DOSSIERS
Alle dossiers

Internet  

IT 5322

Landgericht Berlin: geen merkinbreuk door AI-gegenereerde zoekresultaten over parfumdupes

Overige instanties 1 jun 2026, IT 5322; 52 O 62/26 9 (([Antragstellerin] tegen [Antragsgegnerin])), https://itenrecht.nl/artikelen/landgericht-berlin-geen-merkinbreuk-door-ai-gegenereerde-zoekresultaten-over-parfumdupes

Landgericht Berlin 1 juni 2026, IEF 23642; IT 5322; 52 O 62/26 9 ([Antragstellerin] tegen [Antragsgegnerin]). In deze zaak tussen een parfum- en cosmeticaconcern en de exploitant van een bekende zoekmachine staat de vraag centraal of AI-gegenereerde zoekresultaten waarin bekende parfums worden gekoppeld aan zogenoemde Duftzwillinge of parfumdupes een merkinbreuk opleveren. Het Landgericht Berlin oordeelt dat daarvan geen sprake is. Volgens de rechtbank gebruikt de zoekmachine de betrokken merken niet zelf in de zin van de Uniemerkenverordening, maar schept zij slechts de technische voorwaarden voor het weergeven en ordenen van informatie van derden in een nieuw zoekresultaten format. De verzoekende partij maakt deel uit van een internationaal parfum- en cosmeticaconcern en brengt verschillende bekende parfums op de markt die zijn beschermd door Uniemerken. De wederpartij exploiteert vanuit Ierland een zoekmachine die recent twee AI-functies heeft toegevoegd: een automatisch gegenereerd overzicht van zoekresultaten (Übersicht mit KI) en een interactieve AI-modus waarin gebruikers vragen kunnen stellen en vervolgvragen kunnen stellen. Beide functies genereren antwoordteksten op basis van informatie die afkomstig is van websites van derden. Daarbij worden de geraadpleegde websites door middel van links, snippets en voorbeeldafbeeldingen weergegeven. Op elke zoekopdracht worden de overzichts- en antwoordteksten opnieuw gegenereerd, zodat de uitkomsten niet vast en herhaalbaar zijn. De zaak draait om zoekopdrachten naar parfumdupes. Wanneer gebruikers bijvoorbeeld zoeken naar "duftzwillinge" of naar een bekend parfum in combinatie met de vraag naar alternatieven, verschijnen in de AI-overzichten en AI-antwoorden lijsten met vergelijkbare parfums van andere aanbieders. Daarbij worden ook websites van deze aanbieders getoond en in sommige gevallen verschijnen boven de AI-samenvatting gesponsorde advertenties voor zowel het originele parfum als de alternatieve geuren. Volgens de parfumproducent maakt de zoekmachine hiermee ongeoorloofd gebruik van haar merken en worden consumenten actief naar aanbieders van imitatieparfums geleid. De vordering is daarbij toegesneden op het verbieden van de merknamen in de KI-overzichten en KI-antwoorden zelf, niet op het verbieden van specifieke gelinkte zoekresultaten of concrete URL’s van derdewebsites. Voordat de rechtbank toekomt aan de inhoudelijke beoordeling, behandelt zij de internationale bevoegdheid. Omdat de exploitant van de zoekmachine in Ierland is gevestigd, kan de bevoegdheid niet worden gebaseerd op de hoofdregel van artikel 125 lid 1 UMVo. Wel is het Landgericht Berlin bevoegd op grond van artikel 125 lid 5 UMVo, omdat de gewraakte AI-resultaten in het Duits zijn opgesteld en zich richten tot gebruikers in Duitsland. De bevoegdheid strekt zich echter uitsluitend uit tot handelingen die in Duitsland plaatsvinden of dreigen plaats te vinden, gelet op artikel 126 lid 2 UMVo. Een Uniewijd verbod kan de rechtbank daarom niet uitspreken. De rechtbank verwerpt eerst het verweer dat de vorderingen te onbepaald zouden zijn. Zij acht de onder het motto "wenn dies geschieht wie folgt" geformuleerde verzoeken voldoende concreet, omdat daarmee wordt aangesloten bij de specifieke wijze waarop de merktekens in de KI-overzichten en KI-antwoorden verschijnen. Nu de eiseres niet de verwerking van bepaalde zoekresultaten of specifieke derde-URL’s wil verbieden, maar de merknamen in de KI-teksten als zodanig, acht de rechtbank het voorwerp van het gevorderde verbod voldoende scherp omlijnd. De rechtbank verwerpt vervolgens het beroep op het merkenrecht. Volgens vaste rechtspraak van het Hof van Justitie vereist een merkinbreuk dat sprake is van een eigen gebruik van het teken in het economisch verkeer. Daarvoor is nodig dat de aangesproken partij een actieve rol speelt, invloed uitoefent op het gebruik van het teken en het teken gebruikt in haar eigen commerciële communicatie. De rechtbank verwijst in dit verband onder meer naar de rechtspraak over zoekwoorden advertenties en online marktplaatsen. De vraag of een normaal geïnformeerde en redelijk oplettende gebruiker een verband legt tussen het tekengebruik en de commerciële communicatie van de platform exploitant zelf is daarbij doorslaggevend.

