IT 5522
18 september 2026
Uitspraak

Hof Amsterdam: 48 maanden gevangenisstraf voor phishinggerelateerde fraude, computervredebreuk en gewoontewitwassen

 
IT 5525
18 september 2026
Uitspraak

Moeder en partner mogen geen opnames van minderjarige over vermeend seksueel misbruik maken, delen of verspreiden

 
IT 5526
17 september 2026
Uitspraak

Geen ontbinding softwareovereenkomst na tijdig herstel van ontbrekende realtimefunctionaliteit

 
IT 5522

Hof Amsterdam: 48 maanden gevangenisstraf voor phishinggerelateerde fraude, computervredebreuk en gewoontewitwassen

Gerechtshof Amsterdam 18 aug 2026, IT 5522; ECLI:NL:GHAMS:2026:2280 ([verdachte] tegen het Openbaar Ministerie), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/hof-amsterdam-48-maanden-gevangenisstraf-voor-phishinggerelateerde-fraude-computervredebreuk-en-gewoontewitwassen

Hof Amsterdam 18 augustus 2026, IT 5522; ECLI:NL:GHAMS:2026:2280 ([verdachte] tegen het Openbaar Ministerie). De verdachte is in hoger beroep veroordeeld voor een groot aantal strafbare feiten die hij in de periode van 2017 tot en met 2024 alleen of samen met anderen heeft gepleegd. Het gaat onder meer om het verwerven en voorhanden hebben van door misdrijf verkregen niet-openbare gegevens, het verspreiden van gegevens die bestemd waren voor oplichting en diefstal met een valse sleutel, het voorhanden hebben van phishingpanels, medeplegen van oplichting, diefstal met een valse sleutel en computervredebreuk, ticketfraude, het aanwezig hebben van lachgas, gewoontewitwassen van in totaal € 277.758,16 en het besturen van een auto terwijl de geldigheid van zijn rijbewijs was geschorst. Bij de phishinggerelateerde feiten werden onder meer persoonsgegevens en inloggegevens van slachtoffers verkregen. Verdachte en zijn mededaders deden zich vervolgens onder meer voor als postbezorger om legitimatiebewijzen te scannen en toegang tot internetbankieren te verkrijgen. Het hof verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep voor zover dit is gericht tegen enkele partiële vrijspraken van de rechtbank bij de feiten 4, 7 en 9. Deze zijn volgens het hof beschermde vrijspraken in de zin van art. 404 lid 5 Sv. Het hof komt daarnaast voor de feiten 1, 2, 4 en 7 tot kortere bewezenverklaarde pleegperiodes dan de rechtbank. Zo acht het hof de heling van niet-openbare gegevens bewezen vanaf 20 december 2020, het verspreiden daarvan vanaf 31 oktober 2023, het medeplegen van oplichting vanaf 7 augustus 2024 en de ticketfraude vanaf 19 juli 2024.

IT 5525

Moeder en partner mogen geen opnames van minderjarige over vermeend seksueel misbruik maken, delen of verspreiden

Rechtbank Gelderland 6 jul 2026, IT 5525; ECLI:NL:RBGEL:2026:5365 (de vader tegen de moeder en haar partner), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/moeder-en-partner-mogen-geen-opnames-van-minderjarige-over-vermeend-seksueel-misbruik-maken-delen-of-verspreiden

