IT 5452
19 augustus 2026
Uitspraak

Dubbel ondertekend targetformulier leidt niet tot jaarklik voor elektriciteitsprijs 2023

 
IT 5456
19 augustus 2026
Uitspraak

Leveranciersverbod Huawei en ZTE in kritieke onderdelen mobiel netwerk Odido rechtmatig

 
IT 5459
18 augustus 2026
Uitspraak

Rechtbank: geen spoedeisend belang bij AVG-inzage en beperking van verwerking

 
IT 5452

Dubbel ondertekend targetformulier leidt niet tot jaarklik voor elektriciteitsprijs 2023

Gerechtshof Den Haag 4 aug 2026,, IT 5452; ECLI:NL:GHDHA:2026:2466 (BES tegen Greenchoice), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/dubbel-ondertekend-targetformulier-leidt-niet-tot-jaarklik-voor-elektriciteitsprijs-2023

Hof Den Haag 4 augustus 2026, IT 5452; ECLI:NL:GHDHA:2026:2466 (BES tegen Greenchoice). Bio-Energie Stadskanaal (BES) en Greenchoice sluiten voor 2023 een overeenkomst voor de levering van duurzame elektriciteit. Uitgangspunt is een variabele prijs, maar BES kan via een klikprocedure de prijs voor bepaalde volumes per kwartaal of voor het gehele jaar vastzetten. Het belangrijkste geschilpunt is of in september 2022 een jaarklik voor 2023 tot stand komt nadat BES een formulier indient met een targetprijs van € 600 per MWh en Greenchoice dit formulier vervolgens medeondertekent en retourneert. Het hof oordeelt, evenals de rechtbank, dat dit niet het geval is en dat BES daarop ook niet gerechtvaardigd mocht vertrouwen. Zelfs als veronderstellenderwijs wordt aangenomen dat voor de totstandkoming van een prijsklik de bevestiging door Greenchoice beslissend is, kan het dubbel ondertekende formulier redelijkerwijs niet als zo’n bevestiging worden uitgelegd. Daaruit volgt juist dat Greenchoice zich inspant om het volume tegen de targetprijs vast te leggen en dat de prijs pas definitief en bindend wordt zodra Greenchoice deze daadwerkelijk kan vastleggen. Het formulier wijkt bovendien duidelijk af van formulieren uit eerdere jaren waarin expliciet werd bevestigd dat een prijs al was vastgezet. Ook de begeleidende e-mails van 6 en 7 september 2022 laten geen ruimte voor een ander oordeel: Greenchoice schrijft dat de marktprijs op dat moment rond € 350-360 ligt, ver verwijderd van de gevraagde € 600, en dat zij de ontwikkeling in de gaten houdt. Het hof ziet daarom onvoldoende aanknopingspunten voor het standpunt dat BES redelijkerwijs mocht menen dat de jaarklik al was uitgevoerd.

IT 5456

Leveranciersverbod Huawei en ZTE in kritieke onderdelen mobiel netwerk Odido rechtmatig

Overige instanties 19 feb 2026,, IT 5456; ECLI:NL:CBB:2026:101 (Odido tegen de minister van Economische Zaken), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/leveranciersverbod-huawei-en-zte-in-kritieke-onderdelen-mobiel-netwerk-odido-rechtmatig

CBb 19 februari 2026, IT 5456; ECLI:NL:CBB:2026:101 (Odido tegen de minister van Economische Zaken). In deze zaak beoordeelt het College van Beroep voor het bedrijfsleven de rechtmatigheid van een aan Odido opgelegde maatregel op grond van de Telecommunicatiewet en het Besluit veiligheid en integriteit telecommunicatie (Bvit). Naar aanleiding van waarschuwingen van de AIVD en MIVD over toenemende digitale spionage en een interdepartementale risicoanalyse naar de kwetsbaarheid van mobiele netwerken had de minister Odido verplicht om in aangewezen kritieke onderdelen van haar mobiele netwerk geen apparatuur van Huawei en ZTE meer te gebruiken en de reeds aanwezige apparatuur binnen de gestelde termijn te vervangen. Odido bestreed zowel de wettelijke grondslag van deze leveranciersmaatregel als de verbindendheid van het Bvit. Volgens haar bood de Telecommunicatiewet onvoldoende basis voor een zo verstrekkend leveranciersverbod en was de regeling onder meer onverenigbaar met de Europese Telecomcode, het vrije verkeer van goederen, het evenredigheidsbeginsel en het verbod van willekeur. Daarnaast stelde Odido dat de concrete maatregel onvoldoende zorgvuldig was voorbereid, onevenredig inbreuk maakte op haar eigendomsrecht en dat zij aanspraak had op nadeelcompensatie wegens de kosten van de vervanging van de apparatuur. 

