DOSSIERS
Alle dossiers

Internet  

IT 5475

Geen herstel van Meta-accounts in kort geding vanwege gebrek aan spoedeisend belang en noodzaak tot nader onderzoek

Rechtbank Oost-Brabant 14 jul 2026, IT 5475; ECLI:NL:RBOBR:2026:5057 ([eiser] tegen Meta), https://itenrecht.nl/artikelen/geen-herstel-van-meta-accounts-in-kort-geding-vanwege-gebrek-aan-spoedeisend-belang-en-noodzaak-tot-nader-onderzoek

Rb. Oost-Brabant 14 juli 2026, IT 5475; ECLI:NL:RBOBR:2026:5057 ([eiser] tegen Meta). In deze zaak vordert [eiser] in kort geding dat Meta hem opnieuw toegang geeft tot zijn accounts op Instagram, Facebook, Messenger en Threads, op straffe van een dwangsom, en een voorschot van € 1.263,50 op zijn schade betaalt. Meta schakelde zijn Instagram-account op 9 juni 2025 uit omdat het account of de activiteiten daarop volgens Meta in strijd waren met haar beleid tegen seksuele uitbuiting, seksueel misbruik en naaktbeelden van kinderen, het CSEAN-beleid. Meta schakelde daarna ook zijn andere accounts uit. [eiser] betwist dat hij kinderpornografisch materiaal bezat of publiceerde en stelt dat Meta de gebruikersovereenkomst onterecht heeft beëindigd, onzorgvuldig heeft gehandeld en hem schade heeft toegebracht. Meta stelt dat [eiser] met haar gebruiksvoorwaarden en beleidsregels heeft ingestemd en dat de uitschakeling van de accounts gerechtvaardigd was om overtredingen van het CSEAN-beleid te sanctioneren en verplaatsing van het gedrag naar andere Meta-platforms te voorkomen. De Nederlandse rechter is bevoegd en past Nederlands recht toe. 

IT 5471

IT-dienstverlener moet 80% terugbetalen na vernietiging overeenkomst wegens schending informatieplichten

Rechtbank Amsterdam 6 aug 2026, IT 5471; ECLI:NL:RBAMS:2026:8215 ([eisers] tegen [gedaagde]), https://itenrecht.nl/artikelen/it-dienstverlener-moet-80-terugbetalen-na-vernietiging-overeenkomst-wegens-schending-informatieplichten

Rb. Amsterdam 6 augustus 2026, RB 4114; IT 5471; ECLI:NL:RBAMS:2026:8215 ([eisers] tegen [gedaagde]). In deze zaak vorderen [eisers] terugbetaling van bedragen die zij betaalden voor een IT-dienstverleningsovereenkomst met [gedaagde]. Partijen sloten de overeenkomst in februari 2022 bij [eisers] thuis. Het ging om een abonnement voor 36 maanden van € 99,99 per maand voor IT-gerelateerde diensten. In april 2025 ontvingen [eisers] een brief van Ziggo waaruit bleek dat Ziggo-diensten op hun adres via een onderneming van [gedaagde] werden geleverd, terwijl het die onderneming niet was toegestaan deze diensten door te verkopen of commercieel te exploiteren. [eisers] vernietigden daarop de overeenkomst wegens schending van de precontractuele informatieplichten en misleiding. [gedaagde] betwist de vernietiging en stelt onder meer dat de vordering is verjaard en dat hij bij vernietiging recht heeft op vergoeding voor de IT-diensten die hij gedurende drie jaar heeft geleverd. 

