Gouden Peer IT-recht voor Polo van der Putt
Via Mr. Online: "Polo van der Putt treedt daarmee hij in de voetsporen van Coen Drion, destijds advocaat bij Kennedy Van der Laan, die zeventien jaar geleden met dezelfde prijs werd onderscheiden. 27 peers die zich bezighouden met IT-recht mochten hun stem uitbrengen. Zij kozen Van der Putt tot de primus inter pares."
Lees het volledige artikel hier
Uitspraak ingezonden door Mark Jansen, Dirkzwager.
Geen automatische doorwerking van rekenmarges in operationele boeteclausules
Rb. Den Haag 22 juli 2026, IT 5617; ECLI:NL:RBDHA:2026:28199 (HTM tegen Siemens). In deze zaak tussen HTM en Siemens staat een geschil centraal over de uitleg van storingsdefinities en de nakoming van contractuele verplichtingen bij de levering en het onderhoud van 70 tramvoertuigen. HTM stelt dat Siemens contractuele boetes verschuldigd is wegens storingen en schade moet vergoeden vanwege vertraging bij het herstel van corrosie aan de trams. Partijen verschillen van mening over de uitleg van de contractueel vastgelegde A-, B- en C-storingen. De rechtbank past de Haviltex-maatstaf toe en oordeelt dat aansluiting moet worden gezocht bij de storingsdefinities van de Vereniging van Duitse Transportondernemingen (VDV). Daarbij is bepalend of een storing tijdens een rit of dienst optreedt en welke gevolgen deze heeft voor de inzetbaarheid van het tramvoertuig. Storingen die buiten een rit of dienst optreden, vallen niet onder de betreffende boeteregeling. De rechtbank verwerpt daarnaast het standpunt van Siemens dat een onzekerheidsmarge van 5% geldt voordat storingsboetes verschuldigd zijn. Deze marge is uitsluitend van toepassing op een andere contractuele boetecategorie.
Gerechtvaardigd belang bij interne verwerking persoonsgegevens om contact met klant te beëindigen
Rb. Zeeland-West-Brabant 1 september 2025, IT 5600; ECLI:NL:RBZWB:2025:6016 (eiser tegen de AP). Eiser heeft bij de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) een klacht ingediend over de verwerking van zijn persoonsgegevens door een bedrijf waarmee hij een civielrechtelijk geschil had over de plaatsing van een cv-ketel. Het bedrijf wilde niet langer met eiser in contact treden en had vermoedelijk zijn medewerkers geïnstrueerd niet meer op zijn contactpogingen te reageren. Volgens de AP is aannemelijk dat het bedrijf daarbij persoonsgegevens intern verwerkt. De AP besloot geen handhavende maatregel op te leggen, omdat zij de klacht in passende mate had onderzocht en een schending van de AVG niet aannemelijk achtte. Eiser betwist dat sprake is van een gerechtvaardigd belang en stelt onder meer dat de verwerking niet uitsluitend intern plaatsvindt, omdat het bedrijf ook zijn leverancier bij het geschil heeft betrokken.
