DOSSIERS
Alle dossiers

Overige onderwerpen  

IT 5230

Schade na crypto-investeringen niet aangetoond

Gerechtshof Amsterdam 14 apr 2026, IT 5230; ECLI:NL:GHAMS:2026:1035 ([appellanten] tegen [geïntimeerde]), https://itenrecht.nl/artikelen/schade-na-crypto-investeringen-niet-aangetoond

Hof Amsterdam 14 april 2026, IT 5230; ECLI:NL:GHAMS:2026:1035 ([appellanten] tegen [geïntimeerde]). Het gerechtshof Amsterdam bekrachtigt het vonnis van de rechtbank, omdat appellanten, na het tussenarrest van 3 juni 2025, onvoldoende hebben aangetoond dat zij als gevolg van de eerder aangenomen tekortkoming van geïntimeerde schade hebben geleden en hoe groot die schade dan zou zijn. Het hof had hun opgedragen om per appellant inzichtelijk te maken wat de ingelegde cryptovaluta zouden hebben opgeleverd als die na eind oktober 2018 elders ter belegging waren ondergebracht, vergeleken met wat zij daadwerkelijk van geïntimeerde hebben ontvangen, uitgaande van de tegenwaarde in euro op de data van inleg en uitkering en met 1 oktober 2020 als peildatum. Volgens het hof hebben appellanten die instructies niet gevolgd: hun berekeningen voor onder meer [appellant 11] en [appellant 1] sluiten niet aan bij de feitelijke, in ethereum verrichte uitkeringen in december 2020 en januari 2021, en voor andere appellanten ontbreekt zelfs inzicht in de berekeningsmethode.

IT 5227

Rb. Oost-Brabant zet een streep door ChatGPT-analyse als bewijs in een civiele procedure

Rechtbank Oost-Brabant 8 apr 2026, IT 5227; ECLI:NLRBOBR:2026:2232 ((AIH tegen UMS)), https://itenrecht.nl/artikelen/rb-oost-brabant-zet-een-streep-door-chatgpt-analyse-als-bewijs-in-een-civiele-procedure

Rb. Oost-Brabant 8 april 2026, IT 5227; ECLI:NLRBOBR:2026:2232 (AIH tegen UMS). De rechtbank Oost-Brabant heeft zich in een betalingsgeschil expliciet uitgesproken over de rol van ChatGPT als onderbouwing van juridische stellingen. In de procedure beriep gedaagde UMS zich in belangrijke mate op een door ChatGPT gegenereerde analyse om te betogen dat een door eiseres AIH opgesteld businessplan inhoudelijk tekortschiet en betaling daarom mocht worden opgeschort. De rechtbank kent aan deze analyse echter geen waarde toe. Doorslaggevend is dat de totstandkoming van de ChatGPT-output onvoldoende inzichtelijk is gemaakt. Zo kon de gebruikte prompt niet worden gereconstrueerd en was onduidelijk welke instellingen zijn gebruikt. Daarnaast bleek dat ChatGPT niet was gevoed met de definitieve versie van het businessplan, maar met een eerdere conceptversie zonder bijlagen. Ook was niet uitgesloten dat processtukken in de input waren verwerkt, terwijl de output wel stellige juridische conclusies bevatte over de rechtmatigheid van opschorting en betalingsweigering.

IT 5202

Rb. Amsterdam: ING niet aansprakelijk voor schade na factuurfraude

Rechtbank Amsterdam 1 apr 2026, IT 5202; ECLI:NL:RBAMS:2026:3264 (IMD tegen ING), https://itenrecht.nl/artikelen/rb-amsterdam-ing-niet-aansprakelijk-voor-schade-na-factuurfraude

