IT 5343
7 juli 2026
Uitspraak

Rechtbank verwerpt vrijwel alle ontvankelijkheidsverweren in collectieve DSA-procedure tegen X Corp c.s.

 
IT 5342
7 juli 2026
Uitspraak

Rb. Zeeland-West-Brabant: inspanningsverplichting online marketing leidt niet tot garantie op betere vindbaarheid

 
IT 5341
7 juli 2026
Uitspraak

Rb. Zeeland-West-Brabant acht zich bevoegd in internationale crypto boilerroomzaak

 
IT 5343

Rechtbank verwerpt vrijwel alle ontvankelijkheidsverweren in collectieve DSA-procedure tegen X Corp c.s.

Rechtbank Amsterdam 7 jul 2026,, IT 5343; ECLI:NL:RBAMS:2026:6440 (SOMI tegen X Corp c.s), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/rechtbank-verwerpt-vrijwel-alle-ontvankelijkheidsverweren-in-collectieve-dsa-procedure-tegen-x-corp-c-s

Rb. Amsterdam 27 mei 2026, IT&Recht 5343; ECLI:NL:RBAMS:2026:6440 (SOMI tegen X Corp c.s). In deze zaak tussen belangenorganisatie SOMI (Stichting Onderzoek Marktinformatie) en X Corp c.s. (X Corp, XIUC en Twitter Netherlands) draait het om de ontvankelijkheid van een collectieve actie over onder meer gestelde AVG-schendingen, datalekken, ongeoorloofde microtargeting en schending van verplichtingen uit de Digital Services Act (DSA). SOMI vertegenwoordigt ruim 51.000 deelnemers en zegt op te komen voor ongeveer acht miljoen Nederlandse gebruikers van het X-platform. De rechtbank verklaart zich internationaal en relatief bevoegd, ook ten aanzien van de buitenlandse vennootschappen binnen het X-concern. Volgens X Corp c.s. voldoet SOMI niet aan de ontvankelijkheidseisen van de WAMCA. Ook stellen zij dat verschillende onderdelen van de vorderingen op voorhand geen kans van slagen hebben. De rechtbank volgt die verweren vrijwel niet en wijst ook de verzoeken om de procedure aan te houden af. Alleen over het waarborgvereiste wil de rechtbank meer informatie, in het bijzonder over de financiering van de procedure en de vraag of de zeggenschap daarover daadwerkelijk bij SOMI ligt. De rechtbank kent daarbij veel gewicht toe aan het feit dat SOMI eerder is aangewezen als representatieve organisatie voor grensoverschrijdende collectieve vorderingen. Daarom gaat zij ervan uit dat SOMI aan de eisen voldoet waarop die aanwijzing is gebaseerd, tenzij nieuwe feiten of omstandigheden aanleiding geven daar anders over te oordelen. Volgens de rechtbank hebben X Corp c.s. daarvoor op de meeste punten onvoldoende aangevoerd. Dat geldt ook voor de bezwaren tegen de governance van SOMI. De rechtbank twijfelt niet aan het ontbreken van een winstoogmerk bij de bestuurders, de inspraakmogelijkheden voor deelnemers, de transparantie van de website, de onafhankelijkheid van de financiering of de deskundigheid van het bestuur en de raad van toezicht. Ook het feit dat SOMI gebruikmaakt van diensten van ondernemingen die zijn gelieerd aan haar bestuurder betekent volgens de rechtbank niet dat de belangen van de achterban onvoldoende zijn gewaarborgd. De resterende twijfel gaat vooral over de complexe financieringsstructuur met schenkingen en certificaten en de vraag of SOMI daarin de zeggenschap over de procedure behoudt. Daarom moet SOMI alsnog onderbouwen dat zij over voldoende financiële middelen beschikt en dat de zeggenschap over de procedure daadwerkelijk bij haar ligt. Pas daarna beslist de rechtbank of ook aan het waarborgvereiste van artikel 3:305a BW is voldaan.

