Oorspronkelijk gepubliceerd op AI-Forum.
GEMA wint van Suno: memorisatie in een AI-model geldt opnieuw als auteursrechtinbreuk
Het Landgericht München I stelt de Duitse auteursrechtenorganisatie GEMA opnieuw in het gelijk. Ditmaal in haar zaak tegen Suno, aanbieder van de bekende generatieve AI-muziekdienst. Volgens de rechtbank heeft Suno zonder toestemming een reeks beschermde muziekwerken verveelvoudigd, waaronder in de AI-modellen zelf en via de gegenereerde output. Suno moet de inbreuken staken, informatie verstrekken en schadevergoeding betalen.
Vooral twee onderdelen vallen op. De Duitse rechter past Amerikaans auteursrecht toe op de training die in de Verenigde Staten plaatsvindt en verwerpt Suno’s beroep op fair use. Daarnaast beschouwt de rechtbank de ‘memorisatie’ van muziek in een AI-model opnieuw als auteursrechtelijk relevante verveelvoudiging. Daarmee kan het vonnis belangrijke gevolgen hebben voor aanbieders van generatieve AI. Terughoudendheid is echter geboden: de volledige motivering is nog niet gepubliceerd en de uitspraak is niet onherroepelijk.
Mr. S.K. Martens Academie 2026/2027
Belangstellenden kunnen zich nu aanmelden voor de volgende editie van de Mr. S.K. Martens Academie. Deze officiële specialisatieopleiding intellectueel eigendoms- en procesrecht is bedoeld voor advocaten, rechters en (bedrijfs)juristen die hun juridische kennis en praktische vaardigheden verder willen verdiepen. De opleiding bestaat uit acht masterclasses en vier live online sessies en start naar waarschijnlijkheid in het najaar 2026.
De nadruk ligt op de praktische bescherming en handhaving van intellectuele eigendomsrechten. Deelnemers werken in kleine groepen met actuele jurisprudentie, recente praktijkvoorbeelden en concrete businesscases. Ook de invloed van AI op de rechtspraktijk maakt deel uit van het programma. De hoofddocenten zijn Marijn Kingma, Peter Teunissen en Jorn Torenbosch.
Na succesvolle afronding van het mondelinge examen ontvangen deelnemers een certificaat in het intellectueel eigendoms- en procesrecht. De opleiding levert 54 tot 60 PO-punten op. Daarnaast krijgen deelnemers toegang tot het alumninetwerk en gedurende één jaar kosteloos toegang tot verschillende IE-publicaties en databanken van deLex, zoals AI-Forum, Auteursrecht, BMM Bulletin, Berichten Industriële Eigendom en Mediaforum.
Aanmelden of een offerte op maat aanvragen kan via info@delex.nl.
Prejudiciële vragen aan HvJ EU over openbaarmaking persoonsgegevens bij overtreding van antidopingregels
HvJ EU 14 juli 2026, LS&R 2425; IT 5399; ECLI:EU:C:2026:579 (AR e.a. tegen Österreichische Datenschutzbehörde e.a.). In deze zaak worden zeven prejudiciële vragen gesteld omtrent de openbaarmaking van persoonsgegevens van sporters die de antidopingregels hebben overtreden. AR, YT, DI en RN zijn vier sporters aan wie wegens overtreding van de Oostenrijkse antidopingregels een tijdelijke dan wel levenslange uitsluiting van deelname aan wedstrijden is opgelegd. Op grond van de Oostenrijkse antidopingwetgeving moet NADA Austria op haar website een lijst publiceren met onder meer de voor- en achternaam van de betrokken sporter, de beoefende sport, de begane overtreding, de opgelegde sanctie en de begin- en einddatum daarvan. De ÖADR publiceert deze gegevens daarnaast via persberichten op haar website. In oktober 2021 verzoeken de sporters NADA Austria en de ÖADR om hun namen en de betreffende sporten van de websites te verwijderen. Nadat hieraan geen gehoor wordt gegeven, dienen zij een klacht in bij de Oostenrijkse toezichthouder wegens schending van het recht op gegevenswissing uit artikel 17 AVG. Zij stellen onder meer dat sprake is van bijzondere persoonsgegevens in de zin van artikel 9 AVG en van persoonsgegevens betreffende strafrechtelijke veroordelingen en strafbare feiten in de zin van artikel 10 AVG. Ook achten zij het Oostenrijkse systeem van algemene openbaarmaking niet noodzakelijk en onevenredig. De Oostenrijkse toezichthouder verklaart de klachten van AR, DI en RN ongegrond. Volgens de toezichthouder is de publicatie noodzakelijk om te voldoen aan een wettelijke verplichting, zodat op grond van artikel 17, derde lid, onder b, AVG geen recht op gegevenswissing bestaat. De klacht van YT wordt afgewezen wegens gebrek aan procesbelang, omdat haar gegevens op dat moment nog niet waren gepubliceerd. De sporters stellen tegen deze beslissing beroep in bij het Bundesverwaltungsgericht. YT voert daarbij aan dat haar een uitsluiting van vier jaar is opgelegd en dat de publicatie van haar gegevens daarom ophanden is.
