Schrijf u hier in voor de gratis wekelijkse nieuwsbrief van IT & Recht
In deze gratis nieuwsbrief vindt u de jurisprudentie van IT & Recht. Handig voor jurisprudentielunches en als u zelf besprekingen voorbereidt.
Schrijf u hier in voor de gratis wekelijkse nieuwsbrief van IT & Recht
Rb Den Haag: de term “glasvezel-kabel(netwerk)’ in de zaak tussen KPN en Ziggo is niet misleidend
Rb. Den Haag 15 april 2026, RB 4009; IT5270; ECLI:NL:RBDHA:2026:8997 (KPN tegen Ziggo). In deze procedure bij de Rechtbank Den Haag staat de vraag centraal of de wijze waarop Ziggo haar netwerk aanduidt als “glasvezel‑kabel(netwerk)” en haar diensten promoot, misleidend is in de zin van de regels inzake oneerlijke handelspraktijken en vergelijkende reclame. KPN stelt dat Ziggo ten onrechte de indruk wekt dat sprake is van een volledig glasvezelnetwerk en dat consumenten daardoor worden misleid bij de keuze voor een internetabonnement. Daarnaast verwijt KPN Ziggo dat zij haar netwerk en diensten op onjuiste wijze vergelijkt met die van KPN. De rechtbank wijst de vorderingen van KPN af. Zij stelt voorop dat de beoordeling van misleiding plaatsvindt vanuit het perspectief van de gemiddeld geïnformeerde, omzichtige en oplettende consument. Tegen die achtergrond oordeelt de rechtbank dat de aanduiding “glasvezel‑kabel(netwerk)” op zichzelf niet misleidend is. Van belang is dat Ziggo in haar communicatie duidelijk maakt dat het gaat om een hybride netwerk, waarbij glasvezel wordt gecombineerd met een kabelverbinding tot aan de woning. De enkele omstandigheid dat KPN een volledig glasvezelnetwerk aanbiedt, betekent niet dat Ziggo deze terminologie niet mag gebruiken. Ook de door KPN bestreden 97%-claim van Ziggo, inhoudende dat 97% van het internetsignaal via glasvezel en 3% via coax loopt, houdt stand.
Hof gelast bewijslevering in geschil over ontwikkeling digitale taxatietool
Hof Arnhem-Leeuwarden 14 april 2026, IT 5267; ECLI:NL:GHARL:2026:2284 (Visualmedia tegen [geïntimeerde]). Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft in een geschil over de ontwikkeling van een digitale taxatietool geoordeeld dat nog niet kan worden vastgesteld of softwareontwikkelaar Visualmedia tekortgeschoten is in de nakoming van haar verplichtingen. Het hof laat opdrachtgever [geïntimeerde], een bedrijfsmakelaar, toe tot bewijslevering over gestelde tekortkomingen bij de ontwikkeling van de applicatie. Partijen sloten eind 2018 een overeenkomst voor de ontwikkeling van een digitale taxatietool voor commercieel vastgoed. De tool moest taxatiegegevens via SBR Nexus in XBRL-formaat kunnen aanleveren aan banken. Volgens [geïntimeerde] had Visualmedia toegezegd een volledige taxatietool te ontwikkelen die beter zou zijn dan de bestaande NVM-tool Flux. Ook stelde hij dat de ontwikkeling veel duurder uitviel dan aanvankelijk begroot en dat uiteindelijk geen bruikbaar eindresultaat werd opgeleverd. Visualmedia betwistte dat sprake was van een resultaatsverbintenis. Volgens het web- en marketingbureau zag de oorspronkelijke offerte slechts op een basisversie van de software, ontwikkeld in sprints, waarbij tussentijds steeds aanvullende wensen en werkzaamheden werden toegevoegd.
