IT 5493
3 september 2026
Uitspraak

Rechtbank: voormalig vrijwilligster moet beheerdersrechten Facebookpagina overdragen

 
IT 5497
3 september 2026
Uitspraak

Rechtbank Amsterdam bevoegd in Google Shopping-schadezaak; Google NL kan als ankergedaagde dienen

 
IT 5499
3 september 2026
Uitspraak

HvJ EU: socialmediapost kan auteursrechtelijk beschermd werk zijn; algemeen verbod op commercieel voordeel bij actualiteitsverslaggeving niet toegestaan

 
IT 5493

Rechtbank: voormalig vrijwilligster moet beheerdersrechten Facebookpagina overdragen

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 10 jul 2026,, IT 5493; ECLI:NL:RBZWB:2026:7232 ([eiser] tegen [gedaagde]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/rechtbank-voormalig-vrijwilligster-moet-beheerdersrechten-facebookpagina-overdragen

Rb. Zeeland-West-Brabant 10 juli 2026, IT 5493; ECLI:NL:RBZWB:2026:7232 ([eiser] tegen [gedaagde]). De voorzieningenrechter oordeelt dat een voormalig vrijwilligster de beheerdersrechten van een Facebookpagina aan de eisende organisatie moet overdragen. De vrijwilligster beheerde de pagina tijdens de samenwerking, maar weigerde na beëindiging daarvan de beheerdersrechten, waaronder de inlogcodes, te verstrekken omdat zij zich op het standpunt stelde rechthebbende op de Facebookpagina te zijn. De voorzieningenrechter acht voldoende spoedeisend belang aanwezig. De betreffende pagina heeft ongeveer 41.000 volgers en de organisatie heeft met verklaringen van donateurs voldoende onderbouwd dat het ontbreken van toegang tot de pagina gevolgen heeft voor de donaties. Voor de beantwoording van de vraag aan wie de beheerdersrechten toekomen, is volgens de voorzieningenrechter niet doorslaggevend wie volgens Facebook over die beheerdersrechten beschikt.

IT 5497

Rechtbank Amsterdam bevoegd in Google Shopping-schadezaak; Google NL kan als ankergedaagde dienen

Rechtbank Amsterdam 26 aug 2026,, IT 5497; ECLI:NL:RBAMS:2026:8656 (Dooyoo c.s. tegen Google c.s.), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/rechtbank-amsterdam-bevoegd-in-google-shopping-schadezaak-google-nl-kan-als-ankergedaagde-dienen

Rb. Amsterdam 26 augustus 2026, RB 4125; IT 5497; ECLI:NL:RBAMS:2026:8656 (Dooyoo c.s. tegen Google c.s.). Dooyoo c.s. vordert in de hoofdzaak schadevergoeding van verschillende Nederlandse, Amerikaanse en andere buitenlandse Google-vennootschappen wegens het door de Europese Commissie vastgestelde misbruik van machtspositie door Google bij de bevoordeling van haar eigen prijsvergelijkingsdienst Google Shopping. In dit bevoegdheidsincident staat centraal of de rechtbank Amsterdam ook internationaal bevoegd is ten aanzien van de buitenlandse gedaagden. Voor Google NL en Google NL Holdings volgt de internationale bevoegdheid uit artikel 4 Brussel I-bis, omdat zij in Amsterdam zijn gevestigd. Voor de overige in de Europese Unie gevestigde gedaagden beoordeelt de rechtbank de bevoegdheid aan de hand van artikel 8, punt 1, Brussel I-bis en voor de in het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten gevestigde gedaagden aan de hand van artikel 7 lid 1 Rv. Daarbij sluit zij aan bij het arrest van het HvJ van 16 april 2026 in de zaken Stroomkabels en Kartonverpakkingen. In het kader van de bevoegdheidsvraag hoeft nog niet definitief te worden vastgesteld dat de ankergedaagde met de andere Google-vennootschappen één economische eenheid vormt. Een prima facie-beoordeling volstaat: voldoende is dat niet is uitgesloten dat zij tot dezelfde onderneming behoren en dat aannemelijk is dat aan de Sumal-criteria is voldaan. Daarvoor moet onder meer een concreet verband bestaan tussen de economische activiteit van de dochtervennootschap en het voorwerp van de mededingingsinbreuk.