IT 5318

Geen dwaling over antivirus- en anti-ransomwarediensten: IT-dienstverlener leverde overeengekomen securitydiensten

Rechtbank Amsterdam 6 jun 2026, IT 5318; ECLI:NL:RBAMS:2025:4025 ((Knooppunt tegen Hands On)), https://itenrecht.nl/artikelen/geen-dwaling-over-antivirus-en-anti-ransomwarediensten-it-dienstverlener-leverde-overeengekomen-securitydiensten

Rb. Amsterdam 6 juni 2026, IT 5318; ECLI:NL:RBAMS:2025:4025 (Knooppunt tegen Hands On). In deze zaak staat de vraag centraal of een IT-dienstverlener kosten in rekening heeft gebracht voor antivirus- en anti-ransomwarediensten die volgens de afnemer nooit zijn geleverd. Daarnaast is in geschil of de afnemer bij het aangaan van de beheersovereenkomst heeft gedwaald over de inhoud van deze diensten en of de IT-dienstverlener aansprakelijk kan worden gehouden voor mogelijke toekomstige schade als gevolg van een onvoldoende beveiligde IT-omgeving. Knooppunt exploiteert een fysiotherapiepraktijk en maakt deel uit van een groep praktijkvennootschappen. Hands On levert IT-diensten, waaronder advisering, beheer en ondersteuning. In 2021 sluiten partijen een consultancyovereenkomst, een licentieovereenkomst en een beheersovereenkomst. In de beheersovereenkomst is een zogenoemd SLA Comfort overeengekomen, dat onder meer ziet op monitoring, onderhoud, licentie- en contractmanagement, incidentafhandeling, back-updiensten en securitydiensten. Onder die securitydiensten vallen een antivirusdienst, een anti-ransomwaredienst en multi-factor authenticatie. De licentieovereenkomst eindigt in 2022. De beheersovereenkomst wordt door Knooppunt opgezegd tegen het einde van de looptijd en eindigt op 30 juni 2024. Daarna neemt een andere IT-dienstverlener, RoRo, het beheer van de IT-omgeving over. Knooppunt stelt zich op het standpunt dat Hands On gedurende de looptijd van de beheersovereenkomst uitsluitend gebruik heeft gemaakt van Microsoft Defender, terwijl daarvoor afzonderlijk antivirus- en anti-ransomwarediensten in rekening zijn gebracht. Volgens Knooppunt waren deze diensten onderdeel van de standaard Microsoft-licenties en heeft Hands On geen aanvullende werkzaamheden verricht. Daarnaast voert Knooppunt aan dat Microsoft Defender geen afdoende bescherming biedt tegen virussen en ransomware. Omdat Hands On volgens Knooppunt ten onrechte de indruk heeft gewekt dat zij onmisbare beveiligingsdiensten leverde, beroept Knooppunt zich op dwaling. Zij vordert wijziging van de beheersovereenkomst en terugbetaling van de bedragen die volgens haar ten onrechte voor antivirus- en anti-ransomwarediensten in rekening zijn gebracht. Daarnaast verzoekt zij een verklaring voor recht dat Hands On aansprakelijk is voor eventuele toekomstige schade als gevolg van een ondeugdelijke beveiliging van haar gegevens. De rechtbank overweegt dat eerst moet worden vastgesteld welke afspraken partijen precies hebben gemaakt over de antivirus- en anti-ransomwarediensten. Volgens Hands On maakten deze diensten onderdeel uit van een breder pakket aan beheers- en securitydiensten.