Rb. Gelderland 6 juli 2026, IT 5525; ECLI:NL:RBGEL:2026:5365 (de vader tegen de moeder en haar partner). De vader vordert in kort geding onder meer dat het contact tussen de moeder en hun minderjarige kind [het kind] weer volledig begeleid plaatsvindt. De ouders hebben gezamenlijk gezag, [het kind] staat onder toezicht en verblijft op grond van een machtiging tot uithuisplaatsing bij haar grootmoeder van vaderszijde. Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden had eerder een contactregeling tussen de moeder en [het kind] vastgesteld, waarvan de uitvoering onder regie van de GI staat. Aanleiding voor het kort geding is dat online een film is aangetroffen met beeld- en geluidsfragmenten van [het kind], waarin de moeder en haar partner haar vragen stellen over vermeend seksueel misbruik door de vader en grootvader van vaderszijde. De voorzieningenrechter stelt voorop dat een vastgestelde zorgregeling in beginsel moet worden nagekomen, tenzij uitvoering daarvan niet langer in het belang van het kind is, bijvoorbeeld omdat de geestelijke of lichamelijke ontwikkeling van het kind daardoor ernstig nadeel ondervindt, het contact anderszins strijdig is met zwaarwegende belangen van het kind of ernstige aanwijzingen bestaan dat een ouder niet geschikt of in staat is tot omgang. De voorzieningenrechter ziet onvoldoende aanleiding om het contact weer volledig te laten begeleiden. Het gaat goed met [het kind], het contact met de moeder verloopt goed en er zijn geen veranderingen in haar gedrag of gemoedstoestand waargenomen. Bovendien heeft de GI inmiddels een schriftelijke aanwijzing gegeven dat geen beeld- of geluidsopnames van [het kind] over het vermeende misbruik mogen worden gemaakt en dat dergelijk materiaal en andere documenten daarover niet met derden mogen worden gedeeld. Daarnaast worden wekelijkse gesprekken met [het kind] ingezet om zicht te houden op het verloop van de contacten. De voorzieningenrechter acht haar veiligheid daarmee vooralsnog voldoende gewaarborgd en wijst de vordering tot volledig begeleid contact af.

IT 5526

Geen ontbinding softwareovereenkomst na tijdig herstel van ontbrekende realtimefunctionaliteit

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 5 aug 2026, IT 5526; ECLI:NL:RBZWB:2026:8155 ([v.o.f.] tegen RentBuddy), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/geen-ontbinding-softwareovereenkomst-na-tijdig-herstel-van-ontbrekende-realtimefunctionaliteit

Rb. Zeeland-West-Brabant 5 augustus 2026, IT 5526; ECLI:NL:RBZWB:2026:8155 ([v.o.f.] tegen RentBuddy). [bedrijf] en [v.o.f.], beide actief in de verhuur van evenementenartikelen, sloten op 9 februari 2023 ieder een overeenkomst voor drie jaar met RentBuddy voor het gebruik van haar ERP/CRM-systeem. Zij stellen dat vooraf met RentBuddy was besproken dat hun klanten via hun websites realtime de beschikbaarheid van producten moesten kunnen zien via een API-koppeling. Deze functionaliteit ontbrak aanvankelijk. Bij de uitleg van de overeenkomst past de kantonrechter de Haviltex-maatstaf toe: niet alleen de tekst van de overeenkomst is bepalend, maar ook wat partijen in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Uit een opname van een gesprek van 28 maart 2024 blijkt volgens de kantonrechter voldoende dat [bedrijf] en [v.o.f.] vóór het sluiten van de overeenkomsten hadden aangegeven dat realtimebeschikbaarheid voor hun webshops van belang was. Dat deze functionaliteit niet uitdrukkelijk in de offertes was opgenomen, is daarom niet doorslaggevend. [bedrijf] en [v.o.f.] mochten redelijkerwijs verwachten dat het systeem realtimebeschikbaarheid via de API kon weergeven. Deze functionaliteit maakte dus onderdeel uit van de overeenkomsten en het ontbreken daarvan leverde aanvankelijk een tekortkoming van RentBuddy op.

IT 5524

Rb. Overijssel: korpschef moet inzageverzoek beoordelen op grond van art. 25 Wpg in plaats van art. 15 AVG

Rechtbank Overijssel 24 aug 2026, IT 5524; ECLI:NL:RBOVE:2026:4534 ([eiseres] tegen de korpschef), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/rb-overijssel-korpschef-moet-inzageverzoek-beoordelen-op-grond-van-art-25-wpg-in-plaats-van-art-15-avg

