DOSSIERS
Alle dossiers

Persoonsgegevens  

IT 5515

HvJ EU: onbeperkte openbaarmaking persoonsgegevens van alle aandeelhouders in strijd met AVG

HvJ EU 3 sep 2026, IT 5515; ECLI:EU:C:2026:679 (Jautiva), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/hvj-eu-onbeperkte-openbaarmaking-persoonsgegevens-van-alle-aandeelhouders-in-strijd-met-avg

HvJ EU 3 september 2026, IT 5515; ECLI:EU:C:2026:679 (Jautiva). Het Hof van Justitie oordeelt dat artikel 14, onder d), van Richtlijn (EU) 2017/1132 niet vereist dat informatie over alle aandeelhouders van de betrokken vennootschappen, waaronder minderheidsaandeelhouders, openbaar wordt gemaakt. Die bepaling ziet op personen die de vennootschap kunnen vertegenwoordigen of deelnemen aan het bestuur, toezicht of de controle daarvan. Aandeelhouders vallen daar niet als zodanig onder: hun hoedanigheid vloeit voort uit hun deelneming in het kapitaal en verschilt van die van leden van bestuurs- en leidinggevende organen. Ook de bevoegdheden van de algemene vergadering zijn volgens het Hof van een andere aard. Bovendien is informatie over met name minderheidsaandeelhouders in beginsel niet relevant voor derden, omdat zij de vennootschap doorgaans niet kunnen vertegenwoordigen, binden of besturen. Omdat Richtlijn 2017/1132 openbaarmaking van hun gegevens niet voorschrijft, hoeft het Hof niet meer te beoordelen of artikel 14, onder d), zelf geldig is in het licht van de artikelen 7 en 8 Handvest.

IT 5505

EVR-registratie blijft in stand ondanks verslechterde financiële situatie

Rechtbank Den Haag 5 jun 2026, IT 5505; ECLI:NL:RBDHA:2026:21760 ([eiseres] tegen Klaverblad), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/evr-registratie-blijft-in-stand-ondanks-verslechterde-financiele-situatie

Rb. Den Haag 5 juni 2026, IT 5505; ECLI:NL:RBDHA:2026:21760 ([eiseres] tegen Klaverblad). Een zelfstandig letselschadebehandelaar vordert in kort geding verwijdering van haar persoonsgegevens uit het Extern Verwijzingsregister (EVR), het Intern Verwijzingsregister (IVR) en overige schaderegisters en ongedaanmaking van de melding bij het fraudeloket van het Centrum voor Bestrijding van Verzekeringscriminaliteit (CBV). Klaverblad had de registraties aangebracht nadat was gebleken dat eiseres bij een integriteitsonderzoek voorafgaand aan een overeenkomst van opdracht haar eerdere betrokkenheid bij frauderegistraties niet had gemeld. Over de oorspronkelijke rechtmatigheid van die registraties was al eerder geprocedeerd: de voorzieningenrechter wees haar vorderingen in 2024 af en het hof bekrachtigde dat vonnis in 2025. In deze nieuwe procedure kan daarom niet opnieuw worden beoordeeld of de registraties destijds terecht zijn aangebracht, maar wel of de door eiseres gestelde gewijzigde omstandigheden maken dat handhaving daarvan inmiddels disproportioneel is. Voor de registraties anders dan het EVR en voor de CBV-melding ontbreekt volgens de voorzieningenrechter spoedeisend belang, omdat niet is gesteld of gebleken dat juist die registraties haar werkzaamheden of inkomen belemmeren. De inhoudelijke beoordeling beperkt zich daarom tot de EVR-registratie.

IT 5503

Artikel 54 AVG sluit toepassing Woo op toezichtsinformatie AP niet uit

Rechtbank Amsterdam 1 jul 2026, IT 5503; ECLI:NL:RBAMS:2026:6692 (eiseres tegen de AP en GGD GHOR), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/artikel-54-avg-sluit-toepassing-woo-op-toezichtsinformatie-ap-niet-uit

