DOSSIERS
Alle dossiers

Persoonsgegevens  

IT 5387

ABN AMRO moet overzicht geven van persoonsgegevens uit interne notities en correspondentie

Rechtbank Amsterdam 13 sep 2018,, IT 5387; ECLI:NL:RBAMS:2018:6438 ([verzoekster] tegen ABN AMRO), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/abn-amro-moet-overzicht-geven-van-persoonsgegevens-uit-interne-notities-en-correspondentie

Rb. Amsterdam 13 september 2018, IT 5387; ECLI:NL:RBAMS:2018:6438 ([verzoekster] tegen ABN AMRO). Een voormalige werkneemster van ABN AMRO verzocht de bank op grond van artikel 35 lid 2 Wbp om een volledig en begrijpelijk overzicht van de persoonsgegevens die over haar waren verwerkt. Tussen partijen had van 2001 tot en met 2011 een arbeidsverhouding bestaan en daarnaast was sprake geweest van een hypothecaire geldlening. Hoewel de Wbp tijdens de procedure was vervallen en de Uitvoeringswet AVG inmiddels van toepassing was, beoordeelt de rechtbank het verzoek op grond van de Wbp. Uit artikel 48 lid 10 Uitvoeringswet AVG volgt namelijk dat op verzoeken die bij de inwerkingtreding van die wet al aanhangig waren, het voordien geldende recht van toepassing blijft. Het verzoek betreft drie categorieën: het voormalige e-mailaccount van verzoekster, interne notities en correspondentie van medewerkers en juristen van ABN AMRO en gegevens over de hypotheek. Het verzoek ten aanzien van het e-mailaccount wordt afgewezen. ABN AMRO had al een overzicht verstrekt van de gevonden e-mails, met onder meer de datum, het onderwerp en de afzender en ontvanger. De bank had bovendien toegelicht dat het e-mailaccount na de uitdiensttreding was opgeheven en had na navraag bij de beheerder alsnog enkele e-mails gevonden en overgelegd. Daartegenover betwistte verzoekster onvoldoende gemotiveerd dat nog meer e-mails bestonden.

IT 5385

Financieel oogmerk en patroon van AVG-inzageverzoeken leiden tot niet-ontvankelijkheid

Rechtbank Noord-Holland 13 jul 2026,, IT 5385; ECLI:NL:RBNHO:2026:8438 ([verzoeker] tegen Rydo), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/financieel-oogmerk-en-patroon-van-avg-inzageverzoeken-leiden-tot-niet-ontvankelijkheid

Rb. Noord-Holland 13 juli 2026, IT 5385; ECLI:NL:RBNHO:2026:8438 ([verzoeker] tegen Rydo). Verzoeker was als gemachtigde betrokken bij een procedure van een derde tegen Rydo Telecom over de gestelde niet-ontvangst van twee bestelde telefoons. In het kader van het onderzoek naar die kwestie had Rydo onder meer contact opgenomen met PostNL. Verzoeker diende vervolgens op 20 december 2023 een inzageverzoek in op grond van de AVG. Namens Rydo werd meegedeeld dat er op dat moment geen reden werd gezien om aan het verzoek te voldoen. Verzoeker sommeerde Rydo daarna alsnog inzage te geven en kondigde € 925 exclusief btw aan buitengerechtelijke kosten en een gerechtelijke procedure aan. In juli 2025 deelde Rydo mee dat zij in verband met de eerdere procedure alleen verzoekers naam, e-mailadres en een verklaring van PostNL had verwerkt en dat deze gegevens na sluiting van het dossier waren verwijderd. Verzoeker verlangde daarop onder meer inzage in de voormalige verwerking, bewijs van verwijdering door een onafhankelijke derde, informatie over verstrekkingen aan derden en de volledige verwerkingshistorie. Hij dreigde met een procedure, dwangsommen, schadevergoeding en vergoeding van kosten en stelde daarnaast voor de kwestie tegen betaling van € 3.250 te beëindigen. Kort voor de mondelinge behandeling verminderde hij zijn verzoek tot volledige inzage in zijn persoonsgegevens, op straffe van een dwangsom van € 250 per dag met een maximum van € 35.000, en een proceskostenveroordeling. De aanvankelijk gevorderde buitengerechtelijke kosten en werkelijke proceskosten handhaafde hij niet.