Kortingsafspraken voor bestaande softwareklanten blijven gelden na beëindiging samenwerking
Rb. Noord-Holland 4 maart 2026, IT 5588; ECLI:NL:RBNHO:2026:2514 (Fys'Optima tegen SOM). Fys'Optima, een organisatie die aangesloten fysiotherapiepraktijken ondersteunt met onder meer collectieve inkoopvoordelen, heeft jarenlang samengewerkt met softwareleverancier SpotOnMedics (SOM). Op grond van de samenwerkingsovereenkomst kregen aangesloten fysiotherapiepraktijken korting op de licentiekosten van de door SOM geleverde software. SOM stelde zich op het standpunt dat haar verplichting om deze kortingen te verlenen met de beëindiging van de samenwerkingsovereenkomst was vervallen. Fys'Optima betwist dit en vordert een verklaring voor recht dat de overeengekomen kortingspercentages voor bestaande leden behouden blijven. De Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat de kortingsbepalingen in de samenwerkingsovereenkomst onderling tegenstrijdig zijn en daarom niet uitsluitend taalkundig kunnen worden uitgelegd. Hoewel artikel 3.1.1 bepaalt dat bestaande leden recht houden op korting zolang zij lid blijven, lijken andere bepalingen de kortingsgarantie te beperken tot de looptijd van de samenwerkingsovereenkomst. De rechtbank past daarom de Haviltex-maatstaf toe en betrekt bij de uitleg onder meer de jarenlange handelsrelatie, eerdere kortingsafspraken en de correspondentie tussen partijen. Van doorslaggevend belang is een e-mail van SOM van 16 juli 2021, waarin zonder voorbehoud wordt bevestigd dat bestaande klanten hun kortingspercentages behouden wanneer de samenwerkingsovereenkomst om welke reden dan ook wordt beëindigd.
Grote schade door gebruik AI. Hoe lost u dat op?
Er wordt steeds meer gebruik gemaakt van AI, maar dit kan ook tot schade van grote omvang leiden. Tijdens het Nationaal AI & Data congres gaan we samen met Eliëtte Vaal (The Data Lawyers) in op massaschadeclaims met betrekking tot AI en IE. Daarbij bespreken we ook de vraag of de inputdata gebruikt mocht worden.
Tijdens het congres zijn ook Menno Weij, Astrid Sixma, Tycho de Graaf, Ot van Daalen, Elgar Weijtmans, Marc Boom en Peter Backx aanwezig. U kunt zich nog aanmelden voor dit congres.
Bestel Actualiteiten Merken-, Modellen- en Auteursrecht vandaag nog met korting
Tot 1 november is Actualiteiten Merken-, Modellen- en Auteursrecht te bestellen met €50 korting. Tijdens deze middag praten Selmer Bergsma (De Brauw Blackstone Westbroek), Jesse Hofhuis (HOFHUIS) en Joris van Manen (HOYNG ROKH MONEGIER) u in drie uur tijd over de laatste ontwikkelingen. De middag vindt plaats op woensdag 25 november in het Olympisch Stadion en is inclusief lunch.
Kantonrechter verwijst AVG-inzagezaak naar verzoekschriftprocedure
Rb. Noord-Holland 25 maart 2026, IT 5599; ECLI:NL:RBNHO:2026:13808 ([eiser] tegen De Huurwoningbemiddelaar Den Helder). Eiser stelt dat De Huurwoningbemiddelaar Den Helder niet heeft voldaan aan haar verplichting op grond van artikel 15 AVG om hem tijdig volledige inzage te geven in de persoonsgegevens waarover zij beschikt. Hij vordert onder meer een verklaring voor recht dat de verhuurbemiddelaar in strijd handelt met de artikelen 12 en 15 AVG, volledige inzage in zijn persoonsgegevens op straffe van een dwangsom en vergoeding van immateriële schade, buitengerechtelijke kosten en proceskosten. De Huurwoningbemiddelaar Den Helder voert verweer.
