IT 5450
18 augustus 2026
Uitspraak

Gegevens over rechtspersoon kunnen politiegegevens van ondernemer zijn, maar geen verwijdering zonder aannemelijke onjuistheid

 
IT 5079
18 augustus 2026
Artikel

Volg deLex op LinkedIn

 
IT 5447
18 augustus 2026
Uitspraak

Beperking van frequentiegebruik tot digitale televisie verenigbaar met dienstenneutraliteit

 
IT 5450

Gegevens over rechtspersoon kunnen politiegegevens van ondernemer zijn, maar geen verwijdering zonder aannemelijke onjuistheid

Rechtbank Amsterdam 9 jun 2026,, IT 5450; ECLI:NL:RBAMS:2026:5770 ([eiser] tegen de korpschef van de Politie), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/gegevens-over-rechtspersoon-kunnen-politiegegevens-van-ondernemer-zijn-maar-geen-verwijdering-zonder-aannemelijke-onjuistheid

Rb. Amsterdam 9 juni 2026, IT 5450; ECLI:NL:RBAMS:2026:5770 ([eiser] tegen de korpschef van de Politie). In deze zaak oordeelt de bestuursrechter dat gegevens die formeel betrekking hebben op een rechtspersoon toch politiegegevens over een natuurlijke persoon kunnen zijn wanneer zij direct met die persoon verband houden en tot hem herleidbaar zijn. [eiser], eigenaar van een horecabedrijf, verzocht de korpschef op grond van art. 28 Wpg om verwijdering van een passage uit een door de Dienst Regionale Informatie Organisatie opgestelde persoonsscreening ten behoeve van een Drank- en Horecavergunning. In die passage stond dat bij zijn bedrijf tijdens een observatie was gezien dat pakketjes aan een taxichauffeur werden overgedragen, waarna deze chauffeur werd aangehouden wegens handel in verdovende middelen. Volgens [eiser] had deze observatie niet plaatsgevonden. De korpschef wees het verzoek af omdat de passage volgens hem betrekking had op het bedrijf als rechtspersoon en niet op [eiser] als natuurlijke persoon, zodat geen sprake zou zijn van [eiser] betreffende politiegegevens waarop art. 28 Wpg van toepassing is. 

IT 5079

Volg deLex op LinkedIn

Volg onze LinkedIn-pagina’s om volledig op de hoogte te blijven van alles wat binnen ons vakgebied én bij onze activiteiten speelt.

Via de LinkedIn-pagina Uitgeverij deLex blijft u op de hoogte van de belangrijkste ontwikkelingen op het gebied van IE-, IT- en privacyrecht. Via deze pagina ontvangt u vakinhoudelijke updates over onder meer IE-, IT-, privacy- en mediarecht, inclusief nieuws rond publicaties, jurisprudentie en relevante ontwikkelingen voor de praktijk.

Via de LinkedIn-pagina IE-Forum volgt u actuele ontwikkelingen binnen het intellectuele-eigendomsrecht, waaronder rechtspraak, wetgeving, beleidsontwikkelingen en relevante signaleringen uit de IE-praktijk. Daarnaast vindt u hier bijdragen, nieuwsberichten en updates die van direct belang zijn voor professionals die het IE-recht op de voet volgen.

Op de LinkedIn-pagina deLex Media informeren wij u over nieuwe en actuele cursussen en congressen, recente en aankomende publicaties, en overige vakinhoudelijke activiteiten die voor uw praktijk van belang kunnen zijn. Daarnaast bieden wij een professioneel overzicht van onze evenementen en initiatieven, met tijdige aankondigingen zodat u relevante opleidings- en netwerkgelegenheden niet mist.

Bezoek onze pagina’s en kies voor ‘Volgen’ om onze berichten rechtstreeks in uw tijdlijn te ontvangen en onderdeel te worden van ons netwerk.