IT 5386

ING moet overeenkomsten met Google over gegevensverwerking bij Google Pay verstrekken

Rechtbank Amsterdam 16 jul 2026,, IT 5386; ECLI:NL:RBAMS:2026:7300 (Consumentenbond en SBIA tegen ING), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/ing-moet-overeenkomsten-met-google-over-gegevensverwerking-bij-google-pay-verstrekken

Rb. Amsterdam 16 juli 2026, IT 5386; ECLI:NL:RBAMS:2026:7300 (Consumentenbond en SBIA tegen ING). ING schafte op 17 september 2024 haar eigen app voor contactloos betalen met een Android-telefoon af en biedt deze mogelijkheid sindsdien uitsluitend aan via Google Pay. Bij de activering deelt ING onder meer de naam, het adres en het telefoonnummer van de rekeninghouder met Google. Bij het verrichten van betalingen worden ook de datum, het tijdstip en het bedrag van de betaling en de naam en locatie van de winkel gedeeld. De Consumentenbond en Stichting Benadeelden in Actie (SBIA) maken zich zorgen over de rechtmatigheid van deze gegevensverwerking en verzoeken op grond van de artikelen 194 en 195 Rv om inzage in onder meer de overeenkomsten tussen ING en Google, interne besluitvorming en correspondentie, onderzoeksgegevens en eventuele DORA-documentatie. De rechtbank wijst het verzoek tegen ING Groep af, omdat onvoldoende aanwijzingen bestaan dat zij rechtstreeks betrokken is bij Google Pay of de daarover gemaakte afspraken. Ten aanzien van ING Bank is wel sprake van een relevante rechtsbetrekking. De rechtbank oordeelt in het kader van dit inzageverzoek dat ING en Google gezamenlijk verwerkingsverantwoordelijken zijn voor de persoonsgegevens die zij beiden in het kader van Google Pay verwerken. Deze gezamenlijke verantwoordelijkheid is niet beperkt tot de activering van de token, maar omvat ook de identiteits- en transactiegegevens die worden verwerkt voor contactloos betalen en daarmee samenhangende functionaliteiten, zoals het betalingsoverzicht. De rechtbank beslist niet of deze verwerking onrechtmatig is en laat in het midden of de gezamenlijke verantwoordelijkheid zich ook uitstrekt tot een eventuele verdere verwerking door Google voor andere doeleinden, zoals profilering en gerichte reclame. De bancaire zorgplicht van ING kan volgens de rechtbank wel meebrengen dat zij ten behoeve van haar rekeninghouders garanties bedingt tegen verwerking voor andere doeleinden.

IT 5391

Uitspraak ingezonden door Xavier Koehoorn, Dillinger Law & Kristien Wevers, GSJ Advocaten.

Argenta moet gegevens rekeninghouder verstrekken voor onderzoek naar mogelijke merkinbreuk

Overige instanties 2 jul 2026,, IT 5391; A/26/02126 (Volkswagen tegen Argenta Spaarbank), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/argenta-moet-gegevens-rekeninghouder-verstrekken-voor-onderzoek-naar-mogelijke-merkinbreuk

Ondernemingsrechtbank Antwerpen 2 juli 2026, IEF 23711; IEFbe 4266; IT 5391; A/26/02126 (Volkswagen tegen Argenta Spaarbank). In deze zaak vordert Volkswagen dat Argenta Spaarbank wordt bevolen de identiteit en contactgegevens te verstrekken van de houder van een bankrekening waarop inkomsten uit vermeend nagemaakte wieldoppen met het Volkswagen-logo zijn ontvangen. Volkswagen heeft vastgesteld dat dergelijke wieldoppen via 2dehands.be worden verkocht. Uit een door de anti-namaakorganisatie ABAC-BAAN verrichte proefaankoop blijkt dat de betrokken verkoper gebruikmaakt van een bankrekening bij Argenta. Volkswagen verzoekt om verstrekking van de volledige naam, de adresgegevens, het eventuele ondernemingsnummer, het telefoonnummer en het e-mailadres van de rekeninghouder, om te kunnen onderzoeken of sprake is van een inbreuk op haar merkrechten en daartegen zo nodig op te treden. Argenta betwist de vordering tot verstrekking van deze gegevens in essentie niet en gedraagt zich wat dat betreft naar de wijsheid van de rechtbank. Zij verzet zich wel tegen de oplegging van een dwangsom, omdat zij aankondigt het vonnis te zullen naleven.

