DOSSIERS
Alle dossiers

Privacy  

IT 4599

Oneerlijkheid van eiser jegens Rabobank heeft inschrijving van persoonsgegevens in het externe waarschuwingssysteem tot gevolg

Rechtbank 26 jun 2024, IT 4599; ECLI:NL:RBMNE:2024:4225 (Eiser tegen Rabobank), https://itenrecht.nl/artikelen/oneerlijkheid-van-eiser-jegens-rabobank-heeft-inschrijving-van-persoonsgegevens-in-het-externe-waarschuwingssysteem-tot-gevolg

Rb. Midden-Nederland 26 juni 2024, IT 4599;  ECLI:NL:RBMNE:2024:4225 (Eiser tegen Rabobank). Eiser heeft als zzp’er via een overeenkomst van opdracht voor Rabobank gewerkt. Voor het sluiten van die overeenkomst is eiser gevraagd om haar nevenfuncties op te geven. Niet alleen heeft zij dit niet gedaan, maar bovendien heeft zij na aanvang van haar werkzaamheden meermaals schriftelijk in strijd met de waarheid verklaard dat zij geen nevenfuncties had. Rabobank zag zich hierdoor genoodzaakt om de overeenkomst met eiser te beëindigen en de gegevens van eiser voor de duur van twee jaar laten registreren in het Incidentenregister en het Extern Verwijzingsregister (EVR), alsmede voor de duur van acht jaar in het Intern Verwijzingsregister (IVR). Eiser vordert in kort geding dat Rabobank deze registraties verwijdert omdat die volgens haar onrechtmatig en disproportioneel zijn.

IT 4600

GGD en de Staat zijn geen schadevergoeding verschuldigd aan betrokkenen van de coronadatalek

Rechtbank 17 jul 2024, IT 4600; ECLI:NL:RBAMS:2024:4264 (Stichting ICAM tegen de Staat en de GGD), https://itenrecht.nl/artikelen/ggd-en-de-staat-zijn-geen-schadevergoeding-verschuldigd-aan-betrokkenen-van-de-coronadatalek

Rb. Amsterdam 17 juli 2024, IT 4600 ; ECLI:NL:RBAMS:2024:4264 (Stichting ICAM tegen de Staat en de GGD). Deze WAMCA-zaak betreft een massaschadeclaim van Stichting ICAM (hierna: ICAM) jegens de Staat en de GGD (hierna: gedaagden). Dit in verband met het coronadatalek: gedurende de coronapandemie zijn er medewerkers van de GGD geweest die de persoonsgegevens van personen die zich hebben laten testen en/of vaccineren ter beschikking hebben gesteld van ongeautoriseerde derden. In dat kader vordert ICAM onder meer dat gedaagden worden veroordeeld tot het betalen van schadevergoeding aan iedereen die gegevens aan de GGD heeft verstrekt, waaronder de mensen van wie niet vast staat dat hun persoonsgegevens aan derden zijn verstrekt. Het gaat om ruim 6,5 miljoen mensen. ICAM maakt voor de schadevergoeding onderscheid tussen categorie A en B, waarbij categorie A alle bij de GGD geregistreerde personen omvat en categorie B diegenen waarvan zeker is dat hun data is gelekt. Ter onderbouwing voert ICAM aan dat, hoewel tijdens de pandemie bijzonder snel moest worden opgeschaald, gedaagden desondanks beter paraat hadden moeten staan en sneller hadden moeten handelen om het datalek te voorkomen.