Online publicatie van strafvonnissen valt niet zonder meer onder journalistieke uitzondering AVG
HvJ EU 9 juli 2026, IT 5398; ECLI:EU:C:2026:564 (ND tegen Legal Newsdesk Sweden AB). In deze zaak beheert Legal Newsdesk Sweden de databank Lexbase, waarin tegen betaling kan worden gezocht naar personen en ondernemingen die het voorwerp zijn geweest van strafprocedures voor Zweedse gerechten. ND is in 2011 strafrechtelijk veroordeeld. Legal Newsdesk Sweden publiceert het desbetreffende vonnis in Lexbase, waar het tot februari 2024 toegankelijk blijft. Nadat ND om verwijdering van zijn persoonsgegevens heeft verzocht, worden deze niet onmiddellijk verwijderd, maar pas later op grond van het interne bewaarbeleid van Legal Newsdesk Sweden. ND vordert daarop voor de Attunda tingsrätt een schadevergoeding van 300.000 Zweedse kroon wegens schending van de AVG. Legal Newsdesk Sweden betwist de vordering en beroept zich op een publicatiecertificaat dat grondwettelijke bescherming van de vrijheid van meningsuiting verleent aan de in Lexbase gepubliceerde informatie. Volgens de verwijzende rechter brengt het Zweedse recht mee dat de AVG in een dergelijk geval niet van toepassing is en dat de betrokkene slechts beschikt over de mogelijkheid van strafvervolging wegens laster of een schadevordering wegens laster. De verwijzende rechter vraagt het Hof daarom in wezen of artikel 85 lid 1 AVG lidstaten toestaat om, buiten de in artikel 85 lid 2 genoemde journalistieke doeleinden of academische, artistieke of literaire uitdrukkingsvormen, van bepalingen van de AVG af te wijken ter bescherming van de vrijheid van meningsuiting en informatie, of de rechtsbescherming van een betrokkene mag worden beperkt tot rechtsmiddelen wegens laster en of het tegen betaling online beschikbaar stellen van openbare strafrechtelijke veroordelingen zonder bewerking of aanpassing kan worden aangemerkt als verwerking voor journalistieke doeleinden.
Geen algemeen stakingsbevel, wel afgifte gegevens achter frauduleuze F1-ticketwebsites
Rb. Den Haag 30 juli 2026, IEF 23726; IT 5397; ECLI:NL:RBDHA:2026:21021 (Formula 1 Companies tegen Metaregistrar en Mijndomein). In dit kort geding constateren de Formula 1 Companies dat via verschillende websites niet-bestaande tickets voor het FIA Formula One World Championship worden aangeboden en daarbij zonder toestemming gebruik wordt gemaakt van hun FORMULA 1- en F1-merken. Nadat een consument voor € 2.600 aan tickets voor de Grand Prix van Monza heeft betaald zonder deze te ontvangen, ontdekken de Formula 1 Companies meerdere vergelijkbare websites. De websites vertonen sterke overeenkomsten in vormgeving en contactgegevens en gebruiken onder meer gefingeerde namen. Mijndomein is hostingprovider van de betrokken websites en heeft bemiddeld bij de registratie van de domeinnamen, waarvoor Metaregistrar als registrar is ingeschakeld. Na verschillende notice-and-takedownverzoeken haalt Mijndomein de betrokken websites offline, maar weigeren gedaagden de identificerende gegevens van de domeinnaamhouders te verstrekken. De Formula 1 Companies vorderen in kort geding onder meer staking van de dienstverlening als tussenpersoon en verstrekking van de identificerende gegevens van de domeinnaamhouders.
