HvJ EU bevestigt boete LG Display voor karteldeelname
HvJ EU 23 april 2015, IT 1754; ECLI:EU:C:2015:258, zaak C-227/14 (LG Display)
Mededingingsrecht. € 210.000.000 EUR boete bevestigd. Uit het perscommuniqué: In 2010 heeft de Commissie voor in totaal 648,925 miljoen EUR geldboeten opgelegd aan zes Koreaanse en Taiwanese producenten van lcd - schermen (lcd’s), omdat zij tussen 2001 en 2006 hadden deelgenomen aan een kartel. Aan LG Display was een van de hoogste geldboeten opgelegd, namelijk 215 miljoen EUR. In 2014 heeft het Gerecht dat besluit grotendeels bevestigd, maar de aan LG Display opgelegde geldboete wel met 5 miljoen EUR verlaagd. LG Display heeft daarop een hogere voorziening ingesteld bij het Hof van Justitie, waarmee zij om een grotere verlaging van de haar opgelegde geldboete verzocht. In zijn arrest van vandaag wijst het Hof de hogere voorziening van LG Display af en bevestigt het de geldboete , zo als deze door het Gerecht is verlaagd tot 210 miljoen EUR.
In wezen stelt LG Display dat het Gerecht ten onrechte heeft geoordeeld dat de Commissie voor de berekening van de geldboete ook de verkopen van lcd’s door LG Display aan haar moedermaatschappijen (LG Electronics en Philips) in aanmerking mocht nemen, hoewel deze verkopen niet door het kartel konden zijn beïnvloed . Op grond van de contractuele bedingen die LG Display bonden aan haar moedermaatschappijen in het kader van de tussen hen gesloten jointventureovereenkomst, golden voor deze verkopen immers preferentiële tarieven. Het Hof preciseert om te beginnen dat deze verkopen moeten worden b eschouwd als verkopen aan onafhankelijke derden (externe verkopen) en niet als verkopen aan entiteiten die tot dezelfde onderneming behoren (interne verkopen). 4 LG Display vormt namelijk niet één enkele onderneming met haar moedermaatschappijen en is dus geen verticaal geïntegreerde onderneming. 5 Vervolgens oordeelt het Hof dat de verkopen van lcd’s door LG Display aan haar moedermaatschappijen terecht zijn meegerekend voor de berekening van de geldboete. Het bedrag van die boete wordt immers enkel bepaald aan de hand van de verkopen die zijn gerealiseerd op de door de inbreuk beïnvloede markt, ongeacht of de prijzen van deze verkopen zijn beïnvloed door het kartel .
Lees verder
Mededingingsrecht. Korting in IT-systeem. Niet verzetten is stilzwijgend instemmen, is afgestemde feitelijke gedraging 101 lid VWEU. Verzoekster is een dienstverlenend bedrijf ten behoeve van de reisbranche. Zij beheert een geautomatiseerd informatiesysteem over reizen en aanverwante diensten. Het systeem draait sinds 2008 en wordt door verzoekster steeds bijgehouden. Veel reisbureaus maken gebruik van het ‘E-Turas-systeem’. Zij krijgen toegangsrecht na het sluiten van een standaarddienstenovereenkomst met Eturas. De Raad voor de mededinging komt erachter dat gebruikers van het systeem onderlinge prijsafspraken maken voor georganiseerde pakketreizen die online via E-Turas geboekt kunnen worden. Er is echter geen ‘hard bewijs’. ETuras bouwt dan technische beperkingen in op het verlenen van kortingen in het systeem. Dit wordt aan alle deelnemers bekend gemaakt maar ook hiervan is geen bewijs in het dossier te vinden.
Mededingingsrecht. De kamers van koophandel stellen eveneens sinds 1996 een hulpmiddel voor het opstellen van een ondernemingsplan ter beschikking, eerst in de vorm van een papieren model-ondernemingsplan, vervolgens vanaf april 2001 in de vorm van een CD-ROM die tegen betaling van € 19,50 kon worden verkregen, en ten slotte vanaf april 2007 tot medio september 2009 gratis in de vorm van een online product op de website www.kvk.nl.
Mededingingsrecht. Ondernemersvereniging verplicht haar leden bepaalde softwarepakketten "OMA" aan te schaffen. Besluiten hebben betrekking op andere markt dan die waarop leden actief zijn. Strijd met art. 6 lid 1 Mw? HvJEU 28 februari 2013,
Voor de liefhebber. Mededingingsrecht. Nietigverklaring van beschikking C(2010) 8529 van de Commissie van 1 december 2010 tot afwijzing, wegens ontbreken van belang van de Europese Unie, van verzoeksters klacht tegen Microsoft betreffende vermeend concurrentieverstorend gedrag op de markt voor software voor capaciteitsplanning [Enterprise Resource Planning (ERP)] en applicatiesoftware voor ondernemingen [Enterprise Application Software (EAS)] (zaak
3. HOOFDLIJNEN VAN DE GEDANE TOEZEGGINGEN
Uit't