DOSSIERS
Alle dossiers

Onrechtmatige uitingen  

IT 5519

Rb. Den Haag: Staat aansprakelijk voor onrechtmatige strafvervolging en OM-publicaties na gebleken onschuld

Rechtbank Den Haag 2 sep 2026, IT 5519; ECLI:NL:RBDHA:2026:25027 ([eiseressen] tegen de Staat), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/rb-den-haag-staat-aansprakelijk-voor-onrechtmatige-strafvervolging-en-om-publicaties-na-gebleken-onschuld

Rb. Den Haag 2 september 2026, IEF 23837; IT 5519; ECLI:NL:RBDHA:2026:25027 ([eiseressen] tegen de Staat). De rechtbank oordeelt dat de Staat aansprakelijk is voor de schade die een advocaat heeft geleden als gevolg van haar strafrechtelijke vervolging. De advocaat werd onder meer verdacht van deelname aan een criminele organisatie, overtreding van de Wet op de kansspelen, witwassen en valsheid in geschrift in verband met haar werkzaamheden voor aanbieders van online kansspelen. Zij werd door de rechtbank vrijgesproken en vervolgens in 2024 ook door het gerechtshof ’s-Hertogenbosch integraal vrijgesproken. Volgens de rechtbank slaagt haar beroep op de b-grond uit het Begaclaim-arrest. Uit de motivering van het arrest van het hof blijkt dat zij onschuldig is aan alle ten laste gelegde feiten en dat de verdenkingen achteraf ongefundeerd zijn gebleken. Het beroep op de a-grond slaagt niet, omdat niet kan worden vastgesteld dat vanaf het begin een rechtvaardiging voor het strafvorderlijk optreden ontbrak. De Staat is daarom aansprakelijk voor de schade die de advocaat als gevolg van de vervolging heeft geleden. De inkomensschade wordt verwezen naar de schadestaatprocedure. Daarnaast kent de rechtbank € 15.000 toe wegens immateriële schade door de vervolging, € 572.526,52 voor kosten die verband houden met de strafrechtelijke vervolging en € 21.486,67 voor de kosten van een bankgarantie.

IT 5517

Negatieve Google-review over dienstverlening makelaar niet onrechtmatig

Rechtbank Rotterdam 7 aug 2026, IT 5517; ECLI:NL:RBROT:2026:11090 ([eiser] tegen [gedaagde]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/negatieve-google-review-over-dienstverlening-makelaar-niet-onrechtmatig

Rb. Rotterdam 7 augustus 2026, IT 5517; ECLI:NL:RBROT:2026:11090 ([eiser] tegen [gedaagde]). De kantonrechter wijst de vordering af van een makelaar die verwijdering van een negatieve Google-review eiste. Het plaatsen van een review over de dienstverlening van een onderneming valt volgens de kantonrechter in beginsel onder de vrijheid van meningsuiting, ook wanneer die review negatief is. Die vrijheid is niet onbeperkt: een review kan onrechtmatig zijn in de zin van artikel 6:162 BW, bijvoorbeeld wanneer sprake is van smaad of laster, of wanneer de tekst anderszins een ontoelaatbare inbreuk maakt op de goede naam of reputatie van een ander. Of daarvan sprake is, moet worden beoordeeld aan de hand van de concrete omstandigheden van het geval.

IT 5496

Publicatie over cyberbullying door schaakgrootmeester niet onrechtmatig; kort geding kwalificeert niet als SLAPP

Rechtbank Amsterdam 1 sep 2026, IT 5496; ECLI:NL:RBAMS:2026:8773 ([eiser] tegen New in Chess c.s.), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/publicatie-over-cyberbullying-door-schaakgrootmeester-niet-onrechtmatig-kort-geding-kwalificeert-niet-als-slapp

Rb. Amsterdam 1 september 2026, IEF 23788; ECLI:NL:RBAMS:2026:8773 ([eiser] tegen New in Chess c.s.). Een gerenommeerde schaakgrootmeester en voormalig wereldkampioen vordert in kort geding van New In Chess c.s. onder meer verwijdering en rectificatie van een artikel, een verbod op toekomstige vergelijkbare uitlatingen en schadevergoeding. Het artikel behandelt de controverse in de internationale schaakwereld rond de inmiddels overleden schaakgrootmeester Daniel Naroditsky en neemt als uitgangspunt dat hij slachtoffer was van cyberbullying door eiser. De voorzieningenrechter stelt voorop dat toewijzing van de vorderingen een beperking van de uitingsvrijheid van New In Chess c.s. als bedoeld in artikel 10 EVRM zou opleveren. Die beperking is slechts gerechtvaardigd indien de publicatie jegens eiser onrechtmatig is in de zin van artikel 6:162 BW. Daarbij moeten het belang van eiser om niet te worden blootgesteld aan lichtvaardige verdachtmakingen en aantasting van zijn eer en goede naam en het belang van New In Chess c.s. om zich als journalistiek medium kritisch, informerend, opiniërend en waarschuwend te kunnen uitlaten over zaken van publiek belang tegen elkaar worden afgewogen.