Rb. Amsterdam 1 april 2026, IEF 23467; IT 5202; ECLI:NL:RBAMS:2026:3264 (IMD tegen ING). De rechtbank wijst de vordering van International Media Distribution (Luxembourg) (IMD) tegen ING Bank N.V. af. IMD was in oktober 2019 slachtoffer geworden van factuurfraude: zij ontving een ogenschijnlijk van haar vaste zakenpartner ART afkomstige factuur en daarna een herziene factuur met een ander rekeningnummer, waarna zij op 28 oktober 2019 een bedrag van € 418.553 overmaakte naar een bij ING aangehouden rekening. Later bleek dat deze rekening niet aan ART toebehoorde, maar aan Fountainebleau Invest B.V. Kort na ontvangst werd het bedrag in meerdere transacties doorgestort naar buitenlandse rekeningen. IMD stelde dat ING haar bijzondere zorgplicht had geschonden doordat de bank, ondanks signalen van onregelmatigheden op de rekening van Fountainebleau, niet tijdig had ingegrepen. In een eerder tussenvonnis had de rechtbank IMD opgedragen te bewijzen dat ING vóór of op 28 dan wel 29 oktober 2019 subjectieve wetenschap had van onregelmatigheden op die rekening. Het aanvankelijk ook opgedragen bewijs dat verhaal op Fountainebleau en gelieerde personen vruchteloos was geweest, hoefde uiteindelijk niet meer te worden geleverd, omdat ING dat punt later niet langer betwistte. De rechtbank verwerpt vervolgens IMD’s betoog dat zij zou moeten terugkomen op het in het tussenvonnis gehanteerde juridische uitgangspunt, waaronder IMD’s stelling dat relevante wetenschap mede uit de werking van geautomatiseerde transactiemonitoringssystemen van ING zou moeten worden afgeleid.

IT 5191

WhatsApp-berichten onderbouwen uren IT-consultant na ransomware-aanval

Rechtbank Amsterdam 18 mrt 2026, IT 5191; ECLI:NL:RBAMS:2026:2896 (Responders tegen [gedaagde]), https://itenrecht.nl/artikelen/whatsapp-berichten-onderbouwen-uren-it-consultant-na-ransomware-aanval

Rb. Amsterdam 18 maart 2026, IT 5191; ECLI:NL:RBAMS:2026:2896 (Responders tegen [gedaagden]). [gedaagde] moet ruim €92.000 betalen aan Responders voor werkzaamheden na een ransomware-aanval. Volgens de rechtbank is geen sprake van ontbinding of tekortkoming en zijn de gefactureerde uren voldoende onderbouwd. Na een aanval door de Lockbit-groep schakelde [gedaagde] Responders in voor onder meer onderhandelingen met de hackers, begeleiding van een eventuele betaling en het veiligstellen van data. Partijen sloten een overeenkomst op basis van een uurtarief. Uiteindelijk werd het losgeld niet via Responders, maar via een derde partij betaald. [gedaagde] stelde dat de overeenkomst enkel zag op het betalen van $200.000 aan losgeld en dat deze was ontbonden toen Responders die betaling niet zelf uitvoerde. Daarnaast betwistte zij de omvang van de gefactureerde uren.

IT 5174

Digitale vormfout bij processtukken: herstel boven niet-ontvankelijkheid

Hoge Raad 27 mrt 2026, IT 5174; ECLI:NL:HR:2026:514 ([de vrouw] tegen [de man]), https://itenrecht.nl/artikelen/digitale-vormfout-bij-processtukken-herstel-boven-niet-ontvankelijkheid

HR 27 maart 2026, IT 5174; ECLI:NL:HR:2026:514 ([de vrouw] tegen [de man]). De Hoge Raad heeft zich in deze beschikking uitgelaten over de gevolgen van een onjuiste wijze van elektronische indiening van een processtuk. Centraal stond de vraag of een beroepschrift dat binnen de appeltermijn per gewone (onbeveiligde) e-mail is ingediend, maar niet via het voorgeschreven systeem van “Veilig Mailen”, kan leiden tot ontvankelijkheid in hoger beroep. In de onderliggende echtscheidingsprocedure had de man tijdig hoger beroep ingesteld door zijn beroepschrift per e-mail aan het hof te sturen. Deze wijze van indiening was alleen in strijd met het toepasselijke procesreglement, dat een limitatief stelsel van indieningswijzen kent en elektronische indiening uitsluitend via beveiligde kanalen toestaat. De papieren versie van het beroepschrift werd pas na afloop van de beroepstermijn ontvangen. Het hof verklaarde de man desondanks ontvankelijk, mede vanwege een destijds niet eenduidige praktijk rondom e-mailindiening.

