30 jun 2026,
Hof Amsterdam bekrachtigt rectificatie wegens onrechtmatige column over vermeende Hamas-relatie FIO
Hof Amsterdam 30 juni 2026, IEF 23654; IT&Recht 5329; ECLI:NLGHAMS:2026:1736 (De Telegraaf tegen FIO). In deze zaak tussen De Telegraaf en Stichting Federatie Islamitische Organisaties (FIO) staat de vraag centraal of een in De Telegraaf gepubliceerde column de onrechtmatige suggestie wekt dat FIO is gelieerd aan Hamas en de doelstellingen van die organisatie ondersteunt. Daarnaast moet het hof beoordelen of de voorzieningenrechter terecht een rectificatie heeft bevolen. Het hof bekrachtigt het vonnis en kwalificeert de publicatie als een onrechtmatige perspublicatie. Aanleiding voor het geschil is een op 17 januari 2025 gepubliceerde column over Jodenhaat en de oorlog in Gaza. Daarin wordt onder meer verwezen naar een solidariteitsdemonstratie met Gaza die volgens de column werd georganiseerd door "aan Hamas gelieerde organisaties, Milli Görüs en de moskeekoepel FIO". Vervolgens staat vermeld dat FIO "met Hamas meeheult". FIO, een samenwerkingsverband van 25 Haagse moskeeorganisaties, stelde dat de column daarmee ten onrechte de indruk wekt dat zij banden heeft met Hamas en terrorisme ondersteunt. Nadat De Telegraaf weigerde de publicatie te rectificeren, werd een kort geding aanhangig gemaakt waarin de voorzieningenrechter een rectificatie gelastte. De Telegraaf komt daartegen in hoger beroep op. Het hof stelt voorop dat een afweging moet plaatsvinden tussen enerzijds de vrijheid van meningsuiting van De Telegraaf, beschermd door artikel 10 EVRM, en anderzijds het recht van FIO op bescherming van haar eer, goede naam en reputatie, beschermd door artikel 8 EVRM en het nationale leerstuk van onrechtmatige perspublicatie. Daarbij weegt mee dat het om een column gaat, zodat de auteur meer ruimte heeft voor overdrijving, scherpe formuleringen en waardeoordelen dan bij een regulier nieuwsbericht. Ook binnen een column vindt die vrijheid echter haar grens wanneer zonder toereikende feitelijke basis ernstige beschuldigingen worden geuit die de reputatie van een ander aantasten; dergelijke feitelijke uitlatingen moeten voldoende feitelijke steun vinden in het beschikbare materiaal. FIO heeft toegelicht dat zij een koepelorganisatie is van Haagse moskeeën die samenwerkt met de gemeente Den Haag, andere religieuze organisaties en onder meer de Joods Liberale Gemeente. Zij neemt deel aan demonstraties tegen de oorlog in Gaza en tegen de bezetting van Palestijnse gebieden, maar wijst extremisme, geweld en terrorisme af en onderhoudt geen banden met Hamas. Volgens FIO brengt de associatie met een terroristische organisatie ernstige reputatieschade mee, kan deze leiden tot verlies van samenwerkingspartners en vergroot zij de kans op extra aandacht van onder meer toezichthouders en financiële instellingen. De Telegraaf betoogt daartegen dat de column niet stelt dat FIO zelf aan Hamas is gelieerd. Volgens haar volgt uit het gebruik van een komma dat uitsluitend wordt bedoeld dat FIO deelnam aan een demonstratie die mede werd georganiseerd door organisaties die volgens De Telegraaf wel banden met Hamas hebben. Daarnaast beroept De Telegraaf zich op de ruime vrijheid die een columnist toekomt.
Het hof volgt De Telegraaf daarin niet. De gewraakte passage moet volgens het hof worden gelezen in samenhang met de gehele column, waarin de nadruk ligt op Hamas, antisemitisme en de steun voor Hamas na het Gaza-akkoord. Daarbij spelen zowel de tussenkop "Wensen Hamas-supporters" als de daarop volgende tekst een rol. Tegen die achtergrond zal een aanzienlijk deel van het gemiddelde lezerspubliek de passage zo begrijpen dat FIO zelf behoort tot de aan Hamas gelieerde organisaties. Dat de opsomming grammaticaal wordt voorafgegaan door een komma en niet door een dubbele punt acht het hof van ondergeschikt belang. Bovendien versterkt de daaropvolgende opmerking dat FIO met Hamas zou "meeheulen" de indruk dat zij de doelstellingen van Hamas ondersteunt of daarmee sympathiseert. Volgens het hof is niet in geschil dat voor de aldus gewekte suggestie geen feitelijke grondslag bestaat en dat de uitlating geen voldoende feitelijke steun vindt in het beschikbare materiaal. De stelling dat FIO gelieerd is aan Hamas betreft geen waardeoordeel, maar een uitlating van feitelijke aard die door de gemiddelde lezer ook als zodanig zal worden opgevat. Juist vanwege de ernst van een dergelijke beschuldiging mag zij niet zonder voldoende feitelijke basis worden gedaan. Het hof acht de publicatie daarom onrechtmatig. De suggestie dat FIO betrokken zou zijn bij Hamas impliceert een ernstige beschuldiging van betrokkenheid bij terrorisme en antisemitisme en is naar haar aard schadelijk voor de reputatie van de organisatie. Aannemelijk is dat hierdoor het vertrouwen van gesprekspartners wordt geschaad en dat FIO wordt belemmerd in haar maatschappelijke werkzaamheden. Dat blijkt volgens het hof mede uit de toelichting van FIO dat de publicatie tot veel vragen heeft geleid en de contacten met de gemeente Den Haag zijn beïnvloed. Juist vanwege de voorzienbare gevolgen van een dergelijke beschuldiging had het op de weg van De Telegraaf gelegen zorgvuldiger te formuleren. De ruime vrijheid van een columnist strekt niet zover dat zonder feitelijke basis een ernstige en reputatieschadelijke beschuldiging kan worden geuit. Het hof acht de beperking van de vrijheid van meningsuiting daarom gerechtvaardigd en oordeelt dat de voorzieningenrechter terecht een rectificatie heeft bevolen. Dat FIO zelf aandacht voor de kwestie heeft gegenereerd door over haar juridische stappen te communiceren, doet volgens het hof niet af aan de rol die de inhoud van de column heeft gespeeld bij de ontstane beeldvorming. Ook de incidentele grieven van FIO leiden niet tot een ander oordeel, omdat zij geen aanleiding geven de door de voorzieningenrechter bevolen rectificatie of de overige beslissingen (waaronder de proceskostenveroordeling in eerste aanleg) te wijzigen. Het vonnis wordt bekrachtigd; De Telegraaf wordt veroordeeld in de kosten van het principale appel en FIO in de kosten van het incidentele appel.
