DOSSIERS
Alle dossiers

Privacy  

IT 5633

Maken en verspreiden pornografische deepfakes van (ex)collega's leidt tot ontbinding arbeidsovereenkomst

Rechtbank Limburg 4 nov 2026, IT 5633; ECLI:NL:RBLIM:2026:11057 ([ex-werknemer] tegen [de N.V.]), https://itenrecht.nl/artikelen/maken-en-verspreiden-pornografische-deepfakes-van-ex-collega-s-leidt-tot-ontbinding-arbeidsovereenkomst

Rb. Limburg 22 oktober 2026, IEF 23989; IEFbe 5633; ECLI:NL:RBLIM:2026:11057 ([ex-werknemer] tegen [de N.V.]). In deze zaak tussen [ex-werknemer] en [N.V.] staat de vraag centraal of het maken en verspreiden van pornografische deepfake-afbeeldingen van onder meer (oud-)collega's een ontslag op staande voet en ontbinding van de arbeidsovereenkomst rechtvaardigt. [ex-werknemer] heeft tijdens zijn dienstverband bij een eerdere werkgever zonder toestemming gezichten van bestaande personen digitaal op pornografische afbeeldingen geplaatst en deze op een openbare website gepubliceerd. Onder de slachtoffers bevinden zich meerdere voormalige collega's, van wie één inmiddels bij zijn nieuwe werkgever [N.V.] werkzaam is. Bij zijn indiensttreding heeft [ex-werknemer] deze gedragingen en zijn eerdere aanhouding door de politie verzwegen, ondanks een door hem ondertekende integriteitsverklaring. Nadat de werkgever van de deepfakes op de hoogte raakt en aanwijzingen ontvangt dat [ex-werknemer] mogelijk opnieuw bij de verspreiding van dergelijke afbeeldingen betrokken is, wordt hij op staande voet ontslagen. De kantonrechter oordeelt dat onvoldoende vaststaat dat [ex-werknemer] na zijn eerdere aanhouding is doorgegaan met het vervaardigen en verspreiden van deepfakes. Hoewel er aanwijzingen zijn voor betrokkenheid bij een nieuw account, is nader onderzoek nodig om dit met voldoende zekerheid vast te stellen. Omdat ontslag op staande voet een uiterste middel is en de werkgever de werknemer al op non-actief had gesteld, houdt het ontslag geen stand.

IT 5624

Bezwaar tegen AVG-inzagebesluit terecht niet-ontvankelijk, korting op proceskostenvergoeding onterecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 11 jun 2026, IT 5624; ECLI:NL:RBZWB:2026:8180 ([eiser] tegen het college van B&W Breda), https://itenrecht.nl/artikelen/bezwaar-tegen-avg-inzagebesluit-terecht-niet-ontvankelijk-korting-op-proceskostenvergoeding-onterecht

Rb. Zeeland-West-Brabant 11 juni 2026, IT 5624; ECLI:NL:RBZWB:2026:8180 ([eiser] tegen het college van B&W Breda). In deze zaak tussen [eiser] en het college van B&W van Breda staat een AVG-inzageverzoek centraal. [eiser] heeft het college verzocht om inzage in zijn persoonsgegevens. Nadat het college het verzoek aanvankelijk niet had ingewilligd vanwege een lopend adresonderzoek, heeft het alsnog inzage verleend. [eiser] maakt bezwaar tegen de door het college gehanteerde aanvraagdatum, omdat deze van belang is voor de verschuldigdheid van een dwangsom wegens niet tijdig beslissen. Later voert hij alsnog inhoudelijke bezwaren aan tegen de verstrekte informatie, waaronder de onvolledigheid daarvan en het zwartlakken van gegevens.

IT 5605

Werkgever handelt ernstig verwijtbaar door privé-WhatsAppberichten van werknemers te gebruiken

Rechtbank Noord-Holland 9 dec 2025, IT 5605; ECLI:NL:RBNHO:2025:14641 ([verzoeker 1] en [verzoeker 2] tegen [verweerder]), https://itenrecht.nl/artikelen/werkgever-handelt-ernstig-verwijtbaar-door-prive-whatsappberichten-van-werknemers-te-gebruiken

Rb. Noord-Holland 9 december 2025, IT 5605; ECLI:NL:RBNHO:2025:14641 ([verzoeker 1] en [verzoeker 2] tegen [verweerder]). Twee koks verzoeken de kantonrechter om ieder een billijke vergoeding van € 30.000 wegens het niet voortzetten van hun arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd. Aanleiding is dat een leidinggevende via WhatsApp Web op een zakelijke laptop toegang heeft gekregen tot een privégesprek tussen de werknemers, waarin zij zich negatief uitlieten over collega's en leidinggevenden. De leidinggevende heeft het gesprek doorzocht, foto's van berichten gemaakt en deze met anderen binnen de onderneming gedeeld. Vervolgens heeft de werkgever besloten de arbeidsovereenkomsten niet te verlengen vanwege een vertrouwensbreuk. Volgens de werknemers is sprake van een ongerechtvaardigde inbreuk op hun privacy en ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever. De kantonrechter stelt voorop dat WhatsApp-gesprekken in beginsel privé zijn en onder de bescherming van artikel 8 EVRM vallen. Werknemers mogen erop vertrouwen dat hun privécommunicatie niet door hun werkgever wordt gelezen, ook wanneer deze via WhatsApp Web op een zakelijke laptop toegankelijk is.

