DOSSIERS
Alle dossiers

Auteursrecht  

IT 5415

Uitspraak ingezonden door Hans Bousie, &bousie.

Geen auteursrecht op functionele websiteteksten, wel verbod op nep reviews

Gerechtshof Amsterdam 4 aug 2026,, IT 5415; 200.343.772/01 (Fixiq Legal tegen Bonnetje c.s.), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/geen-auteursrecht-op-functionele-websiteteksten-wel-verbod-op-nep-reviews

Hof Amsterdam 4 augustus 2026, IEF 23738; RB 4075; IT 5415; 200.343.772/01 (Fixiq Legal tegen Bonnetje c.s.). In deze zaak tussen Fixiq Legal en Bonnetje c.s. staat een geschil over websites en apps voor het aanvechten van verkeersboetes centraal. Nadat gesprekken over een mogelijke samenwerking waren stukgelopen, lanceerde Bonnetje een eigen website en app. Fixiq Legal stelde dat Bonnetje auteursrechtelijk beschermde teksten had overgenomen en misleidende handelspraktijken toepaste door onder meer nep reviews te plaatsen. Anders dan de kantonrechter oordeelt het hof dat de teksten op de testwebsite van Bonnetje openbaar waren gemaakt. De URL was via sociale media gedeeld en de website was, zij het met enige moeite, toegankelijk voor derden. Dat de openbaarmaking mogelijk niet was beoogd, maakt dat niet anders. Van auteursrechtinbreuk is volgens het hof echter geen sprake. Het format en de opbouw van de website zijn te zeer door functionaliteit bepaald. Ook de teksten van de Q&A, het doorloopproces en het machtigingsformulier zijn overwegend functioneel, technisch en juridisch van aard. Zij dragen geen waarneembaar persoonlijk stempel en voldoen daarom niet aan de werktoets.

IT 5394

Uitspraak ingezonden door Dirk Visser en Jasper Klopper, Visser Schaap & Kreijger.

Beroep op parodie-exceptie faalt bij commerciële exploitatie ABBA-parodie ‘Dikke Pens’

Rechtbank Midden-Nederland 29 jul 2026,, IT 5394; ECLI:NL:RBMNE:2026:4647 (De Kapotte Kachels tegen Universal Music Publishing), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/beroep-op-parodie-exceptie-faalt-bij-commerciele-exploitatie-abba-parodie-dikke-pens

Rb. Midden-Nederland 29 juli 2026, IEF 23721; IT 5394; ECLI:NL:RBMNE:2026:4647 (De Kapotte Kachels tegen Universal Music Publishing). De carnavalsband De Kapotte Kachels bracht het nummer Dikke Pens (Clap Your Pens) uit, waarin de melodie van Take A Chance On Me van ABBA wordt gebruikt met een nieuwe, carnavaleske tekst. Universal Music Publishing, die namens de rechthebbenden van ABBA optreedt, liet het nummer van onder meer Spotify verwijderen wegens auteursrechtinbreuk. De Kapotte Kachels vorderen daarop onder meer verklaringen voor recht dat Dikke Pens een toegestane parodie is in de zin van artikel 18b Auteurswet.

IT 5345

Kan AI het auteursrecht juist redden? Een nieuwe visie op licenties in het AI-tijdperk


Mogen ontwikkelaars van generatieve AI auteursrechtelijk beschermde werken gebruiken voor de training van hun modellen? En zo ja, onder welke voorwaarden? De discussie wordt al langere tijd gevoerd, maar juridische duidelijkheid laat nog op zich wachten. Ondertussen speelt een interessante vervolgvraag: hoe ziet een werkbaar licentiesysteem eruit, ervan uitgaande dat toestemming en/of compensatie van de rechthebbende is vereist?

In deze bijdrage wordt die vervolgvraag belicht. Niet het voor de hand liggende scenario van collectief beheer, maar het meer experimentele concept waarin AI-agenten namens individuele makers licenties onderhandelen en beheren. Kan AI, de technologie die het huidige auteursrecht onder druk zet, uiteindelijk ook bijdragen aan een efficiëntere uitoefening daarvan?

Dit is een preview. Het volledige artikel is nu beschikbaar op www.AI-Forum.nl.

IT 5310

Artikel door Daniël de Weerd, Brinkhof.

De vibe coder maakt genoeg creatieve keuzes voor bescherming van zijn werk

Artikel door Daniël de Weerd. Oorspronkelijk verschenen in AI-Forum 2026-2.

Software is traditioneel kennis- en arbeidsintensief om te maken en wordt daarom door het auteursrecht beschermd. Auteursrechtelijke bescherming veronderstelt echter een menselijke maker. Nu steeds meer regels broncode niet meer door een mens, maar door een AI-model in opdracht van een mens worden geschreven (“vibe coding”), roept dat de vraag op in hoeverre deze bescherming nog mogelijk en zinvol is. In deze korte bijdrage betoog ik dat die bescherming mogelijk en zinvol blijft, omdat ook de vibe coder meer dan genoeg “vrije en creatieve keuzes” maakt die het Hof van Justitie vereist.

