Gepubliceerd op woensdag 8 juli 2026
IT 5340
Rechtbank Den Haag ||
27 mei 2026,
Rechtbank Den Haag 27 mei 2026,, IT 5340; ECLI:NL:RBDHA:2026:15919 (([eisers] tegen [gedaagden])), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/procesmotief-blokkeert-avg-inzage-niet-unibet-moet-goktransacties-verstrekken

Procesmotief blokkeert AVG-inzage niet: Unibet moet goktransacties verstrekken

Rb. Den Haag 27 mei 2026, IT 5340; ECLI:NL:RBDHA:2026:15919 ([eisers] tegen [gedaagden]). In deze zaak oordeelt de rechtbank Den Haag over AVG‑inzageverzoeken van elf voormalige spelers van online kansspelen via Unibet. Eisers namen vóór 1 oktober 2021 deel aan online kansspelen via de websites unibet.com en unibet.eu, in een periode waarin het in Nederland nog niet was toegestaan om zonder vergunning online kansspelen aan te bieden. In deze civiele procedure vorderen zij op grond van de AVG – in het bijzonder het inzagerecht op basis van Artikel 15 AVG – dat Kindred Group en Risepoint (voorheen Trannel International Limited) inzage geven in hun persoonsgegevens. Eisers vragen met name om transactiegegevens (stortingen, inzetten, uitbetalingen) en gegevens over de soorten spellen waaraan zij hebben deelgenomen en verlangen dat deze gegevens elektronisch worden verstrekt in een gangbaar bestandsformaat (zoals XLS(X) of CSV) of via een API, op een wijze die hen in staat stelt zowel de juistheid van de gegevens als de rechtmatigheid van de verwerking te controleren. In de dagvaarding wordt daarnaast een beroep gedaan op gegevensoverdraagbaarheid ex Artikel 20 AVG, maar de vorderingen zijn primair gebaseerd op het inzagerecht. Kindred en Risepoint weigeren de gevraagde gegevens te verstrekken. Zij voeren aan dat eisers het inzagerecht gebruiken om informatie te verzamelen voor mogelijke civiele procedures over terugbetaling van gokverliezen en dat daarmee misbruik van recht wordt gemaakt in de zin van Artikel 12 lid 5 AVG. Daarnaast beroepen zij zich op uitzonderingen op het inzagerecht, waaronder Artikel 15 lid 4 AVG en Artikel 23 AVG, mede onder verwijzing naar de Maltese uitvoeringsregeling.

