DOSSIERS
Alle dossiers

Social media  

IT 5475

Geen herstel van Meta-accounts in kort geding vanwege gebrek aan spoedeisend belang en noodzaak tot nader onderzoek

Rechtbank Oost-Brabant 14 jul 2026,, IT 5475; ECLI:NL:RBOBR:2026:5057 ([eiser] tegen Meta), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/geen-herstel-van-meta-accounts-in-kort-geding-vanwege-gebrek-aan-spoedeisend-belang-en-noodzaak-tot-nader-onderzoek

Rb. Oost-Brabant 14 juli 2026, IT 5475; ECLI:NL:RBOBR:2026:5057 ([eiser] tegen Meta). In deze zaak vordert [eiser] in kort geding dat Meta hem opnieuw toegang geeft tot zijn accounts op Instagram, Facebook, Messenger en Threads, op straffe van een dwangsom, en een voorschot van € 1.263,50 op zijn schade betaalt. Meta schakelde zijn Instagram-account op 9 juni 2025 uit omdat het account of de activiteiten daarop volgens Meta in strijd waren met haar beleid tegen seksuele uitbuiting, seksueel misbruik en naaktbeelden van kinderen, het CSEAN-beleid. Meta schakelde daarna ook zijn andere accounts uit. [eiser] betwist dat hij kinderpornografisch materiaal bezat of publiceerde en stelt dat Meta de gebruikersovereenkomst onterecht heeft beëindigd, onzorgvuldig heeft gehandeld en hem schade heeft toegebracht. Meta stelt dat [eiser] met haar gebruiksvoorwaarden en beleidsregels heeft ingestemd en dat de uitschakeling van de accounts gerechtvaardigd was om overtredingen van het CSEAN-beleid te sanctioneren en verplaatsing van het gedrag naar andere Meta-platforms te voorkomen. De Nederlandse rechter is bevoegd en past Nederlands recht toe. 

IT 5445

Boete voor grove beledigingen van ambtsdragers op TikTok niet in strijd met artikel 10 EVRM

Overige instanties 19 mei 2026,, IT 5445; ECLI:CE:ECHR:2026:0519JUD004158523 (Miladze tegen Georgië), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/boete-voor-grove-beledigingen-van-ambtsdragers-op-tiktok-niet-in-strijd-met-artikel-10-evrm

EHRM 19 mei 2026, IT 5445; ECLI:CE:ECHR:2026:0519JUD004158523 (Miladze tegen Georgië). In deze zaak plaatste Miladze, een Georgische burgeractivist, in december 2022 een openbare TikTok-video waarin hij kritiek uitte op het verkeers- en vervoersbeleid van Tbilisi en op het optreden van de burgemeester, politie- en veiligheidsfunctionarissen. Daarbij gebruikte hij herhaaldelijk zeer grove en seksueel expliciete beledigingen tegen deze functionarissen. De video werd meer dan 100.000 keer bekeken en ongeveer 600 keer gedeeld. Miladze werd wegens de video bestuursrechtelijk vervolgd. In hoger beroep bleef zijn veroordeling wegens verstoring van de openbare orde op grond van artikel 166 § 1 van de Georgische Code of Administrative Offences in stand en werd hem de wettelijke minimumboete van GEL 500, ongeveer € 180, opgelegd. De Georgische rechter beschouwde TikTok, mede gelet op bestaande nationale rechtspraak over cyberspace en sociale media, als een ‘public place’. Miladze klaagde bij het EHRM dat zijn veroordeling zijn vrijheid van meningsuiting uit artikel 10 EVRM schond. Volgens hem was de beperking onder meer niet voorzienbaar omdat de nationale bepaling niet op sociale media zou zien, en vormde zijn video politieke kritiek over een onderwerp van algemeen belang. 