IT 5316

Rb. Amsterdam: tussenpersoon niet aansprakelijk voor foutief reserveringstarief

Rechtbank Amsterdam 11 mei 2026, IT 5316; ECLI:NL:RBAMS:2026:5686 (([verzoeker] tegen Booking)), https://itenrecht.nl/artikelen/rb-amsterdam-tussenpersoon-niet-aansprakelijk-voor-foutief-reserveringstarief

Rb. Amsterdam 11 mei 2026, IT 5316; ECLI:NL:RBAMS:2026:5686 ([verzoeker] tegen Booking). In deze zaak staat de vraag centraal of Booking aansprakelijk is voor schade die [verzoeker] stelt te hebben geleden nadat een via het platform geboekte accommodatie is geannuleerd wegens een onjuist, te laag reserveringstarief. [verzoeker] had via Booking een accommodatie in Frankrijk geboekt voor de periode van 27 december 2025 tot 3 januari 2026. Enkele maanden later laat Booking weten dat de aanbieder een foutief reserveringstarief heeft doorgegeven. [verzoeker] weigert akkoord te gaan met de hogere prijs, waarna de aanbieder de reservering annuleert. De procedure wordt gevoerd in het kader van de Europese procedure voor geringe vorderingen (EPGV). Booking exploiteert een online reserveringsplatform waarop accommodaties van derden worden aangeboden. In de algemene voorwaarden staat onder meer dat Booking geen partij is bij de overeenkomst tussen de klant en de aanbieder, dat de aanbieder verantwoordelijk is voor de reiservaring en dat prijzen, beschikbaarheid en annuleringsvoorwaarden afkomstig zijn van de aanbieder. Ook is opgenomen dat duidelijke fouten of drukfouten niet bindend zijn en dat een boeking in dat geval kan worden geannuleerd. De rechtbank stelt eerst vast dat de Nederlandse rechter bevoegd is om van het geschil kennis te nemen. Omdat Booking in Amsterdam is gevestigd, volgt die bevoegdheid uit artikel 4 van de Brussel I-bis Verordening. Vervolgens beoordeelt de rechtbank welk recht van toepassing is. Op grond van artikel 6 Rome I geldt in beginsel Nederlands recht, omdat partijen daarvoor in de algemene voorwaarden hebben gekozen en de consument daardoor niet de bescherming verliest die hij aan het dwingende Belgische consumentenrecht kan ontlenen. Volgens de rechtbank is deze rechtskeuze dan ook niet oneerlijk. Vervolgens gaat de rechtbank in op de vraag of Booking aansprakelijk is voor de onjuiste prijsinformatie.

IT 5315

Artikel geschreven door Chantal Bakermans, Penrose.law.

AI-aansprakelijkheid voor ondernemingen: waarom agentic AI een bestuurlijk risico is

Chantal Bakermans, 20 mei 2026. 

AI-aansprakelijkheid voor ondernemingen: waarom agentic AI een bestuurlijk risico is

AI is niet langer een hulpmiddel naast het bedrijfsproces, maar een procesdeelnemer met toegang tot data, externe input en de bevoegdheid om namens de organisatie te handelen. Die combinatie verandert AI-risico van een IT-vraagstuk in een juridisch en bestuurlijk vraagstuk. Dit artikel bespreekt waar de aansprakelijkheid ligt, welke regelgeving van toepassing is (AI Act, AVG, NIS2, DORA, productaansprakelijkheid) en welke stappen ondernemingen nu zouden moeten zetten.