IT 5604

PWN moet NAW-gegevens van contractanten verstrekken voor rioolheffing ondanks beroep op AVG

Rechtbank Noord-Holland 24 feb 2026, IT 5604; ECLI:NL:RBNHO:2026:1782 (Cocensus tegen PWN), https://itenrecht.nl/artikelen/pwn-moet-naw-gegevens-van-contractanten-verstrekken-voor-rioolheffing-ondanks-beroep-op-avg

Rb. Noord-Holland 24 februari 2026, IT 5604; ECLI:NL:RBNHO:2026:1782 (Cocensus tegen PWN). Cocensus, een openbaar lichaam dat voor verschillende Noord-Hollandse gemeenten onder meer de rioolheffing verzorgt, vordert in kort geding dat drinkwaterbedrijf PWN de naam-, adres- en woonplaatsgegevens (NAW-gegevens) van haar contractanten verstrekt. PWN verstrekte deze gegevens voorheen samen met de waterverbruiksgegevens, maar is daar per 1 oktober 2024 uit privacyoverwegingen mee gestopt. Volgens PWN is het verstrekken van NAW-gegevens van alle contractanten in strijd met het beginsel van dataminimalisatie uit artikel 5 lid 1 onder c AVG, omdat niet iedere contractant ook degene is aan wie de aanslag rioolheffing moet worden opgelegd. Cocensus stelt daartegenover dat PWN op grond van het Besluit gegevensverstrekking gemeentelijke belastingheffing (Bggb) verplicht is deze gegevens te verstrekken. De voorzieningenrechter volgt Cocensus. Op grond van artikel 5 Bggb moet PWN als informatieplichtige desgevraagd de NAW-gegevens verstrekken van personen die voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen gebruiken of genot hebben van gemeentelijke diensten. Hieronder vallen naar het voorlopig oordeel ook de contractanten van PWN. Daarbij is niet van belang of zij zelf feitelijk het water of het perceel gebruiken en of zij uiteindelijk degenen zijn aan wie een aanslag rioolheffing wordt opgelegd.

IT 5594

A-G HvJ EU: aantekening van kerkverlating in doopregister volstaat niet als gegevenswissing onder de AVG

HvJ EU 1 okt 2026, IT 5594; ECLI:EU:C:2026:803 (Bisdom Gent), https://itenrecht.nl/artikelen/a-g-hvj-eu-aantekening-van-kerkverlating-in-doopregister-volstaat-niet-als-gegevenswissing-onder-de-avg

HvJ EU Conclusie A-G 1 oktober 2026, IT 5594; ECLI:EU:C:2026:803 (Bisdom Gent). Een man die in 1955 als minderjarige werd gedoopt, heeft het bisdom Gent verzocht om zijn persoonsgegevens uit alle fysieke en digitale doopregisters en archieven te verwijderen. Het bisdom registreerde zijn uittreding uit de rooms-katholieke kerk en haalde zijn persoonsgegevens in het doopregister door, maar liet deze leesbaar. De man diende daarop een klacht in bij de Belgische Gegevensbeschermingsautoriteit (GBA), die vaststelde dat het bisdom de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) had geschonden en het opdroeg de persoonsgegevens te wissen. Het bisdom stelde beroep in bij het hof van beroep Brussel, dat prejudiciële vragen stelde over het recht op gegevenswissing, de godsdienstvrijheid en de historische waarde van doopregisters. Advocaat-generaal Medina stelt dat iemand die als minderjarige is gedoopt en zich als volwassene van de betrokken religieuze gemeenschap wil distantiëren, op grond van artikel 17, lid 1, onder c, en artikel 21, lid 1, AVG in beginsel recht heeft op wissing van zijn persoonsgegevens, tenzij de verwerkingsverantwoordelijke dwingende gerechtvaardigde gronden voor verdere verwerking aantoont die zwaarder wegen dan de belangen, rechten en vrijheden van de betrokkene. Daarbij moet een afweging worden gemaakt tussen het recht op bescherming van persoonsgegevens en de godsdienstvrijheid en autonomie van de kerk. De nationale rechter moet alle omstandigheden van het individuele geval beoordelen, waaronder de redenen voor het verzoek om gegevenswissing en de mogelijke gevolgen van een weigering voor de betrokkene.

