Gepubliceerd op donderdag 3 september 2026
IT 5493
Rechtbank Zeeland-West-Brabant ||
10 jul 2026,
Rechtbank Zeeland-West-Brabant 10 jul 2026,, IT 5493; ECLI:NL:RBZWB:2026:7232 ([eiser] tegen [gedaagde]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/rechtbank-voormalig-vrijwilligster-moet-beheerdersrechten-facebookpagina-overdragen

Rechtbank: voormalig vrijwilligster moet beheerdersrechten Facebookpagina overdragen

Rb. Zeeland-West-Brabant 10 juli 2026, IT 5493; ECLI:NL:RBZWB:2026:7232 ([eiser] tegen [gedaagde]). De voorzieningenrechter oordeelt dat een voormalig vrijwilligster de beheerdersrechten van een Facebookpagina aan de eisende organisatie moet overdragen. De vrijwilligster beheerde de pagina tijdens de samenwerking, maar weigerde na beëindiging daarvan de beheerdersrechten, waaronder de inlogcodes, te verstrekken omdat zij zich op het standpunt stelde rechthebbende op de Facebookpagina te zijn. De voorzieningenrechter acht voldoende spoedeisend belang aanwezig. De betreffende pagina heeft ongeveer 41.000 volgers en de organisatie heeft met verklaringen van donateurs voldoende onderbouwd dat het ontbreken van toegang tot de pagina gevolgen heeft voor de donaties. Voor de beantwoording van de vraag aan wie de beheerdersrechten toekomen, is volgens de voorzieningenrechter niet doorslaggevend wie volgens Facebook over die beheerdersrechten beschikt.

De Facebookpagina is in 2013 ten behoeve van de organisatie aangemaakt. Dat de vrijwilligster de pagina vanaf 2019 beheerde, de content verder uitbouwde en daarbij grotendeels de vrije hand kreeg, maakt volgens de voorzieningenrechter niet dat de beheerdersrechten haar toekomen. Ook de overdracht van die rechten aan haar leidt niet tot een ander oordeel, mede omdat zij ondanks die overdracht afstemming met het bestuur van de organisatie bleef zoeken. De vrijwilligster wordt daarom veroordeeld om binnen één week na betekening alle beheerdersrechten, waaronder de inlogcodes, over te dragen en de koppeling met haar privé-e-mailadres te wijzigen, op straffe van een dwangsom van € 250 per dag met een maximum van € 5.000. De vordering om haar te verbieden lasterlijke, negatieve of onjuiste uitlatingen te doen wordt afgewezen, omdat niet is gebleken dat zij dergelijke uitlatingen heeft gedaan.

3.3.

[eiser] heeft tijdens de mondelinge behandeling de vordering om [gedaagde] te veroordelen de beheerdersrechten van de Facebookpagina Hulpprojecten aan [eiser] te verschaffen (vordering II) ingetrokken, zodat daarop niet meer hoeft te worden beslist.

3.4.

In geschil is of [gedaagde] gehouden is de beheerdersrechten, waaronder de inlogcodes van de Facebookpagina, voorheen geheten “ [eiser] ” en inmiddels geheten “ [naam 1] ”, met circa 41.000 volgers, aan [eiser] te verstrekken.

3.5.

De voorzieningenrechter stelt voorop dat om vast te stellen wie rechthebbende is op een Facebookpagina niet doorslaggevend is wie de beheerders-rechten heeft volgens [naam 2]. Daar is meer voor nodig.

Gebleken is dat de Facebookpagina in 2013 door [persoon 1] of [persoon 3] is aangemaakt ten behoeve van [eiser] en niet voor zichzelf. Vervolgens is [gedaagde] in verband met haar eigen dierenwebshop via [persoon 3] als website-beheerder van [eiser] in contact gekomen met [eiser] . In de loop van 2019 is zij de Facebookpagina gaan beheren en zij heeft in de jaren daarna de content verder uitgebouwd. Zij heeft dat in overleg met het bestuur van [eiser] gedaan. De omstandigheid dat aan [gedaagde] grotendeels de vrije hand is gegeven voor de bewerking van de Facebookpagina in het kader van de samenwerking maakt echter niet dat zij daardoor rechthebbend op de Facebookpagina is geworden. Ook de omstandigheid dat 6% van alle berichten ten behoeve van [eiser] werden gepost, zoals [gedaagde] stelt, maakt dat niet anders. Dat geldt ook voor de overdracht van de beheerdersrechten van de Facebookpagina door [persoon 3] aan [gedaagde] , omdat dit volgens [eiser] een praktische insteek was.

Bovendien blijkt uit de e-mails, genoemd en geciteerd in de pleitaantekeningen van [eiser] onder randnummers 22 t/m 29, dat [gedaagde] ondanks de overdracht van de beheerdersrechten afstemming met het bestuur van [eiser] bleef zoeken.

3.6.

De voorzieningenrechter komt op grond van dit alles tot de conclusie dat de beheerdersrechten van de Facebookpagina aan [eiser] toekomen, zodat vordering I wordt toegewezen. [gedaagde] zal worden veroordeeld om de beheerdersrechten, inclusief de inlogcodes, aan [eiser] over te dragen. Zij moet dat doen binnen een termijn van één week na betekening van dit vonnis.

3.7.

Hoewel [gedaagde] tijdens de mondelinge behandeling heeft verklaard aan een veroordeling te zullen meewerken, acht de voorzieningenrechter een stok achter de deur noodzakelijk. De onder III gevorderde dwangsommen zullen worden toegewezen. Wel wordt aanleiding gezien om de dwangsommen te matigen tot € 250,00 per dag met een maximum van € 5.000,00.