DOSSIERS
Alle dossiers

Contracten  

IT 5564

ICT-beheerder niet aansprakelijk voor cyberaanval bij gemeente Hof van Twente

Rechtbank Overijssel 10 mei 2023, IT 5564; ECLI:NL:RBOVE:2023:1731 (de gemeente tegen [gedaagden]), https://itenrecht.nl/artikelen/ict-beheerder-niet-aansprakelijk-voor-cyberaanval-bij-gemeente-hof-van-twente

Rechtbank Overijssel 10 mei 2023, IT 5564; ECLI:NL:RBOVE:2023:1731 (de gemeente tegen [gedaagden]). Op 1 december 2020 werd de gemeente Hof van Twente getroffen door een cyberaanval waarbij systemen van het gemeentelijke netwerk en de back-up werden versleuteld en ontoegankelijk gemaakt en meerdere virtuele servers werden verwijderd. De gemeente stelde haar ICT-beheerder [bedrijf 1] aansprakelijk en vorderde onder meer ontbinding van de overeenkomst, terugbetaling van € 47.693,13 en bijna € 4 miljoen schadevergoeding wegens toerekenbare tekortkoming, schending van de zorgplicht en onrechtmatige daad. De rechtbank stelt voorop dat de verplichtingen van [bedrijf 1] moeten worden vastgesteld aan de hand van de aanbestedingsstukken, uitgelegd tegen de achtergrond van het EU-rechtelijke transparantiebeginsel. Partijen waren functionele monitoring overeengekomen, gericht op beschikbaarheid, capaciteit en performance van servers, opslag en netwerkvoorzieningen, maar geen security monitoring van beveiligingsincidenten. Ook waren de Baseline Informatiebeveiliging Nederlandse Gemeenten en de Baseline Informatiebeveiliging Overheid niet als zelfstandige contractuele normen van toepassing geworden. De gemeente had bovendien bewust eigen beheerrechten behouden, waaronder een door haarzelf beheerd domain-adminaccount met de hoogste rechten.

IT 5567

Tussentijdse beëindiging software-implementatie toegestaan; geen wanprestatie IT-leverancier

Rechtbank Overijssel 20 feb 2019, IT 5567; ECLI:NL:RBOVE:2019:1387 (TeamM tegen TMZ), https://itenrecht.nl/artikelen/tussentijdse-beeindiging-software-implementatie-toegestaan-geen-wanprestatie-it-leverancier

Rb. Overijssel 20 februari 2019, IT 5567; ECLI:NL:RBOVE:2019:1387 (TeamM tegen TMZ). Stichting TriviumMeulenbeltZorg (TMZ) gaf softwareontwikkelaar TeamM opdracht het cloudgebaseerde rooster- en planningspakket Uurwerk te leveren en te implementeren, inclusief koppelingen met bestaande applicaties. Tijdens de implementatie bleek het project complexer en arbeidsintensiever dan TMZ had verwacht en deden zich bij het testen fouten voor. TMZ verloor het vertrouwen in Uurwerk en beëindigde het project. De rechtbank legt de bepaling in de offerte dat het contract kon worden “ontbonden” als Uurwerk niet voldeed aldus uit dat TMZ de overeenkomst ook na de pilot tussentijds mocht beëindigen wanneer Uurwerk voor haar niet voldeed. Daarvoor was niet vereist dat sprake was van een tekortkoming in de zin van artikel 6:265 BW; de rechtbank vindt voor deze uitleg tevens steun in artikel 7:408 lid 1 BW, nu de implementatie als overeenkomst van opdracht kwalificeert. TMZ was daarom gerechtigd de overeenkomst tussentijds te beëindigen. Dat laat onverlet dat zij de vóór die beëindiging uitdrukkelijk overeengekomen factuur van € 70.180 verschuldigd bleef. Voor twee latere facturen, waaronder licentiekosten over 2018 en kosten voor de integratie van Google Maps, ontbrak na de beëindiging een voldoende juridische grondslag.

