IT 4982
13 oktober 2026
Artikel

Schrijf u hier in voor de gratis wekelijkse nieuwsbrief van IT & Recht

 
IT 5628
4 november 2026
Uitspraak

Concurrentiebedingen blijven van kracht bij ontwikkeling AI-platform

 
IT 5626
4 november 2026
Uitspraak

Bankgarantie rechtsgeldig ondertekend via chatbot met geavanceerde elektronische handtekening

 
IT 5628

Concurrentiebedingen blijven van kracht bij ontwikkeling AI-platform

Rechtbank Amsterdam 26 aug 2026, IT 5628; ECLI:NL:RBAMS:2026:8461 ([eiser] tegen ACT Commodities), https://itenrecht.nl/artikelen/concurrentiebedingen-blijven-van-kracht-bij-ontwikkeling-ai-platform

Rb. Amsterdam 26 augustus 2026, IT 5628; ECLI:NL:RBAMS:2026:8461 ([eiser] tegen ACT Commodities). In deze zaak tussen [eiser] en ACT Commodities, Stichting Administratiekantoor Montauk III en Sustainable Market Solutions Holding staat de vraag centraal of concurrentie- en relatiebedingen de lancering van een AI-platform door een voormalig werknemer mogen beperken. [eiser] was werkzaam bij ACT, een onderneming die actief is op de energie- en milieumarkten en onder meer handelt in energiebesparingscertificaten (white certificates). Na beëindiging van zijn dienstverband wil [eiser] een AI-platform ontwikkelen waarmee gebruikers hun handelsactiviteiten kunnen automatiseren en optimaliseren en toegang krijgen tot de markt voor deze certificaten. Hij vordert daarom schorsing van de concurrentie- en relatiebedingen in zijn arbeidsovereenkomst en in een afzonderlijke overeenkomst over werknemersparticipatie.

IT 5626

Bankgarantie rechtsgeldig ondertekend via chatbot met geavanceerde elektronische handtekening

Rechtbank Den Haag 2 nov 2026, IT 5626; ECLI:NL:RBDHA:2026:26100 ([eiseres] tegen [gedaagde]), https://itenrecht.nl/artikelen/bankgarantie-rechtsgeldig-ondertekend-via-chatbot-met-geavanceerde-elektronische-handtekening

Rb. Den Haag 17 juni 2026, IT 5626; ECLI:NL:RBDHA:2026:26100 ([eiseres] tegen [gedaagde]). In deze zaak tussen [eiseres] en [gedaagde] staat de vraag centraal of een bankgarantieovereenkomst rechtsgeldig tot stand is gekomen door middel van een elektronische handtekening via een chatbot. [gedaagde] heeft een woning gekocht waarvoor een bankgarantie van € 43.000 moest worden gesteld. Een hypotheekadviseur heeft via een intermediair een bankgarantie aangevraagd, waarna de garantieopdracht digitaal is ondertekend via een chatbot. Nadat onregelmatigheden in de hypotheekaanvraag aan het licht kwamen, werd de hypotheek niet verstrekt en ging de aankoop niet door. De bankgarantie werd vervolgens ingeroepen en uitbetaald. [eiseres] vordert terugbetaling van het uitgekeerde bedrag, maar [gedaagde] betwist dat zij de garantieopdracht heeft ondertekend en stelt dat de digitale ondertekeningsmethode onvoldoende betrouwbaar is.

IT 5633

Maken en verspreiden pornografische deepfakes van (ex)collega's leidt tot ontbinding arbeidsovereenkomst

Rechtbank Limburg 4 nov 2026, IT 5633; ECLI:NL:RBLIM:2026:11057 ([ex-werknemer] tegen [de N.V.]), https://itenrecht.nl/artikelen/maken-en-verspreiden-pornografische-deepfakes-van-ex-collega-s-leidt-tot-ontbinding-arbeidsovereenkomst

