DOSSIERS
Alle dossiers

(On)rechtmatige registratie  

IT 5255

Geen recht op verwijdering uit Schoolleidersregister onder AVG

Gerechtshof Amsterdam 14 apr 2026, IT 5255; ECLI:NL:GHAMS:2026:1138 ([appellante] tegen [geïntimeerde]), https://itenrecht.nl/artikelen/geen-recht-op-verwijdering-uit-schoolleidersregister-onder-avg

Hof Amsterdam 14 april 2026, IT 5255; ECLI:NL:GHAMS:2026:1138 ([appellante] tegen [geïntimeerde]). In deze zaak oordeelt het Hof Amsterdam over een verzoek van een schoolleider tot verwijdering van haar persoonsgegevens uit het Schoolleidersregister Primair Onderwijs. Zij stelde dat de registratie onrechtmatig was en beriep zich onder meer op haar recht op gegevenswissing onder de AVG. Het hof bekrachtigt het oordeel van de rechtbank (ECLI:NL:RBNHO:2025:1087), dat het verzoek moet worden afgewezen. De verwerking van persoonsgegevens door de beheerder van het register is rechtmatig op grond van artikel 6 lid 1 onder f AVG. Volgens het hof bestaat een gerechtvaardigd belang bij het registreren van schoolleiders, gelegen in het bewaken, stimuleren en borgen van de kwaliteit van schoolleiders en de professionalisering binnen het primair onderwijs. Deze registratie vloeit voort uit afspraken tussen sociale partners en voorwaarden die door de overheid zijn gesteld aan financiering van professionalisering.

IT 5249

A-G: registratie persoonsgegevens door ING in IVR en Gebeurtenissenadministratie niet in strijd met AVG

Hoge Raad 24 apr 2026, IT 5249; ECLI:NL:PHR:2026:435 ([eiser] tegen ING), https://itenrecht.nl/artikelen/a-g-registratie-persoonsgegevens-door-ing-in-ivr-en-gebeurtenissenadministratie-niet-in-strijd-met-avg

Parket bij de Hoge Raad 24 april 2026, IEF 23518; IT 5249; ECLI:NL:PHR:2026:435 ([eiser] tegen ING). Deze conclusie van A-G Drijber (zitting 24 april 2026) betreft een geschil tussen een ondernemer (eiser) en ING over de verwerking van zijn persoonsgegevens in de Gebeurtenissenadministratie en het Intern Verwijzingsregister (IVR) van ING. ING had de zakelijke bankrelatie beëindigd omdat zij onvoldoende kon uitsluiten dat eisers cashgelden betrokken waren bij heling, witwassen en andere criminele activiteiten, mede vanwege het ontbreken van een adequate inkoopadministratie en schending van de registratieplicht ex art. 437 Sr. Eiser vorderde verwijdering van zijn persoonsgegevens uit het IVR en de Gebeurtenissenadministratie. Zowel de rechtbank als het hof wezen de vorderingen af. Het hof oordeelde dat de geregistreerde gegevens geen strafrechtelijke persoonsgegevens zijn in de zin van art. 10 AVG, de vastgelegde feiten en omstandigheden (grote cashuitgaven zonder verantwoording, het ontbreken van een adequate boekhouding en onvoldoende maatregelen om betrokkenheid bij strafbare feiten uit te sluiten) kunnen geen bewezenverklaring in de zin van art. 350 Sv dragen, en dat de verwerking een gerechtvaardigd doel dient op grond van art. 6 lid 1 onder f AVG (waarborging van de veiligheid en integriteit van de financiële sector, mede gelet op de Wwft-verplichtingen van ING), dat de persoonsgegevens uitsluitend intern toegankelijk zijn, dat eiser niet in zijn toegang tot financiële diensten elders is belemmerd, en dat de aantekening een correcte weergave vormt van de redenen voor de beëindiging van de bankrelatie.

