Opzegging softwarelicentie wegens betalingsverzuim rechtsgeldig
Rb. Midden-Nederland 30 september 2026, IT 5579; ECLI:NL:RBMNE:2026:6970 ([eiser] tegen [gedaagden]). De rechtbank oordeelt over een geschil tussen een softwarelicentienemer en twee vennootschappen over de nakoming en beëindiging van een licentieovereenkomst. Eind 2020 sloten de licentienemer en een van de vennootschappen een licentie- en exploitatieovereenkomst, waarbij de licentienemer een exclusieve licentie kreeg om software door te ontwikkelen en te exploiteren. Afgesproken werd dat de software na betaling van een licentievergoeding van € 115.000 in termijnen zijn eigendom zou worden. Nadat de licentienemer in 2024 verschillende facturen onbetaald had gelaten, stelde hij dat de licentiegever was tekortgeschoten in de overdracht van broncodes en het afsluiten van een escrow-overeenkomst. De rechtbank oordeelt dat de gestelde tekortkomingen bij de overdracht van de broncodes onvoldoende zijn onderbouwd. Voor verschillende softwaremodules staat vast dat broncodes zijn overgedragen, terwijl niet is aangetoond dat verkeerde versies zijn geleverd of broncodes van andere modules ontbreken. Daarbij weegt mee dat de licentienemer pas ongeveer drieënhalf jaar na de overdracht over ontbrekende broncodes klaagde. Ten aanzien van de escrow-overeenkomst oordeelt de rechtbank dat de licentiegever de nakoming van haar verplichting op grond van artikel 6:52 BW mocht opschorten, omdat de licentienemer op dat moment al in verzuim verkeerde met zijn betalingsverplichtingen. Ook was nakoming niet blijvend onmogelijk. De gestelde tekortkomingen komen daarmee niet vast te staan en de vorderingen tot schadevergoeding worden afgewezen. Ook de vordering tot terugbetaling van eerder betaalde bedragen wegens onverschuldigde betaling wordt afgewezen, omdat de licentienemer daarmee bestaande betalingsverplichtingen rechtsgeldig had voldaan.
A-G: veroordeling in zaak over illegale online kansspelen kan in stand blijven, strafvermindering wegens termijnoverschrijding
Parket bij de Hoge Raad 6 oktober 2026, IT 5580; ECLI:NL:PHR:2026:954 ([Verdachte] tegen het OM). Advocaat-generaal Sinnige concludeert in een strafzaak die voortkomt uit het onderzoek Rykiel naar het zonder vergunning aanbieden van online kansspelen in Nederland. Het onderzoek richtte zich op een samenwerkingsverband van Nederlandse en buitenlandse vennootschappen dat tussen 2004 en mei 2013 via verschillende websites gokspellen aanbood. De verdachte ontwikkelde en onderhield spelsoftware voor een van deze websites en had aanspraak op 60% van de opbrengsten van de daarop aangeboden spellen. Het Gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeelde hem op 11 maart 2024 tot een taakstraf van 150 uur wegens deelneming aan een criminele organisatie, medeplegen van gewoontewitwassen, meermalen gepleegde valsheid in geschrift en feitelijk leidinggeven aan door een rechtspersoon medepleegde faillissementsfraude. Van het medeplegen van of feitelijk leidinggeven aan het zonder vergunning aanbieden van online kansspelen werd hij vrijgesproken. In cassatie wordt onder meer geklaagd over verjaring van de tenlastegelegde overtreding van de Wet op de kansspelen (Wok) en de mogelijke gevolgen daarvan voor de overige bewezenverklaarde feiten. Volgens de advocaat-generaal kon het hof het tenlastegelegde aanbieden van online kansspelen in deze zaak aanmerken als één voortdurend delict, waarbij de verjaringstermijn pas begint te lopen na beëindiging van de verboden situatie. Het oordeel van het hof dat het recht tot strafvervolging ten tijde van het hoger beroep nog niet was verjaard, getuigt daarom niet van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk.