Rb. Limburg 22 oktober 2026, IEF 23989; IEFbe 5633; ECLI:NL:RBLIM:2026:11057 ([ex-werknemer] tegen [de N.V.]). In deze zaak tussen [ex-werknemer] en [N.V.] staat de vraag centraal of het maken en verspreiden van pornografische deepfake-afbeeldingen van onder meer (oud-)collega's een ontslag op staande voet en ontbinding van de arbeidsovereenkomst rechtvaardigt. [ex-werknemer] heeft tijdens zijn dienstverband bij een eerdere werkgever zonder toestemming gezichten van bestaande personen digitaal op pornografische afbeeldingen geplaatst en deze op een openbare website gepubliceerd. Onder de slachtoffers bevinden zich meerdere voormalige collega's, van wie één inmiddels bij zijn nieuwe werkgever [N.V.] werkzaam is. Bij zijn indiensttreding heeft [ex-werknemer] deze gedragingen en zijn eerdere aanhouding door de politie verzwegen, ondanks een door hem ondertekende integriteitsverklaring. Nadat de werkgever van de deepfakes op de hoogte raakt en aanwijzingen ontvangt dat [ex-werknemer] mogelijk opnieuw bij de verspreiding van dergelijke afbeeldingen betrokken is, wordt hij op staande voet ontslagen. De kantonrechter oordeelt dat onvoldoende vaststaat dat [ex-werknemer] na zijn eerdere aanhouding is doorgegaan met het vervaardigen en verspreiden van deepfakes. Hoewel er aanwijzingen zijn voor betrokkenheid bij een nieuw account, is nader onderzoek nodig om dit met voldoende zekerheid vast te stellen. Omdat ontslag op staande voet een uiterste middel is en de werkgever de werknemer al op non-actief had gesteld, houdt het ontslag geen stand.

IT 5606

Beroep over niet tijdig beslissen op Woo-verzoek naar AVG-documenten voortijdig ingesteld

Rechtbank Noord-Holland 7 sep 2026, IT 5606; ECLI:NL:RBNHO:2026:12871 (eiser tegen Raad voor Plantenrassen), https://itenrecht.nl/artikelen/beroep-over-niet-tijdig-beslissen-op-woo-verzoek-naar-avg-documenten-voortijdig-ingesteld

Rb. Noord-Holland 7 september 2026, IT 5606; ECLI:NL:RBNHO:2026:12871 (eiser tegen Raad voor Plantenrassen). Een verzoeker vraagt de Raad voor Plantenrassen op grond van de Wet open overheid (Woo) om openbaarmaking van informatie over de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) over de periode vanaf 2018. Nadat volgens verzoeker niet tijdig op zijn verzoek is beslist, stelt hij de Raad in gebreke. De Raad vraagt hem vervolgens op 6 oktober 2025 om zijn verzoek nader te concretiseren en schort de beslistermijn met twee weken op. Op 15 oktober 2025 stuurt de Raad de privacyverklaring en de verwerkersovereenkomst met Stichting Nederlandse Algemene Kwaliteitsdienst Tuinbouw (Naktuinbouw) aan verzoeker door en vraagt opnieuw om concretisering. Een dag later stelt verzoeker beroep in wegens het niet tijdig nemen van een besluit. Volgens hem zijn zowel de beslistermijn als de termijn na ingebrekestelling verstreken.

IT 5632

Nederlandse rechter bevoegd in collectieve claim tegen Booking.com en Agoda

Rechtbank Amsterdam 28 okt 2026, IT 5632; ECLI:NL:RBAMS:2026:10574 (Stichting Consumenten Competition Claims tegen Booking.com en Agoda), https://itenrecht.nl/artikelen/nederlandse-rechter-bevoegd-in-collectieve-claim-tegen-booking-com-en-agoda

Rb. Amsterdam 28 oktober 2026, RB 4178; IT 5632; ECLI:NL:RBAMS:2026:10574 (Stichting Consumenten Competition Claims tegen Booking.com en Agoda). In deze zaak tussen Stichting Consumenten Competition Claims en Booking.com c.s. staat een collectieve schadeclaim centraal wegens vermeend mededingingsbeperkende en misleidende handelspraktijken op online hotelboekingsplatforms. De Stichting stelt dat Booking.com met pariteitsclausules hotels heeft beperkt in hun mogelijkheden om via andere verkoopkanalen lagere prijzen of gunstigere voorwaarden aan te bieden, waardoor consumenten te veel zouden hebben betaald. Daarnaast zouden Booking.com en Agoda gebruikmaken van dark patterns: misleidende patronen en uitlatingen op hun websites die het boekingsgedrag van consumenten beïnvloeden. Booking Holdings Inc. en Agoda betwisten dat de Nederlandse rechter bevoegd is om over de tegen hen ingestelde vorderingen te oordelen.

