Misbruik van toegangsrechten, computervredebreuk en poging tot afdreiging
Hof Amsterdam 16 april 2026, IT 5228; ECLI:NL:GHAMS:2026:1003 (Openbaar Ministerie tegen [verdachte]). Het hof vernietigt het vonnis van de Rechtbank Noord-Holland, omdat het hof tot een deels andere bewijsconstructie, een op detail afwijkende bewezenverklaring en een andere strafoplegging komt, en verklaart vervolgens feit 1 primair en feit 2 bewezen. Het hof acht bewezen dat de verdachte, destijds tweedelijns helpdeskmedewerker bij [bedrijf], op 27 maart 2021 opzettelijk en wederrechtelijk is binnengedrongen in een server van [bedrijf] waarop medische gegevens van patiënten van [stichting] stonden, door onbevoegd gebruik te maken van een toegangscertificaat en wachtwoord waarover hij uit hoofde van zijn functie wel kon beschikken, maar die hij voor dit doel niet mocht gebruiken. Vervolgens heeft hij die gegevens overgenomen door ze te downloaden en op zijn privé-USB-stick op te slaan. Daarnaast acht het hof bewezen dat hij in de periode van 2 april 2021 tot en met 22 april 2021 heeft getracht [stichting] door bedreiging met openbaarmaking van die gegevens te dwingen tot afgifte van bitcoins. Het hof verwerpt zowel het verweer dat een derde de apparatuur van verdachte op afstand zou hebben gehackt als het juridische verweer dat geen sprake was van binnendringen met een “valse sleutel”. Uit de combinatie van het afwijkende IP-adres, de Postman-activiteit, de koppeling tussen desktop, Acer-laptop, Lumia-telefoon, Samsung-telefoon en hotspot, het aantreffen van de datasets, het certificaat en wachtwoord, en de op meerdere gegevensdragers gevonden concepten van de dreigberichten leidt het hof af dat de verdachte zelf de dader was. Het onbevoegd gebruiken van certificaat en wachtwoord levert volgens het hof, conform vaste rechtspraak, binnendringen met een vals gebruikte sleutel op. Het bewezenverklaarde kwalificeert het hof als computervredebreuk, terwijl de dader vervolgens gegevens die zijn opgeslagen door middel van het geautomatiseerd werk waarin hij zich wederrechtelijk bevindt, voor zichzelf of een ander overneemt, en als poging tot afdreiging.