Wet- en regelgeving  

IT 5577

Koopovereenkomst voor webshop voorshands tot stand gekomen via WhatsApp-berichten

Rechtbank Overijssel 7 okt 2026, IT 5577; ECLI:NL:RBOVE:2026:6043 ([eiser] tegen [gedaagde]), https://itenrecht.nl/artikelen/koopovereenkomst-voor-webshop-voorshands-tot-stand-gekomen-via-whatsapp-berichten

Rb. Overijssel 7 oktober 2026, IT 5577; ECLI:NL:RBOVE:2026:6043 ([eiser] tegen [gedaagde]). De kantonrechter oordeelt in kort geding over de vraag of tussen twee ondernemers een koopovereenkomst tot stand is gekomen voor de overname van een webshop in vloerbedekking, inclusief voorraad, abonnementen en lopende contracten. De verkoper had zijn webshop via Marktplaats aangeboden, waarna partijen via WhatsApp onderhandelden over een overnameprijs van € 20.000, de betalingsregeling en de overdrachtsdatum. Nadat de koper op 29 mei 2026 op een concreet voorstel had gereageerd met ‘Zeker akkoord’, werden de afspraken over de overdrachtsdatum en betaling nader gewijzigd en betaalde hij een aanbetaling van € 2.000. Vervolgens ontstond discussie over het schriftelijk vastleggen van de afspraken, waarna de koper van de overname wilde afzien. Volgens de kantonrechter is voldoende aannemelijk dat partijen al op 29 mei 2026 overeenstemming hadden bereikt over de essentialia van de koopovereenkomst. Daarbij past de kantonrechter de wilsvertrouwensleer toe: bepalend is wat partijen uit elkaars verklaringen en gedragingen redelijkerwijs mochten afleiden. Dat partijen de overeenkomst nog juridisch wilden laten vastleggen en over enkele niet-essentiële punten verder onderhandelden, staat niet aan de totstandkoming ervan in de weg. Ook het beroep van de koper op dwaling wegens vermeend onjuiste informatie over de voorraadwaarde slaagt niet. Hij had de voorraad vóór het sluiten van de overeenkomst bezichtigd en pas daarna om nadere informatie over de waarde gevraagd.

IT 5576

Sunprojects moet schadevergoeding betalen wegens gemiste stroomopbrengsten na niet-nakoming overeenkomst

Gerechtshof Amsterdam 29 sep 2026, IT 5576; ECLI:NL:GHAMS:2026:2766 ([X] tegen Sunprojects), https://itenrecht.nl/artikelen/sunprojects-moet-schadevergoeding-betalen-wegens-gemiste-stroomopbrengsten-na-niet-nakoming-overeenkomst

Hof Amsterdam 29 september 2026, IT 5576; ECLI:NL:GHAMS:2026:2766 ([X] tegen Sunprojects). Het hof oordeelt in hoger beroep over een geschil tussen een onderneming en Sunprojects B.V. over de levering en installatie van zonnepanelen voor twee bedrijfspanden. Partijen hadden in 2021 twee overeenkomsten gesloten, die de onderneming wegens niet-nakoming door Sunprojects buitengerechtelijk had ontbonden. Vervolgens schakelde zij een andere, duurdere leverancier in en vorderde zij schadevergoeding voor zowel de extra kosten als de gemiste stroomopbrengsten. De rechtbank had eerder vastgesteld dat Sunprojects was tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen en dat de overeenkomsten rechtsgeldig waren ontbonden. Zij kende een schadevergoeding van € 73.852,56 toe voor de meerkosten van de vervangende leverancier, maar wees de gevorderde vergoeding voor gemiste stroomopbrengsten af omdat deze onvoldoende was onderbouwd. In hoger beroep richt de onderneming zich uitsluitend tegen deze afwijzing. Ter onderbouwing van haar schade heeft zij een voorlopig deskundigenbericht laten uitbrengen.

