DOSSIERS
Alle dossiers

Persoonsgegevens  

IT 5389

Plaatsing van afnemersindicatie in BRP is verwerking van persoonsgegevens

Rechtbank Overijssel 3 jul 2026,, IT 5389; ECLI:NL:RBOVE:2026:3768 ([verzoekster] tegen het college), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/plaatsing-van-afnemersindicatie-in-brp-is-verwerking-van-persoonsgegevens

Rb. Overijssel 3 juli 2026, IT 5389; ECLI:NL:RBOVE:2026:3768 ([verzoekster] tegen het college). Ten verzoekster vroeg het college van burgemeester en wethouders van Enschede op grond van de artikelen 12 en 15 AVG om inzage in de verwerking van haar persoonsgegevens uit de Basisregistratie Personen (BRP). Het college verstrekte informatie over vijf raadplegingen: één op 24 februari 2022 en vier op 7 november 2022. Volgens verzoekster was deze informatie onvolledig. De rechtbank oordeelt dat het college voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat op 24 februari 2022 alleen haar naam-, adres- en woonplaatsgegevens en haar burgerservicenummer zijn geraadpleegd om in het documentmanagementsysteem Corsa een dossier voor inkomende post aan te maken. Dat het overzicht van gegevensverstrekkingen uit de BRP ook andere gegevenscategorieën vermeldde, betekent niet dat al die gegevens daadwerkelijk zijn geraadpleegd. Ook acht de rechtbank aannemelijk dat de vier raadplegingen van 7 november 2022 niet door het college zijn verricht. Deze vonden plaats via DigiD, terwijl het college niet over de DigiD-gegevens van verzoekster beschikt. De rechtbank wijst het verzoek om een IT-forensisch deskundige aan te stellen af. Het college heeft de relevante raadplegingen en verwerkingen voldoende toegelicht en een deskundigenonderzoek draagt volgens de rechtbank niet bij aan het door verzoekster beoogde doel.

IT 5381

AVG-inzageverzoek met financieel oogmerk leidt tot niet-ontvankelijkheid en vergoeding van werkelijke proceskosten

Rechtbank Noord-Holland 13 jul 2026,, IT 5381; ECLI:NL:RBNHO:2026:8285 ([verzoeker] tegen Tuinmeubelwereld), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/avg-inzageverzoek-met-financieel-oogmerk-leidt-tot-niet-ontvankelijkheid-en-vergoeding-van-werkelijke-proceskosten

Rb. Noord-Holland 13 juli 2026, IT 5381; ECLI:NL:RBNHO:2026:8285 ([verzoeker] tegen Tuinmeubelwereld). Verzoeker had in 2023 via kerstland.nl twee bestellingen geplaatst bij Tuinmeubelwereld. In 2025 diende hij een inzageverzoek in op grond van artikel 15 AVG. Nog voordat Tuinmeubelwereld inhoudelijk op het verzoek had gereageerd, kondigde verzoeker € 925 exclusief btw aan buitengerechtelijke kosten aan. Vervolgens liet hij een conceptdagvaarding sturen waarin naast volledige inzage en dwangsommen een bedrag van ongeveer € 3.500 werd gevorderd en deed hij een niet-onderhandelbaar schikkingsvoorstel van € 1.250. Tuinmeubelwereld verstrekte daarna informatie over de verwerking van zijn persoonsgegevens en verschillende onderliggende documenten. Verzoeker legde niet concreet uit waarom die reactie ontoereikend was of welke persoonsgegevens volgens hem nog ontbraken, maar bleef aandringen op betaling van een vergoeding en dreigen met een procedure. Ook stelde hij voor om een tuchtklacht tegen de advocaat van Tuinmeubelwereld in te trekken als onderdeel van een minnelijke regeling. Kort voor de mondelinge behandeling verminderde hij zijn verzoek tot uitsluitend volledige inzage in zijn persoonsgegevens, op straffe van een dwangsom van € 250 per dag met een maximum van € 35.000.

