DOSSIERS
Alle dossiers

Privacy  

IT 5436

Geen recht op inzage in politiebeelden van derde

Rechtbank Den Haag 26 jan 2026,, IT 5436; ECLI:NL:RBDHA:2026:16953 ([eiser] tegen de Politie), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/geen-recht-op-inzage-in-politiebeelden-van-derde

Rb. Den Haag 26 januari 2026, IT 5436; ECLI:NL:RBDHA:2026:16953 ([eiser] tegen de Politie). In dit kort geding bepaalt de voorzieningenrechter dat [eiser] geen aanspraak kan maken op inzage in camerabeelden die door de Politie zijn veiliggesteld en waarop mogelijk te zien is wie een politiepenning in zijn brievenbus heeft gedeponeerd. [eiser], die stelt al langere tijd te worden gestalkt door [naam 1], wilde de beelden gebruiken om de identiteit van de betrokkene vast te stellen en zo nodig een civiele procedure tot verkrijging van een straat- en contactverbod te beginnen. 

IT 5435

AVG van toepassing op opslag van strafrechtelijke gegevens in personeelsdossier politieambtenaar

HvJ EU 4 jun 2026,, IT 5435; ECLI:EU:C:2026:449 (Darashev), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/avg-van-toepassing-op-opslag-van-strafrechtelijke-gegevens-in-personeelsdossier-politieambtenaar

HvJ EU 4 juni 2026, IT 5435; ECLI:EU:C:2026:449 (Darashev). In deze zaak beantwoordt het Hof elf prejudiciële vragen van de Bulgaarse rechter over de toepassing van de AVG, Richtlijn (EU) 2016/680 en Richtlijn 2000/78 op persoonsgegevens die tijdens een strafrechtelijk onderzoek naar een politieambtenaar zijn verkregen en vervolgens in zijn personeelsdossier worden bewaard. De betrokken politieambtenaar wordt in het kader van een onderzoek naar een gewelddadige diefstal als verdachte aangehouden, gedurende 24 uur vastgehouden en onderworpen aan verschillende onderzoeksmaatregelen. Hij wordt bij een herkenningsprocedure niet door de slachtoffers geïdentificeerd en zijn vingerafdrukken worden niet op de goederen van de slachtoffers aangetroffen. Hij wordt nadien niet vervolgd of in staat van beschuldiging gesteld en het onderzoek wordt geschorst omdat de dader niet kan worden geïdentificeerd. De ambtenaar blijft werkzaam bij het Bulgaarse ministerie van Binnenlandse Zaken, maar gegevens over zijn aanhouding, zijn status als verdachte en de tegen hem verrichte onderzoeksmaatregelen blijven in zijn personeelsdossier en de bestanden van het ministerie opgenomen. Volgens hem wordt hem mede op grond van die gegevens bevordering geweigerd. Hij vordert schadevergoeding en verwijdering van de gegevens. De verwijzende rechter vraagt onder meer welk gegevensbeschermingsregime op deze verwerking van toepassing is, of de opslag in het personeelsdossier rechtmatig kan zijn op grond van een wettelijke verplichting, of aanspraak bestaat op gegevenswissing en of een weigering van bevordering wegens de status van verdachte onder Richtlijn 2000/78 valt. 

IT 5427

Hof constateert twee vormverzuimen bij verkrijging en onderzoek van Ennetcomdata

Gerechtshof Den Haag 11 jun 2026,, IT 5427; ECLI:NL:GHDHA:2026:1924 (Openbaar Ministerie tegen [verdachte]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/hof-constateert-twee-vormverzuimen-bij-verkrijging-en-onderzoek-van-ennetcomdata