Rb. Amsterdam 1 juli 2026, IT 5503; ECLI:NL:RBAMS:2026:6692 (eiseres tegen de AP en GGD GHOR). Eiseres heeft de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) op grond van de Wet open overheid verzocht om informatie over een datalek uit januari 2021 waarbij de GGD-systemen CoronIT, HPZone en HPZone Lite waren betrokken en over het onderzoek van de AP daarnaar. De AP wees het verzoek volledig af en stelde onder meer dat art. 54 lid 2 AVG, dat een beroepsgeheim oplegt aan leden en personeel van toezichthoudende autoriteiten, eraan in de weg staat dat deze gevoelige toezichtsinformatie onder de Woo openbaar wordt gemaakt. De rechtbank volgt dat niet. Hoewel de AVG als rechtstreeks werkende Unierechtelijke verordening voorrang heeft boven nationaal recht, bevat art. 54 lid 2 AVG volgens de rechtbank geen regeling die documenten die bij de AP berusten aan openbaarmaking onttrekt. De bepaling ziet op het beroepsgeheim van personen die bij de toezichthouder werkzaam zijn ten aanzien van vertrouwelijke informatie die hun bij de uitoefening van hun taken bekend is geworden. Anders dan bijvoorbeeld een bepaling die uitdrukkelijk het verstrekken van informatie regelt, biedt art. 54 lid 2 AVG geen grond om de openbaarmakingsregels van de Woo buiten toepassing te laten. De AP moet daarom aan de hand van de Woo beoordelen of en in hoeverre de gevraagde documenten openbaar kunnen worden gemaakt.

IT 5502

Belastingdienst mag persoonsgegevens leden businessclub opvragen; gegevens over evenementbezoek gaan te ver

Rechtbank Noord-Holland 2 sep 2026, IT 5502; ECLI:NL:RBNHO:2026:11306 (de Belastingdienst tegen [gedaagde]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/belastingdienst-mag-persoonsgegevens-leden-businessclub-opvragen-gegevens-over-evenementbezoek-gaan-te-ver

Rb. Noord-Holland 2 september 2026, IT 5502; ECLI:NL:RBNHO:2026:11306 (de Belastingdienst tegen [gedaagde]). De Belastingdienst vordert in kort geding dat een exploitant van luxe herenmodezaken op grond van art. 47, 49 en 53 AWR gegevens verstrekt over de leden van haar businessclub. Volgens de onderneming gaat het om een ongeoorloofde fishing expedition en vormt de bulkuitvraag van rechtstreeks herleidbare persoonsgegevens een disproportionele inmenging in de privacy van haar klanten, in strijd met de AVG en art. 8 EVRM. De voorzieningenrechter oordeelt dat art. 47 en 53 AWR de Belastingdienst een ruime bevoegdheid geven om bij administratieplichtigen gegevens op te vragen die voor de belastingheffing van derden van belang kunnen zijn. Niet vereist is dat vooraf voor iedere individuele belastingplichtige concrete aanwijzingen bestaan; ook serievragen over een afgebakende categorie derden zijn toegestaan. De uitvraag betreft hier een vooraf bepaalde, inhoudelijk samenhangende groep – de leden van de businessclub gedurende een beperkt aantal fiscale jaren – en de Belastingdienst heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat de gegevens relevant kunnen zijn voor onder meer de fiscale verwerking van kleding, shoptegoeden en deelname aan activiteiten. Van een fishing expedition of détournement de pouvoir is daarom geen sprake. De voorzieningenrechter ziet evenmin aanleiding prejudiciële vragen aan de Hoge Raad te stellen.

IT 5494

Rechtbank: politie handelt onrechtmatig door politiegegevens met ANWB te delen

Rechtbank Den Haag 29 jul 2026, IT 5494; ECLI:NL:RBDHA:2026:21977 ([eisers] tegen de politie), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/rechtbank-politie-handelt-onrechtmatig-door-politiegegevens-met-anwb-te-delen

Rb. Den Haag 29 juli 2026, IT 5494; ECLI:NL:RBDHA:2026:21977 ([eisers] tegen de politie). De rechtbank oordeelt dat de politie onrechtmatig heeft gehandeld door in 2022 politiegegevens over een ondernemer met de ANWB te delen. De politie heeft de ANWB meegedeeld dat de ondernemer werd verdacht van deelname aan een criminele organisatie met het oogmerk de Opiumwet te overtreden en heeft conclusies uit een proces-verbaal met restinformatie gedeeld. Volgens de rechtbank vond deze gegevensverstrekking plaats op grond van de Wet politiegegevens (Wpg) en niet op grond van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens. Artikel 19 Wpg staat incidentele verstrekking van politiegegevens aan derden slechts toe voor bepaalde wettelijke doeleinden en indien dit noodzakelijk is met het oog op een zwaarwegend algemeen belang, waarbij ook aan proportionaliteit en subsidiariteit moet zijn voldaan. De politie heeft onvoldoende onderbouwd hoe de verstrekking aan de ANWB kon bijdragen aan de bestrijding van drugscriminaliteit of het voorkomen van reputatieschade bij de ANWB. Daarbij weegt mee dat de politie de ANWB ook wilde bewegen de licentieovereenkomst met de ondernemer te heroverwegen en daarmee probeerde in te grijpen in hun civielrechtelijke relatie. Ook mondeling of informeel verstrekte persoonsgegevens vallen onder de Wpg.

