DOSSIERS
Alle dossiers

Overige onderwerpen  

IT 5358

Ontslag van bij strafrechtelijk onderzoek betrokken directielid niet toerekenbaar aan adviseurs

Rechtbank Amsterdam 24 jun 2026,, IT 5358; ECLI:NL:RBAMS:2026:6444 ([eiser] tegen [gedaagden]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/ontslag-van-bij-strafrechtelijk-onderzoek-betrokken-directielid-niet-toerekenbaar-aan-adviseurs

Rb. Amsterdam 24 juni 2026, IT 5358; ECLI:NL:RBAMS:2026:6444 ([eiser] tegen [gedaagden]). In deze zaak oordeelt de rechtbank Amsterdam dat [eiser] onvoldoende heeft onderbouwd dat de vennootschappen van zijn communicatieadviseur en advocaat jegens hem toerekenbaar zijn tekortgeschoten dan wel onrechtmatig hebben gehandeld bij hun advisering over het commentaar dat hij aan een journalist van het FD heeft gegeven. Voor de vorderingen tegen de communicatieadviseur en advocaat persoonlijk geldt dat geen persoonlijk ernstig verwijt is komen vast te staan. [eiser] was directielid bij [bedrijf] en werd vanaf 2021 verdacht van het mededelen van en handelen met voorwetenschap. Het strafrechtelijk onderzoek naar hem eindigde in een transactie met het Openbaar Ministerie. Nadat een journalist van het FD hem in dat verband om wederhoor vroeg voor een artikel, schakelde [eiser] de vennootschappen van een communicatieadviseur en een advocaat in om hem te adviseren over de vraag of, en zo ja welk, commentaar hij aan de journalist moest geven. In het uiteindelijk aan de journalist gegeven commentaar stond onder meer dat geen sprake was van het bewust delen of gebruiken van verboden informatie, maar dat een familielid zonder medeweten van [eiser] had gehandeld op basis van een onschuldig bedoeld gesprek. Die passage werd overgenomen in het FD-artikel. Kort daarna werd [eiser] door [bedrijf] op non-actief gesteld en later op staande voet ontslagen. Volgens [eiser] kon de passage worden opgevat als een bekentenis dat hij voorwetenschap had gedeeld. Hij stelt dat hij ondeugdelijk is geadviseerd en dat de bewuste passage heeft bijgedragen aan zijn ontslag. Hij vordert schadevergoeding uit hoofde van wanprestatie dan wel onrechtmatige daad.

IT 5355

Geen aansprakelijkheid van bestuurders en groepsvennootschappen voor onverhaalbare boetevordering

Rechtbank Den Haag 27 mei 2026,, IT 5355; ECLI:NL:RBDHA:2026:14022 (Talisman tegen Lemontree c.s.), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/geen-aansprakelijkheid-van-bestuurders-en-groepsvennootschappen-voor-onverhaalbare-boetevordering

Rb. Den Haag 27 mei 2026, IT 5355; ECLI:NL:RBDHA:2026:14022 (Talisman tegen Lemontree c.s.). Talisman Software B.V. en Lemontree Interim Solutions B.V. (LIS) hadden een mantelovereenkomst gesloten voor het ter beschikking stellen van arbeidskrachten voor ICT-diensten. In strijd met het daarin opgenomen exclusiviteitsbeding leende LIS een via Talisman ingezette arbeidskracht zonder toestemming rechtstreeks uit aan een klant. LIS werd daarom bij vonnis van 14 februari 2024 veroordeeld tot betaling van € 193.000 aan contractuele boetes, vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten. Nadat de bedrijfsactiviteiten van LIS waren beëindigd en tot liquidatie was besloten, stelde Talisman Lemontree Holding B.V., Lemontree B.V., de indirect bestuurder en een gevolmachtigde aansprakelijk voor het niet kunnen verhalen van haar vordering. Volgens Talisman hadden zij toegelaten dat LIS haar contractuele verplichtingen schond, LIS bewust leeggehaald of betalingsonmacht gecreëerd, een op Lemontree Holding als moedervennootschap rustende zorgplicht geschonden en misbruik gemaakt van het identiteitsverschil tussen LIS en Lemontree B.V.

