IT 4982
13 oktober 2026
Artikel

Schrijf u hier in voor de gratis wekelijkse nieuwsbrief van IT & Recht

 
IT 5608
6 november 2026
Uitspraak

Hoge Raad: voor forensische kopie smartphone voorlopig geen voorafgaande rechterlijke machtiging vereist

 
IT 5598
6 november 2026
Uitspraak

Softwarebedrijf aansprakelijk wegens onrechtmatig handelen tijdens onderhandelingen over samenwerking

 
IT 5608

Hoge Raad: voor forensische kopie smartphone voorlopig geen voorafgaande rechterlijke machtiging vereist

Hoge Raad 6 okt 2026, IT 5608; ECLI:NL:HR:2026:1615 ([verdachte], prejudiciële beslissing smartphoneonderzoek), https://itenrecht.nl/artikelen/hoge-raad-voor-forensische-kopie-smartphone-voorlopig-geen-voorafgaande-rechterlijke-machtiging-vereist

HR 6 oktober 2026, IT 5608; ECLI:NL:HR:2026:1615 ([verdachte], prejudiciële beslissing smartphoneonderzoek). De Hoge Raad buigt zich over prejudiciële vragen van de rechter-commissaris van de Rechtbank Oost-Brabant over de vraag of politie en justitie zonder voorafgaande rechterlijke machtiging een forensische kopie van de inhoud van een inbeslaggenomen smartphone mogen maken. Aanleiding is een strafrechtelijk onderzoek waarin de politie na inbeslagneming van een iPhone een forensische kopie van de gegevens heeft gemaakt om deze veilig te stellen, zonder daarvoor vooraf een machtiging van de rechter-commissaris te verkrijgen. Voor het daaropvolgende inhoudelijke onderzoek aan de gegevens is wel een machtiging gevraagd. De rechter-commissaris vraagt zich af of deze werkwijze verenigbaar is met het Unierecht, in het bijzonder Richtlijn (EU) 2016/680 en het arrest CG/Bezirkshauptmannschaft Landeck (C-548/21). Volgens dat arrest is bij toegang tot persoonsgegevens die het risico van een ernstige of zeer ernstige inmenging in de grondrechten van de betrokkene meebrengt, in beginsel een voorafgaande toetsing door een rechter of onafhankelijk bestuursorgaan vereist.

IT 5598

Softwarebedrijf aansprakelijk wegens onrechtmatig handelen tijdens onderhandelingen over samenwerking

Rechtbank Rotterdam 3 sep 2025, IT 5598; ECLI:NL:RBROT:2025:12419 ([eiseres] tegen [gedaagde]), https://itenrecht.nl/artikelen/softwarebedrijf-aansprakelijk-wegens-onrechtmatig-handelen-tijdens-onderhandelingen-over-samenwerking

Rb. Rotterdam 3 september 2025, IT 5598; ECLI:NL:RBROT:2025:12419 ([eiseres] tegen [gedaagde]). Twee softwarebedrijven zijn in 2023 in gesprek gegaan over een samenwerking voor het ontwikkelen en aanbieden van communicatiesoftware voor het sociale domein. Nadat zij gezamenlijk onder de naam van [gedaagde] hadden ingeschreven op een aanbesteding van twee gemeenten en de opdracht aan [gedaagde] was gegund, ontstond onenigheid over de financiële voorwaarden van de samenwerking. Partijen waren overeengekomen dat [eiseres] 30% van de eenmalige implementatievergoeding van € 450.000 zou ontvangen, maar bereikten geen overeenstemming over de verdeling van de werkzaamheden en inkomsten voor het beheer en onderhoud van de software. Volgens de rechtbank behoorden deze afspraken tot de essentiële onderdelen van de beoogde samenwerkingsovereenkomst, omdat de opdracht van de gemeenten naast implementatie ook minimaal vijf jaar beheer en onderhoud omvatte. Nu partijen daarover geen overeenstemming hadden bereikt, is geen samenwerkingsovereenkomst tot stand gekomen. De rechtbank wijst daarom de vordering van [eiseres] tot betaling van € 175.000 op grond van die overeenkomst af. Wel moet [gedaagde] een factuur van € 121.000 inclusief btw betalen voor verrichte implementatiewerkzaamheden. Partijen hadden namelijk afzonderlijk afgesproken dat [eiseres] deze werkzaamheden tegen € 100 per uur, tot maximaal € 100.000 exclusief btw, mocht factureren, ook wanneer de onderhandelingen niet tot een samenwerkingsovereenkomst zouden leiden. De rechtbank veroordeelt [gedaagde] tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met wettelijke handelsrente vanaf 30 augustus 2024, en € 40 aan buitengerechtelijke incassokosten, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 1 september 2024.

