Wet- en regelgeving  

IT 3222

Advies Raad van State over wetsvoorstel Tijdelijke wet notificatieapp covid-19

Op 19 augustus 2020 heeft de Afdeling advisering van de Raad van State een advies uitgebracht over het wetsvoorstel Tijdelijke wet notificatieapp covid-19. Zowel het wetsvoorstel als het advies van de Raad van State zijn openbaar gemaakt. Het wetsvoorstel ziet op een tijdelijke wet die de Coronamelder (de corona-app) regelt. De Coronamelder zou de GGD moeten helpen bij het bron- en contactonderzoek. Het wetsvoorstel gaat over de gegevensverwerking die komt kijken bij de app en verbiedt dat mensen verplicht worden de app te gebruiken. De Afdeling advisering van de Raad van State adviseert de regering onder meer om het doel in de wet nog specifieker te formuleren en vast te leggen dat de persoonsgegevens niet voor een ander doel mogen worden gebruikt dan voor het bron- en contactonderzoek. Daarnaast wordt geadviseerd de GGD als verwerkingsverantwoordelijke op grond van de AVG aan te merken. Lees hier de volledige samenvatting of de volledige tekst van het advies van de Raad van State.

IT 3205

Hugo de Jonge gaat data van reizigers uit risicogebieden opvragen

In een Kamerbrief kondigt Hugo de Jonge - minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport - aan dat de overheid passagiersgegevens van reizigers uit risicogebieden kan opvragen om hiermee door middel van steekproeven te controleren of zij zich aan de coronamaatregelen houden. Passagiers die terugkomen uit een risicogebied moeten twee weken in quarantaine en met deze gegevens kan gecontroleerd worden of dat daadwerkelijk wordt gedaan. Deze persoonsgegevens moeten worden opgevraagd op grond van artikel 53 lid 3 Wet publieke gezondheid. Lees hier de volledige Kamerbrief.

IT 3201

ACM: providers verplicht locatiedata mee te zenden bij 112


Vanaf 1 juli 2021 zijn providers verplicht om locatiedata mee te zenden als iemand het alarmnummer belt. Dit heeft de Autoriteit Consument & Markt besloten in de Beleidsregel mobiele aankiesbaarheid 112. Waar thans gebruikelijk is dat providers locatiedata meezenden over de zendmast van de beller, is het vanaf 1 juli 2021 verplicht voor providers om locatiedata vanuit de telefoon van de beller zelf te verstrekken. Deze data geeft vaak nauwkeuriger de locatie van de beller weer.

IT 3200

Per 1 juli wel elektronische inzage in patiëntendossier

Op 1 juli 2020 traden de eerst door minister Schippers uitgestelde regels uit de Wet cliëntenrechten bij elektronische verwerking van gegevens gedeeltelijk in werking. Deze wet is onderdeel van een andere wet: de Wet aanvullende bepalingen verwerking persoonsgegevens in de zorg (Wabvpz). De Wabvpz regelt onder meer de randvoorwaarden voor elektronische gegevensuitwisseling in de zorg. Vanaf 1 juli 2020 zijn er nieuwe rechten en verplichtingen met betrekking tot het elektronisch patiëntendossier. Zo geldt per 1 juli de eis van elektronische inzage en afschrift. Dit houdt in dat zorgaanbieders op aanvraag elektronische inzage of afschrift moeten verschaffen aan cliënten.

IT 3196

Vernieuwde Wet Bibob treedt in werking

De wijziging van de Wet Bibob die op 1 augustus 2020 in werking treedt, versterkt de aanpak van ondermijning. De ministers Grapperhaus (Justitie en Veiligheid) en Dekker (voor Rechtsbescherming) willen ermee voorkomen dat de overheid ongewild criminele activiteiten faciliteert. Op dezelfde datum treedt ook een wijziging van het Besluit justitiële en strafvorderlijke (Bjsg) gegevens in werking.

Beide regelingen zorgen ervoor dat gemeenten, provincies en het Rijk nog beter hun eigen Bibob-onderzoek kunnen doen. Zij kunnen voortaan de justitiële antecedenten nagaan van de personen die achter de schermen feitelijke zeggenschap hebben over degene die de vergunning heeft aangevraagd. Zo kan makkelijker worden voorkomen dat naast criminelen, hun stromannen misbruik maken van dienstverlening door de overheid. De maatregel geldt ook voor de zakelijke relaties van de wederpartij van de overheid bij een vastgoedtransactie of overheidsopdracht. Tot nu toe konden alleen justitiële gegevens worden verstrekt over de wederpartij van de overheid – meestal de aanvrager van een vergunning – maar niet over zijn zakelijke relaties.

Lees verder op Rijksoverheid.nl.

