EOB werkt samen met een toonaangevende Europese AI-startup
EOB werkt samen met een toonaangevende Europese AI-startup om het octrooiproces te verbeteren en de digitale soevereiniteit te versterken
· Het EOB zet een geavanceerd optisch tekenherkenningsmodel (OCR) in dat is ontwikkeld door Mistral AI, een leider op het gebied van grensverleggende AI
· Dit initiatief maakt de digitale infrastructuur en operationele veerkracht van het EOB sterker, en sluit helemaal aan bij hun AI-beleid en strategisch plan voor 2028
München, 11 maart 2026 - Het Europees Octrooibureau (EOB) heeft vandaag een belangrijke stap gezet in het gebruik van de nieuwste kunstmatige intelligentie (AI) om de kwaliteit en efficiëntie van het octrooiverleningsproces nog verder te verbeteren. De experts van het EOB en de technische teams van Mistral AI hebben samen een nieuwe oplossing bedacht met de nieuwste optische tekenherkenningstechnologie (OCR). De oplossing is inmiddels naadloos geïntegreerd in de systemen van het EOB om niet-machinaal leesbare octrooidocumenten om te zetten in gestructureerde octrooigegevens voor een betere doorzoekbaarheid en analyse ervan.
"Deze samenwerking helpt bij de digitale transformatie van het EOB en versterkt het innovatievermogen van Europa, terwijl we ervoor zorgen dat belangrijke AI-infrastructuur onder Europese controle blijft", zei EOB-voorzitter António Campinos. "Ons gezamenlijke plan laat zien hoe Europese samenwerkingsverbanden op een verantwoorde en effectieve manier AI kunnen gebruiken om openbare diensten te verbeteren, het concurrentievermogen te vergroten en een sterk innovatie-ecosysteem te ondersteunen."
Meta tegen Bits of Freedom: niet-geprofileerde feeds onder de Digital Services Act
Hof Amsterdam 10 maart 2026, IT&R 5132; ECLI:NL:GHAMS:2026:594 (META PLATFORMS IRELAND LTD. tegen STICHTING BITS OF FREEDOM). Deze zaak tussen Meta Platforms Ireland Ltd. en Stichting Bits of Freedom betreft een kort geding over de manier waarop Facebook en Instagram hun aanbevelingssystemen tonen aan gebruikers. Bits of Freedom stelde dat Meta in strijd handelde met de regels van de Digital Services Act (DSA), omdat gebruikers niet op een duidelijke en blijvende manier konden kiezen voor een niet-geprofileerde feed, zoals een chronologische tijdlijn. In eerste aanleg oordeelde de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam op 2 oktober 2025 dat Meta binnen twee weken maatregelen moest nemen om deze keuzeoptie duidelijk en permanent beschikbaar te maken op bepaalde onderdelen van Facebook en Instagram. Aan dit bevel werd een dwangsom verbonden van €100.000 per dag met een maximum van €5.000.000. Meta ging hiertegen in hoger beroep en voerde onder meer aan dat Bits of Freedom geen spoedeisend belang meer had en dat de interface van de platforms al voldoende mogelijkheden bood om naar een niet-geprofileerde feed te schakelen. Bits of Freedom stelde in incidenteel hoger beroep dat het maximum van de dwangsom te laag was en dat de keuzeopties voor gebruikers nog steeds niet voldoende toegankelijk waren.
Vorderingen Reddit tegen AP over verschoningsrecht afgewezen
Rb. Den Haag 4 maart 2026, IT 5124; ECLI:NL:RBDHA:2026:4248 (Reddit c.s. tegen de AP). De voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag heeft de vorderingen van Reddit tegen de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) afgewezen. Reddit had in kort geding diverse maatregelen gevorderd vanwege vermeende schending van het verschoningsrecht van advocaten tijdens een AVG-onderzoek van de toezichthouder. De AP is een onderzoek gestart naar de rechtmatigheid van de verwerking van persoonsgegevens door Reddit, in het bijzonder het beschikbaar stellen van openbare gebruikerscontent via API’s aan partners die large language models (LLM’s) ontwikkelen. In het kader van dat onderzoek heeft de AP inspecties uitgevoerd en toegang gevorderd tot verschillende interne systemen van Reddit, waaronder Jira, Google Vault, Ironclad en zogeheten SWAT-tabellen. Reddit weigerde volledige toegang tot deze systemen te verlenen. Volgens het bedrijf bevatten zij grote hoeveelheden informatie die onder het verschoningsrecht van advocaten vallen of beschermd worden door Amerikaans recht, zoals de Stored Communications Act. Ook vreesde Reddit dat de AP mogelijk vertrouwelijke informatie had verkregen via een voormalige werknemer die interne gegevens onrechtmatig zou hebben gekopieerd. In het kort geding vorderde Reddit onder meer dat de AP zou bevestigen of zij over geheimhoudersinformatie beschikte, dat een forensische kopie van relevante documenten zou worden veiliggesteld en dat conservatoir bewijsbeslag kon worden gelegd. Daarnaast verlangde Reddit dat de AP het verschoningsrecht strikt zou waarborgen conform recente jurisprudentie van de Hoge Raad.