IT 5379

Patroon van AVG-inzageverzoeken met financieel oogmerk levert misbruik van recht op

Rechtbank Noord-Holland 13 jul 2026,, IT 5379; ECLI:NL:RBNHO:2026:8436 ([verzoeker] tegen VDIS), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/patroon-van-avg-inzageverzoeken-met-financieel-oogmerk-levert-misbruik-van-recht-op

Rb. Noord-Holland 13 juli 2026, IT 5379; ECLI:NL:RBNHO:2026:8436 ([verzoeker] tegen VDIS). Verzoeker had na bestellingen via de website tandenbleken-thuis.nl een inzageverzoek op grond van artikel 15 AVG ingediend bij Van Dijk Interim Services B.V. (VDIS). Toen een reactie uitbleef, sommeerde hij VDIS om alsnog aan het verzoek te voldoen en kondigde hij € 925 aan buitengerechtelijke kosten aan. Vervolgens deed hij onder dreiging van een gerechtelijke procedure een niet-onderhandelbaar schikkingsvoorstel van € 1.250. VDIS verstrekte daarop algemene informatie over onder meer de categorieën persoonsgegevens, verwerkingsdoeleinden, grondslagen, ontvangers en bewaartermijnen en vroeg verzoeker zijn identiteit te verifiëren. Verzoeker reageerde niet op dat verzoek. In de procedure verzocht hij aanvankelijk onder meer om schadevergoeding, buitengerechtelijke kosten en vergoeding van de werkelijke proceskosten. Pas tijdens de mondelinge behandeling verminderde hij zijn verzoek tot het verkrijgen van volledige inzage in zijn persoonsgegevens, op straffe van een dwangsom.

IT 5376

AVG-inzagerecht geeft slechts bij uitzondering recht op originele documenten

Overige instanties 20 jul 2026,, IT 5376; ECLI:NL:RVS:2026:4254 ([appellant] tegen Nationaal Agentschap Erasmus+ Jeugd), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/avg-inzagerecht-geeft-slechts-bij-uitzondering-recht-op-originele-documenten

RvS 20 juli 2026, IT 5376; ECLI:NL:RVS:2026:4254 ([appellant] tegen Nationaal Agentschap Erasmus+ Jeugd). Een betrokkene had het Nationaal Agentschap Erasmus+ Jeugd op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming verzocht om inzage in zijn persoonsgegevens. Nadat de Rechtbank Den Haag zijn beroep tegen het besluit op dit verzoek ongegrond had verklaard, stelde hij hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Volgens de Afdeling moet het Nationaal Agentschap op grond van de AVG een overzicht van de verwerkte persoonsgegevens verstrekken dat de betrokkene in staat stelt zijn rechten uit de AVG uit te oefenen. Het inzagerecht brengt echter niet zonder meer mee dat ook een afschrift moet worden verstrekt van de originele documenten waarin die persoonsgegevens zijn opgenomen.

IT 5375

Voorzieningenrechter schorst lasten onder dwangsom van AP wegens twijfels over rechtsmacht en evenredigheid

Rechtbank Den Haag 18 jun 2026,, IT 5375; ECLI:NL:RBDHA:2026:18723 ([verzoeksters] tegen de AP), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/voorzieningenrechter-schorst-lasten-onder-dwangsom-van-ap-wegens-twijfels-over-rechtsmacht-en-evenredigheid

Rb. Den Haag 18 juni 2026, IT 5375; ECLI:NL:RBDHA:2026:18723 ([verzoeksters] tegen de AP). De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) onderzoekt of de exploitanten van een internationaal socialmediaplatform bij het licentiëren van openbare gebruikersinformatie aan ontwikkelaars van large language models in strijd handelen met onder meer de artikelen 6, 13 en 21 AVG. In dat kader verlangde de AP toegang tot de systemen Jira, Google Vault en zogenoemde SWAT Tables. Die toegang moest worden verleend door medewerkers met volledige autorisatie, die op aanwijzing van de toezichthouders zoekopdrachten zouden uitvoeren terwijl de AP live kon meekijken. Nadat verzoeksters hun medewerking hadden gestaakt vanwege bezwaren over de territoriale bevoegdheid van de AP, de toepasselijke buitenlandse wetgeving en de mogelijke inzage in informatie die onder het verschoningsrecht van advocaten valt, legde de AP aan ieder van hen een last onder dwangsom van € 100.000 op.

