Gepubliceerd op vrijdag 30 januari 2026
IT 5097
Rechtbank Amsterdam ||
16 okt 2025
Rechtbank Amsterdam 16 okt 2025, IT 5097; ECLI:NL:RBAMS:2025:10765 ([verzoeker] tegen Hoist), https://itenrecht.nl/artikelen/rb-bkr-registratie-moet-worden-verwijderd

Rb: BKR-registratie moet worden verwijderd

Rb. Amsterdam 16 oktober 2026, IT 5097; ECLI:NL:RBAMS:2025:10765 ([verzoeker] tegen Hoist). [verzoeker] verzoekt de rechtbank Hoist te bevelen om de registratie in het Centraal Krediet Informatiesysteem (CKI) van het BKR te verwijderen. De registratie betrof een doorlopend krediet waarbij achterstanden ontstonden nadat de ex-partner van [verzoeker] haar betalingsverplichtingen niet nakwam. [verzoeker] heeft sindsdien volledig afgelost en bevindt zich al jaren in een stabiele financiële situatie. De registratie belemmert hem nu bij het verkrijgen van financiering voor de aankoop van een woning.  

Bij de BKR-registratie zijn persoonsgegevens van [verzoeker] verwerkt. De rechtbank moet een belangenafweging maken. Hoist, als verwerkingsverantwoordelijke, heeft niet gereageerd op het verzoek of verweer gevoerd, waardoor de gestelde feiten als vaststaand worden aangenomen. Nu Hoist geen dwingende gerechtvaardigde gronden heeft aangevoerd, valt de belangenafweging in het voordeel van verzoeker uit. De door [verzoeker] gestelde omstandigheden staan nu vast. De rechtbank beveelt verwijdering van de registratie binnen een week. Een dwangsom wordt afgewezen. Hoist wordt veroordeeld in de proceskosten. 

4.6 Hoist heeft niet gereageerd op de brieven van de rechtbank en heeft dus geen verweer gevoerd. Dat betekent dat de door [verzoeker] gestelde omstandigheden niet zijn weersproken en vaststaan. Omdat Hoist geen verweer heeft gevoerd, is ook niet gebleken van dwingende gerechtvaardigde gronden voor de (handhaving van de) verwerking aan haar zijde. In het verlengde hiervan, kan de rechtbank bij de te maken belangenafweging dan ook geen rekening houden met omstandigheden die volgens Hoist zwaarder moeten wegen dan de door [verzoeker] genoemde belangen bij verwijdering. Dat betekent dat de belangenafweging in zijn voordeel uitvalt, nu de omstandigheden die [verzoeker] aan zijn belang bij verwijdering ten grondslag heeft gelegd het verzoek kunnen dragen.