Seminar over de Cyberbeveiligingswet op 16 april 2026
Veel van ons leven en werk speelt zich inmiddels af in de digitale wereld. Tegelijkertijd nemen cyberdreigingen toe, denk aan grote datalekken. Daarmee groeit het belang van goede digitale beveiliging voor bedrijven en publieke instellingen. Om het niveau van cyberbeveiliging binnen de Europese Unie te versterken is de NIS2-richtlijn opgesteld, de opvolger van de eerdere NIS1-richtlijn.
In Nederland wordt deze richtlijn geïmplementeerd via de Cyberbeveiligingswet (Cbw), die naar verwachting in het tweede kwartaal van 2026 in werking treedt. De Cbw vervangt de huidige Wet beveiliging netwerk- en informatiesystemen (Wbni) en introduceert strengere verplichtingen voor organisaties in sectoren met een belangrijk maatschappelijk of economisch gewicht. De wet bevat onder meer regels over risicobeheer, meldplichten bij incidenten, bestuurlijke verantwoordelijkheid en toezicht. Daarnaast speelt de samenwerking met zogeheten Computer Security Incident Response Teams (CSIRT’s) een belangrijke rol bij het detecteren en afhandelen van cyberincidenten.
Tegelijkertijd wordt ook de Critical Entities Resilience Directive (CER-richtlijn) in Nederland geïmplementeerd, via de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten (Wwke). Beide wetten zullen naar verwachting gelijktijdig in werking treden en markeren een belangrijke stap in het versterken van de digitale weerbaarheid van vitale sectoren.
Rechtbank Rotterdam: ACM mocht toezeggingen van Ticketmaster bindend verklaren
Rb. Rotterdam 6 maart 2026, IT&R 5131; ECLI:NL:RBROT:2026:2165 (TicketSwap tegen de ACM). De Rechtbank Rotterdam beoordeelt in deze zaak het beroep van TicketSwap tegen het besluit van de ACM om toezeggingen van Ticketmaster bindend te verklaren op grond van artikel 12h Instellingswet ACM. Aanleiding was een klacht en later een handhavingsverzoek van TicketSwap over de doorverkoop van door Ticketmaster uitgegeven mobile-only tickets. De ACM heeft in haar onderzoek geen overtreding vastgesteld, maar wel drie mededingingsrisico’s geïdentificeerd: een gebrek aan concurrentie op de secundaire ticketmarkt, het ontbreken van de mogelijkheid om mobile-only tickets op Ticketmasters eigen doorverkoopplatform onder de oorspronkelijke prijs aan te bieden, en het risico dat effectieve concurrentie in de praktijk wordt bemoeilijkt door deactivering van de transferfunctionaliteit en gebrekkige informatievoorziening. Vervolgens heeft Ticketmaster toezeggingen gedaan, onder meer over het gebruik van de transferfunctionaliteit, verkoop onder de originele prijs en informatieverstrekking; die toezeggingen heeft de ACM op 20 december 2024 bindend verklaard. De rechtbank stelt voorop dat deze bevoegdheid van de ACM discretionair is en daarom terughoudend moet worden getoetst: beslissend is of de ACM zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat de toezeggingen de door haar vastgestelde mededingingsrisico’s adequaat wegnemen.