IT 5467

Geen bindende overeenkomst over HPC-systeem ondanks akkoord over BAFO en prijs

Rechtbank Amsterdam 1 mei 2026, IT 5467; ECLI:NL:RBAMS:2026:7754 (Marin tegen Lenovo), https://itenrecht.nl/artikelen/geen-bindende-overeenkomst-over-hpc-systeem-ondanks-akkoord-over-bafo-en-prijs

Rb. Amsterdam 1 mei 2026, IT 5467; ECLI:NL:RBAMS:2026:7754 (Marin tegen Lenovo). In dit kort geding vordert Marin nakoming van een volgens haar met Lenovo gesloten overeenkomst voor de levering en bouw van een High Performance Computing-systeem (HPC-systeem). Partijen onderhandelden over een systeem dat naast hardware en software ook constructieve werkzaamheden, implementatie en meerjarige dienstverlening en onderhoud omvatte. Volgens Marin bereikten partijen in januari 2026 overeenstemming over de technische specificaties in de BAFO en over de prijs. Daarmee was volgens haar op 21 of 23 januari 2026 een overeenkomst tot stand gekomen, of had zij in ieder geval vóór het verstrijken van de geldigheidsduur van de prijs op 31 januari 2026 een aanbod van Lenovo aanvaard. Subsidiair stelt Marin dat partijen ten minste overeenstemming hadden over de hoofdlijnen en daarom verder moesten onderhandelen over de resterende voorwaarden. Lenovo betwist dat een overeenkomst tot stand kwam. Volgens haar bestond nog geen overeenstemming over onder meer betalingsvoorwaarden, garanties, aansprakelijkheid en de dienstverlening voor de komende jaren.

IT 5451

Google hoeft negatieve reviews over incassobureau niet te verwijderen

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 4 aug 2026, IT 5451; ECLI:NL:GHARL:2026:5138 (Debtt c.s. tegen Google), https://itenrecht.nl/artikelen/google-hoeft-negatieve-reviews-over-incassobureau-niet-te-verwijderen

Hof Arnhem-Leeuwarden 4 augustus 2026, IT 5451; ECLI:NL:GHARL:2026:5138 (Debtt c.s. tegen Google). Debtt B.V., een incassobureau, en Credit Management B.V., haar enig bestuurder en aandeelhouder, verzoeken Google tien negatieve reviews bij de bedrijfsvermelding van Debtt op Google Search en Google Maps te verwijderen. Google verwijdert vóór de procedure zeven reviews en na de dagvaarding nog één, zodat in hoger beroep nog twee reviews overblijven. Debtt c.s. stellen onder meer dat deze reviews niet echt zijn, onderdeel vormen van een georganiseerde lastercampagne, ongefundeerde strafrechtelijk getinte beschuldigingen bevatten en in strijd zijn met Googles eigen contentmoderatiebeleid. Het hof stelt voorop dat een internetplatform als Google kan worden verplicht door derden geplaatste informatie te verwijderen wanneer de inhoud en bewoordingen daarvan kennelijk onrechtmatig zijn jegens degene die om verwijdering verzoekt. Daarvan kan sprake zijn wanneer een review niet op daadwerkelijke ervaringen berust en/of feitelijk onjuist dan wel onnodig grievend is. Partijen zijn het er bovendien over eens dat het onrechtmatige karakter voor het platform op eenvoudige wijze moet kunnen worden vastgesteld, zonder aanvullend onderzoek naar de feitelijke achtergrond van de review of de relatie tussen recensent en degene over wie wordt geschreven. Bij de beoordeling komt tevens gewicht toe aan het zakelijke en maatschappelijke belang van Google om gebruikers kritische en betrouwbare reviews te laten plaatsen, welk belang nauw samenhangt met de uitingsvrijheid van art. 10 EVRM en art. 7 Grondwet.

IT 5457

Veroordeling voor computervredebreuk en diefstal van Bitcoin en Bitcoin Cash via RDP-toegang

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 3 jul 2026, IT 5457; ECLI:NL:GHARL:2026:4367 (Hoger beroep computervredebreuk), https://itenrecht.nl/artikelen/veroordeling-voor-computervredebreuk-en-diefstal-van-bitcoin-en-bitcoin-cash-via-rdp-toegang