Hof Den Haag 11 juni 2026, IT 5427; ECLI:NL:GHDHA:2026:1924 (Openbaar Ministerie tegen [verdachte]). De zaak betreft een voormalige medewerkster van Ennetcom, een bedrijf dat aangepaste BlackBerry-toestellen verkocht waarmee versleutelde e-mails konden worden verzonden en ontvangen. De berichten verliepen via een Blackberry Enterprise Server die Ennetcom bij Bitflow Technologies in Canada huurde. Op verzoek van Nederland werden de serverdata in 2016 door de Canadese autoriteiten gekopieerd; de dataset bevatte ongeveer 3,7 miljoen berichten en notities en ook private sleutels waarmee berichten konden worden ontsleuteld. Het hof verwerpt het betoog dat het rechtshulpverzoek aan Canada als zodanig zonder verdragsrechtelijke grondslag was gedaan, maar oordeelt wél dat bij de verkrijging van de gegevens art. 125la Sv had moeten worden toegepast. Hoewel de server fysiek bij Bitflow stond, moet het aantreffen van de gegevens daar volgens het hof materieel worden gelijkgesteld met het aantreffen daarvan bij Ennetcom. Ennetcom kwalificeert daarbij als aanbieder van een openbaar telecommunicatienetwerk of een openbare telecommunicatiedienst. Voor het rechtshulpverzoek was daarom vooraf een machtiging van de rechter-commissaris vereist. Die ontbrak, zodat sprake is van een onherstelbaar vormverzuim. Daarnaast is ook bij het latere onderzoek aan en gebruik van de Ennetcomdataset, waaronder de ontsleuteling, geen sprake geweest van de vereiste voorafgaande betrokkenheid van een rechter-commissaris. Ook dat levert volgens het hof een vormverzuim in de zin van art. 359a Sv op. De geschonden voorschriften dienen met name ter bescherming van privacygevoelige communicatie door voorafgaand onafhankelijk rechterlijk toezicht.

IT 5421

Gebruik van ChatGPT kan vertrouwelijkheid van verschoningsgerechtigde informatie doorbreken

Rechtbank Rotterdam 11 aug 2026,, IT 5421; ECLI:NL:RBROT:2026:9319 (rechter-commissaris tegen [verdachte]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/gebruik-van-chatgpt-kan-vertrouwelijkheid-van-verschoningsgerechtigde-informatie-doorbreken

Rb. Rotterdam 12 juni 2026, IT 5421; ECLI:NL:RBROT:2026:9319 (rechter-commissaris tegen [verdachte]). In een strafrechtelijk onderzoek waren meerdere digitale gegevensdragers in beslag genomen. Omdat daarop mogelijk informatie stond die onder het verschoningsrecht viel, liet de rechter-commissaris de gegevens voorafgaand aan vrijgave aan het onderzoeksteam filteren. Tijdens die controle werd een ChatGPT-gesprek aangetroffen waarin de beslagene via een prompt een reactie liet opstellen die kennelijk was bestemd voor een verschoningsgerechtigde. In de door ChatGPT gegenereerde tekst werd ook de naam van een verschoningsgerechtigde genoemd. De rechter-commissaris stelt voorop dat aan het verschoningsrecht het belang ten grondslag ligt dat iemand zich vrijelijk en zonder vrees voor openbaarmaking van vertrouwelijke informatie tot bepaalde beroepsbeoefenaren moet kunnen wenden voor bijstand en advies.

IT 5418

Onvoldoende transparantie over CaseMatcher leidt tot vernietiging Dublinbesluit

Rechtbank Den Haag 7 aug 2026,, IT 5418; ECLI:NL:RBDHA:2026:22096 (eiser tegen de minister van Asiel en Migratie), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/onvoldoende-transparantie-over-casematcher-leidt-tot-vernietiging-dublinbesluit

