IT 5415
6 augustus 2026
Uitspraak

Geen auteursrecht op functionele websiteteksten, wel verbod op nep reviews

 
IT 5406
6 augustus 2026
Uitspraak

Oud-boekhouder moet volledige digitale bedrijfsadministratie aan onderneming overdragen

 
IT 5408
6 augustus 2026
Uitspraak

Weigering van broncodecontrole en afgifte broncode rechtvaardigt ontbinding van beide appovereenkomsten

 
IT 5415

Uitspraak ingezonden door Hans Bousie, &bousie.

Geen auteursrecht op functionele websiteteksten, wel verbod op nep reviews

Gerechtshof Amsterdam 4 aug 2026,, IT 5415; 200.343.772/01 (Fixiq Legal tegen Bonnetje c.s.), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/geen-auteursrecht-op-functionele-websiteteksten-wel-verbod-op-nep-reviews

Hof Amsterdam 4 augustus 2026, IEF 23738; RB 4075; IT 5415; 200.343.772/01 (Fixiq Legal tegen Bonnetje c.s.) In deze zaak tussen Fixiq Legal en Bonnetje c.s. staat een geschil over websites en apps voor het aanvechten van verkeersboetes centraal. Nadat gesprekken over een mogelijke samenwerking waren stukgelopen, lanceerde Bonnetje een eigen website en app. Fixiq Legal stelde dat Bonnetje auteursrechtelijk beschermde teksten had overgenomen en misleidende handelspraktijken toepaste door onder meer nep reviews te plaatsen. Anders dan de kantonrechter oordeelt het hof dat de teksten op de testwebsite van Bonnetje openbaar waren gemaakt. De URL was via sociale media gedeeld en de website was, zij het met enige moeite, toegankelijk voor derden. Dat de openbaarmaking mogelijk niet was beoogd, maakt dat niet anders. Van auteursrechtinbreuk is volgens het hof echter geen sprake. Het format en de opbouw van de website zijn te zeer door functionaliteit bepaald. Ook de teksten van de Q&A, het doorloopproces en het machtigingsformulier zijn overwegend functioneel, technisch en juridisch van aard. Zij dragen geen waarneembaar persoonlijk stempel en voldoen daarom niet aan de werktoets.

IT 5406

Oud-boekhouder moet volledige digitale bedrijfsadministratie aan onderneming overdragen

Rechtbank Overijssel 17 jul 2026,, IT 5406; ECLI:NL:RBOVE:2026:4407 ([eiseres] tegen [gedaagde]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/oud-boekhouder-moet-volledige-digitale-bedrijfsadministratie-aan-onderneming-overdragen

Rb. Overijssel 17 juli 2026, IT 5406; ECLI:NL:RBOVE:2026:4407 ([eiseres] tegen [gedaagde]). Een bouwonderneming had haar voormalige boekhouder op grond van een overeenkomst van opdracht belast met het voeren van haar administratie in het softwareprogramma Informer. Nadat de onderneming de overeenkomst had opgezegd, wijzigde de boekhouder de toegangscode, waardoor de bestuurder van de onderneming niet meer kon inloggen, en gaf hij geen gehoor aan het verzoek om de administratie aan de opvolgende boekhouder over te dragen. De vordering tot afgifte van de fysieke administratie werd tijdens de mondelinge behandeling ingetrokken, nadat de boekhouder had verklaard dat hij geen fysieke administratie bezat. De voorzieningenrechter acht het spoedeisende belang bij overdracht van de digitale administratie voldoende aannemelijk. De onderneming had op korte termijn administratieve stukken nodig voor een lopende procedure in hoger beroep en moest bovendien voldoen aan haar administratieplicht van artikel 2:10 BW. Tussen partijen stond vast dat de overeenkomst van opdracht was geëindigd en dat de digitale bescheiden die de administratie vormden eigendom waren van de onderneming. De boekhouder hield deze daarom in beginsel zonder recht of titel onder zich. Zijn wens om de administratie te bewaren met het oog op mogelijke toekomstige procedures rechtvaardigde niet dat hij de volledige administratie bleef achterhouden. Dit mogelijke belang was speculatief, woog minder zwaar dan het concrete belang van de onderneming en kon minder ingrijpend worden beschermd, bijvoorbeeld door de administratie in de bestaande toestand bij een onafhankelijke derde te deponeren.

