Gepubliceerd op woensdag 14 oktober 2026
IT 5579
Rechtbank Midden-Nederland ||
30 sep 2026,
Rechtbank Midden-Nederland 30 sep 2026,, IT 5579; ECLI:NL:RBMNE:2026:6970 ([eiser] tegen [gedaagden]), https://itenrecht.nl/artikelen/opzegging-softwarelicentie-wegens-betalingsverzuim-rechtsgeldig

Opzegging softwarelicentie wegens betalingsverzuim rechtsgeldig

Rb. Midden-Nederland 30 september 2026, IT 5579; ECLI:NL:RBMNE:2026:6970 ([eiser] tegen [gedaagden]). De rechtbank oordeelt over een geschil tussen een softwarelicentienemer en twee vennootschappen over de nakoming en beëindiging van een licentieovereenkomst. Eind 2020 sloten de licentienemer en een van de vennootschappen een licentie- en exploitatieovereenkomst, waarbij de licentienemer een exclusieve licentie kreeg om software door te ontwikkelen en te exploiteren. Afgesproken werd dat de software na betaling van een licentievergoeding van € 115.000 in termijnen zijn eigendom zou worden. Nadat de licentienemer in 2024 verschillende facturen onbetaald had gelaten, stelde hij dat de licentiegever was tekortgeschoten in de overdracht van broncodes en het afsluiten van een escrow-overeenkomst. De rechtbank oordeelt dat de gestelde tekortkomingen bij de overdracht van de broncodes onvoldoende zijn onderbouwd. Voor verschillende softwaremodules staat vast dat broncodes zijn overgedragen, terwijl niet is aangetoond dat verkeerde versies zijn geleverd of broncodes van andere modules ontbreken. Daarbij weegt mee dat de licentienemer pas ongeveer drieënhalf jaar na de overdracht over ontbrekende broncodes klaagde. Ten aanzien van de escrow-overeenkomst oordeelt de rechtbank dat de licentiegever de nakoming van haar verplichting op grond van artikel 6:52 BW mocht opschorten, omdat de licentienemer op dat moment al in verzuim verkeerde met zijn betalingsverplichtingen. Ook was nakoming niet blijvend onmogelijk. De gestelde tekortkomingen komen daarmee niet vast te staan en de vorderingen tot schadevergoeding worden afgewezen. Ook de vordering tot terugbetaling van eerder betaalde bedragen wegens onverschuldigde betaling wordt afgewezen, omdat de licentienemer daarmee bestaande betalingsverplichtingen rechtsgeldig had voldaan.

De rechtbank wijst de tegenvorderingen van de licentiegever grotendeels toe. De licentienemer wordt veroordeeld tot betaling van € 40.360,33 aan openstaande facturen, vermeerderd met wettelijke handelsrente. Twee afzonderlijke factuurbedragen worden afgewezen omdat de verschuldigdheid daarvan onvoldoende is komen vast te staan. Het beroep van de licentienemer op opschorting van zijn betalingsverplichtingen slaagt niet, omdat hij zelf als eerste in verzuim was geraakt. De rechtbank verklaart daarnaast voor recht dat de licentieovereenkomst rechtsgeldig is opgezegd. De licentiegever had de overeenkomst bij brief van 15 januari 2025 opgezegd en mocht dit op grond van het contractuele opzeggingsbeding doen vanwege het betalingsverzuim van de licentienemer. Door de opzegging is de licentie beëindigd en heeft de licentienemer geen recht meer op het gebruik van de software. De rechtbank verbiedt hem daarom de software, inclusief alle componenten, nog langer te gebruiken. De licentienemer wordt tevens veroordeeld in de proceskosten. De gevorderde vergoeding van de volledige proceskosten wordt afgewezen, omdat niet is gebleken van misbruik van procesrecht.

