen HP Nederland BV, Dell BV, Stichting Overlegorgaan Blanco Informatiedragers), https://itenrecht.nl/artikelen/offline-streaming-copy-valt-niet-onder-de-thuiskopie-exceptie

HvJ EU 16 april 2026, IEF 23483; IT 5213; ECLI:EU:C:2026:296 (Stichting Onderhandelingen Thuiskopievergoeding, Stichting de Thuiskopie tegen HP Nederland BV, Dell BV, Stichting Overlegorgaan Blanco Informatiedragers). In C-496/24 oordeelt het Hof dat een offline streaming copy die door de aanbieder van een streamingdienst op verzoek van de gebruiker op diens apparaat wordt geplaatst, niet onder de uitzondering voor kopieën voor privégebruik van artikel 5, lid 2, onder b, van richtlijn 2001/29 valt, wanneer de gebruiker technisch niet buiten die dienst om over die kopie kan beschikken en de rechthebbende de controle over het werk behoudt. Het Hof stelt eerst vast dat artikel 5, lid 5, van de richtlijn de materiële inhoud van de uitzondering niet bepaalt of uitbreidt, maar alleen de voorwaarden preciseert waaronder een reeds bestaande beperking of restrictie mag worden toegepast; daarom herformuleert het de prejudiciële vragen zo dat uitsluitend de uitlegging van artikel 5, lid 2, onder b, centraal staat. Vervolgens benadrukt het Hof dat deze uitzondering alleen betrekking heeft op reproductiehandelingen in de zin van artikel 2 en niet op handelingen die in wezen onder het recht van mededeling aan het publiek, met inbegrip van beschikbaarstelling voor het publiek, van artikel 3, lid 1, vallen. In de door de Hoge Raad beschreven situatie selecteert de gebruiker weliswaar het werk, maar de streamingaanbieder plaatst dat werk op een afgeschermd deel van het apparaat, bepaalt de encryptie, houdt het uitsluitend binnen de app toegankelijk en verhindert dat de gebruiker de kopie verplaatst, overdraagt of anderszins vrij gebruikt; bovendien kan de toegang worden geblokkeerd of de kopie worden verwijderd. Onder voorbehoud van verificatie door de verwijzende rechter moet een dergelijke handeling daarom worden aangemerkt als een vorm van beschikbaarstelling voor het publiek, zodat zij niet onder de thuiskopie-exceptie valt.