DOSSIERS
Alle dossiers

Contracten  

IT 5619

Onvoldoende onderbouwing gebrekkige installatie batterijsysteem, beroep op verrekening afgewezen

Rechtbank Noord-Holland 7 okt 2026, IT 5619; ECLI:NL:RBNHO:2026:13702 (3XL tegen [gedaagde]), https://itenrecht.nl/artikelen/onvoldoende-onderbouwing-gebrekkige-installatie-batterijsysteem-beroep-op-verrekening-afgewezen

Rb. Noord-Holland 7 oktober 2026, IT 5619; ECLI:NL:RBNHO:2026:13702 (3XL tegen [gedaagde]). In deze zaak tussen 3XLSolarssolutions B.V. (3XL) en [gedaagde] staat de vraag centraal of [gedaagde] betaling voor elektrotechnische installatiewerkzaamheden mag verrekenen met kosten die zij stelt te hebben gemaakt door een gebrekkige uitvoering van die werkzaamheden. Partijen sloten een overeenkomst op grond waarvan 3XL voor € 1.452 elektrotechnische installatiewerkzaamheden zou uitvoeren bij een project in Baarn. De werkzaamheden werden uitgevoerd door een onderaannemer van 3XL. [gedaagde] weigerde de factuur te betalen, omdat het batterijsysteem volgens haar niet correct was geïnstalleerd. Zo zouden DC-schakelaars onveilig zijn aangebracht, bedrading open hebben gelegen en zou de installatie niet in bedrijf zijn gesteld. [gedaagde] stelt dat zij hierdoor zelf extra werkzaamheden heeft moeten verrichten en beroept zich op verrekening van de gemaakte kosten. 3XL betwist dat zij tekortgeschoten is. Volgens haar konden de werkzaamheden aanvankelijk niet worden afgerond omdat niet alle benodigde materialen beschikbaar waren. De onderaannemer heeft vervolgens contact opgenomen met de leverancier, waarna de installatie alsnog in gebruik is genomen. Ook was afgesproken dat [gedaagde] zelf een afschermende kast zou plaatsen om de installatie veilig te maken.

IT 5617

Uitspraak ingezonden door Mark Jansen, Dirkzwager.

Geen automatische doorwerking van rekenmarges in operationele boeteclausules

Rechtbank Den Haag 22 jul 2026, IT 5617; ECLI:NL:RBDHA:2026:28199 (HTM tegen Siemens), https://itenrecht.nl/artikelen/geen-automatische-doorwerking-van-rekenmarges-in-operationele-boeteclausules

Rb. Den Haag 22 juli 2026, IT 5617; ECLI:NL:RBDHA:2026:28199 (HTM tegen Siemens). In deze zaak tussen HTM en Siemens staat een geschil centraal over de uitleg van storingsdefinities en de nakoming van contractuele verplichtingen bij de levering en het onderhoud van 70 tramvoertuigen. HTM stelt dat Siemens contractuele boetes verschuldigd is wegens storingen en schade moet vergoeden vanwege vertraging bij het herstel van corrosie aan de trams. Partijen verschillen van mening over de uitleg van de contractueel vastgelegde A-, B- en C-storingen. De rechtbank past de Haviltex-maatstaf toe en oordeelt dat aansluiting moet worden gezocht bij de storingsdefinities van de Vereniging van Duitse Transportondernemingen (VDV). Daarbij is bepalend of een storing tijdens een rit of dienst optreedt en welke gevolgen deze heeft voor de inzetbaarheid van het tramvoertuig. Storingen die buiten een rit of dienst optreden, vallen niet onder de betreffende boeteregeling. De rechtbank verwerpt daarnaast het standpunt van Siemens dat een onzekerheidsmarge van 5% geldt voordat storingsboetes verschuldigd zijn. Deze marge is uitsluitend van toepassing op een andere contractuele boetecategorie.

