DOSSIERS
Alle dossiers

Privacy  

IT 5399

Prejudiciële vragen aan HvJ EU over openbaarmaking persoonsgegevens bij overtreding van antidopingregels

HvJ EU 14 jul 2026,, IT 5399; ECLI:EU:C:2026:579 (AR e.a. tegen Österreichische Datenschutzbehörde e.a.), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/prejudiciele-vragen-aan-hvj-eu-over-openbaarmaking-persoonsgegevens-bij-overtreding-van-antidopingregels

HvJ EU 14 juli 2026, LS&R 2425; IT 5399; ECLI:EU:C:2026:579 (AR e.a. tegen Österreichische Datenschutzbehörde e.a.). In deze zaak worden zeven prejudiciële vragen gesteld omtrent de openbaarmaking van persoonsgegevens van sporters die de antidopingregels hebben overtreden. AR, YT, DI en RN zijn vier sporters aan wie wegens overtreding van de Oostenrijkse antidopingregels een tijdelijke dan wel levenslange uitsluiting van deelname aan wedstrijden is opgelegd. Op grond van de Oostenrijkse antidopingwetgeving moet NADA Austria op haar website een lijst publiceren met onder meer de voor- en achternaam van de betrokken sporter, de beoefende sport, de begane overtreding, de opgelegde sanctie en de begin- en einddatum daarvan. De ÖADR publiceert deze gegevens daarnaast via persberichten op haar website. In oktober 2021 verzoeken de sporters NADA Austria en de ÖADR om hun namen en de betreffende sporten van de websites te verwijderen. Nadat hieraan geen gehoor wordt gegeven, dienen zij een klacht in bij de Oostenrijkse toezichthouder wegens schending van het recht op gegevenswissing uit artikel 17 AVG. Zij stellen onder meer dat sprake is van bijzondere persoonsgegevens in de zin van artikel 9 AVG en van persoonsgegevens betreffende strafrechtelijke veroordelingen en strafbare feiten in de zin van artikel 10 AVG. Ook achten zij het Oostenrijkse systeem van algemene openbaarmaking niet noodzakelijk en onevenredig. De Oostenrijkse toezichthouder verklaart de klachten van AR, DI en RN ongegrond. Volgens de toezichthouder is de publicatie noodzakelijk om te voldoen aan een wettelijke verplichting, zodat op grond van artikel 17, derde lid, onder b, AVG geen recht op gegevenswissing bestaat. De klacht van YT wordt afgewezen wegens gebrek aan procesbelang, omdat haar gegevens op dat moment nog niet waren gepubliceerd. De sporters stellen tegen deze beslissing beroep in bij het Bundesverwaltungsgericht. YT voert daarbij aan dat haar een uitsluiting van vier jaar is opgelegd en dat de publicatie van haar gegevens daarom ophanden is.

IT 5398

Online publicatie van strafvonnissen valt niet zonder meer onder journalistieke uitzondering AVG

HvJ EU 9 jul 2026,, IT 5398; ECLI:EU:C:2026:564 (ND tegen Legal Newsdesk Sweden AB), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/online-publicatie-van-strafvonnissen-valt-niet-zonder-meer-onder-journalistieke-uitzondering-avg

