DOSSIERS
Alle dossiers

Mededingingsrecht  

IT 5146

Rechtbank Amsterdam: volledige eliminatie van beide misbruikselementen bepalend voor schadeberekening in Google Shopping-zaak

Rechtbank Amsterdam 5 nov 2025, IT 5146; ECLI:NL:RBAMS:2025:8356 (Wolfson tegen Google), https://itenrecht.nl/artikelen/rechtbank-amsterdam-volledige-eliminatie-van-beide-misbruikselementen-bepalend-voor-schadeberekening-in-google-shopping-zaak

Rb. Amsterdam 5 november 2025, RB 3983; IT 5146; ECLI:NL:RBAMS:2025:8356 (Wolfson tegen Google). Dit tussenvonnis van de rechtbank Amsterdam gaat over een follow-on schadeprocedure naar aanleiding van het besluit van de Europese Commissie over misbruik van machtspositie door Google [IT 4618]. De Commissie had vastgesteld dat Google haar eigen productvergelijkingsdienst (Google Shopping) systematisch bevoordeelde ten opzichte van concurrerende diensten. Dit besluit is inmiddels definitief bevestigd door het Hof van Justitie van de Europese Unie, waarmee de inbreuk en de onrechtmatigheid vaststaan. In deze procedure vordert Wolfson Capital Limited schadevergoeding, gebaseerd op aan haar gecedeerde vorderingen van de productvergelijkers Compare en Kieskeurig. De procedure bevindt zich in de fase van schadebegroting. Centraal staat de vraag welk hypothetisch scenario zonder inbreuk (de counterfactual) moet worden gehanteerd om de schade te bepalen. De kern van het geschil is of bij dit scenario beide elementen van het door de Commissie vastgestelde misbruik moeten worden weggedacht, of slechts één. Het misbruik bestond uit een combinatie van twee praktijken: (i) de prominente en gunstige weergave van Google Shopping in de zoekresultaten en (ii) de minder gunstige rangschikking van concurrerende productvergelijkers door middel van algoritmes. Wolfson stelt dat beide elementen moeten worden geëlimineerd om een reëel beeld te krijgen van de situatie zonder inbreuk. Google betoogt daarentegen dat het volstaat om slechts één element weg te denken, en dat verschillende alternatieve scenario’s denkbaar zijn waarin haar gedrag deels gehandhaafd blijft.

IT 5134

EFTA Court: Noorwegen schendt EER-verplichtingen door NIS-uitvoeringsverordening niet te implementeren

Overige instanties 11 mrt 2026, IT 5134; E-20/25 (EFTA Surveillance Authority tegen Noorwegen), https://itenrecht.nl/artikelen/efta-court-noorwegen-schendt-eer-verplichtingen-door-nis-uitvoeringsverordening-niet-te-implementeren

EFTA Court 11 maart 2026, IT 5134; IEFbe 4127; E-20/25 (EFTA Surveillance Authority tegen Noorwegen). Het EFTA Surveillance Authority (ESA) stelde bij het EFTA Court een beroep in wegens niet-nakoming tegen Noorwegen op grond van artikel 31 van de Surveillance and Court Agreement (SCA). ESA verzocht het Hof vast te stellen dat Noorwegen zijn verplichtingen uit artikel 7 van de EER-Overeenkomst niet was nagekomen doordat het Commission Implementing Regulation (EU) 2018/151 niet tijdig in zijn nationale rechtsorde had opgenomen. Deze uitvoeringsverordening, die nadere regels bevat voor het risicobeheer en incidentmelding door digitale dienstverleners in het kader van de NIS-richtlijn (Directive (EU) 2016/1148), werd via Besluit van het Gemengd Comité van de EER nr. 21/2023 toegevoegd aan bijlage XI van de EER-Overeenkomst. Het besluit trad op 1 augustus 2024 in werking, waarna de betrokken EFTA-staten de verplichting hadden de verordening in hun interne rechtsorde op te nemen. Omdat ESA geen kennisgeving had ontvangen van nationale implementatiemaatregelen, werd op 4 november 2024 een formele aanmaning aan Noorwegen gestuurd. Noorwegen erkende in zijn reactie dat de noodzakelijke maatregelen nog niet waren vastgesteld. Vervolgens bracht ESA op 26 maart 2025 een met redenen omkleed advies uit, waarbij Noorwegen tot 26 mei 2025 de tijd kreeg om aan zijn verplichtingen te voldoen. Noorwegen gaf aan dat de implementatiemaatregelen naar verwachting pas in de tweede helft van 2025 in werking zouden treden.  

