Begroting van schadevergoeding na ontbinding bitcoin-koopovereenkomst

Hof Arnhem-Leeuwarden 31 mei 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:4219; ITenRecht 2083 (Bitcoin-levering) Eerste aanleg: IT 1511
Eiser vordert schadevergoeding anders dan in geld, namelijk 1760 bitcoins welke gedaagde in 2012 nagelaten heeft naar de bitcoinrekening van eiser te sturen. Eiser hieromtrent in 2012 de koopovereenkomst ontbonden. Tussen het moment van aankoop en het moment van ontbinding is de bitcoin circa 1 euro in waarde gestegen. De rechtbank heeft in eerste aanleg een schadevergoeding van 1 euro per niet geleverde bitcoin toegewezen en de gedaagde bevolen de aankoopprijs van de 1760 bitcoins te retourneren.
Het hof ziet geen aanleiding om de vordering toe te wijzen nu dit wezenlijk zou betekenen dat de gedaagde verplicht wordt na te komen, terwijl deze verplichting door de ontbinding door eiser is komen te vervallen. Daarnaast is het hof van oordeel dat het niet voor de hand ligt om schadevergoeding anders dan in geld toe te wijzen op grond van artikel 6:125 lid 1 BW nu de koopprijs van de bitcoins (en de ongedaanmakingsverplichting) uitgedrukt was in euro's.
Het hof wijst al het gevorderde af.