Juridische uitlegkwesties over earn-out vallen niet onder reikwijdte bindendadviesprocedure
Rb. Rotterdam 23 september 2026, IT 5553; ECLI:NL:RBROT:2026:12508 ([bedrijf] tegen Manus, Grant Thornton c.s.). Manus heeft alle aandelen in M&I Broadcast Services van [bedrijf] gekocht. De koopprijs bestond uit een vaste koopprijs van ongeveer € 7 miljoen en een Earn Out Payment van maximaal € 3 miljoen. Nadat partijen het niet eens werden over de berekening van de earn-out, hebben zij [naam adviseur] van Grant Thornton als bindend adviseur ingeschakeld. Nadat een concept bindend advies was uitgebracht, stelde Manus zich op het standpunt dat de adviseur buiten zijn opdracht was getreden doordat hij bepalingen uit de Share Purchase Agreement (SPA) juridisch had uitgelegd. Manus beëindigde daarop de bindendadviesprocedure en startte een arbitrageprocedure bij het NAI. [bedrijf] vordert in kort geding onder meer dat Manus de opschortings- en beëindigingsverklaringen intrekt en meewerkt aan voortzetting van de bindendadviesprocedure en dat Grant Thornton c.s. die procedure hervatten. Hoewel het geschil tussen [bedrijf] en Manus onder het arbitragebeding in de SPA valt, acht de voorzieningenrechter zich op grond van art. 1022c Rv absoluut bevoegd. De gevorderde voorzieningen richten zich namelijk ook tegen Grant Thornton c.s., die niet aan het arbitragebeding zijn gebonden. Omdat de vorderingen nauw met elkaar samenhangen en niet goed kunnen worden gesplitst, kan [bedrijf] in arbitrage niet dezelfde beslissingen verkrijgen als in dit kort geding.