IT 5413

Aanhoudende uitingen over ex-partner en kinderen leiden tot vijfjarig contact- en publicatieverbod

Rechtbank Overijssel 23 jul 2026,, IT 5413; ECLI:NL:RBOVE:2026:4535 ([eiser] tegen [gedaagde]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/aanhoudende-uitingen-over-ex-partner-en-kinderen-leiden-tot-vijfjarig-contact-en-publicatieverbod

Rb. Overijssel 23 juli 2026, IT 5413; ECLI:NL:RBOVE:2026:4535 ([eiser] tegen [gedaagde]). Partijen hebben een affectieve relatie gehad en hebben samen twee minderjarige kinderen. Aan [gedaagde] zijn eerder in het kader van zijn geschorste voorlopige hechtenis contact- en uitingsverboden opgelegd. Daarnaast verbiedt het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden hem in oktober 2025 gedurende één jaar om via openbare elektronische media informatie, berichten en meningen over [eiser] en de kinderen te publiceren. [Gedaagde] blijft daarna uitlatingen op sociale media plaatsen en verbeurt daarmee het maximale bedrag van € 50.000 aan dwangsommen. Vanaf februari en maart 2026 benadert hij ook de nieuwe werkgever en collega’s van [eiser] online en publiceert hij opnieuw berichten over de kinderen. Omdat de maximale dwangsom uit het eerdere arrest al is verbeurd, bestaat volgens de voorzieningenrechter geen financiële prikkel meer om dat arrest na te leven. [Eiser] heeft daarom voldoende spoedeisend belang bij nieuwe voorzieningen. [Gedaagde] verschijnt niet, hoewel hij behoorlijk is opgeroepen en van de mondelinge behandeling op de hoogte is. De voorzieningenrechter verleent verstek en wijst de vorderingen op grond van artikel 139 Rv grotendeels toe, omdat deze niet onrechtmatig of ongegrond voorkomen.

IT 5365

Geen hostingvrijstelling bij inhoudelijke beoordeling van YouTube-partnerkanaal met gokreclame

HvJ EU 16 jul 2026,, IT 5365; ECLI:EU:C:2026:592 (AGCOM tegen Google Ireland Ltd), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/geen-hostingvrijstelling-bij-inhoudelijke-beoordeling-van-youtube-partnerkanaal-met-gokreclame

HvJ EU 16 juli 2026, RB 4060; IT 5365; ECLI:EU:C:2026:592 (AGCOM tegen Google Ireland). De Italiaanse toezichthouder AGCOM legt Google een bestuurlijke boete van € 750.000 op wegens video’s op vijf YouTube-kanalen waarin gokwebsites werden gepromoot. Ook beveelt AGCOM Google om 630 video’s en soortgelijke content te verwijderen. De betrokken contentmaker nam deel aan het YouTube Partner Programme, waarbij Google en de maker reclame-inkomsten delen. Het Hof maakt bij de beoordeling van de Richtlijn elektronische handel onderscheid tussen het online maken van reclame voor gokactiviteiten en het hosten van video’s waarin dergelijke reclame voorkomt. De activiteit die bestaat in het online maken van gokreclame is intrinsiek met gokactiviteiten verbonden en valt buiten het toepassingsgebied van de richtlijn. Het online hosten van video’s met gokreclame valt daarentegen wel binnen dat toepassingsgebied, omdat hosting als zodanig niet intrinsiek met gokken is verbonden en in beginsel niet verschilt naargelang de aard van de opgeslagen content.