IT 5447

Beperking van frequentiegebruik tot digitale televisie verenigbaar met dienstenneutraliteit

HvJ EU 16 jul 2026,, IT 5447; ECLI:EU:C:2026:601 (Elettronica Industriale II), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/beperking-van-frequentiegebruik-tot-digitale-televisie-verenigbaar-met-dienstenneutraliteit

HvJ EU 16 juli 2026, IT 5447; ECLI:EU:C:2026:601 (Elettronica Industriale II). Elettronica Industriale beschikte sinds 28 juni 2012 over gebruiksrechten voor radiofrequenties voor digitale terrestrische televisie (DTT). In 2016 verzocht zij de Italiaanse autoriteiten om herziening van de aan deze gebruiksrechten verbonden beperkingen, zodat de betrokken frequenties ook voor andere elektronische communicatiediensten konden worden gebruikt. Het verzoek werd afgewezen omdat het geldende nationale frequentietoewijzingsplan de frequentieband 470-790 MHz primair voor omroepdiensten reserveerde. Nadat Elettronica Industriale tegen die afwijzing was opgekomen, vroeg de Consiglio di Stato het Hof van Justitie in wezen of het beginsel van dienstenneutraliteit uit artikel 9 van Richtlijn 2002/21/EG zich ertegen verzet dat een houder van frequentiegebruiksrechten op grond van een nationaal frequentieplan wordt verplicht die frequenties uitsluitend voor DTT te gebruiken. 

IT 5446

Inbeslagname zakelijke e-mails door mededingingsautoriteit vereist niet steeds voorafgaande rechterlijke toestemming

HvJ EU 16 jul 2026,, IT 5446; ECLI:EU:C:2026:585 (Imagens Médicas Integradas e.a. tegen Autoridade da Concorrência), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/inbeslagname-zakelijke-e-mails-door-mededingingsautoriteit-vereist-niet-steeds-voorafgaande-rechterlijke-toestemming

HvJ EU 16 juli 2026, IT 5446; ECLI:EU:C:2026:585 (Imagens Médicas Integradas e.a. tegen Autoridade da Concorrência). In deze gevoegde zaken C-258/23 tot en met C-260/23 verrichtte de Portugese mededingingsautoriteit onderzoeken naar mogelijke inbreuken op de artikelen 101 en 102 VWEU. Met voorafgaande toestemming van het Portugese Openbaar Ministerie werden inspecties uitgevoerd in de bedrijfsruimten van de betrokken ondernemingen, waarbij zakelijke e-mails tussen werknemers en leidinggevenden werden onderzocht en bestanden die relevant werden geacht voor de mededingingsonderzoeken in beslag werden genomen. De ondernemingen bestreden de rechtmatigheid daarvan en voerden aan dat de inbeslagname van e-mailcorrespondentie, gelet op het recht op eerbiediging van communicatie, vooraf door een rechter had moeten worden toegestaan en dat toestemming van het Openbaar Ministerie onvoldoende was. De Portugese rechter vroeg het Hof van Justitie daarom in wezen of zakelijke e-mails onder de bescherming van artikel 7 Handvest vallen en of de artikelen 7 en 8 Handvest zich verzetten tegen nationale regelgeving die een mededingingsautoriteit toestaat dergelijke e-mails tijdens een bedrijfsinspectie zonder voorafgaande rechterlijke toestemming in beslag te nemen.

IT 5445

Boete voor grove beledigingen van ambtsdragers op TikTok niet in strijd met artikel 10 EVRM

Overige instanties 19 mei 2026,, IT 5445; ECLI:CE:ECHR:2026:0519JUD004158523 (Miladze tegen Georgië), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/boete-voor-grove-beledigingen-van-ambtsdragers-op-tiktok-niet-in-strijd-met-artikel-10-evrm

EHRM 19 mei 2026, IT 5445; ECLI:CE:ECHR:2026:0519JUD004158523 (Miladze tegen Georgië). In deze zaak plaatste Miladze, een Georgische burgeractivist, in december 2022 een openbare TikTok-video waarin hij kritiek uitte op het verkeers- en vervoersbeleid van Tbilisi en op het optreden van de burgemeester, politie- en veiligheidsfunctionarissen. Daarbij gebruikte hij herhaaldelijk zeer grove en seksueel expliciete beledigingen tegen deze functionarissen. De video werd meer dan 100.000 keer bekeken en ongeveer 600 keer gedeeld. Miladze werd wegens de video bestuursrechtelijk vervolgd. In hoger beroep bleef zijn veroordeling wegens verstoring van de openbare orde op grond van artikel 166 § 1 van de Georgische Code of Administrative Offences in stand en werd hem de wettelijke minimumboete van GEL 500, ongeveer € 180, opgelegd. De Georgische rechter beschouwde TikTok, mede gelet op bestaande nationale rechtspraak over cyberspace en sociale media, als een ‘public place’. Miladze klaagde bij het EHRM dat zijn veroordeling zijn vrijheid van meningsuiting uit artikel 10 EVRM schond. Volgens hem was de beperking onder meer niet voorzienbaar omdat de nationale bepaling niet op sociale media zou zien, en vormde zijn video politieke kritiek over een onderwerp van algemeen belang. 