HvJ EU 9 juli 2026, IT 5398; ECLI:EU:C:2026:564 (ND tegen Legal Newsdesk Sweden AB). In deze zaak beheert Legal Newsdesk Sweden de databank Lexbase, waarin tegen betaling kan worden gezocht naar personen en ondernemingen die het voorwerp zijn geweest van strafprocedures voor Zweedse gerechten. ND is in 2011 strafrechtelijk veroordeeld. Legal Newsdesk Sweden publiceert het desbetreffende vonnis in Lexbase, waar het tot februari 2024 toegankelijk blijft. Nadat ND om verwijdering van zijn persoonsgegevens heeft verzocht, worden deze niet onmiddellijk verwijderd, maar pas later op grond van het interne bewaarbeleid van Legal Newsdesk Sweden. ND vordert daarop voor de Attunda tingsrätt een schadevergoeding van 300.000 Zweedse kroon wegens schending van de AVG. Legal Newsdesk Sweden betwist de vordering en beroept zich op een publicatiecertificaat dat grondwettelijke bescherming van de vrijheid van meningsuiting verleent aan de in Lexbase gepubliceerde informatie. Volgens de verwijzende rechter brengt het Zweedse recht mee dat de AVG in een dergelijk geval niet van toepassing is en dat de betrokkene slechts beschikt over de mogelijkheid van strafvervolging wegens laster of een schadevordering wegens laster. De verwijzende rechter vraagt het Hof daarom in wezen of artikel 85 lid 1 AVG lidstaten toestaat om, buiten de in artikel 85 lid 2 genoemde journalistieke doeleinden of academische, artistieke of literaire uitdrukkingsvormen, van bepalingen van de AVG af te wijken ter bescherming van de vrijheid van meningsuiting en informatie, of de rechtsbescherming van een betrokkene mag worden beperkt tot rechtsmiddelen wegens laster en of het tegen betaling online beschikbaar stellen van openbare strafrechtelijke veroordelingen zonder bewerking of aanpassing kan worden aangemerkt als verwerking voor journalistieke doeleinden. 

IT 5396

Gemeente moet camerabeelden tonen na belangenafweging onder de AVG

Rechtbank Gelderland 17 jun 2026,, IT 5396; ECLI:NL:RBGEL:2026:5205 ([verzoekende partij] tegen gemeente Nijmegen), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/gemeente-moet-camerabeelden-tonen-na-belangenafweging-onder-de-avg

Rb. Gelderland 17 juni 2026, IT 5396; ECLI:NL:RBGEL:2026:5205 ([verzoekende partij] tegen gemeente Nijmegen). In deze zaak tussen [verzoekende partij] en de gemeente Nijmegen staat de vraag centraal of de gemeente camerabeelden van een ongeval op een ijsbaan beschikbaar moet stellen. De zoon van [verzoekende partij] liep bij het incident tandletsel op. De beelden zijn nodig om de aansprakelijkheid van een andere betrokkene te beoordelen. De gemeente had de camerabeelden veiliggesteld, maar weigerde een kopie te verstrekken omdat daarop ook andere bezoekers te zien zijn en de beelden niet zonder meer konden worden geblurd. Volgens de gemeente stond de AVG daarom aan afgifte in de weg.

IT 5395

Rb. Noord-Nederland: 36 maanden cel voor handel in leads en grootschalige online fraude

Rechtbank Noord-Holland 16 jun 2026,, IT 5395; ECLI:NL:RBNNE:2026:2388 (het OM tegen de verdachte), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/rb-noord-nederland-36-maanden-cel-voor-handel-in-leads-en-grootschalige-online-fraude

Rb. Noord-Nederland 16 juni 2026, IT 5395; ECLI:NL:RBNNE:2026:2388 (het OM tegen de verdachte). In deze strafzaak tegen [verdachte] staat zijn betrokkenheid bij de handel in persoonsgegevens, het ronselen van geldezels en verschillende vormen van online fraude centraal. De rechtbank veroordeelt hem onder meer voor het handelen in zogenoemde leads, het medeplegen van het verzamelen van inloggegevens en bankpassen, oplichting, diefstal met een valse sleutel en een poging tot kind-in-noodfraude. De politie onderzocht de handel in leads en combolijsten via Telegram. Via het account [account 1] werden persoonsgegevens aangeboden en bankpassen en bankrekeningen gezocht. De rechtbank stelt vast dat dit account door [verdachte] werd gebruikt. Op zijn telefoon en laptop werden honderden leadslijsten aangetroffen, evenals software en handleidingen voor phishing, het genereren van leadslijsten en het verzenden van bulkberichten. Ook verkocht hij tweemaal leads aan undercoveragenten. Daarnaast ronselde [verdachte] samen met zijn broer geldezels. Zij verzamelden onder meer bankpassen, simkaarten en inloggegevens van bank- en crypto-accounts. Een van deze rekeningen werd gebruikt bij bankhelpdeskfraude, waarbij bijna € 140.000 van een slachtoffer werd weggenomen. Volgens de rechtbank was de bijdrage van [verdachte] voldoende wezenlijk om hem als medepleger voor het volledige bedrag verantwoordelijk te houden.

