4 nov 2026,
Maken en verspreiden pornografische deepfakes van (ex)collega's leidt tot ontbinding arbeidsovereenkomst
Rb. Limburg 22 oktober 2026, IEF 23989; IEFbe 5633; ECLI:NL:RBLIM:2026:11057 ([ex-werknemer] tegen [de N.V.]). In deze zaak tussen [ex-werknemer] en [N.V.] staat de vraag centraal of het maken en verspreiden van pornografische deepfake-afbeeldingen van onder meer (oud-)collega's een ontslag op staande voet en ontbinding van de arbeidsovereenkomst rechtvaardigt. [ex-werknemer] heeft tijdens zijn dienstverband bij een eerdere werkgever zonder toestemming gezichten van bestaande personen digitaal op pornografische afbeeldingen geplaatst en deze op een openbare website gepubliceerd. Onder de slachtoffers bevinden zich meerdere voormalige collega's, van wie één inmiddels bij zijn nieuwe werkgever [N.V.] werkzaam is. Bij zijn indiensttreding heeft [ex-werknemer] deze gedragingen en zijn eerdere aanhouding door de politie verzwegen, ondanks een door hem ondertekende integriteitsverklaring. Nadat de werkgever van de deepfakes op de hoogte raakt en aanwijzingen ontvangt dat [ex-werknemer] mogelijk opnieuw bij de verspreiding van dergelijke afbeeldingen betrokken is, wordt hij op staande voet ontslagen. De kantonrechter oordeelt dat onvoldoende vaststaat dat [ex-werknemer] na zijn eerdere aanhouding is doorgegaan met het vervaardigen en verspreiden van deepfakes. Hoewel er aanwijzingen zijn voor betrokkenheid bij een nieuw account, is nader onderzoek nodig om dit met voldoende zekerheid vast te stellen. Omdat ontslag op staande voet een uiterste middel is en de werkgever de werknemer al op non-actief had gesteld, houdt het ontslag geen stand.
De kantonrechter oordeelt vervolgens dat de arbeidsovereenkomst wel moet worden ontbonden wegens ernstig verwijtbaar handelen. Daarbij weegt mee dat [ex-werknemer] de afbeeldingen bewust openbaar heeft gemaakt en had moeten voorzien dat deze zich verder over het internet konden verspreiden. Volgens de kantonrechter kan het maken en verspreiden van dergelijke deepfakes niet als een uitsluitend privéaangelegenheid worden beschouwd. De gevolgen zijn bovendien rechtstreeks merkbaar op de werkvloer, omdat een van de slachtoffers inmiddels bij dezelfde werkgever werkt. Daarnaast hebben twee slachtoffers AVG-verzoeken ingediend uit bezorgdheid over de toegang van [ex-werknemer] tot hun persoonsgegevens. Ook rekent de kantonrechter [ex-werknemer] aan dat hij zijn werkgever niet uit eigen beweging over de deepfakes heeft geïnformeerd. Dit had hij volgens de rechter moeten doen, mede gezien de integriteitsverplichtingen binnen de organisatie en zijn toegang tot gevoelige persoonsgegevens. De integriteitsverklaring ziet niet uitsluitend op financieel niet-integer gedrag, maar ook op andere gedragingen die onverenigbaar zijn met een integere bedrijfsvoering. Daarbij verwijst de kantonrechter naar de strafbaarstelling van het zonder toestemming vervaardigen van seksuele deepfake-afbeeldingen in artikel 254ba Sr. De kantonrechter concludeert dat het vervaardigen en verspreiden van de deepfakes, het verzwijgen daarvan en het onvoldoende erkennen van de gevolgen voor de slachtoffers ernstig verwijtbaar handelen opleveren. Het ontslag op staande voet wordt vernietigd, maar de arbeidsovereenkomst wordt per 22 oktober 2026 ontbonden. [ex-werknemer] heeft recht op loon tot die datum, maar niet op een transitievergoeding of billijke vergoeding.
4.17 Door deze stellingen in te nemen miskent [ex-werknemer] dat hij als maker en verspreider van de beelden deze gevolgen heeft veroorzaakt. Als hij dat niet zou hebben gedaan, dan was een verdere verspreiding immers niet mogelijk. Het maken en verspreiden van deepfake beelden op het internet is bovendien per definitie niet beperkt tot de privésfeer. Een vergelijking met bijvoorbeeld een vechtpartij loopt dan ook mank. De openbaarmaking heeft tot gevolg dat de vervaardiging en verspreiding onmiskenbaar gevolgen heeft gehad en nog heeft, voor het huidige werk van [ex-werknemer] . Een van zijn ex-collega’s bij [bedrijf 1] - wiens afbeelding [ex-werknemer] stiekem heeft gebruikt - werkt bij [verzekeraar] . [ex-werknemer] wist dit ook. Hij kwam haar immers tegen op het werk. Twee slachtsoffers hebben verder een AVG-verzoek ingediend bij [N.V.] , omdat zij zich zorgen maakten over het gegeven dat [ex-werknemer] toegang had tot hun gegevens.