IT 5342

Rb. Zeeland-West-Brabant: inspanningsverplichting online marketing leidt niet tot garantie op betere vindbaarheid

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 7 jul 2026,, IT 5342; ECLI:NL:RBZWB:2026:5145 (PlantBezorgd tegen RB-Media), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/rb-zeeland-west-brabant-inspanningsverplichting-online-marketing-leidt-niet-tot-garantie-op-betere-vindbaarheid

Rb. Zeeland-West-Brabant 3 juni 2026, IT&Recht 5342; ECLI:NL:RBZWB:2026:5145 (PlantBezorgd tegen RB-Media). In deze zaak tussen PlantBezorgd en RB-Media staat de vraag centraal of RB-Media bij de uitvoering van een overeenkomst van opdracht voor online marketingwerkzaamheden is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen en haar zorg- en informatieplicht heeft geschonden. PlantBezorgd stelt dat RB-Media gedurende langere tijd nauwelijks werkzaamheden heeft verricht, waardoor de online vindbaarheid van haar webshop sterk is afgenomen en schade is ontstaan. De rechtbank oordeelt dat PlantBezorgd haar verwijten onvoldoende heeft onderbouwd en wijst alle vorderingen af. PlantBezorgd exploiteert een webshop voor planten en aanverwante artikelen en heeft RB-Media in 2022 ingeschakeld om haar online vindbaarheid te verbeteren. Partijen kwamen overeen dat RB-Media vanaf 2023 maandelijks 24 uur zou besteden aan online marketingwerkzaamheden, verdeeld over Google Ads (SEA), zoekmachineoptimalisatie (SEO), conversieoptimalisatie (CRO) en werkzaamheden voor een specifieke campagne. Daarbij was uitdrukkelijk afgesproken dat de uren flexibel konden worden ingezet wanneer ontwikkelingen in de markt daartoe aanleiding gaven. Nadat PlantBezorgd begin 2025 door een derde was gewezen op een volgens haar sterk afgenomen SEO-vindbaarheid, zegde zij de overeenkomst op en stelde zij RB-Media aansprakelijk voor de gestelde schade. Volgens PlantBezorgd had RB-Media de overeengekomen werkzaamheden feitelijk niet uitgevoerd. Zij voerde aan dat uit de wijzigingsgeschiedenis van het Google Ads-account bleek dat nauwelijks SEA-werkzaamheden waren verricht, dat via de Wayback Machine nauwelijks SEO-aanpassingen aan de website zichtbaar waren en dat vrijwel geen CRO-werkzaamheden waren uitgevoerd. Daarnaast stelde PlantBezorgd dat RB-Media haar onvoldoende had geïnformeerd over de teruglopende online vindbaarheid en haar als deskundige had moeten waarschuwen voor de tegenvallende resultaten. Zij vorderde onder meer terugbetaling van betaalde facturen, vergoeding van gederfde winst, extra marketingkosten en onderzoekskosten. RB-Media betwistte dat zij haar verplichtingen niet was nagekomen. Volgens haar gold slechts een inspanningsverplichting en niet een resultaatverplichting, omdat de online vindbaarheid afhankelijk is van talrijke factoren die grotendeels buiten haar invloedssfeer liggen, zoals algoritme-updates van Google en de technische prestaties van de website. Verder stelde RB-Media dat de overeengekomen uren wel degelijk waren besteed, onder meer aan werkzaamheden die niet zichtbaar worden in de wijzigingsgeschiedenis van Google Ads, zoals data-analyses, feedmanagement, strategieontwikkeling en werkzaamheden met externe tools.

IT 5341

Rb. Zeeland-West-Brabant acht zich bevoegd in internationale crypto boilerroomzaak

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 7 jul 2026,, IT 5341; ECLI:N:RBZWB:2026:5959 (Kyrrex tegen [persoon]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/rb-zeeland-west-brabant-acht-zich-bevoegd-in-internationale-crypto-boilerroomzaak