Kantonrechter: blokkade domeinnamen gerechtvaardigd wegens onbetaalde hostingfacturen
Rb. Midden-Nederland 22 april 2026, IEF23545; IT5268; ECLI:RBMNE:2026:2141 ([eiseres] tegen [gedaagde]). In deze zaak staat een geschil centraal tussen een webhosting- en onderhoudsbedrijf ([eiser]) en een ondernemer ([gedaagde]) over onbetaalde facturen voor technisch websiteonderhoud, webhosting, domeinregistratie en e-mailhosting. Tussen partijen bestond een overeenkomst op grond waarvan [eiser] technisch onderhoud verrichtte aan de websites van [gedaagde] en daarnaast zorgde voor webhosting, domeinregistratie en e-mailhosting. Volgens [eiser] waren drie facturen – na een gedeeltelijke betaling op één daarvan – onbetaald gebleven, voor een totaalbedrag van € 373,97. Later vermeerderde [eiser] haar eis met een vierde factuur voor domeinregistratie na de datum waarop de overeenkomst was ontbonden. [gedaagde] erkende een deel van de facturen verschuldigd te zijn, maar voerde onder meer aan dat een abonnement al in februari 2024 zou zijn opgezegd en dat sommige facturen hem nooit hadden bereikt. De rechtbank oordeelt dat niet is komen vast te staan dat de vermeende opzeggingsbrief [eiser] daadwerkelijk heeft bereikt. Daarbij verwijst de kantonrechter naar artikel 3:37 lid 3 BW, waarin is bepaald dat een tot een bepaalde persoon gerichte verklaring pas werking heeft zodra deze de geadresseerde heeft bereikt. Omdat [gedaagde] niet kon aantonen dat de opzegging was verzonden of ontvangen, liep de overeenkomst door en bleef hij de abonnementskosten verschuldigd. Ook het verweer dat facturen niet zouden zijn ontvangen slaagt niet, nu de facturen later alsnog per e-mail zijn toegestuurd en ontvangst daarvan niet werd betwist. De kantonrechter oordeelt vervolgens dat [gedaagde] na het verstrijken van de in de aanmaningen en ingebrekestellingen genoemde termijnen in verzuim is geraakt, zodat wettelijke handelsrente verschuldigd is. Verder stond vast dat [gedaagde] ondanks herhaalde aanmaningen en ingebrekestellingen een betalingsachterstand had laten ontstaan. De kantonrechter acht die tekortkoming ernstig genoeg om ontbinding van de overeenkomst te rechtvaardigen. Daarbij weegt mee dat [eiser] al sinds 2016 correspondeerde over onbetaalde facturen en dat ook na juridisch advies geen volledige betaling volgde.
Raad van State: hyperlinks naar fysieke vestigingen op gokwebsite kwalificeren als reclame
Raad van State 22 april 2026, RB 4008; IT 5266; ECLI:NL:RVS:2026:2287 (Holland Casino tegen de Ksa). De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat de Kansspelautoriteit (Ksa) Holland Casino terecht een last onder dwangsom heeft opgelegd wegens verboden reclame-uitingen op haar online kansspelinterface. Centraal stond de vraag of hyperlinks naar fysieke vestigingen en restaurants van Holland Casino op de website voor online kansspelen kwalificeren als “wervings- en reclameactiviteiten” in de zin van het Besluit kansspelen op afstand (Bkoa). Holland Casino beschikte sinds 1 oktober 2021 naast vergunningen voor fysieke casino’s ook over een vergunning voor online kansspelen. Op de online kansspelwebsite stonden navigatieknoppen met onder meer de teksten “vestigingen” en “restaurants”. Via deze hyperlinks konden bezoekers doorklikken naar pagina’s over de fysieke casino’s en horeca-activiteiten van Holland Casino. Volgens de Ksa was dit in strijd met artikel 4.2 lid 5 Bkoa, dat bepaalt dat op de kansspelinterface geen reclame mag worden gemaakt voor andere goederen of diensten dan de vergunde online kansspelen. Daarom legde de Ksa een last onder dwangsom van maximaal €25.000 op.