Rb. Den Haag 7 augustus 2026, IT 5418; ECLI:NL:RBDHA:2026:22096 (eiser tegen de minister van Asiel en Migratie). De minister nam de opvolgende asielaanvraag van een Somalische vreemdeling niet in behandeling omdat Frankrijk op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk was voor de behandeling daarvan. Eiser voerde onder meer aan dat de besluitvorming onvoldoende transparant, inzichtelijk en controleerbaar was, omdat daarbij mogelijk gebruik was gemaakt van CaseMatcher, een door de IND gebruikte zoek- en vindtool waarmee eerdere asielzaken kunnen worden gezocht, gefilterd en op relevantie gerangschikt. De minister stelde dat CaseMatcher in deze zaak niet was gebruikt en dat het systeem geen AI-systeem is. De rechtbank oordeelt echter dat de minister het gestelde niet-gebruik niet met stukken heeft onderbouwd en zijn toelichting daarover gedurende de procedure heeft gewijzigd. Daarom kan niet worden uitgesloten dat CaseMatcher toch is gebruikt en moet er volgens de rechtbank van worden uitgegaan dat mogelijk van CaseMatcher gebruik is gemaakt.

IT 5405

Geen aansprakelijkheid voor faillissementstekort, wel terugbetaling van onrechtmatige onttrekkingen en rekening-courantschuld

Rechtbank Noord-Holland 8 apr 2026,, IT 5405; ECLI:NL:RBNHO:2026:8315 (de curator tegen [gedaagde]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/geen-aansprakelijkheid-voor-faillissementstekort-wel-terugbetaling-van-onrechtmatige-onttrekkingen-en-rekening-courantschuld

Rb. Noord-Holland 8 april 2026, IT 5405; ECLI:NL:RBNHO:2026:8315 (de curator tegen [gedaagde]). De curator vorderde dat de enige bestuurder van de failliete vennootschap op grond van artikel 2:248 BW aansprakelijk zou worden gehouden voor het faillissementstekort. Hij stelde onder meer dat de bestuurder de administratieplicht van artikel 2:10 BW had geschonden en zonder rechtsgrond in totaal € 15.440 aan zichzelf en een gelieerde vennootschap had betaald. De rechtbank wijst de primaire vorderingen af. Hoewel de bestuurder lange tijd slechts een beperkt deel van de administratie aan de curator had verstrekt, bleek dat de administratie in Exact Online werd bijgehouden. De bestuurder had Exact uiteindelijk verzocht om de curator toegang tot deze digitale administratie te geven. Daarmee had hij voldaan aan zijn verplichting om de administratie voor de curator toegankelijk te maken. Nadat die toegang was aangeboden, rustte op de curator de eigen verantwoordelijkheid om de digitale administratie veilig te stellen, bijvoorbeeld door daarvan een kopie te maken. De curator had de door Exact aangeboden toegang op zijn eigen naam geweigerd en kon daarom niet uitsluitend uit het ontbreken van een door de bestuurder aangeleverde kopie afleiden dat de administratieplicht was geschonden. Pas na onderzoek van de online administratie kon worden vastgesteld of aan artikel 2:10 BW was voldaan. Het bewijsvermoeden van artikel 2:248 lid 2 BW was daarom niet van toepassing. Ook had de curator onvoldoende onderbouwd dat de betalingen van € 15.440 een belangrijke oorzaak van het faillissement waren.

IT 5404

Financieel oogmerk en stelselmatige werkwijze maken AVG-inzageverzoek tot misbruik van recht

Rechtbank Noord-Holland 21 jul 2026,, IT 5404; ECLI:NL:RBNHO:2026:9165 ([verzoeker] tegen Wolters), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/financieel-oogmerk-en-stelselmatige-werkwijze-maken-avg-inzageverzoek-tot-misbruik-van-recht