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 3 juli 2026, IT 5457; ECLI:NL:GHARL:2026:4367 (Hoger beroep computervredebreuk). Deze strafzaak gaat over computervredebreuk en de diefstal van 30 Bitcoin en 30 Bitcoin Cash door een systeembeheerder die op afstand toegang had tot de computer van zijn klant. [verdachte] verrichtte vanuit zijn eenmanszaak gedurende langere tijd systeembeheer voor [benadeelde] en wist uit hoofde daarvan dat deze cryptomunten bezat. In september en oktober 2017 werd via Remote Desktop Protocol (RDP) meermalen op afstand ingelogd op de werkcomputer van [benadeelde], waarna met onrechtmatig verkregen inloggegevens toegang werd verkregen tot diens cryptowallet. Op 2 september 2017 werden 30 Bitcoins ter waarde van € 115.380 weggenomen en op 20 en 23 oktober 2017 in totaal 30 Bitcoin Cash ter waarde van € 4.922. Een gespecialiseerd cybersecuritybedrijf onderzocht de diefstal en legde onder meer verdachte RDP-sessies en blockchaintransacties bloot. Tijdens een gesprek met medewerkers van dit bedrijf bekende [verdachte] verantwoordelijk te zijn voor het wegnemen van de cryptomunten en verklaarde hij hoe hij het wachtwoord van [benadeelde] had achterhaald; diezelfde dag maakte hij € 77.950 en 2,94 Bitcoin aan [benadeelde] over. Ook uit een latere Chainalysis-analyse bleek dat vijf transacties via het cryptowisselplatform Shapeshift.io konden worden herleid van de wallet van [benadeelde] naar accounts van [verdachte], waarna de ontvangen Bitcoins werden omgezet en op zijn bankrekeningen werden uitbetaald. De verdediging verzocht om vrijspraak en betoogde onder meer dat de bekentenis onder druk was afgelegd, niet kon worden vastgesteld dat [verdachte] over de private key beschikte of achter de relevante RDP-sessies zat en dat derden mogelijk door een hack toegang tot de wallet hadden verkregen.

IT 5433

Aanwijzing Messenger als kernplatformdienst blijft in stand, Marketplace-aanwijzing nietig

Overige instanties 3 aug 2026, IT 5433; ECLI:EU:T:2026:357 (Meta Platforms tegen de Europese Commissie), https://itenrecht.nl/artikelen/aanwijzing-messenger-als-kernplatformdienst-blijft-in-stand-marketplace-aanwijzing-nietig

Gerecht EU 3 juni 2026, IT 5433; ECLI:EU:T:2026:357 (Meta Platforms tegen de Europese Commissie). In deze zaak verzoekt Meta Platforms om gedeeltelijke nietigverklaring van het besluit van de Europese Commissie van 5 september 2023 waarbij zij op grond van artikel 3 van Verordening (EU) 2022/1925, de Digital Markets Act (DMA), als poortwachter is aangewezen. De Commissie merkt onder meer Facebook aan als onlinesocialenetwerkdienst met Messenger als daarvan onderscheiden nummeronafhankelijke interpersoonlijke communicatiedienst en Marketplace als afzonderlijke onlinetussenhandelsdienst. Volgens de Commissie vormen Messenger en Marketplace zelfstandige kernplatformdiensten en zijn de kwantitatieve drempels van artikel 3 lid 2 DMA bereikt, zodat wordt vermoed dat deze diensten voor zakelijke gebruikers een belangrijke toegangspoort tot eindgebruikers vormen. Meta bestrijdt de aanwijzing voor Messenger en Marketplace. Ten aanzien van Messenger stelt zij onder meer dat deze dienst slechts een geïntegreerde functionaliteit van Facebook vormt en dat de Commissie ten onrechte heeft aangenomen dat Messenger afzonderlijk de gebruikersdrempel bereikt en een belangrijke toegangspoort vormt. 

IT 5429

Taakstraf voor computervredebreuk, gebruik gestolen inloggegevens en bezit van cybercrimehulpmiddelen

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 26 jun 2026, IT 5429; ECLI:NL:RBZWB:2026:5595 (Openbaar Ministerie tegen [verdachte]), https://itenrecht.nl/artikelen/taakstraf-voor-computervredebreuk-gebruik-gestolen-inloggegevens-en-bezit-van-cybercrimehulpmiddelen