De rechtbank stelt voorop dat tussen partijen niet ter discussie staat dat Unibet persoonsgegevens van eisers heeft verwerkt en dat de gevraagde transactiegegevens kwalificeren als persoonsgegevens in de zin van de AVG. Eisers kunnen daarom in beginsel op grond van het inzagerecht aanspraak maken op inzage in en een kopie van die gegevens tegenover de verwerkingsverantwoordelijke. Risepoint wordt aangemerkt als verwerkingsverantwoordelijke voor de gevorderde gegevens. Ten aanzien van Kindred maakt de rechtbank een tijdsonderscheid: voor inzageverzoeken die tussen mei en eind oktober 2024 zijn gedaan, wordt Kindred als mede‑verwerkingsverantwoordelijke aangemerkt. Daarbij weegt mee dat binnen de Kindred‑groep een centraal privacybeleid gold, dat AVG‑verzoeken via Unibet‑contactadressen vanuit een Kindred‑e‑mailadres werden beantwoord, dat het OneTrust‑platform door Kindred werd beheerd en dat het Kindred Privacy Team de verzoeken afhandelde. Voor inzageverzoeken die na eind oktober 2024 zijn ingediend, geldt dit niet meer. Na het vertrek van Trannel/Risepoint uit de Kindred‑groep is onvoldoende concreet gesteld dat Kindred nog beslissende invloed uitoefende op doel en middelen van de verwerking; Kindred wordt voor die latere verzoeken daarom niet (meer) als verwerkingsverantwoordelijke aangemerkt. Het beroep van Kindred en Risepoint op misbruik van recht wordt verworpen. De rechtbank onderkent dat de verzoeken mede zijn gedaan met het oog op mogelijke procedures tegen Kindred en/of Risepoint, maar dat is op zichzelf onvoldoende om een inzageverzoek te weigeren. Onder verwijzing naar rechtspraak van het Hof van Justitie over het inzagerecht en Artikel 12 lid 5 AVG overweegt de rechtbank dat een betrokkene zijn inzageverzoek niet hoeft te motiveren en dat een verzoek niet kan worden afgewezen enkel omdat het mede is ingegeven door een ander doel dan het controleren van de verwerking of de rechtmatigheid daarvan, zoals het voorbereiden van een civiele vordering. De verzoeken zijn niet kennelijk ongegrond of buitensporig en er is niet onderbouwd dat eisers hun inzagerecht uitsluitend gebruiken om Kindred en Risepoint schade te berokkenen of hinder te veroorzaken. Ook het beroep op de uitzonderingsmogelijkheden faalt. Kindred en Risepoint wijzen op het grote aantal vergelijkbare inzageverzoeken en de impact daarvan op hun bedrijfsvoering, maar volgens de rechtbank komt hun bezwaar er feitelijk op neer dat zij geen informatie willen verstrekken die in toekomstige gokverliesprocedures tegen hen kan worden gebruikt. Dat vormt geen rechtens erkende grond om inzage onder de AVG te weigeren, noch op grond van Artikel 15 lid 4 AVG en Artikel 23 AVG, noch onder de Maltese uitvoeringsregeling. De individuele verzoeken van eisers zijn niet ongewoon, niet onnodig omvangrijk en niet complex. In de belangenafweging weegt het recht van eisers op inzage zwaarder dan de door Kindred en Risepoint aangevoerde bedrijfsbelangen. De rechtbank wijst de vorderingen grotendeels toe. Risepoint wordt veroordeeld om aan alle eisers inzage te geven in de over hen verwerkte persoonsgegevens door het verstrekken van een getrouwe en begrijpelijke kopie die een compleet beeld geeft van alle directe en indirecte transacties tussen de betreffende eiser en Risepoint, haar rechtsvoorgangers en/of partners onder het Unibet‑label (met andere woorden: een volledig transactieoverzicht). Kindred wordt voor dezelfde categorie gegevens als mede‑verwerkingsverantwoordelijke veroordeeld, maar niet ten aanzien van eiser 5 en eiser 9, omdat hun inzageverzoeken pas na eind oktober 2024 aan Kindred zijn gericht en Kindred op dat moment niet langer als mede‑verwerkingsverantwoordelijke wordt aangemerkt. De gegevens moeten binnen vier weken elektronisch worden verstrekt in een gangbaar formaat of via een API, op een wijze die eisers daadwerkelijk in staat stelt de juistheid van de persoonsgegevens en de rechtmatigheid van de verwerking te controleren. Kindred en Risepoint worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van een dwangsom van € 500 per eiser per dag bij niet‑nakoming, met een maximum van € 10.000 per eiser. Daarnaast worden zij hoofdelijk veroordeeld in de proceskosten, door de rechtbank begroot op € 1.495, te vermeerderen met wettelijke rente bij niet‑tijdige betaling. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad; het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

5.18.1. Het belang waarop Kindred en Risepoint zich in feite beroepen, is het belang om geen inzage te hoeven geven in informatie die betrokkenen in rechte tegen hen zouden kunnen gebruiken. Dit is geen belang dat binnen het Unierecht.

5.20. Tot slot stellen Kindred en Risepoint zich op het standpunt dat zij niet gehouden zijn om eisers een volledig transactieoverzicht te geven, althans geen overzicht met andere gegevens dan die eisers zelf hebben verschaft. 

Ook dit verweer kan niet slagen. Volgens vaste rechtspraak van het Hof van Justitie moet de verwerkingsverantwoordelijke betrokkenen desgevraagd een getrouwe en begrijpelijke reproductie verstrekken van alle gegevens die zij over betrokkene verwerkt.

5.22. Gelet op de manier waarop gedaagden zich sinds het indienen van de inzageverzoeken in de transactieoverzichten tegenover eisers hebben opgesteld, hebben eisers belang bij hun vordering om de veroordeling met een dwangsom te versterken. Ook dit onderdeel van de vordering zal de rechtbank daarom toewijzen, zij het dat de rechtbank de termijn voor nakoming zal verlengen tot vier weken na de datum van dit vonnis en dat zij de hoogte van de dwangsom zal matigen tot een bedrag van € 500 per dag per eiser, met een maximum van € 10.000 per eiser.