DOSSIERS
Alle dossiers

Auteursrecht  

IT 5214

Inzage in X onder de AVG: beperkte ruimte voor beroep op bedrijfsgeheimen

Hof 14 apr 2026,, IT 5214; ECLI:NL:GHAMS:2026:961 ((X International Unlimited Company tegen [geïntimeerde])), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/inzage-in-x-onder-de-avg-beperkte-ruimte-voor-beroep-op-bedrijfsgeheimen

Hof Amsterdam 14 april 2026, IEF23484, ECLI:NL:GHAMS:2026:961(X International Unlimited Company tegen [geïntimeerde]). In deze zaak staat de reikwijdte van het inzagerecht van artikel 15 AVG centraal in de context van interne moderatie- en logsysteemgegevens van X (voorheen Twitter). [geïntimeerde], een gebruiker van het platform X, werd in oktober 2023 geconfronteerd met een tijdelijke beperking van zijn account naar aanleiding van een tweet waarin het woord “kinderporno” voorkwam met een link naar een NOS-artikel. Deze beperking bleek achteraf onterecht en werd door X opgeheven zonder dat de verzoeker daarvan op de hoogte werd gesteld. Als reactie hierop heeft de [geïntimeerde] een inzageverzoek ingediend op grond van artikel 15 AVG. Daarbij vroeg hij onder meer om toegang tot interne registraties van het platform, waaronder het systeem dat binnen X bekend staat als [Y] (ook aangeduid als “Guano Notes”), waarin moderatiehandelingen, labels en andere account gerelateerde acties worden vastgelegd. De Rechtbank Amsterdam wees dit verzoek grotendeels toe en verplichtte X tot volledige inzage, op straffe van een doorlopende dwangsom. In hoger beroep lagen echter nog slechts twee geschilpunten voor: de vraag of ook inzage moest worden verleend in de [Y]/Guano Notes en de vraag of de opgelegde dwangsommen moesten worden gemaximeerd dan wel verhoogd. X kwam in dat kader op tegen het vonnis en beriep zich op de bescherming van bedrijfsgeheimen en de rechten en vrijheden van derden als grond om de inzage te beperken. Het gerechtshof stelt voorop dat gegevens die zijn opgenomen in interne systemen zoals [Y], voor zover zij betrekking hebben op handelingen rond het account van de betrokkene, moeten worden aangemerkt als persoonsgegevens in de zin van de AVG. Dit betekent dat zij in beginsel onder het bereik van het inzagerecht vallen. Daarmee sluit het hof aan bij de lijn van het C-487/21 (FF/CRIF), waarin is benadrukt dat het inzagerecht ertoe strekt de betrokkene in staat te stellen de rechtmatigheid van de verwerking daadwerkelijk te controleren. Tegelijkertijd onderkent het hof dat het inzagerecht niet absoluut is. Op grond van artikel 15 lid 4 AVG, gelezen in samenhang met artikel 23 AVG en artikel 41 UAVG, kan de verstrekking van gegevens worden beperkt ter bescherming van onder meer de rechten en vrijheden van anderen, waaronder bedrijfsgeheimen. In dat verband verwijst het hof mede naar de rechtspraak van het C-203/22 (Dun & Bradstreet Austria), waarin is benadrukt dat een dergelijke beperking steeds het resultaat moet zijn van een concrete en zorgvuldige belangenafweging.