IT 5485

Facebookpublicaties over cliëntelisme, drugsgebruik, spionage en corruptie zijn onrechtmatig

Overige instanties 24 aug 2026, IT 5485; ECLI:NL:OGEAC:2026:159 ([eiser] tegen [gedaagde]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/facebookpublicaties-over-clientelisme-drugsgebruik-spionage-en-corruptie-zijn-onrechtmatig

Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 24 augustus 2026, IT 5485; ECLI:NL:OGEAC:2026:159 ([eiser] tegen [gedaagde]). Het Gerecht oordeelt dat [gedaagde], journalist, commentator en blogger, onrechtmatig heeft gehandeld tegenover [eiser] door op Facebook 58 berichten over hem te publiceren. [eiser], werkzaam bij de Belastingdienst, werd daarin onder meer in verband gebracht met cliëntelisme, cocaïnegebruik, spionage voor Nederland, corruptie, het bevoordelen van Nederlanders, het lekken van vertrouwelijke informatie en het profiteren van beslagen en openbare verkopen. Het gerecht weegt het belang van [eiser] bij bescherming van zijn eer en goede naam af tegen de vrijheid van meningsuiting en persvrijheid van [gedaagde] op grond van artikel 10 EVRM. Daarbij kijkt het onder meer naar de ernst van de beschuldigingen, het maatschappelijk belang van de gestelde misstanden, de feitelijke basis voor de uitlatingen, de wijze waarop deze zijn gebracht, het bereik van het medium en de positie van [eiser]. De publicaties schetsen in onderlinge samenhang een ernstig en consistent negatief beeld van [eiser], terwijl niet is gebleken dat de beschuldigingen steun vinden in objectief verifieerbare bronnen en geen wederhoor is toegepast. Het beroep op satire of humor wordt verworpen, omdat de uitlatingen als feitelijke beschuldigingen zijn gepresenteerd. Ook de stelling dat [eiser] als publiek persoon meer kritiek moet dulden slaagt niet. De uitlatingen vormen daarom een ongerechtvaardigde aantasting van zijn eer en goede naam en zijn onrechtmatig in de zin van artikel 6:162 BW.

IT 5479

Rectificatie afgewezen wegens ontbreken spoedeisend belang; uitlatingen niet aan het publiek gedaan

Rechtbank Noord-Holland 13 aug 2026, IT 5479; ECLI:NL:RBNHO:2026:10903 ([eiser] tegen [gedaagde]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/rectificatie-afgewezen-wegens-ontbreken-spoedeisend-belang-uitlatingen-niet-aan-het-publiek-gedaan

Rb. Noord-Holland 13 augustus 2026, IT 5479; ECLI:NL:RBNHO:2026:10903 ([eiser] tegen [gedaagde]). De voorzieningenrechter wijst de vorderingen van eiser tot rectificatie af. Eiser en gedaagde zijn voormalig zwager en schoonzus. Op 20 juni 2025 troffen zij elkaar in een supermarkt, waarbij zij elkaar op enig moment hebben aangeraakt. Gedaagde maakte hiervan melding bij de politie. Eiser stelde dat gedaagde ten onrechte zou hebben gezegd dat hij haar had mishandeld en/of geduwd en vorderde onder meer dat zij die uitlatingen zou rectificeren, het vonnis bij de politie zou laten opnemen en zich zou onthouden van soortgelijke uitlatingen. Volgens eiser hielden de gestelde uitlatingen verband met het feit dat hij sinds het incident geen omgang meer had met het door hem erkende zoontje van zijn voormalige partner. De voorzieningenrechter oordeelt dat eiser zijn spoedeisend belang bij de gevraagde voorzieningen onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt. Het incident had ruim een jaar vóór het kort geding plaatsgevonden en eiser beschikte kort daarna al over camerabeelden die volgens hem zijn onschuld aantoonden. Van hem mocht daarom worden verwacht dat hij eerder actie had ondernomen. Bovendien is onvoldoende aannemelijk geworden dat het incident in de supermarkt de enige reden is dat geen omgang meer plaatsvindt.