IT 5131

Rechtbank Rotterdam: ACM mocht toezeggingen van Ticketmaster bindend verklaren

Rechtbank Rotterdam 6 mrt 2026, IT 5131; ECLI:NL:RBROT:2026:2165 (TicketSwap tegen de ACM), https://itenrecht.nl/artikelen/rechtbank-rotterdam-acm-mocht-toezeggingen-van-ticketmaster-bindend-verklaren

Rb. Rotterdam 6 maart 2026, IT&R 5131; ECLI:NL:RBROT:2026:2165 (TicketSwap tegen de ACM). De Rechtbank Rotterdam beoordeelt in deze zaak het beroep van TicketSwap tegen het besluit van de ACM om toezeggingen van Ticketmaster bindend te verklaren op grond van artikel 12h Instellingswet ACM. Aanleiding was een klacht en later een handhavingsverzoek van TicketSwap over de doorverkoop van door Ticketmaster uitgegeven mobile-only tickets. De ACM heeft in haar onderzoek geen overtreding vastgesteld, maar wel drie mededingingsrisico’s geïdentificeerd: een gebrek aan concurrentie op de secundaire ticketmarkt, het ontbreken van de mogelijkheid om mobile-only tickets op Ticketmasters eigen doorverkoopplatform onder de oorspronkelijke prijs aan te bieden, en het risico dat effectieve concurrentie in de praktijk wordt bemoeilijkt door deactivering van de transferfunctionaliteit en gebrekkige informatievoorziening. Vervolgens heeft Ticketmaster toezeggingen gedaan, onder meer over het gebruik van de transferfunctionaliteit, verkoop onder de originele prijs en informatieverstrekking; die toezeggingen heeft de ACM op 20 december 2024 bindend verklaard. De rechtbank stelt voorop dat deze bevoegdheid van de ACM discretionair is en daarom terughoudend moet worden getoetst: beslissend is of de ACM zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat de toezeggingen de door haar vastgestelde mededingingsrisico’s adequaat wegnemen.

IT 5102

Prejudiciële vragen gesteld in zaak tussen ACM en Samsung

Overige instanties 3 feb 2026, IT 5102; ECLI:NL:CBB:2026:34 (Samsung tegen ACM), https://itenrecht.nl/artikelen/prejudiciele-vragen-gesteld-in-zaak-tussen-acm-en-samsung

CBb 3 februari 2026, IT 5102; ECLI:NL:CBB:2026:34 (Samsung tegen ACM). Het geschil betreft de vraag of de ACM terecht aan Samsung een boete van €39.875.500 heeft opgelegd wegens het vaststellen van online wederverkoopprijzen van Samsung-televisies door zeven detailhandelaren in de periode van 9 januari 2013 tot en met 7 december 2018. De ACM startte haar onderzoek naar aanleiding van signalen en verklaringen van detailhandelaren en concludeerde dat Samsung artikel 6 van de Mededingingswet en artikel 101 VWEU had overtreden. Volgens de ACM heeft Samsung door diverse gedragingen structureel invloed uitgeoefend op de online verkoopprijzen, met als doel de prijsconcurrentie tussen detailhandelaren te beperken. De ACM kwalificeerde deze gedragingen als een enkele voortdurende inbreuk met een mededingingsbeperkende strekking, zodat onderzoek naar daadwerkelijke mededingingsgevolgen niet nodig werd geacht. De rechtbank heeft het beroep van Samsung ongegrond verklaard (ECLI:NL:RBROT:2023:10490). Er was sprake van verticale prijsafstemming in de vorm van een overeenkomst en/of onderling afgestemde feitelijke gedraging, die naar haar aard de mededinging beperkte. Dat geen sprake was van contractuele dwang of financiële prikkels, stond volgens de rechtbank niet in de weg aan deze kwalificatie. De opgelegde boete werd passend en geboden geacht.  