Overeenkomst met IT-dienstverlener vernietigd wegens geschonden informatieplichten en oneerlijke handelspraktijken
Rb. Amsterdam 23 juli 2026, RB 4070; IT 5401; ECLI:NL:RBAMS:2026:7689 ([eisers] tegen [gedaagde]). Twee consumenten sloten bij hen thuis mondeling een overeenkomst met een IT-dienstverlener voor een servicepakket van € 27,50 per maand. Omdat de overeenkomst buiten de verkoopruimte was gesloten, moest de dienstverlener voldoen aan de precontractuele informatieplichten van artikel 6:230m BW en de vormvoorschriften van artikel 6:230t BW. De vernietigingsvordering was niet verjaard, omdat de consumenten pas in februari 2024 daadwerkelijk bekend werden met de feiten en omstandigheden waarop zij de vernietiging baseerden. De dienstverlener had hen onvoldoende geïnformeerd over de voornaamste kenmerken van de diensten en zijn vergaande zeggenschap over onder meer de domeinnamen en digitale omgevingen, de wijze van betaling via automatische incasso, het herroepingsrecht, de duur van de overeenkomst en de opzeggingsvoorwaarden. Ook had hij de vereiste informatie en een bevestiging van de overeenkomst niet op papier of een andere duurzame gegevensdrager verstrekt. Daarmee schond hij de informatieplichten van artikel 6:230m lid 1, onder a, g, h en o, en artikel 6:230t leden 1 en 2 BW. Voor de minimumduur als bedoeld in artikel 6:230m lid 1, onder p, BW bestond geen informatieplicht, omdat geen minimumduur was overeengekomen. De schendingen waren zo ernstig en betroffen zozeer de kern van de overeenkomst dat deze op grond van artikel 3:40 lid 2 BW vernietigbaar was. Het weglaten van de essentiële informatie vormde bovendien een misleidende omissie. De e-mails waarin de dienstverlener na de opzegging dreigde de ICT-diensten te blokkeren en druk uitoefende om het abonnement voort te zetten, leverden een agressieve handelspraktijk op. De overeenkomst was daarom ook op grond van artikel 6:193j lid 3 BW vernietigbaar.
Gemeente moet camerabeelden tonen na belangenafweging onder de AVG
Rb. Gelderland 17 juni 2026, IT 5396; ECLI:NL:RBGEL:2026:5205 ([verzoekende partij] tegen gemeente Nijmegen). In deze zaak tussen [verzoekende partij] en de gemeente Nijmegen staat de vraag centraal of de gemeente camerabeelden van een ongeval op een ijsbaan beschikbaar moet stellen. De zoon van [verzoekende partij] liep bij het incident tandletsel op. De beelden zijn nodig om de aansprakelijkheid van een andere betrokkene te beoordelen. De gemeente had de camerabeelden veiliggesteld, maar weigerde een kopie te verstrekken omdat daarop ook andere bezoekers te zien zijn en de beelden niet zonder meer konden worden geblurd. Volgens de gemeente stond de AVG daarom aan afgifte in de weg.