IT 5444

Opzettelijke misleiding bij letselschadeclaim rechtvaardigt registratie in waarschuwingsregisters

Rechtbank Den Haag 3 jun 2026,, IT 5444; ECLI:NL:RBDHA:2026:15375 ([eiseres] tegen Ohra), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/opzettelijke-misleiding-bij-letselschadeclaim-rechtvaardigt-registratie-in-waarschuwingsregisters

Rb. Den Haag 3 juni 2026, IT 5444; LS&R 2440; ECLI:NL:RBDHA:2026:15375 ([eiseres] tegen Ohra). In deze zaak vordert [eiseres] onder meer aanvullende schadevergoeding naar aanleiding van een verkeersongeval in 2019 en verwijdering van haar persoonsgegevens uit het Incidentenregister, het Extern Verwijzingsregister (EVR), de Gebeurtenissenadministratie en het Intern Verwijzingsregister (IVR). Ohra, onderdeel van Nationale-Nederlanden, had aansprakelijkheid voor het ongeval erkend en € 10.000 aan voorschotten betaald, maar ontdekte later dat [eiseres] een eerder verkeersongeval uit 2016 en de daaruit voortvloeiende, grotendeels vergelijkbare nek-, rug-, hoofd- en concentratieklachten niet had gemeld. Voor dat eerdere ongeval had zij in 2019 met een andere verzekeraar een vaststellingsovereenkomst van € 36.000 gesloten. Ohra kwalificeerde het achterhouden van deze medische voorgeschiedenis als fraude, beëindigde de schadeafwikkeling en registreerde [eiseres] in de genoemde waarschuwingsregisters.

IT 5436

Geen recht op inzage in politiebeelden van derde

Rechtbank Den Haag 26 jan 2026,, IT 5436; ECLI:NL:RBDHA:2026:16953 ([eiser] tegen de Politie), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/geen-recht-op-inzage-in-politiebeelden-van-derde

Rb. Den Haag 26 januari 2026, IT 5436; ECLI:NL:RBDHA:2026:16953 ([eiser] tegen de Politie). In dit kort geding bepaalt de voorzieningenrechter dat [eiser] geen aanspraak kan maken op inzage in camerabeelden die door de Politie zijn veiliggesteld en waarop mogelijk te zien is wie een politiepenning in zijn brievenbus heeft gedeponeerd. [eiser], die stelt al langere tijd te worden gestalkt door [naam 1], wilde de beelden gebruiken om de identiteit van de betrokkene vast te stellen en zo nodig een civiele procedure tot verkrijging van een straat- en contactverbod te beginnen. 

IT 5435

AVG van toepassing op opslag van strafrechtelijke gegevens in personeelsdossier politieambtenaar

HvJ EU 4 jun 2026,, IT 5435; ECLI:EU:C:2026:449 (Darashev), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/avg-van-toepassing-op-opslag-van-strafrechtelijke-gegevens-in-personeelsdossier-politieambtenaar

HvJ EU 4 juni 2026, IT 5435; ECLI:EU:C:2026:449 (Darashev). In deze zaak beantwoordt het Hof elf prejudiciële vragen van de Bulgaarse rechter over de toepassing van de AVG, Richtlijn (EU) 2016/680 en Richtlijn 2000/78 op persoonsgegevens die tijdens een strafrechtelijk onderzoek naar een politieambtenaar zijn verkregen en vervolgens in zijn personeelsdossier worden bewaard. De betrokken politieambtenaar wordt in het kader van een onderzoek naar een gewelddadige diefstal als verdachte aangehouden, gedurende 24 uur vastgehouden en onderworpen aan verschillende onderzoeksmaatregelen. Hij wordt bij een herkenningsprocedure niet door de slachtoffers geïdentificeerd en zijn vingerafdrukken worden niet op de goederen van de slachtoffers aangetroffen. Hij wordt nadien niet vervolgd of in staat van beschuldiging gesteld en het onderzoek wordt geschorst omdat de dader niet kan worden geïdentificeerd. De ambtenaar blijft werkzaam bij het Bulgaarse ministerie van Binnenlandse Zaken, maar gegevens over zijn aanhouding, zijn status als verdachte en de tegen hem verrichte onderzoeksmaatregelen blijven in zijn personeelsdossier en de bestanden van het ministerie opgenomen. Volgens hem wordt hem mede op grond van die gegevens bevordering geweigerd. Hij vordert schadevergoeding en verwijdering van de gegevens. De verwijzende rechter vraagt onder meer welk gegevensbeschermingsregime op deze verwerking van toepassing is, of de opslag in het personeelsdossier rechtmatig kan zijn op grond van een wettelijke verplichting, of aanspraak bestaat op gegevenswissing en of een weigering van bevordering wegens de status van verdachte onder Richtlijn 2000/78 valt. 

