Geen correctie van medische analyse onder AVG, klacht over persoonsgegevens ongegrond
Rb. Den Haag 14 januari 2025, IT 4893, LSR 2302; ECLI:NL:RBDHA:2025:10361 (Eiser tegen de AP). Eiser diende een klacht in bij de Autoriteit Persoonsgegevens over het gebruik van vermeend onjuiste medische gegevens in een uitspraak van het Regionaal Tuchtcollege. Volgens eiser baseerde het Tuchtcollege zijn oordeel op medische gegevens uit een onderzoek naar autisme, die onjuist en onverenigbaar zouden zijn met een objectieve beoordeling. De Autoriteit Persoonsgegevens weigerde handhavend op te treden omdat de gewraakte gegevens volgens haar niet eenvoudig en objectief als onjuist konden worden vastgesteld. In bezwaar en beroep houdt de autoriteit vast aan haar standpunt dat meningen, conclusies en medische analyses niet per definitie persoonsgegevens zijn onder de AVG. Eiser stelt dat ook medische analyses persoonsgegevens zijn en dat hij recht heeft op correctie van die gegevens, maar de rechtbank volgt dit betoog niet. De rechtbank onderschrijft dat alleen feitelijke, eenvoudig en objectief vast te stellen onjuistheden als ‘onjuiste persoonsgegevens’ kwalificeren. Medische analyses zoals een diagnose of klinische interpretatie worden niet aangemerkt als persoonsgegevens als deze gebaseerd zijn op subjectieve beoordeling. De rechtbank vindt dat eiser, als hij het oneens was met de inhoud van de tuchtrechtelijke uitspraak, daartegen in beroep had moeten gaan bij het Tuchtcollege zelf. Omdat geen sprake was van corrigeerbare persoonsgegevens in de zin van de AVG, hoefde de Autoriteit Persoonsgegevens niet handhavend op te treden. Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het besluit van de autoriteit blijft in stand.