DOSSIERS
Alle dossiers

Internet  

IT 5422

Schadeclaim na cryptoverlies strandt omdat contractspartij Green Sky niet is gedagvaard

Rechtbank Den Haag 8 jul 2026, IT 5422; ECLI:NL:RBDHA:2026:19080 ([eiser] tegen gedaagden), https://itenrecht.nl/artikelen/schadeclaim-na-cryptoverlies-strandt-omdat-contractspartij-green-sky-niet-is-gedagvaard

Rb. Den Haag 8 juli 2026, IT 5422; ECLI:NL:RBDHA:2026:19080 ([eiser] tegen gedaagden). Eiser opende twee Bybit-accounts en sloot op 29 december 2024 een Software as a Service Agreement met Green Sky Capital SRL, een vennootschap naar Costa Ricaans recht. Op grond van die overeenkomst werd software voor algoritmische cryptohandel gebruikt die via API-keys met de handelsaccounts van eiser was verbonden. Eiser stortte 5 Bitcoin en ontving na beëindiging van de dienstverlening 4,35992294 Bitcoin terug. Hij vorderde vervolgens van Oxido, gelieerde vennootschappen en bestuurders vergoeding van 0,64007706 Bitcoin, door hem begroot op € 60.272,77. Volgens eiser was feitelijk sprake van vergunningplichtig individueel vermogensbeheer, was de SaaS-overeenkomst nietig of vernietigbaar wegens strijd met de Wft, dwaling en oneerlijke handelspraktijken en hadden Oxido en haar bestuurders onrechtmatig gehandeld.

IT 5428

Booking moet inzicht geven in eerdere kennis van onjuiste locatiegegevens bij accommodatie

Rechtbank Amsterdam 3 aug 2026, IT 5428; ECLI:NL:RBAMS:2026:7389 ([verzoeker] tegen Booking), https://itenrecht.nl/artikelen/booking-moet-inzicht-geven-in-eerdere-kennis-van-onjuiste-locatiegegevens-bij-accommodatie

Rb. Amsterdam 10 juli 2026, RB 4069; ECLI:NL:RBAMS:2026:7389 ([verzoeker] tegen Booking). Via Booking.com werd voor € 2.540 een accommodatie in Griekenland geboekt. In de advertentie stond dat de accommodatie op slechts enkele tientallen meters van Komi Beach lag en op de kaart werd zij direct aan zee weergegeven. Bij aankomst bleek de accommodatie volgens de boekers op aanzienlijke afstand van het strand en in een afgelegen gebied te liggen. Na annulering werd slechts € 132 terugbetaald. De aanspraken van de boeker en de betaler zijn vervolgens gecedeerd aan de verzoeker, die in de Europese procedure voor geringe vorderingen betaling van het resterende bedrag van € 2.408 vordert. Hij stelt dat de advertentie misleidend was en beroept zich op een oneerlijke handelspraktijk, dwaling en non-conformiteit. De kantonrechter acht de Nederlandse rechter bevoegd omdat Booking in Amsterdam is gevestigd. Op grond van de rechtskeuze in de algemene voorwaarden is Nederlands recht van toepassing, zonder dat de consument de bescherming verliest die hij aan dwingend Spaans recht ontleent.
 

IT 5421

Gebruik van ChatGPT kan vertrouwelijkheid van verschoningsgerechtigde informatie doorbreken

Rechtbank Rotterdam 11 aug 2026, IT 5421; ECLI:NL:RBROT:2026:9319 (rechter-commissaris tegen [verdachte]), https://itenrecht.nl/artikelen/gebruik-van-chatgpt-kan-vertrouwelijkheid-van-verschoningsgerechtigde-informatie-doorbreken

Rb. Rotterdam 12 juni 2026, IT 5421; ECLI:NL:RBROT:2026:9319 (rechter-commissaris tegen [verdachte]). In een strafrechtelijk onderzoek waren meerdere digitale gegevensdragers in beslag genomen. Omdat daarop mogelijk informatie stond die onder het verschoningsrecht viel, liet de rechter-commissaris de gegevens voorafgaand aan vrijgave aan het onderzoeksteam filteren. Tijdens die controle werd een ChatGPT-gesprek aangetroffen waarin de beslagene via een prompt een reactie liet opstellen die kennelijk was bestemd voor een verschoningsgerechtigde. In de door ChatGPT gegenereerde tekst werd ook de naam van een verschoningsgerechtigde genoemd. De rechter-commissaris stelt voorop dat aan het verschoningsrecht het belang ten grondslag ligt dat iemand zich vrijelijk en zonder vrees voor openbaarmaking van vertrouwelijke informatie tot bepaalde beroepsbeoefenaren moet kunnen wenden voor bijstand en advies.