3.20

Voor de overige facturen wordt de vordering toegewezen. Op grond van de afspraken uit de licentieovereenkomst en exploitatieovereenkomst is [eiser] gehouden te betalen aan [gedaagden] voor de software en de geleverde diensten. Dat wordt niet betwist door [eiser] . Voor een aantal facturen voert [eiser] aan dat hij deze nog niet hoeft te betalen, omdat de omschrijving op de factuur en de adresgegevens onjuist zijn vermeld. Dat standpunt is onjuist. Ook als er sprake zou zijn van dergelijke onjuistheden op de facturen, is [eiser] nog steeds de gefactureerde dienst of licentievergoeding verschuldigd. Hij heeft niet betwist de facturen te hebben ontvangen. De afspraken over de verschuldigdheid en het moment van betalen worden niet aangetast door een dergelijke onjuistheid op de factuur. In artikel 2.1 van de licentieovereenkomst is bepaald dat de betaling moet plaatsvinden binnen 14 dagen na de factuurdatum. De vervaldatum staat ook op de facturen vermeld. Omdat de vervaldata van de facturen zijn verstreken, is de betaling opeisbaar.

3.21

Het verweer van [eiser] dat hij de betaling van de facturen rechtsgeldig heeft opgeschort, slaagt niet. Daarvoor was nodig dat [gedaagden] eerder dan [eiser] in verzuim zou zijn geraakt. Zoals in alinea 3.11 uiteen is gezet, is dat niet het geval geweest. [eiser] is degene die als eerst (en als enige) in verzuim is geraakt door niet aan zijn betalingsverplichting te voldoen.

De gevorderde wettelijke handelsrente wordt toegewezen

3.22

De door [gedaagden] gevorderde wettelijke handelsrente over de toegewezen openstaande facturen wordt toegewezen. Omdat het hier gaat om een overeenkomst die partijen zijn aangegaan in de uitoefening van hun bedrijf, is [eiser] de handelsrente verschuldigd als schadevergoeding vanwege het onbetaald laten van de facturen op grond van artikel 6:119a BW. De handelsrente wordt toegewezen vanaf de dag na de uiterste overeengekomen datum voor betaling. Dat is de dag na de vervaldata genoemd op facturen.

De licentieovereenkomst is opgezegd

3.23

De rechtbank verklaart voor recht, zoals gevorderd, dat de licentieovereenkomst met [eiser] rechtsgeldig is opgezegd. [gedaagde sub 2] heeft de licentieovereenkomst met [eiser] in de brief van 15 januari 2025 opgezegd. Dat mocht de zij doen, omdat [eiser] in januari 2025 in verzuim was met zijn betalingsverplichtingen. In artikel 4.2 van de licentieovereenkomst is bepaald dat, wanneer [eiser] zijn betalingsverplichtingen niet nakomt, [gedaagde sub 2] per direct de licentieovereenkomst mag opzeggen. Die situatie deed zich voor in januari 2025. Hiermee was de voorwaarde voor de opzegging in vervulling getreden.

3.24

Anders dan [eiser] betoogt, verkeerde [gedaagden] niet in schuldeisersverzuim, waardoor dat niet aan de weg stond aan de opzegging. Zoals uiteengezet is in alinea’s 3.11 en 3.12 was [gedaagden] niet in verzuim met de nakoming van haar verplichting. [eiser] was sinds 21 juni 2024 in verzuim gekomen met zijn betalingsverplichting en is dat gebleven, omdat hij niet alsnog de facturen betaalde. Omdat [eiser] al in verzuim verkeerde, kon [gedaagden] niet in verzuim raken en schortte zij haar nakomingsverplichting bevoegdelijk op.

[eiser] mag geen gebruik meer maken van de software

3.25

De rechtbank verbiedt, zoals gevorderd, [eiser] gebruik te maken van de software, inclusief alle componenten. Deze vordering wordt toegewezen, omdat de licentieovereenkomst rechtsgeldig is opgezegd en [eiser] geen verweer tegen deze eis heeft gevoerd. Met de opzegging van de licentieovereenkomst is de licentie die [gedaagden] verleende aan [eiser] beëindigd. Dat betekent dat [eiser] sindsdien geen recht meer heeft op gebruik van de software.