IT 5213

Offline streaming copy valt niet onder de thuiskopie-exceptie

HvJ EU 16 apr 2026,, IT 5213; ECLI:EU:C:2026:296 (Stichting Onderhandelingen Thuiskopievergoeding, Stichting de Thuiskopie tegen HP Nederland BV, Dell BV, Stichting Overlegorgaan Blanco Informatiedragers), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/offline-streaming-copy-valt-niet-onder-de-thuiskopie-exceptie

HvJ EU 16 april 2026, IEF 23483; IT 5213; ECLI:EU:C:2026:296 (Stichting Onderhandelingen Thuiskopievergoeding, Stichting de Thuiskopie tegen HP Nederland BV, Dell BV, Stichting Overlegorgaan Blanco Informatiedragers). In C-496/24 oordeelt het Hof dat een offline streaming copy die door de aanbieder van een streamingdienst op verzoek van de gebruiker op diens apparaat wordt geplaatst, niet onder de uitzondering voor kopieën voor privégebruik van artikel 5, lid 2, onder b, van richtlijn 2001/29 valt, wanneer de gebruiker technisch niet buiten die dienst om over die kopie kan beschikken en de rechthebbende de controle over het werk behoudt. Het Hof stelt eerst vast dat artikel 5, lid 5, van de richtlijn de materiële inhoud van de uitzondering niet bepaalt of uitbreidt, maar alleen de voorwaarden preciseert waaronder een reeds bestaande beperking of restrictie mag worden toegepast; daarom herformuleert het de prejudiciële vragen zo dat uitsluitend de uitlegging van artikel 5, lid 2, onder b, centraal staat. Vervolgens benadrukt het Hof dat deze uitzondering alleen betrekking heeft op reproductiehandelingen in de zin van artikel 2 en niet op handelingen die in wezen onder het recht van mededeling aan het publiek, met inbegrip van beschikbaarstelling voor het publiek, van artikel 3, lid 1, vallen. In de door de Hoge Raad beschreven situatie selecteert de gebruiker weliswaar het werk, maar de streamingaanbieder plaatst dat werk op een afgeschermd deel van het apparaat, bepaalt de encryptie, houdt het uitsluitend binnen de app toegankelijk en verhindert dat de gebruiker de kopie verplaatst, overdraagt of anderszins vrij gebruikt; bovendien kan de toegang worden geblokkeerd of de kopie worden verwijderd. Onder voorbehoud van verificatie door de verwijzende rechter moet een dergelijke handeling daarom worden aangemerkt als een vorm van beschikbaarstelling voor het publiek, zodat zij niet onder de thuiskopie-exceptie valt.

IT 5212

Kantonrechter: ook het onbewust gebruik van een foto levert auteursrechtinbreuk op

Rechtbank Overijssel 3 apr 2026,, IT 5212; ECLI:NL:RBOVE:2026:2019 (([eiser] tegen WOOD & STONES)), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/kantonrechter-ook-het-onbewust-gebruik-van-een-foto-levert-auteursrechtinbreuk-op

Rb. Overrijsel 3 april 2026, IEF23482; ECLI:NL:RBOVE:2026:2019 ([eiser] tegen WOOD & STONES). In deze zaak veroordeelt de kantonrechter Wood & Stones B.V. tot betaling van schadevergoeding aan een professioneel fotograaf wegens het zonder toestemming en zonder naamsvermelding gebruiken van een foto op haar website. De kantonrechter stelt voorop dat de betreffende foto een auteursrechtelijk beschermd werk is en dat de fotograaf als maker rechthebbende is. Vaststaat dat Wood & Stones de foto zonder toestemming heeft gebruikt én zonder naamsvermelding heeft gepubliceerd; daarom is er sprake van auteursrechtinbreuk, met daarnaast recht op aanvullende vergoeding wegens het ontbreken van naamsvermelding. Het verweer dat de foto via een klant is verkregen en dat er geen sprake was van opzet, wordt verworpen: ook gebruik ter goeder trouw kan een inbreuk van het auteursrecht opleveren.

