Gepubliceerd op woensdag 27 mei 2026
IT 5282
Rechtbank Rotterdam ||
18 mrt 2026
Rechtbank Rotterdam 18 mrt 2026, IT 5282; ECLI:NL:RBROT:2026:2697 ([verdachte] tegen de Officier van Justitie), https://itenrecht.nl/artikelen/zes-jaar-cel-voor-grootschalige-phishing-en-witwassen-via-crypto

Zes jaar cel voor grootschalige phishing en witwassen via crypto

Ten aanzien van het witwassen oordeelt de rechtbank dat, hoewel geen concreet gronddelict is vastgesteld, op basis van de omvang van de geldstromen en het ontbreken van een plausibele verklaring niet anders kan zijn dan dat de vermogensbestanddelen uit misdrijf afkomstig zijn. De verdachte heeft volgens de rechtbank onvoldoende concrete en verifieerbare verklaringen gegeven voor de herkomst van aanzienlijke bedragen aan contant geld, cryptocurrency en goudtransacties. Daarmee staat vast dat sprake is van gewoontewitwassen. Ook acht de rechtbank computervredebreuk bewezen. De verdachte heeft zelf verklaard dat hij tegen betaling heeft ingelogd op accounts van slachtoffers. Daarnaast leidt de rechtbank uit technische gegevens, zoals IP-adressen en device-koppelingen, af dat hij betrokken was bij meerdere hacks. Hierbij wordt mede gebruikgemaakt van schakelbewijs: overeenkomsten in werkwijze en timing tussen verschillende feiten ondersteunen de bewezenverklaring. Verder is bewezen dat de verdachte een digitale afbeelding van een vervalst paspoort voorhanden had. Uit onderzoek bleek dat de tenaamgestelde niet voorkomt in de Basisregistratie Personen en dat het document vals of gemanipuleerd is. Bij de strafoplegging weegt de rechtbank zwaar mee dat sprake is van professioneel en planmatig handelen binnen een crimineel samenwerkingsverband, waarbij het vertrouwen in het digitale betalingsverkeer en financiële instellingen ernstig is ondermijnd. Ook het langdurig witwassen van grote bedragen en het bezit van een wapen spelen een rol. Een langdurige onvoorwaardelijke gevangenisstraf wordt daarom passend geacht.

4.3.3 Gelet op de ernst van de strafbare feiten is een gevangenisstraf noodzakelijk. Het opleggen van een ander soort straf is niet passend. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Hierbij is ook rekening gehouden met de LOVS oriëntatiepunten. Deze oriëntatiepunten zijn binnen de rechtspraak ontwikkeld om in vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen en vormen een vertrekpunt bij het bepalen van de straf. Hoewel de verdachte - in tegenstelling tot zijn [medeverdachte 2] - niet wordt verweten dat hij als leidinggevende heeft deelgenomen aan de criminele organisatie, acht de rechtbank op basis van het beeld dat uit het dossier naar voren komt de rollen van beide verdachten inwisselbaar. De verdachte heeft in organisatieverband jarenlang vanuit luxe appartementen tientallen bellers aangestuurd om phishing activiteiten te verrichten. De rechtbank stelt op basis van de aangetroffen vermogensbestanddelen bezien tegen de achtergrond van de opgegeven legale inkomsten vast dat hier ten koste van anderen grote winsten mee moeten zijn behaald. Daarom wordt een gevangenisstraf van zes jaar opgelegd. Dit is overeenkomstig de eis van de officier van justitie.