Rb. Noord-Nederland: 36 maanden cel voor handel in leads en grootschalige online fraude
Rb. Noord-Nederland 16 juni 2026, IT 5395; ECLI:NL:RBNNE:2026:2388 (het OM tegen de verdachte). In deze strafzaak tegen [verdachte] staat zijn betrokkenheid bij de handel in persoonsgegevens, het ronselen van geldezels en verschillende vormen van online fraude centraal. De rechtbank veroordeelt hem onder meer voor het handelen in zogenoemde leads, het medeplegen van het verzamelen van inloggegevens en bankpassen, oplichting, diefstal met een valse sleutel en een poging tot kind-in-noodfraude. De politie onderzocht de handel in leads en combolijsten via Telegram. Via het account [account 1] werden persoonsgegevens aangeboden en bankpassen en bankrekeningen gezocht. De rechtbank stelt vast dat dit account door [verdachte] werd gebruikt. Op zijn telefoon en laptop werden honderden leadslijsten aangetroffen, evenals software en handleidingen voor phishing, het genereren van leadslijsten en het verzenden van bulkberichten. Ook verkocht hij tweemaal leads aan undercoveragenten. Daarnaast ronselde [verdachte] samen met zijn broer geldezels. Zij verzamelden onder meer bankpassen, simkaarten en inloggegevens van bank- en crypto-accounts. Een van deze rekeningen werd gebruikt bij bankhelpdeskfraude, waarbij bijna € 140.000 van een slachtoffer werd weggenomen. Volgens de rechtbank was de bijdrage van [verdachte] voldoende wezenlijk om hem als medepleger voor het volledige bedrag verantwoordelijk te houden.
AVG-rectificatieverzoek biedt geen route om kinderbeschermingsmaatregelen inhoudelijk te laten beoordelen
RvS 17 juni 2026, IT 5390; ECLI:NL:RVS:2026:3763 ([appellante] en de staatssecretaris voor Rechtsbescherming). Een moeder verzocht de staatssecretaris voor Rechtsbescherming op grond van artikel 16 lid 1 AVG om rectificatie van twee rapporten van de Raad voor de Kinderbescherming uit 2018 over haar oudste zoon. Volgens haar bevatten de rapporten grotendeels onjuiste informatie en werd daarop nog steeds teruggegrepen in procedures over het gezag en de omgang met haar zoon. De staatssecretaris wees het verzoek gedeeltelijk toe en paste de rapporten aan waar verschillende onjuistheden waren vastgesteld. Klachten over het handelen of nalaten van de Raad voor de Kinderbescherming vielen volgens de staatssecretaris buiten de AVG-procedure. De Rechtbank Noord-Holland verklaarde het beroep ongegrond. Zij overwoog dat het rectificatierecht van artikel 16 AVG niet is bedoeld om indrukken, meningen, onderzoeksresultaten en conclusies te corrigeren of te verwijderen alleen omdat de betrokkene zich daarmee niet kan verenigen. Ook kan de bestuursrechter in deze procedure niet beoordelen welke gevolgen de Raad voor de Kinderbescherming of de civiele rechter aan de gerectificeerde rapporten moet verbinden. Over het verzoek om wissing van de rapporten was bovendien al in een andere procedure beslist.
Uitspraak ingezonden door Dirk Visser en Jasper Klopper, Visser Schaap & Kreijger.
Beroep op parodie-exceptie faalt bij commerciële exploitatie ABBA-parodie ‘Dikke Pens’
Rb. Midden-Nederland 29 juli 2026, IEF 23721; IT 5394; ECLI:NL:RBMNE:2026:4647 (De Kapotte Kachels tegen Universal Music Publishing). De carnavalsband De Kapotte Kachels bracht het nummer Dikke Pens (Clap Your Pens) uit, waarin de melodie van Take A Chance On Me van ABBA wordt gebruikt met een nieuwe, carnavaleske tekst. Universal Music Publishing, die namens de rechthebbenden van ABBA optreedt, liet het nummer van onder meer Spotify verwijderen wegens auteursrechtinbreuk. De Kapotte Kachels vorderen daarop onder meer verklaringen voor recht dat Dikke Pens een toegestane parodie is in de zin van artikel 18b Auteurswet.



