IT 5459

Rechtbank: geen spoedeisend belang bij AVG-inzage en beperking van verwerking

Rechtbank Rotterdam 15 jul 2026,, IT 5459; ECLI:NL:RBROT:2026:9578 ([eiser] tegen [gedaagde]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/rechtbank-geen-spoedeisend-belang-bij-avg-inzage-en-beperking-van-verwerking

Rb. Rotterdam 15 juli 2026, IT 5459; ECLI:NL:RBROT:2026:9578 ([eiseres] tegen [gedaagde]). Een moeder vordert namens haar dochter in kort geding onder meer dat het besluit van een hockeyvereniging tot beëindiging van het lidmaatschap voorlopig buiten werking wordt gesteld en dat haar dochter weer tot de vereniging wordt toegelaten. Daarnaast verlangt zij afschrift van het volledige dossier van haar dochter, informatie over personen en instanties aan wie persoonsgegevens zijn verstrekt, beperking van de verwerking van die persoonsgegevens en een verbod op verdere verspreiding van een onderzoeksrapport. De voorzieningenrechter wijst de vorderingen tot herstel van het lidmaatschap af wegens het ontbreken van spoedeisend belang. Het besluit dateert van november 2023, de dochter heeft sindsdien niet meer gehockeyd en er is geen concrete wens om het lidmaatschap op korte termijn te hervatten. Ook het gestelde belang bij reputatieherstel maakt niet dat de uitkomst van een bodemprocedure niet kan worden afgewacht.

IT 5455

Korpschef moet bij Wpg-inzageverzoek onderscheid tussen gerichte en automatische BRP-bevragingen inzichtelijk maken

Overige instanties 15 jul 2026,, IT 5455; ECLI:NL:RVS:2026:4141 (korpschef van politie tegen [wederpartij]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/korpschef-moet-bij-wpg-inzageverzoek-onderscheid-tussen-gerichte-en-automatische-brp-bevragingen-inzichtelijk-maken

ABRvS 15 juli 2026, IT 5455; ECLI:NL:RVS:2026:4141 (korpschef van politie tegen [wederpartij]). [wederpartij] verzocht op grond van art. 25 Wpg om inzage in de verwerking van zijn persoonsgegevens nadat hij had vastgesteld dat de politie zijn gegevens in de Basisregistratie Personen (BRP) tussen 2018 en 19 mei 2022 meer dan achthonderd keer had geraadpleegd. Hij wilde weten waarom op zijn naam en op de namen van onder meer zijn dochters, ouders en ex-partner was gezocht, wie binnen de politie de BRP had geraadpleegd, wat de redenen voor die raadplegingen waren en waarvoor de verkregen gegevens werden gebruikt en verwerkt. Ook ging hij ervan uit dat in verband met die raadplegingen documenten, zoals processen-verbaal, waren opgesteld en verzocht hij daarvan inzage. De korpschef wees het verzoek af en stelde dat BRP-bevragingen bij verwerking in de politiesystemen grotendeels automatisch plaatsvinden, dat niet inzichtelijk was welke raadplegingen gericht en welke automatisch waren verricht en dat daarvan geen afzonderlijke documenten werden aangemaakt. De rechtbank Midden-Nederland vernietigde dat besluit, omdat de korpschef onvoldoende had onderbouwd dat ook van gerichte BRP-bevragingen geen gegevens beschikbaar waren en het inzageverzoek te beperkt had opgevat. 

IT 5450

Gegevens over rechtspersoon kunnen politiegegevens van ondernemer zijn, maar geen verwijdering zonder aannemelijke onjuistheid

Rechtbank Amsterdam 9 jun 2026,, IT 5450; ECLI:NL:RBAMS:2026:5770 ([eiser] tegen de korpschef van de Politie), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/gegevens-over-rechtspersoon-kunnen-politiegegevens-van-ondernemer-zijn-maar-geen-verwijdering-zonder-aannemelijke-onjuistheid

