Gepubliceerd op maandag 4 mei 2026
IT 5255
Gerechtshof Amsterdam ||
14 apr 2026
Gerechtshof Amsterdam 14 apr 2026, IT 5255; ECLI:NL:GHAMS:2026:1138 ([appellante] tegen [geïntimeerde]), https://itenrecht.nl/artikelen/geen-recht-op-verwijdering-uit-schoolleidersregister-onder-avg

Geen recht op verwijdering uit Schoolleidersregister onder AVG

Hof Amsterdam 14 april 2026, IT 5255; ECLI:NL:GHAMS:2026:1138 ([appellante] tegen [geïntimeerde]). In deze zaak oordeelt het Hof Amsterdam over een verzoek van een schoolleider tot verwijdering van haar persoonsgegevens uit het Schoolleidersregister Primair Onderwijs. Zij stelde dat de registratie onrechtmatig was en beriep zich onder meer op haar recht op gegevenswissing onder de AVG. Het hof bekrachtigt het oordeel van de rechtbank (ECLI:NL:RBNHO:2025:1087), dat het verzoek moet worden afgewezen. De verwerking van persoonsgegevens door de beheerder van het register is rechtmatig op grond van artikel 6 lid 1 onder f AVG. Volgens het hof bestaat een gerechtvaardigd belang bij het registreren van schoolleiders, gelegen in het bewaken, stimuleren en borgen van de kwaliteit van schoolleiders en de professionalisering binnen het primair onderwijs. Deze registratie vloeit voort uit afspraken tussen sociale partners en voorwaarden die door de overheid zijn gesteld aan financiering van professionalisering.

Ook oordeelt het hof dat de verwerking noodzakelijk en evenredig is. Het register draagt bij aan transparantie en maakt controle mogelijk door onder meer ouders en andere betrokkenen. Dat de schoolleider op eigen wijze in haar professionalisering voorziet, doet hier niet aan af. De verplichte registratie geldt voor alle schoolleiders en kent geen uitzonderingen. Bij de belangenafweging weegt het belang van de betrokkene onvoldoende zwaar. Haar wens om onafhankelijk te zijn van het register en haar bezwaar tegen de registratiecriteria vormen geen grond om de verwerking te beëindigen. Ook de vermelding “registratie verlopen” in het openbare deel van het register levert geen aantasting van haar goede naam op. De overige gronden voor gegevenswissing, waaronder het ontbreken van noodzaak, intrekking van toestemming en het recht van bezwaar, worden eveneens verworpen. Het hof concludeert dat de verwerking rechtmatig is en dat geen recht bestaat op verwijdering van de persoonsgegevens. Het hoger beroep wordt afgewezen en de beschikking van de rechtbank wordt bekrachtigd.

6.16 Het belang van [appellant] bij de door haar gewenste verwijdering van haar persoonsgegevens is erin gelegen dat zij niets meer te maken wil hebben met [geïntimeerde] . Zij wil wat betreft haar professionele opleiding autonoom zijn en niet tegen haar zin deel uitmaken van een organisatie of vereniging van geregistreerde schoolleiders. Zij heeft namelijk ernstig bezwaar tegen de criteria voor registratie en herregistratie. Ook heeft zij geen vertrouwen meer in [geïntimeerde] doordat zij al zes jaar vraagt om uitschrijving en dit telkens maar niet lukt. Dit raakt in haar optiek haar professionele identiteit. Tot slot speelt mee dat bij raadpleging van het openbare register bij haar naam de vermelding ‘registratie verlopen’ staat, hetgeen schadelijk is voor haar goede naam, aldus [appellant] .

6.17 Deze belangen van [appellant] leggen, zowel afzonderlijk als in onderling verband bezien, onvoldoende gewicht in de schaal tegenover het gerechtvaardigde belang van [geïntimeerde] en derden bij registratie van [appellant] persoonsgegevens in het Schoolleidersregister PO. Het hof neemt daarbij onder meer in aanmerking dat de meeste van de door [appellant] ingeroepen belangen geen grondrechten of fundamentele vrijheden betreffen. Het is [appellant] vooral te doen om het beschermen van haar onafhankelijkheid als het gaat om haar professionele opleiding, waarvan de financiering echter juist is gekoppeld aan de voorwaarde van registratie (zoals hiervoor besproken). De registratieplicht staat er echter niet aan in de weg dat [appellant] en haar werkgever hun eigen opleidingspakket laten accrediteren door [geïntimeerde] en zo hun eigen pad bewandelen. Tot slot leidt de vermelding ‘registratie verlopen’ naar het oordeel van het hof niet tot een beschadiging van de goede naam van [appellant] . Deze registratie doet niet meer dan het feit weergeven dat de registratie is verlopen en vermeldt niet welke reden of redenen daaraan ten grondslag liggen. Ter zitting heeft [appellant] overigens op vragen van het hof geantwoord dat het verwijderen van deze woorden haar bezwaren tegen de registratie niet zou wegnemen, aangezien zij volledige schrapping uit het register wenst.