Rechtbank Rotterdam wijst nakomingsvordering af vanwege voorwaardelijke crypto inleg en gesloten fonds
Rb. Rotterdam 17 september 2025, IT 5005; ECLI:NL:RBROT:2025:12665 ([eiseres] tegen [gedaagde]). Rechtbank Rotterdam wijst de vordering van [eiseres] B.V. af om [gedaagde] te laten betalen voor een beoogde investering in een crypto-fonds. Partijen kozen geldig voor de rechter te Rotterdam (Brussel I-bis art. 25) en voor Nederlands recht (Rome I art. 3). [gedaagde] tekende in aug. 2022 een subscription agreement voor USD 2,5 mln, maar uit de app- en e-mailwisselingen volgt dat hij pas zou inleggen nadat zijn Duitse belastingkwestie was afgerond. Het fonds startte op 1 september 2022, leed vervolgens flinke verliezen en werd medio 2023 gesloten; de belastingzaak was pas januari 2024 klaar. Toegepast op de Haviltex-maatstaf concludeert de rechtbank: deelname en betaling waren voorwaardelijk, en toen de voorwaarde vervuld raakte bestond het fonds niet meer. Betalen zonder tegenprestatie hoefde [gedaagde] niet te verwachten.