Geschorste bestuurder moet toegang verlenen tot financiële administratie en meewerken aan zelfstandige softwarelicentie
Rb. Amsterdam 4 maart 2026, IT 5587; ECLI:NL:RBAMS:2026:2456 (CW tegen de vennootschap en [gedaagde 2]). Tussen twee aandeelhouders van een familiebedrijf is een geschil ontstaan over de bedrijfsvoering en de bevoegdheden binnen de vennootschap. CW, minderheidsaandeelhouder met een belang van 25%, was op grond van een managementovereenkomst verantwoordelijk voor de dagelijkse bedrijfsvoering, terwijl meerderheidsaandeelhouder [gedaagde 2] statutair bestuurder was. Nadat de samenwerking was verslechterd, heeft CW zichzelf op grond van een bijzondere statutaire bevoegdheid tot statutair bestuurder benoemd. Volgens [gedaagde 2] was deze benoeming in strijd met de afspraken tussen partijen, waaronder de aandeelhoudersovereenkomst waarin was vastgelegd dat [gedaagde 2] het statutaire bestuur voerde en CW verantwoordelijk was voor het management. De voorzieningenrechter van de Rechtbank Amsterdam acht voorshands voldoende aannemelijk dat de bodemrechter het benoemingsbesluit nietig zal achten of zal vernietigen. Daarbij betrekt de voorzieningenrechter onder meer de overeengekomen taakverdeling, de achtergrond van de bijzondere statutaire benoemingsbevoegdheid en de wijze waarop CW zichzelf zonder voorafgaande kennisgeving aan [gedaagde 2] heeft benoemd. CW wordt daarom met onmiddellijke ingang geschorst als statutair bestuurder, totdat in rechte over de geldigheid van het benoemingsbesluit is beslist. Vanwege de escalerende impasse wordt daarnaast bij wijze van ordemaatregel de uitvoering van de managementovereenkomst geschorst, in afwachting van het oordeel van de bodemrechter over de rechtsgeldigheid van de beëindiging daarvan.
Kunnen AI-agents aansprakelijk zijn?
De afgelopen tijd was in het nieuws dat AI agents kunnen 'samenzweren' tegen hun makers. Vooral nu steeds vaker gebruik wordt gemaakt van AI agents is het van belang om de risico's hiervan te onderzoeken. Tijdens het Nationaal AI & Data congres gaan we in op hoe die AI agents overeenkomsten kunnen sluiten en wat er gebeurt als ze iets doen dat de gebruiker ervan niet wilde. Tycho de Graaf (Universiteit Leiden) bespreekt de laatste ontwikkelingen.
Tijdens het congres zijn ook Menno Weij, Astrid Sixma, Eliëtte Vaal, Ot van Daalen, Elgar Weijtmans, Marc Boom en Peter Backx aanwezig.
HvJ EU: oneerlijke boetebedingen in telecomcontracten mogen niet worden gematigd
HvJ EU 8 oktober 2026, IT 5592; ECLI:EU:C:2026:843 (Digi România). Het Hof heeft in twee gevoegde zaken, C-872/24 en C-909/24, prejudiciële vragen beantwoord over de toetsing van boete- en schadevergoedingsbedingen in consumentenovereenkomsten voor mobiele telefonie en internettoegang. In de eerste zaak vorderde telecomaanbieder Digi România betaling van achterstallige facturen, vermeerderd met een contractuele boete van 0,2% per dag betalingsachterstand. In de tweede zaak vorderde Investcapital, na overname van een vordering van Orange România, onder meer een boete van 0,5% per dag en een schadevergoeding wegens voortijdige beëindiging van overeenkomsten met een minimale looptijd van 24 maanden. De Roemeense rechter had de betrokken bedingen oneerlijk verklaard en stelde prejudiciële vragen over de toepassing van Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten. Het Hof oordeelt dat boetebedingen in overeenkomsten voor elektronische-communicatiediensten onder deze richtlijn vallen, ook wanneer de nationale sectorspecifieke wetgeving geen maximum voor dergelijke boetes stelt. Wanneer het nationale recht een beding dat een consument verplicht tot betaling van een onevenredig hoge schadevergoeding uitdrukkelijk als oneerlijk aanmerkt, kunnen materieel vergelijkbare bedingen zonder aanvullende toetsing aan artikel 3, lid 1, van de richtlijn oneerlijk worden verklaard. Die vergelijkbaarheid moet worden vastgesteld in een procedure op tegenspraak, waarin de verkoper zich daartegen kan verweren. Een nationale rechter die een boetebeding oneerlijk verklaart, moet dit beding buiten toepassing laten en mag de boete niet tot een lager bedrag matigen.






