IT 5579

Opzegging softwarelicentie wegens betalingsverzuim rechtsgeldig

Rechtbank Midden-Nederland 30 sep 2026, IT 5579; ECLI:NL:RBMNE:2026:6970 ([eiser] tegen [gedaagden]), https://itenrecht.nl/artikelen/opzegging-softwarelicentie-wegens-betalingsverzuim-rechtsgeldig

Rb. Midden-Nederland 30 september 2026, IT 5579; ECLI:NL:RBMNE:2026:6970 ([eiser] tegen [gedaagden]). De rechtbank oordeelt over een geschil tussen een softwarelicentienemer en twee vennootschappen over de nakoming en beëindiging van een licentieovereenkomst. Eind 2020 sloten de licentienemer en een van de vennootschappen een licentie- en exploitatieovereenkomst, waarbij de licentienemer een exclusieve licentie kreeg om software door te ontwikkelen en te exploiteren. Afgesproken werd dat de software na betaling van een licentievergoeding van € 115.000 in termijnen zijn eigendom zou worden. Nadat de licentienemer in 2024 verschillende facturen onbetaald had gelaten, stelde hij dat de licentiegever was tekortgeschoten in de overdracht van broncodes en het afsluiten van een escrow-overeenkomst. De rechtbank oordeelt dat de gestelde tekortkomingen bij de overdracht van de broncodes onvoldoende zijn onderbouwd. Voor verschillende softwaremodules staat vast dat broncodes zijn overgedragen, terwijl niet is aangetoond dat verkeerde versies zijn geleverd of broncodes van andere modules ontbreken. Daarbij weegt mee dat de licentienemer pas ongeveer drieënhalf jaar na de overdracht over ontbrekende broncodes klaagde. Ten aanzien van de escrow-overeenkomst oordeelt de rechtbank dat de licentiegever de nakoming van haar verplichting op grond van artikel 6:52 BW mocht opschorten, omdat de licentienemer op dat moment al in verzuim verkeerde met zijn betalingsverplichtingen. Ook was nakoming niet blijvend onmogelijk. De gestelde tekortkomingen komen daarmee niet vast te staan en de vorderingen tot schadevergoeding worden afgewezen. Ook de vordering tot terugbetaling van eerder betaalde bedragen wegens onverschuldigde betaling wordt afgewezen, omdat de licentienemer daarmee bestaande betalingsverplichtingen rechtsgeldig had voldaan.

IT 5575

Beëindiging samenwerking door Booking wegens onbetaalde facturen voorshands gerechtvaardigd

Gerechtshof Amsterdam 29 sep 2026, IT 5575; ECLI:NL:GHAMS:2026:2767 (Booking tegen SHA), https://itenrecht.nl/artikelen/beeindiging-samenwerking-door-booking-wegens-onbetaalde-facturen-voorshands-gerechtvaardigd

Hof Amsterdam 29 september 2026, IT 5575; ECLI:NL:GHAMS:2026:2767 (Booking tegen SHA). Het hof oordeelt in kort geding over de beëindiging door Booking.com van haar overeenkomst met Swiss Hotel Apartments SA (SHA), een exploitant van ruim zeventig appartementen in Zwitserland. Booking had de overeenkomst in maart 2025 met onmiddellijke ingang beëindigd en SHA van haar platform verwijderd wegens vermeende betrokkenheid bij creditcardfraude. Volgens Booking wezen onder meer een groot aantal chargebacks, snelle incassering van betalingen en een reservering onder een fictieve naam met een daaropvolgende review op frauduleus handelen. Het hof acht echter onvoldoende aannemelijk dat een bodemrechter de beëindiging wegens fraude gerechtvaardigd zal achten. De door Booking gebruikte statistische fraudedetectiegegevens bieden onvoldoende inzicht in de wijze waarop reserveringen als frauduleus worden aangemerkt. Bovendien kunnen chargebacks ook andere oorzaken hebben dan fraude en is onvoldoende onderbouwd dat SHA bij creditcardfraude betrokken was. Ook de eenmalige reservering onder een fictieve naam, die volgens SHA bedoeld was om een nieuw betalingsmodel te testen, rechtvaardigt voorshands geen beëindiging wegens fraude. Ten aanzien van de daaropvolgende review oordeelt het hof dat, voor zover deze een contractuele beëindigingsgrond oplevert, een beroep daarop naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Daarbij weegt het hof onder meer de langdurige samenwerking, het belang van SHA bij toegang tot het platform en de beschikbaarheid van minder vergaande maatregelen mee.

