IT 4982
13 oktober 2026
Artikel

Schrijf u hier in voor de gratis wekelijkse nieuwsbrief van IT & Recht

 
IT 5631
5 november 2026
Uitspraak

Hof Amsterdam: overtreding contactverbod bij IT-aanbesteding leidt tot herbeoordeling

 
IT 5635
5 november 2026
Uitspraak

SOMI ontvankelijk in collectieve actie tegen X over datalekken, microtargeting en haatzaaiende berichten

 
IT 5631

Hof Amsterdam: overtreding contactverbod bij IT-aanbesteding leidt tot herbeoordeling

Gerechtshof Amsterdam 28 apr 2026, IT 5631; ECLI:NL:GHAMS:2026:1170 ([appellant] tegen [geïntimeerden]), https://itenrecht.nl/artikelen/hof-amsterdam-overtreding-contactverbod-bij-it-aanbesteding-leidt-tot-herbeoordeling

Hof Amsterdam 28 april 2026, ECLI:NL:GHAMS:2026:1170 9[appellant] tgegn [geïntimeerden]). In deze zaak tussen [appellant], [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] staat een minicompetitie voor print- en kopieerdiensten centraal, waaronder de levering van multifunctionals, een SaaS-printmanagementoplossing en een betaaloplossing. [appellant], een universiteit, heeft de opdracht voorlopig gegund aan [geïntimeerde 2]. [geïntimeerde 1], de zittende leverancier, betwist de beoordeling van de inschrijvingen en stelt onder meer dat [geïntimeerde 2] ten onrechte extra punten heeft gekregen voor de overgang naar een nieuw betaalsysteem en het contact met studenten op de campus.

IT 5635

SOMI ontvankelijk in collectieve actie tegen X over datalekken, microtargeting en haatzaaiende berichten

Rechtbank Amsterdam 21 okt 2026, IT 5635; ECLI:NL:RBAMS:2026:10630 (SOMI tegen X Corp c.s.), https://itenrecht.nl/artikelen/somi-ontvankelijk-in-collectieve-actie-tegen-x-over-datalekken-microtargeting-en-haatzaaiende-berichten

Rb. Amsterdam 21 oktober 2026, IEF 23995; RB 4180; IT 5635; ECLI:NL:RBAMS:2026:10630 (SOMI tegen X Corp c.s.). In deze zaak tussen Stichting Onderzoek Marktinformatie (SOMI) en X Corp, staat de ontvankelijkheid van SOMI in een collectieve actie namens ongeveer acht miljoen Nederlandse gebruikers van X (voorheen Twitter) centraal. SOMI stelt dat [gedaagden] met de inrichting, exploitatie en beveiliging van het platform de grondrechten van gebruikers schenden. De verwijten hebben onder meer betrekking op datalekken, ongeoorloofde microtargeting en haatzaaiende berichten. SOMI vordert dat [gedaagden] deze praktijken beëindigen en de schade van gebruikers vergoeden. In een eerder tussenvonnis heeft de rechtbank geoordeeld dat SOMI aan vrijwel alle ontvankelijkheidseisen van de Wet afwikkeling massaschade in collectieve actie (WAMCA) voldoet. Alleen de financiële middelen en de zeggenschap over de collectieve vordering moesten nader worden onderbouwd. De rechtbank stelt voorop dat het middelenvereiste van artikel 3:305a lid 2 onder c BW slechts marginaal hoeft te worden getoetst. Een belangenorganisatie moet aannemelijk maken dat zij over voldoende middelen beschikt of kan beschikken om de procedure te voeren. De rechter hoeft daarbij niet diepgaand te onderzoeken of de organisatie de gehele procedure kan financieren en hoeft evenmin vooraf zekerheid te verkrijgen over de financiering van een eventueel hoger beroep of cassatie. Ook is geen zelfstandig onderzoek vereist naar de kapitaalkrachtigheid en solvabiliteit van de externe procesfinancier.