Rb. Zeeland-West-Brabant 26 juni 2026, IT 5429; ECLI:NL:RBZWB:2026:5595 (Openbaar Ministerie tegen [verdachte]). In twee gevoegde strafzaken werd verdachte vervolgd voor meerdere cyberdelicten. Hij had onder meer 41 zip-bestanden met niet-openbare inloggegevens en systeeminformatie van derden verworven en voorhanden gehad, terwijl hij wist dat deze door misdrijf waren verkregen. Ook had hij via Genesis Marketplace ongeveer 71 bots aangeschaft: met malware geïnfecteerde computers of servers met onder meer gebruikersnamen, wachtwoorden, browsercookies en browser fingerprints waarmee toegang tot geautomatiseerde werken kon worden verkregen. Daarnaast drong hij met onrechtmatig verkregen inloggegevens binnen in een Videoland-account en in de internetbankieromgeving van een klant van Argenta Bank. Bij die bankrekening probeerde hij geldbedragen weg te nemen en veranderde hij gegevens in de internetbankieromgeving, onder meer door een telefoonnummer te verwijderen en een ander telefoonnummer te vermelden. Verder had hij APK-bestanden die als kwaadaardige software waren geclassificeerd en een phishingwebsite voorhanden met het oogmerk daarmee cyberdelicten te plegen. Verdachte bekende deze feiten. De rechtbank acht onder meer het verwerven en voorhanden hebben van door misdrijf verkregen niet-openbare gegevens, het verwerven van cybercrimehulpmiddelen en toegangscodes, computervredebreuk, poging tot diefstal door middel van een valse sleutel en het opzettelijk en wederrechtelijk veranderen van gegevens wettig en overtuigend bewezen. Van het ten laste gelegde wapenbezit wordt hij vrijgesproken.

IT 5434

Werkelijke advocaatkosten toegewezen na overdracht domeinnaam tijdens kort geding

Rechtbank Limburg 14 jul 2026, IT 5434; ECLI:NL:RBLIM:2026:6960 ([eiseres] tegen [gedaagde]), https://itenrecht.nl/artikelen/werkelijke-advocaatkosten-toegewezen-na-overdracht-domeinnaam-tijdens-kort-geding

Rb. Limburg 14 juli 2026, IEF 23747; IT 5434; ECLI:NL:RBLIM:2026:6960 ([eiseres] tegen [gedaagde]). In deze zaak oordeelt de voorzieningenrechter over de proceskosten nadat [eiseres] haar oorspronkelijke inhoudelijke vorderingen heeft ingetrokken. [gedaagde] is de voormalige partner van [eiseres] en heeft in het verleden werkzaamheden verricht ten behoeve van de onderneming van [eiseres], waaronder het bouwen en beheren van haar website. [gedaagde] heeft op enig moment de feitelijke controle over de domeinnaam, website, hostingomgeving en zakelijke e-mailomgeving van [eiseres] naar zich toe getrokken, [eiseres] de toegang daartoe ontzegd en vervolgens haar website offline gehaald. [eiseres] vordert oorspronkelijk, naast vergoeding van de werkelijk gemaakte proceskosten, onder meer dat [gedaagde] wordt bevolen de controle over en toegang tot de domeinnaam, website, hostingomgeving en zakelijke e-mailomgeving aan haar terug te geven en de daarvoor noodzakelijke medewerking te verlenen, op straffe van een dwangsom. Nadat de procedure aanhangig is gemaakt, herstelt [gedaagde] op 28 juni 2026 de toegang tot de zakelijke mailbox en zet hij de website weer online. Op 29 juni 2026 draagt hij ook de domeinnaam aan [eiseres] over. [eiseres] trekt daarop haar inhoudelijke vorderingen in, zodat uitsluitend haar vordering tot vergoeding van de werkelijk gemaakte proceskosten resteert. [gedaagde] verschijnt niet in de procedure.

