23 sep 2026,
Tekortkoming bij hosting van bitcoinminers rechtvaardigt ontbinding, maar geen terugbetaling van investering
Rb. Amsterdam 23 september 2026, IT 5574; ECLI:NL:RBAMS:2026:9730 ([eiser] tegen Delos Digital). De rechtbank oordeelt in een geschil tussen een investeerder en Delos Digital B.V., een aanbieder van hosting- en exploitatiediensten voor bitcoinmining, dat Delos Digital is tekortgeschoten in de nakoming van haar contractuele verplichtingen. Partijen hadden een overeenkomst gesloten voor de aanschaf en exploitatie van negen bitcoinminers in een datacenter in de Verenigde Arabische Emiraten, waarbij een uptime van 95% per maand was gegarandeerd. Nadat de miners gedurende meerdere perioden offline waren geweest, heeft de investeerder de overeenkomst buitengerechtelijk ontbonden en terugbetaling van haar investering en schadevergoeding gevorderd. De rechtbank kwalificeert de overeenkomst aan de hand van de Haviltex-maatstaf als een gemengde overeenkomst, bestaande uit lastgeving (artikel 7:414 BW) voor de aanschaf van de miners en opdracht (artikel 7:400 BW) voor de hosting en exploitatie. Of de uptimegarantie een inspannings- of resultaatsverplichting inhoudt, kan volgens de rechtbank in het midden blijven. Delos Digital heeft onvoldoende onderbouwd dat de uitval werd veroorzaakt door omstandigheden die buiten haar verantwoordelijkheid vielen, terwijl op haar een verzwaarde motiveringsplicht rustte. De tekortkoming raakt een kernverplichting en rechtvaardigt daarom de buitengerechtelijke ontbinding van de overeenkomst van opdracht. De lastgevingsovereenkomst blijft echter bestaan, omdat onvoldoende is onderbouwd dat beide onderdelen onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. De investeerder behoudt daardoor de eigendom van de miners en heeft geen recht op terugbetaling van de aanschafkosten. Ook de gevorderde terugbetaling van de kosten voor plaatsing, aansluiting en elektriciteit wordt afgewezen, omdat de waarde van de reeds geleverde prestaties volgens de rechtbank overeenkomt met de daarvoor betaalde bedragen.
De rechtbank oordeelt verder dat de investeerder recht heeft op vergoeding van de gederfde winst als gevolg van de toerekenbare tekortkoming van Delos Digital. Partijen hebben de contractuele schadevergoeding beperkt tot deze schadepost en het onvoldoende onderbouwde beroep van de investeerder op reflexwerking van de zwarte lijst voor algemene voorwaarden slaagt niet. Voor de begroting van de gederfde winst moet worden uitgegaan van de gemiddelde opbrengsten die de miners gedurende de perioden van uitval zouden hebben gegenereerd, verminderd met de bijbehorende energiekosten. Omdat daarvoor nog onvoldoende gegevens beschikbaar zijn, wijst de rechtbank het inzageverzoek op grond van artikel 195 Rv gedeeltelijk toe. Delos Digital moet binnen vier weken onder meer mininglogs, hashrate-gegevens, wallet-adressen, transactiedata en relevante gegevens uit de gebruikte miningplatforms verstrekken. Aan deze verplichting wordt geen dwangsom verbonden. Daarnaast acht de rechtbank de gevorderde verklaring voor recht dat Delos Digital geen aanspraak heeft op het negatieve saldo in het MeasureX-portaal toewijsbaar. Partijen krijgen vervolgens gelegenheid zich nader uit te laten over de hoogte van de schadevergoeding. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
Heeft [eiser] recht op schadevergoeding?
4.14.
Daarnaast maakt [eiser] aanspraak op vergoeding van de schade die zij heeft geleden als gevolg van de toerekenbare tekortkoming van Delos Digital. De rechtbank heeft hiervoor onder 4.1 t/m 4.6 al vastgesteld dat Delos Digital is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst. [eiser] heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat die tekortkoming aan Delos Digital is toe te rekenen, wat in de overeenkomst is gedefinieerd als “fault of the Supplier”. In beginsel staat daarmee de weg naar schadevergoeding op grond van artikel 6:74 BW open. Delos Digital stelt zich echter op het standpunt dat partijen met artikel 1.6 en 1.7.1 in de overeenkomst afspraken hebben gemaakt over de wijze van compensatie bij toerekenbare tekortkomingen, zodat zij daarmee van de wettelijke regeling zijn afgeweken. Volgens Delos Digital heeft [eiser] alleen recht op de vergoeding van gederfde winst. [eiser] heeft dit niet met zoveel woorden weersproken, maar doet in dit kader een beroep op de reflexwerking van de zwarte lijst voor algemene voorwaarden (artikel 6:236 sub a en b BW). Volgens Delos Digital blijkt nergens uit dat [eiser] voor reflexwerking in aanmerking komt en bovendien heeft zij zich hier te laat op beroepen. De rechtbank volgt Delos Digital daarin. [eiser] heeft pas tijdens de mondelinge behandeling en zonder onderbouwing met enig stuk dat iets over haar bedrijfsvoering toelicht, een beroep gedaan op de reflexwerking. Alleen al om die reden wordt aan dit niet nader onderbouwde standpunt voorbij gegaan. Nu zij verder niet heeft bestreden dat partijen het recht op schadevergoeding hebben beperkt, gaat de rechtbank ervan uit dat [eiser] op grond van de bepalingen 1.6 en 1.7.1 in de overeenkomst alleen recht heeft op vergoeding van gederfde winst. Om de omvang van die vergoeding vast te stellen, moet een vergelijking worden gemaakt met de situatie waarin de toerekenbare tekortkoming niet heeft plaatsgevonden. De rechtbank neemt daarbij als uitgangspunt dat dit moet worden berekend aan de hand van de opbrengsten die er gemiddeld genomen in de bewuste periode zouden zijn geweest, minus de hier tegenoverstaande energiekosten. Op dit moment beschikt de rechtbank nog over onvoldoende gegevens om deze schade te begroten.