IT 5596

Geen afdwingbare samenwerkingsovereenkomst voor ontwikkeling en exploitatie sportapp

Rechtbank Midden-Nederland 14 jul 2026, IT 5596; ECLI:NL:RBMNE:2026:4756 ([eiser sub 1] en [eiser sub 2] tegen [gedaagden c.s]), https://itenrecht.nl/artikelen/geen-afdwingbare-samenwerkingsovereenkomst-voor-ontwikkeling-en-exploitatie-sportapp

Rb. Midden-Nederland 14 juli 2026, IT 5596; ECLI:NL:RBMNE:2026:4756 ([eiser sub 1] en [eiser sub 2] tegen [gedaagden c.s]). Twee eisers vorderen in kort geding nakoming van een volgens hen tot stand gekomen samenwerkingsovereenkomst over de verdere ontwikkeling en exploitatie van een digitaal platform met bijbehorende app die getalenteerde sporters verbindt met trainers, clubs en scouts. Partijen waren sinds april 2024 in gesprek over een samenwerking en volgens de eisers was uiterlijk op 13 november 2025 een bindende overeenkomst tot stand gekomen. De voorzieningenrechter acht echter onvoldoende aannemelijk dat partijen overeenstemming hadden bereikt over de essentiële onderdelen van de samenwerking. Met name bestond onenigheid over de financiële inbreng van de eisers. Volgens hen was afgesproken dat ieder € 60.000 zou investeren, terwijl de wederpartij vasthield aan € 100.000 per investeerder. De eisers hebben niet met stukken kunnen onderbouwen dat de wederpartij met het lagere bedrag had ingestemd. Daarnaast bestond onenigheid over de aflossing van een eerdere lening en de geschiktheid van de kantoorruimte. Dat partijen concepten van aandeelhouders- en managementovereenkomsten hadden uitgewisseld, maakt dit niet anders. Het betrof grotendeels oningevulde standaardovereenkomsten waarover nog nader overleg moest plaatsvinden.

IT 5627

Softwareovereenkomst rechtsgeldig gesloten per e-mail en stilzwijgend verlengd

Rechtbank Gelderland 24 jun 2026, IT 5627; ECLI:NL:RBGEL:2026:5661 (LVP tegen Veluvine), https://itenrecht.nl/artikelen/softwareovereenkomst-rechtsgeldig-gesloten-per-e-mail-en-stilzwijgend-verlengd

Rb. Gelderland 24 juni 2026, IT 5627; ECLI:NL:RBGEL:2026:5661 (LVP tegen Veluvine). In deze zaak tussen L.V.P. Reserveringssystemen (LVP) en Stichting Veluvine Cultuur Nunspeet (Veluvine) staat een overeenkomst voor de afname van het planningssysteem Ovatic Planning centraal. LVP heeft in december 2021 per e-mail een offerte uitgebracht, waarop de directeur-bestuurder van Veluvine per e-mail akkoord heeft gegeven. De offerte vermeldt een minimale contractduur van drie jaar, met telkens een stilzwijgende verlenging van twee jaar en een opzegtermijn van drie maanden. Veluvine betwist dat een overeenkomst tot stand is gekomen, omdat deze niet is ondertekend en haar directeur-bestuurder volgens haar niet vertegenwoordigingsbevoegd was.

IT 5624

Bezwaar tegen AVG-inzagebesluit terecht niet-ontvankelijk, korting op proceskostenvergoeding onterecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 11 jun 2026, IT 5624; ECLI:NL:RBZWB:2026:8180 ([eiser] tegen het college van B&W Breda), https://itenrecht.nl/artikelen/bezwaar-tegen-avg-inzagebesluit-terecht-niet-ontvankelijk-korting-op-proceskostenvergoeding-onterecht

Rb. Zeeland-West-Brabant 11 juni 2026, IT 5624; ECLI:NL:RBZWB:2026:8180 ([eiser] tegen het college van B&W Breda). In deze zaak tussen [eiser] en het college van B&W van Breda staat een AVG-inzageverzoek centraal. [eiser] heeft het college verzocht om inzage in zijn persoonsgegevens. Nadat het college het verzoek aanvankelijk niet had ingewilligd vanwege een lopend adresonderzoek, heeft het alsnog inzage verleend. [eiser] maakt bezwaar tegen de door het college gehanteerde aanvraagdatum, omdat deze van belang is voor de verschuldigdheid van een dwangsom wegens niet tijdig beslissen. Later voert hij alsnog inhoudelijke bezwaren aan tegen de verstrekte informatie, waaronder de onvolledigheid daarvan en het zwartlakken van gegevens.