IT 5567

Tussentijdse beëindiging software-implementatie toegestaan; geen wanprestatie IT-leverancier

Rechtbank Overijssel 20 feb 2019, IT 5567; ECLI:NL:RBOVE:2019:1387 (TeamM tegen TMZ), https://itenrecht.nl/artikelen/tussentijdse-beeindiging-software-implementatie-toegestaan-geen-wanprestatie-it-leverancier

Rb. Overijssel 20 februari 2019, IT 5567; ECLI:NL:RBOVE:2019:1387 (TeamM tegen TMZ). Stichting TriviumMeulenbeltZorg (TMZ) gaf softwareontwikkelaar TeamM opdracht het cloudgebaseerde rooster- en planningspakket Uurwerk te leveren en te implementeren, inclusief koppelingen met bestaande applicaties. Tijdens de implementatie bleek het project complexer en arbeidsintensiever dan TMZ had verwacht en deden zich bij het testen fouten voor. TMZ verloor het vertrouwen in Uurwerk en beëindigde het project. De rechtbank legt de bepaling in de offerte dat het contract kon worden “ontbonden” als Uurwerk niet voldeed aldus uit dat TMZ de overeenkomst ook na de pilot tussentijds mocht beëindigen wanneer Uurwerk voor haar niet voldeed. Daarvoor was niet vereist dat sprake was van een tekortkoming in de zin van artikel 6:265 BW; de rechtbank vindt voor deze uitleg tevens steun in artikel 7:408 lid 1 BW, nu de implementatie als overeenkomst van opdracht kwalificeert. TMZ was daarom gerechtigd de overeenkomst tussentijds te beëindigen. Dat laat onverlet dat zij de vóór die beëindiging uitdrukkelijk overeengekomen factuur van € 70.180 verschuldigd bleef. Voor twee latere facturen, waaronder licentiekosten over 2018 en kosten voor de integratie van Google Maps, ontbrak na de beëindiging een voldoende juridische grondslag.

IT 5574

Tekortkoming bij hosting van bitcoinminers rechtvaardigt ontbinding, maar geen terugbetaling van investering

Rechtbank Amsterdam 23 sep 2026, IT 5574; ECLI:NL:RBAMS:2026:9730 ([eiser] tegen Delos Digital), https://itenrecht.nl/artikelen/tekortkoming-bij-hosting-van-bitcoinminers-rechtvaardigt-ontbinding-maar-geen-terugbetaling-van-investering

Rb. Amsterdam 23 september 2026, IT 5574; ECLI:NL:RBAMS:2026:9730 ([eiser] tegen Delos Digital). De rechtbank oordeelt in een geschil tussen een investeerder en Delos Digital B.V., een aanbieder van hosting- en exploitatiediensten voor bitcoinmining, dat Delos Digital is tekortgeschoten in de nakoming van haar contractuele verplichtingen. Partijen hadden een overeenkomst gesloten voor de aanschaf en exploitatie van negen bitcoinminers in een datacenter in de Verenigde Arabische Emiraten, waarbij een uptime van 95% per maand was gegarandeerd. Nadat de miners gedurende meerdere perioden offline waren geweest, heeft de investeerder de overeenkomst buitengerechtelijk ontbonden en terugbetaling van haar investering en schadevergoeding gevorderd. De rechtbank kwalificeert de overeenkomst aan de hand van de Haviltex-maatstaf als een gemengde overeenkomst, bestaande uit lastgeving (artikel 7:414 BW) voor de aanschaf van de miners en opdracht (artikel 7:400 BW) voor de hosting en exploitatie. Of de uptimegarantie een inspannings- of resultaatsverplichting inhoudt, kan volgens de rechtbank in het midden blijven. Delos Digital heeft onvoldoende onderbouwd dat de uitval werd veroorzaakt door omstandigheden die buiten haar verantwoordelijkheid vielen, terwijl op haar een verzwaarde motiveringsplicht rustte. De tekortkoming raakt een kernverplichting en rechtvaardigt daarom de buitengerechtelijke ontbinding van de overeenkomst van opdracht. De lastgevingsovereenkomst blijft echter bestaan, omdat onvoldoende is onderbouwd dat beide onderdelen onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. De investeerder behoudt daardoor de eigendom van de miners en heeft geen recht op terugbetaling van de aanschafkosten. Ook de gevorderde terugbetaling van de kosten voor plaatsing, aansluiting en elektriciteit wordt afgewezen, omdat de waarde van de reeds geleverde prestaties volgens de rechtbank overeenkomt met de daarvoor betaalde bedragen.