IT 5201

Uitingen van fan op sociale media vallen binnen vrijheid van meningsuiting

Rechtbank Amsterdam 27 mrt 2026,, IT 5201; ECLI:NL:RBAMS:2026:3130 ([eiser] tegen [gedaagde]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/uitingen-van-fan-op-sociale-media-vallen-binnen-vrijheid-van-meningsuiting

Rb. Amsterdam 27 maart 2026, IEF 23465; IT 5201; ECLI:NL:RBAMS:2026:3130 ([eiser] tegen [gedaagde]). De voorzieningenrechter wijst alle vorderingen van een Australische singer-songwriter tegen een Nederlandse fan af. Partijen hebben gedurende ongeveer 2,5 jaar een persoonlijke relatie gehad, die in het najaar van 2025 definitief eindigde. Nadat de artiest op 30 oktober 2025 op Instagram had gereageerd op beschuldigingen van grensoverschrijdend gedrag jegens jonge vrouwelijke fans, plaatste de fan berichten op Instagram, TikTok en YouTube over haar ervaringen. De artiest vorderde in kort geding onder meer een verbod op uitlatingen waarin hij volgens hem werd beschuldigd van verkrachting, mishandeling, seksueel grensoverschrijdend gedrag en een narcistische persoonlijkheidsstoornis, alsmede verwijdering van berichten, een contactverbod, rectificatie en een auteursrechtelijk verbod met betrekking tot niet-uitgebrachte muziek. De voorzieningenrechter stelt voorop dat moet worden afgewogen tussen het recht van de fan op vrijheid van meningsuiting ex art. 10 EVRM en de belangen van de artiest bij bescherming van zijn eer, goede naam en privacy. Alleen als de uitingen onrechtmatig zijn in de zin van art. 6:162 BW, kan die vrijheid worden beperkt. Daarbij geldt dat ook uitingen die beledigen, choqueren of verontrusten onder de bescherming van art. 10 EVRM kunnen vallen.

IT 5199

Beperkt verbod ten aanzien van erkend overgenomen foto’s

Rechtbank Amsterdam 7 apr 2026,, IT 5199; ECLI:NL:RBAMS:2026:3574 ([eisende partij] tegen Nordkitchen), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/beperkt-verbod-ten-aanzien-van-erkend-overgenomen-foto-s

Rb. Amsterdam 7 april 2026, IEF 23463; IT 5199; ECLI:NL:RBAMS:2026:3574 ([eisende partij] tegen Nordkitchen). De voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam wijst de vorderingen van [eisende partij] tegen Nordkitchen slechts in zeer beperkte mate toe. De kern van het geschil was of Nordkitchen foto’s, teksten en vormgeving van de website van [eisende partij] had overgenomen waarop auteursrecht rustte en waarvan [eisende partij] rechthebbende was. De voorzieningenrechter beperkt zijn beoordeling tot de foto’s, omdat voorshands niet is gebleken dat ook teksten of vormgeving voldoende concreet als overgenomen materiaal zijn aangewezen. Daarbij formuleert de rechter eerst het toepasselijke auteursrechtelijke toetsingskader: voor bescherming is vereist dat een werk nauwkeurig en objectief identificeerbaar en oorspronkelijk is, in die zin dat het de persoonlijkheid van de maker weerspiegelt door vrije en creatieve keuzes; bij foto’s mogen zulke creatieve keuzes niet zonder meer worden verondersteld. Verder geldt dat het auteursrecht in beginsel toekomt aan de maker, doorgaans de fotograaf, en dat overdracht aan een opdrachtgever schriftelijk moet blijken. Tegen die achtergrond wordt alleen het verbod toegewezen voor de foto’s genoemd in randnummers 3.1, 3.3, 3.5 en 3.12 van de dagvaarding. Dat oordeel berust erop dat Nordkitchen, mede via haar onthoudingsverklaring en haar toelichting ter zitting, in wezen heeft erkend dat juist die foto’s van haar website moesten worden verwijderd, terwijl zij onvoldoende heeft onderbouwd dat dit ook daadwerkelijk was gebeurd. De voorzieningenrechter verbiedt daarom verdere openbaarmaking, verveelvoudiging of enig ander gebruik van die specifieke foto’s. Aan dit verbod wordt echter geen dwangsom verbonden, omdat niet is gebleken dat Nordkitchen onwelwillend is om concreet aangewezen materiaal te verwijderen zodra duidelijk is om welke foto’s het gaat en waarop het gestelde recht ziet.

