Alles over deepfakes: definities, rechten, plichten en meer. Dit leerde het IE Zomerforum 2026 ons
Deepfakes zijn in rap tempo uitgegroeid tot een van de meest besproken toepassingen van generatieve AI. Steeds gemakkelijker kunnen afbeeldingen, video's en audiobestanden worden gegenereerd waarin personen, stemmen en gebeurtenissen overtuigend worden nagebootst. Of deze ontwikkeling ook wenselijk is, blijkt een andere vraag.
Tijdens het IE Zomerforum 2026 stond dit onderwerp centraal. Aan de hand van bijdragen van Daniël de Weerd, Dirk Visser, Etienne Valk, Jet Hootsmans en Elles Masselink werd uitgebreid stilgestaan bij de juridische stand van zaken rond deepfakes. Daarbij kwamen zowel de Europese AI Act als het in Nederland geïnitieerde wetsvoorstel aan bod. Ook werd aandacht besteed aan de belangen van makers en andere betrokkenen.
Criteo handelde onrechtmatig door tracking cookies zonder toestemming te plaatsen
Rb. Rotterdam 19 november 2025, IT 5303; ECLI:NL:RBROT:2025:14138 (Criteo tegen [persoon A]). De rechtbank Rotterdam heeft geoordeeld dat advertentietechnologiebedrijf Criteo onrechtmatig heeft gehandeld door zonder geldige toestemming tracking cookies te plaatsen op de apparaten van een individuele internetgebruiker. De rechtbank wijst de vordering van Criteo af om een eerder door het gerechtshof Amsterdam opgelegd verbod op te heffen en verklaart voor recht dat Criteo jegens de gebruiker onrechtmatig heeft gehandeld. Een gevorderde immateriële schadevergoeding wordt echter afgewezen omdat onvoldoende is onderbouwd dat daadwerkelijk schade is geleden. De zaak volgt op eerdere procedures tussen Criteo en een particuliere gebruiker over het plaatsen van tracking cookies via websites van partners van Criteo. Deze cookies worden gebruikt voor gepersonaliseerde advertenties en real-time advertentieveilingen. De gebruiker stelde dat Criteo via partnerwebsites tracking cookies plaatste zonder rechtsgeldige toestemming, in strijd met de AVG en artikel 11.7a Telecommunicatiewet. Eerder had het gerechtshof Amsterdam Criteo al verboden tracking cookies op de apparaten van de gebruiker te (laten) plaatsen zonder voorafgaande geldige toestemming. In de bodemprocedure voerde Criteo aan dat zij inmiddels uitgebreide technische, organisatorische en contractuele maatregelen had getroffen om naleving van de privacyregels te waarborgen. Volgens Criteo kon zij echter niet volledig uitsluiten dat partners fouten maken of regels overtreden. De rechtbank volgt dat verweer niet. Zij benadrukt dat de bescherming van persoonsgegevens een grondrecht is en dat de verantwoordelijkheid van Criteo als verwerkingsverantwoordelijke zich mede uitstrekt tot werkzaamheden die zij aan partners heeft uitbesteed. Dat volledige naleving praktisch lastig is, doet volgens de rechtbank niet af aan die verantwoordelijkheid. Daarom blijft het eerder opgelegde verbod in stand.