IT 5588

Kortingsafspraken voor bestaande softwareklanten blijven gelden na beëindiging samenwerking

Rechtbank Noord-Holland 4 mrt 2026, IT 5588; ECLI:NL:RBNHO:2026:2514 (Fys'Optima tegen SOM), https://itenrecht.nl/artikelen/kortingsafspraken-voor-bestaande-softwareklanten-blijven-gelden-na-beeindiging-samenwerking

Rb. Noord-Holland 4 maart 2026, IT 5588; ECLI:NL:RBNHO:2026:2514 (Fys'Optima tegen SOM). Fys'Optima, een organisatie die aangesloten fysiotherapiepraktijken ondersteunt met onder meer collectieve inkoopvoordelen, heeft jarenlang samengewerkt met softwareleverancier SpotOnMedics (SOM). Op grond van de samenwerkingsovereenkomst kregen aangesloten fysiotherapiepraktijken korting op de licentiekosten van de door SOM geleverde software. SOM stelde zich op het standpunt dat haar verplichting om deze kortingen te verlenen met de beëindiging van de samenwerkingsovereenkomst was vervallen. Fys'Optima betwist dit en vordert een verklaring voor recht dat de overeengekomen kortingspercentages voor bestaande leden behouden blijven. De Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat de kortingsbepalingen in de samenwerkingsovereenkomst onderling tegenstrijdig zijn en daarom niet uitsluitend taalkundig kunnen worden uitgelegd. Hoewel artikel 3.1.1 bepaalt dat bestaande leden recht houden op korting zolang zij lid blijven, lijken andere bepalingen de kortingsgarantie te beperken tot de looptijd van de samenwerkingsovereenkomst. De rechtbank past daarom de Haviltex-maatstaf toe en betrekt bij de uitleg onder meer de jarenlange handelsrelatie, eerdere kortingsafspraken en de correspondentie tussen partijen. Van doorslaggevend belang is een e-mail van SOM van 16 juli 2021, waarin zonder voorbehoud wordt bevestigd dat bestaande klanten hun kortingspercentages behouden wanneer de samenwerkingsovereenkomst om welke reden dan ook wordt beëindigd.

IT 5587

Geschorste bestuurder moet toegang verlenen tot financiële administratie en meewerken aan zelfstandige softwarelicentie

Rechtbank Amsterdam 4 mrt 2026, IT 5587; ECLI:NL:RBAMS:2026:2456 (CW tegen de vennootschap en [gedaagde 2]), https://itenrecht.nl/artikelen/geschorste-bestuurder-moet-toegang-verlenen-tot-financiele-administratie-en-meewerken-aan-zelfstandige-softwarelicentie

Rb. Amsterdam 4 maart 2026, IT 5587; ECLI:NL:RBAMS:2026:2456 (CW tegen de vennootschap en [gedaagde 2]). Tussen twee aandeelhouders van een familiebedrijf is een geschil ontstaan over de bedrijfsvoering en de bevoegdheden binnen de vennootschap. CW, minderheidsaandeelhouder met een belang van 25%, was op grond van een managementovereenkomst verantwoordelijk voor de dagelijkse bedrijfsvoering, terwijl meerderheidsaandeelhouder [gedaagde 2] statutair bestuurder was. Nadat de samenwerking was verslechterd, heeft CW zichzelf op grond van een bijzondere statutaire bevoegdheid tot statutair bestuurder benoemd. Volgens [gedaagde 2] was deze benoeming in strijd met de afspraken tussen partijen, waaronder de aandeelhoudersovereenkomst waarin was vastgelegd dat [gedaagde 2] het statutaire bestuur voerde en CW verantwoordelijk was voor het management. De voorzieningenrechter van de Rechtbank Amsterdam acht voorshands voldoende aannemelijk dat de bodemrechter het benoemingsbesluit nietig zal achten of zal vernietigen. Daarbij betrekt de voorzieningenrechter onder meer de overeengekomen taakverdeling, de achtergrond van de bijzondere statutaire benoemingsbevoegdheid en de wijze waarop CW zichzelf zonder voorafgaande kennisgeving aan [gedaagde 2] heeft benoemd. CW wordt daarom met onmiddellijke ingang geschorst als statutair bestuurder, totdat in rechte over de geldigheid van het benoemingsbesluit is beslist. Vanwege de escalerende impasse wordt daarnaast bij wijze van ordemaatregel de uitvoering van de managementovereenkomst geschorst, in afwachting van het oordeel van de bodemrechter over de rechtsgeldigheid van de beëindiging daarvan.