IT 5423

Voorzieningenrechter verbiedt fake Google-recensies en beschuldigingen van seksueel grensoverschrijdend gedrag

Rechtbank Amsterdam 10 aug 2020, IT 5423; ECLI:NL:RBAMS:2020:4894 ([eiseres] tegen [gedaagde 1] en [gedaagde 2]), https://itenrecht.nl/artikelen/voorzieningenrechter-verbiedt-fake-google-recensies-en-beschuldigingen-van-seksueel-grensoverschrijdend-gedrag

Rb. Amsterdam 8 oktober 2020, IT 5423; ECLI:NL:RBAMS:2020:4894 ([eiseres] tegen [gedaagde 1] en [gedaagde 2]). Eiseres exploiteert een praktijk voor colonhydrotherapie en kreeg in maart 2020 een relatie met een man die zij eerder als cliënt had behandeld. Nadat diens echtgenote achter de relatie kwam en de man de relatie beëindigde, dienden gedaagden klachten tegen eiseres in bij de BATC en de IGJ. In juni en juli 2020 verschenen vervolgens negen negatieve éénsterrenrecensies over haar praktijk op Google. Gedaagden erkenden dat één recensie van de echtgenote afkomstig was en stelden dat de overige recensies door familie en vrienden waren geplaatst. De voorzieningenrechter acht van belang dat deze familieleden en vrienden zelf niet bij eiseres onder behandeling waren geweest en kwalificeert de recensies daarom als fake-recensies. Als gedaagden de overige recensies niet zelf hebben geplaatst, hebben zij er volgens de voorzieningenrechter in ieder geval de hand in gehad dat familie en vrienden deze ongeveer gelijktijdig plaatsten en later in twee tranches weer verwijderden. Daarmee hadden zij voldoende regie over de recensies om hun te kunnen gebieden dergelijke uitingen in de toekomst achterwege te laten. De voorzieningenrechter acht bovendien voldoende aannemelijk dat gedaagden eerder bij de praktijk van eiseres waren verschenen, waarbij was gedreigd haar praktijk via internet “helemaal kapot” te maken, en dat de man later onder valse voorwendselen opnieuw bij haar praktijk verscheen om haar te bewegen het kort geding in te trekken.

IT 5430

CWO en HISWA maken onrechtmatig gebruik van software en databank door KNWV onvoldoende aannemelijk

Rechtbank Midden-Nederland 30 jun 2026, IT 5430; ECLI:NL:RBMNE:2026:4185 (CWO en Hiswa tegen KNWV en [handelsnaam]), https://itenrecht.nl/artikelen/cwo-en-hiswa-maken-onrechtmatig-gebruik-van-software-en-databank-door-knwv-onvoldoende-aannemelijk

Rb. Midden-Nederland 30 juni 2026, IEF 23744; IT 5430; ECLI:NL:RBMNE:2026:4185 (CWO en Hiswa tegen KNWV en [handelsnaam]). CWO, HISWA en KNWV werkten jarenlang samen aan een uniform systeem voor watersportopleidingen en -diploma’s. Nadat binnen CWO een impasse was ontstaan, beëindigde KNWV in 2025 de samenwerking en bracht zij haar opleidingen onder bij de Watersport Academy, waarbij gebruik werd gemaakt van de door NWD ontwikkelde diplomalijn. CWO en HISWA stelden dat KNWV en de ontwikkelaar [handelsnaam] daarbij onrechtmatig handelden, onder meer door gebruik te maken van het voor CWO ontwikkelde softwareprogramma en de CWO-database. Zij beriepen zich op een exclusief gebruiksrecht en een non-concurrentiebeding uit overeenkomsten met [handelsnaam]. De voorzieningenrechter acht echter onvoldoende aannemelijk dat die bedingen daadwerkelijk tussen partijen zijn overeengekomen. De overgelegde overeenkomsten waren concepten, waren niet ondertekend en uit latere correspondentie bleek dat partijen daarover nog onderhandelden. CWO en HISWA kunnen nakoming daarvan daarom niet afdwingen. Ook het beroep op het databankenrecht leidt niet tot een verbod. KNWV betwistte niet dat zij de CWO-database eenmalig had gekopieerd, maar voor een verboden opvraging of hergebruik is volgens de voorzieningenrechter van belang of daardoor schade kan ontstaan aan de investering van de producent in de databank. CWO en HISWA maakten onvoldoende aannemelijk dat deze eenmalige kopie hun financiële terugverdiencapaciteit aantastte. Daardoor kan in het midden blijven of sprake is van een beschermde databank en of KNWV, gelet op haar investering van € 150.000, daarvan mogelijk medeproducent is.