6 mrt 2026,
Kopieer citeerwijze ||
eiseres tegen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
Staatssecretaris moet bij AVG-inzageverzoek in adoptiedossier belangenafweging per document maken
Rb. Gelderland 6 maart 2026, IT 5603; ECLI:NL:RBGEL:2026:1698 (eiseres tegen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid). Een vrouw verzoekt op grond van artikel 15 AVG om inzage in haar adoptiedossier bij de Raad voor de Kinderbescherming. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wijst het verzoek gedeeltelijk toe. De vrouw krijgt inzage in documenten zonder persoonsgegevens van haar voormalige adoptiefamilie en in documenten waarin haar persoonsgegevens met die van familieleden verweven zijn, waarbij de persoonsgegevens van de familie worden afgeschermd. Documenten die uitsluitend persoonsgegevens van de familie bevatten, worden niet ter inzage gegeven. Een voormalige adoptiemoeder komt tegen dit besluit op, omdat zij vindt dat haar recht op bescherming van het privé- en familieleven en dat van haar familie zwaarder weegt dan het inzagerecht van de verzoekster. De rechtbank stelt voorop dat artikel 15 AVG recht geeft op inzage in en een kopie van de verwerkte persoonsgegevens, maar niet zonder meer op afgifte van de documenten waarin deze voorkomen. Bovendien mag het inzagerecht op grond van artikel 15 lid 4 AVG geen afbreuk doen aan de rechten en vrijheden van anderen. Daartegenover staat het door artikel 8 EVRM beschermde recht van de verzoekster op informatie over haar afstamming en ontstaansgeschiedenis. De herroeping van de adoptie doet aan dit recht niet af.
De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris het besluit onvoldoende zorgvuldig heeft voorbereid en ontoereikend heeft gemotiveerd. Uit vergelijking van de overgelegde dossiers blijkt dat documenten en pagina's ontbreken of verschillen, waardoor de staatssecretaris opnieuw moet inventariseren wat de inhoud van het dossier precies is. Daarnaast blijkt uit het besluit onvoldoende hoe de belangen van de verzoekster zijn afgewogen tegen de privacybelangen van haar voormalige adoptiefamilie. Volgens de rechtbank moet de staatssecretaris per document beoordelen om welk soort document het gaat, welke persoonsgegevens daarin voorkomen en, bij verwevenheid van persoonsgegevens, een concrete belangenafweging maken. Daarbij moet ook worden beoordeeld of het afschermen van namen nog betekenis heeft wanneer de verzoekster al met die namen bekend is. De algemene werkwijze waarbij documenten worden verstrekt, gedeeltelijk afgeschermd of geheel van inzage worden uitgezonderd, vormt zonder een kenbare individuele belangenafweging geen toereikende motivering. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en draagt de minister op binnen zes weken een nieuw besluit op bezwaar te nemen.
9.1.
Deze beroepsgrond slaagt. De rechtbank is van oordeel dat uit het bestreden besluit niet kenbaar blijkt hoe de belangenafweging heeft plaatsgevonden.
9.1.1.
In artikel 15, vierde lid, van de AVG is bepaald dat het recht op inzage in de eigen persoonsgegevens geen afbreuk doet aan de rechten en vrijheden van anderen. In geval van strijdigheid tussen enerzijds de volledige uitoefening van het recht van inzage van persoonsgegevens en anderzijds de rechten of vrijheden van anderen, moeten de betrokken rechten tegen elkaar worden afgewogen. Voor zover mogelijk moet ervoor worden gekozen de persoonsgegevens te verstrekken op een wijze die geen afbreuk doet aan de rechten of vrijheden van anderen. Daarbij moet er rekening mee worden gehouden dat deze overwegingen er niet toe mogen leiden dat de betrokkene alle informatie wordt onthouden.6
9.1.2.
Het is aan de staatssecretaris om aan de ene kant het recht van de bescherming van het privéleven van eiseres en aan de andere kant het recht van derde-partij op haar afstammingsinformatie tegen elkaar af te wegen. De staatssecretaris heeft in het bestreden besluit gemotiveerd dat derde-partij geen inzage krijgt in de documenten waarin alleen gegevens over eiseres en haar familie zijn opgenomen, dat ze wel inzage krijgt in de documenten waarin geen gegevens van eiseres en haar familie zijn opgenomen en dat bij verwevenheid de gegevens van eiseres en haar familie zullen worden weggelakt. Dit is volgens de rechtbank geen motivering waaruit een kenbare belangenafweging tussen de belangen van derde-partij en de belangen van eiseres en familie blijkt. De staatssecretaris dient per document te bekijken wat voor soort document het is, welke persoonsgegevens erin staan en bij verwevenheid van die gegevens per document een belangenafweging te maken. Op de eerste zitting heeft de gemachtigde van de staatssecretaris bevestigd dat een dergelijke beoordeling niet is gemaakt. Daarbij merkt de rechtbank op dat het lakken van namen, en die namen vervolgens letterlijk noemen op de inventarislijst zoals in dit geval is gebeurd, geen redelijk doel dient. Ook hier kon de gemachtigde van de staatssecretaris op de eerste zitting desgevraagd geen antwoord op geven. Ook die omstandigheid is dus niet door de staatssecretaris betrokken en dat dient hij wel te doen. Nu derde-partij onmiskenbaar op de hoogte is van de namen in het dossier dient de minister na te gaan of het lakken van deze namen nog van betekenis is.