IT 5586

Geen betaling verschuldigd na ontbinding wegens voortijdige livegang gebrekkige webshop

Rechtbank Noord-Holland 12 mrt 2026, IT 5586; ECLI:NL:RBNHO:2026:2486 ([eisers] tegen [gedaagde]), https://itenrecht.nl/artikelen/geen-betaling-verschuldigd-na-ontbinding-wegens-voortijdige-livegang-gebrekkige-webshop

Rb. Noord-Holland 12 maart 2026, IT 5586; ECLI:NL:RBNHO:2026:2486 ([eisers] tegen [gedaagde]). Een onderneming gespecialiseerd in marketing- en IT-diensten heeft met een webshopeigenaar een overeenkomst gesloten voor het herontwerpen van de homepage en productpagina van haar webshop en het ontwerpen en drukken van autostickers. De vernieuwde website is op 18 december 2024 zonder voorafgaande goedkeuring van de opdrachtgever live gegaan. Volgens de opdrachtgever bevatte de website onjuiste informatie over prijzen en bezorgmogelijkheden en werden verkeerde foto's getoond. Zij heeft daarom per WhatsApp laten weten de samenwerking te willen beëindigen en de oorspronkelijke situatie te willen herstellen. De kantonrechter van de Rechtbank Noord-Holland vat dit bericht op als een beroep op ontbinding van de overeenkomst voor de webshopwerkzaamheden. De opdrachtgever heeft voldoende onderbouwd dat het was afgesproken dat zij de website voorafgaand aan de livegang mocht bekijken en goedkeuren. De opdrachtnemer heeft deze afspraak niet nageleefd. Door een softwarefout bleef de vernieuwde website na een test online en kon de livegang niet volledig worden teruggedraaid. De opdrachtnemer heeft bovendien onvoldoende onderbouwd dat de oorspronkelijke situatie was hersteld. Volgens de kantonrechter rechtvaardigen deze omstandigheden, met name de onjuiste informatie en foto's op de website, de ontbinding van de overeenkomst. De opdrachtnemer verkeerde daarnaast in verzuim, omdat zij ondanks herhaalde verzoeken de oude situatie niet heeft hersteld.

IT 5585

Rijschool mag betaling softwareabonnement niet opschorten wegens gestelde tekortkomingen en prijsverhoging

Rechtbank Gelderland 23 jan 2026, IT 5585; ECLI:NL:RBGEL:2026:1011 (PlanGo tegen Sodrive), https://itenrecht.nl/artikelen/rijschool-mag-betaling-softwareabonnement-niet-opschorten-wegens-gestelde-tekortkomingen-en-prijsverhoging

Rb. Gelderland 23 januari 2026, IT 5585; ECLI:NL:RBGEL:2026:1011 (PlanGo tegen Sodrive). Softwareleverancier PlanGo heeft met Sodrive Rijopleidingen een overeenkomst gesloten voor het gebruik van software voor rijschooladministratie en afsprakenbeheer. Sodrive heeft vanaf mei 2024 de maandelijkse facturen niet meer betaald, omdat de software volgens haar niet beschikte over vooraf toegezegde functionaliteiten en PlanGo een buitensporige prijsverhoging had doorgevoerd. PlanGo vordert betaling van de openstaande abonnementskosten, vermeerderd met wettelijke handelsrente en buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter van de Rechtbank Gelderland oordeelt dat Sodrive haar betalingsverplichtingen ten onrechte heeft opgeschort. In artikel 17.1 van de toepasselijke algemene voorwaarden is het opschortingsrecht voor zakelijke klanten uitgesloten. Sodrive heeft niet gesteld dat dit beding onredelijk bezwarend is en heeft evenmin een beroep gedaan op vernietiging ervan. Ook zonder dit beding zou het beroep op opschorting niet slagen. Sodrive heeft onvoldoende onderbouwd dat partijen specifieke functionaliteiten, waaronder een blokkering bij openstaande facturen en een mogelijkheid tot administratieve export of koppeling, waren overeengekomen en dat PlanGo deze niet heeft geleverd. Een tekortkoming van PlanGo is daarmee onvoldoende feitelijk onderbouwd.