IT 5415

Uitspraak ingezonden door Hans Bousie, &bousie.

Geen auteursrecht op functionele websiteteksten, wel verbod op nep reviews

Gerechtshof Amsterdam 4 aug 2026, IT 5415; 200.343.772/01 (Fixiq Legal tegen Bonnetje c.s.), https://itenrecht.nl/artikelen/geen-auteursrecht-op-functionele-websiteteksten-wel-verbod-op-nep-reviews

Hof Amsterdam 4 augustus 2026, IEF 23738; RB 4075; IT 5415; 200.343.772/01 (Fixiq Legal tegen Bonnetje c.s.). In deze zaak tussen Fixiq Legal en Bonnetje c.s. staat een geschil over websites en apps voor het aanvechten van verkeersboetes centraal. Nadat gesprekken over een mogelijke samenwerking waren stukgelopen, lanceerde Bonnetje een eigen website en app. Fixiq Legal stelde dat Bonnetje auteursrechtelijk beschermde teksten had overgenomen en misleidende handelspraktijken toepaste door onder meer nep reviews te plaatsen. Anders dan de kantonrechter oordeelt het hof dat de teksten op de testwebsite van Bonnetje openbaar waren gemaakt. De URL was via sociale media gedeeld en de website was, zij het met enige moeite, toegankelijk voor derden. Dat de openbaarmaking mogelijk niet was beoogd, maakt dat niet anders. Van auteursrechtinbreuk is volgens het hof echter geen sprake. Het format en de opbouw van de website zijn te zeer door functionaliteit bepaald. Ook de teksten van de Q&A, het doorloopproces en het machtigingsformulier zijn overwegend functioneel, technisch en juridisch van aard. Zij dragen geen waarneembaar persoonlijk stempel en voldoen daarom niet aan de werktoets.

IT 5393

Artikel geschreven door Stefaan Meuwissen, Knowledge Lawyer I.P. bij Hogan Lovells International LLP.

AI roept nieuwe vragen op in domeinnaamgeschillen

Stefaan Meuwissen, 21 juli 2026. 

Generatieve AI kan binnen enkele seconden een professioneel ogende UDRP-klacht of reactie opstellen, compleet met ogenschijnlijk relevante rechtsleer, gestructureerde juridische argumenten en verwijzingen naar zaken. Dat heeft een voordeel: het kan de praktische drempels voor deelname verlagen en ertoe leiden dat meer verweerders inhoudelijk reageren in plaats van verstek te laten gaan, en door AI ondersteunde reacties zouden uiteindelijk eerder regel dan uitzondering kunnen worden. Er is echter ook een keerzijde. De vloeiendheid en schijnbare autoriteit van door AI gegenereerde tekst kunnen ernstige zwaktes verhullen,waaronder verzonnen gezaghebbende bronnen, onjuiste citaten, irrelevante juridische analyses en feitelijke stellingen waarvoor geen gelijktijdig bestaand bewijs beschikbaar is. AI verandert ook het bewijs waarop partijen zich beroepen. Zoekresultaten, website-inhoud, bedrijfsplannen en waarderingen van domeinnamen kunnen inmiddels allemaal door AI worden gegenereerd. In sommige gevallen maakt het door AI gegenereerde materiaal zelf deel uit van het betwiste gedrag, bijvoorbeeld een website die vrijwel volledig door een geautomatiseerd hulpmiddel is gebouwd en die volgens een partij kwade trouw zou aantonen. Voor advocaten en panelleden is de praktische vraag voortaan zelden of AI is gebruikt. De vraag is of het resulterende stuk of bewijs nauwkeurig, relevant, verifieerbaar en voldoende is om vast te stellen wat de UDRP daadwerkelijk vereist.

IT 5388

Kunstenaar is geen consument en moet overeengekomen opzegvergoeding aan kunstbemiddelaar betalen

Rechtbank Amsterdam 3 mei 2019, IT 5388; ECLI:NL:RBAMS:2019:3022 (Vision tegen [gedaagde]), https://itenrecht.nl/artikelen/kunstenaar-is-geen-consument-en-moet-overeengekomen-opzegvergoeding-aan-kunstbemiddelaar-betalen