IT 3177

Wetsvoorstel: consumenten moeten recht krijgen op software- en beveiligingsupdates

In het wetsvoorstel van minister Dekker en staatssecretaris Keijzer staat dat consumenten bij de aankoop van slimme apparaten zoals smart tv’s, printers, camera’s, babyfoons en digitale horloges recht moeten krijgen op software- en beveiligingsupdates. Dit geldt ook voor games, applicaties en streamingsdiensten. De ministerraad heeft ermee ingestemd het wetsvoorstel voor advies naar de Raad van State te zenden. Met de verplichting voor verkopers om deze updates te leveren, moet worden voorkomen dat apparaten of diensten na verloop van tijd minder goed werken, omdat er dan geen nieuwe updates meer komen. Zo blijft de consument langer verzekerd van de juiste ondersteuning. Het wetsvoorstel is een implementatie van de Europese richtlijnen over de verkoop van goederen en levering van digitale inhoud en diensten.

Lees verder op Rijksoverheid.nl.

IT 2628

Tweede Kamer publiceert technische informatie over de publicatie Nederlandse Digitaliseringsstrategie

29 aug 2018, IT 2628; https://itenrecht.nl/artikelen/tweede-kamer-publiceert-technische-informatie-over-de-publicatie-nederlandse-digitaliseringsstrategi

Digitalisering transformeert wereldwijd economieën en maatschappijen in een razendsnel tempo. Nederland heeft een goede uitgangspositie om de economische en maatschappelijke kansen van digitalisering te verzilveren. De digitale infrastructuur is van wereldklasse, de beroepsbevolking is goed opgeleid en we hebben een traditie van samenwerking, bijvoorbeeld tussen bedrijfsleven, kennisinstellingen en overheid. Tegelijkertijd roept digitalisering ook nieuwe, fundamentele vragen op. Bijvoorbeeld over de bescherming van onze privacy en de toekomst van onze banen. Om de kansen van digitalisering te benutten en antwoorden te geven op deze vragen moet Nederland voorop lopen met digitalisering. Met onderzoek, met experimenten en met het toepassen van nieuwe technologie. Op die manier versterken we het Nederlands verdienvermogen, kunnen we beter richting geven aan technologische ontwikkelingen en zetten we vol in op de economische en maatschappelijke kansen van digitalisering. Om voorop te kunnen lopen moeten we ook het vertrouwen van burgers en bedrijven vergroten. Daarom versterken we het fundament – o.a. privacybescherming, cybersecurity, digitale vaardigheden en eerlijke concurrentie - voor digitalisering. De uitdaging bij deze transformatie is om iedereen binnen boord te krijgen én te houden. Op de arbeidsmarkt, maar ook in de samenleving als geheel. Het kabinet zet daarom in op een aanpak met twee sporen:
1. Maatschappelijke en economische kansen benutten (versnellen)
2. Versterken van het fundament (basisvoorwaarden)
Lees hier het volledige rapport.

IT 2627

Tweede Kamer publiceert technische informatie over de publicatie Algoritmes en grondrechten

27 aug 2018, IT 2627; https://itenrecht.nl/artikelen/tweede-kamer-publiceert-technische-informatie-over-de-publicatie-algoritmes-en-grondrechten

Het rapport bestaat uit een ‘quick-scan’ waarin de (potentiële) impact wordt beschreven die Big Data, het IoT en KI op grondrechten in Nederland kan hebben. In het onderzoek wordt per technologische toepassing beschreven hoe deze werkt en op welke wijze(n) te verwachten valt dat de werking van die toepassing effecten heeft voor de uitoefening van een grondrecht. Daarbij wordt centrale aandacht besteed aan de grondrechtelijke implicaties van de gemeenschappelijke deler van deze technologieën: het gebruik van slimme algoritmes

IT 1934

Onvoldoende gronden tot opzeggen anti-plagiaatsoftwarelicentie

Rechtbank Amsterdam 26 november 2015, IT 1934; ECLI:NL:RBAMS:2015:8751 (SURFmarket tegen Turnitin)
Contractenrecht. Haviltex. ICT-producten en diensten. Partijen zijn een contract overeengekomen op grond waarvan onderwijsinstellingen via SURFmarket licenties kunnen afnemen voor Turnitins anti-plagiaat software. Turnitin wil de overeenkomst opzeggen, maar SURFmarket stemt hier niet mee in en vordert nakoming. In geschil is het karakter van de overeenkomst. De rechter concludeert dat Turnitin geen gronden heeft aangevoerd die opzegging rechtvaardigen. Vordering tot nakoming wordt toegewezen.