Rb. Overijssel 24 juli 2026, IT 5524; ECLI:NL:RBOVE:2026:4534 ([eiseres] tegen de korpschef). [eiseres] heeft de korpschef verzocht om inzage in haar persoonsgegevens over de periode van 1 januari 2016 tot en met 31 december 2017, specifiek in bevragingen die in die periode op basis van haar BSN in de Basisregistratie Personen zijn gedaan. De korpschef heeft het verzoek beoordeeld op grond van art. 15 AVG en afgewezen omdat haar persoonsgegevens volgens hem in die periode niet door de korpschef waren verwerkt. [eiseres] stelt dat duidelijk had moeten zijn dat zij inzage verzocht in politiegegevens en dat haar verzoek daarom op grond van art. 25 Wpg moest worden beoordeeld. De rechtbank volgt haar daarin. Voor de juridische kwalificatie van een inzageverzoek zijn volgens de rechtbank, onder verwijzing naar rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak, de inhoud en context van het verzoek bepalend en niet de door de verzoeker gekozen juridische benaming. [eiseres] had in haar verzoek verwezen naar een eerder inzageverzoek waarop de korpschef met toepassing van de Wpg had beslist en waarbij een overzicht van gegevens was verstrekt. Daarom had voor de korpschef duidelijk moeten zijn dat zij opnieuw een dergelijk overzicht wilde, maar nu over een andere periode. Daarbij komt dat voor de verwerking van persoonsgegevens ten behoeve van de politietaak waarop het verzoek ziet de Wpg de bijzondere en specifiekere wettelijke regeling vormt ten opzichte van de AVG. De korpschef had het verzoek daarom op grond van art. 25 Wpg moeten beoordelen.

IT 5521

Registraties in frauderegisters wegens vermoede hypotheekfraude gerechtvaardigd

Rechtbank Amsterdam 9 sep 2026, IT 5521; ECLI:NL:RBAMS:2026:9185 ([eisers] tegen ING), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/registraties-in-frauderegisters-wegens-vermoede-hypotheekfraude-gerechtvaardigd

Rb. Amsterdam 9 september 2026, IT 5521; ECLI:NL:RBAMS:2026:9185 ([eisers] tegen ING). [eisers], die een assurantie- en advieskantoor exploiteren en cliënten begeleiden bij hypotheekaanvragen, vorderen in kort geding dat ING hun gegevens verwijdert uit het Intern Verwijzingsregister (IVR), het Incidentenregister (IR), het Externe Verwijzingsregister (EVR) en het register van Stichting Fraudebestrijding Hypotheken (SFH), dan wel de registratieduur van acht jaar verkort. ING had de bancaire relaties met [eisers] beëindigd en de registraties aangebracht nadat uit onderzoek naar verschillende hypotheekaanvragen was gebleken dat bij ING aanzienlijk hogere inkomensgegevens en andere jaarstukken waren ingediend dan de stukken die de hypotheekaanvragers zelf aan [eisers] hadden verstrekt. Voor registratie in het IR, EVR en SFH-register moet volgens de voorzieningenrechter zijn voldaan aan de AVG en het Protocol Incidentenwaarschuwingssysteem Financiële Instellingen 2026. De betrokkenheid van de geregistreerde persoon bij de gedragingen moet in voldoende mate vaststaan en voor verwerking van strafrechtelijke persoonsgegevens moeten concrete feiten en omstandigheden bestaan die meer opleveren dan alleen een redelijk vermoeden van schuld. Daarnaast moeten de registraties voldoen aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit.

IT 5520

HR: ontbreken van verzuim bij wanprestatie sluit vordering uit onrechtmatige daad niet uit

Hoge Raad 17 jul 2026, IT 5520; ECLI:NL:HR:2026:1295 ([eiser] tegen Capgemini), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/hr-ontbreken-van-verzuim-bij-wanprestatie-sluit-vordering-uit-onrechtmatige-daad-niet-uit

HR 17 juli 2026, IT 5520; ECLI:NL:HR:2026:1295 ([eiser] tegen Capgemini). [eiser] vordert uit hoofde van aan hem overgedragen vorderingen van Equihold schadevergoeding van Capgemini wegens tekortkomingen bij de ontwikkeling van de sportapplicatie 1-2 Focus. Capgemini was op grond van de tussen partijen gesloten overeenkomsten verantwoordelijk voor de kwaliteit van de software, terwijl Equihold onder meer verantwoordelijk bleef voor de functionaliteit, planning en deadlines. Het gerechtshof Den Haag wees de vorderingen uit wanprestatie af omdat Capgemini niet in verzuim was geraakt. De Hoge Raad laat dat oordeel in stand. Het hof mocht oordelen dat de toezegging van Capgemini in december 2006 om de gebreken binnen een half jaar op te lossen, gelet op de wijze van samenwerking, het voortdurende overleg, de RUP-methodiek en het ontbreken van een vastomlijnd eindproduct en tijdschema, geen voor de voldoening bepaalde termijn was in de zin van art. 6:83 onder a BW. Ook heeft het hof niet miskend dat een beroep op het ontbreken van verzuim ook tussen professionele partijen naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar kan zijn. In dit geval achtte het hof daarvoor onvoldoende grond aanwezig. De klachten over de gestelde blijvende onmogelijkheid van nakoming en over het beroep van Capgemini op de contractuele beperking van aansprakelijkheid slagen evenmin.