IT 5574

Tekortkoming bij hosting van bitcoinminers rechtvaardigt ontbinding, maar geen terugbetaling van investering

Rechtbank Amsterdam 23 sep 2026, IT 5574; ECLI:NL:RBAMS:2026:9730 ([eiser] tegen Delos Digital), https://itenrecht.nl/artikelen/tekortkoming-bij-hosting-van-bitcoinminers-rechtvaardigt-ontbinding-maar-geen-terugbetaling-van-investering

Rb. Amsterdam 23 september 2026, IT 5574; ECLI:NL:RBAMS:2026:9730 ([eiser] tegen Delos Digital). De rechtbank oordeelt in een geschil tussen een investeerder en Delos Digital B.V., een aanbieder van hosting- en exploitatiediensten voor bitcoinmining, dat Delos Digital is tekortgeschoten in de nakoming van haar contractuele verplichtingen. Partijen hadden een overeenkomst gesloten voor de aanschaf en exploitatie van negen bitcoinminers in een datacenter in de Verenigde Arabische Emiraten, waarbij een uptime van 95% per maand was gegarandeerd. Nadat de miners gedurende meerdere perioden offline waren geweest, heeft de investeerder de overeenkomst buitengerechtelijk ontbonden en terugbetaling van haar investering en schadevergoeding gevorderd. De rechtbank kwalificeert de overeenkomst aan de hand van de Haviltex-maatstaf als een gemengde overeenkomst, bestaande uit lastgeving (artikel 7:414 BW) voor de aanschaf van de miners en opdracht (artikel 7:400 BW) voor de hosting en exploitatie. Of de uptimegarantie een inspannings- of resultaatsverplichting inhoudt, kan volgens de rechtbank in het midden blijven. Delos Digital heeft onvoldoende onderbouwd dat de uitval werd veroorzaakt door omstandigheden die buiten haar verantwoordelijkheid vielen, terwijl op haar een verzwaarde motiveringsplicht rustte. De tekortkoming raakt een kernverplichting en rechtvaardigt daarom de buitengerechtelijke ontbinding van de overeenkomst van opdracht. De lastgevingsovereenkomst blijft echter bestaan, omdat onvoldoende is onderbouwd dat beide onderdelen onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. De investeerder behoudt daardoor de eigendom van de miners en heeft geen recht op terugbetaling van de aanschafkosten. Ook de gevorderde terugbetaling van de kosten voor plaatsing, aansluiting en elektriciteit wordt afgewezen, omdat de waarde van de reeds geleverde prestaties volgens de rechtbank overeenkomt met de daarvoor betaalde bedragen.

IT 5563

IT-leverancier schendt zorgplicht door gegevens niet vooraf veilig te stellen

Rechtbank Midden-Nederland 16 jan 2013, IT 5563; ECLI:NL:RBMNE:2013:BY7960 ([eiser] tegen [gedaagde]), https://itenrecht.nl/artikelen/it-leverancier-schendt-zorgplicht-door-gegevens-niet-vooraf-veilig-te-stellen

Rb. Midden-Nederland 16 januari 2013, IT 5563; ECLI:NL:RBMNE:2013:BY7960 ([eiser] tegen [gedaagde]). [eiser] gaf [gedaagde] opdracht het besturingssysteem van zijn bijna zeven jaar oude Apple PowerBook te upgraden van Tiger naar Leopard. Daarbij had hij uitdrukkelijk aangegeven dat de gegevens op de laptop, waaronder een door hem geschreven boek, behouden moesten blijven. De kantonrechter oordeelt dat niet is komen vast te staan dat [gedaagde] de crash van de harde schijf heeft veroorzaakt; gelet op de ouderdom van de laptop kon niet worden uitgesloten dat de harde schijf ook bij gebruik door [eiser] zelf zou zijn gecrasht. Wel is [gedaagde] toerekenbaar tekortgeschoten in haar zorgplicht uit de overeenkomst van opdracht. Zij was de professionele partij, wist dat [eiser] weinig kennis van computers had, moest weten dat een upgrade risico op dataverlies meebracht en wist dat behoud van de gegevens voor [eiser] van groot belang was. Daarom had zij vóór aanvang van de werkzaamheden moeten proberen de gegevens veilig te stellen, bijvoorbeeld op een cd-rom, usb-stick of via webmail. De bepaling op het innameformulier dat [gedaagde] niet verantwoordelijk was voor verlies van data, bood haar geen bescherming, omdat die bepaling volgens de kantonrechter niet ziet op een tekortkoming in deze zorgplicht.