IT 5382

Rapper verbeurt € 90.000 aan dwangsommen wegens TikTok-fragment met minderjarig kind

Rechtbank Den Haag 29 jun 2026,, IT 5382; ECLI:NL:RBDHA:2026:17586 ([eiser] tegen [gedaagde]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/rapper-verbeurt-90-000-aan-dwangsommen-wegens-tiktok-fragment-met-minderjarig-kind

Rb. Den Haag 29 juni 2026, IEF 23707; IT 5382; ECLI:NL:RBDHA:2026:17586 ([eiser] tegen [gedaagde]). In deze zaak vordert eiser, een rapper, staking van de executie van dwangsommen die hij volgens gedaagde heeft verbeurd doordat een TikTok-fragment met beeldmateriaal van haar minderjarige kind online is blijven staan. In een eerder kort geding van 23 april 2026 is eiser veroordeeld om alle foto’s, video’s en enig ander herkenbaar beeldmateriaal van het kind van zijn sociale media te verwijderen en verwijderd te houden. Het bevel omvat uitdrukkelijk een videoclip waarin op de telefoon van eiser een foto van hem met het kind zichtbaar is. Aan het bevel is een dwangsom verbonden van € 5.000 per dag of dagdeel dan wel, naar keuze van gedaagde, per overtreding, met een maximum van € 250.000. Het vonnis is op 29 april 2026 betekend. Een fragment van de betreffende videoclip blijft daarna op het TikTok-account van eiser staan en wordt pas op 18 mei 2026 definitief verwijderd. Op 13 mei 2026 laat gedaagde eiser bevel doen tot betaling van € 60.000 aan op dat moment opgeëiste dwangsommen en laat zij bankbeslag leggen. Over de volledige periode van 1 tot en met 18 mei 2026 stelt zij zich op het standpunt dat eiser in totaal € 90.000 aan dwangsommen heeft verbeurd. Eiser vordert primair opheffing van de beslagen, staking van de executie en terugbetaling van reeds geïnde bedragen. Subsidiair vordert hij de executie op nihil te stellen, te beperken tot de periode tot en met 3 mei 2026 of tot een lager bedrag. Meer subsidiair vordert hij de executie te schorsen totdat in een bodemprocedure onherroepelijk is vastgesteld of en tot welk bedrag dwangsommen zijn verbeurd. Volgens eiser valt het TikTok-fragment niet onder het eerdere verwijderingsbevel. Daarnaast stelt hij dat hij het fragment na een waarschuwing van gedaagde op 3 mei 2026 heeft verwijderd, maar dat het door een technische fout of storing bij TikTok zichtbaar is gebleven of opnieuw online is verschenen. Hij beroept zich op onmogelijkheid tot nakoming in de zin van art. 611d Rv en op misbruik van executiebevoegdheid.

IT 5338

TikTok-video met screenshots van privéberichten niet onrechtmatig

Rechtbank Amsterdam 24 jun 2026,, IT 5338; ECLI:NL:RBAMS:2026:6415 (([eiseres] tegen [gedaagde]).), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/tiktok-video-met-screenshots-van-priveberichten-niet-onrechtmatig

Rb. Amsterdam 24 juni 2026, IT 5338; ECLI:NL:RBAMS:2026:6415 ([eiseres] tegen [gedaagde]). De voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam wijst de vorderingen af van [eiseres], een bekende televisiepersoonlijkheid, tegen [gedaagde], een kunstenaar met een TikTok‑kanaal. De zaak betreft een door [gedaagde] gepubliceerde TikTok‑video waarin screenshots van privéberichten tussen partijen worden getoond en van commentaar voorzien. Partijen kwamen in 2024 via Instagram met elkaar in contact. In februari 2025 bood [eiseres] [gedaagde] aan om vijf portretten te maken in verband met een televisieopname, waarvoor een budget van € 150 beschikbaar was. [gedaagde] achtte dat bedrag voor vijf portretten niet realistisch en ver onder haar gebruikelijke tarief. Naar aanleiding daarvan ontstond discussie tussen partijen. In mei 2026 plaatste [gedaagde] een TikTok‑video met delen van de chatgesprekken en haar eigen commentaar daarop. Die video werd vervolgens breed gedeeld en ook door derden verder verspreid. [eiseres] vordert in kort geding onder meer verwijdering van de publicatie, plaatsing van een rectificatie en verstrekking van screenshots of ander beeldmateriaal van alle over haar gedeelde posts. Zij stelt dat [gedaagde] met de video een eenzijdig en vertekend beeld heeft geschetst van de correspondentie tussen partijen, waardoor haar eer, goede naam en reputatie zijn geschaad. Volgens [eiseres] wordt ten onrechte de indruk gewekt dat zij [gedaagde] als kunstenaar voor eigen gewin wilde gebruiken. Zij beroept zich op haar persoonlijke levenssfeer en stelt dat sprake is van een onrechtmatige publicatie. [gedaagde] voert aan dat zij zich als kunstenaar niet serieus genomen voelde, dat het voorgestelde bedrag niet in verhouding stond tot het gevraagde werk en dat zij haar ervaring daarover mocht delen.