Rb. Noord-Holland 21 juli 2026, IT 5404; ECLI:NL:RBNHO:2026:9165 ([verzoeker] tegen Wolters Wonen). Verzoeker stuurde op 19 juli 2025 een inzageverzoek op grond van artikel 15 AVG naar het e-mailadres info@baby-dump.nl. Wolters Wonen, handelend onder de naam Fundesign.nl, stelde dat zij dit oorspronkelijke verzoek niet had ontvangen, omdat het naar het e-mailadres van Baby-Dump was verzonden. Nadat verzoeker Wolters op 21 augustus 2025 had gesommeerd om alsnog aan het verzoek te voldoen en aanspraak had gemaakt op € 925 aan buitengerechtelijke kosten, reageerde Wolters op 22 augustus 2025. Op 25 september en 16 oktober 2025 volgden aanvullende antwoorden. Volgens verzoeker waren deze antwoorden niet tijdig en boden zij geen volledige inzage in zijn persoonsgegevens. Na vermindering van zijn verzoek verlangde hij alleen nog dat Wolters op straffe van een dwangsom volledige inzage zou verstrekken en dat zij in de proceskosten zou worden veroordeeld. Zijn oorspronkelijke verzoeken om schadevergoeding, buitengerechtelijke kosten en vergoeding van de werkelijke proceskosten handhaafde hij niet. Wolters voerde aan dat zij het verzoek volledig had beantwoord en dat verzoeker misbruik maakte van zijn AVG-rechten, omdat hij niet werkelijk controle van zijn persoonsgegevens beoogde, maar financieel voordeel wilde verkrijgen.

IT 5409

OM handelt onrechtmatig door herleidbaar persbericht over zedenverdenking zonder vereiste toestemming

Rechtbank Den Haag 24 jun 2026,, IT 5409; ECLI:NL:RBDHA:2026:19054 ([eiser] tegen de Staat), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/om-handelt-onrechtmatig-door-herleidbaar-persbericht-over-zedenverdenking-zonder-vereiste-toestemming

Rb. Den Haag 24 juni 2026, IT 5409; ECLI:NL:RBDHA:2026:19054 ([eiser] tegen de Staat). De politie publiceerde op 31 maart 2023, in afstemming met het Openbaar Ministerie, een persbericht waarin stond dat de eigenaar van een nachtclub in een bepaalde plaats werd verdacht van aanranding en verkrachting van twee minderjarige meisjes en dat eerder vergelijkbare meldingen over hem waren binnengekomen. De rechtbank stelt op basis van de verklaringen van de betrokken politie- en OM-functionarissen vast dat het primaire doel van het bericht het vergroten van de meldingsbereidheid van mogelijke andere slachtoffers was. Het bericht was dus gericht op waarheidsvinding en moest als opsporingsberichtgeving worden beoordeeld, niet uitsluitend als algemene publieksvoorlichting. Het OM had met de aanduiding “eigenaar van een nachtclub” bewust beoogd de verdachte herkenbaar te maken voor potentiële slachtoffers. Daarmee was zijn identiteit in ieder geval voor deze groep derden herleidbaar en was in die zin sprake van het vrijgeven van zijn identiteit. Hiervoor was volgens de toepasselijke Aanwijzing opsporingsberichtgeving toestemming van de hoofdofficier van justitie vereist. Omdat vaststond dat deze toestemming niet was verleend, ontbrak van meet af aan een rechtvaardiging voor de inzet van dit opsporingsmiddel en handelde het OM onrechtmatig jegens eiser in de zin van artikel 6:162 BW. De vordering, voor zover gebaseerd op het handelen van de politie, wordt afgewezen, omdat de politie een van de Staat te onderscheiden rechtspersoon is. De rechtbank beoordeelt niet meer afzonderlijk of de mededeling over eerdere meldingen zelfstandig onrechtmatig was of dat de verwerking in strijd was met de AVG, omdat eiser geen afzonderlijke schade als gevolg daarvan had gesteld.

