IT 5254
1 mei 2026
Uitspraak

Geen uitzendverbod voor tv-programma, wel beperking herkenbaarheid [eiser]

 
IT 5248
1 mei 2026
Uitspraak

HvJEU: Vaste staatsinkomsten uit frequentievergoedingen toegestaan, mits niet boven marktwaarde

 
IT 5247
1 mei 2026
Uitspraak

Verbod op negatieve reviews: herhaaldelijk plaatsen onder verschillende namen onrechtmatig

 
IT 5254

Geen uitzendverbod voor tv-programma, wel beperking herkenbaarheid [eiser]

Rechtbank Amsterdam 29 okt 2025, IT 5254; ECLI:NL:RBAMS:2025:11439 ([eiser] tegen [gedaagde]), https://itenrecht.nl/artikelen/geen-uitzendverbod-voor-tv-programma-wel-beperking-herkenbaarheid-eiser

Rb. Amsterdam 29 oktober 2025; IEF 23522; IT 5254 ECLI:NL:RBAMS:2025:11439 ([eiser] tegen [gedaagde]). In dit kort geding vordert een betrokkene een verbod op de uitzending van een aflevering van een televisieprogramma waarin hij wordt geconfronteerd met beschuldigingen van financiële misstanden en benadeling van derden. Volgens [eiser] is de voorgenomen uitzending onrechtmatig, omdat deze zou zijn gebaseerd op onjuiste informatie en omdat hem onvoldoende gelegenheid tot wederhoor zou zijn geboden.

IT 5248

HvJEU: Vaste staatsinkomsten uit frequentievergoedingen toegestaan, mits niet boven marktwaarde

HvJ EU 5 mrt 2026, IT 5248; ECLI:EU:C:2026:156 (Elettronica Industriale SpA tegen Ministero delle Imprese e del Made in Italy,), https://itenrecht.nl/artikelen/hvjeu-vaste-staatsinkomsten-uit-frequentievergoedingen-toegestaan-mits-niet-boven-marktwaarde

HvJ EU 5 maart 2026, IT 5248; IEFbe 4210; ECLI:EU:C:2026:156 ( Elettronica Industriale SpA tegen Ministero delle Imprese e del Made in Italy). In deze prejudiciële zaak staat de vraag centraal of lidstaten bij het vaststellen van vergoedingen voor het gebruik van digitale televisiefrequenties rekening mogen houden met vooraf vastgestelde begrotingsdoelstellingen. Aanleiding vormt een Italiaans stelsel waarbij de hoogte van de vergoedingen mede wordt bepaald door een wettelijk vastgelegd minimum aan jaarlijkse inkomsten voor de staatsbegroting. Een netwerkexploitant betwistte de geldigheid van deze regeling, omdat zij zou neerkomen op een zuiver fiscale heffing die niet verenigbaar is met het Unierechtelijke kader voor elektronische communicatie.

IT 5247

Verbod op negatieve reviews: herhaaldelijk plaatsen onder verschillende namen onrechtmatig

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 17 apr 2026, IT 5247; ECLI:NL:RBZWB:2026:3455 ([eisende partij] tegen [gedaagde partijen]), https://itenrecht.nl/artikelen/verbod-op-negatieve-reviews-herhaaldelijk-plaatsen-onder-verschillende-namen-onrechtmatig

Rb. Zeeland West-Brabant 17 april 2026, IEF 23515; IT 5247; ECLI:NL:RBZWB:2026:3455 ([eisende partij] tegen [gedaagde partijen]). In dit kort geding staat centraal of het plaatsen van meerdere negatieve online recensies over een vakantiewoning onrechtmatig is. Gedaagden hadden na klachten over hun verblijf herhaaldelijk negatieve reviews geplaatst op verschillende platforms, deels onder verschillende namen.