4.6. Dit verweer kan De Telegraaf niet baten. Ook het hof is van oordeel dat indien de door FIO gewraakte passage wordt beschouwd in samenhang met de inhoud van de column als geheel (met zijn focus op Hamas en het door deze organisatie aan Israël aangedane leed) en met name met de inhoud van het onderdeel ‘Wensen Hamas-supporters’, daarmee onmiskenbaar de indruk wordt gewekt dat FIO een aan Hamas gelieerde organisatie is en dat FIO de terroristische doelen van Hamas ondersteunt. Naast de (sub)kop die in de digitale versie was opgenomen speelt hierbij een rol dat in de eerste alinea van bedoeld onderdeel onder meer wordt gesproken over “wensen van Hamas-supporters die meteen na bekendmaking van het akkoord op straat gingen brullen” waarna - de beeldspraak voortzettend - in de tweede alinea de gewraakte passage is opgenomen die luidt dat er zondag “ook geschreeuwd (wordt) op de Dam tijdens een ‘solidariteitsdemonstratie met Gaza’, georganiseerd door aan Hamas gelieerde organisaties, Milli Görüs en de moskeekoepel FIO”, gevolgd door een volzin die inhoudt dat FIO met Hamas zou ‘meeheulen’. Het gelijk in het gevoerde (taalkundige) debat over het gebruik van de komma na ‘gelieerde organisaties’, waarop grief I van De Telegraaf betrekking heeft, is hierbij van ondergeschikte betekenis. Voldoende aannemelijk is dat een aanmerkelijk deel van het gemiddelde lezerspubliek, mede gelet op de verdere inhoud van de tekst, de passage ondanks het gebruik van een komma in plaats van een dubbele punt zo zal lezen dat FIO behoort tot ‘aan Hamas gelieerde organisaties’. Daarbij speelt mee dat de [naam 1] niet heeft vermeld om welke aan Hamas gelieerde organisaties het volgens haar zou gaan. Voorts wordt de kans dat de passage in de hierbedoelde zin wordt gelezen vergroot door de reeds genoemde volzin, die op zijn minst een ondersteuning van de doelstellingen van en sympathie met het gedachtegoed van Hamas impliceert.
4.7. Niet in geschil is dat voor de aldus in de column tot uitdrukking gebrachte suggestie dat FIO gelieerd zou zijn aan Hamas in het bewijsmateriaal geen steun is te vinden. Het hof verwerpt in dit verband het betoog van De Telegraaf dat het hier om een waardeoordeel zou gaan: dat FIO gelieerd is aan Hamas is aan te merken als een uitlating van feitelijke aard en zal door de gemiddelde lezer ook zo worden opgevat. Gelet op de ernst van de beschuldiging mag een dergelijke uitlating niet zonder feitelijke grondslag worden gedaan.
4.8. De inhoud van de column moet dan ook als onrechtmatig jegens FIO worden aangemerkt. Zoals de voorzieningenrechter heeft overwogen impliceert de passage een ernstige beschuldiging van betrokkenheid bij terrorisme en antisemitisme. Voldoende aannemelijk is dat het vertrouwen dat FIO geniet bij haar gesprekspartners daardoor wordt aangetast en dat zij als islamitische organisatie door partners met meer argwaan tegemoet zal worden getreden. Dat de gedane bewering schadelijk is voor de reputatie FIO en haar belemmert in de verwezenlijking van haar hierboven onder 4.4 beschreven doel ligt in de rede. De secretaris van het bestuur van FIO heeft in dit verband ter zitting van het hof toegelicht dat er veel vragen naar aanleiding van het artikel bij FIO zijn binnengekomen en ook een aarzeling in de contacten met haar van de zijde van de Gemeente wordt ervaren, zo zou FIO anders dan in voorgaande jaren aanvankelijk niet uitgenodigd zijn voor het Prinsjesdag ontbijt. In het licht van de gevoeligheid van de materie en de voorzienbare schadelijke gevolgen voor FIO van het gelinkt worden met Hamas had het op de weg van De Telegraaf en haar [naam 1] gelegen om zorgvuldiger te formuleren. De omstandigheid dat, zoals de voorzieningenrechter overweegt, een columnist een grote mate van vrijheid heeft om te simplificeren, uit te vergroten, te overdrijven en gebruik te maken van scherpe bewoordingen maakt dit niet anders. Deze vrijheid gaat niet zo ver dat het een columnist is toegestaan een schadelijke bewering te doen waartoe de feiten in redelijkheid geen aanleiding geven.