A-G: oordeel over oneerlijkheid prijswijzigingsbeding Vattenfall berust op te beperkte toetsing
Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2026, IT 5294; ECLI:NL:PHR:2026:541(Vattenfall tegen [consument-afnemer]). A-G Valk concludeert in een cassatiezaak tussen Vattenfall en een consument over een prijswijzigingsbeding in een energieleveringsovereenkomst met variabel tarief. De kantonrechter en het hof Amsterdam hadden geoordeeld dat het prijswijzigingsbeding uit de Algemene Voorwaarden 2017 van Vattenfall oneerlijk is in de zin van Richtlijn 93/13, het beding vernietigd, Vattenfall verboden de tarieven per 1 april 2022 te verhogen en daarnaast voor recht verklaard dat Vattenfall zich schuldig had gemaakt aan een oneerlijke handelspraktijk door op haar website te vermelden dat variabele tarieven twee keer per jaar wijzigen. De A-G benadrukt dat de zaak een grote maatschappelijke uitstraling heeft, omdat het betrokken beding is ontleend aan de algemene voorwaarden van Energie-Nederland en vergelijkbare bedingen breed in de energiesector zijn gebruikt. Als de lijn van rechtbank en hof juist zou zijn, kan dat verstrekkende gevolgen hebben voor lopende en eerdere variabele energiecontracten, onder meer doordat tariefverhogingen mogelijk als onverschuldigd betaald zouden moeten worden teruggedraaid. De omvang van die gevolgen verandert volgens de A-G echter niets aan de toepasselijke regels van het consumentenrecht: als een beding oneerlijk is, moet de gebruiker daarvan de gevolgen dragen.