IT 5384

Hoge Raad verduidelijkt representativiteitseis in collectieve privacyactie tegen Oracle en Salesforce

Hoge Raad 17 jul 2026,, IT 5384; ECLI:NL:HR:2026:1198 (Oracle tegen TPC/Salesforce tegen TPC), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/hoge-raad-verduidelijkt-representativiteitseis-in-collectieve-privacyactie-tegen-oracle-en-salesforce

HR 17 juli 2026, IT 5384; ECLI:NL:HR:2026:1198 (Oracle tegen TPC/Salesforce tegen TPC). Stichting The Privacy Collective (TPC) stelde namens ongeveer tien miljoen Nederlandse internetgebruikers een collectieve actie in tegen Oracle en Salesforce wegens gestelde privacyschendingen die verband houden met het plaatsen van cookies en het opbouwen en gebruiken van gebruikersprofielen voor onder meer gerichte reclame. TPC vorderde onder meer verklaringen voor recht, ge- en verboden en tegen ieder van de ondernemingen betaling van € 5 miljard, althans € 500 per persoon uit de relevante achterban. De Rechtbank Amsterdam verklaarde TPC niet-ontvankelijk omdat niet was voldaan aan het representativiteitsvereiste van artikel 3:305a lid 2 BW. Het Gerechtshof Amsterdam vernietigde dat oordeel, verklaarde TPC ontvankelijk en verwees de zaak terug naar de rechtbank. De Hoge Raad oordeelt dat de ontvankelijkheidseisen van artikel 3:305a lid 1 tot en met 3 BW in hoger beroep in beginsel ex nunc worden getoetst. De rechter mag dus rekening houden met feiten, omstandigheden en herstelde gebreken die zich na het uitbrengen van de dagvaarding hebben voorgedaan. De tekst en wetsgeschiedenis van de WAMCA geven geen aanleiding om op dit punt af te wijken van het algemene uitgangspunt dat de appelrechter beslist naar de toestand ten tijde van zijn uitspraak.

IT 5391

Uitspraak ingezonden door Xavier Koehoorn, Dillinger Law & Kristien Wevers, GSJ Advocaten.

Argenta moet gegevens rekeninghouder verstrekken voor onderzoek naar mogelijke merkinbreuk

Overige instanties 2 jul 2026,, IT 5391; A/26/02126 (Volkswagen tegen Argenta Spaarbank), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/argenta-moet-gegevens-rekeninghouder-verstrekken-voor-onderzoek-naar-mogelijke-merkinbreuk

Ondernemingsrechtbank Antwerpen 2 juli 2026, IEF 23711; IEFbe 4266; IT 5391; A/26/02126 (Volkswagen tegen Argenta Spaarbank). In deze zaak vordert Volkswagen dat Argenta Spaarbank wordt bevolen de identiteit en contactgegevens te verstrekken van de houder van een bankrekening waarop inkomsten uit vermeend nagemaakte wieldoppen met het Volkswagen-logo zijn ontvangen. Volkswagen heeft vastgesteld dat dergelijke wieldoppen via 2dehands.be worden verkocht. Uit een door de anti-namaakorganisatie ABAC-BAAN verrichte proefaankoop blijkt dat de betrokken verkoper gebruikmaakt van een bankrekening bij Argenta. Volkswagen verzoekt om verstrekking van de volledige naam, de adresgegevens, het eventuele ondernemingsnummer, het telefoonnummer en het e-mailadres van de rekeninghouder, om te kunnen onderzoeken of sprake is van een inbreuk op haar merkrechten en daartegen zo nodig op te treden. Argenta betwist de vordering tot verstrekking van deze gegevens in essentie niet en gedraagt zich wat dat betreft naar de wijsheid van de rechtbank. Zij verzet zich wel tegen de oplegging van een dwangsom, omdat zij aankondigt het vonnis te zullen naleven.