Streamingabonnement als dienst: herroepingsrecht en vergoeding bij video‑on‑demand
Conclusie A-G 26 februari 2026, IT&R 5130; ECLI:EU:C:2026:115 (Sky Österreich Fernsehen GmbH tegen Verein für Konsumenteninformation). De zaak C‑234/25 betreft een geschil tussen een Oostenrijkse aanbieder van een streamingdienst (Sky Österreich Fernsehen) en een consument over de vraag of een abonnement op een video‑on‑demand‑/streamingdienst moet worden gekwalificeerd als “digitale inhoud” of als een “dienst” in de zin van de Richtlijn consumentenrechten 2011/83/EU, en wat daarvan de gevolgen zijn voor het herroepingsrecht en de eventuele vergoeding bij uitoefening daarvan. Feitelijk gaat het om een consument die een streamingabonnement heeft afgesloten voor toegang tot audiovisuele content, waarbij hij binnen de herroepingstermijn gebruik heeft gemaakt van zijn herroepingsrecht, terwijl de dienst al (volledig en doorlopend) beschikbaar was gesteld; de handelaar stelde zich op het standpunt dat sprake was van “digitale inhoud” en dat, gelet op de aanvang en (nagenoeg) volledige uitvoering van de prestatie, het herroepingsrecht was komen te vervallen en/of dat de consument een vergoeding verschuldigd was voor de reeds genoten toegang. Het Oberste Gerichtshof heeft de behandeling geschorst en een prejudiciële vraag aan het Hof van Justitie gesteld over de kwalificatie van een dergelijke streamingdienst en over de wijze waarop artikel 14, lid 3, en artikel 16, onder m), van Richtlijn 2011/83 moeten worden uitgelegd in dit soort situaties. In de kern is de vordering van de consument erop gericht om kosteloze ontbinding (herroeping) en terugbetaling van de gedane betalingen te verkrijgen, terwijl de handelaar juist vergoeding voor de reeds verleende prestatie en/of bevestiging van het verval van het herroepingsrecht nastreeft.
Phishing via valse ICS-berichten: oplichting, phishinginfrastructuur, computervredebreuk en vuurwapenbezit
Hof Amsterdam 16 oktober 2025, IT&R 5128; ECLI:NL:GHAMS:2025:3771 (Openbaar Ministerie tegen [verdachte]). In deze strafzaak oordeelt het Gerechtshof Amsterdam dat de verdachte zich schuldig maakt aan een samenhangende phishingconstructie gericht op klanten van International Card Services (ICS). Het hof acht bewezen dat hij in de periode van 1 augustus 2023 tot en met 30 september 2023 meermalen twee slachtoffers door valse, als van ICS afkomstige e-mails en nagemaakte ICS-websites beweegt tot het prijsgeven van inlog-, bank- en klantgegevens en tweefactorauthenticatiecodes, zodat sprake is van oplichting. Daarnaast acht het hof bewezen dat de verdachte in de periode van 1 augustus 2023 tot en met 6 januari 2024 phishingwebsites en bijbehorende bestanden voorhanden heeft met het oogmerk computervredebreuk te plegen, en dat hij met de aldus verkregen gegevens via de ICS-app meermalen binnendringt in het geautomatiseerde werk van ICS door zich voor te doen als geautoriseerde klant. Het hof verbindt de verdachte aan deze feiten op basis van onder meer de hostinggegevens, de aan hem te koppelen cryptowallet, het bij de hosting gebruikte e-mailadres, het IP-adres van zijn woonadres, de op zijn telefoons aangetroffen Telegram-bots en de gephishte gegevens van in totaal 65 personen. Ook acht het hof bewezen dat hij een gasvuurwapen in de vorm van een revolver voorhanden heeft. Wel volgt partiële vrijspraak voor zover onder feit 1 ook oplichting van ICS is ten laste gelegd, omdat de tenlastelegging geen oplichtingshandelingen jegens ICS zelf bevat, en voor enkele onderdelen van de feiten 1 en 2 waarvoor het dossier onvoldoende grondslag biedt.
