11 jun 2026,
Hof constateert twee vormverzuimen bij verkrijging en onderzoek van Ennetcomdata
Hof Den Haag 11 juni 2026, IT 5427; ECLI:NL:GHDHA:2026:1924 (Openbaar Ministerie tegen [verdachte]). De zaak betreft een voormalige medewerkster van Ennetcom, een bedrijf dat aangepaste BlackBerry-toestellen verkocht waarmee versleutelde e-mails konden worden verzonden en ontvangen. De berichten verliepen via een Blackberry Enterprise Server die Ennetcom bij Bitflow Technologies in Canada huurde. Op verzoek van Nederland werden de serverdata in 2016 door de Canadese autoriteiten gekopieerd; de dataset bevatte ongeveer 3,7 miljoen berichten en notities en ook private sleutels waarmee berichten konden worden ontsleuteld. Het hof verwerpt het betoog dat het rechtshulpverzoek aan Canada als zodanig zonder verdragsrechtelijke grondslag was gedaan, maar oordeelt wél dat bij de verkrijging van de gegevens art. 125la Sv had moeten worden toegepast. Hoewel de server fysiek bij Bitflow stond, moet het aantreffen van de gegevens daar volgens het hof materieel worden gelijkgesteld met het aantreffen daarvan bij Ennetcom. Ennetcom kwalificeert daarbij als aanbieder van een openbaar telecommunicatienetwerk of een openbare telecommunicatiedienst. Voor het rechtshulpverzoek was daarom vooraf een machtiging van de rechter-commissaris vereist. Die ontbrak, zodat sprake is van een onherstelbaar vormverzuim. Daarnaast is ook bij het latere onderzoek aan en gebruik van de Ennetcomdataset, waaronder de ontsleuteling, geen sprake geweest van de vereiste voorafgaande betrokkenheid van een rechter-commissaris. Ook dat levert volgens het hof een vormverzuim in de zin van art. 359a Sv op. De geschonden voorschriften dienen met name ter bescherming van privacygevoelige communicatie door voorafgaand onafhankelijk rechterlijk toezicht.
Aan de twee vormverzuimen verbindt het hof echter geen verder rechtsgevolg. De verkrijging en verwerking van zulke grote datasets van cryptocommunicatieaanbieders waren ten tijde van het onderzoek juridisch nog nauwelijks uitgekristalliseerd, terwijl de procedure in Canada zorgvuldig was verlopen. Ook is niet gebleken dat de verdachte door de verzuimen concreet in haar verdedigingsbelangen is geschaad. Het hof volstaat daarom met de constatering daarvan en wijst niet-ontvankelijkheid van het OM, bewijsuitsluiting en strafvermindering op deze grond af. Inhoudelijk wordt de verdachte wel veroordeeld voor deelname aan een criminele organisatie die was gericht op valsheid in geschrift en voor het meermalen medeplegen van valsheid in geschrift door valse facturen op te maken waarmee een deel van de omzet van Ennetcom buiten de boeken werd gehouden. Voor zover het oogmerk van de organisatie volgens de tenlastelegging ook zag op witwassen en het wegmaken van bewijs via zogenoemde wipe-verzoeken, volgt geen bewezenverklaring: de criminele herkomst van betalingen door klanten is onvoldoende vastgesteld, niet kon worden bewezen dat het wissen van berichten verband hield met reeds gepleegde misdrijven en het door Ennetcom gefaciliteerde berichtenverkeer als zodanig leent zich niet voor inbeslagneming als bedoeld in art. 189 lid 1 onder 3 Sr. Vanwege de zeer ernstige overschrijding van de redelijke termijn met bijna vier jaar en de persoonlijke omstandigheden van verdachte legt het hof uiteindelijk een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden met een proeftijd van één jaar op.
Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.
Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het deelnemen aan een organisatie die zich bezighield met het plegen van valsheid in geschrift. De verdachte heeft zich voorts schuldig gemaakt aan valsheid in geschrift door een aantal facturen in de administratie van Ennetcom, voor welk bedrijf zij de boekhouding verzorgde, vals op te maken. Deze valse facturen maakten deel uit van een constructie waarmee een gedeelte van de omzet van het bedrijf buiten de boeken werd gehouden.
Het hof heeft acht geslagen op de Landelijke Oriëntatiepunten voor Straftoemeting. Door het opmaken van valse facturen heeft de verdachte een bedrag van ruim 2 ton buiten de boekhouding van het bedrijf gehouden. Op basis van de Oriëntatiepunten rechtvaardigt fraude op deze schaal een gevangenisstraf van 12 maanden. De verdachte heeft dit feit begaan in het kader van een crimineel samenwerkingsverband, hetgeen een hogere gevangenisstraf zou rechtvaardigen. De verdachte was geen leidinggevende van deze organisatie. Zij nam niet het initiatief tot het plegen van de bewezenverklaarde feiten. Zij was in loondienst bij Ennetcom, en deed haar werk in opdracht van de medeverdachte. Het door de bewezen verklaarde feiten verkregen voordeel kwam niet bij haar terecht: zij kreeg slechts een regulier uurloon.
Het hof heeft tevens acht geslagen op het uittreksel uit de Justitiële Documentatie van de verdachte. Daaruit volgt dat zij niet recent voor strafbare feiten is veroordeeld.
Tot slot heeft het hof acht geslagen op de (zwaarwegende) persoonlijke omstandigheden van verdachte. Zij is moeder van twee kinderen die afhankelijk van haar zijn, zij heeft geen familie in Nederland. Zij is inmiddels weer aan het werk, en heeft haar leven opnieuw vormgegeven. De gezondheid van verdachte is zeer kwetsbaar. Deze zaak heeft 10 jaar lang boven haar hoofd gehangen. De daarbij komende stress en onzekerheid is haar gezondheidssituatie niet ten goede gekomen.