IT 5408

Weigering van broncodecontrole en afgifte broncode rechtvaardigt ontbinding van beide appovereenkomsten

Rechtbank Rotterdam 1 jul 2026,, IT 5408; ECLI:NL:RBROT:2026:8114 (DTT tegen App!pointment en [persoon A]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/weigering-van-broncodecontrole-en-afgifte-broncode-rechtvaardigt-ontbinding-van-beide-appovereenkomsten

Rb. Rotterdam 1 juli 2026, IT 5408; ECLI:NL:RBROT:2026:8114 (DTT tegen App!pointment en [persoon A]). DTT ontwikkelde op grond van twee overeenkomsten de App!pointment-app en de Gotcha-app en factureerde daarvoor in totaal ruim € 460.000. App!pointment en [persoon A] betaalden ten minste ruim € 408.000. DTT vorderde betaling van het volgens haar nog openstaande deel van de facturen voor de App!pointment-app. De rechtbank oordeelt dat DTT App!pointment kon aanspreken, omdat zij de contractuele verplichtingen stilzwijgend had overgenomen, en dat ook [persoon A] persoonlijk kon worden aangesproken vanwege een in de overeenkomst opgenomen persoonlijke betalingsverbintenis. DTT had het door haar gestelde openstaande bedrag van € 52.441,04 echter onvoldoende onderbouwd voor zover dit het door App!pointment en [persoon A] erkende bedrag van € 47.902,72 te boven ging. De betrokken facturen waren in beginsel opeisbaar, omdat zij betrekking hadden op overeengekomen maandelijkse termijnen en een bij opdrachtverlening verschuldigde aanbetaling voor meerwerk. De App!pointment-app was echter niet overeenkomstig de overeenkomst opgeleverd, omdat voor eindoplevering schriftelijke goedkeuring van een release candidate nodig was en daarvan niet was gebleken. De opdrachtgever had juist gemeld dat verschillende essentiële functies niet werkten en kon de app niet zelfstandig testen. Omdat de app door inmiddels gewijzigde besturingssystemen alleen nog via onderzoek van de broncode kon worden beoordeeld, bracht de aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid van artikel 6:248 BW mee dat DTT moest meewerken aan controle van die broncode door een derde. Daarbij woog de rechtbank mee dat het om een complex maatwerkproduct ging dat over zes jaar tegen een aanzienlijk hogere prijs dan aanvankelijk overeengekomen was ontwikkeld, terwijl al ruim € 400.000 was betaald. Door medewerking aan controle te weigeren zolang niet alle facturen waren voldaan, schoot DTT tekort. Door haar duidelijke weigering verkeerde zij op grond van artikel 6:83 onder c BW zonder ingebrekestelling in verzuim.

IT 5403

Rechtbank stelt ambtshalve misbruik van AVG-inzagerecht vast wegens financieel oogmerk

Rechtbank Noord-Holland 21 jul 2026,, IT 5403; ECLI:NL:RBNHO:2026:9167 ([verzoeker] tegen Scapino), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/rechtbank-stelt-ambtshalve-misbruik-van-avg-inzagerecht-vast-wegens-financieel-oogmerk

Rb. Noord-Holland 21 juli 2026, IT 5403; ECLI:NL:RBNHO:2026:9167 ([verzoeker] tegen Scapino). Verzoeker diende op 22 juli 2025 bij Scapino een inzageverzoek in op grond van artikel 15 AVG. Nadat Scapino de ontvangst had bevestigd, maande en sommeerde verzoeker haar meermaals om aan het verzoek te voldoen. Op 20 mei 2026 reageerde Scapino alsnog inhoudelijk en verstrekte zij een overzicht van de persoonsgegevens die zij van verzoeker verwerkte. Volgens verzoeker was deze reactie te laat en bovendien onvolledig. Hij verzocht de rechtbank aanvankelijk onder meer om schadevergoeding, buitengerechtelijke kosten en vergoeding van de werkelijke proceskosten. Nadat hij zijn verzoek ter zitting had verminderd, verzocht hij alleen nog om Scapino op straffe van een dwangsom te bevelen volledige inzage te verstrekken en haar in de proceskosten te veroordelen.

IT 5409

OM handelt onrechtmatig door herleidbaar persbericht over zedenverdenking zonder vereiste toestemming

Rechtbank Den Haag 24 jun 2026,, IT 5409; ECLI:NL:RBDHA:2026:19054 ([eiser] tegen de Staat), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/om-handelt-onrechtmatig-door-herleidbaar-persbericht-over-zedenverdenking-zonder-vereiste-toestemming