IT 5273

Onrechtmatige verwerking persoonsgegevens: video moet van YouTube verdwijnen

Rechtbank Rotterdam 17 apr 2026,, IT 5273; ECLI:NL:RBROT:2026:4682 ([eiseres] tegen MPG), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/onrechtmatige-verwerking-persoonsgegevens-video-moet-van-youtube-verdwijnen

Rb. Rotterdam 17 april 2026, IT 5273; ECLI:NL:RBROT:2026:4682 ([eiseres] tegen MPG). [eiseres] heeft in 2021 deelgenomen aan een door MPG georganiseerde spelshow, waarvan een video op YouTube is geplaatst. In die video is zij herkenbaar in beeld, wordt zij bij haar voornaam genoemd en is haar stem hoorbaar. [eiseres] vordert verwijdering van de video, omdat zij niet heeft ingestemd met de wijze waarop haar persoonsgegevens zijn verwerkt, in het bijzonder vanwege de seksueel getinte opdrachten en vragen in het spel.

IT 5269

Rb. Den Haag: publicatie beeldmateriaal kind en informatie uit jeugdbeschermingsdossier onrechtmatig

Rechtbank Den Haag 23 apr 2026,, IT 5269; ECLI:NL:RBDHA:2026:9790 (([eiseres] tegen [gedaagde])), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/rb-den-haag-publicatie-beeldmateriaal-kind-en-informatie-uit-jeugdbeschermingsdossier-onrechtmatig

Rb. Den Haag 23 april 2026, IT 5269 IEF 23558; ECLI:NL:RBDHA:2026:9790 ([eiseres] tegen [gedaagde]). De voorzieningenrechter van de Rechtbank Den Haag vindt dat [gedaagde], een rapper met een groot bereik op social media, onrechtmatig handelde met berichten over [eiseres] en het kind van [eiseres]. [eiseres] en [gedaagde] hadden in 2024 een korte relatie, waaruit in 2025 een kind is geboren. Alleen [eiseres] heeft het gezag. [gedaagde], actief als artiest op onder meer Instagram, TikTok, Snapchat en YouTube, is kort voor deze zaak strafrechtelijk veroordeeld voor onder meer bedreiging. Hij kreeg daarbij ook een contactverbod met [eiseres]. Daarna plaatste hij via zijn socialmediakanalen verschillende berichten. Zo deelde hij beeldmateriaal van het kind, combineerde dat met een audio-opname van de slachtofferverklaring van [eiseres], publiceerde informatie uit een jeugdzorgdossier en deed uitspraken over de geestelijke gezondheid van [eiseres] en een vermeende weigering van een DNA-test. Volgens de voorzieningenrechter is er spoed, omdat online publicaties zich snel verspreiden en blijvend zijn, zeker gezien het grote bereik van [gedaagde]. Voor het delen van persoonsgegevens van een kind onder de 16 jaar is toestemming nodig van de wettelijk vertegenwoordiger. Zonder die toestemming is publicatie in principe onrechtmatig. Dat geldt ook voor het gebruik van een geblurde afbeelding in een videoclip. In deze context is het kind toch herkenbaar, onder meer omdat dezelfde afbeelding eerder ongeblurd is gedeeld en wordt gebruikt bij uitspraken over vaderschap. De bescherming van de persoonlijke levenssfeer van het kind weegt zwaarder dan het belang van [gedaagde] bij artistieke vrijheid en inkomsten uit de videoclip.

