Gepubliceerd op maandag 12 oktober 2026
IT 5562
Gerechtshof ’s-Hertogenbosch ||
10 dec 2024,
Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 10 dec 2024,, IT 5562; ECLI:NL:GHSHE:2024:3939 ([bedrijf A] tegen [bedrijf B]), https://itenrecht.nl/artikelen/geen-schadevergoeding-voor-gestelde-tekortkomingen-bij-bouw-en-marketing-van-webshop

Geen schadevergoeding voor gestelde tekortkomingen bij bouw en marketing van webshop

Hof 's-Hertogenbosch 10 december 2024, IT 5562; ECLI:NL:GHSHE:2024:3939 ([bedrijf A] tegen [bedrijf B]). [bedrijf A], verkoper van onder meer tuin- en parkmachines, gaf [bedrijf B], een online marketing- en webbureau, opdracht een nieuwe webshop te bouwen en verrichtte later met haar ook online marketingwerkzaamheden. Na ingebruikname van de webshop stelde [bedrijf A] dat [bedrijf B] was tekortgeschoten vanwege onder meer technische gebreken, trage en instabiele hosting, problemen met koppelingen en facturering, gebrekkige online marketing en het verloren gaan van gegevens uit oude webshops en e-mailverkeer. De rechtbank wees haar vorderingen af. Ook in hoger beroep krijgt [bedrijf A] geen gelijk. Het hof oordeelt dat de webshop op 25 september 2019 door ingebruikname is opgeleverd en dat de algemene voorwaarden van [bedrijf B] op de overeenkomst van toepassing zijn. Voor bepaalde gestelde gebreken geldt dat [bedrijf A] die in eerste aanleg niet langer aan haar vordering ten grondslag had gelegd en daarop in hoger beroep niet kan terugkomen. Voor andere klachten acht het hof van belang dat [bedrijf B] herstelwerkzaamheden heeft verricht en [bedrijf A] vervolgens zelf had bericht dat de webshop goed werkte. [bedrijf B] verkeerde daarom op dat punt niet in verzuim. Ten aanzien van de later gestelde traagheid van de hosting heeft [bedrijf A] na de herstelwerkzaamheden niet tijdig opnieuw geklaagd, zodat zij daarop geen beroep meer kan doen. Bovendien is de daarvoor gevorderde schade onvoldoende onderbouwd.

Ook de klachten over de online marketingwerkzaamheden leiden niet tot aansprakelijkheid. Volgens het hof heeft [bedrijf A] pas bij brief van 11 juni 2021 inhoudelijk geklaagd dat [bedrijf B] bij die werkzaamheden was tekortgeschoten, terwijl deze werkzaamheden al aanzienlijk eerder waren uitgevoerd en beëindigd. Dat is te laat in de zin van artikel 6:89 BW; uit de eerdere correspondentie kunnen geen voldoende duidelijke klachten over deze werkzaamheden worden afgeleid. Daarnaast had [bedrijf B] geen bepaald conversiepercentage toegezegd en is de gestelde schade door de advertentiekosten niet onderbouwd. Het hof benadrukt verder dat partijen gedurende langere tijd samenwerkten aan verbeteringen van de webshop, dat [bedrijf B] bereid bleef haar prestaties aan te passen en dat zij daarbij niet in verzuim is geraakt. Uiteindelijk heeft [bedrijf A] zelf de hosting bij een andere provider ondergebracht. Ook is niet aannemelijk gemaakt dát, en zo ja in welke omvang, [bedrijf A] schade heeft geleden. Het hof ziet daarom onvoldoende grond voor schadevergoeding wegens de gestelde tekortkomingen, bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en veroordeelt [bedrijf A] in de proceskosten van het hoger beroep.

Alle grieven

3.17.

Het hof voegt aan de verwerping van alle grieven nog het volgende toe. Uit de stellingen en producties van beide partijen blijkt enerzijds dat [bedrijf A] niet in alle opzichten tevreden was over de geleverde prestaties en anderzijds dat [bedrijf B] bereid was en bleef om haar prestaties te verbeteren in overleg met [bedrijf A] en daartoe ook daadwerkelijk is overgegaan. Tussen partijen is gedurende een lange periode samengewerkt aan die verbeteringen zonder dat [bedrijf B] in verzuim is geraakt. Uiteindelijk heeft [bedrijf A] gekozen voor een andere hosting zonder overleg met [bedrijf B] en de consequentie van een en ander is dat er onvoldoende grond bestaat om na zo lange tijd wegens gestelde tekortkoming van de overeenkomst schadevergoeding te vorderen. [bedrijf B] heeft terecht als verweer gevoerd dat i) de garantieperiode na zes maanden was verstreken (cva nummer 20) en ii) dat alleen sprake kan van een toerekenbare tekortkoming in de nakoming van wezenlijke verplichtingen na een gedetailleerde ingebrekestelling (cva nummer 29). Daarbij moet ook in aanmerking worden genomen dat [bedrijf A] er in dit geding niet in is geslaagd aannemelijk te maken dat, laat staan in welke omvang, zij schade heeft geleden. Die schade, voor zover al geleden, is na het verstrijken van de lange duur en na de verplaatsing van de webshop ook niet meer goed te begroten, hetgeen voor risico van [bedrijf A] komt. Op grond van dit een en ander acht het hof een uitputtende behandeling van alle stellingen overbodig. Het hof verenigt zich met de einduitkomst waartoe de rechtbank is gekomen.