Rb. Amsterdam 3 mei 2019, IT 5388; ECLI:NL:RBAMS:2019:3022 (Vision tegen [gedaagde]). Een kunstenares sloot in november 2016 een consignatieovereenkomst met Vision on Art, een Belgische onderneming die bemiddelt bij de verkoop van kunstwerken. Vision zou haar werken via elektronische veilingen en professionele kunstwebsites aanbieden en promoten en ontving bij verkoop een commissie. In de overeenkomst stond dat de kunstenares bij opzegging 10% van de waarde van de nog niet verkochte werken moest betalen wanneer minder dan de helft van de werken was verkocht. Ook Vision kon onder bepaalde omstandigheden een vergelijkbare vergoeding verschuldigd worden wanneer zij de overeenkomst binnen twaalf maanden opzegde. Nadat Vision de aangeleverde foto’s van de kunstwerken online had geplaatst, zegde de kunstenares de overeenkomst in augustus 2017 op. Vision bracht daarop € 4.452,80 aan opzegvergoeding in rekening. De kantonrechter oordeelt dat de kunstenares bij het aangaan van de overeenkomst niet als consument handelde. Beslissend is het doel waarvoor zij de overeenkomst sloot: zij wilde met de verkoop van haar kunstwerken inkomsten verwerven om daarmee uiteindelijk in haar levensonderhoud te voorzien. Daarmee gaat het om een beroepsactiviteit. Dat zij daarmee op dat moment nog onvoldoende verdiende, een bijstandsuitkering ontving of het schilderen een hobbymatig karakter had, maakt dat niet anders.

IT 5377

Vijf Apple App Stores vormen één kernplatformdienst onder DMA

Overige instanties 8 jul 2026, IT 5377; ECLI:EU:T:2026:451 (Apple tegen Europese Commissie), https://itenrecht.nl/artikelen/vijf-apple-app-stores-vormen-een-kernplatformdienst-onder-dma

Gerecht EU 8 juli 2026, IT 5377; ECLI:EU:T:2026:451 (Apple tegen Europese Commissie). Het Gerecht behandelt drie voor het arrest gevoegde beroepen van Apple tegen besluiten van de Europese Commissie op grond van de Digital Markets Act (DMA). Apple meldt de Commissie op 3 juli 2023 dat zij de kwantitatieve drempels van art. 3 lid 2 DMA bereikt voor de iOS App Store, het besturingssysteem iOS, de webbrowser Safari en de chatdienst iMessage. Ten aanzien van iMessage betoogt Apple dat deze dienst niet kan worden gekwalificeerd als een nummeronafhankelijke interpersoonlijke communicatiedienst (NI-ICS) en daarmee evenmin als een kernplatformdienst in de zin van de DMA. Subsidiair voert Apple aan dat de omstandigheden waarin iMessage wordt gebruikt meebrengen dat deze dienst geen belangrijke toegangspoort voor zakelijke gebruikers tot eindgebruikers vormt. De Commissie opent daarop een marktonderzoek naar iMessage en wijst Apple bij afzonderlijk besluit aan als poortwachter voor drie kernplatformdiensten: de App Store, iOS en Safari. Na afloop van het marktonderzoek besluit de Commissie Apple niet als poortwachter voor iMessage aan te wijzen, maar kwalificeert zij iMessage wel als NI-ICS en daarmee als kernplatformdienst. Apple stelt tegen deze besluiten drie beroepen tot nietigverklaring in. In zaak T-1079/23 vordert zij nietigverklaring van het besluit tot inleiding van het marktonderzoek en bestrijdt zij de daaraan ten grondslag liggende kwalificatie van iMessage als NI-ICS. In zaak T-1080/23 komt Apple op tegen het aanwijzingsbesluit. Zij voert ten eerste bij wege van exceptie van onwettigheid op grond van art. 277 VWEU aan dat art. 6 lid 7 DMA geen adequate toepassing van het in art. 52 lid 1 Handvest neergelegde evenredigheidsbeginsel waarborgt en onvoldoende bescherming biedt aan grondrechten, in het bijzonder het eigendomsrecht. Volgens Apple moet de bepaling daarom buiten toepassing worden gelaten en moet het aanwijzingsbesluit worden vernietigd voor zover de aanwijzing van iOS haar aan de daarin neergelegde interoperabiliteitsverplichtingen onderwerpt. Ten tweede bestrijdt Apple de beoordeling dat de iOS, iPadOS, watchOS, macOS en tvOS App Stores gezamenlijk één onlinetussenhandelsdienst en één kernplatformdienst vormen. Volgens Apple hebben deze App Stores verschillende doeleinden, worden zij op verschillende apparaten en door zakelijke gebruikers en eindgebruikers op verschillende wijzen gebruikt en moeten zij daarom afzonderlijk worden beoordeeld. In dat geval overschrijdt alleen de iOS App Store de drempels van art. 3 lid 2 DMA. Ten derde stelt Apple dat de Commissie iMessage ten onrechte als NI-ICS heeft gekwalificeerd. In zaak T-214/24 vorderen Apple Inc. en Apple Distribution International Ltd ten slotte nietigverklaring van het besluit tot sluiting van het marktonderzoek, voor zover de Commissie daarin vasthoudt aan de kwalificatie van iMessage als NI-ICS.