IT 5309

Cryptobeurs moet KYC-gegevens en transactieoverzichten verstrekken na crypto-oplichting

Rechtbank Midden-Nederland 3 jun 2026, IT 5309; ECLI:NL:RBMNE2026:3037 (([eisende partij] tegen Bitfinex)), https://itenrecht.nl/artikelen/cryptobeurs-moet-kyc-gegevens-en-transactieoverzichten-verstrekken-na-crypto-oplichting

Rb. Midden-Nederland 3 juni 2026, IT 5309; ECLI:NL:RBMNE2026:3037 ([eisende partij] tegen Bitfinex). In deze zaak staat de vraag centraal of een slachtoffer van crypto-oplichting in kort geding kan afdwingen dat een buitenlandse cryptobeurs identificerende gegevens van accounthouders en transactiegegevens van betrokken wallet-adressen verstrekt. De voorzieningenrechter van de Rechtbank Midden-Nederland beantwoordt die vraag bevestigend en veroordeelt Bitfinex tot afgifte van zowel de Know Your Customer (KYC)-gegevens als de volledige transactieoverzichten van zeven wallet-adressen. [eisende partij] stelt slachtoffer te zijn geworden van oplichting waarbij hij cryptovaluta heeft overgemaakt naar verschillende wallet-adressen die volgens hem toebehoren aan de crypto-exchange Bitfinex. Om de identiteit van de oplichters te kunnen achterhalen en zijn schade te verhalen, vordert hij in kort geding afgifte van de KYC-gegevens van de accounthouders van deze adressen, alsmede de volledige transactiegeschiedenis van de betreffende accounts. Bitfinex, bestaande uit de vennootschappen IFINEX Inc., BFXNA Inc. en BFXWW Inc., verschijnt niet in de procedure. De voorzieningenrechter moet daarom eerst beoordelen of verstek kan worden verleend. De rechtbank stelt vast dat het exploot van de dagvaarding is uitgebracht met inachtneming van het Haags Betekeningsverdrag, de Uitvoeringswet van dat verdrag en artikel 55 Rv. Niet is gebleken dat de dagvaarding overeenkomstig artikel 15 lid 1 en 2 van het Haags Betekeningsverdrag daadwerkelijk is betekend of in persoon aan Bitfinex is afgegeven. In beginsel staat dat aan verstekverlening in de weg. De voorzieningenrechter oordeelt toch dat toepassing kan worden gegeven aan artikel 15 lid 3 van het Haags Betekeningsverdrag, dat in spoedeisende gevallen toestaat om verstek te verlenen zonder dat volledig aan de betekeningsvereisten is voldaan. Daarbij moet wel voldoende zijn gewaarborgd dat de dagvaarding de gedaagde daadwerkelijk heeft bereikt en dat deze voldoende gelegenheid heeft gehad om verweer te voeren. Volgens de rechtbank is aan die voorwaarden voldaan. [eisende partij] heeft toegelicht dat de gevraagde gegevens noodzakelijk zijn om de identiteit van de oplichters te achterhalen, voor een poging zijn schade te verhalen en voor het vervolg van de strafrechtelijke procedure.

IT 5308

Fraudeverlies van ruim één miljoen euro blijft voor rekening van onderneming: tussenpersoon niet aansprakelijk

Rechtbank Amsterdam 20 aug 2025, IT 5308; ECLI:NL:RBAMS:2025:11465 ((CF Holdings tegen Frontyrion en [gedaagde 2])), https://itenrecht.nl/artikelen/fraudeverlies-van-ruim-een-miljoen-euro-blijft-voor-rekening-van-onderneming-tussenpersoon-niet-aansprakelijk