IT 5372

AP mocht afzien van nader onderzoek naar AVG-inzageklacht

Overige instanties 10 jun 2026,, IT 5372; ECLI:NL:RVS:2026:3333 ([appellant] tegen AP), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/ap-mocht-afzien-van-nader-onderzoek-naar-avg-inzageklacht

RvS 10 juni 2026, IT 5372; ECLI:NL:RVS:2026:3333 ([appellant] tegen AP). Een betrokkene dient bij de Autoriteit Persoonsgegevens een klacht in tegen een administratiekantoor, omdat dit volgens hem niet volledig heeft voldaan aan zijn inzageverzoek op grond van artikel 15 AVG. De AP kan op basis van een globaal bureauonderzoek niet vaststellen dat sprake is van een AVG-overtreding. Omdat daarvoor nader onderzoek nodig zou zijn, beoordeelt zij aan de hand van haar Beleidsregels prioritering klachtenonderzoek of zij dat onderzoek zal uitvoeren. De AP besluit daarvan af te zien en wijst de klacht af. De rechtbank oordeelt dat de AP redelijkerwijs mocht uitgaan van de verklaring van het administratiekantoor dat alle opgevraagde stukken waarin persoonsgegevens van de betrokkene waren verwerkt, waren verstrekt. Ook mocht de AP volgens de rechtbank met toepassing van haar prioriteringsbeleid afzien van nader onderzoek.

IT 5368

Kantonrechter wil AVG-inzageverzoek verwijzen naar verzoekschriftprocedure

Rechtbank Rotterdam 22 mei 2026,, IT 5368; ECLI:NL:RBROT:2026:6839 ([eiser] tegen Woonexpress B.V.), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/kantonrechter-wil-avg-inzageverzoek-verwijzen-naar-verzoekschriftprocedure

Rb. Rotterdam 22 mei 2026, IT 5368; ECLI:NL:RBROT:2026:6839 ([eiser] tegen Woonexpress B.V.). Een consument vraagt Woonexpress om inzage in de verwerking van zijn persoonsgegevens. Volgens de consument heeft Woonexpress niet tijdig op dat verzoek gereageerd. Hij vordert onder meer een verklaring voor recht dat Woonexpress in strijd met de AVG heeft gehandeld, volledige inzage op grond van artikel 15 AVG op straffe van een dwangsom en € 1.500 aan immateriële schadevergoeding op grond van artikel 82 AVG. Woonexpress stelt in een incident dat de Nederlandse rechter geen rechtsmacht heeft en dat de rechtbank Zeeland-West-Brabant bevoegd is. De kantonrechter verwerpt dit verweer. Op grond van artikel 79 lid 2 AVG kan een procedure tegen een verwerkingsverantwoordelijke worden ingesteld in de lidstaat waar deze een vestiging heeft of waar de betrokkene woont. Woonexpress heeft vestigingen in Nederland en de consument woont in Nederland. De rechtbank Rotterdam is relatief bevoegd, omdat de consument daar woont en de vorderingen, hoewel zij niet rechtstreeks op de consumentenovereenkomst zijn gebaseerd, daarvan niet los kunnen worden gezien. Woonexpress wordt veroordeeld tot betaling van € 130,50 aan proceskosten in het incident.

IT 5373

Dertig maanden gevangenisstraf voor openen bankrekeningen met deepfakes

Rechtbank Amsterdam 17 jun 2026,, IT 5373; ECLI:NL:RBAMS:2026:6093 (Openbaar Ministerie tegen [verdachte]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/dertig-maanden-gevangenisstraf-voor-openen-bankrekeningen-met-deepfakes