IT 5389

Plaatsing van afnemersindicatie in BRP is verwerking van persoonsgegevens

Rechtbank Overijssel 3 jul 2026,, IT 5389; ECLI:NL:RBOVE:2026:3768 ([verzoekster] tegen het college), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/plaatsing-van-afnemersindicatie-in-brp-is-verwerking-van-persoonsgegevens

Rb. Overijssel 3 juli 2026, IT 5389; ECLI:NL:RBOVE:2026:3768 ([verzoekster] tegen het college). Ten verzoekster vroeg het college van burgemeester en wethouders van Enschede op grond van de artikelen 12 en 15 AVG om inzage in de verwerking van haar persoonsgegevens uit de Basisregistratie Personen (BRP). Het college verstrekte informatie over vijf raadplegingen: één op 24 februari 2022 en vier op 7 november 2022. Volgens verzoekster was deze informatie onvolledig. De rechtbank oordeelt dat het college voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat op 24 februari 2022 alleen haar naam-, adres- en woonplaatsgegevens en haar burgerservicenummer zijn geraadpleegd om in het documentmanagementsysteem Corsa een dossier voor inkomende post aan te maken. Dat het overzicht van gegevensverstrekkingen uit de BRP ook andere gegevenscategorieën vermeldde, betekent niet dat al die gegevens daadwerkelijk zijn geraadpleegd. Ook acht de rechtbank aannemelijk dat de vier raadplegingen van 7 november 2022 niet door het college zijn verricht. Deze vonden plaats via DigiD, terwijl het college niet over de DigiD-gegevens van verzoekster beschikt. De rechtbank wijst het verzoek om een IT-forensisch deskundige aan te stellen af. Het college heeft de relevante raadplegingen en verwerkingen voldoende toegelicht en een deskundigenonderzoek draagt volgens de rechtbank niet bij aan het door verzoekster beoogde doel.

IT 5381

AVG-inzageverzoek met financieel oogmerk leidt tot niet-ontvankelijkheid en vergoeding van werkelijke proceskosten

Rechtbank Noord-Holland 13 jul 2026,, IT 5381; ECLI:NL:RBNHO:2026:8285 ([verzoeker] tegen Tuinmeubelwereld), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/avg-inzageverzoek-met-financieel-oogmerk-leidt-tot-niet-ontvankelijkheid-en-vergoeding-van-werkelijke-proceskosten

Rb. Noord-Holland 13 juli 2026, IT 5381; ECLI:NL:RBNHO:2026:8285 ([verzoeker] tegen Tuinmeubelwereld). Verzoeker had in 2023 via kerstland.nl twee bestellingen geplaatst bij Tuinmeubelwereld. In 2025 diende hij een inzageverzoek in op grond van artikel 15 AVG. Nog voordat Tuinmeubelwereld inhoudelijk op het verzoek had gereageerd, kondigde verzoeker € 925 exclusief btw aan buitengerechtelijke kosten aan. Vervolgens liet hij een conceptdagvaarding sturen waarin naast volledige inzage en dwangsommen een bedrag van ongeveer € 3.500 werd gevorderd en deed hij een niet-onderhandelbaar schikkingsvoorstel van € 1.250. Tuinmeubelwereld verstrekte daarna informatie over de verwerking van zijn persoonsgegevens en verschillende onderliggende documenten. Verzoeker legde niet concreet uit waarom die reactie ontoereikend was of welke persoonsgegevens volgens hem nog ontbraken, maar bleef aandringen op betaling van een vergoeding en dreigen met een procedure. Ook stelde hij voor om een tuchtklacht tegen de advocaat van Tuinmeubelwereld in te trekken als onderdeel van een minnelijke regeling. Kort voor de mondelinge behandeling verminderde hij zijn verzoek tot uitsluitend volledige inzage in zijn persoonsgegevens, op straffe van een dwangsom van € 250 per dag met een maximum van € 35.000.

IT 5379

Patroon van AVG-inzageverzoeken met financieel oogmerk levert misbruik van recht op

Rechtbank Noord-Holland 13 jul 2026,, IT 5379; ECLI:NL:RBNHO:2026:8436 ([verzoeker] tegen VDIS), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/patroon-van-avg-inzageverzoeken-met-financieel-oogmerk-levert-misbruik-van-recht-op

Rb. Noord-Holland 13 juli 2026, IT 5379; ECLI:NL:RBNHO:2026:8436 ([verzoeker] tegen VDIS). Verzoeker had na bestellingen via de website tandenbleken-thuis.nl een inzageverzoek op grond van artikel 15 AVG ingediend bij Van Dijk Interim Services B.V. (VDIS). Toen een reactie uitbleef, sommeerde hij VDIS om alsnog aan het verzoek te voldoen en kondigde hij € 925 aan buitengerechtelijke kosten aan. Vervolgens deed hij onder dreiging van een gerechtelijke procedure een niet-onderhandelbaar schikkingsvoorstel van € 1.250. VDIS verstrekte daarop algemene informatie over onder meer de categorieën persoonsgegevens, verwerkingsdoeleinden, grondslagen, ontvangers en bewaartermijnen en vroeg verzoeker zijn identiteit te verifiëren. Verzoeker reageerde niet op dat verzoek. In de procedure verzocht hij aanvankelijk onder meer om schadevergoeding, buitengerechtelijke kosten en vergoeding van de werkelijke proceskosten. Pas tijdens de mondelinge behandeling verminderde hij zijn verzoek tot het verkrijgen van volledige inzage in zijn persoonsgegevens, op straffe van een dwangsom.