Beëindiging samenwerking door Booking wegens onbetaalde facturen voorshands gerechtvaardigd
Hof Amsterdam 29 september 2026, IT 5575; ECLI:NL:GHAMS:2026:2767 (Booking tegen SHA). Het hof oordeelt in kort geding over de beëindiging door Booking.com van haar overeenkomst met Swiss Hotel Apartments SA (SHA), een exploitant van ruim zeventig appartementen in Zwitserland. Booking had de overeenkomst in maart 2025 met onmiddellijke ingang beëindigd en SHA van haar platform verwijderd wegens vermeende betrokkenheid bij creditcardfraude. Volgens Booking wezen onder meer een groot aantal chargebacks, snelle incassering van betalingen en een reservering onder een fictieve naam met een daaropvolgende review op frauduleus handelen. Het hof acht echter onvoldoende aannemelijk dat een bodemrechter de beëindiging wegens fraude gerechtvaardigd zal achten. De door Booking gebruikte statistische fraudedetectiegegevens bieden onvoldoende inzicht in de wijze waarop reserveringen als frauduleus worden aangemerkt. Bovendien kunnen chargebacks ook andere oorzaken hebben dan fraude en is onvoldoende onderbouwd dat SHA bij creditcardfraude betrokken was. Ook de eenmalige reservering onder een fictieve naam, die volgens SHA bedoeld was om een nieuw betalingsmodel te testen, rechtvaardigt voorshands geen beëindiging wegens fraude. Ten aanzien van de daaropvolgende review oordeelt het hof dat, voor zover deze een contractuele beëindigingsgrond oplevert, een beroep daarop naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Daarbij weegt het hof onder meer de langdurige samenwerking, het belang van SHA bij toegang tot het platform en de beschikbaarheid van minder vergaande maatregelen mee.
ICT-beheerder niet aansprakelijk voor cyberaanval bij gemeente Hof van Twente
Rechtbank Overijssel 10 mei 2023, IT 5564; ECLI:NL:RBOVE:2023:1731 (de gemeente tegen [gedaagden]). Op 1 december 2020 werd de gemeente Hof van Twente getroffen door een cyberaanval waarbij systemen van het gemeentelijke netwerk en de back-up werden versleuteld en ontoegankelijk gemaakt en meerdere virtuele servers werden verwijderd. De gemeente stelde haar ICT-beheerder [bedrijf 1] aansprakelijk en vorderde onder meer ontbinding van de overeenkomst, terugbetaling van € 47.693,13 en bijna € 4 miljoen schadevergoeding wegens toerekenbare tekortkoming, schending van de zorgplicht en onrechtmatige daad. De rechtbank stelt voorop dat de verplichtingen van [bedrijf 1] moeten worden vastgesteld aan de hand van de aanbestedingsstukken, uitgelegd tegen de achtergrond van het EU-rechtelijke transparantiebeginsel. Partijen waren functionele monitoring overeengekomen, gericht op beschikbaarheid, capaciteit en performance van servers, opslag en netwerkvoorzieningen, maar geen security monitoring van beveiligingsincidenten. Ook waren de Baseline Informatiebeveiliging Nederlandse Gemeenten en de Baseline Informatiebeveiliging Overheid niet als zelfstandige contractuele normen van toepassing geworden. De gemeente had bovendien bewust eigen beheerrechten behouden, waaronder een door haarzelf beheerd domain-adminaccount met de hoogste rechten.
Schrijf u hier in voor de gratis wekelijkse nieuwsbrief van IT & Recht
In deze gratis nieuwsbrief vindt u de jurisprudentie van IT & Recht. Handig voor jurisprudentielunches en als u zelf besprekingen voorbereidt.
Schrijf u hier in voor de gratis wekelijkse nieuwsbrief van IT & Recht
Tussentijdse beëindiging software-implementatie toegestaan; geen wanprestatie IT-leverancier
Rb. Overijssel 20 februari 2019, IT 5567; ECLI:NL:RBOVE:2019:1387 (TeamM tegen TMZ). Stichting TriviumMeulenbeltZorg (TMZ) gaf softwareontwikkelaar TeamM opdracht het cloudgebaseerde rooster- en planningspakket Uurwerk te leveren en te implementeren, inclusief koppelingen met bestaande applicaties. Tijdens de implementatie bleek het project complexer en arbeidsintensiever dan TMZ had verwacht en deden zich bij het testen fouten voor. TMZ verloor het vertrouwen in Uurwerk en beëindigde het project. De rechtbank legt de bepaling in de offerte dat het contract kon worden “ontbonden” als Uurwerk niet voldeed aldus uit dat TMZ de overeenkomst ook na de pilot tussentijds mocht beëindigen wanneer Uurwerk voor haar niet voldeed. Daarvoor was niet vereist dat sprake was van een tekortkoming in de zin van artikel 6:265 BW; de rechtbank vindt voor deze uitleg tevens steun in artikel 7:408 lid 1 BW, nu de implementatie als overeenkomst van opdracht kwalificeert. TMZ was daarom gerechtigd de overeenkomst tussentijds te beëindigen. Dat laat onverlet dat zij de vóór die beëindiging uitdrukkelijk overeengekomen factuur van € 70.180 verschuldigd bleef. Voor twee latere facturen, waaronder licentiekosten over 2018 en kosten voor de integratie van Google Maps, ontbrak na de beëindiging een voldoende juridische grondslag.