IT 5603

Staatssecretaris moet bij AVG-inzageverzoek in adoptiedossier belangenafweging per document maken

Rechtbank Gelderland 6 mrt 2026, IT 5603; ECLI:NL:RBGEL:2026:1698 (eiseres tegen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid), https://itenrecht.nl/artikelen/staatssecretaris-moet-bij-avg-inzageverzoek-in-adoptiedossier-belangenafweging-per-document-maken

Rb. Gelderland 6 maart 2026, IT 5603; ECLI:NL:RBGEL:2026:1698 (eiseres tegen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid). Een vrouw verzoekt op grond van artikel 15 AVG om inzage in haar adoptiedossier bij de Raad voor de Kinderbescherming. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wijst het verzoek gedeeltelijk toe. De vrouw krijgt inzage in documenten zonder persoonsgegevens van haar voormalige adoptiefamilie en in documenten waarin haar persoonsgegevens met die van familieleden verweven zijn, waarbij de persoonsgegevens van de familie worden afgeschermd. Documenten die uitsluitend persoonsgegevens van de familie bevatten, worden niet ter inzage gegeven. Een voormalige adoptiemoeder komt tegen dit besluit op, omdat zij vindt dat haar recht op bescherming van het privé- en familieleven en dat van haar familie zwaarder weegt dan het inzagerecht van de verzoekster. De rechtbank stelt voorop dat artikel 15 AVG recht geeft op inzage in en een kopie van de verwerkte persoonsgegevens, maar niet zonder meer op afgifte van de documenten waarin deze voorkomen. Bovendien mag het inzagerecht op grond van artikel 15 lid 4 AVG geen afbreuk doen aan de rechten en vrijheden van anderen. Daartegenover staat het door artikel 8 EVRM beschermde recht van de verzoekster op informatie over haar afstamming en ontstaansgeschiedenis. De herroeping van de adoptie doet aan dit recht niet af.

IT 5593

A-G HvJ EU: verwerking persoonsgegevens door financiële-inlichtingeneenheden valt onder richtlijn gegevensbescherming bij rechtshandhaving

HvJ EU 8 okt 2026, IT 5593; ECLI:EU:C:2026:837 (Rahapesu Andmebüroo), https://itenrecht.nl/artikelen/a-g-hvj-eu-verwerking-persoonsgegevens-door-financiele-inlichtingeneenheden-valt-onder-richtlijn-gegevensbescherming-bij-rechtshandhaving

HvJ EU Conclusie A-G 8 oktober 2026, IT 5593; ECLI:EU:C:2026:837 (Rahapesu Andmebüroo). Een betrokkene heeft de Estse financiële-inlichtingeneenheid Rahapesu Andmebüroo (RAB) verzocht om informatie over de verwerking van zijn persoonsgegevens. De RAB weigerde inzage te verlenen en beriep zich op nationale bepalingen die de toegang tot gegevens in haar databank beperken. De Estse rechter in eerste aanleg oordeelde dat de wettelijke grondslag onvoldoende duidelijk was en dat de toegang niet op deze wijze mocht worden beperkt. In hoger beroep werd deze beslissing bevestigd, waarna de RAB cassatieberoep instelde. De hoogste Estse rechter stelde prejudiciële vragen over het toepasselijke gegevensbeschermingsrecht en de voorwaarden waaronder het inzagerecht kan worden beperkt. Advocaat-generaal Medina stelt dat de verwerking van persoonsgegevens door een financiële-inlichtingeneenheid in het kader van haar taken ter voorkoming, opsporing en bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering onder Richtlijn (EU) 2016/680 betreffende gegevensbescherming bij rechtshandhaving valt, en niet onder de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG). Een dergelijke eenheid moet voor deze verwerkingen worden aangemerkt als bevoegde autoriteit in de zin van artikel 3, punt 7, van de richtlijn, ook wanneer zij naar nationaal recht geen strafrechtelijke onderzoeksautoriteit is.