IT 5186

Frauderegistratie onder de AVG: duur van de registratie moet proportioneel zijn

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2 dec 2025, IT 5186; ECLI:NL:GHARL:2025:7685 ([appellante] tegen ASR), https://itenrecht.nl/artikelen/frauderegistratie-onder-de-avg-duur-van-de-registratie-moet-proportioneel-zijn

Hof Arnhem-Leeuwarden 2 december 2025, IT 5186; ECLI:NL:GHARL:2025:7685 ([appellante] tegen ASR). Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat een verzekeraar (ASR) persoonsgegevens mag opnemen in interne en externe frauderegisters bij opzettelijke misleiding door een verzekeringnemer, maar dat de duur van die registratie afzonderlijk moet worden getoetst aan het proportionaliteitsbeginsel van de AVG. De zaak betreft een arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV) die was aangevraagd in het kader van een financieringstraject. Bij de aanvraag had [appellante] in de gezondheidsverklaring relevante medische informatie niet gemeld, waaronder een recent verkeersongeval en langdurige klachten. Nadat de verzekeraar via externe bronnen kennis kreeg van deze informatie, werd een onderzoek ingesteld. Dit leidde tot registratie van [appellante] in het Interne Verwijzingsregister (IVR) en het Externe Verwijzingsregister (EVR) voor de maximale duur van acht jaar. Centraal stond de vraag of deze registratie in strijd was met de Algemene verordening gegevensbescherming en het Protocol Incidentenwaarschuwingssysteem Financiële Instellingen (PIFI).

IT 5175

Afwijzing vorderingen tegen ING tot uitbetaling restsaldo, verwijdering IVR-registratie en inzage in interne stukken; proceskostenveroordeling wegens misbruik van procesrecht

Rechtbank Amsterdam 19 mrt 2026, IT 5175; ECLI:NL:RBAMS:2026:2855 ([eiser] tegen ING Bank), https://itenrecht.nl/artikelen/afwijzing-vorderingen-tegen-ing-tot-uitbetaling-restsaldo-verwijdering-ivr-registratie-en-inzage-in-interne-stukken-proceskostenveroordeling-wegens-misbruik-van-procesrecht

Rb. Amsterdam 19 maart 2026, IEF 23439; IEFbe 5175; ECLI:NL:RBAMS:2026:2855 ([eiser] tegen ING Bank). In dit kort geding verzette een voormalig rekeninghouder van ING zich tegen de blokkering en beëindiging van zijn particuliere betaalrekening, de registratie van zijn persoonsgegevens in het interne verwijzingsregister (IVR), het uitblijven van uitbetaling van het resterende saldo van € 1.900 en het ontbreken van inzage in interne stukken. Aanleiding was dat eiser ING had benaderd over een volgens hem bestaande ING-rekening, aangeduid als een aan zijn BSN gekoppelde “derdengeldenrekening”, van waaruit batchbetalingen van miljoenen euro’s zouden moeten worden uitgevoerd. ING stelde zich op het standpunt dat dit rekeningnummer niet bestond, startte een onderzoek wegens (pogingen tot) oplichting en misleiding van ING-klanten, blokkeerde de rekening onder verwijzing naar artikel 41.2 van de Voorwaarden Betaalrekening, beëindigde de bankrelatie onder verwijzing naar artikel 35 Algemene Bankvoorwaarden en handhaafde de IVR-registratie. Eiser vorderde vervolgens betaling van het restsaldo met rente, verwijdering van de IVR-registratie, inzage in alle interne stukken, schadevergoeding, dwangsommen en subsidiair vergoeding van werkelijke proceskosten. De kantonrechter verwerpt eerst het beroep van ING op nietigheid van de dagvaarding als obscuur libel. Hoewel de dagvaarding volgens de rechter geen concludent stuk was en eiser als juridisch professional zijn waarheidsplicht en substantiëringsplicht had geschonden door feiten en verweren van ING niet volledig en juist weer te geven, producties deels onleesbaar of niet aangehecht waren en artikel 21 Rv dus in beeld kwam, was ING niet onredelijk in haar belangen geschaad omdat zij zich inhoudelijk voldoende had kunnen verweren; daarom werd het beroep op nietigheid op grond van artikel 111 lid 2 onder d, artikel 120 en artikel 122 Rv verworpen.

IT 5089

Uitspraak ingezonden door Jacintha van Dorp en Bertil van Kaam, Van Kaam

Gemeente Amsterdam maakt inbreuk op de vrijheid van meningsuiting

Rechtbank Amsterdam 24 dec 2025, IT 5089; ECLI:NL:RBAMS:2025:10341 ([eiser] tegen de gemeente), https://itenrecht.nl/artikelen/gemeente-amsterdam-maakt-inbreuk-op-de-vrijheid-van-meningsuiting