Heeft [eiser] recht op inzage?
4.15.
Mede in het kader van de onderbouwing van haar schade heeft [eiser] verzocht om afgifte van verschillende documenten. De rechtbank ziet aanleiding om het inzageverzoek van [eiser] om die reden op grond van artikel 195 van het wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) als volgt toe te wijzen.
Delos Digital moet [eiser] inzage geven in:
-
de mininglogs en hashrate-gegevens van de miners,
-
de wallet-adressen en transactiedata van de gegenereerde miningopbrengsten van de miners,
-
alle overige administratie aanwezig bij Delos Digital waaruit de opbrengsten van de miners blijken,
-
alle gegevens waaruit de koppeling tussen de miners (waaronder begrepen worker-ID’s), het energieverbruik en de gegenereerde opbrengsten van de miners blijkt,
-
een schriftelijke opgave van andere platforms of systemen waarlangs de miners zijn geëxploiteerd,
-
alle gegevens afkomstig of verwerkt via de bij de exploitatie van de miners gebruikte platforms en systemen, waaronder maar niet beperkt tot MeasureX, NiceHash en eventuele mining pools waarin de miners deelgenomen hebben, inclusief onderliggende datasets, logs en accountgegevens.
De overige inzageverzoeken
4.16.
Voor wat betreft de overige documenten waarvan afgifte wordt verzocht heeft [eiser] aangevoerd dat zij die documenten nodig heeft om aan te tonen dat er nog een grond was voor ontbinding. Naar het oordeel van de rechtbank heeft zij daarbij geen belang meer, nu reeds is geoordeeld dat [eiser] de overeenkomst rechtsgeldig heeft ontbonden. [eiser] heeft verder naar voren gebracht dat zij de overige documenten nodig heeft om op grond van artikel 5:1 lid 3 jo. artikel 5:2 BW aanspraak te kunnen op eventuele nagekomen vruchten, nu Delos Digital de exploitatie van de miners na ontbinding heeft voortgezet. Tijdens de mondelinge behandeling is echter gebleken dat tussen partijen niet langer in geschil is dat de miners enkele dagen na de ontbinding zijn uitgezet, en dat van nagekomen vruchten geen sprake is. Tot slot heeft [eiser] nog aangevoerd dat zij de overige stukken nodig heeft om de schade te onderbouwen die zij heeft geleden doordat Delos Digital zonder haar toestemming een van haar miners heeft verkocht. De rechtbank overweegt als volgt. Het geschilpunt met betrekking tot het al dan niet onrechtmatig verkopen van de miner van [eiser] is in deze procedure al onderdeel geweest van het partijdebat, omdat [eiser] dit als aanvullende grond voor ontbinding heeft aangevoerd. Dat betekent dat de rechtbank reeds in deze zaak ten gronde kan vaststellen dat Delos Digital op dit punt niet in strijd met de partijafspraken heeft gehandeld en [eiser] als gevolg daarvan geen belang heeft bij haar inzageverzoek. Delos Digital heeft namelijk onder verwijzing naar de correspondentie tussen partijen terecht aangevoerd dat zij erop mocht vertrouwen dat [eiser] hiermee heeft ingestemd en dat zij met de verkoop uitvoering gaf aan de partijafspraken in artikel 6.7 van de overeenkomst.
Termijn van vier weken voor aanleveren stukken, geen dwangsom
4.17.
De rechtbank acht in dit geval een termijn van vier weken waarbinnen Delos Digital inzage moet geven in de hiervoor onder 4.15 genoemde stukken redelijk. Hoewel [eiser] daar wel om heeft verzocht, zal de rechtbank daar geen dwangsom aan verbinden. Er is immers geen reden om aan te nemen dat Delos Digital niet aan de veroordeling tot het verstrekken van informatie zal voldoen. Indien en voor zover Delos Digital de gegevens niet verstrekt, dan kan de rechtbank daaraan bij de verdere beoordeling van deze zaak de gevolgtrekkingen verbinden die zij geraden acht.