IT 5433

Aanwijzing Messenger als kernplatformdienst blijft in stand, Marketplace-aanwijzing nietig

Overige instanties 3 aug 2026,, IT 5433; ECLI:EU:T:2026:357 (Meta Platforms tegen de Europese Commissie), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/aanwijzing-messenger-als-kernplatformdienst-blijft-in-stand-marketplace-aanwijzing-nietig

Gerecht EU 3 juni 2026, IT 5433; ECLI:EU:T:2026:357 (Meta Platforms tegen de Europese Commissie). In deze zaak verzoekt Meta Platforms om gedeeltelijke nietigverklaring van het besluit van de Europese Commissie van 5 september 2023 waarbij zij op grond van artikel 3 van Verordening (EU) 2022/1925, de Digital Markets Act (DMA), als poortwachter is aangewezen. De Commissie merkt onder meer Facebook aan als onlinesocialenetwerkdienst met Messenger als daarvan onderscheiden nummeronafhankelijke interpersoonlijke communicatiedienst en Marketplace als afzonderlijke onlinetussenhandelsdienst. Volgens de Commissie vormen Messenger en Marketplace zelfstandige kernplatformdiensten en zijn de kwantitatieve drempels van artikel 3 lid 2 DMA bereikt, zodat wordt vermoed dat deze diensten voor zakelijke gebruikers een belangrijke toegangspoort tot eindgebruikers vormen. Meta bestrijdt de aanwijzing voor Messenger en Marketplace. Ten aanzien van Messenger stelt zij onder meer dat deze dienst slechts een geïntegreerde functionaliteit van Facebook vormt en dat de Commissie ten onrechte heeft aangenomen dat Messenger afzonderlijk de gebruikersdrempel bereikt en een belangrijke toegangspoort vormt. 

IT 5429

Taakstraf voor computervredebreuk, gebruik gestolen inloggegevens en bezit van cybercrimehulpmiddelen

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 26 jun 2026,, IT 5429; ECLI:NL:RBZWB:2026:5595 (Openbaar Ministerie tegen [verdachte]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/taakstraf-voor-computervredebreuk-gebruik-gestolen-inloggegevens-en-bezit-van-cybercrimehulpmiddelen

Rb. Zeeland-West-Brabant 26 juni 2026, IT 5429; ECLI:NL:RBZWB:2026:5595 (Openbaar Ministerie tegen [verdachte]). In twee gevoegde strafzaken werd verdachte vervolgd voor meerdere cyberdelicten. Hij had onder meer 41 zip-bestanden met niet-openbare inloggegevens en systeeminformatie van derden verworven en voorhanden gehad, terwijl hij wist dat deze door misdrijf waren verkregen. Ook had hij via Genesis Marketplace ongeveer 71 bots aangeschaft: met malware geïnfecteerde computers of servers met onder meer gebruikersnamen, wachtwoorden, browsercookies en browser fingerprints waarmee toegang tot geautomatiseerde werken kon worden verkregen. Daarnaast drong hij met onrechtmatig verkregen inloggegevens binnen in een Videoland-account en in de internetbankieromgeving van een klant van Argenta Bank. Bij die bankrekening probeerde hij geldbedragen weg te nemen en veranderde hij gegevens in de internetbankieromgeving, onder meer door een telefoonnummer te verwijderen en een ander telefoonnummer te vermelden. Verder had hij APK-bestanden die als kwaadaardige software waren geclassificeerd en een phishingwebsite voorhanden met het oogmerk daarmee cyberdelicten te plegen. Verdachte bekende deze feiten. De rechtbank acht onder meer het verwerven en voorhanden hebben van door misdrijf verkregen niet-openbare gegevens, het verwerven van cybercrimehulpmiddelen en toegangscodes, computervredebreuk, poging tot diefstal door middel van een valse sleutel en het opzettelijk en wederrechtelijk veranderen van gegevens wettig en overtuigend bewezen. Van het ten laste gelegde wapenbezit wordt hij vrijgesproken.