IT 5629

Koppelen van bankpassen aan Google Pay levert niet zonder meer computervredebreuk op

Rechtbank Amsterdam 15 sep 2026, IT 5629; ECLI:NL:RBAMS:2026:9255 ([verdachte] tegen de Officier van Justitie), https://itenrecht.nl/artikelen/koppelen-van-bankpassen-aan-google-pay-levert-niet-zonder-meer-computervredebreuk-op

Rb. Amsterdam 15 september 2026, IT 5629; ECLI:NL:RBAMS:2026:9255 ([verdachte] tegen de Officier van Justitie). In deze zaak tegen [verdachte] staat de vraag centraal of het koppelen van betaalpassen van slachtoffers aan Google Pay computervredebreuk oplevert. [verdachte] is betrokken bij een reeks bankhelpdeskfraudes waarbij slachtoffers via misleidende sms-berichten en telefoongesprekken ertoe worden gebracht hun bankgegevens en verificatiecodes af te geven. Met deze gegevens worden hun betaalpassen gekoppeld aan Google Pay op telefoons die [verdachte] gebruikt. Vervolgens worden betalingen verricht ten laste van de bankrekeningen van de slachtoffers en wordt de opbrengst via de aankoop en uitbetaling van waardebonnen witgewassen.

IT 5634

Risico op tegenstrijdige uitspraken staat hervatting softwaregeschil niet langer in de weg

Rechtbank Rotterdam 28 okt 2026, IT 5634; ECLI:NL:RBROT:2026:15271 (DMARC ADVISOR B.V. tegen DMARCIAN, INC.), https://itenrecht.nl/artikelen/risico-op-tegenstrijdige-uitspraken-staat-hervatting-softwaregeschil-niet-langer-in-de-weg

Rb. Rotterdam 28 oktober 2026, IEF 23994; IT 5634; ECLI:NL:RBROT:2026:15271 (DMARC ADVISOR B.V. tegen DMARCIAN, INC.) In deze zaak tussen DMARC Advisor (voorheen Dmarcian Europe B.V.) en Dmarcian, Inc. en [gedaagde] staat de vraag centraal of een Nederlandse procedure over intellectuele-eigendomsrechten op software kan worden hervat terwijl in de Verenigde Staten een samenhangende procedure loopt. De rechtbank Rotterdam heeft de Nederlandse procedure in een tussenvonnis van 20 december 2023 aangehouden, omdat in beide procedures grotendeels dezelfde geschilpunten aan de orde waren, waaronder de eigendom van de IE-rechten op software en de oorspronkelijkheid van de broncode. Daarmee wilde de rechtbank voorkomen dat twee mogelijk tegenstrijdige, in Nederland uitvoerbare uitspraken zouden ontstaan [IEF 22343]. DMARC Advisor verzoekt om hervatting van de procedure, omdat de omstandigheden inmiddels zijn gewijzigd. Zij wijst erop dat de Amerikaanse rechter de auteursrechtelijke vordering van Dmarcian, Inc. in een summary judgment van 1 mei 2024 definitief heeft afgewezen. Daarnaast is nog altijd onduidelijk wanneer de Amerikaanse procedure volledig zal worden afgerond. Dmarcian, Inc. verzet zich tegen hervatting en stelt dat de eigendom en oorspronkelijkheid van de broncode nog steeds onderwerp zijn van de Amerikaanse procedure, evenals mogelijke schendingen van bedrijfsgeheimen.

IT 5607

AVG-inzagegeschil tegen iBOOD moet via verzoekschriftprocedure worden behandeld

Rechtbank Noord-Holland 25 mrt 2026, IT 5607; ECLI:NL:RBNHO:2026:13797 ([eiser] tegen Silver Ocean), https://itenrecht.nl/artikelen/avg-inzagegeschil-tegen-ibood-moet-via-verzoekschriftprocedure-worden-behandeld

Rb. Noord-Holland 25 maart 2026, IT 5607; ECLI:NL:RBNHO:2026:13797 ([eiser] tegen Silver Ocean). Een eiser stelt dat Silver Ocean B.V., handelend onder de naam iBOOD.com, niet voldoet aan haar verplichtingen op grond van de artikelen 12 en 15 AVG. Volgens eiser heeft het bedrijf hem niet tijdig volledige inzage gegeven in de persoonsgegevens die het van hem verwerkt. Hij vordert een verklaring voor recht dat Silver Ocean in strijd met de AVG handelt, volledige inzage in zijn persoonsgegevens op straffe van een dwangsom en een immateriële schadevergoeding. Daarnaast vordert hij vergoeding van buitengerechtelijke kosten en proceskosten. Eiser heeft de procedure aanhangig gemaakt door Silver Ocean te dagvaarden voor de kantonrechter. De kantonrechter stelt echter vast dat een geschil over de nakoming van het inzagerecht op grond van artikel 35 UAVG via een verzoekschrift moet worden voorgelegd aan een kamer voor andere zaken dan kantonzaken van de rechtbank.

