Gepubliceerd op maandag 16 maart 2026
IT 5138
Hoge Raad ||
13 mrt 2026
Hoge Raad 13 mrt 2026, IT 5138; ECLI:NL:HR:2026:409 (de werknemer tegen PostNL), https://itenrecht.nl/artikelen/hoge-raad-vernietigt-beschikking-over-ontslag-op-staande-voet-wegens-onvoldoende-waarborging-van-hoor-en-wederhoor-bij-camerabeelden

Hoge Raad vernietigt beschikking over ontslag op staande voet wegens onvoldoende waarborging van hoor en wederhoor bij camerabeelden

HR 13 maart 2026, IT&R 5138; ECLI:NL:HR:2026:409 (de werknemer tegen PostNL). In deze beschikking van 13 maart 2026 beoordeelt de Hoge Raad een ontslag op staande voet van een PostNL-chauffeur. De werknemer was sinds september 2019 in dienst als chauffeur Groot Vervoer. In de nacht van 18 op 19 juli 2023 vervoerde hij pakketten van het distributiecentrum van PostNL in Tilburg naar dat in Son. Daarbij laadde hij in Tilburg rolcontainers met pakketten in, waarna de trailer werd verzegeld. Bij aankomst in Son verbrak hij, in strijd met de instructies van PostNL, zelf de verzegeling, terwijl dat door een medewerker van het distributiecentrum had moeten gebeuren. Op 25 juli 2023 werd de werknemer op non-actief gesteld wegens onregelmatigheden en op 27 juli 2023 op staande voet ontslagen. In deze procedure verzocht hij onder meer om een verklaring voor recht dat aan de opzegging geen dringende reden ten grondslag lag, alsmede om toekenning van een transitievergoeding, een billijke vergoeding en een vergoeding wegens onregelmatige opzegging. De kantonrechter wees die verzoeken toe, maar het Hof ’s-Hertogenbosch vernietigde die beslissing. Daarbij baseerde het hof zijn oordeel mede op camerabeelden die voorafgaand aan de mondelinge behandeling door PostNL waren toegezonden via een link, maar die alleen met speciale software konden worden bekeken. De advocaat van de werknemer had het hof laten weten dat het hem om technische redenen niet was gelukt die beelden vooraf te openen, hoewel hij dat wel had willen doen. Het hof had de beelden zelf wél vooraf bekeken en heeft zijn oordeel mede gebaseerd op de beelden die tijdens de zitting zijn getoond.

De Hoge Raad vernietigt de beschikking van het hof. Volgens de Hoge Raad had het hof, nu het wist dat de werknemer de volledige camerabeelden vooraf niet had kunnen bekijken terwijl hij dat wel wilde, voldoende maatregelen moeten treffen om te waarborgen dat de werknemer alsnog adequaat kennis kon nemen van die beelden en zich daarover behoorlijk kon uitlaten. Dat volgt uit het beginsel van hoor en wederhoor van art. 19 lid 1 Rv en uit art. 6 EVRM, waaronder ook het beginsel van equality of arms valt. Nu het hof zijn oordeel over het ontslag mede op die camerabeelden heeft gebaseerd zonder die processuele waarborgen voldoende te verzekeren, slaagt die klacht. Daarnaast oordeelt de Hoge Raad dat het hof het aanbod van de werknemer om tegenbewijs te leveren onvoldoende gemotiveerd heeft gepasseerd. De werknemer had in hoger beroep onder meer aangeboden getuigen te laten horen, maar het hof had slechts overwogen dat sprake was van een zodanige mate van aannemelijkheid dat verdere bewijslevering niet aan de orde was. Dat acht de Hoge Raad ontoereikend gemotiveerd. De overige cassatieklachten behoeven daarom geen behandeling meer. De Hoge Raad vernietigt de beschikking van het hof, verwijst de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden voor verdere behandeling en beslissing, en veroordeelt PostNL in de kosten van het cassatiegeding, begroot op € 361 aan verschotten en € 2.200 aan salaris, te vermeerderen met wettelijke rente indien niet binnen veertien dagen wordt betaald.

4 Beoordeling van het middel

4.1.1

Onderdeel 1 van het middel klaagt, mede met een beroep op hetgeen hiervoor in 2.4-2.5 is weergegeven, dat het hof zich bij zijn oordeel (in rov. 3.6.2-3.6.9) dat aannemelijk is dat de werknemer de goederen heeft weggenomen, niet (mede) mocht baseren op de camerabeelden die ter zitting in hoger beroep zijn getoond. Het onderdeel voert daartoe onder meer aan dat het hof ermee bekend was dat het (de advocaat van) de werknemer als gevolg van de beveiliging van de bestanden niet is gelukt de door PostNL overgelegde camerabeelden voorafgaand aan de mondelinge behandeling te bekijken. Volgens het onderdeel zijn het beginsel van hoor en wederhoor en/of het beginsel van equality of arms (art. 19 Rv en art. 6 EVRM) geschonden doordat de werknemer pas ter zitting (dus onvoorbereid) werd geconfronteerd met de beelden en doordat de werknemer niet de mogelijkheid heeft gehad om op voorhand voor hem ontlastende passages in die beelden op te sporen (en daarop ter zitting te wijzen). Het hof had de camerabeelden bij zijn oordeelsvorming buiten beschouwing moeten laten, dan wel de werknemer (ambtshalve) alsnog in de gelegenheid moeten stellen om met zijn advocaat kennis te kunnen nemen van de beelden en zich daarover uit te laten (hetzij door de mondelinge behandeling daartoe aan te houden, hetzij door de werknemer nog een nadere akte te laten nemen na de mondelinge behandeling), aldus het onderdeel.

4.1.2

Zoals blijkt uit het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in hoger beroep (zie hiervoor in 2.5) was het hof ermee bekend dat (de advocaat van) de werknemer de door PostNL overgelegde camerabeelden wegens technische redenen niet voorafgaand aan de mondelinge behandeling had kunnen bekijken (de beelden konden alleen met een speciaal programma worden afgespeeld), terwijl hij kenbaar had gemaakt dat wel te willen. Teneinde de beginselen van hoor en wederhoor (art. 19 lid 1 Rv en art. 6 EVRM) en equality of arms (art. 6 EVRM) te waarborgen had het hof – dat zijn oordeel over het ontslag op staande voet mede op de tijdens de mondelinge behandeling getoonde camerabeelden heeft gebaseerd – genoegzame maatregelen moeten nemen om adequate kennisneming van de volledige door PostNL overgelegde, en door het hof voorafgaand aan de zitting bekeken, camerabeelden door de werknemer mogelijk te maken en de werknemer in staat te stellen zich daarover uit te laten.3 In zoverre slaagt onderdeel 1.

4.2.1

Onderdeel 2 richt zich tegen het oordeel van het hof (in rov. 3.6.9) dat sprake is van een zodanige mate van aannemelijkheid dat de werknemer de goederen heeft weggenomen, dat verdere bewijslevering niet aan de orde is. Het onderdeel klaagt onder meer dat het hof met dit oordeel onvoldoende gemotiveerd is voorbijgegaan aan het aanbod van de werknemer tot het leveren van tegenbewijs.

4.2.2

De werknemer heeft in hoger beroep tegenbewijs aangeboden, onder meer door het horen van getuigen (zie de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 5.46). Het hof heeft niet toereikend gemotiveerd dat aan dit aanbod voorbij kon worden gegaan. De hiervoor in 4.2.1 weergegeven klacht is dus terecht voorgesteld.

4.3

De overige klachten van het middel behoeven geen behandeling.