DOSSIERS
Alle dossiers

Contracten  

IT 2825

ING verplicht BKR-registratie te verwijderen

Rechtbank 7 jun 2019, IT 2825; ECLI:NL:RBAMS:2019:4363 (Eiser tegen ING), https://itenrecht.nl/artikelen/ing-verplicht-bkr-registratie-te-verwijderen

Rechtbank Amsterdam 7 juni 2019, IT&R 2825; ECLI:NL:RBAMS:2019:4363 (eiser tegen ING) BKR-registratie. Eiser heeft een borgtochtovereenkomst gesloten met ING en heeft zich voor een bepaald bedrag borg gesteld voor een krediet dat ING heeft verstrekt. De overeenkomst is door ING beëndigd en heeft de eiser in het informatiesysteem van BKR geregistreerd. Na onderlinge regeling is het bedrag betaald door eiser. Eiser heeft geprobeerd een woning te kopen, maar de hypotheek werd afgewezen vanwege de BKR-registratie van ING. Eiser vordert de registratie te verwijderen. ING voert aan dat de koop van een woning geen bijzondere omstandigheid is op grond waarvan de BKR-registratie moet worden verwijderden en dat de belangen van eiser niet zwaarder wegen dan het belang van de registratie. De verwijdering van de BKR-registratie wordt toegewezen.

IT 2821

Verwijdering BKR-registratie na afweging belangen

Rechtbank 29 mei 2019, IT 2821; ECLI:NL:RBAMS:2019:3857 (X tegen Hoist), https://itenrecht.nl/artikelen/verwijdering-bkr-registratie-na-afweging-belangen

Rechtbank Amsterdam 29 mei 2019, IT&R 2821; ECLI:NL:RBAMS:2019:3857 (X tegen Hoist) BKR-registratie. Consument. AVG. X heeft een doorlopend krediet afgesloten. Uiteindelijk is een achterstand in de betaling van de rente ontstaan en heeft Hoist het saldo opgeëist. De schuld is geheel afgelost. Het doorlopend krediet staat geregistreerd in de BKR-registratie met bijzonderheidscodes. X verzoekt Hoist tot verwijdering van de BKR-registratie, aangezien hij geen hypotheek voor een nieuwe woning kan krijgen door de BKR-registratie. Hoist weigert. X stelt dat Hoist ten onrechte het verzoek om verwijdering van de bijzonderheidscoderingen uit de BKR-registratie heeft geweigerd en vordert verwijdering. Vordering wordt toegewezen.

IT 2798

Uitspraak ingezonden door Sabina Kloppers, Van Benthem & Keulen en Wouter Dammers, LAWFOX.

Bijzondere zorgplicht voor ICT-dienstverlener Stepco

23 mei 2019, IT 2798; (ANVA tegen Stepco), https://itenrecht.nl/artikelen/bijzondere-zorgplicht-voor-ict-dienstverlener-stepco

Vzr. Rechtbank Utrecht 23 mei 2019, IEF 18521, IT 2798 (ANVA tegen Stepco) Verbintenissen. Zorgplicht. Stepco is ICT-dienstverlener, gespecialiseerd in cloud-beheer en security, en leverancier van een ICT-platform. ANVA is reseller van software en diensten en maakt daarbij gebruik van hostingdiensten van Stepco. Stepco en ANVA hebben drie overeenkomsten gesloten met betrekking tot drie verschillende diensten. De partnerovereenkomst is door partijen beëindigd. Stepco heeft vervolgens ook de overige overeenkomsten opgezegd met een opzegtermijn van één maand. ANVA is voor de uitvoering van haar dienstverlening aan haar klanten afhankelijk van Stepco en is van mening dat Stepco conform de partnerovereenkomst mee moet werken aan een soepele exit, conform de geldende tarieven. ANVA is van mening dat Stepco geen redelijke opzegtermijn in acht heeft genomen met betrekking tot de overige overeenkomsten. ANVA vordert nakoming van de op Stepco rustende verplichtingen uit hoofde van de overeenkomsten. Het lukt Stepco niet om de vermeende wanprestatie aan de kant van ANVA aan te tonen. Stepco moet de op haar rustende verplichtingen nakomen. Er rust daarbij een bijzondere zorgplicht op Stepco.