IT 5584

Overeenkomst voor gebrekkige webshop ontbonden, maar geen terugbetaling van reeds betaalde bedragen

Rechtbank Amsterdam 9 jan 2026, IT 5584; ECLI:NL:RBAMS:2026:1349 ([eiseres] tegen Italindo), https://itenrecht.nl/artikelen/overeenkomst-voor-gebrekkige-webshop-ontbonden-maar-geen-terugbetaling-van-reeds-betaalde-bedragen

Rb. Amsterdam 9 januari 2026, IT 5584; ECLI:NL:RBAMS:2026:1349 ([eiseres] tegen Italindo). Een webontwikkelaar heeft in opdracht van horecagroothandel Italindo International een webshop gebouwd, die in november 2020 online is gegaan. Italindo heeft een deel van de facturen voor de bouw, het onderhoud en de hosting onbetaald gelaten, omdat de webshop volgens haar niet aan de gemaakte afspraken voldeed. De webontwikkelaar vordert betaling van de openstaande facturen, terwijl Italindo terugbetaling van reeds betaalde bedragen en schadevergoeding wegens misgelopen winst verlangt. De kantonrechter van de Rechtbank Amsterdam oordeelt dat de webontwikkelaar is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst. Italindo mocht verwachten dat een professionele webshop voor zakelijke klanten automatisch een orderbevestiging met factuur zou versturen. Hoewel deze functionaliteit niet afzonderlijk was overeengekomen, behoort zij volgens de kantonrechter tot de basale vereisten van een zakelijke webshop. De webontwikkelaar heeft aangegeven dat deze functionaliteit afzonderlijk moest worden aangeschaft. Daaruit mocht Italindo afleiden dat de webontwikkelaar haar verplichting op dit punt niet zou nakomen, waardoor sprake was van verzuim. De kantonrechter honoreert daarom het beroep op ontbinding en ontbindt de overeenkomst voor de bouw van de webshop. Italindo hoeft het resterende bedrag van € 2.236 niet te betalen.

IT 5577

Koopovereenkomst voor webshop voorshands tot stand gekomen via WhatsApp-berichten

Rechtbank Overijssel 7 okt 2026, IT 5577; ECLI:NL:RBOVE:2026:6043 ([eiser] tegen [gedaagde]), https://itenrecht.nl/artikelen/koopovereenkomst-voor-webshop-voorshands-tot-stand-gekomen-via-whatsapp-berichten

Rb. Overijssel 7 oktober 2026, IT 5577; ECLI:NL:RBOVE:2026:6043 ([eiser] tegen [gedaagde]). De kantonrechter oordeelt in kort geding over de vraag of tussen twee ondernemers een koopovereenkomst tot stand is gekomen voor de overname van een webshop in vloerbedekking, inclusief voorraad, abonnementen en lopende contracten. De verkoper had zijn webshop via Marktplaats aangeboden, waarna partijen via WhatsApp onderhandelden over een overnameprijs van € 20.000, de betalingsregeling en de overdrachtsdatum. Nadat de koper op 29 mei 2026 op een concreet voorstel had gereageerd met ‘Zeker akkoord’, werden de afspraken over de overdrachtsdatum en betaling nader gewijzigd en betaalde hij een aanbetaling van € 2.000. Vervolgens ontstond discussie over het schriftelijk vastleggen van de afspraken, waarna de koper van de overname wilde afzien. Volgens de kantonrechter is voldoende aannemelijk dat partijen al op 29 mei 2026 overeenstemming hadden bereikt over de essentialia van de koopovereenkomst. Daarbij past de kantonrechter de wilsvertrouwensleer toe: bepalend is wat partijen uit elkaars verklaringen en gedragingen redelijkerwijs mochten afleiden. Dat partijen de overeenkomst nog juridisch wilden laten vastleggen en over enkele niet-essentiële punten verder onderhandelden, staat niet aan de totstandkoming ervan in de weg. Ook het beroep van de koper op dwaling wegens vermeend onjuiste informatie over de voorraadwaarde slaagt niet. Hij had de voorraad vóór het sluiten van de overeenkomst bezichtigd en pas daarna om nadere informatie over de waarde gevraagd.