Tekortkoming bij hosting van bitcoinminers rechtvaardigt ontbinding, maar geen terugbetaling van investering
Rb. Amsterdam 23 september 2026, IT 5574; ECLI:NL:RBAMS:2026:9730 ([eiser] tegen Delos Digital). De rechtbank oordeelt in een geschil tussen een investeerder en Delos Digital B.V., een aanbieder van hosting- en exploitatiediensten voor bitcoinmining, dat Delos Digital is tekortgeschoten in de nakoming van haar contractuele verplichtingen. Partijen hadden een overeenkomst gesloten voor de aanschaf en exploitatie van negen bitcoinminers in een datacenter in de Verenigde Arabische Emiraten, waarbij een uptime van 95% per maand was gegarandeerd. Nadat de miners gedurende meerdere perioden offline waren geweest, heeft de investeerder de overeenkomst buitengerechtelijk ontbonden en terugbetaling van haar investering en schadevergoeding gevorderd. De rechtbank kwalificeert de overeenkomst aan de hand van de Haviltex-maatstaf als een gemengde overeenkomst, bestaande uit lastgeving (artikel 7:414 BW) voor de aanschaf van de miners en opdracht (artikel 7:400 BW) voor de hosting en exploitatie. Of de uptimegarantie een inspannings- of resultaatsverplichting inhoudt, kan volgens de rechtbank in het midden blijven. Delos Digital heeft onvoldoende onderbouwd dat de uitval werd veroorzaakt door omstandigheden die buiten haar verantwoordelijkheid vielen, terwijl op haar een verzwaarde motiveringsplicht rustte. De tekortkoming raakt een kernverplichting en rechtvaardigt daarom de buitengerechtelijke ontbinding van de overeenkomst van opdracht. De lastgevingsovereenkomst blijft echter bestaan, omdat onvoldoende is onderbouwd dat beide onderdelen onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. De investeerder behoudt daardoor de eigendom van de miners en heeft geen recht op terugbetaling van de aanschafkosten. Ook de gevorderde terugbetaling van de kosten voor plaatsing, aansluiting en elektriciteit wordt afgewezen, omdat de waarde van de reeds geleverde prestaties volgens de rechtbank overeenkomt met de daarvoor betaalde bedragen.
IT-leverancier schendt zorgplicht door gegevens niet vooraf veilig te stellen
Rb. Midden-Nederland 16 januari 2013, IT 5563; ECLI:NL:RBMNE:2013:BY7960 ([eiser] tegen [gedaagde]). [eiser] gaf [gedaagde] opdracht het besturingssysteem van zijn bijna zeven jaar oude Apple PowerBook te upgraden van Tiger naar Leopard. Daarbij had hij uitdrukkelijk aangegeven dat de gegevens op de laptop, waaronder een door hem geschreven boek, behouden moesten blijven. De kantonrechter oordeelt dat niet is komen vast te staan dat [gedaagde] de crash van de harde schijf heeft veroorzaakt; gelet op de ouderdom van de laptop kon niet worden uitgesloten dat de harde schijf ook bij gebruik door [eiser] zelf zou zijn gecrasht. Wel is [gedaagde] toerekenbaar tekortgeschoten in haar zorgplicht uit de overeenkomst van opdracht. Zij was de professionele partij, wist dat [eiser] weinig kennis van computers had, moest weten dat een upgrade risico op dataverlies meebracht en wist dat behoud van de gegevens voor [eiser] van groot belang was. Daarom had zij vóór aanvang van de werkzaamheden moeten proberen de gegevens veilig te stellen, bijvoorbeeld op een cd-rom, usb-stick of via webmail. De bepaling op het innameformulier dat [gedaagde] niet verantwoordelijk was voor verlies van data, bood haar geen bescherming, omdat die bepaling volgens de kantonrechter niet ziet op een tekortkoming in deze zorgplicht.
