8 apr 2026
Rb. Oost-Brabant zet een streep door ChatGPT-analyse als bewijs in een civiele procedure
Rb. Oost-Brabant 8 april 2026, IT 5227; ECLI:NLRBOBR:2026:2232 (AIH tegen UMS). De rechtbank Oost-Brabant heeft zich in een betalingsgeschil expliciet uitgesproken over de rol van ChatGPT als onderbouwing van juridische stellingen. In de procedure beriep gedaagde UMS zich in belangrijke mate op een door ChatGPT gegenereerde analyse om te betogen dat een door eiseres AIH opgesteld businessplan inhoudelijk tekortschiet en betaling daarom mocht worden opgeschort. De rechtbank kent aan deze analyse echter geen waarde toe. Doorslaggevend is dat de totstandkoming van de ChatGPT-output onvoldoende inzichtelijk is gemaakt. Zo kon de gebruikte prompt niet worden gereconstrueerd en was onduidelijk welke instellingen zijn gebruikt. Daarnaast bleek dat ChatGPT niet was gevoed met de definitieve versie van het businessplan, maar met een eerdere conceptversie zonder bijlagen. Ook was niet uitgesloten dat processtukken in de input waren verwerkt, terwijl de output wel stellige juridische conclusies bevatte over de rechtmatigheid van opschorting en betalingsweigering.
Onder deze omstandigheden acht de rechtbank de analyse methodologisch en inhoudelijk onvoldoende betrouwbaar en laat zij deze volledig buiten beschouwing. Daarmee resteert volgens de rechtbank onvoldoende zelfstandige onderbouwing voor de gestelde tekortkomingen. Het verweer faalt. De rechtbank benadrukt daarmee impliciet dat AI‑output niet in de plaats kan treden van eigen, concreet gemotiveerde stellingen van partijen. In het verlengde daarvan oordeelt de rechtbank dat het businessplan – inclusief het bijbehorende datapakket (Data Pack), dat UMS onder meer via een USB‑stick ter beschikking stond – op 21 mei 2024 is opgeleverd en dat vanaf dat moment sprake is van “completion”, zodat de factuur opeisbaar is geworden. UMS mocht de betaling tot dat moment opschorten, maar nu geen tekortkoming van AIH is komen vast te staan, kon UMS de betaling daarna niet langer opschorten en is zij door niet te betalen in verzuim geraakt. De vordering tot betaling van € 156.894 wordt toegewezen, evenals wettelijke handelsrente vanaf 5 juni 2024, buitengerechtelijke incassokosten op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten, beslagkosten ex artikel 706 Rv en proceskosten, een en ander uitvoerbaar bij voorraad.
4.7. De rechtbank heeft ter zitting een aantal vragen gesteld over het document van ChatGPT. Ten eerste is de advocaat verzocht welke opdracht (prompt) aan ChatGPT is gegeven. De advocaat heeft aangegeven dat hij niet meer beschikt over het exact gegeven prompt. Het betrof de vraag in hoeverre het rapport beantwoordt aan de offerte. De rechtbank heeft gevraagd hoe het kan dat ChatGPT in het document als antwoord aangeeft dat de analyse “in het kader van de gerechtelijk procedure met nummer 20250034.01 is”, en tot conclusies komt als: “Op basis hiervan is de opschorting van betaling door UMS technisch en inhoudelijk gerechtvaardigd.” en “Daarom is UMS van mening dat AIH haar werk niet goed heeft gedaan en dat UMS terecht weigert om het volledige bedrag te betalen.”. De advocaat heeft hierop aangegeven dat hij ook processtukken heeft ingeladen. Daarnaast is de advocaat gevraagd om aan te geven welke temperatuur hij heeft opgegeven in ChatGPT. De temperatuur is mede bepalend voor hoe feitelijk, consistent en nauwkeurig de antwoorden zijn (bij een lage temperatuur) danwel creatief met meer risico op hallucinaties (bij een hoge temperatuur). De advocaat heeft aangegeven dat hij geen temperatuur heeft opgegeven en de vraag niet te begrijpen. Daarnaast is de rechtbank gebleken dat het rapport dat de advocaat in ChatGPT heeft ingevoerd (productie 6 bij dagvaarding) een concept Businessplan van 28 februari 2024 betrof zonder de bijlagen, terwijl de definitieve versie van 21 mei 2024 niet is gebruikt. Dit heeft gevolgen voor het antwoord van ChatGPT. Bij deze stand van zaken zal de rechtbank geen acht slaan op productie 3 bij antwoord en hetgeen de advocaat hierover naar voren heeft gebracht. Het beroep op een toerekenbare tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst door AIH, in die zin dat het Businessplan inhoudelijk ontoereikend is, is onvoldoende gemotiveerd omdat er zonder de inhoud van het antwoord van ChatGPT vrijwel niets overblijft.