Cameratoezicht in een burengeschil: beveiligingsbelang begrensd door privacy
Rb. Overijssel 25 februari 2026, IT&R 5127; ECLI:NL:RBOVE:2026:1222 ([eiser] tegen [gedaagden]). In dit kort geding beoordeelt de voorzieningenrechter of vier door gedaagden geplaatste camera’s een onrechtmatige inbreuk maken op de persoonlijke levenssfeer van hun buurvrouw. Daarbij stelt de rechter voorop dat een eigenaar in beginsel camera’s mag plaatsen ter beveiliging van de eigen woning en het eigen perceel, maar dat dit recht wordt begrensd zodra ook de achtertuin van een ander of een groot deel van de openbare weg in beeld komt. Per camera moet daarom worden beoordeeld of sprake is van een privacy-inbreuk en, zo ja, of daarvoor een rechtvaardigingsgrond bestaat. De camera aan de achterzijde van de woning hoeft niet te worden verwijderd, omdat vaststaat dat deze door de verhoogde schutting de tuin van eiseres niet langer filmt en onvoldoende aannemelijk is dat zij alsnog het openbare achterpad registreert. De beveiligingscamera aan de voorzijde mag blijven hangen, maar moet wel aantoonbaar zo worden gepositioneerd dat uitsluitend het eigen perceel wordt gefilmd, omdat voldoende aannemelijk is dat deze anders ook de openbare weg in beeld brengt. De deurbelcamera aan de voorzijde moet worden verwijderd, omdat voldoende aannemelijk is dat deze een deel van de openbare stoep filmt, terwijl gedaagden onvoldoende onderbouwen dat die inbreuk noodzakelijk is of niet op een minder ingrijpende wijze kan worden voorkomen. Aan beide veroordelingen verbindt de voorzieningenrechter een gematigde dwangsom.
Mediavrijheid en radiospectrum: Hongarije schendt Unierecht door uitsluiting van Klubrádió
HvJ EU 26 februari 2026, IT&R 5129; ECLI:EU:C:2026:108 (Europese Commissie tegen Hongarije). In deze niet-nakomingsprocedure oordeelt het Hof van Justitie dat Hongarije het Unierecht heeft geschonden door Klubrádió op onevenredige wijze de voortzetting van uitzendingen op de FM-frequentie 92.9 MHz te beletten. Het Hof stelt eerst vast dat de betrokken Hongaarse regeling en besluiten weliswaar raken aan media-inhoud, maar tegelijk rechtstreeks betrekking hebben op de toewijzing en verlenging van gebruiksrechten voor radiospectrum, zodat het Unierechtelijke kader voor elektronische communicatie van toepassing is. Tegen die achtergrond acht het Hof § 48, lid 7, van de Hongaarse mediawet onverenigbaar met de eisen van evenredigheid, omdat die bepaling de verlenging van gebruiksrechten automatisch uitsluit zodra sprake is van een herhaalde inbreuk, ook als die inbreuk louter formeel en gering is en al met een geldboete is bestraft. Daardoor is ook het besluit van de mediaraad van 8 september 2020 onrechtmatig, waarbij de verlenging van Klubrádió’s rechten wordt geweigerd wegens herhaalde tekortkomingen bij het aanleveren van gegevens over uitzendquota. Daarnaast stelt het Hof vast dat dit weigeringsbesluit veel te laat is genomen, namelijk niet binnen de in de machtigingsrichtlijn voorgeschreven termijn van zes weken, zodat ook artikel 5, lid 3, van die richtlijn en het beginsel van behoorlijk bestuur zijn geschonden.
Rechtbank Amsterdam: SDBN voldoet volgens tussenuitspraak niet aan ontvankelijkheidseisen WAMCA
Rb. Amsterdam 4 februari 2026, IEF 23327; IEFbe 5126; ECLI:NL:RBAMS:2026:1555 (SDBN tegen X Corp c.s.). De Rechtbank Amsterdam oordeelt in deze tussenuitspraak dat Stichting Data Bescherming Nederland (SDBN) op basis van de huidige stand van de procedure niet ontvankelijk zou moeten worden verklaard in haar collectieve vorderingen tegen X Corp c.s. over het gebruik van persoonsgegevens via MoPub-apps. Volgens de rechtbank is niet voldaan aan het representativiteitsvereiste van artikel 3:305a BW. Daarbij weegt mee dat SDBN zegt op te komen voor een zeer omvangrijke groep, die volgens de rechtbank in de praktijk ongeveer overeenkomt met vrijwel alle Nederlandse smartphonegebruikers in de relevante periode, terwijl zich slechts circa 11.000 personen via de website hebben aangemeld. Dat aantal acht de rechtbank, afgezet tegen een potentiële groep van ongeveer 11 miljoen personen, te gering om te kunnen aannemen dat sprake is van een voldoende echte en niet te verwaarlozen achterban. Ook acht de rechtbank van belang dat de website van SDBN geen volledig juist beeld gaf van de ingestelde procedure, omdat daar onvoldoende duidelijk werd gemaakt dat de zaak in wezen betrekking heeft op schadevergoeding wegens gegevensverwerkingen uit het verleden, uitsluitend tegen X Corp c.s., en niet op het afdwingen van toekomstig gedrag van “Twitter en andere bedrijven”.