Rb. Den Haag 24 juni 2026, IT 5409; ECLI:NL:RBDHA:2026:19054 ([eiser] tegen de Staat). De politie publiceerde op 31 maart 2023, in afstemming met het Openbaar Ministerie, een persbericht waarin stond dat de eigenaar van een nachtclub in een bepaalde plaats werd verdacht van aanranding en verkrachting van twee minderjarige meisjes en dat eerder vergelijkbare meldingen over hem waren binnengekomen. De rechtbank stelt op basis van de verklaringen van de betrokken politie- en OM-functionarissen vast dat het primaire doel van het bericht het vergroten van de meldingsbereidheid van mogelijke andere slachtoffers was. Het bericht was dus gericht op waarheidsvinding en moest als opsporingsberichtgeving worden beoordeeld, niet uitsluitend als algemene publieksvoorlichting. Het OM had met de aanduiding “eigenaar van een nachtclub” bewust beoogd de verdachte herkenbaar te maken voor potentiële slachtoffers. Daarmee was zijn identiteit in ieder geval voor deze groep derden herleidbaar en was in die zin sprake van het vrijgeven van zijn identiteit. Hiervoor was volgens de toepasselijke Aanwijzing opsporingsberichtgeving toestemming van de hoofdofficier van justitie vereist. Omdat vaststond dat deze toestemming niet was verleend, ontbrak van meet af aan een rechtvaardiging voor de inzet van dit opsporingsmiddel en handelde het OM onrechtmatig jegens eiser in de zin van artikel 6:162 BW. De vordering, voor zover gebaseerd op het handelen van de politie, wordt afgewezen, omdat de politie een van de Staat te onderscheiden rechtspersoon is. De rechtbank beoordeelt niet meer afzonderlijk of de mededeling over eerdere meldingen zelfstandig onrechtmatig was of dat de verwerking in strijd was met de AVG, omdat eiser geen afzonderlijke schade als gevolg daarvan had gesteld.

IT 5412

Verwijdering van negatieve Google-review afgewezen ondanks ontbreken zakelijke klantrelatie

Rechtbank Amsterdam 28 mei 2021,, IT 5412; ECLI:NL:RBAMS:2021:2868 ([eiseres] tegen [gedaagde]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/verwijdering-van-negatieve-google-review-afgewezen-ondanks-ontbreken-zakelijke-klantrelatie

Rb. Amsterdam 28 mei 2021, IT 5412; ECLI:NL:RBAMS:2021:2868 ([eiseres] tegen [gedaagde]. De directeur van een watersportwinkel raakt in een privégeschil met een verkoper van computerspellen nadat een voor zijn zoontje gekocht spel volgens hem niet goed werkt. Tijdens de correspondentie gebruikt hij het zakelijke e-mailadres van zijn onderneming en worden aanvankelijk onder de naam van die onderneming negatieve reviews over het bedrijf van de verkoper geplaatst. De bestuurder van dat bedrijf plaatst daarop een éénsterrenreview bij de watersportwinkel, waarin hij de eigenaar dominant, agressief en onprofessioneel noemt en stelt dat deze door middel van “chantage” zijn zin probeert door te drijven. De watersportwinkel vordert in kort geding verwijdering van de review en een verbod op toekomstige reviews die niet zijn gebaseerd op een daadwerkelijke ervaring met haar producten of diensten. De voorzieningenrechter stelt voorop dat negatieve ervaringen online mogen worden gedeeld, mits de review berust op een daadwerkelijke ervaring met de aanbieder en niet feitelijk onjuist of onnodig grievend is. Ook telefoon- of e-mailcontact kan zo’n ervaring opleveren, maar dan moet die ervaring wel verband houden met de producten of diensten van de onderneming. Dat verband ontbreekt hier: de recensent heeft nooit een product of dienst van de watersportwinkel afgenomen en het conflict gaat over een privéaankoop. In zoverre kan de mededeling dat de watersportwinkel een onprettig bedrijf is om mee samen te werken volgens de voorzieningenrechter niet door de beugel.

IT 5402

Stelselmatige AVG-inzageverzoeken met financieel oogmerk leveren misbruik van recht op

Rechtbank Noord-Holland 21 jul 2026,, IT 5402; ECLI:NL:RBNHO:2026:9168 ([verzoeker] tegen Suitable), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/stelselmatige-avg-inzageverzoeken-met-financieel-oogmerk-leveren-misbruik-van-recht-op

Rb. Noord-Holland 21 juli 2026, IT 5402; ECLI:NL:RBNHO:2026:9168 ([verzoeker] tegen Suitable). Verzoeker diende bij Suitable een verzoek in tot inzage in zijn persoonsgegevens op grond van artikel 15 AVG. Suitable vroeg hem zijn identiteit te bevestigen door een kopie van een geldig identiteitsbewijs te verstrekken, maar verzoeker weigerde dat. Vervolgens sommeerde hij Suitable om alsnog aan het inzageverzoek te voldoen, maakte hij aanspraak op € 925 aan buitengerechtelijke kosten en stelde hij onder dreiging van een procedure een schikking van € 1.250 voor. In de procedure verzocht hij, na vermindering van zijn verzoek, alleen nog om Suitable op straffe van een dwangsom te bevelen inzage te verstrekken en haar in de proceskosten te veroordelen. Suitable voerde aan dat verzoeker zijn AVG-rechten niet gebruikte om de verwerking van zijn persoonsgegevens te controleren, maar om financieel voordeel te verkrijgen.