IT 5337

Aanhouding journaliste door de Politie bij verboden demonstratie blijkt onrechtmatig

Rechtbank Den Haag 10 jun 2026,, IT 5337; ECLI:NL:RBDHA:2026:15512 (([eiseres] tegen de Politie)), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/aanhouding-journaliste-door-de-politie-bij-verboden-demonstratie-blijkt-onrechtmatig

Rb. Den Haag 10 juni 2026, IT 5337; ECLI:NL:RBDHA:2026:15512 ([eiseres] tegen de Politie). In deze zaak oordeelt de rechtbank Den Haag dat de aanhouding van [eiseres], een journaliste die aanwezig was bij een verboden demonstratie op de Dam op 10 november 2024, en haar daaropvolgende vrijheidsbeneming van ongeveer negen uur onrechtmatig waren. Als achtergrond geldt dat de burgemeester van Amsterdam kort vóór die datum een noodverordening had uitgevaardigd in verband met ongeregeldheden rond de voetbalwedstrijd Ajax tegen Maccabi Tel Aviv, op grond waarvan een demonstratieverbod gold. Twee dagen later vond op de Dam toch een demonstratie plaats. [eiseres] was daar aanwezig om journalistiek verslag te doen en maakte met haar telefoon video-opnames. Zij werd door de Politie aangehouden op verdenking van deelname aan de verboden demonstratie en vervolgens geboeid overgebracht naar het politiebureau, waar zij gedurende circa negen uur werd vastgehouden. Strafvervolging is nadien uitgebleven. [eiseres] stelt dat zij niet als demonstrant, maar uitsluitend als journaliste aanwezig was. Zij vordert onder meer een verklaring voor recht dat haar aanhouding en vrijheidsbeneming onrechtmatig waren, alsmede rectificatie van mededelingen die de Politie na de aanhouding onder meer aan NRC heeft gedaan. Volgens de Politie nam [eiseres] wel deel aan de demonstratie, stond zij tussen demonstranten, scandeerde zij leuzen en was voor de Politie niet kenbaar dat zij als journaliste werkte. De Politie voert verder aan dat [eiseres] haar perskaart niet zichtbaar droeg en zich pas laat als pers zou hebben geïdentificeerd.

IT 5324

Illegaal online kansspelaanbod onrechtmatig jegens TOTO

Rechtbank Den Haag 17 jun 2026,, IT 5324; ECLI:NL:RBDHA:2026:16277 ((TOTO tegen DECC c.s.)), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/illegaal-online-kansspelaanbod-onrechtmatig-jegens-toto

Rb. Den Haag 17 juni 2026, IT 5324; RB 4034; ECLI:NL:RBDHA:2026:16277 (TOTO tegen DECC c.s.). De rechtbank Den Haag oordeelt in een geschil tussen TOTO en meerdere gedaagden over het online aanbieden van kansspelen via Lala.bet. TOTO stelt dat zonder vergunning van de Kansspelautoriteit online kansspelen zijn aangeboden aan Nederlandse spelers, terwijl zij zelf als vergunninghoudende aanbieder actief is op de gereguleerde Nederlandse kansspelmarkt. De rechtbank acht de vorderingen tegen [gedaagde sub 4], SkyGrow en [gedaagde sub 6] op dit punt toewijsbaar. Zij worden veroordeeld tot vergoeding van de schade die TOTO als gevolg van het illegale kansspelaanbod heeft geleden, nader op te maken bij staat. Ook worden zij veroordeeld tot het staken en gestaakt houden van het aanbieden of faciliteren van online kansspelen zonder Nederlandse vergunning, op straffe van een dwangsom. De schade wordt in deze procedure nog niet begroot, omdat de omvang daarvan en de precieze financiële gevolgen in een afzonderlijke schadestaatprocedure moeten worden vastgesteld.

