OM schond geheimhoudingsplicht Wpg door documentairemakers mee te laten lopen met FIOD-onderzoek
Hof Den Haag 28 april 2026, IT&R 5293; ECLI:NL:GHDHA:2026:664 (de Staat tegen [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2]). Het Hof Den Haag oordeelt in dit tussenarrest dat de Staat onrechtmatig heeft gehandeld jegens twee voormalig leidinggevenden van de SUMO-restaurantketen door documentairemakers van Selfmade Films mee te laten lopen tijdens het FIOD-opsporingsonderzoek naar belastingfraude binnen het SUMO-concern. Op grond van een Mediacontract mochten de documentairemakers aanwezig zijn bij onder meer voorbereidingen, doorzoekingen, overleggen en andere onderzoekshandelingen voor een documentaire over het werk van de FIOD. Het hof acht aannemelijk dat zij daarbij op meerdere momenten kennis hebben genomen van politiegegevens die tot de betrokkenen herleidbaar waren, waaronder namen, adressen, verdenkingen, herkenbare beelden, locaties en andere details. Dat deze gegevens in de uiteindelijk uitgezonden documentaire zijn geblurd of weggepiept, is niet beslissend: de schending vond al plaats doordat de documentairemakers in de opsporingsfase kennis kregen van gegevens die onder de geheimhoudingsplicht van artikel 7 lid 1 Wet politiegegevens vielen. Het hof verwerpt het betoog van de Staat dat nog geen sprake was van “verwerkte” politiegegevens, omdat verwerking in de zin van artikel 1 Wpg ook het verzamelen van gegevens omvat. Ook het beroep op de strafrechtelijke beoordeling van artikel 272 Sr slaagt niet, omdat de civielrechtelijke toets aan de Wpg een andere is dan de vraag of sprake is van strafbare schending van een ambtsgeheim.