Onrechtmatig boetevoornemen AP veroorzaakte schade bij VoetbalTV, maar schadevergoeding afgewezen
Rb. Midden-Nederland 28 september 2026, IEF 23921; IT 5573; ECLI:NL:RBMNE:2026:6594 (VoetbalTV tegen de AP). In deze zaak tussen VoetbalTV en de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) staat de vraag centraal of VoetbalTV recht heeft op schadevergoeding vanwege een onrechtmatig boetebesluit en het daaraan voorafgaande voornemen van de AP. VoetbalTV exploiteerde een videoplatform waarop amateurvoetbalwedstrijden werden opgenomen en uitgezonden. De AP legde VoetbalTV op 16 juli 2020 een boete van € 575.000 op wegens het onrechtmatig verwerken van persoonsgegevens. Volgens de AP kon een zuiver economisch belang geen gerechtvaardigd belang vormen in de zin van artikel 6 lid 1 onder f AVG. De rechtbank vernietigde dit besluit in november 2020 wegens een onjuiste uitleg van het begrip gerechtvaardigd belang. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigde deze uitspraak in 2022. VoetbalTV verzoekt vervolgens om € 25.000 schadevergoeding wegens gederfde inkomsten uit sponsoring en nieuwe clubcontracten. Volgens VoetbalTV heeft het optreden van de AP ertoe geleid dat sponsoren afhaakten en zij haar bedrijfsactiviteiten moest staken. De rechtbank oordeelt dat niet alleen het vernietigde boetebesluit onrechtmatig is, maar ook het voornemen van 22 november 2019. De AP heeft dit voornemen gebaseerd op een onjuiste interpretatie van het begrip gerechtvaardigd belang en heeft daardoor ten onrechte geen noodzakelijkheidstoets en belangenafweging uitgevoerd. Daarmee heeft de AP onvoldoende rekening gehouden met de belangen van VoetbalTV.
Cap Gemini aansprakelijk voor ernstige tekortkoming bij ontwikkeling en invoering IT-systeem
Hof Amsterdam 22 november 2001, IT 5566; ECLI:NL:GHAMS:2001:AD7868 (Liebeswerk Kirche in Not/Ostpriesterhilfe tegen Cap Gemini Benelux B.V.). Liebeswerk Kirche in Not/Ostpriesterhilfe (KIN) had Cap Gemini opdracht gegeven een informatiesysteem te ontwikkelen dat op verschillende Europese vestigingen kon worden gebruikt. Nadat Cap Gemini had toegezegd dat het systeem gebruiksgereed zou zijn voor invoering in München, stelde KIN haar met een redelijke termijn in gebreke voor het geval dit op 1 juni 1987 niet het geval zou zijn. Uit het deskundigenbericht volgt dat het systeem op die datum hooguit het niveau van een bètaversie had: functioneel was het grotendeels gereed, maar operationeel nog niet geschikt om in productie te worden genomen. Voor herstel van de functionele tekortkomingen waren nog één tot twee manmaanden nodig en voor de operationele tekortkomingen drie tot zes manmaanden. Het hof oordeelt daarom dat Cap Gemini op 1 juni 1987 tekortgeschoten en in verzuim was. KIN mocht de overeenkomst vervolgens beëindigen en schadevergoeding verlangen. Bij de beoordeling van de ernst van de tekortkoming betrekt het hof tevens dat het systeem aanzienlijk later dan oorspronkelijk voorzien nog niet naar behoren functioneerde, verdere implementatie in andere landen nog aanzienlijke inspanningen vergde en de deskundigen hadden geoordeeld dat bij de uitvoering van het project tegen vrijwel alle basisregels van projectmanagement was gezondigd. De tekortkoming wordt daarom als ernstig aangemerkt.






























