Rb. Zeeland-West-Brabant acht zich bevoegd in internationale crypto boilerroomzaak
Rb. Zeeland-West-Brabant 17 juni 2026, IT 5341; ECLI:N:RBZWB:2026:5959 (Kyrrex tegen [persoon]). In deze zaak tussen Kyrrex en [persoon] staat de vraag centraal of de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft kennis te nemen van een vordering wegens vermeende betrokkenheid bij internationale crypto boilerroomfraude en, indien dat het geval is, of de zaak wegens samenhang moet worden verwezen naar de rechtbank Den Haag, waar al vergelijkbare procedures tegen Kyrrex aanhangig zijn. De rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat zij op grond van artikel 6 aanhef en onder e Rv rechtsmacht heeft en ziet geen aanleiding de zaak naar de rechtbank Den Haag te verwijzen. [persoon] stelt dat hij slachtoffer is geworden van crypto boilerroomfraude waarbij meerdere aan Kyrrex gelieerde vennootschappen betrokken zouden zijn. Naast Kyrrex UK Ltd. zijn volgens hem ook andere vennootschappen uit onder meer Cyprus, Malta en St. Vincent & The Grenadines bij de fraude betrokken. Kyrrex voert in een incident aan dat de Nederlandse rechter onbevoegd is, omdat de onderneming in het Verenigd Koninkrijk is gevestigd, geen activiteiten in Nederland verricht, niet operationeel is wegens het ontbreken van een vergunning en zich nooit op de Nederlandse markt heeft gericht. Volgens Kyrrex biedt de enkele omstandigheid dat de gestelde financiële schade zich op een Nederlandse bankrekening heeft voorgedaan onvoldoende aanknopingspunten voor rechtsmacht van de Nederlandse rechter. Subsidiair verzoekt Kyrrex verwijzing naar de rechtbank Den Haag, waar reeds ongeveer twintig vergelijkbare procedures tegen haar lopen. De rechtbank stelt voorop dat zij haar bevoegdheid moet beoordelen aan de hand van artikel 6, aanhef en onder e Rv, dat rechtsmacht toekent wanneer het schadeveroorzakende feit zich in Nederland heeft voorgedaan of zich daar kan voordoen. Zij acht zich bevoegd. Daarbij acht de rechtbank van belang dat de bankrekening waarvan gelden zijn verdwenen in Nederland wordt aangehouden, dat de vermogensvermindering zich in Nederland heeft voorgedaan en dat [persoon] in Nederland woont. Volgens de rechtbank is de schade daarmee in Nederland geleden. De rechtbank verwerpt tevens het betoog dat Kyrrex zich niet op de Nederlandse markt zou hebben gericht. Volgens de rechtbank wordt die stelling weersproken door het relatief grote aantal Nederlandse benadeelden dat zich inmiddels heeft gemeld.