Rb. Amsterdam 17 juni 2026, IEF 23705; IT 5373; ECLI:NL:RBAMS:2026:6093 (Openbaar Ministerie tegen [verdachte]). De verdachte opent tussen 20 maart en 13 november 2025 op frauduleuze wijze 47 bankrekeningen bij ABN AMRO. Tijdens het digitale identificatie- en verificatieproces gebruikt hij gemanipuleerde selfies en identiteitsdocumenten om de controles van de bank te omzeilen. Daarbij worden onder meer met deepfaketechnologie gezichtskenmerken van de verdachte en van slachtoffers gecombineerd. Op zijn telefoon worden identiteitsgegevens van slachtoffers aangetroffen, evenals informatie, zoekopdrachten en aankopen die verband houden met het omzeilen van digitale identiteitscontroles. De rechtbank acht zijn verklaring dat hij vóór 28 september 2025 niet wist waarvoor zijn beeldmateriaal en de gegevens werden gebruikt ongeloofwaardig. De oplichting is voltooid doordat ABN AMRO de rekeningen heeft geopend en daarmee een dienst heeft verleend; dat enkele betaalpassen niet zijn geactiveerd, doet daaraan niet af. De verdachte wordt als alleenpleger veroordeeld voor oplichting, het vervalsen van meerdere identiteitsbewijzen en het verschaffen en voorhanden hebben van afbeeldingen van identiteitsdocumenten waarvan hij wist dat zij voor oplichting waren bestemd. Van het ten laste gelegde medeplegen wordt hij vrijgesproken, omdat geen voldoende nauwe en bewuste samenwerking met een ander is bewezen.

IT 5371

Verwijdering BKR-registraties afgewezen wegens onbetaalde schuld

Rechtbank Rotterdam 12 jun 2026,, IT 5371; ECLI:NL:RBROT:2026:6799 ([verzoeker 2] tegen BMW), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/verwijdering-bkr-registraties-afgewezen-wegens-onbetaalde-schuld

Rb. Rotterdam 12 juni 2026, IT 5371; ECLI:NL:RBROT:2026:6799 ([verzoeker 2] tegen BMW). Een vennoot van een vof verzoekt BMW Financial Services om verwijdering van twee negatieve BKR-registraties: een A-code wegens een betalingsachterstand en een code 2 wegens opeising van de vordering. De registraties houden verband met een Operational Lease Agreement tussen de vof en BMW. Nadat betalingsachterstanden waren ontstaan, ontbond BMW de leaseovereenkomst en bleef de eindfactuur onbetaald. In een eerdere procedure waren de vof en haar vennoten hoofdelijk tot betaling veroordeeld en was bepaald dat zij vanaf 23 december 2024 in verzuim verkeerden. BMW wijzigde daarop de ingangsdatum van de A-code naar die datum. Dat de kantonrechter de maandelijkse vergoeding in het eerdere vonnis als “huur” aanduidde, betekent volgens de rechtbank niet dat geen sprake is van krediet. De operational-leaseovereenkomst kwalificeert materieel en juridisch als een zakelijke kredietovereenkomst. BMW moest daarom de overeenkomst en de betalingsonregelmatigheden bij het BKR registreren.

IT 5367

Resterende collectieve vorderingen over coronadatalek afgewezen wegens onvoldoende belang

Rechtbank Amsterdam 9 jun 2026,, IT 5367; ECLI:NL:RBAMS:2026:6299 (ICAM tegen de Staat, GGD GHOR en de GGD’en c.s.), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/resterende-collectieve-vorderingen-over-coronadatalek-afgewezen-wegens-onvoldoende-belang

Rb. Amsterdam 9 juni 2026, IT 5367; ECLI:NL:RBAMS:2026:6299 (ICAM tegen de Staat, GGD GHOR en de GGD’en c.s.). Stichting ICAM voert een collectieve actie tegen onder meer de Staat, GGD GHOR en verschillende GGD’en naar aanleiding van het coronadatalek. Vaststaat dat medewerkers van GGD’en toegang hadden tot de systemen CoronIT en HPZone Lite en persoonsgegevens aan derden hebben verstrekt. In een eerder tussenvonnis had de rechtbank de schadevergoedingsvorderingen al niet-ontvankelijk verklaard. Voor personen van wie niet vaststond dat hun gegevens daadwerkelijk in verkeerde handen waren gekomen, was niet gebleken van schade die voor vergoeding in aanmerking kwam. Voor de groep van wie gegevens wel door onbevoegden waren ingezien of verkregen, hadden de meeste betrokkenen een financiële tegemoetkoming geaccepteerd en afstand gedaan van verdere schadeclaims. Voor de beperkte resterende groep had ICAM onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij representatief was. Na intrekking van de vorderingen tot beëindiging van inbreuken en verbetering van de beveiliging resteerden alleen verklaringen voor recht over de verwerkingsverantwoordelijkheid en gestelde schendingen van onder meer de AVG en artikel 6:162 BW.