Voormalig werknemer krijgt gedeeltelijk inzage in persoonsgegevens op grond van AVG
Rb. Midden-Nederland 1 oktober 2026, IT 5578; ECLI:NL:RBMNE:2026:6977 ([verzoeker] tegen [verweerder]). De rechtbank oordeelt over een inzageverzoek op grond van artikel 15 AVG van een voormalig werknemer aan zijn voormalige werkgever. De verzoeker was oprichter van een online platform en uitgaansagenda, had zijn onderneming in 2017 verkocht aan de verweerder en was vervolgens bij deze onderneming in dienst getreden. Via zijn vennootschap bleef hij aandeelhouder. Nadat in 2025 een conflict tussen de aandeelhouders was ontstaan en zijn dienstverband was beëindigd, verzocht hij om volledige inzage in de door zijn voormalige werkgever verwerkte gegevens, waaronder e-mails, Slack-berichten, WhatsApp-communicatie en personeelsgegevens. De rechtbank stelt voorop dat een betrokkene op grond van artikel 15 AVG recht heeft op inzage in zijn persoonsgegevens en de bijbehorende informatie over de verwerking. Dat een inzageverzoek mogelijk wordt gedaan om de procespositie in andere juridische procedures te versterken, doet aan dit recht niet af. Het begrip persoonsgegevens moet ruim worden uitgelegd en omvat ook subjectieve informatie, zoals meningen en beoordelingen, voor zover deze betrekking hebben op de betrokkene. Het inzagerecht strekt echter niet zonder meer tot het verkrijgen van integrale kopieën van documenten of volledige bedrijfsgegevens.