IT 5402

Stelselmatige AVG-inzageverzoeken met financieel oogmerk leveren misbruik van recht op

Rechtbank Noord-Holland 21 jul 2026,, IT 5402; ECLI:NL:RBNHO:2026:9168 ([verzoeker] tegen Suitable), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/stelselmatige-avg-inzageverzoeken-met-financieel-oogmerk-leveren-misbruik-van-recht-op

Rb. Noord-Holland 21 juli 2026, IT 5402; ECLI:NL:RBNHO:2026:9168 ([verzoeker] tegen Suitable). Verzoeker diende bij Suitable een verzoek in tot inzage in zijn persoonsgegevens op grond van artikel 15 AVG. Suitable vroeg hem zijn identiteit te bevestigen door een kopie van een geldig identiteitsbewijs te verstrekken, maar verzoeker weigerde dat. Vervolgens sommeerde hij Suitable om alsnog aan het inzageverzoek te voldoen, maakte hij aanspraak op € 925 aan buitengerechtelijke kosten en stelde hij onder dreiging van een procedure een schikking van € 1.250 voor. In de procedure verzocht hij, na vermindering van zijn verzoek, alleen nog om Suitable op straffe van een dwangsom te bevelen inzage te verstrekken en haar in de proceskosten te veroordelen. Suitable voerde aan dat verzoeker zijn AVG-rechten niet gebruikte om de verwerking van zijn persoonsgegevens te controleren, maar om financieel voordeel te verkrijgen.

IT 5399

Prejudiciële vragen aan HvJ EU over openbaarmaking persoonsgegevens bij overtreding van antidopingregels

HvJ EU 14 jul 2026,, IT 5399; ECLI:EU:C:2026:579 (AR e.a. tegen Österreichische Datenschutzbehörde e.a.), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/prejudiciele-vragen-aan-hvj-eu-over-openbaarmaking-persoonsgegevens-bij-overtreding-van-antidopingregels

HvJ EU 14 juli 2026, LS&R 2425; IT 5399; ECLI:EU:C:2026:579 (AR e.a. tegen Österreichische Datenschutzbehörde e.a.). In deze zaak worden zeven prejudiciële vragen gesteld omtrent de openbaarmaking van persoonsgegevens van sporters die de antidopingregels hebben overtreden. AR, YT, DI en RN zijn vier sporters aan wie wegens overtreding van de Oostenrijkse antidopingregels een tijdelijke dan wel levenslange uitsluiting van deelname aan wedstrijden is opgelegd. Op grond van de Oostenrijkse antidopingwetgeving moet NADA Austria op haar website een lijst publiceren met onder meer de voor- en achternaam van de betrokken sporter, de beoefende sport, de begane overtreding, de opgelegde sanctie en de begin- en einddatum daarvan. De ÖADR publiceert deze gegevens daarnaast via persberichten op haar website. In oktober 2021 verzoeken de sporters NADA Austria en de ÖADR om hun namen en de betreffende sporten van de websites te verwijderen. Nadat hieraan geen gehoor wordt gegeven, dienen zij een klacht in bij de Oostenrijkse toezichthouder wegens schending van het recht op gegevenswissing uit artikel 17 AVG. Zij stellen onder meer dat sprake is van bijzondere persoonsgegevens in de zin van artikel 9 AVG en van persoonsgegevens betreffende strafrechtelijke veroordelingen en strafbare feiten in de zin van artikel 10 AVG. Ook achten zij het Oostenrijkse systeem van algemene openbaarmaking niet noodzakelijk en onevenredig. De Oostenrijkse toezichthouder verklaart de klachten van AR, DI en RN ongegrond. Volgens de toezichthouder is de publicatie noodzakelijk om te voldoen aan een wettelijke verplichting, zodat op grond van artikel 17, derde lid, onder b, AVG geen recht op gegevenswissing bestaat. De klacht van YT wordt afgewezen wegens gebrek aan procesbelang, omdat haar gegevens op dat moment nog niet waren gepubliceerd. De sporters stellen tegen deze beslissing beroep in bij het Bundesverwaltungsgericht. YT voert daarbij aan dat haar een uitsluiting van vier jaar is opgelegd en dat de publicatie van haar gegevens daarom ophanden is.