Toekennen van verbrekingsvergoeding zou onevenredig zijn
Rechtbank Overijssel 4 mei 2021, IT 3608; ECLI:NL:RBOVE:2021:2995 (Proximedia tegen gedaagde) In de vorm van een overeenkomst met een looptijd van twee jaren heeft gedaagde van eiseres aan internet gerelateerde diensten afgenomen. Eiseres heeft de overeenkomst na een aantal maanden ontbonden wegens niet-betaling, maar vordert op grond van de overeenkomst ook een verbrekingsvergoeding die bestaat uit alle resterende betaaltermijnen. De rechtbank gaat hier niet in mee, omdat er geen sprake is van dwaling of bedrog. Ook is het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat gedaagde een verbrekingsvergoeding van € 3.500,- is verschuldigd.