IT 5566

Cap Gemini aansprakelijk voor ernstige tekortkoming bij ontwikkeling en invoering IT-systeem

Gerechtshof Amsterdam 22 nov 2001, IT 5566; ECLI:NL:GHAMS:2001:AD7868 (Liebeswerk Kirche in Not/Ostpriesterhilfe tegen Cap Gemini Benelux B.V.), https://itenrecht.nl/artikelen/cap-gemini-aansprakelijk-voor-ernstige-tekortkoming-bij-ontwikkeling-en-invoering-it-systeem

Hof Amsterdam 22 november 2001, IT 5566; ECLI:NL:GHAMS:2001:AD7868 (Liebeswerk Kirche in Not/Ostpriesterhilfe tegen Cap Gemini Benelux B.V.). Liebeswerk Kirche in Not/Ostpriesterhilfe (KIN) had Cap Gemini opdracht gegeven een informatiesysteem te ontwikkelen dat op verschillende Europese vestigingen kon worden gebruikt. Nadat Cap Gemini had toegezegd dat het systeem gebruiksgereed zou zijn voor invoering in München, stelde KIN haar met een redelijke termijn in gebreke voor het geval dit op 1 juni 1987 niet het geval zou zijn. Uit het deskundigenbericht volgt dat het systeem op die datum hooguit het niveau van een bètaversie had: functioneel was het grotendeels gereed, maar operationeel nog niet geschikt om in productie te worden genomen. Voor herstel van de functionele tekortkomingen waren nog één tot twee manmaanden nodig en voor de operationele tekortkomingen drie tot zes manmaanden. Het hof oordeelt daarom dat Cap Gemini op 1 juni 1987 tekortgeschoten en in verzuim was. KIN mocht de overeenkomst vervolgens beëindigen en schadevergoeding verlangen. Bij de beoordeling van de ernst van de tekortkoming betrekt het hof tevens dat het systeem aanzienlijk later dan oorspronkelijk voorzien nog niet naar behoren functioneerde, verdere implementatie in andere landen nog aanzienlijke inspanningen vergde en de deskundigen hadden geoordeeld dat bij de uitvoering van het project tegen vrijwel alle basisregels van projectmanagement was gezondigd. De tekortkoming wordt daarom als ernstig aangemerkt.

IT 5562

Geen schadevergoeding voor gestelde tekortkomingen bij bouw en marketing van webshop

Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 10 dec 2024, IT 5562; ECLI:NL:GHSHE:2024:3939 ([bedrijf A] tegen [bedrijf B]), https://itenrecht.nl/artikelen/geen-schadevergoeding-voor-gestelde-tekortkomingen-bij-bouw-en-marketing-van-webshop

Hof 's-Hertogenbosch 10 december 2024, IT 5562; ECLI:NL:GHSHE:2024:3939 ([bedrijf A] tegen [bedrijf B]). [bedrijf A], verkoper van onder meer tuin- en parkmachines, gaf [bedrijf B], een online marketing- en webbureau, opdracht een nieuwe webshop te bouwen en verrichtte later met haar ook online marketingwerkzaamheden. Na ingebruikname van de webshop stelde [bedrijf A] dat [bedrijf B] was tekortgeschoten vanwege onder meer technische gebreken, trage en instabiele hosting, problemen met koppelingen en facturering, gebrekkige online marketing en het verloren gaan van gegevens uit oude webshops en e-mailverkeer. De rechtbank wees haar vorderingen af. Ook in hoger beroep krijgt [bedrijf A] geen gelijk. Het hof oordeelt dat de webshop op 25 september 2019 door ingebruikname is opgeleverd en dat de algemene voorwaarden van [bedrijf B] op de overeenkomst van toepassing zijn. Voor bepaalde gestelde gebreken geldt dat [bedrijf A] die in eerste aanleg niet langer aan haar vordering ten grondslag had gelegd en daarop in hoger beroep niet kan terugkomen. Voor andere klachten acht het hof van belang dat [bedrijf B] herstelwerkzaamheden heeft verricht en [bedrijf A] vervolgens zelf had bericht dat de webshop goed werkte. [bedrijf B] verkeerde daarom op dat punt niet in verzuim. Ten aanzien van de later gestelde traagheid van de hosting heeft [bedrijf A] na de herstelwerkzaamheden niet tijdig opnieuw geklaagd, zodat zij daarop geen beroep meer kan doen. Bovendien is de daarvoor gevorderde schade onvoldoende onderbouwd.