IT 5499

HvJ EU: socialmediapost kan auteursrechtelijk beschermd werk zijn; algemeen verbod op commercieel voordeel bij actualiteitsverslaggeving niet toegestaan

HvJ EU 3 sep 2026,, IT 5499; ECLI:EU:C:2026:682 (CY tegen Gândul Media Network SRL en HO), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/hvj-eu-socialmediapost-kan-auteursrechtelijk-beschermd-werk-zijn-algemeen-verbod-op-commercieel-voordeel-bij-actualiteitsverslaggeving-niet-toegestaan

HvJ EU 3 september 2026, IEF 23795; IT 5499; IEFbe 4288; ECLI:EU:C:2026:682 (CY tegen Gândul Media Network SRL en HO). CY, een Roemeense lerares, publiceert op Facebook een tekst van 22 regels waarin zij ouders laat weten geen cadeaus te willen ontvangen bij de start van het schooljaar. Enkele dagen later neemt journalist HO de tekst integraal over in een artikel op de website van het online dagblad Gândul, zonder voorafgaande toestemming van CY. Volgens de verwijzingsbeslissing worden haar naam en een hyperlink naar de Facebookpagina pas later toegevoegd. Nadat de Roemeense rechters in eerste aanleg en hoger beroep oordelen dat de tekst niet voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking komt, vraagt de hoogste Roemeense rechter het Hof van Justitie om uitleg van artikel 2 onder a Richtlijn 2001/29. Het Hof oordeelt dat een tekst die op een sociaal netwerk is gepubliceerd en een mening over maatschappelijke praktijken bevat, onder het begrip ‘werk’ kan vallen wanneer hij een eigen intellectuele schepping vormt die de persoonlijkheid van de auteur weerspiegelt. De lengte van de tekst, de online publicatie en het al dan niet behoren tot een bepaald literair genre zijn daarbij op zichzelf niet relevant. Het is aan de nationale rechter om na te gaan of CY bij het schrijven van de tekst vrije en creatieve keuzes heeft gemaakt die in de tekst tot uitdrukking komen.

IT 5498

Uitspraak ingezonden door Jurre Reus, Marco Moeskops en Lucy de Graaf, Houthoff.

51 eisers niet-ontvankelijk in AVG-inzagevorderingen tegen Risepoint wegens vertegenwoordiging door Dynamiet Nederland

Rechtbank Den Haag 2 sep 2026,, IT 5498; C/09/697386 / HA ZA 26-52 (51 eisers tegen Risepoint Limited en Kindred Group Limited), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/51-eisers-niet-ontvankelijk-in-avg-inzagevorderingen-tegen-risepoint-wegens-vertegenwoordiging-door-dynamiet-nederland

Rb. Den Haag 2 september 2026, IT 5498,  C/09/697386 (51 eisers tegen Risepoint Limited en Kindred Group Limited). Een groep van 51 Nederlandse consumenten die vóór 1 oktober 2021 via Unibet deelnam aan door Risepoint geëxploiteerde online kansspelen, vordert op grond van artikel 15 AVG inzage in onder meer persoonsgegevens, contract- en accountgegevens, betaaltransacties en gegevens over hun gokgedrag. De vorderingen zijn na een zogenoemde spoorwissel uitsluitend nog tegen Risepoint gericht. De Rechtbank Den Haag acht zich bevoegd op grond van artikel 79 lid 2 AVG, omdat de eisers gewoonlijk in Nederland verblijven en Risepoint als verwerkingsverantwoordelijke geldt. Het beroep van Risepoint op Maltese regelgeving die onder omstandigheden beperkingen op AVG-rechten toestaat, staat niet zonder meer aan de inzagevorderingen in de weg. Ook naar Maltees recht kan het inzagerecht slechts worden beperkt als dat noodzakelijk en proportioneel is. Het enkele feit dat de gevraagde gegevens mogelijk worden gebruikt in een lopende of toekomstige procedure tegen Risepoint rechtvaardigt daarom niet automatisch een weigering. Risepoint heeft evenmin aangetoond dat sprake is van buitensporige inzageverzoeken die uitsluitend zijn gedaan om kunstmatig een AVG-schending te creëren.