IT 5334

HvJ EU: gezamenlijke overheidscontrole volstaat voor kwalificatie als overheidsonderneming onder open data-richtlijn

HvJ EU 2 jul 2026,, IT 5334; ECLI:EU:C:2026:499 (Vodovody a kanalizace Přerov a.s. tegen Úřad pro ochranu osobních údajů), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/hvj-eu-gezamenlijke-overheidscontrole-volstaat-voor-kwalificatie-als-overheidsonderneming-onder-open-data-richtlijn

HvJ EU 18 juni 2026, IT 5334; ECLI:EU:C:2026:499 (Vodovody a kanalizace Přerov a.s. tegen Úřad pro ochranu osobních údajů). In deze prejudiciële procedure tussen Vodovody a kanalizace Přerov a.s. en de Tsjechische Úřad pro ochranu osobních údajů staat de vraag centraal wanneer een onderneming als "overheidsonderneming" in de zin van de richtlijn inzake open data en het hergebruik van overheidsinformatie moet worden aangemerkt. Meer in het bijzonder verduidelijkt het Hof van Justitie of meerdere openbare lichamen gezamenlijk een overheersende invloed kunnen uitoefenen en of daarvoor vereist is dat zij onderling afstemmen of gemeenschappelijke belangen nastreven. Aanleiding voor het geschil vormt een verzoek om inzage in de vergadernotulen van de bestuursorganen van Vodovody a kanalizace Přerov, een Tsjechische vennootschap die actief is op het gebied van drinkwatervoorziening en waterzuivering. De onderneming is vrijwel volledig in handen van verschillende Tsjechische steden en gemeenten, maar geen van deze aandeelhouders bezit zelfstandig een meerderheidsbelang. Nadat de onderneming het informatieverzoek had afgewezen omdat zij zichzelf niet als "overheidsonderneming" beschouwde, oordeelde de Tsjechische toezichthouder dat zij het verzoek alsnog overeenkomstig de nationale informatievrijheidswet moest behandelen. De verwijzende rechter vraagt vervolgens het Hof hoe het begrip "overheidsonderneming" uit artikel 2, punt 3, van Richtlijn 2019/1024 moet worden uitgelegd. Voordat het Hof de inhoudelijke vragen beantwoordt, gaat het eerst in op zijn bevoegdheid. Hoewel het hoofdgeding betrekking heeft op een verzoek om toegang tot documenten en niet op het hergebruik van overheidsinformatie als zodanig, stelt het Hof vast dat de Tsjechische wetgever de definitie van "overheidsonderneming" uit de richtlijn rechtstreeks en zonder voorbehoud heeft overgenomen in de nationale wetgeving en daarmee de personele werkingssfeer van de nationale informatiewet heeft afgestemd op die van de richtlijn. In lijn met de Dzodzi‑rechtspraak benadrukt het Hof dat de Unie er belang bij heeft dat dergelijke naar Unierecht overgenomen begrippen uniform worden uitgelegd. Daardoor bestaat een duidelijk belang bij een uniforme uitleg van het Unierecht en is het Hof bevoegd de prejudiciële vragen te beantwoorden. Het Hof leidt uit de tekst van artikel 2, punt 3, van de richtlijn af dat het begrip "overheidsonderneming" niet beperkt is tot ondernemingen waarop één openbaar lichaam een overheersende invloed kan uitoefenen. De bepaling spreekt uitdrukkelijk over "de openbare lichamen" in meervoud. Dat sluit aan bij de definitie van overheidsonderneming in Richtlijn 2014/25, waarop de open data‑richtlijn is gebaseerd en die eveneens uitgaat van aanbestedende diensten in meervoud.

IT 5311

Artikel door Gijs van Berkel, Holla Legal & Tax.

AI-verordening: nu al op de schop (de Digitale Omnibus inzake AI en de gevolgen voor fundamentele rechten en vrijheden)

Artikel door Gijs van Berkel. Oorspronkelijk verschenen in AI-Forum 2026-2.

De kogel is door de kerk. Terwijl de AI-verordening nog niet volledig in werking is getreden, stemde het Europees Parlement op 16 juni 2026 in met de aanpassingen aan de AI-verordening in het kader van de Digitale Omnibus. De AI-verordening zou volledig in werking treden op 2 augustus 2026, maar nog vóór die datum voert de Europese wetgever de wijzigingen door.

