24 aug 2026,
Vordering tot afschrift onderzoeksdossier na observatie door NN afgewezen
Rb. Rotterdam 20 juli 2026, IT 5465; ECLI:NL:RBROT:2026:9386 ([eiser] tegen Nationale Nederlanden). In deze zaak vordert [eiser] in kort geding afschrift van diverse gegevens en documenten uit een onderzoek dat Nationale-Nederlanden Schadeverzekering Maatschappij N.V. (hierna: NN) naar hem liet uitvoeren. [eiser] liep in 2021 bij een bedrijfsongeval letsel aan zijn linkervoet op. NN, de aansprakelijkheidsverzekeraar van zijn werkgever, erkende in 2022 de aansprakelijkheid voor de gevolgen van het ongeval. Naar aanleiding van een later ontvangen video en een interne fraudemelding startte NN een onderzoek naar de feiten en de persoon van [eiser]. Onderzoeksbureau I-TEK voerde daarbij onder meer een vijfdaagse observatie uit. NN sloot het onderzoek uiteindelijk zonder een maatregel tegen [eiser] te nemen. [eiser] vraagt onder meer om stukken over de interne fraudemelding, de beoordeling van de aanleiding voor het onderzoek, de proportionaliteits- en subsidiariteitsafweging, het waarnemingsonderzoek, interne communicatie en de betrokkenheid van de advocaat van NN. Hij wil daarmee kunnen beoordelen of NN het onderzoek rechtmatig heeft uitgevoerd en of zij de verkregen informatie als bewijs tegen hem mag gebruiken. [eiser] baseert zijn vorderingen op art. 194 en 195 Rv en beroept zich daarnaast op art. 15 AVG.
De voorzieningenrechter stelt voorop dat art. 195 lid 1 Rv de rechter de mogelijkheid geeft om inzage, afschrift of uittreksel te bevelen als een partij daarop volgens art. 194 lid 1 Rv recht heeft. [eiser] moet daarvoor aannemelijk maken dat hij partij is bij de rechtsbetrekking waarop het verzoek ziet, dat de gevraagde informatie voldoende bepaald is, dat hij voldoende belang heeft bij het verzoek en dat NN de informatie heeft. Een gewichtige reden of verschoningsrecht als bedoeld in art. 194 lid 2 Rv kan aan verstrekking in de weg staan. De rechtbank beoordeelt art. 15 AVG niet als zelfstandige grondslag, omdat [eiser] niet heeft toegelicht waarom deze bepaling zijn vorderingen mede kan dragen. De rechtbank wijst alle inzagevorderingen af. Voor verschillende gegevens geldt dat NN deze al heeft verstrekt, dat [eiser] onvoldoende belang bij verdere verstrekking heeft of onvoldoende heeft onderbouwd dat NN over meer gegevens beschikt. Andere verzoeken zijn te ruim geformuleerd en voldoen daardoor niet aan het vereiste dat de gegevens voldoende bepaald zijn. Bij interne communicatie weegt daarnaast het legitieme belang van NN om haar interne gedachtevorming niet prijs te geven zwaarder dan het door [eiser] gestelde belang bij afschrift. Voor vertrouwelijke communicatie met de advocaat van NN geldt de bescherming van het functionele verschoningsrecht van art. 194 lid 2 onder a Rv. Dit recht zou volgens de rechtbank eenvoudig kunnen worden omzeild als een wederpartij de vertrouwelijke advocaat-cliëntcommunicatie bij de cliënt zelf kon opvragen. Ook de vordering om NN te laten verklaren waarom bepaalde gegevens niet meer bestaan, wijst de rechtbank af. Die vordering is declaratoir geformuleerd en een verklaring voor recht kan niet in kort geding worden toegewezen. De rechtbank wijst alle vorderingen af en veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 2.101, met de in het dictum genoemde verhoging als het vonnis wordt betekend.
4.2. [eiser] legt onder meer het volgende aan zijn vorderingen ten grondslag. NN heeft, in verband met de letselclaim van [eiser] , buiten medeweten van [eiser] een onderzoek naar de feiten en naar de persoon van [eiser] laten instellen, waaronder een vijfdaagse observatie. Het onderzoek is gesloten zonder enige maatregel op te leggen aan [eiser] . NN weigert echter, ondanks herhaalde verzoeken en sommaties daartoe, om het volledige onderliggende onderzoeksdossier aan [eiser] te verstrekken. Hierdoor is [eiser] niet in staat om het onderzoek te (laten) toetsen op rechtmatigheid en kan hij de daaraan ten grondslag liggende proportionaliteits- en/of subsidiariteitsafwegingen niet beoordelen. Daarnaast kan [eiser] niet nagaan of de uit het onderzoeksdossier voortvloeiende informatie (beeldopname en verklaringen) al dan niet door NN mogen worden gebruikt als bewijs tegen [eiser] . Ook wil [eiser] inzage in correspondentie met mr. Bruidegom om te kunnen beoordelen of NN misbruik van procesrecht heeft gemaakt. Daarom vordert [eiser] , kort gezegd, afgifte van diverse documenten/gegevens op grond van de artikelen 194 Rv en 195 Rv juncto 15 AVG, op straffe van verbeurte van een dwangsom.
4.3. NN voert onder meer aan dat zij inmiddels een groot aantal documenten/gegevens aan [eiser] heeft verstrekt. Ten aanzien van de overige documenten/gegevens meent zij dat niet voldaan is aan de voorwaarden van artikel 194 lid 1 Rv, dan wel de uitzonderingsgrond van artikel 194 lid 2 sub a of b Rv van toepassing is, en dat de gegevens evenmin verstrekt hoeven te worden op grond van artikel 15 AVG.