Gepubliceerd op dinsdag 14 juli 2026
IT 5353
Rechtbank Amsterdam ||
18 jun 2026,
Rechtbank Amsterdam 18 jun 2026,, IT 5353; ECLI:NL:RBAMS:2026:6092 ([eiser] tegen Kyrrex Ltd en Rex Ltd), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/rechtbank-amsterdam-beveelt-verstrekking-van-klant-en-transactiegegevens-in-verband-met-gestelde-cryptofraude

Rechtbank Amsterdam beveelt verstrekking van klant- en transactiegegevens in verband met gestelde cryptofraude

Rb. Amsterdam 18 juni 2026, IT 5353; ECLI:NL:RBAMS:2026:6092 ([eiser] tegen Kyrrex Ltd en Rex Ltd). Een belegger stelde dat hij tussen juni en augustus 2025 slachtoffer was geworden van online beleggingsfraude via het platform Horizons28. Personen die zich voordeden als medewerkers van dat platform zouden hem ertoe hebben bewogen meer dan € 650.000 over te maken voor de aankoop van cryptovaluta, die vervolgens naar door hen opgegeven blockchainadressen werden verzonden. Toen de belegger zijn vermeende belegging wilde opnemen, bleek dit niet mogelijk en deed hij aangifte van fraude. Volgens door hem verricht blockchainonderzoek was een aanzienlijk deel van de cryptovaluta via een zogenoemde nested-serviceconstructie terechtgekomen op depositadressen die konden worden herleid tot het Kyrrex-platform, dat volgens hem door Kyrrex Ltd en Rex Ltd werd geëxploiteerd. De belegger verzocht daarom op grond van artikel 196 Rv om verstrekking van de bij deze ondernemingen bekende identificerende gegevens van de aan de depositadressen en transactiecodes gekoppelde accounthouder(s), waaronder naam, geboortedatum, adres, identiteitsbewijs, foto of gezichtsscan, IP-adres, telefoonnummer en e-mailadres. Daarnaast verzocht hij om de mutatieoverzichten vanaf 26 juni 2025, zodat hij zijn rechtspositie kon bepalen en kon beoordelen of hij een vordering uit onrechtmatige daad kon instellen tegen de ontvangers van de cryptovaluta of tegen Kyrrex Ltd en Rex Ltd zelf.

De rechtbank acht zich internationaal bevoegd. Voor het verzoek tegen Kyrrex Ltd, gevestigd in Saint Vincent en de Grenadines, berust de rechtsmacht op artikel 3, onder a, Rv. Voor Rex Ltd, gevestigd in Malta, volgt de bevoegdheid uit artikel 7 lid 2 Brussel I-bis, omdat de aan de voorgenomen vordering ten grondslag gelegde schade zich volgens de verzoeker in Nederland heeft voorgedaan. Omdat artikel 196 Rv formeel procesrecht betreft, is op grond van artikel 10:3 BW Nederlands recht van toepassing. De rechtbank stelt vast dat het verzoekschrift aan de formele eisen van artikel 197 lid 2 Rv voldoet. Omdat Kyrrex Ltd en Rex Ltd niet zijn verschenen, is geen beroep gedaan op de afwijzingsgronden van artikel 196 lid 2 Rv en toetst de rechtbank uitsluitend ambtshalve of het verzoek in strijd is met de goede procesorde; daarvan is geen sprake. Het verzoek wordt toegewezen voor zover het betrekking heeft op gegevens waarover de ondernemingen zelf beschikken. Zij moeten deze uiterlijk vijftien dagen na betekening van de beschikking in een digitaal en doorzoekbaar formaat verstrekken, op straffe van een dwangsom van € 50.000 per dag, met een maximum van € 500.000. De verzoeker moet de eventueel voor de verstrekking gemaakte kosten vergoeden nadat daarvan een met stukken onderbouwde opgave is gedaan. Kyrrex Ltd en Rex Ltd worden hoofdelijk veroordeeld in de proceskosten van € 1.556 en de beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.

4.5.

Voordat een procedure aanhangig is, kan een belanghebbende de rechter verzoeken om inzage in, afschrift van of een uittreksel van gegevens (zie artikel 196 Rv). Het verzoekschrift voorlopige bewijsverrichtingen moet op grond van artikel 197 lid 2 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) inhouden:

a. een kernachtige omschrijving van het geschil of de gebeurtenis waarop het verzoek betrekking heeft en de gronden van het verzoek,

b. de aard en het beloop van de vordering,

c. de naam en woonplaats van de wederpartij of de redenen waarom de wederpartij onbekend is.

4.6.

[eiser] heeft aan de formele eisen van het verzoekschrift voldaan. Op grond van artikel 196 lid 2 Rv moet de rechtbank het verzoek toewijzen, tenzij zij van oordeel is dat:

- de informatie die wordt verlangd, niet voldoende is bepaald

- er onvoldoende belang bij de voorlopige bewijsverrichting bestaat

- het verzoek om voorlopige bewijsverrichtingen in strijd is met de goede procesorde

- er sprake is van misbruik van bevoegdheid of

- als er andere gewichtige redenen bestaan die zich verzetten tegen de voorlopige bewijsverrichting.

4.7.

Omdat Kyrrex Ltd en Rex Ltd niet zijn verschenen, is geen beroep gedaan op één van voornoemde afwijzingsgronden. Dat betekent dat de rechtbank alleen kan toetsen of het verzoek om voorlopige bewijsverrichtingen in strijd is met de goede procesorde (zie Parl. Gesch. Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht 2024/II.33.5/Nota naar aanleiding van het Verslag, waarin wordt verwezen naar ECLI:NL:HR:2006:AX7774). Daarvan is geen sprake.

4.8.

Op het verzoek om inzage, afschrift of uittreksel van bepaalde gegevens zijn op grond van artikel 204 Rv, de artikelen 194 Rv, 195 en 195a Rv van overeenkomstige toepassing. In deze artikelen is geregeld dat een partij bij een rechtsbetrekking tegenover degene die beschikt over bepaalde gegevens over die rechtsbetrekking recht op inzage, afschrift of uittreksel van die gegevens heeft als zij daarbij voldoende belang heeft. Degene die over de gegevens beschikt, ook als dit een derde is die geen partij is bij de rechtsbetrekking waarop de gegevens betrekking hebben, is verplicht daarvan inzage, afschrift of uittreksel te verstrekken, tenzij hem een verschoningsrecht toekomt of gewichtige redenen zich daartegen verzetten.

4.9.

[eiser] heeft onweersproken gesteld dat aan deze vereisten is voldaan. Gezien het voorgaande zal het verzoek om afgifte van de verzochte gegevens worden toegewezen voor zover dat betrekking heeft op informatie waarover Kyrrex Ltd en Rex Ltd zelf beschikken. Conform artikel 194 Rv moet [eiser] de kosten van Kyrrex Ltd en Rex Ltd dragen die voor de verstrekking moeten worden gemaakt.