Geen ontbinding van softwarelicentieovereenkomst: licentiegever niet verantwoordelijk voor mislukte implementatie door derde
Rb. Midden-Nederland 29 april 2026, IT&R 5305; ECLI:NL:RBMNE:2026:3082 ([eiseres] tegen [gedaagde sub 1] en [handelsnaam]). De Rechtbank Midden-Nederland wijst de vorderingen van een zakelijke afnemer van softwarelicenties af, omdat de licentiegever niet is tekortgeschoten in de nakoming van de licentieovereenkomst. Partijen hadden op 22 december 2023 een overeenkomst gesloten voor de afname van twintig softwarelicenties voor een looptijd van vijf jaar, van 1 februari 2024 tot en met 31 januari 2029. Voor de implementatie van de software had de afnemer daarnaast een afzonderlijke overeenkomst gesloten met een implementatiepartner. Die implementatie duurde lang en mislukte uiteindelijk, waarna de afnemer nooit met de software is gaan werken en de licentieovereenkomst buitengerechtelijk ontbond. De rechtbank oordeelt echter uitsluitend over de verhouding tussen de afnemer en de licentiegever, omdat zij zich eerder onbevoegd had verklaard ten aanzien van het geschil met de implementatiepartner. Uit de licentieovereenkomst volgde volgens de rechtbank alleen dat de licentiegever toegang tot de software moest verschaffen. Onvoldoende was onderbouwd dat de licentiegever daarnaast verantwoordelijk was voor de implementatie, voor het handelen van de implementatiepartner of voor een functionerend eindresultaat binnen de bedrijfsprocessen van de afnemer. Dat de licentiegever de implementatiepartner had aangedragen, maakt dat niet anders, omdat de afnemer twee afzonderlijke overeenkomsten met twee verschillende partijen had gesloten en als zakelijke partij, bijgestaan door een ervaren projectmanager, het verschil tussen licentieverlening en implementatie had moeten begrijpen.
Huurder moet achterstallige energievoorschotten betalen; beroep op gebrekkige verwarming slaagt niet
Rb. Rotterdam 22 mei 2026, IT 5300; ECLI:NL:RBROT:2026:5729 ([eiseres] tegen [gedaagde]). De rechtbank heeft geoordeeld dat een huurder € 1.327,30 aan achterstallige energievoorschotten moet betalen aan zijn voormalige verhuurder. De huurder stelde dat hij meer had betaald dan door de verhuurder was verwerkt en voerde aan dat gebreken aan de verwarming tot hoge stookkosten hadden geleid. De kantonrechter volgt deze verweren niet. De huurder onderbouwde zijn gestelde extra betalingen niet met bewijsstukken en had de vermeende gebreken bovendien nooit bij de verhuurder gemeld. Daardoor kon geen beroep worden gedaan op opschorting van de betalingsverplichting. Ook een beroep op terugbetaling van de waarborgsom slaagt niet, omdat de huurder daarvoor geen tegenvordering had ingesteld. De vordering van de verhuurder wordt toegewezen en de huurder wordt tevens veroordeeld in de proceskosten.
HvJ EU: Europese mediavrijheidsverordening niet van toepassing op publicatie van vóór 8 november 2024
Hof van Justitie EU 21 mei 2026, IT 5299; ECLI:EU:C:2026:426 (Viktor Orbán tegen 24.hu Szerkesztősége). De zaak speelde naar aanleiding van een op 17 maart 2024 gepubliceerd bericht van het Hongaarse online nieuwsplatform 24.hu. In dat bericht werd een verklaring aangehaald van de CEO van Spar Austria, die stelde dat de Hongaarse premier Viktor Orbán de Spar-groep zou hebben gevraagd een familielid van hem te laten investeren in de Hongaarse dochteronderneming van het concern. Orbán verzocht daarop om rectificatie, stellende dat deze bewering onjuist was. Nadat 24.hu het verzoek niet had ingewilligd maar wel een aanvulling had geplaatst waarin melding werd gemaakt van het rectificatieverzoek, startte Orbán een procedure bij de Hongaarse rechter. De verwijzende rechter vroeg het Hof van Justitie onder meer of artikel 3 van de Europese mediavrijheidsverordening van toepassing is op een dergelijke procedure. Daarbij wees de rechter erop dat de Hongaarse rectificatieregels in de praktijk een zware bewijslast bij media leggen, ook wanneer zij slechts informatie overnemen uit publicaties die onder redactionele verantwoordelijkheid in een andere lidstaat zijn verschenen. Volgens de verwijzende rechter rees de vraag of een dergelijke regeling verenigbaar is met de doelstellingen van de Europese mediavrijheidsverordening en met de vrijheid van meningsuiting en informatie.