Dit is een preview. Het volledige artikel is nu beschikbaar op www.AI-Forum.nl

IT 5306

Alles over deepfakes: definities, rechten, plichten en meer. Dit leerde het IE Zomerforum 2026 ons


Deepfakes zijn in rap tempo uitgegroeid tot een van de meest besproken toepassingen van generatieve AI. Steeds gemakkelijker kunnen afbeeldingen, video's en audiobestanden worden gegenereerd waarin personen, stemmen en gebeurtenissen overtuigend worden nagebootst. Of deze ontwikkeling ook wenselijk is, blijkt een andere vraag.

Tijdens het IE Zomerforum 2026 stond dit onderwerp centraal. Aan de hand van bijdragen van Daniël de Weerd, Dirk Visser, Etienne Valk, Jet Hootsmans en Elles Masselink werd uitgebreid stilgestaan bij de juridische stand van zaken rond deepfakes. Daarbij kwamen zowel de Europese AI Act als het in Nederland geïnitieerde wetsvoorstel aan bod. Ook werd aandacht besteed aan de belangen van makers en andere betrokkenen.

IT 5271

AI en auteursrecht medio 2026: internationale consensus over output, verdeeldheid over input

In aanloop naar het ALAI Congress 2026 in Den Haag zijn achttien nationale rapporten gepubliceerd over auteursrecht en AI. De rapporten zijn afkomstig uit verschillende rechtsstelsels, waaronder diverse EU-lidstaten, het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten, Mexico, Argentinië en Zwitserland. Daarnaast organiseerde deLex afgelopen week een online update over AI en auteursrecht met professor Daniel Gervais, waarin de meest recente internationale ontwikkelingen op dit terrein werden besproken.

De rapporten en online update bieden samen een scherp overzicht van de huidige stand van het internationale debat rond AI en auteursrecht. Daarbij valt een duidelijke tweedeling op. Over de outputzijde van generatieve AI bestaat veel consensus, terwijl de opvattingen over de inputzijde juist uiteenlopen. In dit artikel bespreken we deze ontwikkelingen uitgebreider.

IT 5245

"3 Coins" mist onderscheidend vermogen volgens het Gerecht EU

Overige instanties 29 apr 2026,, IT 5245; ECLI:EU:T:2026:297 ((Wazdan tegen EUIPO)), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/3-coins-mist-onderscheidend-vermogen-volgens-het-gerecht-eu

Gerecht EU 29 april 2026, IEF23512, IT5245, ECLI:EU:T:2026:297 (Wazdan tegen EUIPO). In deze zaak heeft het Gerecht van de Europese Unie uitspraak gedaan in het beroep van Wazdan Innovations tegen het EUIPO over de aanvraag van het Uniewoordmerk “3 Coins”. De aanvraag zag op speeljetons, gezelschapsspellen, dobbelstenen, draagbare videospelconsoles, elektronische spellen en diverse softwarediensten in de klassen 28 en 42. De vierde kamer van beroep had geoordeeld dat het teken voor alle betrokken waren en diensten elk onderscheidend vermogen mist. De weigering had geen betrekking op de dienst “ontwerp van onlinespellen” in klasse 42. Wazdan verzocht het Gerecht primair om de bestreden beslissing te wijzigen en subsidiair om vernietiging daarvan. Het Gerecht oordeelde echter dat het niet bevoegd is om de beslissing zodanig te wijzigen dat het merk wordt ingeschreven, en beperkte zich daarom tot een inhoudelijke beoordeling van het verzoek tot vernietiging. Centraal stond de vraag of het teken “3 Coins” onderscheidend vermogen heeft in de zin van artikel 7, lid 1, onder b, van Verordening (EU) 2017/1001. Het Gerecht herhaalde dat een merk onderscheidend vermogen heeft wanneer het geschikt is om de betrokken waren of diensten te identificeren als afkomstig van een bepaalde onderneming en deze te onderscheiden van die van andere ondernemingen. Deze beoordeling moet plaatsvinden in het licht van de aard van de betrokken 'waren en diensten' en de perceptie van het relevante publiek. Dat publiek bestaat uit het algemene publiek dat geïnteresseerd is in games, kans- en gokspellen, met daarnaast voor bepaalde diensten in klasse 42 een professioneel publiek. Het Gerecht benadrukte dat een teken ook zonder strikt beschrijvend te zijn niet-onderscheidend kan zijn. Het was dus niet vereist dat EUIPO aantoont dat “3 Coins” een concreet kenmerk van de betrokken waren of diensten rechtstreeks beschrijft, zolang het relevante publiek het teken niet als aanduiding van commerciële herkomst zal opvatten. In dit verband oordeelde het Gerecht dat het element “coin” in de spelcontext een gangbaar en betekenisvol begrip is, bijvoorbeeld als middel om een spel te starten, als speleenheid, als beloning of als (virtuele of crypto) valuta.