IT 5488

Beide buren moeten camera verwijderen wegens ongerechtvaardigde privacy-inbreuk

Gerechtshof Amsterdam 28 jul 2026,, IT 5488; ECLI:NL:GHAMS:2026:2101 ([appellant] tegen [geïntimeerden]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/beide-buren-moeten-camera-verwijderen-wegens-ongerechtvaardigde-privacy-inbreuk

Hof Amsterdam 28 juli 2026, IT 5488; ECLI:NL:GHAMS:2026:2101 ([appellant] tegen [geïntimeerden]). Het Gerechtshof oordeelt in kort geding dat zowel de camera van [appellant] als die van [geïntimeerden] een ongerechtvaardigde inbreuk maakt op de persoonlijke levenssfeer van de ander. Uitgangspunt is dat het bewoners in beginsel vrijstaat een camera te plaatsen ter bescherming van hun woning, perceel of eigendommen, maar dat deze vrijheid wordt begrensd door de privacy van anderen. Een camera mag daarom in beginsel niet tevens het perceel, de woning of de persoon van een ander in beeld brengen of kunnen brengen. Een dergelijke privacy-inbreuk is in beginsel onrechtmatig, tenzij daarvoor een rechtvaardigingsgrond bestaat; daarvoor moeten de ernst van de inbreuk en de belangen die met het cameratoezicht worden gediend tegen elkaar worden afgewogen. Bij de camera van [appellant] acht het hof voldoende aannemelijk dat deze, mede door de beweegbaarheid en bedieningsmogelijkheden, het perceel van [geïntimeerden] in beeld brengt of kan brengen. Het door [appellant] gestelde belang bij bescherming van haar perceel, eigendommen en katten rechtvaardigt deze inbreuk niet, omdat zij onvoldoende heeft toegelicht waarom de camera op één hoog moet hangen en niet op een minder privacy-inbreukmakende plaats kan worden bevestigd. Het bevel om haar camera te verwijderen en het verbod om camera’s zo te plaatsen dat daarmee zicht wordt verschaft op het perceel of de woning van [geïntimeerden], blijven daarom in stand.

IT 5496

Publicatie over cyberbullying door schaakgrootmeester niet onrechtmatig; kort geding kwalificeert niet als SLAPP

Rechtbank Amsterdam 1 sep 2026,, IT 5496; ECLI:NL:RBAMS:2026:8773 ([eiser] tegen New in Chess c.s.), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/publicatie-over-cyberbullying-door-schaakgrootmeester-niet-onrechtmatig-kort-geding-kwalificeert-niet-als-slapp

Rb. Amsterdam 1 september 2026, IEF 23788; ECLI:NL:RBAMS:2026:8773 ([eiser] tegen New in Chess c.s.). Een gerenommeerde schaakgrootmeester en voormalig wereldkampioen vordert in kort geding van New In Chess c.s. onder meer verwijdering en rectificatie van een artikel, een verbod op toekomstige vergelijkbare uitlatingen en schadevergoeding. Het artikel behandelt de controverse in de internationale schaakwereld rond de inmiddels overleden schaakgrootmeester Daniel Naroditsky en neemt als uitgangspunt dat hij slachtoffer was van cyberbullying door eiser. De voorzieningenrechter stelt voorop dat toewijzing van de vorderingen een beperking van de uitingsvrijheid van New In Chess c.s. als bedoeld in artikel 10 EVRM zou opleveren. Die beperking is slechts gerechtvaardigd indien de publicatie jegens eiser onrechtmatig is in de zin van artikel 6:162 BW. Daarbij moeten het belang van eiser om niet te worden blootgesteld aan lichtvaardige verdachtmakingen en aantasting van zijn eer en goede naam en het belang van New In Chess c.s. om zich als journalistiek medium kritisch, informerend, opiniërend en waarschuwend te kunnen uitlaten over zaken van publiek belang tegen elkaar worden afgewogen.