Rb. Amsterdam 24 december 2025, IEF 23238; IT 5089; ECLI:NL:RBAMS:2025:10341 ([eiser] tegen de gemeente). In deze zaak heeft eiser, een Nederlandse vastgoedondernemer, zich in een LinkedIn-bericht kritisch uitgelaten over enkele gemeentemedewerkers en hen daarbij met naam en toenaam genoemd. De gemeente Amsterdam verzocht hem daarop dringend de namen te verwijderen en stelde dat het incident zou worden geregistreerd in het Gemeentelijk Incidenten Register (GIR). De gemeente verstrekt op haar eigen website nauwelijks informatie verstrekt over het GIR. Uit openbare bronnen blijkt dat dit een intern register is waarin agressieve of gewelddadige burgers kunnen worden opgenomen, met mogelijk verstrekkende gevolgen. Eiser vordert dat de rechtbank voor recht verklaart dat de gemeente onrechtmatig handelt vanwege de dreiging met een registratie in het GIR naar aanleiding van het LinkedIn-bericht.

IT 4940

Inzage politiegegevens: Wpg gaat voor op AVG bij zorgtaak politie

Rechtbank Amsterdam 4 feb 2020, IT 4940; ECLI:NL:RBAMS:2020:3786 (Eiseres tegen de korpschef van politie), https://itenrecht.nl/artikelen/inzage-politiegegevens-wpg-gaat-voor-op-avg-bij-zorgtaak-politie

Rb. Amsterdam 4 februari 2020, IT 4940; ECLI:NL:RBAMS:2020:3786 (Eiseres tegen de korpschef van politie). Eiseres verzoekt de politie om inzage in alle over haar geregistreerde persoonsgegevens, gebaseerd op de AVG. Ze wil weten welke gegevens er zijn, het doel van gebruik, aan wie ze zijn verstrekt, hoe ze worden beveiligd, de herkomst, de opslagduur en of er automatische besluitvorming plaatsvindt. Ze vraagt ook om inzage in verslagstukken van gesprekken met de wijkagent. De korpschef interpreteert het verzoek echter als een inzageverzoek op grond van artikel 25 van de Wet politiegegevens (Wpg) en verstrekt een overzicht van alle registraties in het Bedrijfsprocessensysteem van de politie. Oudere gegevens zijn verwijderd of beperkt raadpleegbaar, en communicatie met derden zoals de GGD vindt plaats op basis van art. 20 Wpg en het convenant Zorg en Overlast. Er is geen sprake van automatische besluitvorming en er zijn passende beveiligingsmaatregelen getroffen.

IT 4925

Bestuursrechter onbevoegd bij schadeverzoek na FSV-registratie

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 6 jun 2025, IT 4925; ECLI:NL:RBZWB:2025:4185 (Verzoeker), https://itenrecht.nl/artikelen/bestuursrechter-onbevoegd-bij-schadeverzoek-na-fsv-registratie

Rb. Zeeland-West-Brabant 6 juni 2025, IT 4925; ECLI:NL:RBZWB:2025:4185 (Verzoeker). Deze zaak betreft een verzoeker die in het Fraude Signalering Voorziening (FSV)-systeem van de Belastingdienst was geregistreerd. De Belastingdienst heeft erkend dat het gebruik van het FSV-systeem niet voldeed aan de eisen van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). Verzoeker stelde dat hij door deze onterechte registratie schade heeft geleden en diende een schadeverzoek in bij de Belastingdienst. Nadat zijn verzoek was afgewezen, stelde verzoeker beroep in bij de bestuursrechter en vorderde schadevergoeding. De rechtbank moet beoordelen of zij bevoegd was om over het schadeverzoek te oordelen. De rechter overweegt in dit kader dat de verwerking van persoonsgegevens in het FSV-systeem een feitelijke handeling is en geen besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, Awb. Hierdoor valt het schadeverzoek niet onder het bestuursrecht, maar onder het civiele recht. De bestuursrechter kan daarom geen oordeel geven over de rechtmatigheid van het schadeverzoek. De rechtbank verklaart zich onbevoegd om het verzoek te behandelen. Verzoeker moet zich voor zijn schadeverzoek tot de burgerlijke rechter wenden.