IT 5605

Werkgever handelt ernstig verwijtbaar door privé-WhatsAppberichten van werknemers te gebruiken

Rechtbank Noord-Holland 9 dec 2025, IT 5605; ECLI:NL:RBNHO:2025:14641 ([verzoeker 1] en [verzoeker 2] tegen [verweerder]), https://itenrecht.nl/artikelen/werkgever-handelt-ernstig-verwijtbaar-door-prive-whatsappberichten-van-werknemers-te-gebruiken

Rb. Noord-Holland 9 december 2025, IT 5605; ECLI:NL:RBNHO:2025:14641 ([verzoeker 1] en [verzoeker 2] tegen [verweerder]). Twee koks verzoeken de kantonrechter om ieder een billijke vergoeding van € 30.000 wegens het niet voortzetten van hun arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd. Aanleiding is dat een leidinggevende via WhatsApp Web op een zakelijke laptop toegang heeft gekregen tot een privégesprek tussen de werknemers, waarin zij zich negatief uitlieten over collega's en leidinggevenden. De leidinggevende heeft het gesprek doorzocht, foto's van berichten gemaakt en deze met anderen binnen de onderneming gedeeld. Vervolgens heeft de werkgever besloten de arbeidsovereenkomsten niet te verlengen vanwege een vertrouwensbreuk. Volgens de werknemers is sprake van een ongerechtvaardigde inbreuk op hun privacy en ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever. De kantonrechter stelt voorop dat WhatsApp-gesprekken in beginsel privé zijn en onder de bescherming van artikel 8 EVRM vallen. Werknemers mogen erop vertrouwen dat hun privécommunicatie niet door hun werkgever wordt gelezen, ook wanneer deze via WhatsApp Web op een zakelijke laptop toegankelijk is.

IT 5595

Geen vergoeding voor omzetverlies na ongeldige opzegging importeursovereenkomst wegens ontbreken causaal verband

Rechtbank Oost-Brabant 28 jan 2026, IT 5595; ECLI:NL:RBOBR:2026:467 ([eiser] tegen DAF), https://itenrecht.nl/artikelen/geen-vergoeding-voor-omzetverlies-na-ongeldige-opzegging-importeursovereenkomst-wegens-ontbreken-causaal-verband

Rb. Oost-Brabant 28 januari 2026, IT 5595; ECLI:NL:RBOBR:2026:467 ([eiser] tegen DAF). Een Turkse importeur van DAF-trucks vordert in een schadestaatprocedure ruim € 122 miljoen schadevergoeding van DAF Trucks wegens de gevolgen van een ongeldige opzegging van hun importeursovereenkomst. DAF had de overeenkomst in november 2013 opgezegd tegen 30 november 2014, met een beroep op een verkorte opzegtermijn van één jaar vanwege een voorgenomen reorganisatie van haar distributienetwerk in Turkije. Deze opzegging was niet rechtsgeldig. Een tweede opzegging, tegen 9 januari 2016 met inachtneming van de reguliere opzegtermijn van twee jaar, was dat wel. In de eerdere procedure is vastgesteld dat DAF toerekenbaar is tekortgeschoten door zich vanaf augustus 2014 te gedragen alsof de eerste opzegging rechtsgeldig was. De importeur stelt hierdoor schade te hebben geleden door teruglopende truckverkopen, daarmee samenhangende omzetverliezen en het mislopen van een importeurschap voor Volvo. De rechtbank oordeelt echter dat het vereiste causaal verband tussen de tekortkoming van DAF en de gestelde schade ontbreekt. Hoewel aannemelijk is dat de onrust op de Turkse markt heeft geleid tot lagere verkopen, moet de oorzaak van die onrust volgens de rechtbank overwegend worden gezocht in het optreden van de importeur zelf. De importeur had zich openlijk tegen de beëindiging van de samenwerking verzet en de strijd met DAF publiekelijk gevoerd. Volgens de rechtbank zou deze situatie zich ook hebben voorgedaan wanneer DAF direct met inachtneming van de juiste opzegtermijn had opgezegd. Bij vergelijking met die hypothetische situatie kan de gestelde schade daarom niet aan de tekortkoming van DAF worden toegerekend.