IT 5597

Tijdelijke aanbestedingsstop voor ICT-opdracht in afwachting van nieuwe praktijktest

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 5 aug 2026, IT 5597; ECLI:NL:RBZWB:2025:5147 (Pegamento tegen de Bevelandse Organisaties), https://itenrecht.nl/artikelen/tijdelijke-aanbestedingsstop-voor-ict-opdracht-in-afwachting-van-nieuwe-praktijktest

Rb. Zeeland-West-Brabant 5 augustus 2025, IT 5597; ECLI:NL:RBZWB:2025:5147 (Pegamento tegen de Bevelandse Organisaties). Pegamento heeft in juli 2023 na een Europese openbare aanbesteding van vijf Zeeuwse gemeenten en de Gemeenschappelijke Regeling Samenwerking De Bevelanden een opdracht gekregen voor het ontwikkelen en implementeren van een telecommunicatieoplossing onder de naam ‘Telecommunicatie als een Dienst’. De overeenkomst bepaalde dat Pegamento vóór oplevering met een proof of concept (PoC) moest aantonen dat de ICT-prestatie voldeed aan de overeengekomen eisen. De Bevelandse Organisaties ontbonden de overeenkomst op 1 november 2024 buitengerechtelijk, omdat Pegamento volgens hen de oplossing niet vóór 1 april 2024 had geïmplementeerd. Pegamento betwist de rechtmatigheid van deze ontbinding en stelt dat de oplossing al in december 2023 aan de overeenkomst voldeed en gebruiksklaar was. Volgens Pegamento werden verdere tests vertraagd door aanvullende wensen en het handelen van de Bevelandse Organisaties. Zij vordert daarom in kort geding een zogenoemde standstill, zodat de opdracht niet opnieuw kan worden aanbesteed of aan een derde kan worden gegund voordat duidelijkheid bestaat over haar nakoming. De voorzieningenrechter oordeelt dat Pegamento een spoedeisend belang heeft, omdat de Bevelandse Organisaties voornemens zijn met een derde partij in zee te gaan. Of Pegamento tijdig en deugdelijk heeft gepresteerd en of de buitengerechtelijke ontbinding gerechtvaardigd was, kan echter niet zonder nader bewijs, eventueel door middel van een deskundigenonderzoek, worden vastgesteld. Het kort geding leent zich niet voor die bewijslevering.

IT 5628

Concurrentiebedingen blijven van kracht bij ontwikkeling AI-platform

Rechtbank Amsterdam 26 aug 2026, IT 5628; ECLI:NL:RBAMS:2026:8461 ([eiser] tegen ACT Commodities), https://itenrecht.nl/artikelen/concurrentiebedingen-blijven-van-kracht-bij-ontwikkeling-ai-platform

Rb. Amsterdam 26 augustus 2026, IT 5628; ECLI:NL:RBAMS:2026:8461 ([eiser] tegen ACT Commodities). In deze zaak tussen [eiser] en ACT Commodities, Stichting Administratiekantoor Montauk III en Sustainable Market Solutions Holding staat de vraag centraal of concurrentie- en relatiebedingen de lancering van een AI-platform door een voormalig werknemer mogen beperken. [eiser] was werkzaam bij ACT, een onderneming die actief is op de energie- en milieumarkten en onder meer handelt in energiebesparingscertificaten (white certificates). Na beëindiging van zijn dienstverband wil [eiser] een AI-platform ontwikkelen waarmee gebruikers hun handelsactiviteiten kunnen automatiseren en optimaliseren en toegang krijgen tot de markt voor deze certificaten. Hij vordert daarom schorsing van de concurrentie- en relatiebedingen in zijn arbeidsovereenkomst en in een afzonderlijke overeenkomst over werknemersparticipatie.

IT 5626

Bankgarantie rechtsgeldig ondertekend via chatbot met geavanceerde elektronische handtekening

Rechtbank Den Haag 2 nov 2026, IT 5626; ECLI:NL:RBDHA:2026:26100 ([eiseres] tegen [gedaagde]), https://itenrecht.nl/artikelen/bankgarantie-rechtsgeldig-ondertekend-via-chatbot-met-geavanceerde-elektronische-handtekening