Rb. Amsterdam 20 augustus 2025, IT&Recht 5308; ECLI:NLRBAMS:2025:11465 (CF Holdings tegen Frontyrion en [gedaagde 2]). De Rechtbank Amsterdam heeft geoordeeld dat betalingsbemiddelaar Frontyrion niet aansprakelijk is voor de schade die CF Holdings heeft geleden als gevolg van factuurfraude via een gehackt e-mailaccount. Volgens de rechtbank trad Frontyrion uitsluitend op als tussenpersoon tussen CF Holdings en betaaldienstverlener Currencycloud en rustte op haar geen verplichting om betaalopdrachten inhoudelijk te controleren of frauduleuze transacties te detecteren. Ook de bestuurder van Frontyrion kan geen persoonlijk ernstig verwijt worden gemaakt. Alle vorderingen van CF Holdings worden afgewezen. CF Holdings, een dochtermaatschappij van een Indiase producent van verpakkings- en industriële folies, maakte sinds 2021 gebruik van de diensten van Frontyrion voor betalingen aan haar Duitse logistieke partner Soli-Trans. Frontyrion hield zich volgens het handelsregister bezig met het aanbieden van online platformen en aanverwante diensten en werkte daarbij samen met betaaldienstverlener Currencycloud, die het daadwerkelijke betaalplatform exploiteerde. In augustus en september 2023 werd een e-mailaccount van een medewerker van administratiekantoor Valuecent gehackt. Vanuit dat account werden aan CF Holdings meerdere valse betaalinstructies gestuurd. Eerst werd een Pools bankrekeningnummer doorgegeven dat zogenaamd aan Soli-Trans toebehoorde. Nadat twee betalingen naar dat rekeningnummer door de Poolse bank waren teruggestort, volgde een nieuw bericht met een Portugees bankrekeningnummer. Vervolgens voerde CF Holdings meerdere betalingen uit op basis van deels bestaande en deels verzonnen facturen. Uiteindelijk werd in totaal € 1.063.762,91 overgemaakt naar een rekening van een onbekende derde. De fraude kwam pas op 28 september 2023 aan het licht. Nadat de fraude was ontdekt, verzocht CF Holdings Frontyrion om de betalingen terug te halen en de ontvangende bank te laten overgaan tot bevriezing van de rekening. Frontyrion schakelde daarop Currencycloud in, die via het SWIFT-netwerk zogenoemde recall-verzoeken deed. Deze pogingen om de gelden terug te halen hadden echter geen succes. CF Holdings stelde daarop Frontyrion en een van haar bestuurders aansprakelijk. Primair werd schadevergoeding gevorderd op grond van onrechtmatige daad en subsidiair wegens wanprestatie. Volgens CF Holdings was Frontyrion feitelijk een betaaldienstverlener die haar werkzaamheden had uitbesteed aan Currencycloud. Frontyrion zou verschillende waarschuwingssignalen hebben gemist, onvoldoende onderzoek hebben verricht naar mislukte betalingen en zich na ontdekking van de fraude onvoldoende hebben ingespannen om de gelden terug te halen. Daarnaast vorderde CF Holdings vergoeding van de kosten van een forensisch onderzoek. De rechtbank stelt voorop dat voor de beoordeling bepalend is welke taken Frontyrion op grond van de tussen partijen gesloten overeenkomst had en welke rol zij daadwerkelijk vervulde. Daarbij gaat de rechtbank uit van de zogenoemde Frontyrion Service Agreement. Dat deze overeenkomst niet was ondertekend, doet daar volgens de rechtbank niet aan af, omdat CF Holdings niet heeft toegelicht welke andere afspraken partijen zouden hebben gemaakt. Uit die overeenkomst volgt volgens de rechtbank dat Frontyrion uitsluitend optrad als business introducer voor betaaldienstverleners. Cliënten moesten afzonderlijk een overeenkomst sluiten met de betaaldienstverlener zelf. Frontyrion verrichtte geen betaaldiensten in eigen naam, maar hield zich bezig met onboarding, eerstelijns klantenservice en ondersteuning van de dienstverlening door de betaaldienstverlener. Vaststaat dat Currencycloud de betaaldiensten uitvoerde en over de vereiste vergunning beschikte. De stelling van CF Holdings dat Frontyrion zelf als betaaldienstverlener moet worden aangemerkt, wordt daarom verworpen. Ook het beroep op verplichtingen uit de Wet op het financieel toezicht en de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme slaagt niet. Volgens de rechtbank strekken deze toezichtsnormen niet tot bescherming van een individuele rekeninghouder tegen schade als gevolg van factuurfraude zoals hier aan de orde. Verder overweegt de rechtbank dat de dienstverlening van Frontyrion zich beperkte tot onboarding en communicatie tussen CF Holdings en Currencycloud.