IT 4597

Identificatie- en verificatieprocedure van ICS is rechtmatig, aldus het hof

Hof 30 apr 2024, IT 4597; ECLI:NL:GHAMS:2024:1165 (Appellant tegen ICS), https://itenrecht.nl/artikelen/identificatie-en-verificatieprocedure-van-ics-is-rechtmatig-aldus-het-hof

Hof 30 april 2024, IT 4597; ECLI:NL:GHAMS:2024:1165 (Appellant tegen ICS). Aanleiding tot dit geschil is het feit dat International Card Services B.V. (hierna: ICS), een dochtervennootschap van ABN AMRO Bank N.V., de creditcard van appellant, haar (zakelijke) klant, beoogt te blokkeren. Dit omdat appellant zich niet wil identificeren op de door ICS verzochte wijze. Appellant heeft aangegeven het niet eens te zijn met de wijze van identificatie, gezien de manier waarop zijn gegevens daarbij worden verwerkt. Volgens appellant is identificatie middels een gewaarmerkte kopie van zijn identiteitsbewijs voldoende; volgens ICS volstaat enkel een foto van het originele identiteitsbewijs, bij voorkeur ingediend via de digitale app van ICS. Bij verstekvonnis is appellant in het gelijk gesteld door de rechtbank, maar na verzet van ICS heeft de rechtbank dit vonnis vernietigd en de vorderingen van appellant afgewezen. Appellant gaat daartegen in hoger beroep bij het hof. Kort gezegd voert appellant aan dat ICS hem nooit had mogen verplichten tot de door ICS gehanteerde identificatie- en verificatieprocedure, gelet op de Wwft en de AVG.

IT 4595

Publicatieverbod adresgegevens van presentator wordt afgewezen

Rechtbank Amsterdam 2 jun 2014, IT 4595; ECLI:NL:RBAMS:2014:9881 (eiser tegen gedaagde), https://itenrecht.nl/artikelen/publicatieverbod-adresgegevens-van-presentator-wordt-afgewezen

Vzr. Rb. Amsterdam 2 juni 2014, IT 4595; ECLI:NL:RBAMS:2014:9881 (eiser tegen gedaagde). Eiser is presentator van een televisieprogramma dat aandacht heeft besteed aan spermadonoren die op internet actief zijn. Er is in het programma in het bijzonder aandacht besteed aan gedaagde. In een telefonisch gesprek met een programmamaker van het bedrijf van eiser, heeft gedaagde gezegd dat hij de persoonlijke (adres)gegevens van eiser heeft en die openbaar zou maken. Eiser vordert dat deze gegevens verwijderd worden en blijven. Daarnaast vordert hij dat gedaagde zich met onmiddellijke ingang onthoudt van de publicatie van de gegevens.

IT 4593

TPC wordt ontvankelijk verklaard in massaschadeclaims tegen Oracle en Salesforce voor privacyschendingen

Hof 18 jun 2024, IT 4593; ECLI:NL:GHAMS:2024:1651 (TPC tegen Oracle en Salesforce), https://itenrecht.nl/artikelen/tpc-wordt-ontvankelijk-verklaard-in-massaschadeclaims-tegen-oracle-en-salesforce-voor-privacyschendingen

Hof Amsterdam 18 juni 2024, IT 4593; ECLI:NL:GHAMS:2024:1651 (TPC tegen Oracle en Salesforce). In deze zaak heeft TPC massaschadeclaims ingediend tegen Oracle en Salesforce wegens privacyschendingen, gerelateerd aan het plaatsen van cookies en het opstellen en gebruiken van gebruikersprofielen voor onder meer gerichte reclame. Omdat de wet specifieke eisen stelt aan stichtingen die dergelijke claims willen indienen (art. 3:305a BW - hierna: WAMCA), moet eerst worden vastgesteld of TPC wel aan deze eisen voldoet. De rechtbank oordeelde van niet en verklaarde TPC daarom niet-ontvankelijk. Het hof komt tot een ander besluit.