IT 5251

Online update: Fictief makerschap op woensdag 20 mei

Woensdag 20 mei neemt Peter Teunissen (Radboud Universiteit) u opnieuw mee in het fictief makerschap. Dit keer bespreekt hij het advies van de Commissie Auteursrecht over de impact van het ONB-arrest op fictief makerschap. Samen met u loopt hij door het advies heen en bespreekt wat erin staat en waarom het advies op die manier is ingericht. Hij bespreekt de drie scenario's en aandachtspunten. Hierbij is zeker ruimte voor vragen. Daarnaast gaat hij kort in op het makerschap in Europa. 

Meer weten of aanmelden?

IT 5244

Geen recht op netaansluiting bij congestie: TenneT hoeft traject niet te hervatten

Rechtbank Gelderland 29 apr 2026, IT 5244; ECLI:NL:RBGEL:2026:3358 (Goodman tegen TenneT), https://itenrecht.nl/artikelen/geen-recht-op-netaansluiting-bij-congestie-tennet-hoeft-traject-niet-te-hervatten

Rb. Gelderland 29 april 2026, IT 5244; ECLI:NL:RBGEL:2026:3358 (Goodman tegen TenneT). In dit kort geding vordert projectontwikkelaar Goodman dat netbeheerder TenneT het aansluittraject voor een elektriciteitsaansluiting hervat en afrondt. Goodman stelt dat zij op basis van een ondertekende offerte, een voorloopopdracht en reeds verrichte betalingen als gecontracteerde afnemer moet worden beschouwd en aanspraak heeft op realisatie van de aansluiting.

IT 5243

Ruime bescherming voor vrijheid van meningsuiting politici: ‘beetje Andrew Tate vibes’ toegestaan

Rechtbank Midden-Nederland 24 apr 2026, IT 5243; ECLI:NL:RBMNE:2026:1870 ([eisende partij] tegen Volt en [gedaagde partij sub 2]), https://itenrecht.nl/artikelen/ruime-bescherming-voor-vrijheid-van-meningsuiting-politici-beetje-andrew-tate-vibes-toegestaan

Rb. Midden-Nederland 24 april 2026, IEF 23511; IT 5243; ECLI:NL:RBMNE:2026:1870 ([eisende partij] tegen Volt en [gedaagde partij sub 2]). In dit kort geding staat de vraag centraal of uitlatingen van een politica tijdens een gemeenteraadsvergadering, en de daarna op social media, onrechtmatig zijn tegenover een verhuurder, [eisende partij]. De politica sprak onder meer over “Andrew Tate vibes” en kwalificeerde diens verhuurpraktijken als intimiderend. [eisende partij] verhuurde bijvoorbeeld enkel aan vrouwen.

IT 5252

Hof Den Haag: stakingsbevel wegens merkinbreuk op Uniemerk ICE niet geschorst; rectificatiebevel voorwaardelijk geschorst wegens disproportionele redactie

Gerechtshof Den Haag 7 apr 2026, IT 5252; ECLI:NL:GHDHA:2026:546 (Ice Labs tegen IEH), https://itenrecht.nl/artikelen/hof-den-haag-stakingsbevel-wegens-merkinbreuk-op-uniemerk-ice-niet-geschorst-rectificatiebevel-voorwaardelijk-geschorst-wegens-disproportionele-redactie

Hof Den Haag 7 april 2026, IEF 23520; ECLI:NL:GHDHA:2026:546 (Ice Labs tegen IEH). Dit arrest van het Gerechtshof Den Haag (7 april 2026) betreft een schorsingsincident ex art. 351 Rv in hoger beroep tegen een kortgedingvonnis van de voorzieningenrechter Den Haag van 6 mei 2025, waarbij Ice Labs, die de cryptomunt "Ice Open Network" (ticker: ICE) op de markt brengt, bij voorlopig oordeel inbreukmakend werd bevonden op het Uniemerk ICE van Intercontinental Exchange Holdings, Inc. (IEH), en werd bevolen iedere inbreuk in de EU te staken, alle exchanges te verzoeken de naam en ticker te wijzigen, en een rectificatie te plaatsen op website en sociale media, op straffe van dwangsommen. Ice Labs vorderde in het incident primair schorsing tot aan de beslissing in de hoofdzaak, subsidiair voor 90 dagen na betekening. Het hof baseert zijn internationale bevoegdheid in dit incident op art. 125 lid 1 UMVo jo. art. 35 Brussel I-bis, nu een reële band met de Nederlandse rechtsorde bestaat; de in de hoofdzaak opgeworpen bevoegdheidskwestie blijft onbesproken. Het hof hanteert de maatstaf uit HR 20 december 2019: uitgangspunt is tenuitvoerlegging, schorsing is slechts gerechtvaardigd indien het belang van de veroordeelde bij behoud van de bestaande toestand zwaarder weegt, waarbij het hof uitgaat van de vaststellingen van de voorzieningenrechter tenzij sprake is van een kennelijke misslag, en, indien de uitvoerbaarheid bij voorraad is gemotiveerd, de veroordeelde nieuwe feiten of omstandigheden moet aanvoeren die zich na de uitspraak hebben voorgedaan en een ander oordeel kunnen rechtvaardigen.