IT 5198

Geen verbod op gebruik naam en beeltenis influencer, omdat rechtsgeldige ontbinding licentieovereenkomst in kort geding niet aannemelijk is

Rechtbank Amsterdam 7 apr 2026,, IT 5198; ECLI:NL:RBAMS:2026:3348 ([eiser 1] en [eiser 2] tegen [gedaagde]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/geen-verbod-op-gebruik-naam-en-beeltenis-influencer-omdat-rechtsgeldige-ontbinding-licentieovereenkomst-in-kort-geding-niet-aannemelijk-is

Rb. Amsterdam 7 april 2026, IEF 23462; IT 5198; ECLI:NL:RBAMS:2026:3348 ([eiser 1] en [eiser 2] tegen [gedaagde]). De voorzieningenrechter van de Rechtbank Amsterdam wijst alle gevraagde voorzieningen af in een kort geding tussen influencer/powerlifter [eiser 1], handelend onder [handelsnaam 1], en [gedaagde] B.V. Partijen hadden een overeenkomst gesloten die liep van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2026, op grond waarvan [gedaagde] exclusief gerechtigd was de naam en “image rights” van [handelsnaam 1] te gebruiken voor de promotie en verkoop van voedingssupplementen, tegen betaling van onder meer een maandelijkse licentievergoeding van USD 35.000, een winstaandeel en verkoopprovisie. [eiser 1] stelde dat hij deze overeenkomst op 29 oktober 2025 rechtsgeldig had ontbonden wegens een material breach als bedoeld in art. 5.2 van de overeenkomst, onder verwijzing naar te late en uitblijvende betalingen, het uitblijven van winstaandelen en provisie, het niet verstrekken van financiële informatie en het zonder voorafgaande goedkeuring op de markt brengen van producten, onder meer in Mexico. Op basis daarvan vorderde hij onder meer verboden wegens merk-, auteurs- en portretrechtinbreuk, alsook verboden op misleidende handelspraktijken en misleidende reclame, met nevenvorderingen zoals opgave en terugroeping. De voorzieningenrechter stelt voorop dat Nederlands recht van toepassing is en dat de rechtbank Amsterdam bevoegd is. Daarnaast oordeelt hij dat [eiser 2] geen contractspartij is en ook niet als merkhouder, auteursrechthebbende of portretgerechtigde is gesteld, zodat haar vorderingen al daarom stranden. Beslissend is vervolgens dat de gevraagde verboden alleen toewijsbaar zijn als voldoende aannemelijk is dat de bodemrechter zal oordelen dat de overeenkomst rechtsgeldig is ontbonden; dat acht de voorzieningenrechter niet het geval.

IT 5171

Artikel door Fulco Blokhuis, Boekx Advocaten.

Vibe coding en het probleem van de auteursrechtelijke bescherming van software (preview)

Artikel door Fulco Blokhuis. Oorspronkelijk verschenen in AI-Forum 2026-1.

Inleiding: Vibe coding - een revolutie in softwareontwikkeling

Het werk van veel ontwikkelaars wordt steeds meer door generatieve AI (GenAI) gedaan. Software tools, zoals Lovable, Cursor, Claude Cowork, Codex en AI Studio kunnen werkende software ontwikkelen, testen en uitvoeren op basis van een of meerdere prompts. Deze vorm van programmeren wordt – sinds februari 2025[1] – vibe coding genoemd. Vibe coding is inmiddels mainstream aan het worden.

Met behulp van Claude wordt nu in een paar uur of dagen software gebouwd waar dat normaal maanden kostte. Ontwikkelaars in Silicon Valley sturen meerdere AI agents aan, ook wel agent coding genoemd. De agents schrijven zelf code, of delegeren die taak aan andere AI agents. OpenAI maakte bekend dat haar AI Agents een miljoen regels aan code hadden geschreven, aan de hand van een uitgebreide instructie, maar zonder menselijke interventie. Het aantal apps in de appstore is in december 2025 met 60% toegenomen.