IT 5468

Verbod op negatieve uitlatingen over ex-echtgenote op sociale media blijft in stand

Gerechtshof Amsterdam 14 jul 2026, IT 5468; ECLI:NL:GHAMS:2026:2165 ([appellant] tegen [geïntimeerde]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/verbod-op-negatieve-uitlatingen-over-ex-echtgenote-op-sociale-media-blijft-in-stand

Gerechtshof Amsterdam 14 juli 2026, IT 5468; ECLI:NL:GHAMS:2026:2165 ([appellant] tegen [geïntimeerde]). In dit kort geding gaat [appellant] in hoger beroep tegen een vonnis dat hem verbiedt zich in het openbaar negatief uit te laten over [geïntimeerde], zijn (ex-)echtgenote. Partijen trouwden in augustus 2024 in Iran, maar gingen daarna niet samenwonen. [appellant] verbleef in Nederland en [geïntimeerde] in Iran. Vanaf december 2024 plaatste [appellant] op Instagram en Telegram berichten waarin hij [geïntimeerde] onder meer beschuldigde van oplichting, drugsgebruik, overspel en banden met het Iraanse regime. Ook deelde hij foto's en video's van haar, waaronder privéfoto's waarop zij zonder hijab te zien is en een foto van hun huwelijksakte. De voorzieningenrechter verbood [appellant] deze beschuldigingen openbaar te maken, droeg hem op de berichten, foto's en video's te verwijderen en verplichtte hem een rectificatie te plaatsen. Aan de veroordelingen koppelde de rechtbank een dwangsom van € 500 per dag tot maximaal € 25.000. In hoger beroep stelt [appellant] onder meer dat zijn uitlatingen onder zijn vrijheid van meningsuiting vallen. 

IT 5451

Google hoeft negatieve reviews over incassobureau niet te verwijderen

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 4 aug 2026, IT 5451; ECLI:NL:GHARL:2026:5138 (Debtt c.s. tegen Google), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/google-hoeft-negatieve-reviews-over-incassobureau-niet-te-verwijderen

Hof Arnhem-Leeuwarden 4 augustus 2026, IT 5451; ECLI:NL:GHARL:2026:5138 (Debtt c.s. tegen Google). Debtt B.V., een incassobureau, en Credit Management B.V., haar enig bestuurder en aandeelhouder, verzoeken Google tien negatieve reviews bij de bedrijfsvermelding van Debtt op Google Search en Google Maps te verwijderen. Google verwijdert vóór de procedure zeven reviews en na de dagvaarding nog één, zodat in hoger beroep nog twee reviews overblijven. Debtt c.s. stellen onder meer dat deze reviews niet echt zijn, onderdeel vormen van een georganiseerde lastercampagne, ongefundeerde strafrechtelijk getinte beschuldigingen bevatten en in strijd zijn met Googles eigen contentmoderatiebeleid. Het hof stelt voorop dat een internetplatform als Google kan worden verplicht door derden geplaatste informatie te verwijderen wanneer de inhoud en bewoordingen daarvan kennelijk onrechtmatig zijn jegens degene die om verwijdering verzoekt. Daarvan kan sprake zijn wanneer een review niet op daadwerkelijke ervaringen berust en/of feitelijk onjuist dan wel onnodig grievend is. Partijen zijn het er bovendien over eens dat het onrechtmatige karakter voor het platform op eenvoudige wijze moet kunnen worden vastgesteld, zonder aanvullend onderzoek naar de feitelijke achtergrond van de review of de relatie tussen recensent en degene over wie wordt geschreven. Bij de beoordeling komt tevens gewicht toe aan het zakelijke en maatschappelijke belang van Google om gebruikers kritische en betrouwbare reviews te laten plaatsen, welk belang nauw samenhangt met de uitingsvrijheid van art. 10 EVRM en art. 7 Grondwet.

IT 5449

Negatieve Google-reviews over advocaat-mediator zijn niet onrechtmatig

Rechtbank Amsterdam 11 aug 2026, IT 5449; ECLI:NL:RBAMS:2026:8145 ([eiser] tegen [gedaagde]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/negatieve-google-reviews-over-advocaat-mediator-zijn-niet-onrechtmatig

Rb. Amsterdam 11 augustus 2026, IT 5449; ECLI:NL:RBAMS:2026:8145 ([eiser] tegen [gedaagde]). [Eiser] is advocaat-mediator en begeleidt de echtscheiding tussen [gedaagde] en haar ex-echtgenoot. Nadat [eiser] in juni 2026 weigert een nieuwe opdracht over een gezagskwestie aan te nemen, plaatst [gedaagde] een twee-sterrenreview op Google over haar dienstverlening. Daarin schrijft zij onder meer dat [eiser] goede bedoelingen heeft, maar professionaliteit en competentie mist, haar neutraliteitsplicht als mediator herhaaldelijk heeft geschonden en daardoor emotionele belasting en hoge, onnodige kosten heeft veroorzaakt. Ook de ex-echtgenoot plaatst vervolgens een negatieve review. [Eiser] stelt dat de review onwaar, bewust reputatieschadend en uit rancune geschreven is en vordert in kort geding verwijdering van beide reviews. De voorzieningenrechter maakt een belangenafweging tussen het belang van [eiser] bij bescherming van haar goede naam en reputatie en het belang van [gedaagde] om zich vrijelijk in het openbaar te kunnen uitlaten. Daarbij geldt dat het in beginsel is toegestaan om ook negatieve ervaringen met een dienstverlener op internet te delen, mits die reviews berusten op daadwerkelijke ervaringen en niet feitelijk onjuist en/of onnodig grievend zijn.