IT 5167

Vrijspraak voor Instagram-smaad: onvoldoende voor bewijs van plaatsen berichten door verdachte

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 13 mrt 2026, IT 5167; ECLI:NL:GHARL:2026:1544 (Verdachte tegen het vonnis van de politierechter), https://itenrecht.nl/artikelen/vrijspraak-voor-instagram-smaad-onvoldoende-voor-bewijs-van-plaatsen-berichten-door-verdachte

Hof Arnhem-Leeuwarden 13 maart 2026, IT 5166; ECLI:NL:GHARL:2026:1544 (Verdachte tegen het vonnis van de politierechter). Het hof spreekt verdachte vrij van smaad naar aanleiding van berichten die op Instagram zijn geplaatst over een politieagent. Hoewel uit het dossier blijkt dat verdachte op enige wijze betrokken was bij het account waarop de berichten verschenen, kan niet met voldoende zekerheid worden vastgesteld dat zij de berichten zelf heeft geplaatst. Het hof acht daarmee niet bewezen dat sprake is van “plegen” van smaad, zoals ten laste gelegd. Omdat het bewijs onvoldoende is om directe daderschap aan te nemen, volgt vrijspraak. Het hof gelast daarnaast de teruggave van de in beslag genomen telefoon en verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de schadevordering

IT 5170

Het nieuwe AI-Forum tijdschrift is verschenen (auteursrecht, aansprakelijkheid, cybersecurity & meer)

Wat is de stand van zaken op het gebied van AI en auteursrecht? Hoe zit dat met aansprakelijkheid en cybersecurity? Wat is de wisselwerking tussen de AVG en de AI-verordening in de praktijk? En last but not least: zijn we te afhankelijk geworden van Big Tech?

In het nieuwe AI-Forum tijdschrift (2026-1) brengen wij deze actuele thema’s samen.

Met dank aan de bijdragen van:

Daniel Gervais (Vanderbilt University);
Roeland de Bruin (Kienhuis Legal);
Julie Petersen (Artes Law);
Thijs Kelder en Wouter Seinen (Pinsent Masons) ;
Fulco Blokhuis (Boekx);
Menno Weij (The Data Lawyers).

Nog geen abonnee? Het volledige tijdschrift is vrij toegankelijk via ons proefabonnement.

IT 5140

Deelname aan The Base en opruiing tot terroristische misdrijven via Telegram

Gerechtshof Den Haag 12 mrt 2026, IT 5140; ECLI:NL:GHDHA:2026:380 (het OM / de Staat tegen [naam verdachte]), https://itenrecht.nl/artikelen/deelname-aan-the-base-en-opruiing-tot-terroristische-misdrijven-via-telegram

Hof Den Haag 12 maart 2026, IT&R 5140; ECLI:NL:GHDHA:2026:380 (het OM / de Staat tegen [naam verdachte]). In dit arrest heeft het Gerechtshof Den Haag geoordeeld dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan deelname aan de rechtsextremistische terroristische organisatie The Base, aan het in het openbaar opruien tot terroristische misdrijven via een door hem beheerde Telegramgroep en aan het verspreiden van afbeeldingen waarin tot terroristische misdrijven werd opgeruid. Het hof stelt vast dat de verdachte in de periode van april tot en met augustus 2024 propaganda maakte en verspreidde voor The Base, contact onderhield met aan The Base gelieerde Telegramaccounts, en op 15 augustus 2024 zelfs een Nederlandse cel van die organisatie oprichtte en daarvoor personen rekruteerde. Daarnaast plaatste hij in zijn Telegramgroep onder meer racistische, antisemitische en homohaatdragende berichten en beelden, waaronder verwijzingen naar een rassenoorlog, oproepen tot geweld tegen moslims en joden, afbeeldingen met nazisymboliek en beelden van geweld, schiettraining en het gebruik van een molotovcocktail. Het hof verwerpt het verweer dat geen sprake was van openbare opruiing of van opruiing tot terroristische misdrijven: de Telegramgroep was volgens het hof voldoende openbaar, omdat toetreding relatief eenvoudig was, leden via openbare propaganda werden geworven en de groep in korte tijd sterk groeide. Gelet op de inhoud, strekking en context van de uitingen oordeelt het hof dat werd aangespoord tot onder meer moord en brandstichting met terroristisch oogmerk, namelijk het aanjagen van ernstige vrees bij delen van de bevolking en het ontwrichten van de fundamentele sociale structuren van Nederland.

