Uitspraak ingezonden door Otto Volgenant, Boekx.
Offlimits v Grok en X: kort geding over niet‑consensuele uitkleedbeelden
Rb Amsterdam 26 maart 2026, IEF 23420, IT 5164; C/13/783613 / KG ZA 26-120 EAM/JD (Offlimits tegen X.AI, X en XIUC). In deze zaak start Stichting Offlimits, die zich richt op het voorkomen en bestrijden van online (seksueel) grensoverschrijdend gedrag en (kinder)misbruik, een kort geding tegen X.AI (ontwikkelaar van de generatieve AI‑chatbot Grok), X Corp (de Amerikaanse X‑entiteit) en XIUC (de Ierse exploitant van X in de EER). Grok is een large language model dat via grok.com, een standalone‑app en de “Grok‑in‑X”‑functie op X beschikbaar is. Gebruikers kunnen er niet alleen tekst mee genereren, maar ook afbeeldingen bewerken en genereren. Aanleiding zijn onder andere een CCDH‑rapport en een artikel in The Guardian waaruit blijkt dat na introductie van de beeldfunctie grote hoeveelheden geseksualiseerde afbeeldingen, inclusief beelden die kinderen lijken te tonen, met Grok zijn gegenereerd en op X geplaatst, waarna de Europese Commissie een DSA‑onderzoek naar X aankondigt. Offlimits stelt dat Grok ondanks door X.AI/X aangekondigde technische maatregelen in januari 2026 nog steeds (1) niet‑consensuele “uitkleedbeelden” van echte personen genereert (deepfake‑stripbeelden) zonder controle op toestemming of leeftijd en (2) kinderpornografisch materiaal of daarop lijkende beelden kan genereren, en vordert daarom verboden en geboden (met hoge dwangsommen) die er in de kern op neerkomen dat Grok en X geen functionaliteit meer mogen aanbieden waarmee deze beelden kunnen worden gegenereerd en verspreid. De voorzieningenrechter acht zich op grond van art. 79 AVG, art. 7 lid 2 Brussel I‑bis en art. 7 Rv internationaal bevoegd, past AVG en Nederlands recht toe (via Rome II, art. 14), en verklaart Offlimits als 3:305a‑stichting ontvankelijk onder het “lichte regime” vanwege het ideële karakter en het ontbreken van schadevorderingen.
Fraudeverdenking rechtvaardigt bankmaatregelen en registratie persoonsgegevens
Rb. Amsterdam 19 maart 2026, IT 5162; ECLI:NL:RBAMS:2026:2855 ([eiser] tegen ING Bank). In dit kort geding staat de vraag centraal of ING Bank gerechtigd was de bankrelatie met [eiser] te beëindigen en diens persoonsgegevens te registreren in het interne verwijzingsregister (IVR). [eiser] verzette zich tegen de blokkering van zijn rekening, de beëindiging van de bankrelatie en de IVR-registratie. Aanleiding voor het optreden van de bank was dat [eiser] derden trachtte te overtuigen van het bestaan van niet-bestaande bankrekeningen gekoppeld aan burgerservicenummers en betalingsopdrachten initieerde vanaf dergelijke fictieve rekeningen. ING kwalificeerde dit als (pogingen tot) misleiding en stelde dat het vertrouwen in [eiser] daardoor was geschaad.
Prejudiciële vragen gesteld over het recht op inzage bij een leningsovereenkomst
Prejudiciële vragen gesteld aan HvJEU 22 oktober 2025, IT 5159; IEFbe 4160; C-676/25 (I. N. R. tegen "Viva Credit” AD) via MinBuza. In september 2023 hebben ‘I.N.R.’ en verwerende partij ‘Viva Credit’ een leningsovereenkomst gesloten. In april 2025, na beëindiging van de overeenkomst, heeft I.N.R. op basis van artikel 15 AVG een verzoek ingediend bij verweerder en verzocht om alle informatie omtrent het gebruik van zijn persoonsgegevens met hem te delen. Viva Credit heeft een uittreksel van de leningsovereenkomst met daarin de verwerkte persoonsgegevens met hem gedeeld. Viva Credit weigert vervolgens het nieuwe verzoek van I.N.R. om een kopie van de volledige overeenkomsten met hem te delen (en niet alleen de uittreksels), waarna I.N.R. in beroep gaat. De Bulgaarse rechter vraagt het Hof naar de reikwijdte van artikel 15 AVG.
Artikel geschreven door Gijs van Berkel, Holla.