IT 2752

Overdracht IE-Rechten bij aanbesteding over informatieverwerking van radarsatelliet niet disproportioneel

Rechtbank 15 apr 2019, IT 2752; ECLI:NL:RBDHA:2019:3623 (SkyGeo tegen Staat der Nederlanden), https://itenrecht.nl/artikelen/overdracht-ie-rechten-bij-aanbesteding-over-informatieverwerking-van-radarsatelliet-niet-disproporti

Vzr. Rechtbank Den Haag 15 april 2019, IEF 18406; IT 2752; ECLI:NL:RBDHA:2019:3623 (SkyGeo tegen Staat der Nederlanden) Aanbesteding over het verwerken van informatie van radarsatellieten om beweging van de bodem en deformatie van infrastructuur statistisch te schatten. Voorwaarde van overdracht intellectuele eigendomsrechten op dataset niet disproportioneel. Ook andere bezwaren van gegadigde slagen niet. Rijkswaterstaat heeft een Europese openbare aanbestedingsprocedure georganiseerd met als onderwerp “InSAR based deformation service for the Dutch built environment. In het Beschrijvend Document staat de toepassing van de ARVODI-voorwaarden. SkyGeo betoogt dat de voorwaarde disproportioneel is omdat de aanbestedende dienst met die voorwaarde wenst te bewerkstelligen in de toekomst de mogelijkheid te hebben om de verkregen informatie vrij aan derden ter beschikking te stellen. SkyGeo miskent dat de IE-rechten vanaf het moment van het sluiten van een overeenkomst met de aanbestedende dienst uitsluitend bij de aanbestedende dienst berusten.

 

IT 2741

SGOA: Schade tekortkoming of ongeoorloofde afgebroken onderhandeling aanvullende overeenkomst niet bewezen

Stichting Geschillenoplossing automatisering 14 aug 2017, IT 2741; (Geen schade aanvullende overeenkomst), https://itenrecht.nl/artikelen/sgoa-schade-tekortkoming-of-ongeoorloofde-afgebroken-onderhandeling-aanvullende-overeenkomst-niet-be

SGOA arbitraal vonnis 14 augustus 2017, IT 2741 (geen schade aanvullende overeenkomst) Bestaande beheersovereenkomst. Aanvullende overeenkomst of bewijs ongeoorloofde afbreking van onderhandelingen ter zake waardoor schade is geleden. Thans is eerst de vraag welke schade Leverancier heeft geleden met betrekking de door haar gestelde tekortkomingen met betrekking tot de aanvullende overeenkomst respectievelijk de door haar gestelde onrechtmatige daad bestaande uit het ongeoorloofd afbreken van onderhandelingen ter zake de aanvullende overeenkomst. Het scheidsgerecht is van oordeel dat leverancier in het geheel niet is geslaagd in de bewijsopdracht. Leverancier is van oordeel dat volledige omzet die met SPOC (Single Point of Contact) en Office 365 dienstverlening gegenereerd had kunnen worden gezien moet worden als 'gederfde winst'. Omdat het hier gaat om een algemene helpdesk voor 'All IT Matters', dus voor alle 40 klanten.

De personeelskosten voor de inzet van arbeidskrachten op de helpdesk zijn variabele kosten. Als de omvang van het aantal klanten zou groeien van thans circa 40 klanten naar bijvoorbeeld 1000 klanten, dan zal de bemensing van de helpdesk zonder enige twijfel moeten toenemen, hetgeen zich praktisch gezien zou vertalen in additionele arbeidskosten. Nu leverancier niet geslaagd is in haar bewijsopdracht ten aanzien van de beweerdelijk door haar geleden schade kan in deze procedure verder buiten beschouwing blijven of een aanvullende overeenkomst tot stand is gekomen althans onderhandelingen ter zake ongeoorloofd zijn afgebroken. Het scheidsgerecht wijst alle vorderingen af en veroordeelt leverancier tot betaling van €15.904,07 aan rechtsbijstandsvergoeding.

IT 2733

Uitspraak ingezonden door Erik Jonkman en Simon Sanders, CMS.

