Resterende collectieve vorderingen over coronadatalek afgewezen wegens onvoldoende belang
Rb. Amsterdam 9 juni 2026, IT 5367; ECLI:NL:RBAMS:2026:6299 (ICAM tegen de Staat, GGD GHOR en de GGD’en c.s.). Stichting ICAM voert een collectieve actie tegen onder meer de Staat, GGD GHOR en verschillende GGD’en naar aanleiding van het coronadatalek. Vaststaat dat medewerkers van GGD’en toegang hadden tot de systemen CoronIT en HPZone Lite en persoonsgegevens aan derden hebben verstrekt. In een eerder tussenvonnis had de rechtbank de schadevergoedingsvorderingen al niet-ontvankelijk verklaard. Voor personen van wie niet vaststond dat hun gegevens daadwerkelijk in verkeerde handen waren gekomen, was niet gebleken van schade die voor vergoeding in aanmerking kwam. Voor de groep van wie gegevens wel door onbevoegden waren ingezien of verkregen, hadden de meeste betrokkenen een financiële tegemoetkoming geaccepteerd en afstand gedaan van verdere schadeclaims. Voor de beperkte resterende groep had ICAM onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij representatief was. Na intrekking van de vorderingen tot beëindiging van inbreuken en verbetering van de beveiliging resteerden alleen verklaringen voor recht over de verwerkingsverantwoordelijkheid en gestelde schendingen van onder meer de AVG en artikel 6:162 BW.