Digitale Omnibus uitgelegd: de AVG (2/4)
Het digitale landschap staat op het punt te veranderen; zo óók de Algemene Verordening Gegevensbescherming (‘AVG’). Met de Digitale Omnibus maakt de Uniewetgever bestaande wetgeving toekomstbestendig: regels worden opgeschoond, beter op elkaar afgestemd en geharmoniseerd waar nodig. In deze tweede blog uit de reeks zoom ik in op de wijzigingen die de Europese wetgever voorstelt voor de AVG en wat deze in de praktijk kunnen betekenen.
Een relatieve definitie van ‘persoonsgegevens’
Met de komst van de Digitale Omnibus komt er een nieuwe definitie van persoonsgegevens. Waar de AVG nu uitgaat van een absoluut begrip – namelijk dat informatie een persoonsgegeven is zodra het redelijkerwijs te herleiden is tot een individu – verschuift het begrip met de komst van de Omnibus naar een contextafhankelijke benadering. De vraag wordt dan: kan deze specifieke partij deze persoon identificeren? Hiermee codificeert de Uniewetgever de lijn van het Hof van Justitie van de EU. Hierover hebben wij eerder een artikel geschreven.
Deze verandering betekent dat dezelfde dataset onder de AVG kan vallen voor partij A, maar voor partij B daarbuiten kan vallen. Vooral bij gepseudonimiseerde datasets kan dat verschil groot zijn. De Uniewetgever probeert hiermee meer ruimte te geven voor innovatie.
Prejudiciële vragen gesteld over of een dynamisch IP-adres geldt als een persoonsgegeven
Prejudiciële vragen gesteld aan HvJEU 6 oktober 2025, IT 5158; IEFbe 4158 (US en DR tegen KY) via MinBuza. Verzoeker exploiteert een website waarin hij Google Fonts heeft geïntegreerd. Hierdoor worden bij het bezoeken van de betreffende websites de lettertypen van Google Fonts via een Google-server gedownload en het betreffende IP-adres van de bezoeker naar Google in de VS verzonden. Een bezoeker van de site, die middels een webcrawler bewust de doorgiften uitlokte, vordert schadevergoeding wegens een vermeende inbreuk op zijn AVG-rechten. Verzoeker betaalde onder druk, maar vorderde terugbetaling. Verzoeker kreeg in hoger beroep gelijk omdat een dynamische IP-adres geen persoonsgegeven is, waardoor er geen schadevergoedingsrecht zou zijn ontstaan en de bezoeker daarmee rechtsmisbruik pleegde. De verwijzende rechter vraagt het Hof wanneer een dynamisch IP-adres volgens het Unierecht als persoonsgegeven geldt, of schadevergoeding mogelijk is wanneer de betrokkene de inbreuk bewust heeft uitgelokt, en in hoeverre een dergelijk geval tot rechtsmisbruik kan leiden.
Seminar over de Cyberbeveiligingswet op 16 april 2026
Veel van ons leven en werk speelt zich inmiddels af in de digitale wereld. Tegelijkertijd nemen cyberdreigingen toe, denk aan grote datalekken. Daarmee groeit het belang van goede digitale beveiliging voor bedrijven en publieke instellingen. Om het niveau van cyberbeveiliging binnen de Europese Unie te versterken is de NIS2-richtlijn opgesteld, de opvolger van de eerdere NIS1-richtlijn.
In Nederland wordt deze richtlijn geïmplementeerd via de Cyberbeveiligingswet (Cbw), die naar verwachting in het tweede kwartaal van 2026 in werking treedt. De Cbw vervangt de huidige Wet beveiliging netwerk- en informatiesystemen (Wbni) en introduceert strengere verplichtingen voor organisaties in sectoren met een belangrijk maatschappelijk of economisch gewicht. De wet bevat onder meer regels over risicobeheer, meldplichten bij incidenten, bestuurlijke verantwoordelijkheid en toezicht. Daarnaast speelt de samenwerking met zogeheten Computer Security Incident Response Teams (CSIRT’s) een belangrijke rol bij het detecteren en afhandelen van cyberincidenten.
Tegelijkertijd wordt ook de Critical Entities Resilience Directive (CER-richtlijn) in Nederland geïmplementeerd, via de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten (Wwke). Beide wetten zullen naar verwachting gelijktijdig in werking treden en markeren een belangrijke stap in het versterken van de digitale weerbaarheid van vitale sectoren.
Artikel geschreven door Christiaan Alberdingk Thijm, Bureau Brandeis.
Het big tobacco moment: uitspraak tegen Meta en Google
Het big tobacco moment.
Zo wordt de uitspraak in Los Angeles van gistermiddag tegen Meta en Google omschreven.