IT 5495

LUMC mocht namen van onderzoekers in contracten met leveranciers van medische hulpmiddelen afschermen

Overige instanties 15 apr 2026,, IT 5495; ECLI:NL:RVS:2026:2096 (Het LUMC tegen [appellanten]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/lumc-mocht-namen-van-onderzoekers-in-contracten-met-leveranciers-van-medische-hulpmiddelen-afschermen

ABRvS 15 april 2026, IT 5495; LS&R 2457; ECLI:NL:RVS:2026:2096 (LUMC tegen [appellant sub 2]). In deze zaak tussen het LUMC en [appellant sub 2] staat een Wob-verzoek centraal over overeenkomsten tussen het ziekenhuis of daar werkzame zorgprofessionals en ondernemingen die medische hulpmiddelen produceren, verhandelen of daaraan gerelateerde diensten verrichten. Het verzoek ziet onder meer op consultancy-, dienstverlenings-, sprekers- en sponsorovereenkomsten en contracten zoals bedoeld in de Gedragscode Medische Hulpmiddelen. Het LUMC heeft twintig documenten gevonden en deze gedeeltelijk openbaar gemaakt. De rechtbank Midden-Nederland oordeelde eerder dat het LUMC onvoldoende had gemotiveerd waarom namen en specialisaties van medewerkers waren weggelakt. Volgens de rechtbank kon bij hoogleraren en gerenommeerde onderzoekers of wetenschappers ervan worden uitgegaan dat zij uit hoofde van hun functie naar buiten treden. Ook vond de rechtbank dat het LUMC verschillende andere passages te generiek had afgeschermd. Voor gegevens over specifiek te onderzoeken of ontwikkelen producten, onderzoeksmethoden en financiële gegevens achtte de rechtbank geheimhouding wel gerechtvaardigd. In hoger beroep voert het LUMC aan dat niet iedere hoogleraar of onderzoeker vanwege zijn functie in de openbaarheid treedt. Volgens het LUMC moet worden gekeken naar de concrete situatie en naar de vraag of een medewerker daadwerkelijk als vertegenwoordiger van het ziekenhuis optreedt. De Afdeling volgt dit standpunt.

IT 5486

Beperkte openbaarheid raadsenquêtedocumenten Zevenaar blijft in stand

Overige instanties 20 mei 2026,, IT 5486; ECLI:NL:RVS:2026:2693 (appellante tegen verweerder), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/beperkte-openbaarheid-raadsenquetedocumenten-zevenaar-blijft-in-stand

RvS 20 mei 2026, IT 5486; ECLI:NL:RVS:2026:2693 (appellante tegen verweerder). De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat het beroep van [appellante] tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Zevenaar van 13 juni 2023 ongegrond is. Met dat besluit heeft het college de eerder opgelegde beperkingen aan de openbaarheid van documenten van de gemeentelijke raadsenquêtecommissie P&O Zevenaar gedeeltelijk opgeheven. Bij inzage moet de streekarchivaris de AVG in acht nemen en persoonsgegevens en tot personen herleidbare gegevens pseudonimiseren, in dit geval door deze weg te lakken. De Afdeling stelt eerst vast dat een besluit op grond van artikel 15 Archiefwet 1995 op extern rechtsgevolg is gericht en daarom appellabel is, zodat [appellante] ontvankelijk is in haar beroep. Voor een groot deel van haar beroepsgronden verwijst de Afdeling naar een samenhangende uitspraak van dezelfde datum, waarin nagenoeg dezelfde gronden al zijn beoordeeld en verworpen.