IT 4592

Schending van informatieverplichtingen van de AVG biedt grond voor een collectieve verbodsactie

HvJ EU 11 jul 2024, IT 4592; ECLI:EU:C:2024:598 (Meta tegen Bundesverband), https://itenrecht.nl/artikelen/schending-van-informatieverplichtingen-van-de-avg-biedt-grond-voor-een-collectieve-verbodsactie

HvJ EU 11 juli 2024, IT 4592; ECLI:EU:C:2024:598 (Meta tegen Bundesverband). Meta bood via het “App-Zentrum” haar gebruikers gratis spelapplicaties van derden aan. Bij het bezoeken van dit centrum kreeg de gebruiker de melding dat hij de betrokken applicaties toestond een aantal persoonsgegevens te verzamelen en tevens het recht verleende om namens hem bepaalde van die gegevens te delen. Ook werd de gebruiker ervan op de hoogte gebracht dat hij akkoord ging met de algemene voorwaarden van de applicaties. Volgens het Bundesverband is de door Meta verstrekte informatie oneerlijk geweest, met name omdat die informatie niet voldeed aan de relevante wetgeving. In eerste aanleg is het Bundesverband door de Duitse rechter in het gelijk gesteld, evenals in het door Meta ingestelde hoger beroep. Hoewel de hoogste Duitse rechter (Bundesgerichtshof) de uitspraken bekrachtigt, betwijfelt hij de ontvankelijkheid van het Bundesverband, wiens procesbevoegdheid mogelijk verloren zou zijn gegaan als gevolg van de inwerkingtreding van de AVG. Het Hof EU geeft daarover uitsluiting, door te stellen dat iedere vereniging die consumentenbelangen behartigt in rechte kan optreden tegen de vermeende dader van een inbreuk op de bescherming van persoonsgegevens, ook wanneer zij daartoe geen opdracht heeft gekregen en los van de vraag of er sprake is van enige schending van concrete rechten van de betrokkenen. Het Bundesgerichtshof vraagt zich echter nog steeds af of het niet-naleven van de informatieverplichtingen van de AVG een inbreuk “ten gevolge van de verwerking” in de zin van artikel 80 lid 2 AVG oplevert op grond waarvan het Bundesverband een verbodsactie zou kunnen instellen. In dat kader stelt hij een prejudiciële vraag aan het Hof.

IT 4586

Kruidvat cookies zijn in strijd met de AVG, aldus de AP - € 600.000,- boete

Autoriteit Persoonsgegevens 2 mei 2024, IT 4586; (AP tegen A.S. Watson), https://itenrecht.nl/artikelen/kruidvat-cookies-zijn-in-strijd-met-de-avg-aldus-de-ap-600-000-boete

AP 2 mei 2024, IT 4586 (AP tegen A.S. Watson). De Autoriteit Persoonsgegevens (hierna: AP) heeft besloten om aan A.S. Watson Health & Beauty Continental Europe B.V. (hierna: A.S. Watson), het moederbedrijf van onder meer Kruidvat, een bestuurlijke boete van € 600.000,- op te leggen voor de overtreding van artikel 6, eerste lid, in samenhang met artikel 5, eerste lid, onder a, van de Algemene verordening gegevensbescherming (hierna: AVG). Dit omdat A.S. Watson geen rechtmatige grondslag heeft voor het verwerken van persoonsgegevens door middel van (tracking) cookies bij het bezoeken van de website kruidvat.nl, terwijl zij wel verwerkingsverantwoordelijke is in de zin van de AVG.

IT 4583

De Data Privacy Framework in actie

AP 10 juli 2024, IT 4583 (Data Privacy Framework). De Autoriteit Persoonsgegevens heeft een nieuw beleid gepubliceerd dat uitvoering geeft aan het adequaatheidsbesluit van de Europese Commissie van 10 juli 2023 en de Amerikaanse Executive Order 14086 van 7 oktober 2022. Het beleid zet een klachtmechanisme uiteen voor het behandelen van klachten van betrokkenen in de EU en EER over vermeende onrechtmatige toegang tot, en gebruik van hun persoonsgegevens door Amerikaanse inlichtingendiensten.

