Gepubliceerd op donderdag 5 november 2026
IT 5631
Gerechtshof Amsterdam ||
28 apr 2026,
Gerechtshof Amsterdam 28 apr 2026,, IT 5631; ECLI:NL:GHAMS:2026:1170 ([appellant] tegen [geïntimeerden]), https://itenrecht.nl/artikelen/hof-amsterdam-overtreding-contactverbod-bij-it-aanbesteding-leidt-tot-herbeoordeling

Hof Amsterdam: overtreding contactverbod bij IT-aanbesteding leidt tot herbeoordeling

Hof Amsterdam 28 april 2026, ECLI:NL:GHAMS:2026:1170 9[appellant] tgegn [geïntimeerden]). In deze zaak tussen [appellant], [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] staat een minicompetitie voor print- en kopieerdiensten centraal, waaronder de levering van multifunctionals, een SaaS-printmanagementoplossing en een betaaloplossing. [appellant], een universiteit, heeft de opdracht voorlopig gegund aan [geïntimeerde 2]. [geïntimeerde 1], de zittende leverancier, betwist de beoordeling van de inschrijvingen en stelt onder meer dat [geïntimeerde 2] ten onrechte extra punten heeft gekregen voor de overgang naar een nieuw betaalsysteem en het contact met studenten op de campus.

Het hof oordeelt dat de universiteit bij de beoordeling van kwalitatieve gunningscriteria een ruime beoordelingsvrijheid heeft, zolang zij transparant handelt en inschrijvers gelijk behandelt. De betaaloplossing maakte onderdeel uit van de gevraagde dienstverlening en [geïntimeerde 1] had als zittende leverancier haar implementatieplan moeten opstellen alsof zij bij een nieuwe opdrachtgever zou implementeren. De hogere score voor [geïntimeerde 2], die wel aandacht had besteed aan de overgang van het betaalsysteem, viel daarom binnen de beoordelingsvrijheid van de universiteit. Wel oordeelt het hof dat [geïntimeerde 2] het contactverbod heeft overtreden door voorafgaand aan de inschrijving studenten op de campus te benaderen. Omdat deze contacten hebben bijgedragen aan een hogere beoordeling, is gehandeld in strijd met artikel 2.87 lid 1 onder i Aanbestedingswet en het gelijkheidsbeginsel. Het hof acht uitsluiting van [geïntimeerde 2] echter disproportioneel. De onregelmatigheid kan worden hersteld door alle geldige inschrijvingen integraal opnieuw te laten beoordelen door een onafhankelijke beoordelingscommissie, waarbij het voordeel uit de contacten met studenten buiten beschouwing blijft. Het hof bekrachtigt het eerdere vonnis, met aanpassing van het herbeoordelingsgebod.

6.9 Vaststaat dat [geïntimeerde 1] in het door haar ingediende implementatieplan geen aandacht heeft besteed aan de overgang van het betaalsysteem omdat zij de zittende leverancier was en nog is. [geïntimeerde 2] heeft dat wel gedaan en onder andere op die grond heeft zij van de beoordelingscommissie een goed gekregen. [geïntimeerde 1] kreeg voor de integrale beoordeling van haar implementatieplan een voldoende. Die beoordeling en die scores vallen binnen de beoordelingsvrijheid die de beoordelingscommissie van [appellant] had. Het is begrijpelijk dat de omstandigheid dat aan die overgang aandacht is besteed doorwerkt in de score.

Naar het voorlopig oordeel van het hof heeft [appellant] daarmee niet in strijd gehandeld met de in de offerteaanvraag omschreven beoordelingssystematiek. De tegen dit oordeel gerichte grieven 2, 3 en 4 van [appellant] slagen dan ook. Het vonnis dient dus in beginsel te worden vernietigd, zodat de voorwaarde van het voorwaardelijk incidenteel hoger beroep is vervuld.

6.13 Dat [geïntimeerde 2] vooraf contact heeft gehad met studenten en dat zij daardoor een hoge beoordeling heeft verkregen, is naar het voorlopig oordeel van het hof wèl in strijd met artikel 2.87 lid 1 sub i Aw alsook met het gelijkheidsbeginsel dat in deze context strekt tot het bieden van gelijke kansen van de inschrijvers. Het hof volgt [appellant] en [geïntimeerde 2] niet in hun stelling dat artikel 2.87 lid 1 sub i Aw alleen van toepassing is op de selectiefase van de [bedrijf] en niet op de daarop gebaseerde minicompetities. De minicompetenties kunnen naar het oordeel van het hof niet los worden gezien van alle aanbestedingsstukken, waaronder de [bedrijf] en het daaraan voorafgaande beschrijvende document dat bepaalt dat gedurende de aanbestedingsprocedure het alleen is toegestaan contact op te nemen met de in het document genoemde contactpersonen.

6.14 Het hof is echter van oordeel dat de geconstateerde onregelmatigheid niet dermate ernstig is dat [geïntimeerde 2] op grond daarvan moet worden uitgesloten. Het proportionaliteitsbeginsel staat daaraan in de weg. Uit de considerans en bepalingen van richtlijn 2014/24 volgt dat kleine onregelmatigheden slechts in uitzonderlijke omstandigheden tot de uitsluiting van een ondernemer leiden. Van een dergelijke uitzonderlijke omstandigheid is geen sprake. Het voordeel dat [geïntimeerde 2] volgens [appellant] heeft genoten van een bezoek aan de studenten van de campus, kan en moet worden weggenomen door een integrale herbeoordeling van alle inschrijvingen door een onafhankelijke beoordelingscommissie of beoordelaars, met inachtneming van het voorgaande. Het hiervoor onder 6.11 geciteerde argument voor de beoordeling van GMC 2.1 dient bij die herbeoordeling buiten beschouwing te blijven.