Opzegregeling overeenkomst bouwsoftware is niet van toepassing op onderliggende licenties

Rechtbank 29 mrt 2019, IT 2733; (Kraan tegen BAM), https://itenrecht.nl/artikelen/opzegregeling-overeenkomst-bouwsoftware-is-niet-van-toepassing-op-onderliggende-licenties

Rechtbank Midden-Nederland 29 maart 2019 (Kraan tegen BAM). Eiser is Kraan Bouwcomputing, een bedrijf gespecialiseerd in bouwsoftware. Verweerder is BAM, een bouwbedrijf. Partijen hebben een raamovereenkomst gesloten genaamd Total Service Overeenkomst (TSO), op grond waarvan aan BAM het gebruiksrecht is verleend op door Kraan ontwikkelde software, inclusief onderhoud en ondersteuning. In de bijlage bij de TSO zijn de diverse softwaremodules en het aantal licenties geregeld. Er ontstaat een geschil over de uitleg van een licentieovereenkomst, waarbij Kraan stelt dat de opzegregeling uit de TSO ook van toepassing is bij het opzeggen van een aantal licenties. De opzegregeling van de TSO is niet eveneens van toepassing is op het op- en afschalen van de diverse, onderliggende licentieovereenkomsten. De vorderingen worden afgewezen.

IT 2710

Uitspraak ingezonden door Mark Jansen, Dirkzwager.

Onderbreken onderhandelingen IT-project onrechtmatig: gerechtvaardigd vertrouwen resultaatsverbintenis

Rechtbank 3 okt 2018, IT 2710; ECLI:NL:RBROT:2018:8583 (Escrow-systeem), https://itenrecht.nl/artikelen/onderbreken-onderhandelingen-it-project-onrechtmatig-gerechtvaardigd-vertrouwen-resultaatsverbinteni

Rechtbank Rotterdam 3 oktober 2018, IT 2710; ECLI:NL:RBROT:2018:8583 (Escrow-systeem) Contractrecht. Mislukt project om te komen tot een veilige wijze van verrichten van (vooruit)betalingen voor reizen, in het kader waarvan eiseres 1 - een speciaal voor dit doel opgezette rechtspersoon- en gedaagde een IT-ontwikkeling waren overeengekomen. SGR en de in ANVR verband georganiseerde reiswereld zag nut en noodzaak van een derdengelden platform, met gebruikmaking van een escrow-systeem. Het platform diende erin te voorzien dat betalingen verricht door consumenten op de juiste plaats terecht zouden komen zodat de reisbranche geen schade meer op zou oplopen als een reisbureau ten gevolge van zijn deconfiture de reisorganisator die de reisovereenkomst richting consument moet nakomen, niet meer zou kunnen betalen. Partijen verwijten elkaar over en weer de mislukking. Geen van partijen wenst voortzetting. Uitleg overeenkomst. Onderhandelingen mochten niet afgebroken worden door gerechtvaardigd vertrouwen.

IT 2701

Geen onvoorwaardelijke afgifte deliverables afgesproken, vorderingen afgewezen

Rechtbank 5 dec 2018, IT 2701; ECLI:NL:RBOVE:2018:4833 (Vita Motion tegen Sintecs), https://itenrecht.nl/artikelen/geen-onvoorwaardelijke-afgifte-deliverables-afgesproken-vorderingen-afgewezen

Vzr. Rechtbank Overijssel 5 december 2018, IEF 18189; IT 2701; ECLI:NL:RBOVE:2018:4833 (Vita Motion tegen Sintecs) Contractrecht. Vita Motion heeft een zorgrobot ontwikkeld. Een deel van de software heeft Sintecs in opdracht van Vita Motion verder ontwikkeld. Na beëindiging van hun samenwerking is tussen partijen discussie ontstaan over de afgifte van intellectuele eigendomsrechten (deliverables). Vita vordert nakoming van de verplichting tot afgifte van de deliverables omdat volgens haar uitdrukkelijk is overeengekomen dat Sintex de deliverables gedurende het project oplevert. Echter blijkt uit de overeenkomst dat de deliverables eerst door Sintecs moeten worden afgegeven wanneer overeenstemming bestaat over de gewerkte en gefactureerde uren. Onvoorwaardelijke afgifte zijn partijen naar oordeel van de voorzieningenrechter niet overeengekomen. Vita heeft voor de afgifte geen zelfstandig belang aangevoerd. De huidige situatie brengt de voortgang van de ontwikkeling van de zorgrobot niet onmiddelijk in gevaar, zodanig dat de verlangde afgifte van de deliverables onmiddellijk is vereist. Vorderingen afgewezen.