Rb. Den Haag 17 juni 2026, IT 5626; ECLI:NL:RBDHA:2026:26100 ([eiseres] tegen [gedaagde]). In deze zaak tussen [eiseres] en [gedaagde] staat de vraag centraal of een bankgarantieovereenkomst rechtsgeldig tot stand is gekomen door middel van een elektronische handtekening via een chatbot. [gedaagde] heeft een woning gekocht waarvoor een bankgarantie van € 43.000 moest worden gesteld. Een hypotheekadviseur heeft via een intermediair een bankgarantie aangevraagd, waarna de garantieopdracht digitaal is ondertekend via een chatbot. Nadat onregelmatigheden in de hypotheekaanvraag aan het licht kwamen, werd de hypotheek niet verstrekt en ging de aankoop niet door. De bankgarantie werd vervolgens ingeroepen en uitbetaald. [eiseres] vordert terugbetaling van het uitgekeerde bedrag, maar [gedaagde] betwist dat zij de garantieopdracht heeft ondertekend en stelt dat de digitale ondertekeningsmethode onvoldoende betrouwbaar is.

IT 5633

Maken en verspreiden pornografische deepfakes van (ex)collega's leidt tot ontbinding arbeidsovereenkomst

Rechtbank Limburg 4 nov 2026, IT 5633; ECLI:NL:RBLIM:2026:11057 ([ex-werknemer] tegen [de N.V.]), https://itenrecht.nl/artikelen/maken-en-verspreiden-pornografische-deepfakes-van-ex-collega-s-leidt-tot-ontbinding-arbeidsovereenkomst

Rb. Limburg 22 oktober 2026, IEF 23989; IEFbe 5633; ECLI:NL:RBLIM:2026:11057 ([ex-werknemer] tegen [de N.V.]). In deze zaak tussen [ex-werknemer] en [N.V.] staat de vraag centraal of het maken en verspreiden van pornografische deepfake-afbeeldingen van onder meer (oud-)collega's een ontslag op staande voet en ontbinding van de arbeidsovereenkomst rechtvaardigt. [ex-werknemer] heeft tijdens zijn dienstverband bij een eerdere werkgever zonder toestemming gezichten van bestaande personen digitaal op pornografische afbeeldingen geplaatst en deze op een openbare website gepubliceerd. Onder de slachtoffers bevinden zich meerdere voormalige collega's, van wie één inmiddels bij zijn nieuwe werkgever [N.V.] werkzaam is. Bij zijn indiensttreding heeft [ex-werknemer] deze gedragingen en zijn eerdere aanhouding door de politie verzwegen, ondanks een door hem ondertekende integriteitsverklaring. Nadat de werkgever van de deepfakes op de hoogte raakt en aanwijzingen ontvangt dat [ex-werknemer] mogelijk opnieuw bij de verspreiding van dergelijke afbeeldingen betrokken is, wordt hij op staande voet ontslagen. De kantonrechter oordeelt dat onvoldoende vaststaat dat [ex-werknemer] na zijn eerdere aanhouding is doorgegaan met het vervaardigen en verspreiden van deepfakes. Hoewel er aanwijzingen zijn voor betrokkenheid bij een nieuw account, is nader onderzoek nodig om dit met voldoende zekerheid vast te stellen. Omdat ontslag op staande voet een uiterste middel is en de werkgever de werknemer al op non-actief had gesteld, houdt het ontslag geen stand.

IT 5606

Beroep over niet tijdig beslissen op Woo-verzoek naar AVG-documenten voortijdig ingesteld

Rechtbank Noord-Holland 7 sep 2026, IT 5606; ECLI:NL:RBNHO:2026:12871 (eiser tegen Raad voor Plantenrassen), https://itenrecht.nl/artikelen/beroep-over-niet-tijdig-beslissen-op-woo-verzoek-naar-avg-documenten-voortijdig-ingesteld

Rb. Noord-Holland 7 september 2026, IT 5606; ECLI:NL:RBNHO:2026:12871 (eiser tegen Raad voor Plantenrassen). Een verzoeker vraagt de Raad voor Plantenrassen op grond van de Wet open overheid (Woo) om openbaarmaking van informatie over de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) over de periode vanaf 2018. Nadat volgens verzoeker niet tijdig op zijn verzoek is beslist, stelt hij de Raad in gebreke. De Raad vraagt hem vervolgens op 6 oktober 2025 om zijn verzoek nader te concretiseren en schort de beslistermijn met twee weken op. Op 15 oktober 2025 stuurt de Raad de privacyverklaring en de verwerkersovereenkomst met Stichting Nederlandse Algemene Kwaliteitsdienst Tuinbouw (Naktuinbouw) aan verzoeker door en vraagt opnieuw om concretisering. Een dag later stelt verzoeker beroep in wegens het niet tijdig nemen van een besluit. Volgens hem zijn zowel de beslistermijn als de termijn na ingebrekestelling verstreken.