IT 5379

Patroon van AVG-inzageverzoeken met financieel oogmerk levert misbruik van recht op

Rechtbank Noord-Holland 13 jul 2026,, IT 5379; ECLI:NL:RBNHO:2026:8436 ([verzoeker] tegen VDIS), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/patroon-van-avg-inzageverzoeken-met-financieel-oogmerk-levert-misbruik-van-recht-op

Rb. Noord-Holland 13 juli 2026, IT 5379; ECLI:NL:RBNHO:2026:8436 ([verzoeker] tegen VDIS). Verzoeker had na bestellingen via de website tandenbleken-thuis.nl een inzageverzoek op grond van artikel 15 AVG ingediend bij Van Dijk Interim Services B.V. (VDIS). Toen een reactie uitbleef, sommeerde hij VDIS om alsnog aan het verzoek te voldoen en kondigde hij € 925 aan buitengerechtelijke kosten aan. Vervolgens deed hij onder dreiging van een gerechtelijke procedure een niet-onderhandelbaar schikkingsvoorstel van € 1.250. VDIS verstrekte daarop algemene informatie over onder meer de categorieën persoonsgegevens, verwerkingsdoeleinden, grondslagen, ontvangers en bewaartermijnen en vroeg verzoeker zijn identiteit te verifiëren. Verzoeker reageerde niet op dat verzoek. In de procedure verzocht hij aanvankelijk onder meer om schadevergoeding, buitengerechtelijke kosten en vergoeding van de werkelijke proceskosten. Pas tijdens de mondelinge behandeling verminderde hij zijn verzoek tot het verkrijgen van volledige inzage in zijn persoonsgegevens, op straffe van een dwangsom.

IT 5376

AVG-inzagerecht geeft slechts bij uitzondering recht op originele documenten

Overige instanties 20 jul 2026,, IT 5376; ECLI:NL:RVS:2026:4254 ([appellant] tegen Nationaal Agentschap Erasmus+ Jeugd), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/avg-inzagerecht-geeft-slechts-bij-uitzondering-recht-op-originele-documenten

RvS 20 juli 2026, IT 5376; ECLI:NL:RVS:2026:4254 ([appellant] tegen Nationaal Agentschap Erasmus+ Jeugd). Een betrokkene had het Nationaal Agentschap Erasmus+ Jeugd op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming verzocht om inzage in zijn persoonsgegevens. Nadat de Rechtbank Den Haag zijn beroep tegen het besluit op dit verzoek ongegrond had verklaard, stelde hij hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Volgens de Afdeling moet het Nationaal Agentschap op grond van de AVG een overzicht van de verwerkte persoonsgegevens verstrekken dat de betrokkene in staat stelt zijn rechten uit de AVG uit te oefenen. Het inzagerecht brengt echter niet zonder meer mee dat ook een afschrift moet worden verstrekt van de originele documenten waarin die persoonsgegevens zijn opgenomen.