IT 5631

Hof Amsterdam: overtreding contactverbod bij IT-aanbesteding leidt tot herbeoordeling

Gerechtshof Amsterdam 28 apr 2026, IT 5631; ECLI:NL:GHAMS:2026:1170 ([appellant] tegen [geïntimeerden]), https://itenrecht.nl/artikelen/hof-amsterdam-overtreding-contactverbod-bij-it-aanbesteding-leidt-tot-herbeoordeling

Hof Amsterdam 28 april 2026, ECLI:NL:GHAMS:2026:1170 9[appellant] tgegn [geïntimeerden]). In deze zaak tussen [appellant], [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] staat een minicompetitie voor print- en kopieerdiensten centraal, waaronder de levering van multifunctionals, een SaaS-printmanagementoplossing en een betaaloplossing. [appellant], een universiteit, heeft de opdracht voorlopig gegund aan [geïntimeerde 2]. [geïntimeerde 1], de zittende leverancier, betwist de beoordeling van de inschrijvingen en stelt onder meer dat [geïntimeerde 2] ten onrechte extra punten heeft gekregen voor de overgang naar een nieuw betaalsysteem en het contact met studenten op de campus.

IT 5635

SOMI ontvankelijk in collectieve actie tegen X over datalekken, microtargeting en haatzaaiende berichten

Rechtbank Amsterdam 21 okt 2026, IT 5635; ECLI:NL:RBAMS:2026:10630 (SOMI tegen X Corp c.s.), https://itenrecht.nl/artikelen/somi-ontvankelijk-in-collectieve-actie-tegen-x-over-datalekken-microtargeting-en-haatzaaiende-berichten

Rb. Amsterdam 21 oktober 2026, IEF 23995; RB 4180; IT 5635; ECLI:NL:RBAMS:2026:10630 (SOMI tegen X Corp c.s.). In deze zaak tussen Stichting Onderzoek Marktinformatie (SOMI) en X Corp, staat de ontvankelijkheid van SOMI in een collectieve actie namens ongeveer acht miljoen Nederlandse gebruikers van X (voorheen Twitter) centraal. SOMI stelt dat [gedaagden] met de inrichting, exploitatie en beveiliging van het platform de grondrechten van gebruikers schenden. De verwijten hebben onder meer betrekking op datalekken, ongeoorloofde microtargeting en haatzaaiende berichten. SOMI vordert dat [gedaagden] deze praktijken beëindigen en de schade van gebruikers vergoeden. In een eerder tussenvonnis heeft de rechtbank geoordeeld dat SOMI aan vrijwel alle ontvankelijkheidseisen van de Wet afwikkeling massaschade in collectieve actie (WAMCA) voldoet. Alleen de financiële middelen en de zeggenschap over de collectieve vordering moesten nader worden onderbouwd. De rechtbank stelt voorop dat het middelenvereiste van artikel 3:305a lid 2 onder c BW slechts marginaal hoeft te worden getoetst. Een belangenorganisatie moet aannemelijk maken dat zij over voldoende middelen beschikt of kan beschikken om de procedure te voeren. De rechter hoeft daarbij niet diepgaand te onderzoeken of de organisatie de gehele procedure kan financieren en hoeft evenmin vooraf zekerheid te verkrijgen over de financiering van een eventueel hoger beroep of cassatie. Ook is geen zelfstandig onderzoek vereist naar de kapitaalkrachtigheid en solvabiliteit van de externe procesfinancier.

IT 5629

Koppelen van bankpassen aan Google Pay levert niet zonder meer computervredebreuk op

Rechtbank Amsterdam 15 sep 2026, IT 5629; ECLI:NL:RBAMS:2026:9255 ([verdachte] tegen de Officier van Justitie), https://itenrecht.nl/artikelen/koppelen-van-bankpassen-aan-google-pay-levert-niet-zonder-meer-computervredebreuk-op

Rb. Amsterdam 15 september 2026, IT 5629; ECLI:NL:RBAMS:2026:9255 ([verdachte] tegen de Officier van Justitie). In deze zaak tegen [verdachte] staat de vraag centraal of het koppelen van betaalpassen van slachtoffers aan Google Pay computervredebreuk oplevert. [verdachte] is betrokken bij een reeks bankhelpdeskfraudes waarbij slachtoffers via misleidende sms-berichten en telefoongesprekken ertoe worden gebracht hun bankgegevens en verificatiecodes af te geven. Met deze gegevens worden hun betaalpassen gekoppeld aan Google Pay op telefoons die [verdachte] gebruikt. Vervolgens worden betalingen verricht ten laste van de bankrekeningen van de slachtoffers en wordt de opbrengst via de aankoop en uitbetaling van waardebonnen witgewassen.