Stichting Sint Maartenskliniek mocht EPD-overeenkomst ontbinden: leverancier kon fatale implementatiedeadline niet halen
Rb. Midden-Nederland 1 april 2026, IT 5298; ECLI:NL:RBMNE:2026:2848 (Sint Maartenskliniek tegen Nexus c.s.). De rechtbank Midden-Nederland heeft in een geschil over de implementatie van een elektronisch patiëntendossier (hierna: EPD) geoordeeld dat de Sint Maartenskliniek (hierna: SMK) haar overeenkomst met softwareleverancier NEXUS rechtsgeldig heeft ontbonden. SMK had in 2023 verschillende overeenkomsten gesloten met NEXUS voor de levering, implementatie en het onderhoud van een nieuw EPD. Het project werd uitgevoerd onder de naam ‘Project ZEBRA’. Volgens de overeenkomst moest de implementatie, inclusief acceptatie van het systeem, uiterlijk op 1 juli 2024 zijn afgerond. Die datum was contractueel aangemerkt als een fatale termijn. Op 19 januari 2024 ontbond SMK de overeenkomst omdat zij het vertrouwen had verloren dat NEXUS de afgesproken opleverdatum nog kon halen. SMK vorderde vervolgens terugbetaling van reeds betaalde facturen ter hoogte van €1.033.340 en een schadevergoeding van bijna €5 miljoen. NEXUS stelde dat partijen de oorspronkelijke opleverdatum hadden losgelaten en waren uitgegaan van een nieuwe planning met een latere ‘go live’-datum. De rechtbank volgt dat standpunt niet. Uit de projectdocumentatie blijkt weliswaar dat over uitstel werd gesproken, maar volgens de contractuele governancestructuur kon een wijziging van de deadline uitsluitend door de directies van beide partijen worden goedgekeurd. Een dergelijk besluit is nooit genomen. Dat binnen het project met alternatieve planningen werd gewerkt, betekende daarom niet dat de oorspronkelijke fatale termijn was vervallen.
Artikel geschreven door Annette de Bont, ICTRecht.
Nieuwe uitspraak: wanneer is online delen auteursrechtinbreuk?
Inleiding
Op 30 april 2026 heeft het Hof van Justitie van de EU (‘HvJ’) een arrest gewezen waarin de auteursrechtelijke handeling van ‘een mededeling aan het publiek’ centraal staat. Het HvJ oordeelde dat het doorgeven van via satelliet ontvangen televisie- en radioprogramma’s naar de kamers van bewoners van een verzorgingshuis via een intern kabelnetwerk geen afzonderlijke ‘mededeling aan het publiek’ vormt in de zin van de Auteursrechtrichtlijn.
In dit blog gaan wij in op de uitspraak en wat de praktische gevolgen ervan zijn. Om de uitspraak te kunnen begrijpen, is het echter belangrijk eerst kort stil te staan bij deze auteursrechtelijke handeling: wat wordt er precies bedoeld met ‘een mededeling aan het publiek’?