IT 5070

P-G Drijber over Dynamic Security en misbruik van machtspositie

Hoge Raad 12 dec 2025, IT 5070; ECLI:NL:PHR:2025:1362 (Digital Revolution tegen HP), https://itenrecht.nl/artikelen/p-g-drijber-over-dynamic-security-en-misbruik-van-machtspositie

Parket bij de HR 12 december 2025, RB 3954; IT 5070; ECLI:NL:PHR:2025:1362 (Digital Revolution tegen HP). In deze zaak vordert Digital Revolution dat HP stopt met het gebruik van Dynamic Security in haar printers. Met Dynamic Security wijzigt HP periodiek de geheime code in haar printers. Zij doet dit naar eigen zeggen om de printers te beschermen tegen illegale cartridges. Het wijzigen van de geheime code heeft alleen ook tot gevolg dat legale huismerkcartridges van derden, zoals Digital Revolution, niet meer door de printer geaccepteerd worden. Volgens Digital Revolution is deze praktijk aan te merken als misbruik van machtspositie en daarom als strijdig met het mededingingsrecht. Daarnaast betichten Digital Revolution en HP elkaar van misleidende en oneerlijke handelspraktijken. De rechtbank (ECLI:NL:RBAMS:2021:8167) wees de klachten van Digital Revolution af, het hof bevestigde dit oordeel van de rechtbank.  

IT 5051

Uitspraak ingezonden door Jurre Reus, Houthoff. 

Geschillencommissie Thuiswinkel over gebruikersbeoordelingen zonder koop

Overige instanties 19 nov 2025, IT 5051; Zaaknummer 1262502/1312385 (de consument tegen Markplaats B.V.), https://itenrecht.nl/artikelen/geschillencommissie-thuiswinkel-over-gebruikersbeoordelingen-zonder-koop

Geschillencommissie Thuiswinkel 19 november 2025, IEF 23192; IT 5051; Zaaknummer 1262502/1312385 (de consument tegen Markplaats B.V.). Het geschil vloeit voort uit de tussen partijen tot stand gekomen overeenkomst(en). Marktplaats (hierna: de ondernemer) heeft daarbij het gebruik van haar website en diensten (platform) aangeboden voor het zoeken en (ver)kopen op afstand van producten en diensten, in ruil voor een tegenprestatie van de consument (zoals het aanmaken van een account, het verstrekken van persoonsgegevens of in sommige gevallen een afzonderlijke betaling). De consument vindt het onrechtmatig dat de ondernemer een beoordelingssysteem hanteert dat een gebruiker toestaat een andere gebruiker te beoordelen, zonder dat de beoordelende partij daadwerkelijk iets van de ander heeft gekocht.A llereerst stelt de commissie vast dat de ondernemer niet werkt met een systeem van ‘beoordelingen’ of ‘reviews’, maar bewust heeft gekozen voor de term ‘ervaringen’. Waar de eerste twee termen doorgaans betrekking hebben op de verkoop van producten via het platform, maakt de gekozen term ‘ervaringen’ duidelijk dat het ook kan gaan om wat er in bredere zin is gebeurd nadat iemand een product op het platform heeft aangeboden. Dit blijkt ook uit de gebruiksvoorwaarden.  

IT 5016

Geen voorafgaande rechterlijke machtiging nodig voor beslag op werkmail bij mededingingsonderzoek

HvJ EU 23 okt 2025, IT 5016; ECLI:EU:C:2025:814 (IMI tegen AdC; Synlabhealth tegen AdC; SIBS e.a. tegen AdC), https://itenrecht.nl/artikelen/geen-voorafgaande-rechterlijke-machtiging-nodig-voor-beslag-op-werkmail-bij-mededingingsonderzoek

AG HvJ EU 23 oktober 2025, gevoegde zaken C-258/23, C-259/23 en C-260/23, IT 5016; ECLI:EU:C:2025:814; (IMI tegen AdC; Synlabhealth tegen AdC; SIBS e.a. tegen AdC). In deze gevoegde zaken onderzoekt de AG of een nationale mededingingsautoriteit tijdens een bedrijfsinspectie zakelijke e-mails mag doorzoeken en kopiëren zonder voorafgaande rechterlijke machtiging. De Portugese mededingingsautoriteit (AdC) nam tijdens onderzoeken naar mogelijke schendingen van artikel 101 en 102 VWEU e-mails uit de werkmail van ondernemingen in beslag op grond van de nationale mededingingswet, met toestemming van het Openbaar Ministerie maar zonder voorafgaande rechterlijke toetsing. De verwijzende rechter wil weten of dit verenigbaar is met artikel 7 en 8 van het EU-Handvest, met name gezien het arrest Landeck (2024), waarin het Hof oordeelde dat toegang tot alle gegevens op een mobiele telefoon een zeer ernstige inmenging vormt waarvoor steeds voorafgaande rechterlijke toetsing nodig is.