IT 5489

Gemeente Amsterdam moet zoekslag naar persoonsgegevens beter motiveren

Rechtbank Amsterdam 1 jul 2026, IT 5489; ECLI:NL:RBAMS:2026:6773 (eiser tegen het college), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/gemeente-amsterdam-moet-zoekslag-naar-persoonsgegevens-beter-motiveren

Rb. Amsterdam 1 juli 2026, IT 5489; ECLI:NL:RBAMS:2026:6773 (eiser tegen het college). De rechtbank oordeelt in een tussenuitspraak dat het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam onvoldoende inzichtelijk heeft gemaakt hoe het heeft gezocht naar persoonsgegevens van eiser naar aanleiding van diens inzageverzoek op grond van artikel 15 AVG. Eiser, voormalig werknemer van de gemeente Weesp, stelde dat zijn personeelsdossier meer documenten moest bevatten dan het college had verstrekt. Tijdens de procedure bleek na een nieuwe zoekslag dat nog drie documenten uit 2008 en 2009 waren aangetroffen. Volgens vaste rechtspraak geldt dat wanneer een bestuursorgaan stelt dat bepaalde documenten niet of niet meer onder hem berusten en die mededeling niet ongeloofwaardig voorkomt, het vervolgens aan de verzoeker is om aannemelijk te maken dat de documenten toch onder het bestuursorgaan berusten. Daarvoor moet het bestuursorgaan wel voldoende inzichtelijk maken hoe de zoekslag is uitgevoerd. Dat heeft het college hier niet gedaan: uit de besluitvorming blijkt niet in welke systemen is gezocht, welke zoektermen zijn gebruikt, bij welke personen navraag is gedaan en welke vragen daarbij zijn gesteld. Ook de latere toelichting dat in het fysieke dossier en in Decos is gezocht, acht de rechtbank onvoldoende. Het bestreden besluit is daarom in strijd met het motiveringsbeginsel.

IT 5486

Beperkte openbaarheid raadsenquêtedocumenten Zevenaar blijft in stand

Overige instanties 20 mei 2026, IT 5486; ECLI:NL:RVS:2026:2693 (appellante tegen verweerder), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/beperkte-openbaarheid-raadsenquetedocumenten-zevenaar-blijft-in-stand

RvS 20 mei 2026, IT 5486; ECLI:NL:RVS:2026:2693 (appellante tegen verweerder). De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat het beroep van [appellante] tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Zevenaar van 13 juni 2023 ongegrond is. Met dat besluit heeft het college de eerder opgelegde beperkingen aan de openbaarheid van documenten van de gemeentelijke raadsenquêtecommissie P&O Zevenaar gedeeltelijk opgeheven. Bij inzage moet de streekarchivaris de AVG in acht nemen en persoonsgegevens en tot personen herleidbare gegevens pseudonimiseren, in dit geval door deze weg te lakken. De Afdeling stelt eerst vast dat een besluit op grond van artikel 15 Archiefwet 1995 op extern rechtsgevolg is gericht en daarom appellabel is, zodat [appellante] ontvankelijk is in haar beroep. Voor een groot deel van haar beroepsgronden verwijst de Afdeling naar een samenhangende uitspraak van dezelfde datum, waarin nagenoeg dezelfde gronden al zijn beoordeeld en verworpen.