IT 2689

Prejudicieel gestelde vragen: is het feit dat een licentiehouder van software zich niet houdt aan de voorwaarden van de overeenkomst een auteursrechtinbreuk of kan hiervoor een afzonderlijke regeling gelden?

HvJ EU 16 okt 2018, IT 2689; (Free Mobile tegen IT Development), https://itenrecht.nl/artikelen/prejudicieel-gestelde-vragen-is-het-feit-dat-een-licentiehouder-van-software-zich-niet-houdt-aan-de

Prejudicieel gestelde vragen aan HvJ EU 16 oktober 2018, IEF 18145; IT 2689; IEFbe 2799; C-666/18 (Free Mobile tegen IT Development) Via Minbuza. Free Mobile is een aanbieder van mobiele telefonie op de Franse markt. Bij overeenkomst van 25.08.2010 heeft IT Development aan Free Mobile een licentie verleend en een onderhoudscontract met haar afgesloten voor het softwarepakket ClickOnSite. IT Development heeft aangevoerd dat er in strijd met de licentieovereenkomst wijzigingen zijn aangebracht in de software en heeft op 22.05.2015 inbeslagneming wegens inbreuk laten verrichten ten kantore van de onderneming Coraso, een subcontractant van Free Mobile. Volgens Free Mobile zijn de verzoeken op grond van inbreuk niet ontvankelijk. Daarnaast stelt Free Mobile dat de originaliteit van de software niet is bewezen en dat de handelingen voor beslag inzake inbreuk nietig zijn. Ook stelt Free Mobile dat de aangebrachte wijzigingen alleen betrekking hebben op de eigen database van de licentiehouders en dat de clausule waarin is bepaald dat het softwarepakket niet mag worden gewijzigd in strijd is met de bepalingen van het wetboek van intellectuele eigendom. Deze bepalingen moeten worden geacht niet te zijn geschreven. De rechter in eerste aanleg heeft de vorderingen van IT Development niet-ontvankelijk verklaard. IT Development heeft hiertegen hoger beroep ingesteld en de rechter in tweede aanleg verzocht om een prejudiciële vraag te stellen aan het Hof. In eerste aanleg waren de verzoeken van IT Development uitsluitend gebaseerd op inbreuk. In hoger beroep zijn zij subsidiair tevens gebaseerd op de contractuele aansprakelijkheid.

IT 2682

Grieven falen, geen beroep op dwaling ICT-overeenkomst door ontbreken harde afspraken op schrift

Hof 13 nov 2018, IT 2682; ECLI:NL:GHSHE:2018:467 (ICT-overeenkomst), https://itenrecht.nl/artikelen/grieven-falen-geen-beroep-op-dwaling-ict-overeenkomst-door-ontbreken-harde-afspraken-op-schrift

Hof 's-Hertogenbosch 13 november 2018, IT 2682; ECLI:NL:GHSHE:2018:467 (ICT-overeenkomst) Contractrecht. Appellante is een accountacy- en adviesbureau en geïntimeerde een onderneming die diensten verricht op het gebied van IT. Partijen zijn overeengekomen dat appellante het computernetwerk van geïntimeerde gaat onderhouden en dat het netwerk overgezet wordt naar een online werkomgeving. Appellante heeft een door geïntimeerde uitgebrachte offerte voor akkoord ondertekend, evenals een offerte met nadere gepreciseerde prijsafspraken voor een contractsduur van drie jaar. Bestuurster van appellante heeft het voorgestelde systeem getest en heeft akkoord gegeven op het omzetten van haar netwerk naar een online werkomgeving. Vanaf het begin van de werkzaamheden door geïntimeerde zijn er klachten geweest van appellante over verschillende computerproblemen. In eerste aanleg heeft de rechtbank de vordering van appellante tot vernietiging van de overeenkomst op grond van dwaling afgewezen, maar haar vordering toegewezen dat zij voor recht verklaard dat de overeenkomst door buitengerechtelijke ontbinding tot een einde is gekomen. Appellante is veroordeeld aan geïntimeerde te betalen het bedrag uit hoofde van de betalingsverplichtingen voortvloeiend uit de overeenkosmt tot het moment dat deze overeenkomst buitengerechtelijk is ontbonden. Vonnis bekrachtigd, geen beroep op dwaling door ontbreken harde afspraken op schrift.