Exoneratiebeding van softwareontwikkelaar houdt stand na verwijzing naar schadestaat
Rb. Gelderland 23 juli 2025, IT&R 5141; ECLI:NL:RBGEL:2025:11617 (Primedinners tegen Media Artists). In deze procedure stond vast dat Media Artists tegenover Primedinners aansprakelijk was wegens tekortkoming in de nakoming van een samenwerkingsovereenkomst uit 2017 over de ontwikkeling van websites, een app en een softwareplatform; dat was reeds bindend beslist in eerdere arresten van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Het hof had geoordeeld dat partijen, in afwijking van de algemene voorwaarden, fatale oplevertermijnen waren overeengekomen, dat Media Artists die termijnen had overschreden en daardoor van rechtswege in verzuim was geraakt, en dat Primedinners de overeenkomst daarom op 23 november 2018 rechtsgeldig buitengerechtelijk had ontbonden. Omdat de schade nog niet kon worden begroot, had het hof de zaak verwezen naar de schadestaatprocedure en daarbij overwogen dat een beroep van Media Artists op het exoneratiebeding uit haar algemene voorwaarden in die procedure moest worden beoordeeld. In de onderhavige bodemprocedure vorderde Primedinners vervolgens een verklaring voor recht dat de aansprakelijkheid van Media Artists niet op grond van dat beding was uitgesloten of beperkt. De rechtbank verwerpt het niet-ontvankelijkheidsverweer van Media Artists: de verwijzing door het hof naar de schadestaatprocedure was geen bindende eindbeslissing over een geschilpunt tussen partijen, zodat Primedinners het geschil over het exoneratiebeding ook in deze afzonderlijke procedure aan de rechtbank kon voorleggen. Eveneens oordeelt de rechtbank dat de algemene voorwaarden van Media Artists op de samenwerkingsovereenkomst van toepassing zijn, nu dat punt door het hof reeds was beslist en dus gezag van gewijsde heeft; het enkele feit dat partijen later van art. 2.2 van die voorwaarden zijn afgeweken, betekent niet dat de algemene voorwaarden als geheel buiten toepassing zijn geraakt.