IT 5491

Geen verhoging dwangsom voor onrechtmatig plaatsen tracking cookies na oordeel bodemrechter

Gerechtshof Amsterdam 3 mrt 2026,, IT 5491; ECLI:NL:GHAMS:2026:584 ([appellant] tegen [geïntimeerde]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/geen-verhoging-dwangsom-voor-onrechtmatig-plaatsen-tracking-cookies-na-oordeel-bodemrechter

Hof Amsterdam 3 maart 2026, IT 5491; ECLI:NL:GHAMS:2026:584 ([appellant] tegen [geïntimeerde]). Het Gerechtshof oordeelt in kort geding over de vraag of de eerder aan [appellant] opgelegde dwangsom wegens het zonder toestemming plaatsen van tracking cookies op de apparaten van [geïntimeerde] moet worden verhoogd. In een eerder arrest van 5 december 2023 was [appellant] al geboden dit handelen te staken, op straffe van € 250 per dag of dagdeel tot maximaal € 25.000. In dat eerdere arrest was onder meer voldoende aannemelijk geacht dat tracking cookies zonder toestemming waren geplaatst en persoonsgegevens in strijd met de AVG waren verwerkt. Nadat [appellant] het maximum van € 25.000 had betaald, verhoogde de voorzieningenrechter de dwangsom tot € 500 per dag of dagdeel met een maximum van € 50.000. Ook in dit hoger beroep acht het hof voldoende aannemelijk dat het gebod nog niet volledig wordt nageleefd en dat het onrechtmatige gedrag zonder verdere maatregelen ook in de toekomst kan voortduren. Omdat het oorspronkelijke maximum al was betaald, ging van die dwangsom bovendien geen verdere prikkel tot nakoming meer uit.

IT 5485

Facebookpublicaties over cliëntelisme, drugsgebruik, spionage en corruptie zijn onrechtmatig

Overige instanties 24 aug 2026,, IT 5485; ECLI:NL:OGEAC:2026:159 ([eiser] tegen [gedaagde]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/facebookpublicaties-over-clientelisme-drugsgebruik-spionage-en-corruptie-zijn-onrechtmatig

Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 24 augustus 2026, IT 5485; ECLI:NL:OGEAC:2026:159 ([eiser] tegen [gedaagde]). Het Gerecht oordeelt dat [gedaagde], journalist, commentator en blogger, onrechtmatig heeft gehandeld tegenover [eiser] door op Facebook 58 berichten over hem te publiceren. [eiser], werkzaam bij de Belastingdienst, werd daarin onder meer in verband gebracht met cliëntelisme, cocaïnegebruik, spionage voor Nederland, corruptie, het bevoordelen van Nederlanders, het lekken van vertrouwelijke informatie en het profiteren van beslagen en openbare verkopen. Het gerecht weegt het belang van [eiser] bij bescherming van zijn eer en goede naam af tegen de vrijheid van meningsuiting en persvrijheid van [gedaagde] op grond van artikel 10 EVRM. Daarbij kijkt het onder meer naar de ernst van de beschuldigingen, het maatschappelijk belang van de gestelde misstanden, de feitelijke basis voor de uitlatingen, de wijze waarop deze zijn gebracht, het bereik van het medium en de positie van [eiser]. De publicaties schetsen in onderlinge samenhang een ernstig en consistent negatief beeld van [eiser], terwijl niet is gebleken dat de beschuldigingen steun vinden in objectief verifieerbare bronnen en geen wederhoor is toegepast. Het beroep op satire of humor wordt verworpen, omdat de uitlatingen als feitelijke beschuldigingen zijn gepresenteerd. Ook de stelling dat [eiser] als publiek persoon meer kritiek moet dulden slaagt niet. De uitlatingen vormen daarom een ongerechtvaardigde aantasting van zijn eer en goede naam en zijn onrechtmatig in de zin van artikel 6:162 BW.