IT 5481

Beperking kennisneming stukken gerechtvaardigd ter bescherming persoonsgegevens van bewoners

Overige instanties 20 aug 2026, IT 5481; ECLI:NL:CBB:2026:388 (AHW tegen ACM), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/beperking-kennisneming-stukken-gerechtvaardigd-ter-bescherming-persoonsgegevens-van-bewoners

CBb 20 augustus 2026, IT 5481; ECLI:NL:CBB:2026:388 (AHW tegen ACM). De rechter-commissaris van het College van Beroep voor het bedrijfsleven oordeelt dat de door de Autoriteit Consument en Markt (ACM) verzochte beperking van de kennisneming van verschillende gedingstukken op grond van artikel 8:29 Awb gerechtvaardigd is. De stukken zijn overgelegd in het hoger beroep van Atlantic Huis WKO-Bron B.V. tegen een uitspraak van de Rechtbank Rotterdam en bevatten volgens de ACM persoonsgegevens van bewoners en gegevens waaruit privégegevens kunnen worden afgeleid. Bij de beoordeling weegt de rechter-commissaris enerzijds het belang dat partijen beschikken over dezelfde voor het beroep relevante informatie en dat het College over alle informatie beschikt die nodig is om de zaak juist en zorgvuldig af te doen, en anderzijds het belang dat betrokkenen niet onevenredig worden benadeeld door kennisneming van hun persoonsgegevens. Ook het belang van de ACM om in de toekomst de informatie aangeleverd te krijgen die zij voor een goede uitoefening van haar taken nodig heeft, wordt meegewogen.

IT 5492

Hof Amsterdam: LinkedIn verbeurt maximale dwangsom wegens plaatsing li_gc-cookie

Gerechtshof Amsterdam 4 aug 2026, IT 5492; ECLI:NL:GHAMS:2026:2154 (LinkedIn tegen [geïntimeerde]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/hof-amsterdam-linkedin-verbeurt-maximale-dwangsom-wegens-plaatsing-li-gc-cookie

Hof Amsterdam 4 augustus 2026, IT 5492; ECLI:NL:GHAMS:2026:2154 (LinkedIn tegen [geïntimeerde]. Het hof bekrachtigt het vonnis in een executiegeschil tussen LinkedIn en een gebruiker over het plaatsen van cookies. In een kortgedingvonnis uit 2024 was LinkedIn geboden om het zonder toestemming (doen) plaatsen of uitlezen van trackingcookies of andere cookies waarvoor toestemming is vereist op de apparaten van de gebruiker te staken, op straffe van dwangsommen. Volgens de gebruiker heeft LinkedIn dit gebod overtreden door onder meer de cookies bcookie en li_gc te plaatsen. Het hof oordeelt dat het gebod niet is beperkt tot één specifieke cookie, maar in beginsel iedere trackingcookie of andere toestemmingsplichtige cookie omvat. De bcookie valt echter niet onder het gebod, omdat in het vonnis uit 2024 onvoldoende aannemelijk was geacht dat voor deze cookie toestemming was vereist. De li_gc-cookie kan wel onder het gebod vallen.

IT 5480

Misbruik van recht bij AVG-inzageverzoek; verzoeker niet-ontvankelijk

Rechtbank Noord-Holland 21 jul 2026, IT 5480; ECLI:NL:RBNHO:2026:9166 ([verzoeker] tegen At Home), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/misbruik-van-recht-bij-avg-inzageverzoek-verzoeker-niet-ontvankelijk

Rb. Noord-Holland 21 juli 2026, IT 5480; ECLI:NL:RBNHO:2026:9166 ([verzoeker] tegen At Home). De Rechtbank verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek om At Home Vastgoed Beheer B.V. te verplichten volledige inzage in zijn persoonsgegevens te verstrekken. Verzoeker had naar aanleiding van een marketingmail op grond van artikel 15 AVG om inzage gevraagd en stelde dat de reactie van At Home daarop onvolledig, onjuist en misleidend was. At Home voerde aan dat verzoeker misbruik maakte van zijn (proces)recht. De rechtbank stelt voorop dat bij het aannemen van misbruik van recht op grond van artikel 3:13 BW, bezien in samenhang met artikel 12 lid 5 AVG, terughoudendheid moet worden betracht. Volgens het door de rechtbank aangehaalde Unierechtelijke beoordelingskader zijn voor misbruik zowel objectieve omstandigheden als een subjectief element vereist en moeten alle feiten en omstandigheden van het geval worden betrokken. Daarbij mag ook rekening worden gehouden met openbaar toegankelijke informatie waaruit blijkt dat iemand stelselmatig volgens een vergelijkbaar patroon inzageverzoeken en schadevergoedingsvorderingen indient bij verschillende verwerkingsverantwoordelijken.