Moeder en partner mogen geen opnames van minderjarige over vermeend seksueel misbruik maken, delen of verspreiden
Rb. Gelderland 6 juli 2026, IT 5525; ECLI:NL:RBGEL:2026:5365 (de vader tegen de moeder en haar partner). De vader vordert in kort geding onder meer dat het contact tussen de moeder en hun minderjarige kind [het kind] weer volledig begeleid plaatsvindt. De ouders hebben gezamenlijk gezag, [het kind] staat onder toezicht en verblijft op grond van een machtiging tot uithuisplaatsing bij haar grootmoeder van vaderszijde. Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden had eerder een contactregeling tussen de moeder en [het kind] vastgesteld, waarvan de uitvoering onder regie van de GI staat. Aanleiding voor het kort geding is dat online een film is aangetroffen met beeld- en geluidsfragmenten van [het kind], waarin de moeder en haar partner haar vragen stellen over vermeend seksueel misbruik door de vader en grootvader van vaderszijde. De voorzieningenrechter stelt voorop dat een vastgestelde zorgregeling in beginsel moet worden nagekomen, tenzij uitvoering daarvan niet langer in het belang van het kind is, bijvoorbeeld omdat de geestelijke of lichamelijke ontwikkeling van het kind daardoor ernstig nadeel ondervindt, het contact anderszins strijdig is met zwaarwegende belangen van het kind of ernstige aanwijzingen bestaan dat een ouder niet geschikt of in staat is tot omgang. De voorzieningenrechter ziet onvoldoende aanleiding om het contact weer volledig te laten begeleiden. Het gaat goed met [het kind], het contact met de moeder verloopt goed en er zijn geen veranderingen in haar gedrag of gemoedstoestand waargenomen. Bovendien heeft de GI inmiddels een schriftelijke aanwijzing gegeven dat geen beeld- of geluidsopnames van [het kind] over het vermeende misbruik mogen worden gemaakt en dat dergelijk materiaal en andere documenten daarover niet met derden mogen worden gedeeld. Daarnaast worden wekelijkse gesprekken met [het kind] ingezet om zicht te houden op het verloop van de contacten. De voorzieningenrechter acht haar veiligheid daarmee vooralsnog voldoende gewaarborgd en wijst de vordering tot volledig begeleid contact af.