IT 5243

Ruime bescherming voor vrijheid van meningsuiting politici: ‘beetje Andrew Tate vibes’ toegestaan

Rechtbank Midden-Nederland 24 apr 2026,, IT 5243; ECLI:NL:RBMNE:2026:1870 ([eisende partij] tegen Volt en [gedaagde partij sub 2]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/ruime-bescherming-voor-vrijheid-van-meningsuiting-politici-beetje-andrew-tate-vibes-toegestaan

Rb. Midden-Nederland 24 april 2026, IEF 23511; IT 5243; ECLI:NL:RBMNE:2026:1870 ([eisende partij] tegen Volt en [gedaagde partij sub 2]). In dit kort geding staat de vraag centraal of uitlatingen van een politica tijdens een gemeenteraadsvergadering, en de daarna op social media, onrechtmatig zijn tegenover een verhuurder, [eisende partij]. De politica sprak onder meer over “Andrew Tate vibes” en kwalificeerde diens verhuurpraktijken als intimiderend. [eisende partij] verhuurde bijvoorbeeld enkel aan vrouwen.

IT 5252

Hof Den Haag: stakingsbevel wegens merkinbreuk op Uniemerk ICE niet geschorst; rectificatiebevel voorwaardelijk geschorst wegens disproportionele redactie

Gerechtshof Den Haag 7 apr 2026,, IT 5252; ECLI:NL:GHDHA:2026:546 (Ice Labs tegen IEH), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/hof-den-haag-stakingsbevel-wegens-merkinbreuk-op-uniemerk-ice-niet-geschorst-rectificatiebevel-voorwaardelijk-geschorst-wegens-disproportionele-redactie

Hof Den Haag 7 april 2026, IEF 23520; ECLI:NL:GHDHA:2026:546 (Ice Labs tegen IEH). Dit arrest van het Gerechtshof Den Haag (7 april 2026) betreft een schorsingsincident ex art. 351 Rv in hoger beroep tegen een kortgedingvonnis van de voorzieningenrechter Den Haag van 6 mei 2025, waarbij Ice Labs, die de cryptomunt "Ice Open Network" (ticker: ICE) op de markt brengt, bij voorlopig oordeel inbreukmakend werd bevonden op het Uniemerk ICE van Intercontinental Exchange Holdings, Inc. (IEH), en werd bevolen iedere inbreuk in de EU te staken, alle exchanges te verzoeken de naam en ticker te wijzigen, en een rectificatie te plaatsen op website en sociale media, op straffe van dwangsommen. Ice Labs vorderde in het incident primair schorsing tot aan de beslissing in de hoofdzaak, subsidiair voor 90 dagen na betekening. Het hof baseert zijn internationale bevoegdheid in dit incident op art. 125 lid 1 UMVo jo. art. 35 Brussel I-bis, nu een reële band met de Nederlandse rechtsorde bestaat; de in de hoofdzaak opgeworpen bevoegdheidskwestie blijft onbesproken. Het hof hanteert de maatstaf uit HR 20 december 2019: uitgangspunt is tenuitvoerlegging, schorsing is slechts gerechtvaardigd indien het belang van de veroordeelde bij behoud van de bestaande toestand zwaarder weegt, waarbij het hof uitgaat van de vaststellingen van de voorzieningenrechter tenzij sprake is van een kennelijke misslag, en, indien de uitvoerbaarheid bij voorraad is gemotiveerd, de veroordeelde nieuwe feiten of omstandigheden moet aanvoeren die zich na de uitspraak hebben voorgedaan en een ander oordeel kunnen rechtvaardigen.