IT 5576

Sunprojects moet schadevergoeding betalen wegens gemiste stroomopbrengsten na niet-nakoming overeenkomst

Gerechtshof Amsterdam 29 sep 2026, IT 5576; ECLI:NL:GHAMS:2026:2766 ([X] tegen Sunprojects), https://itenrecht.nl/artikelen/sunprojects-moet-schadevergoeding-betalen-wegens-gemiste-stroomopbrengsten-na-niet-nakoming-overeenkomst

Hof Amsterdam 29 september 2026, IT 5576; ECLI:NL:GHAMS:2026:2766 ([X] tegen Sunprojects). Het hof oordeelt in hoger beroep over een geschil tussen een onderneming en Sunprojects B.V. over de levering en installatie van zonnepanelen voor twee bedrijfspanden. Partijen hadden in 2021 twee overeenkomsten gesloten, die de onderneming wegens niet-nakoming door Sunprojects buitengerechtelijk had ontbonden. Vervolgens schakelde zij een andere, duurdere leverancier in en vorderde zij schadevergoeding voor zowel de extra kosten als de gemiste stroomopbrengsten. De rechtbank had eerder vastgesteld dat Sunprojects was tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen en dat de overeenkomsten rechtsgeldig waren ontbonden. Zij kende een schadevergoeding van € 73.852,56 toe voor de meerkosten van de vervangende leverancier, maar wees de gevorderde vergoeding voor gemiste stroomopbrengsten af omdat deze onvoldoende was onderbouwd. In hoger beroep richt de onderneming zich uitsluitend tegen deze afwijzing. Ter onderbouwing van haar schade heeft zij een voorlopig deskundigenbericht laten uitbrengen.

IT 5579

Opzegging softwarelicentie wegens betalingsverzuim rechtsgeldig

Rechtbank Midden-Nederland 30 sep 2026, IT 5579; ECLI:NL:RBMNE:2026:6970 ([eiser] tegen [gedaagden]), https://itenrecht.nl/artikelen/opzegging-softwarelicentie-wegens-betalingsverzuim-rechtsgeldig

Rb. Midden-Nederland 30 september 2026, IT 5579; ECLI:NL:RBMNE:2026:6970 ([eiser] tegen [gedaagden]). De rechtbank oordeelt over een geschil tussen een softwarelicentienemer en twee vennootschappen over de nakoming en beëindiging van een licentieovereenkomst. Eind 2020 sloten de licentienemer en een van de vennootschappen een licentie- en exploitatieovereenkomst, waarbij de licentienemer een exclusieve licentie kreeg om software door te ontwikkelen en te exploiteren. Afgesproken werd dat de software na betaling van een licentievergoeding van € 115.000 in termijnen zijn eigendom zou worden. Nadat de licentienemer in 2024 verschillende facturen onbetaald had gelaten, stelde hij dat de licentiegever was tekortgeschoten in de overdracht van broncodes en het afsluiten van een escrow-overeenkomst. De rechtbank oordeelt dat de gestelde tekortkomingen bij de overdracht van de broncodes onvoldoende zijn onderbouwd. Voor verschillende softwaremodules staat vast dat broncodes zijn overgedragen, terwijl niet is aangetoond dat verkeerde versies zijn geleverd of broncodes van andere modules ontbreken. Daarbij weegt mee dat de licentienemer pas ongeveer drieënhalf jaar na de overdracht over ontbrekende broncodes klaagde. Ten aanzien van de escrow-overeenkomst oordeelt de rechtbank dat de licentiegever de nakoming van haar verplichting op grond van artikel 6:52 BW mocht opschorten, omdat de licentienemer op dat moment al in verzuim verkeerde met zijn betalingsverplichtingen. Ook was nakoming niet blijvend onmogelijk. De gestelde tekortkomingen komen daarmee niet vast te staan en de vorderingen tot schadevergoeding worden afgewezen. Ook de vordering tot terugbetaling van eerder betaalde bedragen wegens onverschuldigde betaling wordt afgewezen, omdat de licentienemer daarmee bestaande betalingsverplichtingen rechtsgeldig had voldaan.