Frauderegistratie onder de AVG: duur van de registratie moet proportioneel zijn
Hof Arnhem-Leeuwarden 2 december 2025, IT 5186; ECLI:NL:GHARL:2025:7685 ([appellante] tegen ASR). Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat een verzekeraar (ASR) persoonsgegevens mag opnemen in interne en externe frauderegisters bij opzettelijke misleiding door een verzekeringnemer, maar dat de duur van die registratie afzonderlijk moet worden getoetst aan het proportionaliteitsbeginsel van de AVG. De zaak betreft een arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV) die was aangevraagd in het kader van een financieringstraject. Bij de aanvraag had [appellante] in de gezondheidsverklaring relevante medische informatie niet gemeld, waaronder een recent verkeersongeval en langdurige klachten. Nadat de verzekeraar via externe bronnen kennis kreeg van deze informatie, werd een onderzoek ingesteld. Dit leidde tot registratie van [appellante] in het Interne Verwijzingsregister (IVR) en het Externe Verwijzingsregister (EVR) voor de maximale duur van acht jaar. Centraal stond de vraag of deze registratie in strijd was met de Algemene verordening gegevensbescherming en het Protocol Incidentenwaarschuwingssysteem Financiële Instellingen (PIFI).