IT 5519

Rb. Den Haag: Staat aansprakelijk voor onrechtmatige strafvervolging en OM-publicaties na gebleken onschuld

Rechtbank Den Haag 2 sep 2026, IT 5519; ECLI:NL:RBDHA:2026:25027 ([eiseressen] tegen de Staat), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/rb-den-haag-staat-aansprakelijk-voor-onrechtmatige-strafvervolging-en-om-publicaties-na-gebleken-onschuld

Rb. Den Haag 2 september 2026, IEF 23837; IT 5519; ECLI:NL:RBDHA:2026:25027 ([eiseressen] tegen de Staat). De rechtbank oordeelt dat de Staat aansprakelijk is voor de schade die een advocaat heeft geleden als gevolg van haar strafrechtelijke vervolging. De advocaat werd onder meer verdacht van deelname aan een criminele organisatie, overtreding van de Wet op de kansspelen, witwassen en valsheid in geschrift in verband met haar werkzaamheden voor aanbieders van online kansspelen. Zij werd door de rechtbank vrijgesproken en vervolgens in 2024 ook door het gerechtshof ’s-Hertogenbosch integraal vrijgesproken. Volgens de rechtbank slaagt haar beroep op de b-grond uit het Begaclaim-arrest. Uit de motivering van het arrest van het hof blijkt dat zij onschuldig is aan alle ten laste gelegde feiten en dat de verdenkingen achteraf ongefundeerd zijn gebleken. Het beroep op de a-grond slaagt niet, omdat niet kan worden vastgesteld dat vanaf het begin een rechtvaardiging voor het strafvorderlijk optreden ontbrak. De Staat is daarom aansprakelijk voor de schade die de advocaat als gevolg van de vervolging heeft geleden. De inkomensschade wordt verwezen naar de schadestaatprocedure. Daarnaast kent de rechtbank € 15.000 toe wegens immateriële schade door de vervolging, € 572.526,52 voor kosten die verband houden met de strafrechtelijke vervolging en € 21.486,67 voor de kosten van een bankgarantie.

IT 5518

Inzage in bewijsbeslag deels toegestaan bij vermoeden van schending geheimhoudingsverplichtingen

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 1 sep 2026, IT 5518; ECLI:NL:GHARL:2026:5660 (MPS c.s. tegen [geïntimeerde]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/inzage-in-bewijsbeslag-deels-toegestaan-bij-vermoeden-van-schending-geheimhoudingsverplichtingen