IT 5445

Boete voor grove beledigingen van ambtsdragers op TikTok niet in strijd met artikel 10 EVRM

Overige instanties 19 mei 2026, IT 5445; ECLI:CE:ECHR:2026:0519JUD004158523 (Miladze tegen Georgië), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/boete-voor-grove-beledigingen-van-ambtsdragers-op-tiktok-niet-in-strijd-met-artikel-10-evrm

EHRM 19 mei 2026, IT 5445; ECLI:CE:ECHR:2026:0519JUD004158523 (Miladze tegen Georgië). In deze zaak plaatste Miladze, een Georgische burgeractivist, in december 2022 een openbare TikTok-video waarin hij kritiek uitte op het verkeers- en vervoersbeleid van Tbilisi en op het optreden van de burgemeester, politie- en veiligheidsfunctionarissen. Daarbij gebruikte hij herhaaldelijk zeer grove en seksueel expliciete beledigingen tegen deze functionarissen. De video werd meer dan 100.000 keer bekeken en ongeveer 600 keer gedeeld. Miladze werd wegens de video bestuursrechtelijk vervolgd. In hoger beroep bleef zijn veroordeling wegens verstoring van de openbare orde op grond van artikel 166 § 1 van de Georgische Code of Administrative Offences in stand en werd hem de wettelijke minimumboete van GEL 500, ongeveer € 180, opgelegd. De Georgische rechter beschouwde TikTok, mede gelet op bestaande nationale rechtspraak over cyberspace en sociale media, als een ‘public place’. Miladze klaagde bij het EHRM dat zijn veroordeling zijn vrijheid van meningsuiting uit artikel 10 EVRM schond. Volgens hem was de beperking onder meer niet voorzienbaar omdat de nationale bepaling niet op sociale media zou zien, en vormde zijn video politieke kritiek over een onderwerp van algemeen belang. 

IT 5423

Voorzieningenrechter verbiedt fake Google-recensies en beschuldigingen van seksueel grensoverschrijdend gedrag

Rechtbank Amsterdam 10 aug 2020, IT 5423; ECLI:NL:RBAMS:2020:4894 ([eiseres] tegen [gedaagde 1] en [gedaagde 2]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/voorzieningenrechter-verbiedt-fake-google-recensies-en-beschuldigingen-van-seksueel-grensoverschrijdend-gedrag

Rb. Amsterdam 8 oktober 2020, IT 5423; ECLI:NL:RBAMS:2020:4894 ([eiseres] tegen [gedaagde 1] en [gedaagde 2]). Eiseres exploiteert een praktijk voor colonhydrotherapie en kreeg in maart 2020 een relatie met een man die zij eerder als cliënt had behandeld. Nadat diens echtgenote achter de relatie kwam en de man de relatie beëindigde, dienden gedaagden klachten tegen eiseres in bij de BATC en de IGJ. In juni en juli 2020 verschenen vervolgens negen negatieve éénsterrenrecensies over haar praktijk op Google. Gedaagden erkenden dat één recensie van de echtgenote afkomstig was en stelden dat de overige recensies door familie en vrienden waren geplaatst. De voorzieningenrechter acht van belang dat deze familieleden en vrienden zelf niet bij eiseres onder behandeling waren geweest en kwalificeert de recensies daarom als fake-recensies. Als gedaagden de overige recensies niet zelf hebben geplaatst, hebben zij er volgens de voorzieningenrechter in ieder geval de hand in gehad dat familie en vrienden deze ongeveer gelijktijdig plaatsten en later in twee tranches weer verwijderden. Daarmee hadden zij voldoende regie over de recensies om hun te kunnen gebieden dergelijke uitingen in de toekomst achterwege te laten. De voorzieningenrechter acht bovendien voldoende aannemelijk dat gedaagden eerder bij de praktijk van eiseres waren verschenen, waarbij was gedreigd haar praktijk via internet “helemaal kapot” te maken, en dat de man later onder valse voorwendselen opnieuw bij haar praktijk verscheen om haar te bewegen het kort geding in te trekken.