IT 5365

Geen hostingvrijstelling bij inhoudelijke beoordeling van YouTube-partnerkanaal met gokreclame

HvJ EU 16 jul 2026, IT 5365; ECLI:EU:C:2026:592 (AGCOM tegen Google Ireland Ltd), https://itenrecht.nl/artikelen/geen-hostingvrijstelling-bij-inhoudelijke-beoordeling-van-youtube-partnerkanaal-met-gokreclame

HvJ EU 16 juli 2026, IEF 23858; RB 4060; IT 5365; ECLI:EU:C:2026:592 (AGCOM tegen Google Ireland). De Italiaanse toezichthouder AGCOM legt Google een bestuurlijke boete van € 750.000 op wegens video’s op vijf YouTube-kanalen waarin gokwebsites werden gepromoot. Ook beveelt AGCOM Google om 630 video’s en soortgelijke content te verwijderen. De betrokken contentmaker nam deel aan het YouTube Partner Programme, waarbij Google en de maker reclame-inkomsten delen. Het Hof maakt bij de beoordeling van de Richtlijn elektronische handel onderscheid tussen het online maken van reclame voor gokactiviteiten en het hosten van video’s waarin dergelijke reclame voorkomt. De activiteit die bestaat in het online maken van gokreclame is intrinsiek met gokactiviteiten verbonden en valt buiten het toepassingsgebied van de richtlijn. Het online hosten van video’s met gokreclame valt daarentegen wel binnen dat toepassingsgebied, omdat hosting als zodanig niet intrinsiek met gokken is verbonden en in beginsel niet verschilt naargelang de aard van de opgeslagen content.

IT 5378

Consumenten ontbinden overeenkomst voor internet, televisie en mobiele telefonie rechtsgeldig; geen waardevergoeding wegens oneerlijke handelspraktijk

Rechtbank Amsterdam 28 mei 2026, IT 5378; ECLI:NL:RBAMS:2026:5546 ([eisers] tegen [gedaagde]), https://itenrecht.nl/artikelen/consumenten-ontbinden-overeenkomst-voor-internet-televisie-en-mobiele-telefonie-rechtsgeldig-geen-waardevergoeding-wegens-oneerlijke-handelspraktijk

Rb. Amsterdam 28 mei 2026, IT 5378; ECLI:NL:RBAMS:2026:5546 ([eisers] tegen [gedaagde]). Twee consumenten sloten tijdens een huisbezoek met een ICT-dienstverlener een overeenkomst voor een pakket bestaande uit internet, televisie en twee mobiele aansluitingen. Omdat de overeenkomst buiten de verkoopruimte was gesloten, moest de handelaar vóór het sluiten daarvan op duidelijke en begrijpelijke wijze informatie verstrekken over onder meer het recht van ontbinding, de voorwaarden en termijn daarvoor en de wijze waarop dit recht kon worden uitgeoefend. In de overeenkomst was hierover niets opgenomen. De handelaar kon bovendien niet aantonen dat hij deze informatie mondeling had verstrekt of dat de consumenten vóór het sluiten van de overeenkomst de algemene voorwaarden hadden kunnen raadplegen. De wettelijke ontbindingstermijn van veertien dagen werd daarom op grond van artikel 6:230o lid 2 BW met twaalf maanden verlengd. De consumenten hadden de overeenkomst op 22 november 2022, achttien dagen nadat zij was gesloten, rechtsgeldig ontbonden. De kantonrechter kwam daardoor niet meer toe aan hun beroep op vernietiging van de overeenkomst.

IT 5366

Dynamisch streamingaanbod kwalificeert als digitale dienst

HvJ EU 9 jul 2026, IT 5366; ECLI:EU:C:2026:556 (Sky Österreich Fernsehen GmbH tegen Verein für Konsumenteninformation), https://itenrecht.nl/artikelen/dynamisch-streamingaanbod-kwalificeert-als-digitale-dienst

HvJ EU 9 juli 2026, RB 4061; IT 5366; ECLI:EU:C:2026:556 (Sky Österreich tegen Verein für Konsumenteninformation). Sky Österreich biedt streamingabonnementen aan waarmee consumenten via een hyperlink of applicatie televisieprogramma’s live, op aanvraag en in bepaalde gevallen na download offline kunnen bekijken. Bij het online afsluiten van een abonnement moeten consumenten ermee instemmen dat Sky al tijdens de herroepingstermijn met de uitvoering begint en erkennen dat zij daardoor hun herroepingsrecht verliezen. De Oostenrijkse consumentenorganisatie VKI bestrijdt dit beding. Volgens VKI is het streamingabonnement geen levering van digitale inhoud, maar een digitale dienst. De uitzondering op het herroepingsrecht voor niet op een materiële drager geleverde digitale inhoud uit artikel 16, eerste alinea, onder m), van Richtlijn 2011/83 zou daarom niet van toepassing zijn.