IT 5634

Risico op tegenstrijdige uitspraken staat hervatting softwaregeschil niet langer in de weg

Rechtbank Rotterdam 28 okt 2026, IT 5634; ECLI:NL:RBROT:2026:15271 (DMARC ADVISOR B.V. tegen DMARCIAN, INC.), https://itenrecht.nl/artikelen/risico-op-tegenstrijdige-uitspraken-staat-hervatting-softwaregeschil-niet-langer-in-de-weg

Rb. Rotterdam 28 oktober 2026, IEF 23994; IT 5634; ECLI:NL:RBROT:2026:15271 (DMARC ADVISOR B.V. tegen DMARCIAN, INC.) In deze zaak tussen DMARC Advisor (voorheen Dmarcian Europe B.V.) en Dmarcian, Inc. en [gedaagde] staat de vraag centraal of een Nederlandse procedure over intellectuele-eigendomsrechten op software kan worden hervat terwijl in de Verenigde Staten een samenhangende procedure loopt. De rechtbank Rotterdam heeft de Nederlandse procedure in een tussenvonnis van 20 december 2023 aangehouden, omdat in beide procedures grotendeels dezelfde geschilpunten aan de orde waren, waaronder de eigendom van de IE-rechten op software en de oorspronkelijkheid van de broncode. Daarmee wilde de rechtbank voorkomen dat twee mogelijk tegenstrijdige, in Nederland uitvoerbare uitspraken zouden ontstaan [IEF 22343]. DMARC Advisor verzoekt om hervatting van de procedure, omdat de omstandigheden inmiddels zijn gewijzigd. Zij wijst erop dat de Amerikaanse rechter de auteursrechtelijke vordering van Dmarcian, Inc. in een summary judgment van 1 mei 2024 definitief heeft afgewezen. Daarnaast is nog altijd onduidelijk wanneer de Amerikaanse procedure volledig zal worden afgerond. Dmarcian, Inc. verzet zich tegen hervatting en stelt dat de eigendom en oorspronkelijkheid van de broncode nog steeds onderwerp zijn van de Amerikaanse procedure, evenals mogelijke schendingen van bedrijfsgeheimen.

IT 5607

AVG-inzagegeschil tegen iBOOD moet via verzoekschriftprocedure worden behandeld

Rechtbank Noord-Holland 25 mrt 2026, IT 5607; ECLI:NL:RBNHO:2026:13797 ([eiser] tegen Silver Ocean), https://itenrecht.nl/artikelen/avg-inzagegeschil-tegen-ibood-moet-via-verzoekschriftprocedure-worden-behandeld

Rb. Noord-Holland 25 maart 2026, IT 5607; ECLI:NL:RBNHO:2026:13797 ([eiser] tegen Silver Ocean). Een eiser stelt dat Silver Ocean B.V., handelend onder de naam iBOOD.com, niet voldoet aan haar verplichtingen op grond van de artikelen 12 en 15 AVG. Volgens eiser heeft het bedrijf hem niet tijdig volledige inzage gegeven in de persoonsgegevens die het van hem verwerkt. Hij vordert een verklaring voor recht dat Silver Ocean in strijd met de AVG handelt, volledige inzage in zijn persoonsgegevens op straffe van een dwangsom en een immateriële schadevergoeding. Daarnaast vordert hij vergoeding van buitengerechtelijke kosten en proceskosten. Eiser heeft de procedure aanhangig gemaakt door Silver Ocean te dagvaarden voor de kantonrechter. De kantonrechter stelt echter vast dat een geschil over de nakoming van het inzagerecht op grond van artikel 35 UAVG via een verzoekschrift moet worden voorgelegd aan een kamer voor andere zaken dan kantonzaken van de rechtbank.