IT 5566

Cap Gemini aansprakelijk voor ernstige tekortkoming bij ontwikkeling en invoering IT-systeem

Gerechtshof Amsterdam 22 nov 2001, IT 5566; ECLI:NL:GHAMS:2001:AD7868 (Liebeswerk Kirche in Not/Ostpriesterhilfe tegen Cap Gemini Benelux B.V.), https://itenrecht.nl/artikelen/cap-gemini-aansprakelijk-voor-ernstige-tekortkoming-bij-ontwikkeling-en-invoering-it-systeem

Hof Amsterdam 22 november 2001, IT 5566; ECLI:NL:GHAMS:2001:AD7868 (Liebeswerk Kirche in Not/Ostpriesterhilfe tegen Cap Gemini Benelux B.V.). Liebeswerk Kirche in Not/Ostpriesterhilfe (KIN) had Cap Gemini opdracht gegeven een informatiesysteem te ontwikkelen dat op verschillende Europese vestigingen kon worden gebruikt. Nadat Cap Gemini had toegezegd dat het systeem gebruiksgereed zou zijn voor invoering in München, stelde KIN haar met een redelijke termijn in gebreke voor het geval dit op 1 juni 1987 niet het geval zou zijn. Uit het deskundigenbericht volgt dat het systeem op die datum hooguit het niveau van een bètaversie had: functioneel was het grotendeels gereed, maar operationeel nog niet geschikt om in productie te worden genomen. Voor herstel van de functionele tekortkomingen waren nog één tot twee manmaanden nodig en voor de operationele tekortkomingen drie tot zes manmaanden. Het hof oordeelt daarom dat Cap Gemini op 1 juni 1987 tekortgeschoten en in verzuim was. KIN mocht de overeenkomst vervolgens beëindigen en schadevergoeding verlangen. Bij de beoordeling van de ernst van de tekortkoming betrekt het hof tevens dat het systeem aanzienlijk later dan oorspronkelijk voorzien nog niet naar behoren functioneerde, verdere implementatie in andere landen nog aanzienlijke inspanningen vergde en de deskundigen hadden geoordeeld dat bij de uitvoering van het project tegen vrijwel alle basisregels van projectmanagement was gezondigd. De tekortkoming wordt daarom als ernstig aangemerkt.

IT 5562

Geen schadevergoeding voor gestelde tekortkomingen bij bouw en marketing van webshop

Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 10 dec 2024, IT 5562; ECLI:NL:GHSHE:2024:3939 ([bedrijf A] tegen [bedrijf B]), https://itenrecht.nl/artikelen/geen-schadevergoeding-voor-gestelde-tekortkomingen-bij-bouw-en-marketing-van-webshop

Hof 's-Hertogenbosch 10 december 2024, IT 5562; ECLI:NL:GHSHE:2024:3939 ([bedrijf A] tegen [bedrijf B]). [bedrijf A], verkoper van onder meer tuin- en parkmachines, gaf [bedrijf B], een online marketing- en webbureau, opdracht een nieuwe webshop te bouwen en verrichtte later met haar ook online marketingwerkzaamheden. Na ingebruikname van de webshop stelde [bedrijf A] dat [bedrijf B] was tekortgeschoten vanwege onder meer technische gebreken, trage en instabiele hosting, problemen met koppelingen en facturering, gebrekkige online marketing en het verloren gaan van gegevens uit oude webshops en e-mailverkeer. De rechtbank wees haar vorderingen af. Ook in hoger beroep krijgt [bedrijf A] geen gelijk. Het hof oordeelt dat de webshop op 25 september 2019 door ingebruikname is opgeleverd en dat de algemene voorwaarden van [bedrijf B] op de overeenkomst van toepassing zijn. Voor bepaalde gestelde gebreken geldt dat [bedrijf A] die in eerste aanleg niet langer aan haar vordering ten grondslag had gelegd en daarop in hoger beroep niet kan terugkomen. Voor andere klachten acht het hof van belang dat [bedrijf B] herstelwerkzaamheden heeft verricht en [bedrijf A] vervolgens zelf had bericht dat de webshop goed werkte. [bedrijf B] verkeerde daarom op dat punt niet in verzuim. Ten aanzien van de later gestelde traagheid van de hosting heeft [bedrijf A] na de herstelwerkzaamheden niet tijdig opnieuw geklaagd, zodat zij daarop geen beroep meer kan doen. Bovendien is de daarvoor gevorderde schade onvoldoende onderbouwd.