IT 5242

Geen aandelen, wel loon: opdrachtnemer krijgt €302.500 voor softwarewerkzaamheden

Rechtbank Amsterdam 12 mrt 2026, IT 5242; ECLI:NL:RBAMS:2025:1620 (Cimico tegen GLT), https://itenrecht.nl/artikelen/geen-aandelen-wel-loon-opdrachtnemer-krijgt-302-500-voor-softwarewerkzaamheden

Rb. Amsterdam 12 maart 2026, IT 5242; ECLI:NL:RBAMS:2025:1620 (Cimico tegen GLT). In deze zaak vordert Cimico betaling voor werkzaamheden die zij gedurende ruim drie jaar heeft verricht voor softwarebedrijf GLT. Partijen hadden gesproken over beloning in de vorm van een aandelenbelang, maar daarover is nooit overeenstemming bereikt. Cimico stelt daarom recht te hebben op een redelijk loon.

IT 5249

A-G: registratie persoonsgegevens door ING in IVR en Gebeurtenissenadministratie niet in strijd met AVG

Hoge Raad 24 apr 2026, IT 5249; ECLI:NL:PHR:2026:435 ([eiser] tegen ING), https://itenrecht.nl/artikelen/a-g-registratie-persoonsgegevens-door-ing-in-ivr-en-gebeurtenissenadministratie-niet-in-strijd-met-avg

Parket bij de Hoge Raad 24 april 2026, IEF 23518; IT 5249; ECLI:NL:PHR:2026:435 ([eiser] tegen ING). Deze conclusie van A-G Drijber (zitting 24 april 2026) betreft een geschil tussen een ondernemer (eiser) en ING over de verwerking van zijn persoonsgegevens in de Gebeurtenissenadministratie en het Intern Verwijzingsregister (IVR) van ING. ING had de zakelijke bankrelatie beëindigd omdat zij onvoldoende kon uitsluiten dat eisers cashgelden betrokken waren bij heling, witwassen en andere criminele activiteiten, mede vanwege het ontbreken van een adequate inkoopadministratie en schending van de registratieplicht ex art. 437 Sr. Eiser vorderde verwijdering van zijn persoonsgegevens uit het IVR en de Gebeurtenissenadministratie. Zowel de rechtbank als het hof wezen de vorderingen af. Het hof oordeelde dat de geregistreerde gegevens geen strafrechtelijke persoonsgegevens zijn in de zin van art. 10 AVG, de vastgelegde feiten en omstandigheden (grote cashuitgaven zonder verantwoording, het ontbreken van een adequate boekhouding en onvoldoende maatregelen om betrokkenheid bij strafbare feiten uit te sluiten) kunnen geen bewezenverklaring in de zin van art. 350 Sv dragen, en dat de verwerking een gerechtvaardigd doel dient op grond van art. 6 lid 1 onder f AVG (waarborging van de veiligheid en integriteit van de financiële sector, mede gelet op de Wwft-verplichtingen van ING), dat de persoonsgegevens uitsluitend intern toegankelijk zijn, dat eiser niet in zijn toegang tot financiële diensten elders is belemmerd, en dat de aantekening een correcte weergave vormt van de redenen voor de beëindiging van de bankrelatie.