Zij moeten miljoenen schadevergoeding betalen aan Lamey, een nu 20-jarige vrouw, die kampt met psychische klachten vanwege haar socialemediaverslaving.
Ook de tabaksindustrie ontkende lange tijd dat roken schadelijk was. Net als de tabaksindustrie hebben socialemediabedrijven hun platforms en apps zo ontworpen om gebruikers aan het infuus te houden.
Uit interne documenten blijkt dat Meta op de hoogte was van de gevaren. In interne communicatie zeggen Meta-medewerkers: "We zijn in wezen dealers... we veroorzaken Reward Deficit Disorder." In een YouTube-document stond: "Het doel is niet kijkers, het is verslaving van kijkers."
De uitspraak staat niet op zichzelf. Een dag eerder besliste een jury in New Mexico dat Meta 375 miljoen dollar moet betalen.
De eisers wijzen op verslavende werking van algoritmische aanbevelingen, oneindig scrollen, automatisch afspelen van video's en voortdurende dopamineshots in de vorm van likes.
Kaley bewees tegenover de jury dat zij schade heeft geleden en dat deze toerekenbaar is aan de socialemediabedrijven. Vanaf 6-jarige leeftijd begon ze YouTube te gebruiken, op 9-jarige leeftijd ging ze op Instagram. Gemiddeld bracht ze 16 uur per dag door op de app. Hierdoor kreeg ze onder meer suïcidale gevoelens en body dysmorphia.
Laatste plekken voor het seminar: Consumentenrecht in de Digitale Sector | 2 april 2026
De Europese Commissie werkt aan de Digital Fairness Act (DFA), een nieuwe wet die consumenten beter moet beschermen in de digitale wereld. De nieuwe wet wordt naar verwachting in 2026 door de Comissie gepresenteerd. Tegenwoordig bestellen we (bijna) alles via internet. Iedereen die dat wel eens heeft gedaan, kent de kortingsacties die gegeven worden. Van een countdown-timer tot een rad van fortuin: platforms zetten alles in om consumenten te laten klikken en kopen. De digitale wereld is voor consumenten hierdoor niet altijd overzichtelijk. Ook voor juristen is niet alles helder, vooral op de grijze gebieden. Via deceptive interface design ontstaat er een oneerlijke handelspraktijk. Wat betekent dit voor consumenten, retailers, e-tailers, platforms en influencers als dit wordt vastgesteld?
Meer weten over de DFA en oneerlijke handelspraktijken? Kom naar ons seminar Consumentenrecht in de digitale sector op donderdag 2 april 2026. We bespreken deze onderwerpen, en meer, samen met Jeroen Schouten en Michelle Seel (Pinsent Masons) op het kantoor van Pinsent Masons in Amsterdam. Er zijn nog enkele plekken beschikbaar.
Bent u erbij? Aanmelden kan alleen deze week nog.
Prijsdifferentiatie via Google Shopping geen misleidende handelspraktijk
Parket bij de Hoge Raad 12 september 2025, RB 3986; IT 5157; ECLI:NL:PHR:2025:985 (Digital Revolution tegen Media Concept). De P-G gaat in deze conclusie in op de vraag of prijsverschillen tussen aanbiedingen via Google Shopping en een eigen webshop kunnen worden aangemerkt als misleidende reclame of een oneerlijke handelspraktijk in de zin van het Unierecht. Aanleiding vormt een geschil tussen concurrenten, waarin Media Concept printercartridges via Google Shopping tegen een lagere prijs en met een afnamebeperking aanbood, terwijl op de eigen website een hogere prijs gold zonder die beperking.
Geen AVG-rectificatie voor processtukken: hof benadrukt doel van gegevensverwerking
Hof Den Haag 24 februari 2026, IT 5156; ECLI:NL:GHARL:2026:1050 ([verzoeker] tegen Divosa). Het hof oordeelt dat een verzoek tot rectificatie van persoonsgegevens op grond van artikel 16 AVG wordt afgewezen, omdat geen sprake is van “onjuiste” gegevens in de zin van de AVG. De betwiste persoonsgegevens waren opgenomen in processtukken en een strafrechtelijke aangifte en dienden het doel om juridische standpunten te onderbouwen respectievelijk aangifte te doen. Het hof benadrukt dat de juistheid van persoonsgegevens moet worden beoordeeld in het licht van het doel van de verwerking. Stellingen in processtukken gelden daarbij niet als onjuist, ook niet als zij later feitelijk onjuist blijken, omdat zij onderdeel zijn van het procesrechtelijke debat.




