Rb. Amsterdam 9 juni 2026, IT 5450; ECLI:NL:RBAMS:2026:5770 ([eiser] tegen de korpschef van de Politie). In deze zaak oordeelt de bestuursrechter dat gegevens die formeel betrekking hebben op een rechtspersoon toch politiegegevens over een natuurlijke persoon kunnen zijn wanneer zij direct met die persoon verband houden en tot hem herleidbaar zijn. [eiser], eigenaar van een horecabedrijf, verzocht de korpschef op grond van art. 28 Wpg om verwijdering van een passage uit een door de Dienst Regionale Informatie Organisatie opgestelde persoonsscreening ten behoeve van een Drank- en Horecavergunning. In die passage stond dat bij zijn bedrijf tijdens een observatie was gezien dat pakketjes aan een taxichauffeur werden overgedragen, waarna deze chauffeur werd aangehouden wegens handel in verdovende middelen. Volgens [eiser] had deze observatie niet plaatsgevonden. De korpschef wees het verzoek af omdat de passage volgens hem betrekking had op het bedrijf als rechtspersoon en niet op [eiser] als natuurlijke persoon, zodat geen sprake zou zijn van [eiser] betreffende politiegegevens waarop art. 28 Wpg van toepassing is. 

IT 5079

Volg deLex op LinkedIn

Volg onze LinkedIn-pagina’s om volledig op de hoogte te blijven van alles wat binnen ons vakgebied én bij onze activiteiten speelt.

Via de LinkedIn-pagina Uitgeverij deLex blijft u op de hoogte van de belangrijkste ontwikkelingen op het gebied van IE-, IT- en privacyrecht. Via deze pagina ontvangt u vakinhoudelijke updates over onder meer IE-, IT-, privacy- en mediarecht, inclusief nieuws rond publicaties, jurisprudentie en relevante ontwikkelingen voor de praktijk.

Via de LinkedIn-pagina IE-Forum volgt u actuele ontwikkelingen binnen het intellectuele-eigendomsrecht, waaronder rechtspraak, wetgeving, beleidsontwikkelingen en relevante signaleringen uit de IE-praktijk. Daarnaast vindt u hier bijdragen, nieuwsberichten en updates die van direct belang zijn voor professionals die het IE-recht op de voet volgen.

Op de LinkedIn-pagina deLex Media informeren wij u over nieuwe en actuele cursussen en congressen, recente en aankomende publicaties, en overige vakinhoudelijke activiteiten die voor uw praktijk van belang kunnen zijn. Daarnaast bieden wij een professioneel overzicht van onze evenementen en initiatieven, met tijdige aankondigingen zodat u relevante opleidings- en netwerkgelegenheden niet mist.

Bezoek onze pagina’s en kies voor ‘Volgen’ om onze berichten rechtstreeks in uw tijdlijn te ontvangen en onderdeel te worden van ons netwerk.

IT 5447

Beperking van frequentiegebruik tot digitale televisie verenigbaar met dienstenneutraliteit

HvJ EU 16 jul 2026,, IT 5447; ECLI:EU:C:2026:601 (Elettronica Industriale II), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/beperking-van-frequentiegebruik-tot-digitale-televisie-verenigbaar-met-dienstenneutraliteit

HvJ EU 16 juli 2026, IT 5447; ECLI:EU:C:2026:601 (Elettronica Industriale II). Elettronica Industriale beschikte sinds 28 juni 2012 over gebruiksrechten voor radiofrequenties voor digitale terrestrische televisie (DTT). In 2016 verzocht zij de Italiaanse autoriteiten om herziening van de aan deze gebruiksrechten verbonden beperkingen, zodat de betrokken frequenties ook voor andere elektronische communicatiediensten konden worden gebruikt. Het verzoek werd afgewezen omdat het geldende nationale frequentietoewijzingsplan de frequentieband 470-790 MHz primair voor omroepdiensten reserveerde. Nadat Elettronica Industriale tegen die afwijzing was opgekomen, vroeg de Consiglio di Stato het Hof van Justitie in wezen of het beginsel van dienstenneutraliteit uit artikel 9 van Richtlijn 2002/21/EG zich ertegen verzet dat een houder van frequentiegebruiksrechten op grond van een nationaal frequentieplan wordt verplicht die frequenties uitsluitend voor DTT te gebruiken. 

IT 5446

Inbeslagname zakelijke e-mails door mededingingsautoriteit vereist niet steeds voorafgaande rechterlijke toestemming

HvJ EU 16 jul 2026,, IT 5446; ECLI:EU:C:2026:585 (Imagens Médicas Integradas e.a. tegen Autoridade da Concorrência), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/inbeslagname-zakelijke-e-mails-door-mededingingsautoriteit-vereist-niet-steeds-voorafgaande-rechterlijke-toestemming