Hoge Raad laat Dynamic Security van HP in stand: geen misbruik van machtspositie
HR 5 juni 2026, IEF 23605; ECLI:NL:HR:2026:847 (Digital Revolution tegen HP). De Hoge Raad heeft in het langlopende geschil tussen Digital Revolution (123inkt) en HP over HP's zogenoemde Dynamic Security-technologie het principale cassatieberoep van Digital Revolution verworpen. Het (deels) voorwaardelijke incidentele cassatieberoep van HP slaagde gedeeltelijk. Het arrest van het gerechtshof Amsterdam van 19 november 2024 is vernietigd en de zaak is verwezen naar het gerechtshof Den Haag voor verdere behandeling. De zaak draaide onder meer om de vraag of HP met Dynamic Security misbruik maakt van een machtspositie op de markt voor printercartridges. Ook stond ter discussie of partijen zich schuldig maakten aan misleidende handelspraktijken en ongeoorloofde vergelijkende reclame. Volgens Digital Revolution belemmert HP via Dynamic Security de concurrentie op de secundaire markt (aftermarket) voor cartridges. Firmware-updates wijzigen regelmatig de beveiligingscode, waardoor bepaalde cartridges van derden, waaronder de huismerkcartridges van Digital Revolution, door de printer worden geweigerd. Volgens Digital Revolution levert dat misbruik van een machtspositie op in strijd met artikel 102 VWEU en artikel 24 Mededingingswet. HP stelde daartegenover dat Dynamic Security namaakcartridges tegengaat, printers beschermt tegen schade en de kwaliteit en veiligheid van het printsysteem bewaakt. De Hoge Raad benadrukt, onder verwijzing naar artikel 2 van Verordening (EG) nr. 1/2003, dat een partij die een schending van artikel 102 VWEU en artikel 24 Mededingingswet stelt, de relevante economische feiten en omstandigheden moet aanvoeren en bij betwisting moet onderbouwen. Alleen dan ontstaat een voldoende onderbouwd economisch debat tussen partijen. Daarbij moet de relevante markt worden afgebakend aan de hand van alle relevante feiten en omstandigheden. In deze zaak lag het op de weg van Digital Revolution om die feiten en omstandigheden over de gestelde (after)markt voor cartridges aan te voeren. De Hoge Raad volgt het hof in zijn oordeel dat Digital Revolution daarvoor onvoldoende heeft gesteld en onderbouwd. Digital Revolution voerde aan dat de cartridges voor ieder model HP-printer een afzonderlijke productmarkt vormen. Volgens de Hoge Raad mocht het hof echter oordelen dat deze marktafbakening onvoldoende feitelijk was uitgewerkt. Daarbij speelt ook een rol in hoeverre de concurrentiedruk op de primaire markt voor printers doorwerkt naar de aftermarket voor cartridges.
Energieleverancier krijgt opzegvergoeding toegewezen na beëindiging zakelijk energiecontract
Rb. Limburg 6 mei 2026, IT 5297; ECLI:NL:RBLIM:2026:4276 (Innova tegen [de V.O.F]). Innova en [de V.O.F.] sloten op 23 juli 2024 via een tussenpersoon een overeenkomst voor de levering van gas en elektriciteit met een looptijd van drie jaar. De overeenkomst zou op 1 september 2024 ingaan. Een dag later zei [de V.O.F.] het contract op, waarna de overeenkomst op 2 september 2024 werd beëindigd. Innova bracht daarop een eindafrekening in rekening van € 1.314,29, waarvan € 1.306,46 zag op een contractuele opzegvergoeding wegens voortijdige beëindiging. Volgens [de V.O.F.] was geen opzegvergoeding verschuldigd omdat nauwelijks of geen energie was geleverd, Innova haar schade niet had onderbouwd en sprake zou zijn van een afkoelperiode. Ook voerden zij aan dat de toepasselijke voorwaarden pas na het sluiten van de overeenkomst waren verstrekt.
AI-surveillance tijdens het WK 2026: hoe ver reiken de AI-verordening en de AVG?
Het FIFA WK 2026 wordt het grootste sporttoernooi ooit. Naar verwachting zullen miljoenen supporters de wedstrijden bezoeken in de Verenigde Staten, Canada en Mexico. Om de veiligheid van dergelijke evenementen te waarborgen wordt steeds vaker gekeken naar AI-systemen voor biometrische identificatie, waaronder gezichtsherkenning.
Dat roept een interessante juridische casus op. De Europese AI-verordening bevat enkele van de strengste regels ter wereld voor biometrische AI-systemen. Bovendien kunnen biometrische gegevens onder de AVG als bijzondere persoonsgegevens kwalificeren. Maar zijn deze kaders in dit geval wel van toepassing, gelet op de locatie van het toernooi? En zo ja, welke Europese waarborgen reizen met supporters mee naar het buitenland?
Interesse in dit onderwerp en andere juridische vraagstukken rond het WK? We verwelkomen u graag bij ons WK & Recht event op dinsdag 23 juni 2026 in Buro de Pijp, Amsterdam.



