Hof Arnhem-Leeuwarden 1 september 2026, IEF 23831; IT 5518; ECLI:NL:GHARL:2026:5660 (MPS c.s. tegen [geïntimeerde]). Axign en haar Amerikaanse moedermaatschappij Monolithic Power Systems, gezamenlijk MPS c.s., vorderen in kort geding inzage in en afschrift van gegevens die in Nederland conservatoir in bewijsbeslag zijn genomen op privéapparaten van een voormalig werknemer van MPS die tijdelijk bij Axign was gedetacheerd. Na onderzoek van zijn werklaptop was het vermoeden ontstaan dat interne documenten waren overgebracht naar onder meer zijn iPhone, iPad en een Microsoft Surface laptop. Van deze apparaten, inclusief bepaalde cloud- en Discordgegevens, is op 6 oktober 2025 een forensische kopie gemaakt. In een parallelle Amerikaanse procedure bleek later dat na toepassing van zoektermen 1.405 documenten en foto's op de iPad waren aangetroffen, waarvan volgens MPS c.s. 112 interne of aan haar gerelateerde documenten waren. [Geïntimeerde] betwistte in hoger beroep niet meer dat deze 1.405 bestanden waren aangetroffen en dat 112 daarvan interne of aan MPS c.s. gerelateerde documenten betroffen. Ook stond onvoldoende ter discussie dat ten minste enkele aangetroffen stukken geheime en bedrijfsgevoelige informatie bevatten, waaronder een presentatie met omzet- en winstcijfers per grote klant en een bestand met klanten, onderdelen en prijzen. Het hof hoeft voor de inzagevordering niet vast te stellen hoe deze documenten op de apparaten terecht zijn gekomen. De deskundigenrapporten spreken elkaar daarover tegen en een dergelijk technisch onderzoek gaat het bestek van dit kort geding te buiten. Voor toepassing van art. 194 lid 1 Rv hoeft MPS c.s. bovendien niet eerst voldoende aannemelijk te maken dat zij daadwerkelijk een vorderingsrecht heeft. Zij moet wel voldoende belang bij de gevraagde inzage aannemelijk maken. Daarvan is volgens het hof sprake, omdat de aanwezigheid van interne en bedrijfsgevoelige documenten op de privéapparaten een begin van feitelijke onderbouwing vormt voor een mogelijke tekortkoming in de arbeids- en detacheringafspraken en, indien uit nader onderzoek blijkt dat documenten met derden zijn gedeeld, mogelijk onrechtmatig handelen.

IT 5517

Negatieve Google-review over dienstverlening makelaar niet onrechtmatig

Rechtbank Rotterdam 7 aug 2026, IT 5517; ECLI:NL:RBROT:2026:11090 ([eiser] tegen [gedaagde]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/negatieve-google-review-over-dienstverlening-makelaar-niet-onrechtmatig

Rb. Rotterdam 7 augustus 2026, IT 5517; ECLI:NL:RBROT:2026:11090 ([eiser] tegen [gedaagde]). De kantonrechter wijst de vordering af van een makelaar die verwijdering van een negatieve Google-review eiste. Het plaatsen van een review over de dienstverlening van een onderneming valt volgens de kantonrechter in beginsel onder de vrijheid van meningsuiting, ook wanneer die review negatief is. Die vrijheid is niet onbeperkt: een review kan onrechtmatig zijn in de zin van artikel 6:162 BW, bijvoorbeeld wanneer sprake is van smaad of laster, of wanneer de tekst anderszins een ontoelaatbare inbreuk maakt op de goede naam of reputatie van een ander. Of daarvan sprake is, moet worden beoordeeld aan de hand van de concrete omstandigheden van het geval.

IT 5516

Na toepassing privacymask geen privacy-inbreuk meer door beveiligingscamera’s

Rechtbank Rotterdam 25 aug 2026, IT 5516; ECLI:NL:RBROT:2026:11082 ([persoon A] tegen [persoon B] en [persoon C]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/na-toepassing-privacymask-geen-privacy-inbreuk-meer-door-beveiligingscamera-s

Rb. Rotterdam 25 augustus 2026, IT 5516; ECLI:NL:RBROT:2026:11082 ([persoon A] tegen [persoon B] en [persoon C]). De voorzieningenrechter wijst de vordering af van een bewoonster die haar buren wilde verplichten hun beveiligingscamera’s te verplaatsen of te draaien. Als uitgangspunt geldt dat een inbreuk op het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer in beginsel een onrechtmatige daad oplevert, al kan een belangenafweging ertoe leiden dat de inbreuk niet onrechtmatig is. In deze zaak is onvoldoende komen vast te staan dat nog sprake is van een onrechtmatige privacy-inbreuk. De camera’s waren hoofdzakelijk op het eigen perceel van de buren gericht. Aanvankelijk waren ook een klein deel van de oprit en de garagedeur van eiseres zichtbaar, maar de buren hebben de instellingen aangepast met een privacymask, waardoor dat deel van het mogelijke camerabeeld wordt geblokkeerd. Eiseres had zelf inzage gehad in de camerabeelden en heeft niet weersproken dat het privacymask ervoor zorgt dat haar perceel niet meer wordt waargenomen. De voorzieningenrechter oordeelt daarom voorshands dat geen sprake meer is van een inbreuk op haar privacy.