IT 5550

Vattenfall mag terugleverkosten niet eenzijdig invoeren zonder contractuele grondslag

Rechtbank Amsterdam 25 sep 2026, IT 5550; ECLI:NL:RBAMS:2026:9661 ([eisende partij] tegen Vattenfall), https://itenrecht.nl/artikelen/vattenfall-mag-terugleverkosten-niet-eenzijdig-invoeren-zonder-contractuele-grondslag

Rb. Amsterdam 25 september 2026, IT 5550; ECLI:NL:RBAMS:2026:9661 ([eisende partij] tegen Vattenfall). De kantonrechter oordeelt dat Vattenfall bij deze consument niet eenzijdig terugleverkosten in rekening mag brengen. De overeenkomst op grond waarvan de consument sinds 2020 elektriciteit uit zonnepanelen aan Vattenfall teruglevert, is een zelfstandige overeenkomst naast de leveringsovereenkomst. De Algemene Voorwaarden 2017 zijn daarop niet van toepassing. In de terugleveringsovereenkomst is uitsluitend bepaald dat de consument een vergoeding ontvangt voor de teruggeleverde elektriciteit. Over terugleverkosten of een bevoegdheid van Vattenfall om later nieuwe kostencomponenten toe te voegen is niets overeengekomen. Als professionele partij had Vattenfall die mogelijkheid in de overeenkomst moeten opnemen of toepasselijke algemene voorwaarden met een wijzigingsmogelijkheid moeten overeenkomen. Dat de hoogte van de terugleververgoeding kon wijzigen, betekent volgens de kantonrechter niet dat de consument ook rekening hoefde te houden met een wijziging van de prijsstructuur waarbij hij voor het terugleveren juist kosten verschuldigd zou worden.

IT 5539

Voorzieningenrechter Midden-Nederland: overdracht van website en socialmedia-accounts toegewezen in geschil over projectbeheer

Rechtbank Midden-Nederland 1 sep 2026, IT 5539; ECLI:NL:RBMNE:2026:6275 ([eiseres sub 1 (C.V.)] c.s. tegen [gedaagde sub 1] c.s.), https://itenrecht.nl/artikelen/voorzieningenrechter-midden-nederland-overdracht-van-website-en-socialmedia-accounts-toegewezen-in-geschil-over-projectbeheer

Rb. Midden-Nederland 1 september 2026, IT 5539; ECLI:NL:RBMNE:2026:6275 ([eiseres sub 1 (C.V.)] c.s. tegen [gedaagde sub 1] c.s.). In een geschil over de samenwerking rond een project met modulaire wooneenheden vorderden de eisende vennootschappen onder meer dat gedaagden zouden stoppen met het gebruik van een bepaalde naam en de bijbehorende website, domeinnaam en socialmedia-accounts zouden overdragen. De voorzieningenrechter stelt vast dat de betreffende naam de (handels)naam is van twee van de eisende vennootschappen en aan hen toebehoort. Het verweer dat de naam slechts goodwill zou zijn, geen onderdeel van het verhuurbeheer vormde en alleen tijdelijk om praktische redenen door eisers werd gebruikt, acht de rechter onvoldoende onderbouwd. Gedaagden mogen de naam, of een daarvan slechts in geringe mate afwijkende naam, daarom niet langer gebruiken. De voorzieningenrechter overweegt daarnaast dat het recht op een domeinnaam niet wettelijk is geregeld en dat een domeinnaamhouder alleen tot overdracht kan worden verplicht wanneer daarvoor een rechtsplicht bestaat, bijvoorbeeld op grond van een overeenkomst of omdat registratie of gebruik tegenover een ander onrechtmatig is. Volgens de rechter geldt hetzelfde voor socialmedia-accounts. Gedaagden moeten de betreffende website, domeinnaam en accounts op onder meer Facebook, Instagram en X, inclusief de inloggegevens, binnen twee weken overdragen.