Rb. Zeeland-West-Brabant 17 juni 2026, IT&Recht 5341; ECLI:N:RBZWB:2026:5959 (Kyrrex tegen [persoon]). In deze zaak tussen Kyrrex en [persoon] staat de vraag centraal of de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft kennis te nemen van een vordering wegens vermeende betrokkenheid bij internationale crypto boilerroomfraude en, indien dat het geval is, of de zaak wegens samenhang moet worden verwezen naar de rechtbank Den Haag, waar al vergelijkbare procedures tegen Kyrrex aanhangig zijn. De rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat zij op grond van artikel 6 aanhef en onder e Rv rechtsmacht heeft en ziet geen aanleiding de zaak naar de rechtbank Den Haag te verwijzen. [persoon] stelt dat hij slachtoffer is geworden van crypto boilerroomfraude waarbij meerdere aan Kyrrex gelieerde vennootschappen betrokken zouden zijn. Naast Kyrrex UK Ltd. zijn volgens hem ook andere vennootschappen uit onder meer Cyprus, Malta en St. Vincent & The Grenadines bij de fraude betrokken. Kyrrex voert in een incident aan dat de Nederlandse rechter onbevoegd is, omdat de onderneming in het Verenigd Koninkrijk is gevestigd, geen activiteiten in Nederland verricht, niet operationeel is wegens het ontbreken van een vergunning en zich nooit op de Nederlandse markt heeft gericht. Volgens Kyrrex biedt de enkele omstandigheid dat de gestelde financiële schade zich op een Nederlandse bankrekening heeft voorgedaan onvoldoende aanknopingspunten voor rechtsmacht van de Nederlandse rechter. Subsidiair verzoekt Kyrrex verwijzing naar de rechtbank Den Haag, waar reeds ongeveer twintig vergelijkbare procedures tegen haar lopen. De rechtbank stelt voorop dat zij haar bevoegdheid moet beoordelen aan de hand van artikel 6, aanhef en onder e Rv, dat rechtsmacht toekent wanneer het schadeveroorzakende feit zich in Nederland heeft voorgedaan of zich daar kan voordoen. Zij acht zich bevoegd. Daarbij acht de rechtbank van belang dat de bankrekening waarvan gelden zijn verdwenen in Nederland wordt aangehouden, dat de vermogensvermindering zich in Nederland heeft voorgedaan en dat [persoon] in Nederland woont. Volgens de rechtbank is de schade daarmee in Nederland geleden. De rechtbank verwerpt tevens het betoog dat Kyrrex zich niet op de Nederlandse markt zou hebben gericht. Volgens de rechtbank wordt die stelling weersproken door het relatief grote aantal Nederlandse benadeelden dat zich inmiddels heeft gemeld.

IT 5338

TikTok-video met screenshots van privéberichten niet onrechtmatig

Rechtbank Amsterdam 24 jun 2026,, IT 5338; ECLI:NL:RBAMS:2026:6415 (([eiseres] tegen [gedaagde]).), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/tiktok-video-met-screenshots-van-priveberichten-niet-onrechtmatig

Rb. Amsterdam 24 juni 2026, IT 5338; ECLI:NL:RBAMS:2026:6415 ([eiseres] tegen [gedaagde]). De voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam wijst de vorderingen af van [eiseres], een bekende televisiepersoonlijkheid, tegen [gedaagde], een kunstenaar met een TikTok‑kanaal. De zaak betreft een door [gedaagde] gepubliceerde TikTok‑video waarin screenshots van privéberichten tussen partijen worden getoond en van commentaar voorzien. Partijen kwamen in 2024 via Instagram met elkaar in contact. In februari 2025 bood [eiseres] [gedaagde] aan om vijf portretten te maken in verband met een televisieopname, waarvoor een budget van € 150 beschikbaar was. [gedaagde] achtte dat bedrag voor vijf portretten niet realistisch en ver onder haar gebruikelijke tarief. Naar aanleiding daarvan ontstond discussie tussen partijen. In mei 2026 plaatste [gedaagde] een TikTok‑video met delen van de chatgesprekken en haar eigen commentaar daarop. Die video werd vervolgens breed gedeeld en ook door derden verder verspreid. [eiseres] vordert in kort geding onder meer verwijdering van de publicatie, plaatsing van een rectificatie en verstrekking van screenshots of ander beeldmateriaal van alle over haar gedeelde posts. Zij stelt dat [gedaagde] met de video een eenzijdig en vertekend beeld heeft geschetst van de correspondentie tussen partijen, waardoor haar eer, goede naam en reputatie zijn geschaad. Volgens [eiseres] wordt ten onrechte de indruk gewekt dat zij [gedaagde] als kunstenaar voor eigen gewin wilde gebruiken. Zij beroept zich op haar persoonlijke levenssfeer en stelt dat sprake is van een onrechtmatige publicatie. [gedaagde] voert aan dat zij zich als kunstenaar niet serieus genomen voelde, dat het voorgestelde bedrag niet in verhouding stond tot het gevraagde werk en dat zij haar ervaring daarover mocht delen.