IT 5273

Onrechtmatige verwerking persoonsgegevens: video moet van YouTube verdwijnen

Rechtbank Rotterdam 17 apr 2026, IT 5273; ECLI:NL:RBROT:2026:4682 ([eiseres] tegen MPG), https://itenrecht.nl/artikelen/onrechtmatige-verwerking-persoonsgegevens-video-moet-van-youtube-verdwijnen

Rb. Rotterdam 17 april 2026, IT 5273; ECLI:NL:RBROT:2026:4682 ([eiseres] tegen MPG). [eiseres] heeft in 2021 deelgenomen aan een door MPG georganiseerde spelshow, waarvan een video op YouTube is geplaatst. In die video is zij herkenbaar in beeld, wordt zij bij haar voornaam genoemd en is haar stem hoorbaar. [eiseres] vordert verwijdering van de video, omdat zij niet heeft ingestemd met de wijze waarop haar persoonsgegevens zijn verwerkt, in het bijzonder vanwege de seksueel getinte opdrachten en vragen in het spel.

IT 5269

Rb. Den Haag: publicatie beeldmateriaal kind en informatie uit jeugdbeschermingsdossier onrechtmatig

Rechtbank Den Haag 23 apr 2026, IT 5269; ECLI:NL:RBDHA:2026:9790 (([eiseres] tegen [gedaagde])), https://itenrecht.nl/artikelen/rb-den-haag-publicatie-beeldmateriaal-kind-en-informatie-uit-jeugdbeschermingsdossier-onrechtmatig

Rb. Den Haag 23 april 2026, IT 5269 IEF 23558; ECLI:NL:RBDHA:2026:9790 ([eiseres] tegen [gedaagde]). De voorzieningenrechter van de Rechtbank Den Haag vindt dat [gedaagde], een rapper met een groot bereik op social media, onrechtmatig handelde met berichten over [eiseres] en het kind van [eiseres]. [eiseres] en [gedaagde] hadden in 2024 een korte relatie, waaruit in 2025 een kind is geboren. Alleen [eiseres] heeft het gezag. [gedaagde], actief als artiest op onder meer Instagram, TikTok, Snapchat en YouTube, is kort voor deze zaak strafrechtelijk veroordeeld voor onder meer bedreiging. Hij kreeg daarbij ook een contactverbod met [eiseres]. Daarna plaatste hij via zijn socialmediakanalen verschillende berichten. Zo deelde hij beeldmateriaal van het kind, combineerde dat met een audio-opname van de slachtofferverklaring van [eiseres], publiceerde informatie uit een jeugdzorgdossier en deed uitspraken over de geestelijke gezondheid van [eiseres] en een vermeende weigering van een DNA-test. Volgens de voorzieningenrechter is er spoed, omdat online publicaties zich snel verspreiden en blijvend zijn, zeker gezien het grote bereik van [gedaagde]. Voor het delen van persoonsgegevens van een kind onder de 16 jaar is toestemming nodig van de wettelijk vertegenwoordiger. Zonder die toestemming is publicatie in principe onrechtmatig. Dat geldt ook voor het gebruik van een geblurde afbeelding in een videoclip. In deze context is het kind toch herkenbaar, onder meer omdat dezelfde afbeelding eerder ongeblurd is gedeeld en wordt gebruikt bij uitspraken over vaderschap. De bescherming van de persoonlijke levenssfeer van het kind weegt zwaarder dan het belang van [gedaagde] bij artistieke vrijheid en inkomsten uit de videoclip.