IT 5376

AVG-inzagerecht geeft slechts bij uitzondering recht op originele documenten

Overige instanties 20 jul 2026,, IT 5376; ECLI:NL:RVS:2026:4254 ([appellant] tegen Nationaal Agentschap Erasmus+ Jeugd), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/avg-inzagerecht-geeft-slechts-bij-uitzondering-recht-op-originele-documenten

RvS 20 juli 2026, IT 5376; ECLI:NL:RVS:2026:4254 ([appellant] tegen Nationaal Agentschap Erasmus+ Jeugd). Een betrokkene had het Nationaal Agentschap Erasmus+ Jeugd op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming verzocht om inzage in zijn persoonsgegevens. Nadat de Rechtbank Den Haag zijn beroep tegen het besluit op dit verzoek ongegrond had verklaard, stelde hij hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Volgens de Afdeling moet het Nationaal Agentschap op grond van de AVG een overzicht van de verwerkte persoonsgegevens verstrekken dat de betrokkene in staat stelt zijn rechten uit de AVG uit te oefenen. Het inzagerecht brengt echter niet zonder meer mee dat ook een afschrift moet worden verstrekt van de originele documenten waarin die persoonsgegevens zijn opgenomen.

IT 5375

Voorzieningenrechter schorst lasten onder dwangsom van AP wegens twijfels over rechtsmacht en evenredigheid

Rechtbank Den Haag 18 jun 2026,, IT 5375; ECLI:NL:RBDHA:2026:18723 ([verzoeksters] tegen de AP), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/voorzieningenrechter-schorst-lasten-onder-dwangsom-van-ap-wegens-twijfels-over-rechtsmacht-en-evenredigheid

Rb. Den Haag 18 juni 2026, IT 5375; ECLI:NL:RBDHA:2026:18723 ([verzoeksters] tegen de AP). De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) onderzoekt of de exploitanten van een internationaal socialmediaplatform bij het licentiëren van openbare gebruikersinformatie aan ontwikkelaars van large language models in strijd handelen met onder meer de artikelen 6, 13 en 21 AVG. In dat kader verlangde de AP toegang tot de systemen Jira, Google Vault en zogenoemde SWAT Tables. Die toegang moest worden verleend door medewerkers met volledige autorisatie, die op aanwijzing van de toezichthouders zoekopdrachten zouden uitvoeren terwijl de AP live kon meekijken. Nadat verzoeksters hun medewerking hadden gestaakt vanwege bezwaren over de territoriale bevoegdheid van de AP, de toepasselijke buitenlandse wetgeving en de mogelijke inzage in informatie die onder het verschoningsrecht van advocaten valt, legde de AP aan ieder van hen een last onder dwangsom van € 100.000 op.

IT 5372

AP mocht afzien van nader onderzoek naar AVG-inzageklacht

Overige instanties 10 jun 2026,, IT 5372; ECLI:NL:RVS:2026:3333 ([appellant] tegen AP), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/ap-mocht-afzien-van-nader-onderzoek-naar-avg-inzageklacht

RvS 10 juni 2026, IT 5372; ECLI:NL:RVS:2026:3333 ([appellant] tegen AP). Een betrokkene dient bij de Autoriteit Persoonsgegevens een klacht in tegen een administratiekantoor, omdat dit volgens hem niet volledig heeft voldaan aan zijn inzageverzoek op grond van artikel 15 AVG. De AP kan op basis van een globaal bureauonderzoek niet vaststellen dat sprake is van een AVG-overtreding. Omdat daarvoor nader onderzoek nodig zou zijn, beoordeelt zij aan de hand van haar Beleidsregels prioritering klachtenonderzoek of zij dat onderzoek zal uitvoeren. De AP besluit daarvan af te zien en wijst de klacht af. De rechtbank oordeelt dat de AP redelijkerwijs mocht uitgaan van de verklaring van het administratiekantoor dat alle opgevraagde stukken waarin persoonsgegevens van de betrokkene waren verwerkt, waren verstrekt. Ook mocht de AP volgens de rechtbank met toepassing van haar prioriteringsbeleid afzien van nader onderzoek.