IT 5602

Verzekeraar mocht persoonsgegevens verwerken bij onderzoek naar recht op overlijdensrisico-uitkering

Rechtbank Noord-Holland 5 aug 2026, IT 5602; ECLI:NL:RBNHO:2026:9872 ([eiser] tegen iptiQ), https://itenrecht.nl/artikelen/verzekeraar-mocht-persoonsgegevens-verwerken-bij-onderzoek-naar-recht-op-overlijdensrisico-uitkering

Rb. Noord-Holland 5 augustus 2026, IT 5602; ECLI:NL:RBNHO:2026:9872 ([eiser] tegen iptiQ). Een man vordert van verzekeraar iptiQ Life (iptiQ) een uitkering van € 249.000 uit een overlijdensrisicoverzekering na het overlijden van zijn echtgenoot. De verzekeraar weigert uitkering omdat volgens haar sprake is van zelfdoding binnen twee jaar na de ingangsdatum van de verzekering, waarvoor de polisvoorwaarden een uitsluiting bevatten. Om de doodsoorzaak vast te stellen, heeft iptiQ onderzoek laten uitvoeren, waarbij onder meer openbare internetbronnen zijn geraadpleegd en betrokkenen zijn geïnterviewd. Ook zijn later WhatsApp-berichten onderzocht. Volgens de man zijn de onderzoeksresultaten onrechtmatig verkregen wegens strijd met de Gedragscode Persoonlijk Onderzoek (GPO), de Gedragscode Verwerking Persoonsgegevens Verzekeraars (GVPV) en de AVG. De rechtbank oordeelt dat het raadplegen van openbare internetbronnen, waaronder de Facebookpagina van de overleden echtgenoot, geen persoonlijk onderzoek in de zin van de GPO vormt. Het daaropvolgende onderzoek door onderzoeksbureau Sedgwick kwalificeert wel als persoonlijk onderzoek, maar was gerechtvaardigd en voldeed aan de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit. De onderzoeksresultaten zijn daarom niet onrechtmatig verkregen en mogen als bewijs worden gebruikt.

IT 5616

A-G: overname klantenbestand failliete energieleverancier leidt niet tot overname bestaande contracten

Hoge Raad 23 okt 2026, IT 5616; ECLI:NL:PHR:2026:998 ([eiser] tegen Innova Energie), https://itenrecht.nl/artikelen/a-g-overname-klantenbestand-failliete-energieleverancier-leidt-niet-tot-overname-bestaande-contracten

Conclusie A-G Valk 23 oktober 2026, IT 5516; ECLI:NL:PHR:2026:998 ([eiser] tegen Innova Energie). Advocaat-generaal Valk concludeert dat bij de overname van het klantenbestand van een failliete energieleverancier de bestaande leveringsovereenkomsten en de bijbehorende tarieven en voorwaarden niet automatisch overgaan op de opvolgende leverancier. De conclusie volgt op prejudiciële vragen van de Rechtbank Den Haag over de rechtsverhouding tussen kleinverbruikers en een nieuwe energieleverancier na het faillissement van hun oorspronkelijke leverancier. De zaak betreft een consument die een energiecontract met vaste tarieven had bij SEPA Green Energy, dat in december 2021 failliet ging. Innova Energie nam het klantenbestand van SEPA over op grond van de destijds geldende besluiten ter waarborging van de leveringszekerheid en bracht vervolgens hogere tarieven in rekening. De consument vordert terugbetaling van € 4.414,87 en stelt dat Innova gebonden is aan de oorspronkelijke overeenkomst. Volgens de A-G regelen de besluiten wel de publiekrechtelijke verplichting om de energielevering voort te zetten, maar niet de privaatrechtelijke rechtsverhouding tussen de nieuwe leverancier en de consument. Van automatische contractsoverneming is geen sprake. Ook vormen de besluiten op zichzelf geen grondslag voor het ontstaan van een nieuwe leveringsovereenkomst.

IT 5600

Gerechtvaardigd belang bij interne verwerking persoonsgegevens om contact met klant te beëindigen

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 1 sep 2026, IT 5600; ECLI:NL:RBZWB:2025:6016 (eiser tegen de AP), https://itenrecht.nl/artikelen/gerechtvaardigd-belang-bij-interne-verwerking-persoonsgegevens-om-contact-met-klant-te-beeindigen

Rb. Zeeland-West-Brabant 1 september 2025, IT 5600; ECLI:NL:RBZWB:2025:6016 (eiser tegen de AP). Eiser heeft bij de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) een klacht ingediend over de verwerking van zijn persoonsgegevens door een bedrijf waarmee hij een civielrechtelijk geschil had over de plaatsing van een cv-ketel. Het bedrijf wilde niet langer met eiser in contact treden en had vermoedelijk zijn medewerkers geïnstrueerd niet meer op zijn contactpogingen te reageren. Volgens de AP is aannemelijk dat het bedrijf daarbij persoonsgegevens intern verwerkt. De AP besloot geen handhavende maatregel op te leggen, omdat zij de klacht in passende mate had onderzocht en een schending van de AVG niet aannemelijk achtte. Eiser betwist dat sprake is van een gerechtvaardigd belang en stelt onder meer dat de verwerking niet uitsluitend intern plaatsvindt, omdat het bedrijf ook zijn leverancier bij het geschil heeft betrokken.