IT 5565

IT-dienstverlener aansprakelijk voor ransomware-schade wegens onvoldoende beveiliging

Rechtbank Amsterdam 14 nov 2018, IT 5565; ECLI:NL:RBAMS:2018:10124 (O'Cliance tegen [gedaagde]), https://itenrecht.nl/artikelen/it-dienstverlener-aansprakelijk-voor-ransomware-schade-wegens-onvoldoende-beveiliging

Rb. Amsterdam 14 november 2018, IT 5565; ECLI:NL:RBAMS:2018:10124 (O'Cliance tegen [gedaagde]). O’Cliance had [gedaagde], een IT-dienstverlener, opdracht gegeven een volledige IT-infrastructuur aan te leggen en vervolgens op afroep te beheren en onderhouden. Nadat hackers via ransomware toegang hadden gekregen tot het netwerk en zowel bestanden op de server als back-upbestanden hadden versleuteld, stelde O’Cliance [gedaagde] aansprakelijk. De rechtbank oordeelt dat de opdracht tot levering van een totaalpakket mede inhield dat [gedaagde] voor een adequate beveiliging van het netwerk moest zorgen. Het netwerk was echter zonder firewall en zonder externe back-upstructuur ingericht. Ook als O’Cliance bepaalde beveiligingsmaatregelen vanwege de kosten had afgewezen, mocht [gedaagde] daar als professionele IT-deskundige niet zonder meer in berusten. Hij had de opdracht moeten weigeren, alternatieven moeten aandragen of O’Cliance ten minste indringend en herhaaldelijk voor de risico’s moeten waarschuwen. Dat O’Cliance zelf over enige IT-kennis beschikte, ontsloeg hem niet van die verantwoordelijkheid. Omdat onvoldoende is gebleken dat hij meer heeft gedaan dan een enkele waarschuwing geven, is [gedaagde] toerekenbaar tekortgeschoten in de uitvoering van de overeenkomst.

IT 5553

Juridische uitlegkwesties over earn-out vallen niet onder reikwijdte bindendadviesprocedure

Rechtbank Rotterdam 23 sep 2026, IT 5553; ECLI:NL:RBROT:2026:12508 ([bedrijf] tegen Manus, Grant Thornton c.s.), https://itenrecht.nl/artikelen/juridische-uitlegkwesties-over-earn-out-vallen-niet-onder-reikwijdte-bindendadviesprocedure

Rb. Rotterdam 23 september 2026, IT 5553; ECLI:NL:RBROT:2026:12508 ([bedrijf] tegen Manus, Grant Thornton c.s.). Manus heeft alle aandelen in M&I Broadcast Services van [bedrijf] gekocht. De koopprijs bestond uit een vaste koopprijs van ongeveer € 7 miljoen en een Earn Out Payment van maximaal € 3 miljoen. Nadat partijen het niet eens werden over de berekening van de earn-out, hebben zij [naam adviseur] van Grant Thornton als bindend adviseur ingeschakeld. Nadat een concept bindend advies was uitgebracht, stelde Manus zich op het standpunt dat de adviseur buiten zijn opdracht was getreden doordat hij bepalingen uit de Share Purchase Agreement (SPA) juridisch had uitgelegd. Manus beëindigde daarop de bindendadviesprocedure en startte een arbitrageprocedure bij het NAI. [bedrijf] vordert in kort geding onder meer dat Manus de opschortings- en beëindigingsverklaringen intrekt en meewerkt aan voortzetting van de bindendadviesprocedure en dat Grant Thornton c.s. die procedure hervatten. Hoewel het geschil tussen [bedrijf] en Manus onder het arbitragebeding in de SPA valt, acht de voorzieningenrechter zich op grond van art. 1022c Rv absoluut bevoegd. De gevorderde voorzieningen richten zich namelijk ook tegen Grant Thornton c.s., die niet aan het arbitragebeding zijn gebonden. Omdat de vorderingen nauw met elkaar samenhangen en niet goed kunnen worden gesplitst, kan [bedrijf] in arbitrage niet dezelfde beslissingen verkrijgen als in dit kort geding.