IT 5382

Rapper verbeurt € 90.000 aan dwangsommen wegens TikTok-fragment met minderjarig kind

Rechtbank Den Haag 29 jun 2026,, IT 5382; ECLI:NL:RBDHA:2026:17586 ([eiser] tegen [gedaagde]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/rapper-verbeurt-90-000-aan-dwangsommen-wegens-tiktok-fragment-met-minderjarig-kind

Rb. Den Haag 29 juni 2026, IEF 23707; IT 5382; ECLI:NL:RBDHA:2026:17586 ([eiser] tegen [gedaagde]). In deze zaak vordert eiser, een rapper, staking van de executie van dwangsommen die hij volgens gedaagde heeft verbeurd doordat een TikTok-fragment met beeldmateriaal van haar minderjarige kind online is blijven staan. In een eerder kort geding van 23 april 2026 is eiser veroordeeld om alle foto’s, video’s en enig ander herkenbaar beeldmateriaal van het kind van zijn sociale media te verwijderen en verwijderd te houden. Het bevel omvat uitdrukkelijk een videoclip waarin op de telefoon van eiser een foto van hem met het kind zichtbaar is. Aan het bevel is een dwangsom verbonden van € 5.000 per dag of dagdeel dan wel, naar keuze van gedaagde, per overtreding, met een maximum van € 250.000. Het vonnis is op 29 april 2026 betekend. Een fragment van de betreffende videoclip blijft daarna op het TikTok-account van eiser staan en wordt pas op 18 mei 2026 definitief verwijderd. Op 13 mei 2026 laat gedaagde eiser bevel doen tot betaling van € 60.000 aan op dat moment opgeëiste dwangsommen en laat zij bankbeslag leggen. Over de volledige periode van 1 tot en met 18 mei 2026 stelt zij zich op het standpunt dat eiser in totaal € 90.000 aan dwangsommen heeft verbeurd. Eiser vordert primair opheffing van de beslagen, staking van de executie en terugbetaling van reeds geïnde bedragen. Subsidiair vordert hij de executie op nihil te stellen, te beperken tot de periode tot en met 3 mei 2026 of tot een lager bedrag. Meer subsidiair vordert hij de executie te schorsen totdat in een bodemprocedure onherroepelijk is vastgesteld of en tot welk bedrag dwangsommen zijn verbeurd. Volgens eiser valt het TikTok-fragment niet onder het eerdere verwijderingsbevel. Daarnaast stelt hij dat hij het fragment na een waarschuwing van gedaagde op 3 mei 2026 heeft verwijderd, maar dat het door een technische fout of storing bij TikTok zichtbaar is gebleven of opnieuw online is verschenen. Hij beroept zich op onmogelijkheid tot nakoming in de zin van art. 611d Rv en op misbruik van executiebevoegdheid.

IT 5375

Voorzieningenrechter schorst lasten onder dwangsom van AP wegens twijfels over rechtsmacht en evenredigheid

Rechtbank Den Haag 18 jun 2026,, IT 5375; ECLI:NL:RBDHA:2026:18723 ([verzoeksters] tegen de AP), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/voorzieningenrechter-schorst-lasten-onder-dwangsom-van-ap-wegens-twijfels-over-rechtsmacht-en-evenredigheid

Rb. Den Haag 18 juni 2026, IT 5375; ECLI:NL:RBDHA:2026:18723 ([verzoeksters] tegen de AP). De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) onderzoekt of de exploitanten van een internationaal socialmediaplatform bij het licentiëren van openbare gebruikersinformatie aan ontwikkelaars van large language models in strijd handelen met onder meer de artikelen 6, 13 en 21 AVG. In dat kader verlangde de AP toegang tot de systemen Jira, Google Vault en zogenoemde SWAT Tables. Die toegang moest worden verleend door medewerkers met volledige autorisatie, die op aanwijzing van de toezichthouders zoekopdrachten zouden uitvoeren terwijl de AP live kon meekijken. Nadat verzoeksters hun medewerking hadden gestaakt vanwege bezwaren over de territoriale bevoegdheid van de AP, de toepasselijke buitenlandse wetgeving en de mogelijke inzage in informatie die onder het verschoningsrecht van advocaten valt, legde de AP aan ieder van hen een last onder dwangsom van € 100.000 op.