IT 5597

Tijdelijke aanbestedingsstop voor ICT-opdracht in afwachting van nieuwe praktijktest

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 5 aug 2026, IT 5597; ECLI:NL:RBZWB:2025:5147 (Pegamento tegen de Bevelandse Organisaties), https://itenrecht.nl/artikelen/tijdelijke-aanbestedingsstop-voor-ict-opdracht-in-afwachting-van-nieuwe-praktijktest

Rb. Zeeland-West-Brabant 5 augustus 2025, IT 5597; ECLI:NL:RBZWB:2025:5147 (Pegamento tegen de Bevelandse Organisaties). Pegamento heeft in juli 2023 na een Europese openbare aanbesteding van vijf Zeeuwse gemeenten en de Gemeenschappelijke Regeling Samenwerking De Bevelanden een opdracht gekregen voor het ontwikkelen en implementeren van een telecommunicatieoplossing onder de naam ‘Telecommunicatie als een Dienst’. De overeenkomst bepaalde dat Pegamento vóór oplevering met een proof of concept (PoC) moest aantonen dat de ICT-prestatie voldeed aan de overeengekomen eisen. De Bevelandse Organisaties ontbonden de overeenkomst op 1 november 2024 buitengerechtelijk, omdat Pegamento volgens hen de oplossing niet vóór 1 april 2024 had geïmplementeerd. Pegamento betwist de rechtmatigheid van deze ontbinding en stelt dat de oplossing al in december 2023 aan de overeenkomst voldeed en gebruiksklaar was. Volgens Pegamento werden verdere tests vertraagd door aanvullende wensen en het handelen van de Bevelandse Organisaties. Zij vordert daarom in kort geding een zogenoemde standstill, zodat de opdracht niet opnieuw kan worden aanbesteed of aan een derde kan worden gegund voordat duidelijkheid bestaat over haar nakoming. De voorzieningenrechter oordeelt dat Pegamento een spoedeisend belang heeft, omdat de Bevelandse Organisaties voornemens zijn met een derde partij in zee te gaan. Of Pegamento tijdig en deugdelijk heeft gepresteerd en of de buitengerechtelijke ontbinding gerechtvaardigd was, kan echter niet zonder nader bewijs, eventueel door middel van een deskundigenonderzoek, worden vastgesteld. Het kort geding leent zich niet voor die bewijslevering.

IT 5628

Concurrentiebedingen blijven van kracht bij ontwikkeling AI-platform

Rechtbank Amsterdam 26 aug 2026, IT 5628; ECLI:NL:RBAMS:2026:8461 ([eiser] tegen ACT Commodities), https://itenrecht.nl/artikelen/concurrentiebedingen-blijven-van-kracht-bij-ontwikkeling-ai-platform

Rb. Amsterdam 26 augustus 2026, IT 5628; ECLI:NL:RBAMS:2026:8461 ([eiser] tegen ACT Commodities). In deze zaak tussen [eiser] en ACT Commodities, Stichting Administratiekantoor Montauk III en Sustainable Market Solutions Holding staat de vraag centraal of concurrentie- en relatiebedingen de lancering van een AI-platform door een voormalig werknemer mogen beperken. [eiser] was werkzaam bij ACT, een onderneming die actief is op de energie- en milieumarkten en onder meer handelt in energiebesparingscertificaten (white certificates). Na beëindiging van zijn dienstverband wil [eiser] een AI-platform ontwikkelen waarmee gebruikers hun handelsactiviteiten kunnen automatiseren en optimaliseren en toegang krijgen tot de markt voor deze certificaten. Hij vordert daarom schorsing van de concurrentie- en relatiebedingen in zijn arbeidsovereenkomst en in een afzonderlijke overeenkomst over werknemersparticipatie.

IT 5626

Bankgarantie rechtsgeldig ondertekend via chatbot met geavanceerde elektronische handtekening

Rechtbank Den Haag 2 nov 2026, IT 5626; ECLI:NL:RBDHA:2026:26100 ([eiseres] tegen [gedaagde]), https://itenrecht.nl/artikelen/bankgarantie-rechtsgeldig-ondertekend-via-chatbot-met-geavanceerde-elektronische-handtekening

Rb. Den Haag 17 juni 2026, IT 5626; ECLI:NL:RBDHA:2026:26100 ([eiseres] tegen [gedaagde]). In deze zaak tussen [eiseres] en [gedaagde] staat de vraag centraal of een bankgarantieovereenkomst rechtsgeldig tot stand is gekomen door middel van een elektronische handtekening via een chatbot. [gedaagde] heeft een woning gekocht waarvoor een bankgarantie van € 43.000 moest worden gesteld. Een hypotheekadviseur heeft via een intermediair een bankgarantie aangevraagd, waarna de garantieopdracht digitaal is ondertekend via een chatbot. Nadat onregelmatigheden in de hypotheekaanvraag aan het licht kwamen, werd de hypotheek niet verstrekt en ging de aankoop niet door. De bankgarantie werd vervolgens ingeroepen en uitbetaald. [eiseres] vordert terugbetaling van het uitgekeerde bedrag, maar [gedaagde] betwist dat zij de garantieopdracht heeft ondertekend en stelt dat de digitale ondertekeningsmethode onvoldoende betrouwbaar is.