Digitale vormfout bij processtukken: herstel boven niet-ontvankelijkheid
HR 27 maart 2026, IT 5174; ECLI:NL:HR:2026:514 ([de vrouw] tegen [de man]). De Hoge Raad heeft zich in deze beschikking uitgelaten over de gevolgen van een onjuiste wijze van elektronische indiening van een processtuk. Centraal stond de vraag of een beroepschrift dat binnen de appeltermijn per gewone (onbeveiligde) e-mail is ingediend, maar niet via het voorgeschreven systeem van “Veilig Mailen”, kan leiden tot ontvankelijkheid in hoger beroep. In de onderliggende echtscheidingsprocedure had de man tijdig hoger beroep ingesteld door zijn beroepschrift per e-mail aan het hof te sturen. Deze wijze van indiening was alleen in strijd met het toepasselijke procesreglement, dat een limitatief stelsel van indieningswijzen kent en elektronische indiening uitsluitend via beveiligde kanalen toestaat. De papieren versie van het beroepschrift werd pas na afloop van de beroepstermijn ontvangen. Het hof verklaarde de man desondanks ontvankelijk, mede vanwege een destijds niet eenduidige praktijk rondom e-mailindiening.