Energieleverancier krijgt opzegvergoeding toegewezen na beëindiging zakelijk energiecontract
Rb. Limburg 6 mei 2026, IT 5297; ECLI:NL:RBLIM:2026:4276 (Innova tegen [de V.O.F]). Innova en [de V.O.F.] sloten op 23 juli 2024 via een tussenpersoon een overeenkomst voor de levering van gas en elektriciteit met een looptijd van drie jaar. De overeenkomst zou op 1 september 2024 ingaan. Een dag later zei [de V.O.F.] het contract op, waarna de overeenkomst op 2 september 2024 werd beëindigd. Innova bracht daarop een eindafrekening in rekening van € 1.314,29, waarvan € 1.306,46 zag op een contractuele opzegvergoeding wegens voortijdige beëindiging. Volgens [de V.O.F.] was geen opzegvergoeding verschuldigd omdat nauwelijks of geen energie was geleverd, Innova haar schade niet had onderbouwd en sprake zou zijn van een afkoelperiode. Ook voerden zij aan dat de toepasselijke voorwaarden pas na het sluiten van de overeenkomst waren verstrekt.