IT 5138

Hoge Raad vernietigt beschikking over ontslag op staande voet wegens onvoldoende waarborging van hoor en wederhoor bij camerabeelden

Hoge Raad 13 mrt 2026, IT 5138; ECLI:NL:HR:2026:409 (de werknemer tegen PostNL), https://itenrecht.nl/artikelen/hoge-raad-vernietigt-beschikking-over-ontslag-op-staande-voet-wegens-onvoldoende-waarborging-van-hoor-en-wederhoor-bij-camerabeelden

HR 13 maart 2026, IT&R 5138; ECLI:NL:HR:2026:409 (de werknemer tegen PostNL). In deze beschikking van 13 maart 2026 beoordeelt de Hoge Raad een ontslag op staande voet van een PostNL-chauffeur. De werknemer was sinds september 2019 in dienst als chauffeur Groot Vervoer. In de nacht van 18 op 19 juli 2023 vervoerde hij pakketten van het distributiecentrum van PostNL in Tilburg naar dat in Son. Daarbij laadde hij in Tilburg rolcontainers met pakketten in, waarna de trailer werd verzegeld. Bij aankomst in Son verbrak hij, in strijd met de instructies van PostNL, zelf de verzegeling, terwijl dat door een medewerker van het distributiecentrum had moeten gebeuren. Op 25 juli 2023 werd de werknemer op non-actief gesteld wegens onregelmatigheden en op 27 juli 2023 op staande voet ontslagen. In deze procedure verzocht hij onder meer om een verklaring voor recht dat aan de opzegging geen dringende reden ten grondslag lag, alsmede om toekenning van een transitievergoeding, een billijke vergoeding en een vergoeding wegens onregelmatige opzegging. De kantonrechter wees die verzoeken toe, maar het Hof ’s-Hertogenbosch vernietigde die beslissing. Daarbij baseerde het hof zijn oordeel mede op camerabeelden die voorafgaand aan de mondelinge behandeling door PostNL waren toegezonden via een link, maar die alleen met speciale software konden worden bekeken. De advocaat van de werknemer had het hof laten weten dat het hem om technische redenen niet was gelukt die beelden vooraf te openen, hoewel hij dat wel had willen doen. Het hof had de beelden zelf wél vooraf bekeken en heeft zijn oordeel mede gebaseerd op de beelden die tijdens de zitting zijn getoond.

IT 5103

EHRM over vrijheid van meningsuiting van rechters op sociale media

Overige instanties 25 dec 2025, IT 5103; 16915/21 (DANILEŢ tegen Roemenië), https://itenrecht.nl/artikelen/ehrm-over-vrijheid-van-meningsuiting-van-rechters-op-sociale-media

EHRM 25 december 2025, IEF 23266; IT 5103; IEFbe 4100; 16915/21 (DANILEŢ tegen Roemenië). Deze zaak gaat over een klacht op grond van artikel 10 EVRM, ingediend door een Roemeense rechter, naar aanleiding van een disciplinaire sanctie wegens twee berichten die hij in januari 2019 op zijn openbare Facebookpagina had geplaatst. De verzoeker was op dat moment rechter bij het gerechtshof Cluj en genoot aanzienlijke publieke bekendheid, mede door eerdere functies binnen de rechterlijke macht en zijn actieve deelname aan maatschappelijke debatten over democratie, rechtsstaat en justitie. Op zijn Facebookpagina, die ongeveer 50.000 volgers telde, publiceerde hij twee berichten. Het eerste bericht ging over vermeende pogingen om kerninstituties van de staat (waaronder justitie, politie en leger) te ondermijnen en bevatte een retorische passage over de constitutionele rol van het leger bij het beschermen van de democratie. Het tweede bericht bestond uit een link naar een persartikel waarin een officier van justitie kritiek uitte op hervormingen binnen het strafrecht, met daarbij de tekst: “Now here’s a prosecutor with some blood in his veins (sânge în instalaţie), speaking his mind about dangerous prisoners being freed, our leaders’ bad ideas on legislative reform, and judges and prosecutors being ‘lynched’!” (Vertaald). De Judicial Inspection Board startte ambtshalve een onderzoek wegens mogelijk gedrag dat de eer en het imago van de rechterlijke macht zou aantasten, zoals bedoeld in artikel 99(a) van Wet nr. 303/2004. Na onderzoek werd de zaak voorgelegd aan de disciplinaire kamer van de Nationale Raad voor de Magistratuur, die oordeelde dat de verzoeker zijn plicht tot terughoudendheid had geschonden. Daarbij werd benadrukt dat zijn uitlatingen, mede gelet op hun vorm en publieke verspreiding, het vertrouwen in staatsinstellingen en de rechterlijke macht konden ondermijnen. Als sanctie werd een tijdelijke salarisverlaging van 5% voor twee maanden opgelegd. Het door de verzoeker ingestelde beroep werd door het Hoog Gerechtshof van Cassatie en Justitie verworpen. Dat hof oordeelde dat de beperking van zijn uitingsvrijheid wettelijk was voorzien, een legitiem doel diende (het beschermen van het gezag en de onpartijdigheid van de rechterlijke macht) en proportioneel was.