Gepubliceerd op woensdag 1 april 2026
IT 5168
Rechtbank Amsterdam ||
27 mrt 2026
Rechtbank Amsterdam 27 mrt 2026, IT 5168; C/13/783721 / KG ZA 26-127 MdV/EvK (Lewis tegen Van Ooijen), https://itenrecht.nl/artikelen/uitingen-fan-over-relatie-met-zanger-niet-onrechtmatig-bevonden

Uitspraak ingezonden door Merel Teunissen, Liaise Advocaten.

Uitingen fan over relatie met zanger niet onrechtmatig bevonden

Rb Amsterdam 27 maart 2026, IEF 23422, IT 5168; C/13/783721 / KG ZA 26-127 MdV/EvK (eiser tegen gedaagde). De zaak betreft een Australische singer-songwriter (eiser) en een Nederlandse fan/therapeut (gedaagde) die circa 2,5 jaar een affectieve/seksuele relatie hebben gehad nadat eiser haar via Instagram benaderde en zij elkaar in Amsterdam ontmoetten. In het najaar van 2025 is die relatie geëindigd, waarna op sociale media en in de fan-omgeving (Discord) beschuldigingen tegen eiser over grensoverschrijdend gedrag en machtsmisbruik rond jonge vrouwelijke fans naar buiten kwamen. Eiser reageerde daarop met een publieke Instagrampost met excuses. Gedaagde heeft vervolgens op TikTok, Instagram en YouTube berichten geplaatst waarin zij spreekt over een “abusive relationship”, therapie/coaching rond narcissistic abuse en persoonlijk haar ervaringen deelt, maar zij noemt eiser daarin niet bij naam. Eiser stelt dat haar posts, één-op-één Instagram-DM’s en spraakberichten feitelijk neerkomen op beschuldigingen van verkrachting, (seksuele en psychische) mishandeling van vrouwen, seksueel grensoverschrijdend gedrag en een narcistische persoonlijkheidsstoornis, en dat zij bovendien niet-uitgebrachte nummers van hem (zoals ‘Butterfly’) online heeft laten verschijnen. Hij vordert in kort geding een breed verbod op dergelijke uitlatingen (zowel openbaar als in privé- of groepsberichten), verwijdering van alle berichten over hem of in elk geval de berichten met genoemde beschuldigingen, een contactverbod ten opzichte van hem, zijn relaties en (toekomstige) partners, rectificaties op haar socialemediakanalen, staking van iedere auteursrechtinbreuk en oplegging van dwangsommen, plus veroordeling van gedaagde in de proceskosten. Gedaagde voert aan dat zij uitsluitend haar eigen ervaringen en beleving van de relatie deelt binnen haar vrijheid van meningsuiting, dat de term “abusive” breder is dan alleen strafbare mishandeling, dat de DM’s privé waren en door derden zijn gelekt, dat eiser nergens met naam wordt genoemd en dat zij geen muziek van hem online heeft gezet.

De voorzieningenrechter stelt voorop dat het om een botsing gaat tussen het recht van eiser op bescherming van eer, goede naam en privacy en het recht van gedaagde op vrijheid van meningsuiting (artikel 10 EVRM), en toetst of de concrete uitlatingen als onrechtmatig in de zin van artikel 6:162 BW moeten worden aangemerkt. Bij de TikTok-video waarin gedaagde spreekt over een “abusive relationship” acht de rechter van belang dat eiser niet wordt genoemd, dat slechts een beperkte kring fan-volgers de relatie kon herkennen en dat “abusive” ook kan betekenen: beschadigend, grensoverschrijdend of grievend, zodat deze kwalificatie als uiting van haar gevoel onder haar uitingsvrijheid valt. Ook andere TikTokberichten (stories met kort zichtbare WhatsApp-screenshots en een foto van schrammen op billen, playbackfilmpjes) en de coaching- en YouTube-uitingen over narcissistic abuse worden niet onrechtmatig bevonden, omdat ze geen expliciete koppeling met eiser bevatten en in de context van haar praktijk zijn geplaatst. De één-op-één DM’s en spraakberichten met een andere fan blijven eveneens binnen de toelaatbare sfeer, omdat het gaat om privégesprekken. Gedaagde heeft zelf niet voor publicatie gezorgd en zij benadrukt juist dat het vertrouwelijk moest blijven. Dat derden deze berichten in de Discordgroep hebben gezet, kan haar niet worden toegerekend. Omdat niet aannemelijk is geworden dat gedaagde concrete strafrechtelijke beschuldigingen aan het adres van eiser heeft geuit, en haar gedrag ook geen stalking oplevert, worden alle vorderingen (verbod, verwijdering, rectificatie, contactverbod en auteursrechtelijk bevel) afgewezen. Eiser wordt als verliezende partij veroordeeld in de proceskosten van gedaagde, begroot op in totaal € 1.707, te vermeerderen met nakosten onder de in het dictum vermelde voorwaarden. Het vonnis is voor wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

4.18. Uit het voorgaande volgt dat de uitingen van (gedaagde) voorshands niet onrechtmatig zijn te achten jegens (eiser). Het is onvoldoende aannemelijk dat zij de door (eiser) gestelde beschuldigingen (van strafbare feiten) aan zijn adres heeft geuit. Haar uitingen vallen binnen haar vrijheid van meningsuiting. Dit leidt tot afwijzing van vordering 1 en vordering IV. Vordering II wordt reeds bij gebrek aan belang afgewezen, omdat (gedaagde) onweersproken heeft aangevoerd dat zij nadat (eiser) zelfde publiciteit had opgezocht en zij meer ongewenste volgers kreeg — alle berichten op Instagrarn en Tiktok al heeft verwijderd.

4.19. Ook het onder III. gevorderde contactverbod wordt afgewezen. (Eiser) heeft onvoldoende onderbouwd dat (gedaagde) zich schuldig zou maken aan het stalken van (eiser), zijn vrienden, medewerkers en affectieve relaties. (Gedaagde) heeft nadrukkelijk betwist dat zij dat doet en voert ook aan dat zij er geen enkele behoefte aan heeft om contact op te zoeken met (eiser), zijn zakelijke relaties en familie. Dat zij zich een of twee keer via Whatsapp gewend heeft tot een band- of crewlid van (eiser), is nog niet als stalking aan te merken.

4.20. Voor de onder V. gevorderde bevel tot het staken van de inbreuk op het auteursrecht van (eiser) is heeft hij ook onvoldoende gesteld. (Gedaagde) betwist dat zij niet uitgebrachte muziek van (eiser) openbaar heeft gemaakt, en er is ook niet gesteld dat zij zelf muziek online heeft gezet. Er is wel niet uitgebrachte muziek online gepubliceerd door een derde persoon (een andere fan van eiser). Ter zitting heeft (eiser) gesteld daarvan het nummer ‘Butterfly’ enkel met (gedaagde) te hebben gedeeld, zodat het wel door haar moet komen dat het nummer ergens online is verschenen. Dit heeft hij echter op geen enkele manier aannemelijk gemaakt. De conclusie is dan ook dcl geen van de ingestelde vorderingen toewijsbaar is.