IT 5339

HvJ EU: consumentenbescherming bij online CFD‑platforms blijft gelden voor uitvoeringsbedingen

HvJ EU 6 jul 2026,, IT 5339; ECLI:EU:C:2026:500 (FIBO Markets tegen J.P.), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/hvj-eu-consumentenbescherming-bij-online-cfd-platforms-blijft-gelden-voor-uitvoeringsbedingen

HvJ EU 18 juni 2026, IT&Recht 5339; ECLI:EU:C:2026:500 (FIBO Markets tegen J.P.). In deze zaak tussen FIBO Markets en J.P. staat de vraag centraal of bedingen in een raamovereenkomst over het aannemen, verwerken en uitvoeren van een order voor een contract for differences (CFD) vallen onder de uitzondering voor financiële instrumenten in artikel 6, lid 4, onder d, van de Rome I-verordening. Het Hof van Justitie oordeelt dat alleen de rechten en verplichtingen die het financiële instrument zelf vormen onder die uitzondering vallen. Contractuele bedingen over de technische verwerking en uitvoering van een order, zoals bedingen die de aanbieder de mogelijkheid geven een order niet of onder andere voorwaarden uit te voeren, blijven daarbuiten en kunnen daarom onder de consumentenbescherming van artikel 6 van de Rome I-verordening vallen. J.P., een consument uit Tsjechië, sloot online een raamovereenkomst met de Cypriotische beleggingsonderneming FIBO Markets om via een handelsplatform in CFD's te handelen. In de overeenkomst was bepaald dat FIBO bij technische problemen een order niet hoefde uit te voeren of deze tegen een andere koers mocht uitvoeren. Nadat een kooporder met een vertraging van zestien seconden was uitgevoerd, stelde J.P. winst te zijn misgelopen en vorderde zij schadevergoeding. Voor de verwijzende rechter stond centraal of het Cypriotische recht (op basis van het rechtskeuzebeding) of het Tsjechische consumentenrecht toepasselijk was op de raamovereenkomst en de CFD‑transactie. Het Hof stelt voorop dat artikel 6 van de Rome I-verordening consumenten beschermt door in beginsel het recht van hun gewone verblijfplaats van toepassing te verklaren zodra een professionele partij haar activiteiten op die lidstaat richt. De uitzondering voor rechten en verplichtingen die een financieel instrument vormen moet daarom strikt worden uitgelegd.

IT 5337

Aanhouding journaliste door de Politie bij verboden demonstratie blijkt onrechtmatig

Rechtbank Den Haag 10 jun 2026,, IT 5337; ECLI:NL:RBDHA:2026:15512 (([eiseres] tegen de Politie)), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/aanhouding-journaliste-door-de-politie-bij-verboden-demonstratie-blijkt-onrechtmatig