Voldoende menselijke tussenkomst bij gebruik selectiemodel Belastingdienst
Rb. Den Haag 19 februari 2026, IT 5265; ECLI:NL:RBDHA:2026:5199 ([eiseres] tegen de inspecteur van de Belastingdienst). De rechtbank heeft geoordeeld dat de Belastingdienst het risicoselectiemodel “OB Negatief” rechtmatig mocht gebruiken bij de selectie van een onderneming voor een boekenonderzoek naar omzetbelasting. De onderneming stelde dat sprake was van verboden geautomatiseerde besluitvorming in strijd met de AVG en verwees daarbij onder meer naar het Schufa-arrest van het Hof van Justitie van de EU [IT 3789].
Inzagevordering tegen crypto-exchange toegewezen wegens boilerroomfraude
Rb. Midden-Nederland 15 april 2026, IT 5264; ECLI:NL:RBMNE:2026:2121 ([verzoekende partij] tegen Kucoin). De Rechtbank Midden-Nederland heeft cryptobeurs KuCoin verplicht om identificerende gegevens en transactieoverzichten te verstrekken van gebruikersaccounts die gekoppeld zijn aan blockchainadressen die betrokken zouden zijn bij boilerroomfraude. Een slachtoffer van crypto-oplichting stelde via een nepadvertentie ruim € 166.000 aan cryptovaluta te hebben verloren. Uit blockchainonderzoek van DataExpert bleek dat een deel van de gelden terechtkwam op een exchangeplatform van KuCoin.
Geen spoedeisend belang bij verzoek om uitgebreide AVG-inzage
Rb. Rotterdam 9 maart 2026, IT 5263; ECLI:NL:RBROT:2026:2915 ([verzoeker] tegen het College van B&W van Rotterdam). De voorzieningenrechter heeft een verzoek om voorlopige voorziening afgewezen in een zaak over inzage in persoonsgegevens en een Wmo-dossier. [verzoeker] stelde dat hij met een informatieachterstand procedeerde in een hogerberoepsprocedure over zijn Ziektewet-uitkering en daarom spoedeisend belang had bij onmiddellijke verstrekking van aanvullende gegevens.
Artikel geschreven door Fatma Pamuk, Banning Advocaten.
Datalekken aan de lopende band: wat eist de AVG van uw organisatie?
Artikel geschreven door Fatma Pamuk
Booking.com, Odido, Basic-Fit, Rituals, gemeente Epe – de lijst groeit. Allemaal grote organisaties die onlangs zijn getroffen door een datalek. Een vraag die vaak wordt gesteld is: wat vereist de AVG in die situaties? In deze blog worden twee belangrijke verplichtingen toegelicht: de beveiliging van persoonsgegevens en de meldplicht bij datalekken. Ook wordt stilgestaan bij de mogelijke gevolgen als dit niet wordt nageleefd.
Rechtbank Den Haag: overheid moet transparant zijn over AI-gebruik bij besluitvorming
Rb. Den Haag 10 juli 2025, IT 5260; ECLI:NL:RBDHA:2025:12290 ([eiser] tegen het COa). In deze zaak heeft de rechter geoordeeld dat een Handhaving- en Toezichlocatie-plaatsingsbesluit van het COa onvoldoende was gemotiveerd omdat niet transparant was gemaakt of en hoe AI was gebruikt bij de besluitvorming. De rechtbank benadrukt dat bestuursorganen melding moeten maken van het gebruik van algoritmes of AI-tools in besluiten, vanuit het oogpunt van effectieve rechtsbescherming. Daarnaast verbleef de vreemdeling volgens de rechtbank twee dagen zonder geldige juridische grondslag in de HTL, waardoor sprake was van onrechtmatige vrijheidsbeperking. De beroepen werden gegrond verklaard, het plaatsingsbesluit vernietigd en een schadevergoeding van € 1.425 toegekend.