IT 5000

Annotatie ingezonden door Lila Qribi

Twee regimes overbruggen: Android Auto en de evolutie van artikel 102 VWEU in de digitale markt

Inleiding

Digitale platforms bepalen tegenwoordig hoe markten functioneren. Wanneer één onderneming die toegang beheerst, wordt de grens tussen ontwerp en uitsluiting dun. Het arrest van het Hof van Justitie in Alphabet tegen Enel X behandelt precies dat probleem.[1] Het geschil draaide om Googles weigering om zijn systeem Android Auto interoperabel te maken met de laadapp voor elektrische voertuigen van Enel X. Door te verduidelijken wanneer een weigering om interoperabiliteit te verzekeren een misbruik onder artikel 102 VWEU kan opleveren, heeft het Hof de Bronner-toets herzien voor de platformeconomie.[2]

IT 4901

Opt-outfase en procesverloop vastgelegd in vierde tussenvonnis in WAMCA-procedure tegen Google over Play Store-praktijken

Rechtbank Amsterdam 11 jun 2025, IT 4901; ECLI:NL:RBAMS:2025:3952 (Stichting App Stores Claims tegen Google c.s.), https://itenrecht.nl/artikelen/opt-outfase-en-procesverloop-vastgelegd-in-vierde-tussenvonnis-in-wamca-procedure-tegen-google-over-play-store-praktijken

Rb. Amsterdam 11 juni 2025, IT 4901; ECLI:NL:RBAMS:2025:3952 (Stichting App Stores Claims tegen Google c.s.). Deze zaak is een collectieve actie (WAMCA). Daarin komt de eisende Stichting App Store Claims (hierna: ASC) op voor alle particuliere en zakelijke gebruikers die een smartphone of tablet hebben die draait op een Android besturingssysteem en daarmee een app hebben gekocht of in-app aankoop hebben gedaan via de Nederlandse versie van de Play Store, de online store van Google c.s. waarin betaalde apps of in-app aankopen kunnen worden aangeschaft. Volgens ASC heeft Google c.s. met de Play Store een economische machtspositie (door gebruik te maken van een eigen ‘ecosysteem’) waar zij misbruik van maakt. Dit ecosysteem bestaat uit (onder meer) haar eigen besturingssysteem Android en bepaalde standaard geïnstalleerde apps, waaronder YouTube, Google Maps en de Play Store. Het vonnis van 11 juni betreft de opt-out fase van de procedure. In het eerste tussenvonnis werd bepaald dat ASC extra informatie moest verschaffen over haar achterban en financiering (zie ECLI:NL:RBAMS:2023:8425). In het tweede tussenvonnis moest ASC zich in het kader van de ontvankelijkheidsvereisten bij akte over haar representativiteit uitlaten, en kreeg zij de kans haar financieringsovereenkomst op enkele punten aan te passen (zie ECLI:NL:RBAMS:2024:5972). Tot slot werd er in het derde tussenvonnis besloten dat ASC ontvankelijk is (zie ECLI:NL:RBAMS:2025:1859).

IT 4888

Rechtbank bevestigt misbruik machtspositie door Apple en rechtmatigheid dwangsom ACM

Rechtbank Rotterdam 16 jun 2025, IT 4888; ECLI:NL:RBROT:2025:6961 (Apple tegen ACM), https://itenrecht.nl/artikelen/rechtbank-bevestigt-misbruik-machtspositie-door-apple-en-rechtmatigheid-dwangsom-acm

Rechtbank Rotterdam 16 juni 2025, IT 4888; ECLI:NL:RBROT:2025:6961 (Apple tegen ACM). Op 24 augustus 2021 heeft de ACM aan Apple een last onder dwangsom opgelegd wegens misbruik van haar machtspositie op de iOS-appstoremarkt voor datingappaanbieders. Apple moest binnen twee maanden aan de last voldoen, op straffe van €10 miljoen per week (tot maximaal €100 miljoen). Nadat de voorzieningenrechter een gedeelte van de last had geschorst, heeft de ACM in 2022 beslist dat Apple de opgelegde last niet tijdig en volledig had nageleefd en dat zij daarom een dwangsom van €50 miljoen had verbeurd. Apple’s bezwaren werden in 2023 ongegrond verklaard en de ACM besloot tot (gedeeltelijke) publicatie van de besluiten. Apple stelde daarop beroep in. Volgens de ACM bestaat het misbruik uit drie verplichtingen: het verplichte gebruik van Apple’s eigen betaalsysteem (de IAP-verplichting), de commissie van 15 à 30 procent over in-app aankopen (de commissieverplichting) en het verbod op verwijzingen naar externe betaalopties (de anti-steering bepaling). Deze voorwaarden beperken de vrijheid van datingappaanbieders en verstoren hun klantrelatie, aldus de ACM.