IT 4869

Coeo Incasso mocht gegevens verwerken voor inning vordering Staatsloterij

Rechtbank Amsterdam 24 apr 2025, IT 4869; ECLI:NL:RBAMS:2025:3052 (Verzoeker tegen Coeo Incasso), https://itenrecht.nl/artikelen/coeo-incasso-mocht-gegevens-verwerken-voor-inning-vordering-staatsloterij

Rb. Amsterdam 24 april 2025, IT 4869; ECLI:NL:RBAMS:2025:3052 (Verzoeker tegen Coeo Incasso). Verzoeker wil dat zijn persoonsgegevens bij Coeo Incasso worden verwijderd, omdat volgens hem een vordering van de Staatsloterij ten onrechte zou bestaan. Dit vordert verzoeker dan ook bij de rechtbank. Hij beroept zich hierbij op artikel 35 van de UAVG en stelde dat zijn gegevens onrechtmatig waren verwerkt. Coeo Incasso verweert zich door te stellen dat zij een wettelijke grondslag heeft voor de verwerking in het kader van incassowerkzaamheden. De vordering van de Staatsloterij bedroeg € 17,50 aan hoofdsom, verhoogd tot € 57,50. Uit door Coeo overgelegde e-mails blijkt dat er sprake was van een rechtsverhouding tussen verzoeker en de Staatsloterij, waaronder levering van een lot en een teruggedraaide betaling. De rechtbank oordeelt dat het beroep van verzoeker op artikel 7A:1825 BW niet opgaat, omdat dit artikel alleen van toepassing is op illegale kansspelen zonder vergunning, en de Staatsloterij een vergunning heeft. Verder is de verwerking van persoonsgegevens door Coeo Incasso rechtmatig op grond van artikel 6 lid 1 sub c AVG, omdat zij wettelijk verplicht is incassogegevens tot twee jaar te bewaren. Daarnaast mag Coeo het recht op gegevenswissing buiten toepassing laten als dat noodzakelijk en evenredig is voor incassodoeleinden. Het verzoek tot verwijdering van de gegevens wordt dan ook afgewezen.

IT 4833

Vordering tot verwijdering persoonsgegevens uit externe frauderegistratiesystemen toegewezen

Rechtbank Overijssel 2 apr 2025, IT 4833; ECLI:NL:RBOVE:2025:2068 (Partij A tegen ASR), https://itenrecht.nl/artikelen/vordering-tot-verwijdering-persoonsgegevens-uit-externe-frauderegistratiesystemen-toegewezen

Rb. Overijssel 2 april 2025, IT 4833; ECLI:NL:RBOVE:2025:2068 (Partij A tegen ASR). De dochter van Partij A is in 2010 betrokken geraakt bij een ongeval. In de daaropvolgende letselschadeprocedure is geoordeeld dat ASR als WAM-verzekeraar aansprakelijk is voor de schade die de dochter door dat ongeval heeft geleden. ASR heeft op enig moment naar aanleiding van een in haar opdracht uitgevoerd observatieonderzoek geconcludeerd dat de dochter haar beperkingen als gevolg van het ongeval heeft overdreven. Omdat Partij A volgens haar daarbij een grote rol heeft gespeeld, heeft ASR hun persoonsgegevens geregistreerd in de externe en interne frauderegistratiesystemen. Partij A vorderen in conventie de ongedaanmaking van die registraties. ASR meent dat deze vorderingen moeten worden afgewezen en betoogt dat Partij A met hun handelen zowel individueel als in groepsverband onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld. ASR vordert in reconventie betaling van de schade die zij stelt daardoor te hebben geleden.

IT 4787

Minister van Financiën moet BSN-nummers verwijderen uit ambtenarentabel

Rechtbank Midden-Nederland 8 jan 2025, IT 4787; ECLI:NL:RBMNE:2025:91 (Eisers tegen Minister van Financiën), https://itenrecht.nl/artikelen/minister-van-financien-moet-bsn-nummers-verwijderen-uit-ambtenarentabel

Rb. Midden-Nederland 8 januari 2025, IT 4787;ECLI:NL:RBMNE:2025:91 (Eisers tegen Minister van Financiën). Vijf eisers hebben op 14 februari 2023 een verwijderingsverzoek ingediend op grond van artikel 17 van de AVG. Dit verzoek ziet op verwijdering van de BSN-nummers van eisers uit de ambtenarentabel. Het verzoek werd door de minister afgewezen. De ambtenarentabel was een instrument om de fiscale integriteit te waarborgen door medewerkers van het ministerie van Financiën en de Belastingdienst te identificeren. De tabel bevatte BSN-nummers van ambtenaren, hun fiscale partners en hun kinderen. Inmiddels is de tabel niet meer operationeel, maar er wordt wel een kopie van 2020 bewaard in een digitale kluis. Eisers voeren aan dat hun BSN-nummers onterecht in deze tabel staan. De minister heeft geen gerechtvaardigd belang bij het bewaren van de persoonsgegevens en mocht het verzoek om de BSN-nummers te verwijderen dan ook niet afwijzen. 

  • 1
  • 2
  • 3
  • 1 - 10 van 28