4.3. De stelling van Turnitin dat de Overeenkomst als een agentuurovereenkomst moet worden gekwalificeerd komt de voorzieningenrechter voorshands niet aannemelijk voor. Een kenmerk van een agentuurovereenkomst is dat de agent bij de bemiddeling in de totstandkoming van overeenkomsten de belangen dient van de principaal in wiens opdracht hij bemiddelt. Daaraan voldoet de rechtsverhouding tussen SURFmarket en Turnitin niet. SURFmarket is opgericht door het onderwijs en heeft (mede) als (statutair) doel het gebruik van ICT-diensten en ICT-producten door de bij haar aangesloten onderwijs en onderzoeksinstellingen te bevorderen. Daartoe onderhandelt zij met aanbieders van ICT-diensten en producten en probeert zij op voor de instellingen zo voordelig mogelijke voorwaarden contracten af te sluiten, waarna zij de diensten en producten op haar digitale marktplaats aan de bij haar aangesloten instellingen aanbiedt. SURFmarket treedt derhalve op als belangenbehartiger voor de bij haar aangesloten instellingen. Haar rol is die van inkoopbureau voor de instellingen. Uit niets blijkt dat Turnitin niet wist, althans niet kon weten dat SURFmarket deze rol vervulde.

De bepaling in de considerans van de Overeenkomst dat SURFmarket afspraken maakt met rechthebbenden op ICT-diensten of producten over (onder meer) de prijs voor het gebruik van de antiplagiaatsoftware, de gebruiksrechten en de wijze van betaling door de instellingen onderstreept dat Turnitin optrad als ‘gewone’ leverancier van SURFmarket. Uit de bepalingen in de Overeenkomst kan weliswaar worden afgeleid dat het SURFmarket tot op zekere hoogte vrij stond in naam van Turnitin te handelen, maar gelet op de doelstellingen en werkwijze van SURFmarket had Turnitin daaruit redelijkerwijs niet zonder meer mogen begrijpen dat SURFmarket zich daarmee had verbonden om - anders dan ten opzichte van andere leveranciers - een van Turnitin afhankelijke positie in te nemen. Van een agentuurovereenkomst is derhalve geen sprake.

4.4. De op grond van de Overeenkomst tussen Turnitin en SURFmarket ontstane rechtsverhouding is naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet van dien aard dat bij ontijdige beëindiging een vordering tot nakoming niet kan worden toegewezen, zoals Turnitin stelt. Tussen Turnitin en SURFmarket behoeft voor de uitvoering van de Overeenkomst geen bijzondere vertrouwensband te bestaan, zonder welk de nakoming van de Overeenkomst redelijkerwijs van (een der) partijen niet kan worden gevergd.

4.6. Artikel 15.1. van de Overeenkomst bepaalt kort gezegd dat Turnitin de Overeenkomst mag opzeggen indien SURFmarket er niet in slaagt in het eerste jaar tenminste één licentieovereenkomst tussen SURFmarket en een instelling tot stand te brengen. SURFmarket heeft met een beroep op het als productie 13 overgelegde overzicht aangevoerd dat wel degelijk licenties tot stand zijn gebracht. Ter zitting heeft zij herhaald dat het gaat om 19 licenties. Turnitin heeft aangevoerd dat het overzicht geen licenties betreft, maar gebruiksvergoedingen. Waar zij deze stelling op baseert is echter niet duidelijk geworden. Los daarvan is niet inzichtelijk gemaakt dat partijen hebben bedoeld verschil te maken tussen licenties en gebruiksvergoedingen, en waarom dit onderscheid voor Turnitin van belang was. Bij gebrek aan andere aanknopingspunten moet het er voorshands voor worden gehouden dat partijen een regeling wensten te treffen - in die zin dat Turnitin de Overeenkomst voortijdig mocht beëindigen - voor het geval in het eerste jaar geen opbrengsten zouden worden gegenereerd. Nu uit productie 13 volgt dat wel degelijk financieel resultaat is geboekt is, is de in artikel 15.1. van de Overeenkomst genoemde opzeggingsgrond niet aan de orde.

4.8. De voorlopige conclusie moet zijn dat Turnitin geen gronden heeft aangevoerd die rechtvaardigen dat de Overeenkomst wordt opgezegd of ontbonden. Dat betekent dat Turnitin gehouden is de Overeenkomst (onverkort) na te komen. SURFmarket heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat zij, althans de instellingen wiens belangen zij behartigt, groot (maatschappelijk) belang hebben bij het voortgezette gebruik van de antiplagiaatsoftware van Turnitin, die geldt als een van de beste in de markt. Zij heeft bij haar vordering dan ook het vereiste spoedeisend belang. De vordering tot nakoming voldoet daarmee aan het onder 4.1. gestelde vereiste en is toewijsbaar.