‘Orde in de chaos’; zo lijkt de Digitale Omnibus gepresenteerd te worden. Met dit pakket probeert de Europese Commissie de snel gegroeide hoeveelheid digitale regelgeving binnen de Europese Unie beter op elkaar af te stemmen. Het plan is helder: minder overlappingen, minder inconsistenties en meer ruimte voor innovatie.[1] Voor deze doeleinden liggen er maar liefst twee Omnibus-pakketten: de Digital Omnibus, die onder meer de Algemene Verordening Gegevensbescherming (‘AVG’)[2], de Dataverordening[3], de ePrivacy‑richtlijn[4] en de NIS2‑richtlijn[5] aanpast, en een aparte Digital Omnibus on AI, die de AI‑verordening[6] onder handen neemt.

Dit is een preview. Het volledige artikel is nu beschikbaar op www.AI-Forum.nl

IT 5277

Hoog risico onder de AI-verordening: de nieuwe EU-richtlijnen uitgelegd

De Europese Commissie heeft de langverwachte (concept-)richtlijnen gepubliceerd over de classificatie van hoog-risico AI-systemen onder artikel 6 AI-verordening. De richtlijnen zijn formeel niet bindend, maar helpen bedrijven in de praktijk bij de verplichte beoordeling van hun systemen. Centraal staan onder andere de rol van het ‘beoogde doel’, de afbakening van veiligheidscomponenten, de reikwijdte van Annex III en het filtermechanisme van artikel 6 lid 3 AI-verordening. Een week eerder publiceerde de Commissie nog afzonderlijke concept-richtlijnen over de transparantieverplichtingen van artikel 50. Deze bepaling bevat verplichtingen voor aanbieders en gebruikers van bepaalde systemen, waaronder chatbots.

In dit overzichtsartikel volgt een heldere samenvatting van de eerstgenoemde richtlijn, waar nodig aangevuld met commentaar. Tussen haakjes wordt regelmatig verwezen naar de relevante vindplaatsen in de richtlijnen zelf.

Voor het gemak wordt vanaf nu volstaan met de Engelse termen high risk en AI Act.

IT 5260

Rechtbank Den Haag: overheid moet transparant zijn over AI-gebruik bij besluitvorming

Rechtbank Den Haag 10 jul 2025,, IT 5260; ECLI:NL:RBDHA:2025:12290 ([eiser] tegen het COa), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/rechtbank-den-haag-overheid-moet-transparant-zijn-over-ai-gebruik-bij-besluitvorming

Rb. Den Haag 10 juli 2025, IT 5260; ECLI:NL:RBDHA:2025:12290 ([eiser] tegen het COa). In deze zaak heeft de rechter geoordeeld dat een Handhaving- en Toezichlocatie-plaatsingsbesluit van het COa onvoldoende was gemotiveerd omdat niet transparant was gemaakt of en hoe AI was gebruikt bij de besluitvorming. De rechtbank benadrukt dat bestuursorganen melding moeten maken van het gebruik van algoritmes of AI-tools in besluiten, vanuit het oogpunt van effectieve rechtsbescherming. Daarnaast verbleef de vreemdeling volgens de rechtbank twee dagen zonder geldige juridische grondslag in de HTL, waardoor sprake was van onrechtmatige vrijheidsbeperking. De beroepen werden gegrond verklaard, het plaatsingsbesluit vernietigd en een schadevergoeding van € 1.425 toegekend. 

IT 5244

Geen recht op netaansluiting bij congestie: TenneT hoeft traject niet te hervatten

Rechtbank Gelderland 29 apr 2026,, IT 5244; ECLI:NL:RBGEL:2026:3358 (Goodman tegen TenneT), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/geen-recht-op-netaansluiting-bij-congestie-tennet-hoeft-traject-niet-te-hervatten

Rb. Gelderland 29 april 2026, IT 5244; ECLI:NL:RBGEL:2026:3358 (Goodman tegen TenneT). In dit kort geding vordert projectontwikkelaar Goodman dat netbeheerder TenneT het aansluittraject voor een elektriciteitsaansluiting hervat en afrondt. Goodman stelt dat zij op basis van een ondertekende offerte, een voorloopopdracht en reeds verrichte betalingen als gecontracteerde afnemer moet worden beschouwd en aanspraak heeft op realisatie van de aansluiting.