Gepubliceerd op woensdag 8 april 2026
IT 5183
HvJ EU ||
9 dec 2025
HvJ EU 9 dec 2025, IT 5183; C-798/25 (MV-expo, s.r.o. tegen IMMIX spol. s r. o.), https://itenrecht.nl/artikelen/prejudiciele-vragen-gesteld-over-de-elektronische-handtekening

Prejudiciële vragen gesteld over de elektronische handtekening

Prejudiciële vragen gesteld aan Hof van Justitie EU 9 december 2025, IT 5184; IEFbe 4175; C-798/25 (MV-expo, s.r.o. tegen IMMIX spol. s r. o.) via MinBuza. Verzoeker transporteert goederen, en heeft bij de rechtbank betaling van openstaande facturen gevorderd van verwerende partij. Verwerende partij heeft in 2019 via e-mail het volledig verschuldigde bedrag erkend. Bij de rechtbank stelt zij nu dat de e-mail niet voldeed aan het vereiste in schriftelijke vorm, waardoor haar erkenning van de schuld nietig is. Hierdoor zijn de verjaringstermijnen niet gestuit en zijn de vorderingen verjaard, aldus verweerster. De Tsjechische rechter twijfelt of de vermelding van de naam van een persoon onderaan een e-mail voldoet aan de vereisten ten aanzien van elektronische handtekeningen, zoals vastgesteld in artikel 3, punt 10, van verordening 910/2014. 

Prejudiciële vragen: 
1. Voldoet de vermelding van de naam van een handelende persoon onderaan een e-mail die een rechtshandeling bevat waarmee een schuld wordt erkend, aan de vereisten ten aanzien van elektronische handtekeningen die zijn vastgesteld in artikel 3, punt 10, van verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van richtlijn 1999/93/EG? 

2. Indien de vorige vraag bevestigend wordt beantwoord: vereist artikel 25 of een andere bepaling van die verordening dan dat aan een dergelijke elektronische handtekening voor privaatrechtelijke handelingen dezelfde gevolgen worden toegekend als aan een handgeschreven handtekening en, zo ja, geldt dit dan uitsluitend onder bepaalde voorwaarden? 

3. Indien die bepalingen niet inhouden dat een elektronische handtekening dezelfde rechtsgevolgen heeft als een handgeschreven handtekening: sluit artikel 25 of een andere bepaling van die verordening dan uit dat toepassing wordt gegeven aan nationale bepalingen die aan een elektronische handtekening wel dergelijke rechtsgevolgen toekennen?