IT 5270

Rb Den Haag: de term “glasvezel-kabel(netwerk)’ in de zaak tussen KPN en Ziggo is niet misleidend

Rechtbank Den Haag 15 apr 2026, IT 5270; ECLI:NL:RBDHA:2026:8997 ((KPN tegen Ziggo)), https://itenrecht.nl/artikelen/rb-den-haag-de-term-glasvezel-kabel-netwerk-in-de-zaak-tussen-kpn-en-ziggo-is-niet-misleidend

Rb. Den Haag 15 april 2026, RB 4009; IT5270; ECLI:NL:RBDHA:2026:8997 (KPN tegen Ziggo). In deze procedure bij de Rechtbank Den Haag staat de vraag centraal of de wijze waarop Ziggo haar netwerk aanduidt als “glasvezel‑kabel(netwerk)” en haar diensten promoot, misleidend is in de zin van de regels inzake oneerlijke handelspraktijken en vergelijkende reclame. KPN stelt dat Ziggo ten onrechte de indruk wekt dat sprake is van een volledig glasvezelnetwerk en dat consumenten daardoor worden misleid bij de keuze voor een internetabonnement. Daarnaast verwijt KPN Ziggo dat zij haar netwerk en diensten op onjuiste wijze vergelijkt met die van KPN. De rechtbank wijst de vorderingen van KPN af. Zij stelt voorop dat de beoordeling van misleiding plaatsvindt vanuit het perspectief van de gemiddeld geïnformeerde, omzichtige en oplettende consument. Tegen die achtergrond oordeelt de rechtbank dat de aanduiding “glasvezel‑kabel(netwerk)” op zichzelf niet misleidend is. Van belang is dat Ziggo in haar communicatie duidelijk maakt dat het gaat om een hybride netwerk, waarbij glasvezel wordt gecombineerd met een kabelverbinding tot aan de woning. De enkele omstandigheid dat KPN een volledig glasvezelnetwerk aanbiedt, betekent niet dat Ziggo deze terminologie niet mag gebruiken. Ook de door KPN bestreden 97%-claim van Ziggo, inhoudende dat 97% van het internetsignaal via glasvezel en 3% via coax loopt, houdt stand.

IT 5267

Hof gelast bewijslevering in geschil over ontwikkeling digitale taxatietool

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 14 apr 2026, IT 5267; ECLI:NL:GHARL:2026:2284 (Visualmedia tegen [geïntimeerde]), https://itenrecht.nl/artikelen/hof-gelast-bewijslevering-in-geschil-over-ontwikkeling-digitale-taxatietool

Hof Arnhem-Leeuwarden 14 april 2026, IT 5267; ECLI:NL:GHARL:2026:2284 (Visualmedia tegen [geïntimeerde]). Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft in een geschil over de ontwikkeling van een digitale taxatietool geoordeeld dat nog niet kan worden vastgesteld of softwareontwikkelaar Visualmedia tekortgeschoten is in de nakoming van haar verplichtingen. Het hof laat opdrachtgever [geïntimeerde], een bedrijfsmakelaar, toe tot bewijslevering over gestelde tekortkomingen bij de ontwikkeling van de applicatie. Partijen sloten eind 2018 een overeenkomst voor de ontwikkeling van een digitale taxatietool voor commercieel vastgoed. De tool moest taxatiegegevens via SBR Nexus in XBRL-formaat kunnen aanleveren aan banken. Volgens [geïntimeerde] had Visualmedia toegezegd een volledige taxatietool te ontwikkelen die beter zou zijn dan de bestaande NVM-tool Flux. Ook stelde hij dat de ontwikkeling veel duurder uitviel dan aanvankelijk begroot en dat uiteindelijk geen bruikbaar eindresultaat werd opgeleverd. Visualmedia betwistte dat sprake was van een resultaatsverbintenis. Volgens het web- en marketingbureau zag de oorspronkelijke offerte slechts op een basisversie van de software, ontwikkeld in sprints, waarbij tussentijds steeds aanvullende wensen en werkzaamheden werden toegevoegd.