Deze verschuiving van handmatig programmeren naar "prompten" heeft fundamentele gevolgen voor de juridische bescherming van software. Het traditionele auteursrechtelijke model gaat uit van menselijke creativiteit die zich uit in code, maar bij vibe-coding is de menselijke creativiteit verschoven naar de prompt, terwijl de AI de code schrijft. Dat roept de vraag op: is software nog te beschermen door het auteursrecht?

In dit artikel worden de auteursrechtelijke gevolgen van deze ontwikkeling geschetst.

IT 5172

Kort geding bij verstek over YouTube-video’s: verwijdering, rectificatie, verbod op diffamerende uitlatingen en staking van portret- en auteursrechtinbreuk

Rechtbank Amsterdam 23 feb 2026,, IT 5172; ECLI:NL:RBAMS:2026:3000 (ONLINE TRADING CAMPUS LLC en [eiser] tegen [gedaagde]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/kort-geding-bij-verstek-over-youtube-video-s-verwijdering-rectificatie-verbod-op-diffamerende-uitlatingen-en-staking-van-portret-en-auteursrechtinbreuk

Rb. Amsterdam 23 februari 2026, IEF 23430; IT 5172; ECLI:NL:RBAMS:2026:3000 (ONLINE TRADING CAMPUS LLC en [eiser] tegen [gedaagde]). In dit kort geding bij verstek staan Online Trading Campus LLC en [eiser] tegenover [gedaagde] naar aanleiding van op YouTube geplaatste video’s en andere uitlatingen over eisers. Gedaagde verschijnt niet op de mondelinge behandeling van 17 februari 2026, waarna de voorzieningenrechter vaststelt dat de formaliteiten zijn nageleefd en verstek verleent. De rechtbank overweegt vervolgens dat de vorderingen van eisers grotendeels niet onrechtmatig of ongegrond voorkomen en wijst deze daarom in hoofdzaak toe, zij het met aanpassing van enkele termijnen, beperking van de dwangsom en aanpassing van de tekst van de gevorderde rectificatie, juist omdat het om een verstekvonnis gaat. De voorzieningenrechter beveelt gedaagde om binnen 48 uur na betekening de drie in de dagvaarding genoemde video’s van internet en meer in het bijzonder van het YouTube-kanaal [naam kanaal] te verwijderen en verwijderd te houden. Daarnaast moet gedaagde binnen diezelfde termijn de inbreuk op de portretrechten van eiser sub 2 staken en gestaakt houden door diens portret niet langer openbaar te maken in de video’s en bijbehorende thumbnails. Ook moet hij binnen 48 uur de inbreuk op de auteursrechten van eisers staken en gestaakt houden door de in de dagvaarding omschreven beelden niet langer openbaar te maken of te verveelvoudigen. Verder verbiedt de voorzieningenrechter gedaagde om binnen 48 uur na betekening, online en offline, al dan niet met inschakeling van derden, nog langer onrechtmatige en diffamerende uitlatingen over eisers te doen.

IT 5170

Het nieuwe AI-Forum tijdschrift is verschenen (auteursrecht, aansprakelijkheid, cybersecurity & meer)

Wat is de stand van zaken op het gebied van AI en auteursrecht? Hoe zit dat met aansprakelijkheid en cybersecurity? Wat is de wisselwerking tussen de AVG en de AI-verordening in de praktijk? En last but not least: zijn we te afhankelijk geworden van Big Tech?

In het nieuwe AI-Forum tijdschrift (2026-1) brengen wij deze actuele thema’s samen.