IT 5550

Vattenfall mag terugleverkosten niet eenzijdig invoeren zonder contractuele grondslag

Rechtbank Amsterdam 25 sep 2026, IT 5550; ECLI:NL:RBAMS:2026:9661 ([eisende partij] tegen Vattenfall), https://itenrecht.nl/artikelen/vattenfall-mag-terugleverkosten-niet-eenzijdig-invoeren-zonder-contractuele-grondslag

Rb. Amsterdam 25 september 2026, IT 5550; ECLI:NL:RBAMS:2026:9661 ([eisende partij] tegen Vattenfall). De kantonrechter oordeelt dat Vattenfall bij deze consument niet eenzijdig terugleverkosten in rekening mag brengen. De overeenkomst op grond waarvan de consument sinds 2020 elektriciteit uit zonnepanelen aan Vattenfall teruglevert, is een zelfstandige overeenkomst naast de leveringsovereenkomst. De Algemene Voorwaarden 2017 zijn daarop niet van toepassing. In de terugleveringsovereenkomst is uitsluitend bepaald dat de consument een vergoeding ontvangt voor de teruggeleverde elektriciteit. Over terugleverkosten of een bevoegdheid van Vattenfall om later nieuwe kostencomponenten toe te voegen is niets overeengekomen. Als professionele partij had Vattenfall die mogelijkheid in de overeenkomst moeten opnemen of toepasselijke algemene voorwaarden met een wijzigingsmogelijkheid moeten overeenkomen. Dat de hoogte van de terugleververgoeding kon wijzigen, betekent volgens de kantonrechter niet dat de consument ook rekening hoefde te houden met een wijziging van de prijsstructuur waarbij hij voor het terugleveren juist kosten verschuldigd zou worden.

IT 5534

Onvoldoende onderbouwing softwareverplichtingen leidt tot afwijzing wederzijdse vorderingen

Rechtbank Overijssel 9 sep 2026, IT 5534; ECLI:NL:RBOVE:2026:5571 (TJ tegen Carsub), https://itenrecht.nl/artikelen/onvoldoende-onderbouwing-softwareverplichtingen-leidt-tot-afwijzing-wederzijdse-vorderingen

Rb. Overijssel 9 september 2026, IT 5534; ECLI:NL:RBOVE:2026:5571 (TJ tegen Carsub). Tomorrow’s Journey Ltd. (TJ), eigenaar van het JRNY-softwareplatform, en Carsub B.V. sloten op 24 januari 2024 een softwareovereenkomst met daarbij een Statement of Work en een Service Level Agreement. Carsub betaalde een eenmalige custom development fee van £ 10.000 en vervolgens een maandelijkse licentievergoeding van £ 2.500. Vanaf februari 2025 stopte Carsub met betalen, omdat het platform volgens haar niet voldeed aan de gemaakte afspraken en niet geschikt was voor haar bedrijfsvoering met flexibele autoabonnementen. TJ vorderde betaling van de achterstallige en resterende licentievergoedingen, contractuele boetes en buitengerechtelijke incassokosten. De rechtbank wijst deze vorderingen af. Uit de Statement of Work leidt de rechtbank af dat TJ zich tot méér had verplicht dan alleen toegang geven tot het standaard JRNY-platform: daarin worden onder meer de ontwikkeling van een volledig abonnementsplatform en verschillende maatwerkaanpassingen genoemd. TJ heeft echter onvoldoende concreet gesteld welke verplichtingen precies op haar rustten, welk maatwerk zij moest leveren en in hoeverre zij die verplichtingen is nagekomen. Op grond van art. 150 Rv rustte op TJ de stelplicht en bewijslast van de feiten waarop haar betalingsvorderingen waren gebaseerd. Omdat zij haar stellingen onvoldoende had onderbouwd, kan de rechtbank niet vaststellen dat TJ haar verplichtingen uit de overeenkomst is nagekomen en dat Carsub daarom gehouden was de gevorderde licentievergoedingen te betalen.