IT 5241

Wazdan Innovations tegen EUIPO: "1 Coin" mist onderscheidend vermogen voor gaming- en gokdiensten

Overige instanties 29 apr 2026,, IT 5241; ECLI:EU:T:2026:296 ((Wazdan Innovations tegen EUIPO)), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/wazdan-innovations-tegen-euipo-1-coin-mist-onderscheidend-vermogen-voor-gaming-en-gokdiensten

Gerecht EU 29 april 2026, IEF23507, IT5241, ECLI:EU:T:2026:296 (Wazdan tegen EUIPO). In deze zaak heeft het Gerecht van de Europese Unie uitspraak gedaan in het beroep van Wazdan Innovations Ltd tegen het European Union Intellectual Property Office. Het geschil betrof de weigering om het Uniewoordmerk “1 Coin” in te schrijven voor onder meer spellen, gaming-software en gokdiensten. EUIPO had de aanvraag grotendeels afgewezen wegens het ontbreken van onderscheidend vermogen in de zin van artikel 7 lid 1 onder b van Verordening (EU) 2017/1001, ook nadat de lijst van waren en diensten was beperkt. De weigering had geen betrekking op de dienst “ontwerp van online spellen” (conception de jeux en ligne) in klasse 42. Wazdan verzocht het Gerecht primair om de bestreden beslissing te wijzigen en subsidiair om vernietiging daarvan. Het Gerecht oordeelde echter dat het niet bevoegd is om zelf een Uniemerk in te schrijven en beperkte zich daarom tot een inhoudelijke beoordeling van het verzoek tot vernietiging. Ten aanzien van het onderscheidend vermogen oordeelde het Gerecht dat het relevante publiek, bestaande uit het algemene publiek dat geïnteresseerd is in games, kansspelen en gokdiensten, en deels professionele afnemers met een hoger aandachtsniveau, het teken “1 Coin” zal opvatten als een verwijzing naar spelmechaniek, zoals inzet, spelregels of beloningen. Het element “coin” wordt in de gaming- en gokcontext algemeen gebruikt, onder meer voor fysieke of virtuele munten. Daardoor zal het teken niet worden gezien als een aanduiding van commerciële herkomst, maar als informatieve aanduiding. Het Gerecht bevestigde dat een teken ook zonder strikt beschrijvend te zijn toch niet-onderscheidend kan zijn.

IT 5219

Algemene thema's zijn niet auteursrechtelijk beschermd, óók niet als AI het nabootst, aldus het Duitse Hof


Het Gerechtshof Düsseldorf oordeelde dat een met AI gegenereerde afbeelding van een hond onder water geen inbreuk maakt op het auteursrecht op de foto waar de afbeelding op is gebaseerd. Volgens het hof is alleen het onbeschermde motief van de foto overgenomen, en niet de beschermde creatieve keuzes van de fotograaf. In het auteursrecht geldt: niet stijl, idee of motief worden beschermd, maar alleen de concrete creatieve uitwerking.

De uitspraak is ook voor Nederland relevant. Het hof baseert zijn beoordeling op het Unierechtelijke werkbegrip en verwijst naar recente rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie.

In deze blog lichten we toe hoe het hof tot zijn oordeel komt, en welke belangrijke vraag het juist onbeantwoord laat.

IT 5216

Cassatieberoep in software-auteursrechtzaak verworpen; proceskosten gematigd tot indicatietarief

Hoge Raad 17 apr 2026,, IT 5216; ECLI:NL:HR:2026:668 (Payingit c.s. tegen Workrate), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/cassatieberoep-in-software-auteursrechtzaak-verworpen-proceskosten-gematigd-tot-indicatietarief

HR 17 april 2026, IEF 23485; IT 5216; ECLI:NL:HR:2026:668 (Payingit c.s. tegen Workrate). De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van Payingit c.s. in een geschil met Workrate over de omvang van de overdracht van auteursrechten op software en de bevoegdheid van de verkoper, die tevens licentienemer was, om exploitatiehandelingen te verrichten. Het arrest zelf bevat slechts een beperkte inhoudelijke motivering. De Hoge Raad vermeldt expliciet dat onderdeel 1.5 van het cassatiemiddel klaagt over schending van het Unierecht, in het bijzonder artikel 5, lid 5, van richtlijn 2001/29/EG (Auteursrechtrichtlijn), maar oordeelt dat die klacht niet tot cassatie kan leiden op de gronden uiteengezet in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 3.32 en 3.34. De overige klachten worden verworpen met toepassing van artikel 81, lid 1, RO, zodat de Hoge Raad niet motiveert waarom zij falen, omdat beantwoording daarvan niet nodig is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Het arrest is daarom vooral van belang als bevestiging van de uitkomst in hoger beroep, en niet wegens een uitgebreid inhoudelijk oordeel van de Hoge Raad over de auteursrechtelijke hoofdvragen.