IT 5400

Hogeschool Rotterdam moet MaaS-opdracht heraanbesteden wegens onvoldoende gemotiveerde looptijd raamovereenkomst

Rechtbank Rotterdam 18 jun 2026,, IT 5400; ECLI:NL:RBROT:2026:7542 (Reisbalans tegen Stichting Hogeschool Rotterdam), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/hogeschool-rotterdam-moet-maas-opdracht-heraanbesteden-wegens-onvoldoende-gemotiveerde-looptijd-raamovereenkomst

Rb. Rotterdam 18 juni 2026, IT 5400; ECLI:NL:RBROT:2026:7542 (Reisbalans tegen Stichting Hogeschool Rotterdam). In deze zaak staat een Europese openbare aanbesteding van Stichting Hogeschool Rotterdam voor de levering van ‘Mobility as a Service’ centraal. De opdracht omvat onder meer een mobiliteitskaart, een app, portaal en koppelingen met de financiële en HR-systemen van de Hogeschool. De overeenkomst heeft een initiële looptijd van vier jaar en kan tweemaal met maximaal 24 maanden worden verlengd, waardoor de totale looptijd acht jaar kan bedragen. Reisbalans schrijft op de aanbesteding in en biedt voor verschillende onderdelen een tarief van € 0,01. Nadat de Hogeschool aanvankelijk voornemens is de opdracht aan Reisbalans te gunnen, trekt zij deze gunningsbeslissing in en verklaart zij de inschrijving van Reisbalans ongeldig wegens de volgens haar irreële en symbolische tarieven. De Hogeschool is vervolgens voornemens de opdracht aan Mobility Concept B.V. te gunnen. Reisbalans vordert in kort geding primair dat de Hogeschool de aanbestedingsprocedure intrekt en, indien zij de opdracht nog steeds wil gunnen, een nieuwe aanbestedingsprocedure houdt.

IT 5414

Oorspronkelijk gepubliceerd op AI-Forum.

GEMA wint van Suno: memorisatie in een AI-model geldt opnieuw als auteursrechtinbreuk

Het Landgericht München I stelt de Duitse auteursrechtenorganisatie GEMA opnieuw in het gelijk. Ditmaal in haar zaak tegen Suno, aanbieder van de bekende generatieve AI-muziekdienst. Volgens de rechtbank heeft Suno zonder toestemming een reeks beschermde muziekwerken verveelvoudigd, waaronder in de AI-modellen zelf en via de gegenereerde output. Suno moet de inbreuken staken, informatie verstrekken en schadevergoeding betalen.

Vooral twee onderdelen vallen op. De Duitse rechter past Amerikaans auteursrecht toe op de training die in de Verenigde Staten plaatsvindt en verwerpt Suno’s beroep op fair use. Daarnaast beschouwt de rechtbank de ‘memorisatie’ van muziek in een AI-model opnieuw als auteursrechtelijk relevante verveelvoudiging. Daarmee kan het vonnis belangrijke gevolgen hebben voor aanbieders van generatieve AI. Terughoudendheid is echter geboden: de volledige motivering is nog niet gepubliceerd en de uitspraak is niet onherroepelijk.

IT 5410

Mr. S.K. Martens Academie 2026/2027

Belangstellenden kunnen zich nu aanmelden voor de volgende editie van de Mr. S.K. Martens Academie. Deze officiële specialisatieopleiding intellectueel eigendoms- en procesrecht is bedoeld voor advocaten, rechters en (bedrijfs)juristen die hun juridische kennis en praktische vaardigheden verder willen verdiepen. De opleiding bestaat uit acht masterclasses en vier live online sessies en start naar waarschijnlijkheid in het najaar 2026.

De nadruk ligt op de praktische bescherming en handhaving van intellectuele eigendomsrechten. Deelnemers werken in kleine groepen met actuele jurisprudentie, recente praktijkvoorbeelden en concrete businesscases. Ook de invloed van AI op de rechtspraktijk maakt deel uit van het programma. De hoofddocenten zijn Marijn Kingma, Peter Teunissen en Jorn Torenbosch.

Na succesvolle afronding van het mondelinge examen ontvangen deelnemers een certificaat in het intellectueel eigendoms- en procesrecht. De opleiding levert 54 tot 60 PO-punten op. Daarnaast krijgen deelnemers toegang tot het alumninetwerk en gedurende één jaar kosteloos toegang tot verschillende IE-publicaties en databanken van deLex, zoals AI-Forum, Auteursrecht, BMM Bulletin, Berichten Industriële Eigendom en Mediaforum. 

Aanmelden of een offerte op maat aanvragen kan via info@delex.nl