Met dank aan de bijdragen van:

Daniel Gervais (Vanderbilt University);
Roeland de Bruin (Kienhuis Legal);
Julie Petersen (Artes Law);
Thijs Kelder en Wouter Seinen (Pinsent Masons) ;
Fulco Blokhuis (Boekx);
Menno Weij (The Data Lawyers).

Nog geen abonnee? Het volledige tijdschrift is vrij toegankelijk via ons proefabonnement.

IT 5154

Uitspraak ingezonden door Joris Deene, Everest.

Geen auteursrechtelijke bescherming en geen bewezen inbreuk: fotojournalist tegen UGent over online CLIM‑werkpakketten

Overige instanties 16 mrt 2026,, IT 5154; 2025/AR/1342 (SCHULD Peter-Vincent tegen UNIVESITEIT GENT), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/geen-auteursrechtelijke-bescherming-en-geen-bewezen-inbreuk-fotojournalist-tegen-ugent-over-online-clim-werkpakketten

Hof van beroep Gent 16 maart 2026, IEF 23398, IT 5154, IEFbe 4156; 2025/AR/1342 (SCHULD Peter-Vincent tegen UNIVESITEIT GENT). Deze zaak gaat over een geschil tussen fotojournalist Peter‑Vincent Schuld, hoofdredacteur van het online tijdschrift FactsFound.news, en de Universiteit Gent (UGent) omtrent het online gebruik van 18 foto’s in twee CLIM‑werkpakketten (“Mag ik spelen?” en “Verhuizen? Wat is dat?”) die door het Steunpunt Diversiteit en Leren (vakgroep Taalkunde UGent) zijn ontwikkeld en in 2016 integraal en kosteloos online werden geplaatst. Schuld had in 2006–2007 foto’s geleverd aan de Uitgeverij De Boeck voor papieren educatieve uitgaven en verwijst naar facturen en een dading, maar bezorgt die stukken in hoger beroep niet effectief aan het hof. Vanaf 2020 stelt hij UGent herhaaldelijk in gebreke wegens “auteursrechtfraude” en dagvaardt hij in 2024 UGent voor de rechtbank van eerste aanleg Gent, met een vordering tot bescherming van zijn auteursrecht en tot vergoeding van materiële schade van 84.350 euro en morele schade van 10.000 euro. UGent betwist zowel auteurschap als rechthebbenschap, voert onder meer nietigheid van de dagvaarding, verjaring, afstand van recht/rechtsverwerking, en een exceptie van borgstelling aan en stelt dat de auteursvermogensrechten op de CLIM‑pakketten, inclusief de foto’s, bij Uitgeverij De Boeck liggen, gelet op de colofon met “© 2007 Uitgeverij De Boeck nv – Alle rechten voorbehouden”. De rechtbank verwerpt de wering‑ en ontvankelijkheidsverweren, oordeelt dat de vordering ontvankelijk maar ongegrond is omdat Schuld niet aantoont dat hij nog de vermogensrechten bezit, en legt de gerechtskosten voor vier vijfde ten laste van Schuld en voor één vijfde ten laste van UGent. Schuld stelt hoger beroep in en vraagt vernietiging van het vonnis in zoverre zijn vordering ongegrond is verklaard en veroordeling van UGent tot 94.350 euro plus proceskosten, terwijl UGent incidenteel beroep instelt en de vordering alsnog als ontoelaatbaar of minstens ongegrond wil zien afgewezen, met volledige kostenveroordeling van Schuld. In hoger beroep identificeert het hof op basis van de CLIM‑pakketten nauwkeurig de 18 betwiste foto’s, maar werpt de door Schuld op 8 december 2025 via e‑deposit neergelegde conclusie en het nieuwe stuk ambtshalve uit de debatten omdat ze, in strijd met artikel 747 §4 Ger.W. en artikel 740 Ger.W., niet tijdig aan UGent zijn overgemaakt; het hof houdt enkel rekening met de beroepsakte en de daarin opgesomde stukken, die Schuld uiteindelijk evenmin neerlegt.