HvJ EU 16 juli 2026, IT 5446; ECLI:EU:C:2026:585 (Imagens Médicas Integradas e.a. tegen Autoridade da Concorrência). In deze gevoegde zaken C-258/23 tot en met C-260/23 verrichtte de Portugese mededingingsautoriteit onderzoeken naar mogelijke inbreuken op de artikelen 101 en 102 VWEU. Met voorafgaande toestemming van het Portugese Openbaar Ministerie werden inspecties uitgevoerd in de bedrijfsruimten van de betrokken ondernemingen, waarbij zakelijke e-mails tussen werknemers en leidinggevenden werden onderzocht en bestanden die relevant werden geacht voor de mededingingsonderzoeken in beslag werden genomen. De ondernemingen bestreden de rechtmatigheid daarvan en voerden aan dat de inbeslagname van e-mailcorrespondentie, gelet op het recht op eerbiediging van communicatie, vooraf door een rechter had moeten worden toegestaan en dat toestemming van het Openbaar Ministerie onvoldoende was. De Portugese rechter vroeg het Hof van Justitie daarom in wezen of zakelijke e-mails onder de bescherming van artikel 7 Handvest vallen en of de artikelen 7 en 8 Handvest zich verzetten tegen nationale regelgeving die een mededingingsautoriteit toestaat dergelijke e-mails tijdens een bedrijfsinspectie zonder voorafgaande rechterlijke toestemming in beslag te nemen.

IT 5445

Boete voor grove beledigingen van ambtsdragers op TikTok niet in strijd met artikel 10 EVRM

Overige instanties 19 mei 2026,, IT 5445; ECLI:CE:ECHR:2026:0519JUD004158523 (Miladze tegen Georgië), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/boete-voor-grove-beledigingen-van-ambtsdragers-op-tiktok-niet-in-strijd-met-artikel-10-evrm

EHRM 19 mei 2026, IT 5445; ECLI:CE:ECHR:2026:0519JUD004158523 (Miladze tegen Georgië). In deze zaak plaatste Miladze, een Georgische burgeractivist, in december 2022 een openbare TikTok-video waarin hij kritiek uitte op het verkeers- en vervoersbeleid van Tbilisi en op het optreden van de burgemeester, politie- en veiligheidsfunctionarissen. Daarbij gebruikte hij herhaaldelijk zeer grove en seksueel expliciete beledigingen tegen deze functionarissen. De video werd meer dan 100.000 keer bekeken en ongeveer 600 keer gedeeld. Miladze werd wegens de video bestuursrechtelijk vervolgd. In hoger beroep bleef zijn veroordeling wegens verstoring van de openbare orde op grond van artikel 166 § 1 van de Georgische Code of Administrative Offences in stand en werd hem de wettelijke minimumboete van GEL 500, ongeveer € 180, opgelegd. De Georgische rechter beschouwde TikTok, mede gelet op bestaande nationale rechtspraak over cyberspace en sociale media, als een ‘public place’. Miladze klaagde bij het EHRM dat zijn veroordeling zijn vrijheid van meningsuiting uit artikel 10 EVRM schond. Volgens hem was de beperking onder meer niet voorzienbaar omdat de nationale bepaling niet op sociale media zou zien, en vormde zijn video politieke kritiek over een onderwerp van algemeen belang. 

IT 5444

Opzettelijke misleiding bij letselschadeclaim rechtvaardigt registratie in waarschuwingsregisters

Rechtbank Den Haag 3 jun 2026,, IT 5444; ECLI:NL:RBDHA:2026:15375 ([eiseres] tegen Ohra), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/opzettelijke-misleiding-bij-letselschadeclaim-rechtvaardigt-registratie-in-waarschuwingsregisters

Rb. Den Haag 3 juni 2026, IT 5444; LS&R 2440; ECLI:NL:RBDHA:2026:15375 ([eiseres] tegen Ohra). In deze zaak vordert [eiseres] onder meer aanvullende schadevergoeding naar aanleiding van een verkeersongeval in 2019 en verwijdering van haar persoonsgegevens uit het Incidentenregister, het Extern Verwijzingsregister (EVR), de Gebeurtenissenadministratie en het Intern Verwijzingsregister (IVR). Ohra, onderdeel van Nationale-Nederlanden, had aansprakelijkheid voor het ongeval erkend en € 10.000 aan voorschotten betaald, maar ontdekte later dat [eiseres] een eerder verkeersongeval uit 2016 en de daaruit voortvloeiende, grotendeels vergelijkbare nek-, rug-, hoofd- en concentratieklachten niet had gemeld. Voor dat eerdere ongeval had zij in 2019 met een andere verzekeraar een vaststellingsovereenkomst van € 36.000 gesloten. Ohra kwalificeerde het achterhouden van deze medische voorgeschiedenis als fraude, beëindigde de schadeafwikkeling en registreerde [eiseres] in de genoemde waarschuwingsregisters.