IT 4757

Nieuwe dwangsom opgelegd voor plaatsen tracking cookies

Rechtbank Amsterdam 22 apr 2024, IT 4757; ECLI:NL:RBAMS:2024:3095 (eiser tegen Criteo), https://itenrecht.nl/artikelen/nieuwe-dwangsom-opgelegd-voor-plaatsen-tracking-cookies

Rechtbank Amsterdam 22 april 2024, T&R 1772; ECLI:NL:RBAMS:2024:3095 (Eiser tegen Criteo) Eiser stelt dat Criteo zonder zijn toestemming tracking cookies via websites van derden plaatst op devices van Eiser en dat daarmee zonder zijn toestemming persoonsgegevens van Eiser worden verwerkt. Criteo beweert dat het onder de verantwoordelijkheid van beheerders van die websites valt om toestemming te verkrijgen. In kort geding is beslist dat Criteo onrechtmatig handelde met het plaatsen van de tracking cookies en dat zij het onrechtmatig handelen moest staken en gestaakt moest houden. Dit is in hoger beroep grotendeels bekrachtigd. Criteo heeft ervoor gekozen om de maximaal opgelegde dwangsom te voldoen en door te gaan met het plaatsen van tracking cookies. In deze zaak moet worden beoordeeld of opnieuw een dwangsom aan Criteo moet worden opgelegd, omdat zij het arrest niet nakomt en de oorspronkelijke dwangsom is ‘uitgewerkt’, want deze werkt niet meer als prikkel tot nakoming. De voorzieningenrechter oordeelt dat het onrechtmatige handelen door het plaatsen van de cookies nog steeds plaatsvindt. Daarnaast kan uit het betalen van de maximale dwangsom door Criteo worden opgemaakt dat Criteo zelf vond dat ze niet aan het opgelegde gebod voldeed. De voorzieningenrechter concludeert dat de eerder opgelegde dwangsom een onvoldoende prikkel heeft gevormd tot nakoming van het gebod en dat er voldoende reden is om een nieuwe, hogere, dwangsom op te leggen. De vordering van Eiser wordt dus toegewezen.

IT 4569

Uitspraak ingezonden door Otto Volgenant, Boekx

Hammy Media moet zelf video’s controleren op de vereiste toestemming

Gerechtshof Amsterdam 11 jun 2024, IT 4569; C/13/729349 KG ZA 23-92 (Hammy Media tegen Stichting Offlimits), https://itenrecht.nl/artikelen/hammy-media-moet-zelf-video-s-controleren-op-de-vereiste-toestemming

Hof Amsterdam 11 juni 2024, IEF 22091, IT 4569; C/13/729349 KG ZA 23-92 (Hammy Media tegen Stichting Offlimits). Hammy Media komt in dit hoger beroep op tegen het kort geding van 2023 [zie IEF 21357, waarin Stichting Offlimits nog optrad onder haar vorige naam EOKM]. In hoger beroep is niet in geschil dat de feiten juist zijn weergegeven. Kort gezegd betreft de zaak een collectieve actie van Offlimits tegen het openbaarmaken van beeldmateriaal waarbij personen ontkleed te zien zijn op plekken waar zij zich opbespied wanen of onprofessioneel beeldmateriaal waarin personen herkenbaar worden getoond terwij zij in de privésfeer seksuele handelingen verrichten. Offlimits vorderde in het kort geding een wereldwijd verbod op deze openbaarmaking voor personen die in Nederland woonachtig zijn, en een verbod in Nederland voor personen die niet in Nederland woonachtig zijn. De voorzieningenrechter heeft de vorderingen van Offlimits deels toegewezen. Dit resulteert erin dat Hammy Media 3 werkdagen de tijd heeft om een video te verwijderen nadat Offlimits melding maakt dat deze video onder het toegewezen verbod valt. Doet zij dit niet, dan geldt er een onmiddellijk opeisbare dwangsom van € 10.000, vermeerderd met € 500 euro per dag dat de video nog openbaar staat, met een maximum van € 30.000.