Rb. Den Haag 10 juni 2026, IT 5337; ECLI:NL:RBDHA:2026:15512 ([eiseres] tegen de Politie). In deze zaak oordeelt de rechtbank Den Haag dat de aanhouding van [eiseres], een journaliste die aanwezig was bij een verboden demonstratie op de Dam op 10 november 2024, en haar daaropvolgende vrijheidsbeneming van ongeveer negen uur onrechtmatig waren. Als achtergrond geldt dat de burgemeester van Amsterdam kort vóór die datum een noodverordening had uitgevaardigd in verband met ongeregeldheden rond de voetbalwedstrijd Ajax tegen Maccabi Tel Aviv, op grond waarvan een demonstratieverbod gold. Twee dagen later vond op de Dam toch een demonstratie plaats. [eiseres] was daar aanwezig om journalistiek verslag te doen en maakte met haar telefoon video-opnames. Zij werd door de Politie aangehouden op verdenking van deelname aan de verboden demonstratie en vervolgens geboeid overgebracht naar het politiebureau, waar zij gedurende circa negen uur werd vastgehouden. Strafvervolging is nadien uitgebleven. [eiseres] stelt dat zij niet als demonstrant, maar uitsluitend als journaliste aanwezig was. Zij vordert onder meer een verklaring voor recht dat haar aanhouding en vrijheidsbeneming onrechtmatig waren, alsmede rectificatie van mededelingen die de Politie na de aanhouding onder meer aan NRC heeft gedaan. Volgens de Politie nam [eiseres] wel deel aan de demonstratie, stond zij tussen demonstranten, scandeerde zij leuzen en was voor de Politie niet kenbaar dat zij als journaliste werkte. De Politie voert verder aan dat [eiseres] haar perskaart niet zichtbaar droeg en zich pas laat als pers zou hebben geïdentificeerd.

IT 5336

Rb. Noord-Nederland veroordeelt Mediahuis tot rectificatie na eenzijdige en onjuiste publicatie over tandartspraktijk

Rechtbank Noord-Nederland 6 jul 2026,, IT 5336; ECLI:RBNNE:2026:1229 ([eisers] tegen Mediahuis), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/rb-noord-nederland-veroordeelt-mediahuis-tot-rectificatie-na-eenzijdige-en-onjuiste-publicatie-over-tandartspraktijk

Rb. Noord-Nederland 15 april 2026, IT&Recht 5336; ECLI:RBNNE:2026:1229 ([eisers] tegen Mediahuis). In deze zaak tussen [eisers] en Mediahuis staat de vraag centraal of Mediahuis onrechtmatig heeft gehandeld door een krantenartikel over de tandartspraktijk van [eisers] te publiceren. De rechtbank oordeelt dat dit het geval is. Volgens de rechtbank heeft Mediahuis een eenzijdig en gekleurd beeld van [eisers] geschetst, zonder hen voldoende gelegenheid te geven daarop vóór publicatie te reageren. De rechtbank veroordeelt Mediahuis daarom tot het plaatsen van een rectificatie. De vordering tot verwijdering van het artikel wordt afgewezen. Aanleiding voor het geschil is een artikel dat in mei 2019 verscheen in de Steenwijker Courant naar aanleiding van een tuchtuitspraak tegen [eisers]. Het artikel bevat verschillende beschuldigingen over de praktijkvoering van [eisers] en is grotendeels gebaseerd op uitlatingen van een concurrerende tandartspraktijk. De tuchtuitspraak waarop het artikel was gebaseerd, is later door het Centraal Tuchtcollege vernietigd. Volgens [eisers] bevat het artikel feitelijke onjuistheden en heeft Mediahuis onvoldoende hoor en wederhoor toegepast. Bij de beoordeling past de rechtbank het gebruikelijke toetsingskader toe van artikel 6:162 BW in het licht van de belangenafweging tussen het recht op uitingsvrijheid (artikel 10 EVRM) en het recht op bescherming van eer, goede naam en persoonlijke levenssfeer (artikel 8 EVRM). De rechtbank stelt vast dat Mediahuis [eisers] alleen om een reactie op de tuchtuitspraak heeft gevraagd en niet op de overige verwijten, beschuldigingen en conclusies die uiteindelijk in het artikel zijn opgenomen. Daardoor konden [eisers] feitelijke onjuistheden vóór publicatie niet corrigeren. Volgens de rechtbank had Mediahuis hen die mogelijkheid wel moeten bieden, gelet op de mogelijke gevolgen van de publicatie voor hun reputatie.

