Autobedrijf deels aansprakelijk voor schade na e-mailfraude door AVG-schending
Hof Arnhem-Leeuwarden 23 december 2025, IT 5084; ECLI:NL:GHARL:2025:8556 ([appellant] tegen [geïntimeerde]). [appellant] heeft een auto van [geïntimeerde] gekocht. Na een betaalinstructie vanuit het e-mailadres van [geïntimeerde] heeft [appellant] het grootste deel van de koopprijs betaald op een Duitse bankrekening. Achteraf bleek dat een derde (hierna: de hacker) via het e-mailaccount van [geïntimeerde] een valse betaalinstructie had gestuurd. [geïntimeerde] heeft het bedrag niet ontvangen en heeft geweigerd de auto aan [appellant] te leveren. [appellant] stelt dat hij schade heeft geleden, omdat [geïntimeerde] in strijd met de AVG onvoldoende beveiligingsmaatregelen heeft getroffen om haar e-mailaccount te beschermen, waardoor hij het restantbedrag voor de auto op een verkeerde bankrekening heeft gestort. Hij wil dat [geïntimeerde] dat bedrag betaalt als schadevergoeding samen met een bedrag voor de door hem geleden immateriële schade. Het hof heeft in het tussenarrest [IT 4934] eerst geoordeeld dat [geïntimeerde] niet is geslaagd in haar bewijslevering dat zij de persoonsgegevens op haar e-mailaccount passend had beveiligd in de zin van de AVG. Vervolgens heeft het hof geoordeeld dat [appellant] de door hem gevorderde immateriële schade onvoldoende heeft onderbouwd. Tot slot heeft het hof partijen de mogelijkheid geboden om zich uit te laten over de vraag of sprake is van ‘eigen schuld’ in de zin van artikel 6:101 BW aan de zijde van [appellant].