IT 5328

Online uitlatingen van inwoner Schouwen-Duivenland over Gemeente onrechtmatig

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2 jun 2026,, IT 5328; ECLI:NL:RBZWB:2026:4879 ((Gemeente Schouwen-Duiveland tegen [gedaagde])), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/online-uitlatingen-van-inwoner-schouwen-duivenland-over-gemeente-onrechtmatig

Rb. Zeeland-West-Brabant 2 juni 2026, IT 5328; ECLI:NL:RBZWB:2026:4879 (Gemeente Schouwen-Duiveland tegen [gedaagde]). In dit kort geding gaat het om uitlatingen die [gedaagde], inwoner van de gemeente Schouwen-Duiveland, op sociale media heeft geplaatst over werknemers van de Gemeente. In die berichten noemt hij ambtenaren bij naam, maakt hij hen onder meer uit voor leugenaars en plaatst hij bij sommige uitlatingen ook foto’s van de betreffende werknemers. Daarnaast heeft [gedaagde] AI-gegenereerde filmpjes geplaatst waarin geweld wordt toegepast tegen figuren die als bestuurders of ambtenaren van de Gemeente herkenbaar zijn, waaronder de burgemeester. De Gemeente vordert verwijdering en verwijderd houden van de in de dagvaarding genoemde uitlatingen, verwijdering van na 18 maart 2026 geplaatste uitlatingen waarin namen, foto’s of andere persoonsgegevens van ambtenaren worden genoemd en verwijdering van filmpjes waarin geweld tegen de burgemeester wordt uitgeoefend. Ook vordert zij een verbod op toekomstige publicaties waarin ambtenaren herkenbaar worden genoemd en beschuldigend, smadelijk, lasterlijk of sarcastisch worden aangeduid, alsmede een verbod op AI-gegenereerde filmpjes waarin geweld wordt toegepast tegen herkenbare bestuurders of ambtenaren van de Gemeente. [gedaagde] verschijnt niet ter zitting, zodat tegen hem verstek wordt verleend. De voorzieningenrechter slaat daarom geen acht op de door hem ingediende stukken. Het spoedeisend belang is volgens de voorzieningenrechter gegeven, omdat [gedaagde] ook na de dagvaarding is doorgegaan met het plaatsen van berichten waarin ambtenaren bij naam worden genoemd.

IT 5324

Illegaal online kansspelaanbod onrechtmatig jegens TOTO

Rechtbank Den Haag 17 jun 2026,, IT 5324; ECLI:NL:RBDHA:2026:16277 ((TOTO tegen DECC c.s.)), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/illegaal-online-kansspelaanbod-onrechtmatig-jegens-toto

Rb. Den Haag 17 juni 2026, IT 5324; RB 4034; ECLI:NL:RBDHA:2026:16277 (TOTO tegen DECC c.s.). De rechtbank Den Haag oordeelt in een geschil tussen TOTO en meerdere gedaagden over het online aanbieden van kansspelen via Lala.bet. TOTO stelt dat zonder vergunning van de Kansspelautoriteit online kansspelen zijn aangeboden aan Nederlandse spelers, terwijl zij zelf als vergunninghoudende aanbieder actief is op de gereguleerde Nederlandse kansspelmarkt. De rechtbank acht de vorderingen tegen [gedaagde sub 4], SkyGrow en [gedaagde sub 6] op dit punt toewijsbaar. Zij worden veroordeeld tot vergoeding van de schade die TOTO als gevolg van het illegale kansspelaanbod heeft geleden, nader op te maken bij staat. Ook worden zij veroordeeld tot het staken en gestaakt houden van het aanbieden of faciliteren van online kansspelen zonder Nederlandse vergunning, op straffe van een dwangsom. De schade wordt in deze procedure nog niet begroot, omdat de omvang daarvan en de precieze financiële gevolgen in een afzonderlijke schadestaatprocedure moeten worden vastgesteld.

IT 5335

Artikel geschreven door Stephan Mulders, Blenheim

Beleidspunten bij zakelijke verkoop via Bol.com: juridische aandachtspunten voor e-commerce ondernemers

Stephan Mulders, 11 juni 2026.

Zakelijke verkoop via Bol.com biedt grote commerciële kansen, maar brengt ook risico’s met zich mee. Eén van die risico’s is het beleidspuntensysteem van Bol.com. Dit systeem bepaalt of een zakelijk verkopersaccount mag worden gesloten. Bij het bereiken van nul beleidspunten wordt een account beëindigd, wat direct leidt tot omzetverlies. In dit artikel leest u hoe het beleidspuntensysteem van Bol.com juridisch in elkaar zit en hoe u zich kunt weren tegen een onterechte aftrek van beleidspunten.